Artikel
1
Begripsbepaling
Indeze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: de Minister van Buitenlandse Zaken;
-
b.
bewindspersoon: de Minister van Buitenlandse Zaken en in voorkomend geval de minister zonder portefeuille of de staatssecretaris die belast is met de behartiging van een of meer tot het werkgebied van het ministerie behorende beleidsterreinen;
-
c.
mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen;
-
d.
volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon de Staat te vertegenwoordigen bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen;
-
e.
machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
-
f.
Directeuren-Generaal:
-
de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS),
-
de Directeur-Generaal Politieke Zaken (DGPZ),
-
de Directeur-Generaal Europese Samenwerking (DGES),
-
de Directeur-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB),
-
andere bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (tijdelijk) benoemde project-Directeuren-Generaal;
-
-
g.
directeuren:
-
–
de directeuren, hoofddirecteuren en projectdirecteuren,
-
–
de ambassadeurs in algemene dienst en de ambassadeurs in algemene dienst met bijzondere taken;
-
–
-
h.
hoofden: de hoofden van afdelingen van directies;
-
i.
Chefs de Poste: de hoofden van vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, bedoeld in artikel 7 van het RDBZ;
-
j.
RDBZ: het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.