Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds

Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds

De Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden, en

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

enerzijds, hierna samen de „EU-partij” genoemd, en

de Socialistische Republiek Vietnam,

anderzijds, hierna „Vietnam” genoemd,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Erkennende dat zij een langdurig en sterk partnerschap hebben, dat is gebaseerd op de gemeenschappelijke beginselen en waarden die zijn weergegeven in de Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds, die op 27 juni 2012 in Brussel is ondertekend (hierna „Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst” genoemd), alsmede belangrijke economische, handels- en investeringsbanden, die onder meer tot uiting komen in de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Socialistische Republiek Vietnam die op 30 juni 2019 in Hanoi is ondertekend (hierna „Vrijhandelsovereenkomst” genoemd);

Geleid door de wens, consistent met het kader van hun economische betrekkingen, hun banden verder aan te halen, en ervan overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw klimaat voor de ontwikkeling van de wederzijdse investeringen tussen de partijen tot stand zal brengen;

Erkennende dat deze overeenkomst het streven naar regionale economische integratie zal aanvullen en bevorderen;

Vastbesloten hun economische, handels- en investeringsbanden aan te halen met eerbiediging van het doel van een in economisch, sociaal en ecologisch opzicht duurzame ontwikkeling, en investeringen in het kader van deze overeenkomst te bevorderen op een wijze die strookt met hoge beschermingsniveaus voor milieu en werknemers en de desbetreffende internationaal erkende normen en overeenkomsten waarbij zij partij zijn;

Geleid door de wens de levensstandaard te verhogen, economische groei en stabiliteit te bevorderen, nieuwe mogelijkheden voor werkgelegenheid te scheppen en het algemene welzijn te verbeteren, en daarom opnieuw bevestigende dat zij de vaste wil hebben om investeringen te bevorderen;

Opnieuw bevestigende dat zij de beginselen van duurzame ontwikkeling in de handelsovereenkomst ten volle onderschrijven;

Erkennende dat transparantie van belang is, zoals in hun verbintenissen in de vrijhandelsovereenkomst tot uitdrukking komt;

Opnieuw bevestigende dat zij het Handvest van de Verenigde Naties, ondertekend te San Francisco op 26 juni 1945, en de beginselen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vastgesteld op 10 december 1948, ten volle onderschrijven;

Voortbouwend op hun respectieve rechten en verplichtingen ingevolge de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, gedaan te Marrakesh op 15 april 1994, hierna „ WTO-Overeenkomst” genoemd, en andere multilaterale, regionale en bilaterale overeenkomsten en regelingen waarbij zij partij zijn, en met name de Vrijhandelsovereenkomst;

Vanuit de wens het concurrentievermogen van hun ondernemingen te bevorderen door hun een voorspelbaar wetgevingskader voor hun investeringsbetrekkingen te bieden,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

1

DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE DEFINITIES

Artikel

1.1

Doelstelling

Deze overeenkomst heeft tot doel de investeringsbetrekkingen tussen de partijen te verbeteren volgens de bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel

1.2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst

  • a.

    wordt onder „natuurlijke persoon uit een partij” verstaan: in het geval van de EU een onderdaan van een van de lidstaten van de Unie, in overeenstemming met hun respectieve interne wet- en regelgeving2)De term „natuurlijke persoon” omvat ook natuurlijke personen met vaste woon- of verblijfplaats in Letland die geen burger van Letland of van een andere staat zijn, maar die op grond van de wet- en regelgeving van Letland recht hebben op een paspoort voor niet-staatsburgers (vreemdelingenpaspoort)., en in het geval van Vietnam een onderdaan van Vietnam in overeenstemming met de interne wet- en regelgeving;

  • b.

    wordt onder „rechtspersoon” verstaan: een juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • c.

    wordt onder „rechtspersoon uit een partij” verstaan: een rechtspersoon uit de EU-partij of een rechtspersoon uit Vietnam, opgericht in overeenstemming met de interne wet- en regelgeving van een lidstaat van de Unie, respectievelijk Vietnam, en die betrokken is bij omvangrijke zakelijke transacties3)Overeenkomstig haar aanmelding van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de Wereldhandelsorganisatie (WT/REG39/1), is volgens de Unie en haar lidstaten het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van de Unie, dat is vastgelegd in artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gelijkwaardig aan het begrip „omvangrijke zakelijke transacties”. Dienovereenkomstig zal de Unie aan een rechtspersoon die overeenkomstig de wet- en regelgeving van Vietnam is opgericht en alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur op het grondgebied van Vietnam, de Unie en zijn lidstaten heeft, de uit deze overeenkomst voortvloeiende voordelen enkel toepassen indien die rechtspersoon een daadwerkelijke en voortdurende band met de economie van Vietnam heeft. op het grondgebied van de Unie, respectievelijk Vietnam;

    een rechtspersoon:

    • i.

      is „eigendom” van natuurlijke of rechtspersonen uit een van de partijen indien meer dan 50 % van het aandelenkapitaal in handen is van personen uit respectievelijk de EU-partij of Vietnam; of

    • ii.

      „staat onder zeggenschap” van natuurlijke of rechtspersonen uit een van de partijen indien personen uit respectievelijk de EU-partij of Vietnam bevoegd zijn een meerderheid van de bestuurders te benoemen of anderszins de handelingen van de persoon rechtens te sturen;

  • d.

    wordt onder „bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten en uitgevoerde activiteiten” verstaan: diensten of activiteiten die noch op commerciële basis, noch in mededinging met een of meer marktdeelnemers worden verleend respectievelijk uitgevoerd;

  • e.

    omvatten „economische activiteiten” activiteiten van industriële, commerciële of professionele aard, alsmede activiteiten van ambachtslieden, maar niet diensten die worden verleend en activiteiten die worden uitgevoerd bij de uitoefening van overheidsgezag;

  • f.

    wordt onder „exploitatie” verstaan: met betrekking tot een investering, de uitvoering, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot en de verkoop of andere wijzen van beschikken over de investering4)Voor alle duidelijkheid: dit omvat geen stappen die plaatsvinden vóór of op het tijdstip waarop de procedures die vereist zijn voor de daarmee samenhangende investeringen zijn voltooid in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving.;

  • g.

    wordt onder „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen” verstaan: maatregelen genomen door:

    • i.

      centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten; en

    • ii.

      niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten aan hen gedelegeerde bevoegdheden;

  • h.

    wordt onder „investering” verstaan: elke vorm van activa die direct of indirect eigendom is of onder zeggenschap staat van een investeerder uit een partij op het grondgebied5)Voor alle duidelijkheid: het grondgebied van een partij omvat de exclusieve economische zone en het continentale plat, zoals bepaald in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 (hierna „Unclos” genoemd). van de andere partij, die de kenmerken van een investering bezit; deze kenmerken zijn onder meer de vastlegging van kapitaal of andere middelen, de verwachting van winst of voordelen, het aangaan van risico's en een zekere tijdsduur; investeringen kunnen onder meer de volgende vormen aannemen:

    • i.

      lichamelijke of onlichamelijke, roerende of onroerende goederen alsook alle andere uit eigendom voortkomende rechten, zoals huur-, hypotheek-, retentie- en pandrechten;

    • ii.

      een onderneming6)Voor de toepassing van de definitie van „investering” valt een vertegenwoordigingskantoor niet onder het begrip „onderneming”. Voor alle duidelijkheid: het feit dat een vertegenwoordigingskantoor is gevestigd op het grondgebied van een partij, betekent op zich niet dat er sprake is van een investering., evenals aandelen en andere vormen van deelneming in het aandelenkapitaal van een onderneming, met inbegrip van daarvan afgeleide rechten;

    • iii.

      obligaties, niet-gegarandeerde schuldbekentenissen en leningen alsmede andere schuldbewijzen, met inbegrip van daarvan afgeleide rechten;

    • iv.

      sleutelklaar-, bouw-, beheers-, productie-, concessie-, inkomstendelings- en andere soortgelijke contracten;

    • v.

      geldvorderingen of aanspraken op andere activa of contractuele prestaties met een economische waarde7)Voor alle duidelijkheid: geldvorderingen omvatten geen geldvorderingen die uitsluitend voortvloeien uit commerciële contracten voor de verkoop van goederen of diensten door een natuurlijke of rechtspersoon op het grondgebied van een partij aan een natuurlijke of rechtspersoon op het grondgebied van de andere partij, of de financiering van dergelijke overeenkomsten, anders dan een lening als bedoeld in punt iii) of een daarmee verband houdend bevel, vonnis, of arbitrale uitspraak.; en

    • vi.

      intellectuele-eigendomsrechten8)Voor de toepassing van deze overeenkomst vallen onder intellectuele eigendomsrechten ten minste alle categorieën intellectuele eigendom die worden bedoeld in de punten 1 tot en met 7 van deel II van de TRIPs-overeenkomst, namelijk:a. auteursrecht en naburige rechten;b. handelsmerken;c. geografische aanduidingen;d. industriële ontwerpen;e. octrooi;f. ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen;g. bescherming van niet-openbaargemaakte informatie; enh. kwekersrechten. en goodwill;

    geïnvesteerd rendement wordt als investering beschouwd, mits dit de kenmerken van een investering heeft, en een eventuele wijziging van de vorm waarin activa worden geïnvesteerd of geherinvesteerd laat de kwalificatie daarvan als investering onverlet zolang de investering de kenmerken van een investering blijft behouden;

  • i.

    „investeerder uit een partij”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon uit een partij die een investering op het grondgebied van de andere partij heeft verricht;

  • j.

    „rendement”: alle bedragen verkregen uit of door investeringen of herinvesteringen, met inbegrip van winsten, dividenden, kapitaalwinsten, royalty's, rente, betalingen in verband met intellectuele-eigendomsrechten, betalingen in natura en alle andere wettelijke inkomsten;

  • k.

    wordt onder „maatregel” verstaan: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • l.

    „persoon”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;

  • m.

    „derde land”: een land of gebied buiten de reikwijdte van de territoriale toepassing van deze overeenkomst als omschreven in artikel 4.22 (Territoriale toepassing);

  • n.

    „EU-partij”: de Unie of haar lidstaten of de Unie en haar lidstaten binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zoals deze voortvloeien uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de explotatie van de Europese Unie;

  • o.

    „partij”: de EU-partij of Vietnam;

  • p.

    „intern”: met betrekking tot wetgeving, recht of wet- en regelgeving voor de Unie en haar lidstaten9)Voor alle duidelijkheid: de interne wet- en regelgeving van de lidstaten van de Unie omvat de wet- en regelgeving van de Unie., respectievelijk voor Vietnam: wetgeving, recht of wet- en regelgeving op centraal, regionaal of lokaal niveau; en

  • q.

    „onder deze overeenkomst vallende investering”: een investering van een investeerder uit een partij op het grondgebied van de andere partij, die bestaat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, of na die datum gedaan of verkregen, die is gedaan in overeenstemming met toepasselijke wet- en regelgeving van de andere partij.

HOOFDSTUK

2

BESCHERMING VAN INVESTERINGEN

Artikel

2.1

Toepassingsgebied

Artikel

2.2

Investeringen en regelgevingsmaatregelen en -doelstellingen

Artikel

2.3

Nationale behandeling

Artikel

2.4

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

2.5

Behandeling van investeringen

Artikel

2.6

Compensatie van verliezen

Artikel

2.7

Onteigening

Artikel

2.8

Overmaking

Elke partij staat toe dat alle overmakingen met betrekking tot onder deze overeenkomst vallende investeringen zonder beperking of vertraging worden verricht in vrij converteerbare valuta en tegen de op de datum van overmaking geldende marktwisselkoers. Die overmakingen omvatten:

  • a.

    kapitaalinbreng, zoals aanvangskapitaal en extra middelen voor het aanhouden, uitbreiden of verhogen van de investering;

  • b.

    winsten, dividenden, kapitaalwinsten en ander rendement, opbrengsten uit de verkoop van de investering of een deel daarvan, of opbrengsten uit de gedeeltelijke of gehele liquidatie van de investering;

  • c.

    uitkeringen van rente, royalty's, vergoedingen voor beheer en technische steun alsmede andere vormen van vergoedingen;

  • d.

    betalingen in het kader van een contract gesloten door de investeerder of door de onder deze overeenkomst vallende investering, met inbegrip van betalingen uit hoofde van een leningsovereenkomst;

  • e.

    inkomsten en andere bezoldigingen van uit het buitenland aangeworven personeel dat werkzaam is in verband met de investering;

  • f.

    betalingen op grond van artikel 2.6 (Compensatie van verliezen) en artikel 2.7 (Onteigening); en

  • g.

    betalingen van schadevergoeding uit hoofde van een uitspraak op grond van afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen) van hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting).

Artikel

2.9

Subrogatie

Indien een partij bij de overeenkomst, of een instantie van die partij, een betaling verricht uit hoofde van een schadevergoedingsverplichting, een garantie of een verzekeringsovereenkomst die zij is aangegaan met betrekking tot een investering die door een van haar investeerders is verricht op het grondgebied van de andere partij bij de overeenkomst, erkent die andere partij dat de eerstgenoemde partij of instantie ten aanzien van die investering in alle rechten treedt, dat alle desbetreffende rechten of titels op die partij of instantie overgaan en dat alle desbetreffende vorderingen aan die partij of instantie worden gecedeerd. De partij of de instantie mag het recht waarin zij is getreden of de vordering die aan haar is gecedeerd, op dezelfde wijze als het oorspronkelijke recht of de oorspronkelijke vordering van de investeerder geldend maken. Dergelijke rechten waarin de partij of een instantie van die partij is getreden, mogen met toestemming van de partij of de instantie ook door de investeerder geldend worden gemaakt.

HOOFDSTUK

3

GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING

A

BESLECHTING VAN GESCHILLEN TUSSEN PARTIJEN BIJ OVEREENKOMST

ONDERAFDELING

1

DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

3.1

Doelstelling

Het doel van deze afdeling is een doeltreffend en doelmatig mechanisme ter vermijding en beslechting van geschillen tussen de partijen over de interpretatie en toepassing van deze overeenkomst op te zetten, teneinde tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel

3.2

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing ten aanzien van de vermijding en beslechting van geschillen tussen de partijen over de interpretatie of de toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald.

ONDERAFDELING

2

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

3.3

Overleg

Artikel

3.4

Bemiddelingsmechanisme

De partijen kunnen te allen tijde overeenkomen om overeenkomstig bijlage 9 (Bemiddelingsmechanisme) aan een bemiddelingsprocedure deel te nemen met betrekking tot een maatregel die de investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.

ONDERAFDELING

3

PROCEDURES VOOR BESLECHTING VAN GESCHILLEN

Artikel

3.5

Inleiding van arbitrageprocedure

Artikel

3.6

Taakomschrijving van arbitragepanel

Tenzij de partijen binnen tien dagen na de datum van aanwijzing van de arbiters anders overeenkomen, luidt de taakomschrijving van het arbitragepanel als volgt:

„In het licht van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst waarop de partijen bij het geschil zich beroepen, de aangelegenheid onderzoeken waarnaar in het verzoek om instelling van het arbitragepanel op grond van artikel 3.5 (Inleiding van arbitrageprocedure) wordt verwezen, zich uitspreken over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met de in artikel 3.2 (Toepassingsgebied) genoemde relevante bepalingen en een verslag uitbrengen over de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen en de beweegredenen die aan de bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggen, overeenkomstig de artikelen 3.10 (Tussentijds verslag) en 3.11 (Eindverslag).”.

Artikel

3.7

Instelling van arbitragepanel

Artikel

3.8

Geschillenbeslechtingsprocedure van het arbitragepanel

Artikel

3.9

Voorlopige uitspraak inzake dringende aard

Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen tien dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht.

Artikel

3.10

Tussentijds verslag

Artikel

3.11

Eindverslag

Artikel

3.12

Naleving van het eindverslag

De partij waartegen de klacht gericht is, neemt de nodige maatregelen om het eindverslag onverwijld en te goeder trouw na te leven.

Artikel

3.13

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

3.14

Nieuw onderzoek van maatregelen tot naleving van eindverslag

Artikel

3.15

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

3.16

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen tegen niet-naleving

Artikel

3.17

Vervanging van arbiters

Indien tijdens de arbitrageprocedure het oorspronkelijke arbitragepanel of enkele van de leden ervan niet kunnen deelnemen, zich terugtrekken of moeten worden vervangen omdat de leden niet voldoen aan de vereisten van de gedragscode in bijlage 8 (Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars), is de procedure van artikel 3.7 (Instelling van arbitragepanel) van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de verslagen en uitspraken, naar gelang van het geval, wordt met 20 dagen verlengd.

Artikel

3.18

Opschorting en beëindiging van een arbitrageprocedure

Artikel

3.19

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder deze afdeling vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Comité, en in voorkomend geval de voorzitter van het arbitragepanel, gezamenlijk in kennis van een dergelijke oplossing. Indien ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van de partijen voor de oplossing goedkeuring vereist is, wordt in de kennisgeving naar dergelijke vereiste verwezen en wordt de geschillenbeslechtingsprocedure geschorst. Indien dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat van de voltooiing van die interne procedures is kennisgegeven, wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.

Artikel

3.20

Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, alle inlichtingen inwinnen die het voor de werkzaamheden van het arbitragepanel nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Voordat het deskundigen kiest, raadpleegt het arbitragepanel de partijen. Alle in het kader van dit artikel verkregen informatie moet worden bekendgemaakt en voorgelegd aan de partijen voor commentaar binnen het tijdschema dat is vastgesteld door het arbitragepanel.

Artikel

3.21

Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de in artikel 3.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke zijn neergelegd in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, gedaan te Wenen op 23 mei 1969 (hierna het „Verdrag van Wenen” genoemd). Het arbitragepanel houdt ook rekening met relevante interpretaties in verslagen van panels en van de Beroepsinstantie die zijn aangenomen door het Orgaan voor Geschillenbeslechting in bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst. De verslagen en uitspraken van het arbitragepanel verruimen of beperken de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van deze overeenkomst niet.

Artikel

3.22

Besluiten en uitspraken van arbitragepanel

ONDERAFDELING

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

3.23

Lijst van arbiters

Artikel

3.24

Forumkeuze

Artikel

3.25

Termijnen

Artikel

3.26

Toetsing en wijziging

Het Comité kan de bijlagen 7 (Reglement van orde), 8 (Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars) en 9 (Bemiddelingsmechanisme) evalueren en besluiten deze te wijzigen.

AFDELING

B

BESLECHTING VAN GESCHILLEN TUSSEN INVESTEERDERS EN PARTIJEN BIJ OVEREENKOMST

ONDERAFDELING

1

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel

3.27

Toepassingsgebied

Artikel

3.28

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt, tenzij anders aangegeven, verstaan onder:

  • a.

    „procedure”: procedure voor het Gerecht of de Beroepsinstantie krachtens deze afdeling;

  • b.

    „partijen bij het geschil”: de eiser en de verweerder;

  • c.

    „eiser uit een partij”:

    • i.

      een investeerder uit een partij bij de overeenkomst als bedoeld in artikel 2.1 (Toepassingsgebied), alinea 1, onder b), die namens zichzelf handelt; of

    • ii.

      een investeerder uit een partij als bedoeld in artikel 2.1 (Toepassingsgebied), alinea 1, onder b), die optreedt namens een plaatselijk gevestigde onderneming in eigendom of onder de zeggenschap van die investeerder; voor alle duidelijkheid: een vordering uit hoofde van deze alinea wordt geacht betrekking te hebben op een geschil tussen een verdragsluitende staat en een onderdaan van een andere verdragsluitende staat voor de toepassing van verdragartikel 25, lid 1, van het Icsid-Verdrag;

  • d.

    Icsid-Verdrag”: het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, gedaan te Washington op 18 maart 1965;

  • e.

    „betrokken partij”: Vietnam wanneer de verweerder de Unie of een lidstaat van de Unie is, of de Unie, wanneer Vietnam de verweerder is;

  • f.

    „verweerder”: hetzij Vietnam, hetzij, in het geval van de EU-partij, de Unie of de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 3.32 (Bericht van voornemen tot instelling van vordering);

  • g.

    „plaatselijk gevestigde onderneming”: een rechtspersoon die gevestigd is op het grondgebied van een partij en die eigendom is en onder zeggenschap staat van een investeerder uit de andere partij;

  • h.

    Verdrag van New York van 1958”: het Verdrag van de Verenigde Naties over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, gedaan te New York op 10 juni 1958;

  • i.

    „financiering door derden”: een financiering door een natuurlijke of rechtspersoon die geen partij bij het geschil is maar die een overeenkomst sluit met een partij bij het geschil met het oog op de financiering van alle of een deel van de procedurekosten, in ruil voor een beloning die afhankelijk is van de uitslag van het geschil, of een financiering die wordt verschaft door een natuurlijke of rechtspersoon die geen partij bij het geschil is, in de vorm van een verstrekking van een donatie of financiële steun;

  • j.

    „Uncitral”: de Commissie van de Verenigde Naties voor internationaal handelsrecht; en

  • k.

    „Uncitral-transparantievoorschriften”: de voorschriften van Uncitral over transparantie van op een verdrag gebaseerde arbitrage tussen investeerders en staten.

ONDERAFDELING

2

ALTERNATIEVE GESCHILLENBESLECHTING EN OVERLEG

Artikel

3.29

Minnelijke schikking

Alle geschillen worden voor zover mogelijk in der minne geschikt door middel van onderhandelingen of bemiddeling en, indien mogelijk, vóór de indiening van een verzoek om overleg overeenkomstig artikel 3.30 (Overleg). Deze schikking kan te allen tijde worden overeengekomen, ook na de aanvang van een procedure uit hoofde van deze afdeling.

Artikel

3.30

Overleg

Artikel

3.31

Bemiddeling

ONDERAFDELING

3

INSTELLING VAN VORDERING EN VOORWAARDEN

Artikel

3.32

Bericht van voornemen tot instelling van vordering

Artikel

3.33

Instelling van vordering

Artikel

3.34

Andere vorderingen

Artikel

3.35

Procedurele en andere vereisten voor instelling van vordering

Artikel

3.36

Instemming

Artikel

3.37

Financiering door derden

ONDERAFDELING

4

STELSEL VAN INVESTERINGSGERECHTEN

Artikel

3.38

Gerecht

Artikel

3.39

Beroepsinstantie

Artikel

3.40

Gedragscode

Artikel

3.41

Multilateraal geschillenbeslechtingsmechanisme

De partijen bij de overeenkomst openen onderhandelingen over een internationale overeenkomst die voorziet in een multilateraal investeringsgerecht in combinatie met of los van een multilaterale beroepsmogelijkheid voor de beslechting van geschillen in het kader van deze overeenkomst. De partijen bij de overeenkomst kunnen bijgevolg overeenkomen bepaalde delen van deze afdeling niet toe te passen. Het Comité kan een besluit tot precisering van eventueel noodzakelijke overgangsregelingen vaststellen.

ONDERAFDELING

5

VERLOOP VAN PROCEDURE

Artikel

3.42

Toepasselijk recht en regels voor uitlegging

Artikel

3.43

Omzeilingsclausule

Voor alle duidelijkheid: het Gerecht verklaart zich onbevoegd wanneer het geschil is gerezen, of met hoge mate van waarschijnlijkheid voorzienbaar was, op het tijdstip waarop de eiser de eigendom van of de zeggenschap over de in geschil zijnde investering verkreeg, en het Gerecht op basis van de feiten van het geval vaststelt dat de eiser de eigendom van of de zeggenschap over de investering heeft verkregen met als hoofddoel overeenkomstig deze afdeling een vordering in te stellen. De mogelijkheid om zich in dergelijke omstandigheden onbevoegd te verklaren laat eventuele andere voor het Gerecht opgeworpen excepties ten aanzien van de bevoegdheid onverlet.

Artikel

3.44

Preliminaire excepties

Artikel

3.45

Rechtens ongegronde vorderingen

Artikel

3.46

Transparantie van procedure

Artikel

3.47

Voorlopige besluiten

Het Gerecht kan voorlopige beschermingsmaatregelen gelasten met het doel de rechten van een partij bij het geschil te beschermen of de volledige uitoefening van zijn eigen bevoegdheid te verzekeren, met inbegrip van een bevel tot bescherming van bewijsmateriaal dat zich in het bezit of in de macht van een partij bij het geschil bevindt of tot bescherming van zijn eigen bevoegdheid. Het Gerecht kan noch de inbeslagneming van vermogensbestanddelen gelasten, noch de toepassing beletten van de behandeling waarvan wordt gesteld dat zij een schending vormt. Voor de toepassing van dit lid omvat een bevel ook een aanbeveling.

Artikel

3.48

Zekerheidstelling voor kosten

Artikel

3.49

Afstand van instantie

Wanneer de eiser, na de instelling van een vordering krachtens deze afdeling, gedurende honderdtachtig opeenvolgende dagen of gedurende een door de partijen bij het geschil overeengekomen periode geen procedurele maatregelen heeft genomen, wordt hij geacht zijn vordering te hebben ingetrokken en afstand van instantie te hebben gedaan. Op verzoek van de verweerder en na kennisgeving aan de partijen bij het geschil neemt het Gerecht middels een beschikking akte van de afstand van instantie en beslist het over de kosten. Nadat een dergelijke beschikking is gegeven, is het Gerecht niet langer bevoegd. De eiser kan vervolgens geen vordering betreffende dezelfde aangelegenheid instellen.

Artikel

3.50

Procestaal

Artikel

3.51

Niet bij geschil betrokken partij bij overeenkomst

Artikel

3.52

Deskundigenverslagen

Het Gerecht kan, op verzoek van een partij bij het geschil of, na overleg met de partijen bij het geschil, op eigen initiatief, een of meer deskundigen aanwijzen die aan hem schriftelijk verslag uitbrengen over alle feitelijke kwesties betreffende milieu, gezondheid of veiligheid of over andere kwesties die door een partij bij het geschil in de loop van de procedure aan de orde worden gesteld.

Artikel

3.53

Voorlopige uitspraak

Artikel

3.54

Procedure in hoger beroep

Artikel

3.55

Definitieve uitspraak

Artikel

3.56

Schadevergoeding of andere vorm van schadeloosstelling

Het Gerecht mag niet bij wijze van geldig verweer, tegenvordering, vordering tot verrekening of soortgelijke vordering aanvaarden dat de investeerder met betrekking tot de volledige of een deel van de schadeloosstelling die in een in het kader van deze afdeling voorgelegd geschil wordt gevorderd, uit hoofde van een verzekerings- of borgstellingsovereenkomst een schadevergoeding of andere vorm van schadeloosstelling heeft of zal ontvangen.

Artikel

3.57

Tenuitvoerlegging van definitieve uitspraken

Artikel

3.58

Rol van partijen

Artikel

3.59

Voeging

HOOFDSTUK

4

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

4.1

Comité

Artikel

4.2

Besluitvorming van het Comité

Artikel

4.3

Wijzigingen

Artikel

4.4

Belastingen

Artikel

4.5

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

4.6

Algemene uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden of een verkapte beperking van een onder de overeenkomst vallende investering vormen, mag niets in artikel 2.3 (Nationale behandeling) en artikel 2.4 (Meestbegunstigingsbehandeling) zodanig worden uitgelegd dat het een beletsel vormt voor de instelling of handhaving door een partij van maatregelen die:

  • a.

    noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde;

  • b.

    noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

  • c.

    betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen met beperkingen voor interne investeerders of met beperkingen van het interne aanbod of verbruik van diensten gepaard gaan;

  • d.

    noodzakelijk zijn ter bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

  • e.

    noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wet- of regelgeving die niet strijdig is met artikel 2.3 (Nationale behandeling) en artikel 2.4 (Meestbegunstigingsbehandeling), met inbegrip van die welke betrekking heeft op:

    • i.

      het voorkomen van misleidende en frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;

    • ii.

      het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van personen met betrekking tot de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en het beschermen van het vertrouwelijke karakter van individuele dossiers en rekeningen; of

    • iii.

      de veiligheid;

    of

  • f.

    strijdig zijn met artikel 2.3 (Nationale behandeling), lid 1, mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten of investeerders uit de andere partij31)Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op billijke of doeltreffende wijze te kunnen opleggen of innen, omvatten maatregelen die een partij op grond van haar belastingstelsel neemt en die:i. van toepassing zijn op niet-ingezeten investeerders en dienstverleners, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die hun oorsprong vinden of geschieden op het grondgebied van de partij;ii. van toepassing zijn op niet-ingezetenen om ervoor te zorgen dat belastingen op het grondgebied van de partij kunnen worden opgelegd of geïnd;iii. van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, handhavingsmaatregelen daaronder begrepen;iv. van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van de andere partij worden verleend, om ervoor te zorgen dat door die gebruikers verschuldigde belastingen die hun bron op het grondgebied van de partij hebben, kunnen worden opgelegd of geïnd;v. een onderscheid maken tussen investeerders en dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten, en andere investeerders en dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de heffingsgrondslag tussen hen; ofvi. inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van de partij te behouden.De belastingvoorwaarden of -concepten onder f) en in deze voetnoot worden vastgesteld volgens de belastingdefinities en -concepten dan wel gelijkwaardige of soortgelijke definities en concepten van de interne wet- en regelgeving van de partij die de maatregel neemt..

Artikel

4.7

Specifieke uitzonderingen

Hoofdstuk 2 (Bescherming van investeringen) geldt niet voor niet-discriminerende maatregelen van algemene strekking die worden genomen door een overheidsinstantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid. Het onderhavige artikel doet geen afbreuk aan de verplichtingen van een partij uit hoofde van artikel 2.8 (Overmaking).

Artikel

4.8

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Niets in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat:

  • a.

    een partij verplicht wordt informatie te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;

  • b.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen en die

    • i.

      verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig dan wel met de handel in andere goederen en materialen en economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;

    • ii.

      verband houden met de verlening van diensten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;

    • iii.

      betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op stoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd; of

    • iv.

      in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen;

    of

  • c.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid ingevolge haar verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties, gedaan te San Francisco op 26 juni 1945.

Artikel

4.9

Toepassing van wet- en regelgeving

Artikel 2.8 (Overmaking) mag niet zodanig worden uitgelegd dat het voor een partij een beletsel vormt om op billijke en niet-discriminerende wijze, zonder dat dit een verkapte beperking van investeringen zou vormen, toepassing te geven aan haar wet- en regelgeving betreffende:

  • a.

    faillissement, insolventie, herstel en afwikkeling van banken, crediteurenbescherming of prudentieel toezicht op financiële instellingen;

  • b.

    de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van financiële instrumenten;

  • c.

    de financiële verslaglegging of registratie van overmakingen, wanneer dat noodzakelijk is ter ondersteuning van de met de rechtshandhaving of financiële regelgeving belaste instanties;

  • d.

    overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken;

  • e.

    het waarborgen van de naleving van uitspraken van rechterlijke of soortgelijke instanties; of

  • f.

    socialezekerheidsregelingen, wettelijke pensioenregelingen of verplichte spaarregelingen.

Artikel

4.10

Tijdelijke vrijwaringsmaatregelen

In uitzonderlijke omstandigheden bij ernstige moeilijkheden, of dreigende ernstige moeilijkheden, voor de werking van de economische en monetaire unie van de Unie of, in het geval van Vietnam, voor het monetaire beleid en het wisselkoersbeleid, kan de betrokken partij voor een periode van ten hoogste één jaar strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen nemen met betrekking tot overmakingen.

Artikel

4.11

Beperkingen in geval van moeilijkheden met betrekking tot betalingsbalans of buitenlandse financiële positie

Artikel

4.12

Openbaarmaking van informatie

Artikel

4.13

Inwerkingtreding

Artikel

4.14

Looptijd

Artikel

4.15

Opzegging

Ingeval deze overeenkomst wordt opgezegd overeenkomstig artikel 4.14 (Looptijd), blijven de bepalingen van hoofdstuk 1 (Doelstellingen en algemene definities), artikel 2.1 (Toepassingsgebied), artikel 2.2 (Investeringen en regelgevingsmaatregelen en -doelstellingen) en artikel 2.5 (Behandeling van investeringen) tot en met artikel 2.9 (Subrogatie), de relevante bepalingen van hoofdstuk 4 en de bepalingen van hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst) ten aanzien van investeringen die vóór de datum van opzegging van deze overeenkomst zijn verricht, van kracht gedurende een periode van vijftien jaar te rekenen vanaf de datum van opzegging, tenzij de partijen anders overeenkomen. Het onderhavige artikel is niet van toepassing wanneer de voorlopige toepassing van deze overeenkomst wordt beëindigd en deze overeenkomst niet in werking treedt.

Artikel

4.16

Voldoen aan verplichtingen

Artikel

4.17

Personen die gedelegeerde overheidsbevoegdheid uitoefenen

Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, draagt elke partij er zorg voor dat alle personen, daaronder begrepen overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend of aangewezen monopolies, waaraan zij overeenkomstig haar interne wetgeving om het even op welk overheidsniveau regelgevende, administratieve dan wel andere overheidsbevoegdheid heeft gedelegeerd, bij de uitoefening van die bevoegdheid in overeenstemming met de verplichtingen van de partij uit hoofde van deze overeenkomst handelen.

Artikel

4.18

Geen rechtstreekse werking

Niets in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend door of daarmee verplichtingen worden opgelegd aan personen, anders dan die welke de partijen krachtens internationaal publiekrecht tussen hen hebben vastgesteld. Vietnam kan op grond van zijn interne recht anders bepalen.

Artikel

4.19

Bijlagen

De bijlagen bij deze overeenkomst maken integrerend deel hiervan uit.

Artikel

4.20

Verhouding tot andere overeenkomsten

Artikel

4.21

Toekomstige toetredingen tot de Unie

Artikel

4.22

Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is van toepassing:

  • a.

    wat de EU-partij betreft, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden; en

  • b.

    wat Vietnam betreft, op zijn grondgebied.

Verwijzingen naar „grondgebied” in deze overeenkomst worden begrepen overeenkomstig alinea’s a) en b), tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel

4.23

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Vietnamese taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Hanoi, dertig juni tweeduizend negentien

Bijlage

1

Bevoegde autoriteiten

In het geval van de EU-partij zijn de autoriteiten die bevoegd zijn om de in artikel 2.2 (Investeringen en regelgevingsmaatregelen en -doelstellingen), lid 4, bedoelde maatregelen te gelasten de Europese Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie of, wanneer het recht van de Unie inzake staatssteun wordt toegepast, een overheid, autoriteit of rechterlijke instantie van een lidstaat. In het geval van Vietnam zijn de autoriteiten die bevoegd zijn om de in artikel 2.2 (Investeringen en regelgevingsmaatregelen en -doelstellingen), lid 4, bedoelde maatregelen te gelasten de regering van Vietnam of de premier van Vietnam, een overheid, autoriteit of rechterlijke instantie.

Bijlage

2

Vrijstelling inzake nationale behandeling voor Vietnam

  • 1.

    In de volgende sectoren, subsectoren of activiteiten mag Vietnam maatregelen met betrekking tot de werking van een onder de overeenkomst vallende investering vaststellen of handhaven die niet stroken met artikel 2.3 (Nationale behandeling), mits die maatregelen niet in strijd zijn met de verbintenissen in bijlage 8-B (Lijst van specifieke verbintenissen van Vietnam) bij de vrijhandelsovereenkomst:

    • a.

      kranten en persbureaus, drukkerijen, uitgeverijen, radio- en televisieomroepen, ongeacht in welke vorm;

    • b.

      productie en distributie van culturele producten, inclusief video-opnamen;

    • c.

      productie, distributie en vertoning van televisieprogramma's en bioscoopfilms;

    • d.

      opsporing en beveiliging;

    • e.

      landmeetkunde en cartografie;

    • f.

      diensten inzake lager en middelbaar onderwijs;

    • g.

      exploratie, prospectie en exploitatie van olie en aardgas, mineralen en natuurlijke hulpbronnen;

    • h.

      hydro-elektriciteit en kernenergie; transmissie of distributie van elektriciteit;

    • i.

      cabotagediensten;

    • j.

      visserij en aquacultuur;

    • k.

      bosbouw en jacht;

    • l.

      loterijen, weddenschappen en kansspelen;

    • m.

      diensten inzake gerechtelijk bestuur, met inbegrip van maar niet beperkt tot diensten met betrekking tot nationaliteit;

    • n.

      civielrechtelijke handhaving;

    • o.

      productie van militair materieel of uitrusting;

    • p.

      exploitatie en beheer van rivierhavens, zeehavens en luchthavens; en

    • q.

      subsidies.

  • 2.

    Indien Vietnam na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een dergelijke maatregel vaststelt of handhaaft, mag het van een investeerder uit de EU-partij op grond van zijn nationaliteit niet eisen dat hij een ten tijde van de inwerkingtreding van een dergelijke maatregel bestaande investering verkoopt of anderszins afstoot.

Bijlage

3

Overeenstemming over behandeling van investeringen

De partijen bevestigen hun gedeelde opvatting over de toepassing van artikel 2.5 (Behandeling van investeringen), lid 6:

  • 1.

    Onverminderd de voorwaarde van artikel 2.5 (Behandeling van investeringen), lid 6, onder a), kan een investeerder uit een partij die een binnen het toepassingsgebied van hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), vallend geschil heeft met de partij waarmee hij een schriftelijke overeenkomst is aangegaan die is gesloten en van kracht is geworden vóór de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, zich overeenkomstig de procedures en voorwaarden in deze bijlage beroepen op artikel 2.5 (Behandeling van investeringen), lid 6.

  • 2.

    Schriftelijke overeenkomsten die zijn gesloten en van kracht zijn geworden vóór de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst en die voldoen aan de in dit lid gestelde voorwaarden, kunnen binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden aangemeld. Dergelijke schriftelijke overeenkomsten:

    • a.

      voldoen aan alle voorwaarden van artikel 2.5 (Behandeling van investeringen), lid 6, onder b) tot en met d); en

    • b.

      zijn gesloten tussen

      • i.

        Vietnam en investeerders uit de in punt 8 van deze bijlage bedoelde lidstaten van de Unie of hun onder de overeenkomst vallende investeringen; of

      • ii.

        een van de in punt 8 van deze bijlage bedoelde lidstaten van de Unie en investeerders uit Vietnam of hun onder de overeenkomst vallende investeringen.

  • 3.

    De procedure voor de aanmelding van de in punt 1 bedoelde schriftelijke overeenkomsten verloopt als volgt:

    • a.

      de aanmelding omvat:

      • i.

        de naam, de nationaliteit en het adres van de investeerder die partij is bij de schriftelijke overeenkomst die wordt aangemeld, de aard van de onder de overeenkomst vallende investering van die investeerder en, indien de schriftelijke overeenkomst wordt gesloten door de onder de overeenkomst vallende investering van die investeerder, de naam, het adres en de plaats van oprichting van de investering; en

      • ii.

        een kopie van de schriftelijke overeenkomst, met inbegrip van al haar instrumenten;

      en

    • b.

      de schriftelijke overeenkomsten worden schriftelijk aangemeld bij de volgende bevoegde autoriteit:

      • i.

        in het geval van Vietnam, het Ministerie van Planning en Investeringen; en

      • ii.

        in het geval van de EU-partij, de Europese Commissie.

  • 4.

    De in de punten 2 en 3 bedoelde aanmelding creëert geen materiële rechten voor de investeerder die partij is bij die aangemelde schriftelijke overeenkomst of zijn investering.

  • 5.

    De in punt 3, onder b), bedoelde bevoegde autoriteiten stellen een lijst op van de schriftelijke overeenkomsten die overeenkomstig de punten 2 en 3 zijn aangemeld.

  • 6.

    Indien in verband met één van de aangemelde schriftelijke overeenkomsten een geschil ontstaat, onderzoekt de relevante bevoegde autoriteit of de overeenkomst voldoet aan alle voorwaarden van artikel 2.5 (Behandeling van investeringen), lid 6, onder b) tot en met d), en de in deze bijlage omschreven procedures.

  • 7.

    Een investeerder kan niet stellen dat artikel 2.5 (Behandeling van investeringen), lid 6, van toepassing is op de schriftelijke overeenkomst als het onderzoek overeenkomstig punt 6 van deze bijlage uitwijst dat niet aan de in dat punt bedoelde eisen is voldaan.

  • 8.

    De in punt 2, onder b), van deze bijlage bedoelde lidstaten van de Unie zijn Duitsland, Spanje, Nederland, Oostenrijk, Roemenië en het Verenigd Koninkrijk.

Bijlage

4

Overeenstemming over onteigening

De partijen overeenkomst bevestigen hun gedeelde opvatting over onteigening:

  • 1.

    Onteigening als bedoeld in artikel 2.7 (Onteigening), lid 1, kan rechtstreeks of onrechtstreeks zijn:

    • a.

      er is sprake van rechtstreekse onteigening wanneer een investering wordt genationaliseerd of anderszins rechtstreeks wordt onteigend door formele overdracht van het eigendomsrecht of directe inbeslagneming; en

    • b.

      er is sprake van onrechtstreekse onteigening wanneer de uitwerking van een maatregel of een reeks maatregelen van een partij gelijkwaardig is aan die van rechtstreekse onteigening, in die zin dat zij voor de investeerder een wezenlijke aantasting inhoudt van de fundamentele attributen van het eigendomsrecht met betrekking tot de investering, met inbegrip van het recht van gebruik, van genot en van beschikking, zonder formele overdracht van het eigendomsrecht of directe inbeslagneming.

  • 2.

    Om vast te stellen of een maatregel of reeks maatregelen van een partij in een specifieke feitensituatie onrechtstreekse onteigening inhoudt, is een onderzoek per geval en op basis van feiten vereist, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met:

    • a.

      de economische gevolgen van de maatregel of van de reeks maatregelen, evenwel met dien verstande dat er geen sprake kan zijn van onrechtstreekse onteigening louter doordat een maatregel of een reeks maatregelen van een partij negatieve gevolgen heeft voor de economische waarde van een investering;

    • b.

      de duur van de maatregel of reeks maatregelen of van de gevolgen daarvan; en

    • c.

      de aard van de maatregel of de reeks maatregelen, met name het voorwerp, de context en het doel ervan.

  • 3.

    Niet-discriminerende maatregelen of reeksen maatregelen van een partij die bescherming van legitieme doelstellingen van overheidsbeleid beogen, leveren geen onrechtstreekse onteigening op, behoudens in de uitzonderlijke gevallen waarin de gevolgen van een dergelijke maatregel of reeks maatregelen in het licht van het doel ervan zo ernstig zijn dat zij kennelijk buitensporig zijn.

Bijlage

5

Overheidsschuld

  • 1.

    Er mag geen verzoek worden ingediend op grond dat de herstructurering van de schulden van een partij in strijd is met een verplichting uit hoofde van hoofdstuk 2 (Bescherming van investeringen), en evenmin mag een reeds ingediend verzoek verder in behandeling worden genomen in het kader van hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), wanneer de herstructurering op het tijdstip van indiening van het verzoek een overeengekomen herstructurering is dan wel na het tijdstip van indiening van het verzoek een overeengekomen herstructurering wordt, met uitzondering van een verzoek op grond dat de herstructurering in strijd is met artikel 2.3 (Nationale behandeling) of artikel 2.4 (Meestbegunstigingsbehandeling).

  • 2.

    Onverminderd hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen), artikel 3.33 (Instelling van vordering), en onder voorbehoud van punt 1 van deze bijlage, mag een investeerder geen vordering ingevolge hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), instellen volgens hetwelk een herstructurering van de schulden van een partij bij de overeenkomst artikel 2.3 (Nationale behandeling) of artikel 2.4 (Meestbegunstigingsbehandeling)1)Voor alle duidelijkheid: een schending van artikel 2.3 (Nationale behandeling) of artikel 2.4 (Meestbegunstigingsbehandeling) kan niet uitsluitend bestaan uit een verschillende behandeling door een partij van bepaalde categorieën investeerders of investeringen op grond van onderscheiden macro-economische gevolgen, bijvoorbeeld om systeemrisico's of overloopeffecten te voorkomen, of op grond van de mogelijkheid om voor schuldherstructurering in aanmerking te komen. of een verplichting uit hoofde van hoofdstuk 2 (Bescherming van investeringen) schendt, tenzij 270 dagen zijn verstreken na de datum van indiening door de verzoeker van het schriftelijk verzoek om overleg overeenkomstig artikel 3.30 (Overleg).

  • 3.

    Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

    • a.

      „overeengekomen herstructurering”: de herstructurering of reorganisatie van de schulden van een partij die heeft plaatsgevonden door

      • i.

        een wijziging of aanpassing van schuldinstrumenten overeenkomstig de voorwaarden ervan, met inbegrip van de daarop toepasselijke wetgeving; of

      • ii.

        een schuldenruil of een andere, soortgelijke procedure waarin de houders van niet minder dan 66 procent van de totale hoofdsom van de uitstaande schulden die worden geherstructureerd, met uitzondering van schulden die worden aangehouden door die partij of door entiteiten waarvan zij eigenaar is of die onder haar zeggenschap staan, hebben ingestemd met een dergelijke schuldenruil of andere procedure;

      en

    • b.

      op een schuldinstrument „toepasselijke wetgeving”: het wet- en regelgevingskader van een land dat op dat schuldinstrument van toepassing is.

  • 4.

    Voor alle duidelijkheid: de „schulden van een partij” omvatten in het geval van de EU-partij de schulden van een overheid van een lidstaat van de Unie of van een centrale, regionale of lokale overheidsinstantie in een lidstaat van de Unie.

Bijlage

6

Lijst van investeringsbeschermingsovereenkomsten

1

Overeenkomst tussen de Socialistische Republiek Vietnam en de Republiek Oostenrijk inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 27 maart 1995.

Artikel 11, lid 3

2

Overeenkomst tussen de Belgische-Luxemburgse Economische Unie en de Socialistische Republiek Vietnam inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 24 januari 1991.

Artikel 14, lid 2

3

Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Bulgarije en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 19 september 1996.

Artikel 13, lid 2

4

Overeenkomst tussen de regering van de Tsjechische Republiek en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 25 november 1997, zoals gewijzigd op 21 maart 2008.

Artikel 10, lid 3

5

Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk Denemarken en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 25 augustus 1993.

Artikel 16, lid 2

6

Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Estland en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 24 september 2009, gewijzigd op 3 januari 2011.

Artikel 16, lid 3

7

Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Finland en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 21 februari 2008.

Artikel 16, lid 4

8

Overeenkomst tussen de regering van de Franse Republiek en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 26 mei 1992.

Artikel 12

9

Overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 3 april 1993.

Artikel 13, lid 3

10

Overeenkomst tussen de regering van de Helleense Republiek en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 13 oktober 2008.

Artikel 13, lid 3

11

Overeenkomst tussen de Republiek Hongarije en de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 26 augustus 1994.

Artikel 12, lid 3

12

Overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek en de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 18 mei 1990.

Artikel 14, lid 2

13

Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Letland en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 6 november 1995.

Artikel 13, lid 4

14

Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Litouwen en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 27 september 1995.

Artikel 13, lid 4

15

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 10 maart 1994.

Artikel 14, lid 3

16

Overeenkomst tussen de Republiek Polen en de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 31 augustus 1994.

Artikel 12, lid 3

17

Overeenkomst tussen de regering van Roemenië en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 1 september 1994.

Artikel 11, lid 2

18

Overeenkomst tussen de regering van de Slowaakse Republiek en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 17 december 2009.

Artikel 14, lid 4

19

Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk Zweden en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 8 september 1993.

Artikel 11, lid 3

20

Overeenkomst tussen het Koninkrijk Spanje en de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, ondertekend op 20 februari 2006.

Artikel 13, lid 3

21

Overeenkomst tussen de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de regering van de Socialistische Republiek Vietnam inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 1 augustus 2002.

Artikel 14

Bijlage

7

Reglement van orde

Algemene bepalingen

Kennisgevingen

Aanvang van arbitrage

Schriftelijke opmerkingen

Werkwijze van arbitragepanels

Vervanging

Hoorzittingen

Schriftelijke vragen

Vertrouwelijkheid

Eenzijdige contacten

Bijdragen van amici curiae

Dringende gevallen

Vertaling en vertolking

Andere procedures

Bijlage

8

Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars

Definities

Verantwoordelijkheden

Openbaarmakingsplicht

Taken van arbiters

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van arbiters

Verplichtingen van voormalige arbiters

Vertrouwelijkheid

Kosten

Bemiddelaars

Bijlage

9

Bemiddelingsmechanisme

Artikel

1

Doelstelling

Deze bijlage heeft tot doel te bevorderen dat door middel van de in artikel 3.4 (Bemiddelingsmechanisme) bedoelde alomvattende en snelle procedure en met behulp van een bemiddelaar onderling overeengekomen oplossingen worden bereikt.

AFDELING

A

BEMIDDELINGSPROCEDURE

Artikel

2

Verzoek om informatie

Artikel

3

Inleiding van bemiddelingsprocedure

Artikel

4

Keuze van bemiddelaar

Artikel

5

Regels voor bemiddelingsprocedure

AFDELING

B

TENUITVOERLEGGING

Artikel

6

Tenuitvoerlegging van onderling overeengekomen oplossing

AFDELING

C

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

7

Vertrouwelijkheid en verhouding tot geschillenbeslechting

Artikel

8

Termijnen

Alle in deze bijlage vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden gewijzigd.

Artikel

9

Kosten

Bijlage

10

Bemiddelingsmechanisme voor beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen

Artikel

1

Doelstelling

Het bemiddelingsmechanisme heeft tot doel te bevorderen dat door middel van een in artikel 3.31 (Bemiddeling) bedoelde alomvattende en snelle procedure en met behulp van een bemiddelaar een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt.

AFDELING

A

PROCEDURE IN KADER VAN BEMIDDELINGSMECHANISME

Artikel

2

Inleiding van procedure

Artikel

3

Keuze van bemiddelaar

Artikel

4

Regels voor bemiddelingsprocedure

AFDELING

B

TENUITVOERLEGGING

Artikel

5

Tenuitvoerlegging van onderling overeengekomen oplossing

AFDELING

C

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

6

Verhouding tot geschillenbeslechting

Artikel

7

Termijnen

Alle in deze bijlage vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen bij het geschil worden gewijzigd.

Artikel

8

Kosten

Bijlage

11

Gedragscode voor leden van gerecht, leden van beroepsinstantie en bemiddelaars

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van deze gedragscode wordt verstaan onder:

  • a.

    „lid”: een lid van het op grond van afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen) ingestelde Gerecht of een lid van de op grond van die afdeling ingestelde Beroepsinstantie;

  • b.

    „bemiddelaar”: een persoon die een bemiddelingsprocedure overeenkomstig artikel 3.31 (Bemiddeling) en bijlage 10 (Bemiddelingsmechanisme voor geschillen tussen investeerders en partijen) leidt;

  • c.

    „kandidaat”: een persoon wiens aanwijzing als lid van het Gerecht of van de Beroepsinstantie wordt overwogen;

  • d.

    „assistent”: een persoon die binnen het kader van het mandaat van een lid dat lid bijstaat bij zijn onderzoek of hem ondersteunt bij zijn taken;

  • e.

    „personeel”: met betrekking tot een lid, andere personen dan assistenten die onder zijn leiding en toezicht werkzaam zijn.

Artikel

2

Verantwoordelijkheden in kader van procedure

Kandidaten en leden vermijden laakbaar gedrag en de schijn van laakbaar gedrag, zijn onafhankelijk en onpartijdig, en vermijden directe en indirecte belangenconflicten.

Artikel

3

Openbaarmakingsplicht

Artikel

4

Taken van leden

Artikel

5

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van leden

Artikel

6

Verplichtingen van voormalige leden

Artikel

7

Vertrouwelijkheid

Artikel

8

Kosten

De leden houden de aan de procedure bestede tijd en de hiervoor gedane uitgaven bij en leggen hiervan een eindafrekening over.

Artikel

9

Bemiddelaars

De in deze gedragscode beschreven voorschriften voor leden of voormalige leden zijn mutatis mutandis van toepassing op bemiddelaars.

Artikel

10

Raadgevend Panel

Bijlage

12

Samenloop van procedures

  • 1.

    Onverminderd artikel 3.34 (Andere vorderingen), lid 1, mag een investeerder van de EU-partij bij het Gerecht niet overeenkomstig hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), een vordering instellen volgens welke Vietnam inbreuk heeft gemaakt op een in artikel 2.1 (Toepassingsgebied) bedoelde bepaling, indien de investeerder een vordering op grond van schending van diezelfde in artikel 2.1 (Toepassingsgebied) bedoelde bepaling heeft ingesteld bij een rechter of een administratief gerecht van Vietnam of in een internationale arbitrage1)Dat een investeerder met betrekking tot een van zijn investeringen bij een rechter of een administratief gerecht van Vietnam of in een internationale arbitrage een vordering heeft ingesteld volgens welke Vietnam inbreuk heeft gemaakt op een bepaling van hoofdstuk 2, belet hem niet om overeenkomstig hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst) bij het Gerecht een vordering op grond van schending van diezelfde bepaling in te stellen met betrekking tot zijn andere investeringen wanneer die andere investeringen zouden worden getroffen door dezelfde maatregel..

  • 2.

    Onverminderd artikel 3.34 (Andere vorderingen), leden 2 en 3, mag een investeerder van de EU-partij, indien Vietnam verweerder is, bij het Gerecht niet overeenkomstig hoofdstuk 3 (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen), een vordering instelling volgens welke een maatregel niet in overeenstemming is met de bepalingen van hoofdstuk 2 indien enige persoon die al dan niet rechtstreeks zeggenschap uitoefent over of die al dan niet rechtstreeks onder zeggenschap staat van die investeerder (hierna „gelieerde persoon” genoemd) bij het Gerecht of enige andere nationale of internationale rechterlijke instantie een vordering heeft ingesteld op grond van schending van dezelfde bepalingen, met betrekking tot dezelfde investering en:

    • a.

      de vordering van die gelieerde persoon heeft geleid tot een uitspraak, vonnis, beslissing of andere regeling; of

    • b.

      de vordering van die gelieerde persoon aanhangig is en die persoon die aanhangige vordering niet heeft ingetrokken.

  • 3.

    Voor vorderingen die niet binnen het toepassingsgebied van punt 1 of2 van deze bijlage vallen, geldt artikel 3.34 (Andere vorderingen).

Bijlage

13

Procedureregels van de beroepsinstantie

  • 1.

    De overeenkomstig artikel 3.39 (Beroepsinstantie), lid 10, vastgestelde procedureregels voor de Beroepsinstantie omvatten en behandelen onder meer:

    • a.

      praktische regelingen met betrekking tot de beraadslagingen van de formaties van de Beroepsinstantie en de communicatie tussen de leden van de Beroepsinstantie;

    • b.

      regelingen inzake de betekening van documenten en bewijsstukken, waaronder voorschriften voor de correctie van materiële fouten in die documenten;

    • c.

      procedurele aspecten betreffende de tijdelijke schorsing van de procedure in geval van overlijden, ontslag, onbeschikbaarheid of verwijdering van een lid van de Beroepsinstantie of een formatie van de Beroepsinstantie;

    • d.

      regelingen voor de correctie van materiële fouten in beslissingen van de formaties van de Beroepsinstantie;

    • e.

      regelingen voor de voeging van twee of meer beroepsprocedures met betrekking tot dezelfde voorlopige uitspraak; en

    • f.

      regelingen inzake de taal van de beroepsprocedure, die in beginsel wordt gevoerd in dezelfde taal als die van de procedure voor het Gerecht waarin de voorlopige uitspraak is gedaan waartegen hoger beroep is ingesteld.

  • 2.

    De procedureregels kunnen ook leidende beginselen met betrekking tot de volgende aspecten omvatten, die later kunnen worden aangepakt door middel van procedurele beslissingen van de formaties van de Beroepsinstantie:

    • a.

      indicatieve termijnen en de volgorde van verzoeken aan en terechtzittingen van de formaties van de Beroepsinstantie;

    • b.

      logistieke aspecten in verband met het verloop van de procedure, zoals de plaats waar de beraadslagingen en terechtzittingen van de formaties van de Beroepsinstantie worden gehouden en de wijze waarop de partijen bij het geschil worden vertegenwoordigd; en

    • c.

      voorafgaand overleg over de procedure en mogelijke aan de terechtzitting voorafgaande conferenties tussen een formatie en de partijen bij het geschil.