Besluit van de Minister van Justitie d.d. 22 maart 2004, nr. 5276837/504/CBK, inhoudende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Arbeidsinspectie

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Arbeidsinspectie 2004

De Minister van Justitie,
Gelezen het verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 1 maart 2004, nr. AI/JZ/2004/14255;
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;

  • b.

    Arbeidsinspectie: de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De Algemeen Directeur van de Arbeidsinspectie brengt jaarlijks vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij de Arbeidsinspectie aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Arbeidsinspectie;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

7

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 6 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid geacht te zijn akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit, met dien verstande dat de opsporingsbevoegdheid geldt voor de in artikel 3 van dit besluit genoemde strafbare feiten.

Artikel

8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2007.

Artikel

9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Arbeidsinspectie 2004.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie
namens deze:
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, H.Ph.Mayer