Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 30 januari 2004, nr. DJZ/BR/0065-04, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2004

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Handelende in overeenstemming met de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepaling

Indeze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Buitenlandse Zaken;

  • b.

    bewindspersoon: de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking of de Staatssecretaris voor Europese Zaken;

  • c.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen;

  • d.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon de Staat te vertegenwoordigen bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen;

  • e.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • f.

    Directeuren-Generaal:

    • de Directeur-Generaal voor Regiobeleid en Consulaire Zaken (DGRC),

    • de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS),

    • de Directeur-Generaal Politieke Zaken (DGPZ),

    • de Directeur-Generaal Europese Samenwerking (DGES),

    • de project-Directeur-Generaal Internationaal Strafhof (DG ICC),

    • andere bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (tijdelijk) benoemde project-Directeuren-Generaal;

  • g.

    directeuren:

    • de directeuren en de hoofddirecteuren van regiodirecties, forumdirecties, themadirecties en centrale directies, alsmede de projectdirecteuren van projectdirecties,

    • de Ambassadeur(s) in Algemene Dienst en de Ambassadeurs in Algemene Dienst met bijzondere taken;

  • h.

    hoofden:

    • de hoofden van afdelingen van directies,

    • de hoofden van centrale dienstonderdelen, niet zijnde directies;

  • i.

    Chefs de Poste: de hoofden van vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, bedoeld in artikel 7 van het RDBZ;

  • j.

    RDBZ: het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.

Artikel

2

Bewindspersonen

Deze regeling heeft mede betrekking op mandaat, volmacht en machtiging namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris voor Europese Zaken.

§

2

Algemeen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel

3

Algemeen mandaat, volmacht en machtiging Secretaris-Generaal

Aan de Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal wordt algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor al hetgeen het Ministerie van Buitenlandse Zaken betreft.

Artikel

4

Algemeen mandaat Directeuren-Generaal, directeuren, hoofden van centrale dienstonderdelen en Chefs de Poste

Artikel

5

Algemene volmacht en machtiging Directeuren-Generaal, directeuren, hoofden van centrale dienstonderdelen en Chefs de Poste

Artikel

6

Absolute uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel

7

Relatieve uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging

Handelen krachtens bij deze regeling verleend mandaat, volmacht of machtiging is niet toegestaan bij:

  • a.

    het beslissen op een bezwaarschrift door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen;

  • b.

    aangelegenheden waarbij de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde belanghebbende is;

  • c.

    andere aangelegenheden ten aanzien waarvan de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde weet of moet begrijpen dat de aard en of het gewicht, dan wel de omstandigheden van het geval, zich ertegen verzetten dat wordt gehandeld krachtens mandaat, volmacht of machtiging.

§

3

Specifieke mandaten

Artikel

8

Specifiek mandaat directeur Financieel-Economische Zaken

Het in artikel 4, eerste lid, aan de directeur en de plaatsvervangend directeur Financieel-Economische Zaken verleende mandaat omvat tevens:

Artikel

10

Uitzonderingen mandaat hoofddirecteur Personeel en Organisatie

Het in artikel 4, eerste lid, aan de hoofddirecteur en de plaatsvervangend hoofddirecteur Personeel en Organisatie verleende mandaat heeft geen betrekking op:

Artikel

11

Regels, procedures en instructies mandaat, volmacht en machtiging

De Minister van Buitenlandse Zaken/De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking/De Staatssecretaris voor Europese Zaken,

(functie)

(handtekening)

(naam functionaris)

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

13

Overgangsrecht

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Een afschrift van deze regeling wordt gezonden naar de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Buitenlandse Zaken,B.R. Bot