-
a
Ontslag op grond van ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken en ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in:
-
I
de ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken van betrokkene;
-
II
ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het in redelijkheid niet anders dan tot het ontslag van betrokkene kon komen, ondanks het feit dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Het bevoegd gezag geeft aan hoe de beoordelingsprocedure is doorlopen.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub a, dient het bevoegd gezag bij een vast dienstverband te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV-A;
Bij einde tijdelijk dienstverband dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV-B. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub a, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
-
1
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
-
2
overzicht met data van re-integratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
-
1
interne begeleiding door de leiding van de school; of
-
2
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
-
1
intern een andere passende functie aanbieden; of
-
2
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
b
Ontslag op grond van denominatie
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de denominatie.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont waarom betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag, niet langer kan functioneren overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de instelling.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Indien het bevoegd gezag stelt dat betrokkene niet meer aan de grondslag voldoet, dient het bevoegd gezag bij een ontslag op grond van artikel 9 sub b, te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub b, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
c
Ontslag op grond van opheffing van de enige instelling die onder het bevoegd gezag ressorteert (uitgezonderd opheffing wegens fusie)
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de opheffing van de enige instelling die onder het bevoegd gezag ressorteert. Een uitzondering hierop vormt de opheffing vanwege fusie.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het pogingen tot een fusie heeft ondernomen en waarom de fusie niet gerealiseerd kon worden en of anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub c, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub c, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub c, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub c, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
d
Ontslag op grond van onverenigbaarheid van karakters
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de onverenigbaarheid van karakters.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van onverenigbaarheid van karakters en onwerkbaarheid van de situatie.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub d, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub d, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
-
1
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
-
2
overzicht met data van re-integratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
-
1
interne begeleiding door de leiding van de school; of
-
2
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
-
1
intern een andere passende functie aanbieden; of
-
2
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
e
Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de arbeidsongeschiktheid.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslag grond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid en dat een onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe in geval van ontslag uit een vast dienstverband een afschrift van de WIA-beschikking en een afschrift van het herplaatsingsonderzoek.
In geval van ontslag uit een tijdelijk dienstverband overlegt het bevoegd gezag hiertoe een verklaring van een bevoegde onafhankelijke instelling waaruit blijkt dat betrokkene op de datum van ontslag arbeidsongeschikt is.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub e aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub e, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub e, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV. Indien betrokkene volledig arbeidsongeschikt is verklaard (ontslag uit een vast dienstverband en 80–100% ziek volgens UWV) verlangt het Participatiefonds geen inspanning als bedoeld in de categorieën II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub e, stelt
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
-
1
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
-
2
overzicht met data van re-integratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
-
1
intern een andere passende functie aanbieden; of
-
2
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
f
Ontslag op grond van ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien:
Sector kanton van de Rechtbank
Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van sector kanton van de rechtbank overlegt waarbij de beëindiging of het einde van het dienstverband wordt uitgesproken dan wel wordt bevestigd.
Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen:
-
1
indien uit de uitspraak blijkt dat het geschil in overwegende mate aan het bevoegd gezag te wijten is; of
-
2
in het geval dat er afspraken zijn gemaakt omtrent de informatievoorziening aan de sector kanton van de Rechtbank, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen.
Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, Centrale Raad van Beroep
Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep overlegt waarin het beroep van betrokkene ongegrond wordt verklaard. Het vergoedingsverzoek wordt vervolgens met inachtneming van de uitspraak getoetst op de in het ontslagbesluit vermelde ontslaggrond.
Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen in het geval dat er afspraken gemaakt zijn omtrent de informatievoorziening aan de Commissie van Beroep, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub f, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub f, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
g
Ontslag wegens dringende redenen
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de dringende redenen.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van een dringende reden.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub g, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub g, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub g, vereist het Participatiefonds geen inspanning.
-
h
Ontslag op andere gronden
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de andere gronden.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag op andere gronden aantoont.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub h, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub h, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
-
1
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
-
2
overzicht met data van re-integratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
-
1
interne begeleiding door de leiding van de school; of
-
2
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
-
1
intern een andere passende functie aanbieden; of
-
2
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
i
Ontslag op eigen verzoek
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in het eigen verzoek.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het om een ontslag op eigen verzoek gaat.
In geval van een dienstverband voor onbepaalde tijd
Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden, opgesteld voorafgaand aan het ontslag, waaruit blijkt dat betrokkene de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd c.q. om ontslag heeft verzocht.
In geval van een dienstverband voor bepaalde tijd
Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden waaruit blijkt dat het bevoegd gezag betrokkene voor de periode na afloop van het verstrijken van de overeengekomen tijd waarvoor het dienstverband is aangegaan, een passende reguliere betrekking heeft aangeboden met tenminste een gelijke omvang als de voorafgaande betrekking, maar dat deze de betrekking niet wenst te accepteren. Het aanbod als hier bedoeld dient gespecificeerd te zijn en voorafgaand aan het ontslag aan betrokkene te zijn gedaan, of het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden, opgesteld voorafgaand aan het ontslag, waaruit blijkt dat betrokkene geen nieuwe betrekking aangeboden wenst te krijgen.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub i, vereist het Participatiefonds geen inspanning.
-
j
Ontslag van een leraar in opleiding
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de afloop van de leer-arbeidsovereenkomst van de leraar in opleiding zoals bedoeld in artikel 3.24 juncto 3.26 en artikel 4.23 juncto 4.25 CAO-PO.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van een leraar in opleiding meldt en een afschrift van de leer-arbeidsovereenkomst overlegt waarin de einddatum genoemd is.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub j, vereist het Participatiefonds geen inspanning.
-
j
Leraar in opleiding
Meldingen van ontslagen van leraren in opleiding worden door het Participatiefonds niet inhoudelijk beoordeeld. Een vergoedingsverzoek wordt in alle gevallen toegewezen indien de gevraagde documenten zijn overgelegd.
Omdat wel een ontslaguitkering kan worden aangevraagd moet het ontslag worden gemeld.
-
k
Ontslag van een zij-instromer
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat de geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b van de WPO voor de betreffende zij-instromer is komen te vervallen, en dat aan de betreffende zij-instromer geen getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is toegekend.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van de zij-instromer meldt en aantoont dat de geschiktheidsverklaring is vervallen en verklaart dat aansluitend geen getuigschrift is toegekend.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub k, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub k, stelt:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
-
1
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
-
2
overzicht met data van re-integratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
-
1
interne begeleiding door de leiding van de school; of
-
2
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
l
Ontslag van de vervanger van een betrokkene, welke betrokkene gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het einde van deze vorm van vervanging meldt en een afschrift van het verlofbesluit overlegt waaruit blijkt dat de einddatum van het spaarverlof overeenkomt met de einddatum van de vervanging.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub l, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie III sub 1. Hieronder volgt de eis die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub l, stelt:
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
-
m
Vervallen
-
n
Ontslag uit een in- en doorstroombaan als gevolg van beëindiging van de subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit in- en doorstroombanen (
Stb. 1999, 591
)
Ontslaggrond
Nadat eerst het Besluit in- en doorstroombanen per 1 januari 2003 is gewijzigd is het per 1 januari 2004 geheel vervallen. Sindsdien krijgen Gemeenten in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) een budget en daarmee de ruimte om een eigen afweging te maken over het aantal te subsidiëren banen. Een ontslag uit een in- en doorstroombaan (ID-baan) dat wordt veroorzaakt door beëindiging van de subsidie door de gemeente kan op grond van artikel 9 sub n worden gemeld.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van ontslag als hierboven bedoeld. Het betreft uitsluitend een werknemer die in het kader van het Besluit ID-banen is aangesteld.
Het bevoegd gezag overlegt hiertoe een schriftelijke verklaring waarin het volgende dient te zijn opgenomen:
-
1
Het bevoegd gezag heeft met de Gemeente overleg gevoerd om te komen tot een meerjarig arrangement over scholing en doorstroom, in combinatie met afspraken over behoud van gesubsidieerde banen.
-
2
Bij het overleg over het meerjarig arrangement zijn mogelijkheden van continuering van het dienstverband van betrokkene door middel van subsidiering door de Gemeente onderzocht.
-
3
Indien er subsidiemogelijkheden van de Gemeente aanwezig zijn, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan waarom het van deze mogelijkheden geen gebruik heeft gemaakt.
De verklaring wordt vergezeld van terzake overtuigende documenten. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub n, vereist het Participatiefonds dat aan betrokkene, indien beschikbaar, een andere passende functie wordt aangeboden, zonodig onder een aanbod van scholing, tenzij door het bevoegd gezag wordt onderbouwd dat het anders onmogelijk wordt binnen het bevoegd gezag het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren (een vorm van kwalitatieve toetsing).
-
o
Ontslag in verband met niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 20a BZA
Ontslaggrond
Met ingang van 4 april 2003 is het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs, BZA (Stb. 2003, 186) gewijzigd. Op grond van die wijziging wordt het ondermeer mogelijk een zieke werknemer te ontslaan indien hij zonder deugdelijke grond niet meewerkt aan zijn re-integratie. Daartoe is een artikel 20a in het BZA opgenomen. Een ontslag in verband met het zonder deugdelijke grond niet meewerken aan re-integratie kan op grond van artikel 9 sub o worden gemeld.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat betrokkene zonder deugdelijke grond niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe mede een afschrift van het advies van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 20a, tweede lid, BZA.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub o, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub o, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub o, vereist het Participatiefonds geen verdere inspanning.
-
p
Vervallen
-
q
Ontslag van een onderwijsassistent in opleiding
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de afloop van de leer-arbeidsovereenkomst van de onderwijsassistent in opleiding zoals bedoeld in artikel 3.27 en 4.26 CAO-PO.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van een onderwijsassistent in opleiding meldt en een afschrift van de leer-arbeidsovereenkomst overlegt waarin de einddatum genoemd is.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub q, vereist het Participatiefonds geen inspanning.
-
r
Ontslag wegens terugkeer levensloopganger
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de levensloopregeling.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het einde van deze vorm van vervanging meldt en een afschrift van het verlofbesluit overlegt waaruit blijkt dat de einddatum van het levensloopverlof overeenkomt met de einddatum van de vervanging.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub r, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie III sub 1.
Hieronder volgt de eis die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub r, stelt:
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
-
s
Vervallen
-
t
Ontslag wegens beëindiging van een landelijke subsidie
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag met ter zake overtuigende documenten aantoont dat de reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat de landelijke subsidie, op basis waarvan betrokkene is benoemd, is beëindigd.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub t, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub t, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub t, overlegt het bevoegd gezag een door betrokkene ondertekend document, waaruit blijkt dat het bevoegd gezag gezamenlijk met de betrokkene de herplaatsingsmogelijkheden binnen de organisatie heeft onderzocht, maar dat die niet aanwezig, danwel in redelijkheid niet te realiseren waren.
Wanneer sprake is van ontslag uit een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘Bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’ toont het bevoegd gezag met ter zake overtuigende documenten aan dat overleg met de andere organisaties waar betrokkene werkzaam (maar niet in dienst) is, niet heeft geleid tot het voorkomen van het ontslag.
Daarnaast dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub t, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
u
Ontslag op grond van een beëindigingsovereenkomst
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindigingsovereenkomst waarbij het dienstverband met wederzijds goedvinden wordt beëindigd.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag een afschrift van de beëindigingsovereenkomst overlegt.
De beëindigingsovereenkomst bevat minimaal de volgende onderdelen:
-
a.
naam en adres van u en uw werkgever;
-
b.
dat uw werkgever u heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen en waarom hij dat doet;
-
c.
dat er geen dringende reden is voor uw ontslag;
-
d.
dat het gaat om een beëindiging met wederzijds goedvinden;
-
e.
de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt;
-
f.
de afspraak dat uw werkgever op de einddatum een eindafrekening maakt;
-
g.
de datum waarop u en uw werkgever de overeenkomst hebben ondertekend.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub u, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub u, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
1
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
2
(vervallen)
-
3
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
4
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)