Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 januari 2004, nr.AI/ JZ/ 2004/1768, houdende de inrichting van de Arbeidsinspectie alsmede de toedeling van taken en vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie en aan de onder de algemeen directeur ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2004)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2004

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    SZW: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b.

    Algemeen directeur: de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie;

  • c.

    Bedrijfstakdirecties: de bedrijfstakdirectie Industrie, de bedrijfstakdirectie Bouw, de bedrijfstakdirectie Commerciële Dienstverlening en de bedrijfstakdirectie Publieke Dienstverlening en Landbouw van de Arbeidsinspectie;

  • d.

    Arbeidsinspectie-directeur: een onder de algemeen directeur ressorterende directeur.

Hoofdstuk

2

De organisatie van de Arbeidsinspectie

§

2.1

De Arbeidsinspectie

Artikel

2

§

2.2

De taken en bevoegdheden van de algemeen directeur

Artikel

3

Artikel

4

§

2.3

De afdeling Concernbeleid

Artikel

5

§

2.4

De afdeling Juridische Zaken

Artikel

6

§

2.5

Het Projectbureau Teamgericht Werken

Artikel

7

§

2.6

De directie Inspectieondersteuning

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

§

2.7

De bedrijfstakdirecties

Artikel

16

§

2.8

De directie Major Hazard Control

Artikel

17

§

2.9

De directie Arbeidsmarktfraude

Artikel

18

Hoofdstuk

3

Bevoegdheden

Artikel

19

De functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen genoemd in artikel 3, derde lid, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het werkterrein van zijn organisatieonderdeel, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de inspecteur-generaal.

Artikel

20

Artikel

21

Aan het hoofd van de afdeling Juridische Zaken wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

  • a.

    de afhandeling van administratieve stukken inzake procedures van bezwaar en beroep alsmede daaraan verwante procedures;

  • b.

    het machtigen van personen om een bewindspersoon in gerechtelijke procedures te vertegenwoordigen.

Artikel

22

Aan de directeur Inspectieondersteuning wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

Artikel

23

Hoofdstuk

4

Plaatsvervanging

Artikel

24

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

25

Artikel

26

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
namens deze:
de inspecteur-generaal, L.H.J.Kokhuis

Bijlage

1

De bijbehorende bijlage is niet opgenomen.

Bijlage

2

De bijbehorende bijlage is niet opgenomen.

Bijlage

3

De bijbehorende bijlage is niet opgenomen.

Bijlage

4

De bijbehorende bijlage is niet opgenomen.

Bijlage

5

De bijbehorende bijlage is niet opgenomen.