Regeling van de Minister van Economische Zaken van 29 augustus 2005, nr. WJZ 5054256, houdende regels met betrekking tot de rechtspositie van de vaste leden van het college voor de post- en telecommunicatiemarkt (Regeling rechtspositie vaste leden van OPTA)

Regeling rechtspositie vaste leden van OPTA

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

Artikel

2

Artikel

3

In geval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte ontvangt de voorzitter volledige doorbetaling van zijn bezoldiging tot aan het tijdstip van toekenning van een invaliditeitspensioen op grond van de Wet privatisering ABP respectievelijk op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, met dien verstande dat de doorbetaling in ieder geval eindigt met ingang van de dag waarop de benoemingstermijn eindigt.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Het is de voorzitter en de leden bij de uitoefening van hun functie verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.

Artikel

8

In geval de voorzitter of een lid financiële gevolgen ondervindt uit persoonlijke aansprakelijkheid voortvloeiende uit de uitoefening van zijn functie, vindt vanwege de Staat der Nederlanden vrijwaring daarvan plaats tenzij de aansprakelijkheid voortvloeit uit ernstig verwijtbaar gedrag, zoals opzet of grove schuld van de betrokkene.

Artikel

9

De in deze regeling genoemde bezoldiging, uitkeringen en vergoedingen komen ten laste van het college.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2005.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie vaste leden van OPTA.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Economische Zaken, L.J.Brinkhorst