Besluit van 7 juni 2002, houdende bepalingen met betrekking tot voorzieningen voor ministers en staatssecretarissen (Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen)

Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 maart 2002, directoraat-generaal Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, nr. CW02/U61907;
De Raad van State gehoord (advies van 12 april 2002, nr. W04.02.0121/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 mei 2002, directoraat-generaal Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, nr. CW02/U73895;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    jaarlijkse bezoldiging: het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering;

  • c.

    gezinsleden: de echtgenoot, levenspartner of geregistreerde partner van een minister of staatssecretaris en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf, zijn echtgenoot, levenspartner of geregistreerde partner, voor zover zij met hem samenwonen;

  • d.

    ministerie: ministerie waar een minister of staatssecretaris werkzaam is;

  • e.

    BTW: belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting);

  • f.

    BPM: belasting van personenauto's en motorrijwielen;

  • g.

    ROB: prijs van reparatie, onderhoud en banden.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Aan ministers en staatssecretarissen worden informatie- en communicatievoorzieningen en lectuur, daarbij inbegrepen de hiervoor benodigde aansluitingen en abonnementen, ter beschikking gesteld voor de duur van de vervulling van hun ambt.

Artikel

6

In het geval van binnenlandse en buitenlandse dienstreizen worden de noodzakelijke faciliteiten ter beschikking gesteld ten behoeve van vervoer en verblijf voor ministers en staatssecretarissen en voor degenen die hen vergezellen.

Artikel

6a

Ministers en staatssecretarissen hebben recht op de vergoeding van gemaakte kosten voor verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage tot ten hoogste het bedrag zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Aan ministers en staatssecretarissen worden de overige voorzieningen ter beschikking gesteld die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun ambt.

Artikel

10

Artikel

11

Ministers en staatssecretarissen ontvangen een vergoeding voor de door hen gemaakte kosten van voorzieningen die niet voor hun eigen rekening komen en die aantoonbaar door hen zijn aangewend voor de vervulling van hun ambt.

Artikel

12

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties treft voor de ministers en staatssecretarissen een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg.

Artikel

13

Wijzigt het Reisbesluit binnenland.

Artikel

14

Wijzigt het Reisbesluit buitenland.

Artikel

15a

Vervallen

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001.

Artikel

17

Dit besluit wordt aangehaald als: Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K. G. de Vries
De Minister van Justitie, A. H. Korthals