Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 2001

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Water-staat, van Sociale Zaken en Werk-gelegenheid en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu-beheer;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

buitengewoon opsporingsambtenaar:

de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2 van dit besluit;

Scheepvaartinspectie:

de Scheepvaartinspectie van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

2

De personen, werkzaam bij de Scheepvaartinspectie als senior expert, expert, senior scheepsmeter, scheepsmeter, hoofdmedewerker en medewerker onderzoek ongevallen, en belast met opsporingstaken, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De directeur Scheepvaartinspectie brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Scheepvaartinspectie alsmede het aantal en de functies van de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 7, tweede lid van dit besluit;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

7

De buitengewoon opsporingsambtenaar is ontheffing verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Deze ontheffing geldt alleen voorzover de desbetreffende ambtenaar de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen.

Artikel

8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 9 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel

9

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 1995 wordt ingetrokken.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van 7 januari 2001 en vervalt op 7 januari 2006.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 2001.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

Dit besluit wordt in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

De Minister van Justitie,
namens deze,
hoofd bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden,H.Ph.Mayer