Wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten

Wijzigingswet Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele wijzigingen aan te brengen in het stelsel van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, met name op het punt van de verhouding tussen de organen van het stelsel en de rijksoverheid, en dat het daartoe noodzakelijk is, de Wet op de bedrijfsorganisatie en enkele andere wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

II

Wijziging van de Meststoffenwet

Wijzigt de Meststoffenwet.

Artikel

III

Wijziging van de Landbouwwet

Wijzigt de Landbouwwet.

Artikel

XIV

Overgangsrecht met betrekking tot bestaande bedrijfslichamen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Tavarnelle
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, K. G. de Vries
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, H. H. Apotheker
De Minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink
De Minister van Justitie, A. H. Korthals