Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 december 2005, nr. MC/T&B-2642630, houdende regels voor de bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid
Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
De artikelen 2 tot en met 7 zijn, voorzover daarvan niet bij beschikking is afgeweken, van toepassing op de bestuursleden van de volgende bestuursorganen:
a.
Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
b.
Nederlandse Zorgautoriteit;
c.
College sanering zorginstellingen;
d.
College bouw zorginstellingen.
Artikel
2
1
De bezoldiging van de voorzitter bedraagt maximaal de bezoldiging van een lid van de topmanagementgroep van een departement van algemeen bestuur als bedoeld in Bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, hierna BBRA, met dien verstande dat deze bezoldiging geldt voor een veertig-urige werkweek.
2
De bezoldiging van een bestuurslid bedraagt maximaal schaal 17 van het BBRA, met dien verstande dat deze bezoldiging geldt voor een veertig-urige werkweek.
3
De voorzitter en de leden hebben recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van het BBRA. De opbouw van vakantie-uren, de opname en het overboeken daarvan naar een volgend jaar vinden plaats overeenkomstig de artikelen 22 en 23 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
4
De voorzitter en de leden hebben recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig artikel 20a van het BBRA.
5
De bezoldiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt uitbetaald in gelijke maandelijkse termijnen. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden eens per jaar uitbetaald, in de maanden mei respectievelijk december van ieder jaar.
6
De voorzitter en de leden worden aangemeld als volwaardig deelnemer bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.
Artikel
3
1
De voorzitter en de leden hebben ten behoeve van de werkzaamheden voor het college recht op een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.
De voorzitter kan voor het vervoer tussen zijn standplaats en zijn woonplaats en voor het vervoer ten behoeve van dienstreizen aanspraak maken op dienstvervoer per auto.
4
De leden kunnen voor het vervoer tussen de standplaats en de woonplaats en voor het vervoer ten behoeve van dienstreizen aanspraak maken op een jaarkaart openbaar vervoer eerste klasse.
Artikel
4
De bestuurders hebben aanspraak op de verloffaciliteiten die gelden voor de sector rijk. Het Algemeen rijksambtenarenreglement is van toepassing.
Artikel
5
In geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling zijn de bepalingen ten aanzien van doorbetaling van de bezoldiging van het Algemeen rijksambtenarenreglement, alsmede de suppletieregeling gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de sector rijk, van overeenkomstige toepassing.
Artikel
6
1
In geval van niet herbenoeming dan wel tussentijds ontslag, anders dan op eigen verzoek en anders dan ten gevolge van eigen schuld of toedoen, hebben de voorzitters en de leden van de colleges genoemd in artikel 1, in aanvulling op de reguliere aanspraak op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet aanspraak op een bovenwettelijke uitkering.
2
De hoogte en duur van deze uitkering worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Besluit bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Rijk.
Artikel
7
1
De voorzitter en de leden onthouden zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van hun functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met hun functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2
Het is de voorzitter en de leden verboden nevenbetrekkingen te vervullen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3
De voorzitter en de leden melden bestaande en voorgenomen nevenfuncties aan de minister.
4
De nevenfuncties van de voorzitter en de leden worden openbaar gemaakt in het jaarverslag van het college.
5
Het is de voorzitter en de leden in hun ambt verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.
Artikel
8
Vervallen
Hoofdstuk
2
Beheerskosten en jaarstukken bestuursorganen
Artikel
9
Dit hoofdstuk is van toepassing op het budget voor de beheerskosten, het jaarplan en de jaarverantwoording van de volgende bestuursorganen:
a.
College voor zorgverzekeringen;
b.
Nederlandse Zorgautoriteit;
c.
Vervallen;
d.
College bouw zorginstellingen;
e.
College sanering zorginstellingen.
Artikel
10
1
Het budget wordt vastgesteld op grond van de ingediende begroting, waarbij de begroting is gebaseerd op het prijspeil van het lopende jaar.
2
In de loop van het begrotingsjaar kan besloten worden tot verhoging van het budget op grond van gestegen kosten.
Artikel
11
Het werkprogramma bevat een zodanige beschrijving van de voorgenomen activiteiten dat een goed beeld gevormd kan worden van werkzaamheden die het bestuursorgaan van plan is uit te gaan voeren, alsmede de inzet van de beschikbare financiële en personele middelen.
Artikel
12
1
In de begroting en de meerjarenraming worden de volgende kostensoorten en baten onderscheiden:
a.
personele kosten;
b.
huisvestingskosten;
c.
automatiseringskosten;
d.
bureaukosten;
e.
overige kosten;
f.
baten.
2
De in het eerste lid genoemde groepen van kostensoorten en baten worden in de begroting zodanig uitgesplitst dat een goed beeld ontstaat van de samenstelling daarvan.
Artikel
13
1
Per begrotingspost worden naast de begrote bedragen van het begrotingsjaar opgenomen:
a.
het begrote bedrag van het lopende jaar;
b.
het vermoedelijke beloop van het bedrag van het lopende jaar;
c.
het gerealiseerde bedrag van het jaar voorafgaand aan het lopende jaar.
2
In de meerjarenraming worden zoveel mogelijk de financiële gevolgen tot uitdrukking gebracht van hetgeen ten grondslag ligt aan de bedragen die zijn opgenomen in de begroting.
Artikel
14
De begroting gaat vergezeld van een toelichting waarin:
a.
wordt ingegaan op de voorgenomen werkzaamheden die leiden tot een wijziging van de hoogte van de beheerskosten ten opzicht van het voorafgaande jaar;
b.
per begrotingspost, voor zover mogelijk, een cijfermatige specificatie en onderbouwing wordt gegeven, waarbij kosten van afschrijvingen, rentelasten en dotaties aan voorzieningen worden toegelicht;
c.
de gevolgen voor de beheerskosten worden aangegeven ten aanzien van de werkzaamheden die vervallen ten opzichte van het voorafgaande jaar;
d.
de investeringsplannen voor het begrotingsjaar en de vier daaropvolgende jaren worden vermeld, waarbij per investering wordt aangegeven welke afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn worden gehanteerd;
e.
de gronden worden vermeld waarop de meerjarenraming is gebaseerd, waaronder een meerjarig overzicht van de geraamde ontwikkeling van de formatie, welke zoveel mogelijk is uitgesplitst naar de werkzaamheden, bedoeld in artikel 11;
f.
substantiële schommelingen in de meerjarenraming worden toegelicht.
Artikel
15
1
De jaarrekening bestaat uit de balans en de exploitatierekening, alsmede uit de toelichting op beide.
2
Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboek is op de jaarrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door de exploitatierekening.
3
In de toelichting op de jaarrekening wordt de bezoldiging van iedere individuele bestuurder opgenomen.
4
De accountantscontrole ten behoeve van het afgeven van een verklaring bij de jaarrekening van de in artikel 9 genoemde organen geschiedt met inachtneming van het in de bijlage van deze regeling opgenomen protocol.
Artikel
16
1
De inrichting van de exploitatierekening sluit aan op de inrichting van de begroting.
2
De inrichting van het jaarverslag sluit aan bij de indeling van het werkprogramma.
Artikel
17
Indien een begrote groep van kostensoorten of baten is over- of onderschreden, wordt dit per groep van kostensoorten of baten nader toegelicht.
Artikel
18
1
De jaarrekening geeft de omvang van de egalisatiereserve weer.
2
Uit de jaarrekening blijkt dat:
a.
de omvang van de egalisatiereserve maximaal 5% van het totale begrotingsbedrag bedraagt;
b.
het verschil tussen de begroting en de realisatie ten laste of ten bate komt van de egalisatiereserve voorzover daarmee de genoemde 5% niet wordt overschreden.
3
In de toelichting op de jaarrekening wordt ingegaan op de besteding van de egalisatiereserve.
Hoofdstuk
3
Slotbepalingen
Artikel
19
De volgende regelingen of onderdelen daarvan worden ingetrokken:
Hoofdstuk 1 treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van artikel 1, onder a, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2007.
2
Hoofdstuk 2 treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met dien verstande dat het voor het eerst betrekking heeft op de begroting voor 2007 en de jaarverantwoording over het jaar 2006 en dat voor de jaarverantwoording over 2005 de regels van toepassing blijven die van kracht waren onmiddellijk voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 2.
3
Artikel 19 treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van onderdeel d, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2007.
Artikel
21
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F.Hoogervorst
Bijlage
behorende bij artikel 15, vierde lid, van de Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid
Protocol inzake de accountantscontrole van de jaarrekening over de beheerskosten van het College voor zorgverzekeringen, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, het College tarieven gezondheidszorg (na 1 oktober 2006 de Nederlandse Zorgautoriteit), het College bouw zorginstellingen en het College sanering zorginstellingen.
In dit controleprotocol worden de aandachtspunten voor de accountantscontrole aangegeven die moeten leiden tot een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van de beheerskosten. Bij de verklaring wordt gebruik gemaakt van het in punt 2.5 van dit protocol opgenomen model. Dit controleprotocol is geen werkprogramma. De accountant belast met de controle van de beheerskosten van in de titel genoemde bestuursorganen, dient zorg te dragen voor een op de situatie toegesneden werkprogramma, waarbij aan de genoemde specifieke aandachtspunten voldoende aandacht wordt geschonken.
1.3 Procedure
–
Het bestuursorgaan geeft de externe accountant een assurance opdracht tot het uitvoeren van een onderzoek naar:
◦
de getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven;
◦
de ordelijkheid en controleerbaarheid (en doelmatigheid) van het gevoerde financieel beheer.
–
De externe accountant voert zijn onderzoek uit met inachtneming van de aandachtspunten opgenomen in dit controleprotocol. De externe accountant rapporteert aan het bestuursorgaan over de uitkomsten van dit onderzoek door middel van (a) een accountantsverklaring over de getrouwheid en de rechtmatigheid en (b) een accountantsrapport. In het rapport worden de bevindingen van de externe accountant vermeld over het gevoerde financieel beheer.
–
Het bestuursorgaan stuurt een exemplaar van de door de extern accountant gecontroleerde jaarrekening, de accountantsverklaring, het verslag van werkzaamheden en het accountantsrapport voor 15 maart naar Onze Minister.
2. Reikwijdte accountantsonderzoek
2.1 De jaarrekening
Dit protocol schrijft niet een bepaalde aanpak van het onderzoek voor. De accountant voert zijn onderzoek uit in overeenstemming met de richtlijnen van de GBR (na 01-01-2007 de VGC) en de RAC en met inachtneming van de aandachtspunten in dit protocol. Hierbij hanteert hij de volgende definities:
Betrouwbaarheid:
Bij het onderzoek naar de getrouwheid van de jaarrekening en naar de rechtmatigheid van de daarin opgenomen kosten (uitgaven of lasten) en opbrengsten (ontvangsten of baten) wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke betrouwbaarheid, de daarmee samenhangende kosten in aanmerking nemende. Indien het oordeel geheel is gebaseerd op uitkomstgerichte steekproeven, moet een betrouwbaarheid van tenminste 95% worden gehanteerd.
Toleranties:
Bij het onderzoek naar de getrouwheid van de jaarrekening en naar de rechtmatigheid van de daarin opgenomen kosten (uitgaven dan wel lasten) en opbrengsten (ontvangsten dan wel baten) dient een goedkeuringstolerantie van 1% voor financiële fouten en 3% voor onzekerheden te worden gehanteerd. Dit is gebaseerd op de voor de rijksoverheid gebruikelijke tolerantie.
Rechtmatigheid:
Rechtmatigheid in algemene zin wil zeggen in overeenstemming met de relevante wet- en regelgeving. Een proces of de uitkomsten daarvan voldoen wel of niet aan de betreffende regels. Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten en de daaraan ten grondslag liggende verplichtingen en rechten zijn tot stand gekomen binnen de grenzen van de relevante wet- en regelgeving en zijn daarmee in overeenstemming.
2.2 Aandachtsvormen bij uitvoering accountantsonderzoek:
De accountant hoeft niet aan alle onderdelen van de controle dezelfde aandacht te geven. De volgende aandachtsvormen worden onderscheiden:
Normale aandacht:
Onder normale aandacht wordt verstaan controle met dezelfde diepgang, waaronder begrepen toleranties, die door de accountant in acht wordt genomen bij de controle van een jaarrekening.
Procedurele aandacht:
Onder procedurele aandacht wordt verstaan controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven zijn geroepen om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd.
Speciale aandacht:
Onder speciale aandacht wordt verstaan controle waarbij door de accountant nadrukkelijk wordt bezien of de desbetreffende voorschriften zijn nageleefd en waarbij dus verder wordt gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend. In dit geval is er geen of slechts zeer weinig tolerantie.
Kennisname:
Aan de met kennisname aangeduide artikelen hoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat om de controle op de andere artikelen goed te kunnen verrichten kennisname van deze artikelen wel noodzakelijk is.
2.3 Verslag van bevindingen
De accountantsverklaring bij de jaarrekening dient vergezeld te gaan van een rapport inzake de ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid van het financieel beheer en de organisatie. Het financieel beheer omvat naast beheershandelingen ook de vastlegging daarvan in de administratie. Hierbij worden de volgende definities gehanteerd:
Financieel beheer:
Financieel beheer is het geheel van beslissingen, handelingen en regels, die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, de controle op en de verantwoording over financiële transacties en saldi waarvoor het bestuursorgaan verantwoordelijkheid draagt.
Ordelijkheid:
Financieel beheer is ordelijk als het in overeenstemming is met de in de AO/IC vastgelegde procedures en het voldoet aan de bestaande wet- en regelgeving. Belangrijke kenmerken van een ordelijk gevoerd financieel beheer zijn onder andere: transparantie, administratieve accuratesse, adequate functiescheidingen en verantwoordelijkheidsverdelingen, tijdigheid van verwerking, goede dossiervorming en duidelijke managementrapportages.
Controleerbaar:
Financieel beheer is controleerbaar indien de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te reconstrueren en te beoordelen.
2.4 Toepassing aandachtsvormen bij de controle op de naleving van de wet- en regelgeving:
In dit hoofdstuk wordt per aangegeven bestuursorgaan en per wet, besluit of regeling en per artikel aangegeven wat de mate van aandacht is die de accountant daaraan moet besteden. Van niet genoemde artikelen dient de accountant wel kennis te nemen, maar deze zijn niet direct nodig voor een goede uitvoering van de controle.
2.4.1 College voor zorgverzekeringen:
Zorgverzekeringswet:
Deze wet regelt de bestaansgrond van het College voor zorgverzekeringen. Daarom zal per artikel worden aangegeven welke mate van aandacht aan dat artikel moet worden gegeven bij de uitvoering van het accountantsonderzoek om tot een getrouwheids- en rechtmatigheidoordeel te komen.
De accountant dient bij zijn controle normale aandacht te besteden aan deze richtlijnen.
2.4.2 College toezicht op de zorgverzekeringen (tot 1 oktober 2006, dit college gaat daarna op in de Nederlandse Zorgautoriteit):
Zorgverzekeringswet:
Deze wet regelt de bestaansgrond van het College toezicht op de zorgverzekeringen. Daarom zal per artikel worden aangegeven welke mate van aandacht aan dat artikel moet worden gegeven bij de uitvoering van het accountantsonderzoek om tot een getrouwheids- en rechtmatigheidoordeel te komen.
Van de niet genoemde artikelen dient kennis te worden genomen.
Richtlijnen voor Europese aanbestedingen:
De accountant dient bij zijn controle normale aandacht te besteden aan deze richtlijnen.
2.4.3 College tarieven gezondheidszorg (tot 1 oktober 2006, dit college gaat daarna op in de Nederlandse zorgautoriteit):
Wet tarieven gezondheidszorg:
Deze wet regelt de bestaansgrond voor het College tarieven gezondheidszorg. Daarom zal per artikel worden aangegeven welke mate van aandacht aan dat artikel moet worden gegeven bij de uitvoering van de accountantscontrole om tot een getrouwheids- en rechtmatigheidoordeel te komen.
Van de niet genoemde artikelen dient kennis te worden genomen.
Richtlijnen voor Europese aanbestedingen:
De accountant dient bij zijn controle normale aandacht te besteden aan deze richtlijnen.
2.4.4 De Nederlandse Zorgautoriteit (vanaf 1 oktober 2006)
Wet marktordening gezondheidszorg:
Deze wet regelt de bestaansgrond voor de Nederlandse Zorgautoriteit. Daarom zal per artikel worden aangegeven welke mate van aandacht aan dat artikel moet worden gegeven bij de uitvoering van de accountantscontrole om tot een getrouwheids- en rechtmatigheidoordeel te komen.
Van de niet genoemde artikelen dient kennis te worden genomen.
Richtlijnen voor Europese aanbestedingen:
De accountant dient bij zijn controle normale aandacht te besteden aan deze richtlijnen.
2.4.5 College bouw zorginstellingen
Wet toelating zorginstellingen:
Deze wet regelt de bestaansgrond van het College bouw zorginstellingen. Daarom zal per artikel worden aangegeven welke mate van aandacht aan dat artikel moet worden gegeven bij de uitvoering van de accountantscontrole om tot een getrouwheids- en rechtmatigheidoordeel te komen.
Van de niet genoemde artikelen dient kennis te worden genomen.
Richtlijnen voor Europese aanbestedingen:
De accountant dient bij zijn controle normale aandacht te besteden aan deze richtlijnen.
2.4.6 College sanering zorginstellingen
Wet toelating zorginstellingen:
Deze wet regelt de bestaansgrond van het College sanering zorginstellingen. Daarom zal per artikel worden aangegeven welke mate van aandacht aan dat artikel moet worden gegeven bij de uitvoering van de accountantscontrole om tot een getrouwheids- en rechtmatigheidoordeel te komen.
Van de niet genoemde artikelen dient kennis te worden genomen.
2.5 Model accountantsverklaring
ACCOUNTANTSVERKLARING
Afgegeven t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wij hebben de Jaarrekening 20.. inzake de beheerskosten (verder aan te duiden als de jaarrekening) van …(naam bestuursorgaan) te … (plaats) gecontroleerd. De jaarrekening is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de verantwoording te verstrekken.
Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot assurance-opdrachten en de Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid.
Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot assurance-opdrachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de jaarrekening zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de leiding van de huishouding daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van oordeel dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
– GOEDKEURENDE VERKLARING
Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling van het vermogen op 31 december 20.. en van het resultaat over 20.. in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en dat de verantwoording voldoet aan de bepalingen van de Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid.
Voorts hebben wij de rechtmatigheid vastgesteld van de ontvangsten (baten/opbrengsten) en uitgaven (lasten/kosten) in overeenstemming met de voor … (naam bestuursorgaan) relevante wettelijke bepalingen en uitvoeringsvoorschriften.
– ANDERE VERKLARINGEN (als geen goedkeurende verklaring wordt afgegeven):