Artikel
1
(definities)
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
administrateur: een administrateur als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES;
-
assurantiebemiddelaar: een assurantiebemiddelaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES;
-
beleggingsinstelling: een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES;
-
bijkantoor: een duurzaam in een openbaar lichaam aanwezig onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid van een financiële onderneming;
-
effectenbeurs: een effectenbeurs als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht effectenbeurzen BES;
-
financiële onderneming: een administrateur, assurantiebemiddelaar, beleggingsinstelling, geldtransactiekantoor, houder van een effectenbeurs, kredietinstelling, trustkantoor of verzekeraar;
-
geldtransactiekantoor: een geldtransactiekantoor als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES;
-
groep: economische eenheid van organisatorisch verbonden rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen;
-
houder van een effectenbeurs: degene die een effectenbeurs houdt;
-
kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES;
-
De Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
-
openbaar lichaam: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
-
trustkantoor: een trustkantoor als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht trustwezen BES;
-
verzekeraar: een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES;
-
vestiging: zetel of bijkantoor;
-
zetel: de plaats waar een financiële onderneming blijkens haar statuten of reglementen is gevestigd dan wel, indien zij geen rechtspersoon is, de plaats waar de onderneming haar hoofdvestiging heeft.