Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) inzake toepassing van regels van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur op de toetsing van vergunningen beroepsgoederenvervoer (Beleidsregel toetsing vergunningen beroepsgoederenvervoer aan de Wet Bibob), zoals laatstelijk gewijzigd bij bekendmaking van 1 mei 2009 (Stcrt. 2009, nr. 81)

Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) toetsing vergunningen beroepsgoederenvervoer over de weg aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob)

De Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Definities en toepassing

Artikel

1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel

2

Deze beleidsregel heeft betrekking op:

Hoofdstuk

2

Strafbare feiten

Paragraaf

1

Voordelen uit strafbare feiten

Artikel

4

Artikel

5

Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 4, kunnen in ieder geval worden aangemerkt:

Artikel

6

Paragraaf

2

Te plegen strafbare feiten

Artikel

8

De NIWO neemt ingevolge het gevaar als bedoeld in artikel 7 uitsluitend strafbare feiten in aanmerking:

  • a.

    die overeenkomen of samenhangen met de activiteiten die in het kader van een vergunning kunnen worden verricht;

  • b.

    die zijn verricht in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de ontvanger of houder dan wel de activiteiten waarvoor de vergunning wordt verstrekt;

  • c.

    die worden aangemerkt als een misdrijf; en

  • d.

    die van zodanig gewicht zijn dat in handeling en gevolg de rechtsorde dan wel economische, maatschappelijke of openbare belangen kunnen worden geschaad.

Artikel

9

Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 8 kunnen in ieder geval worden aangemerkt:

Artikel

10

Paragraaf

3

Strafbare feiten als middel

Artikel

12

De NIWO neemt ingevolge een aanwijzing of vermoeden als bedoeld in artikel 11 uitsluitend strafbare feiten in aanmerking die:

  • a.

    er naar de aard op zijn gericht de beoordeling van de aanvraag of bestendiging van een vergunning te begunstigen;

  • b.

    zijn verricht in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de ontvanger of houder dan wel de activiteiten waarvoor de vergunning wordt verstrekt;

  • c.

    worden aangemerkt als een misdrijf; en

  • d.

    van zodanig gewicht zijn dat in handeling en gevolg de rechtsorde dan wel economische, maatschappelijke of openbare belangen kunnen worden geschaad.

Artikel

13

Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 12, kunnen in ieder geval worden aangemerkt:

Artikel

14

Hoofdstuk

3

Afweging van belangen

Artikel

15

Hoofdstuk

4

Aanvraag van een advies

Artikel

17

Artikel

18

Onder de in artikel 17, eerste lid, onder a genoemde kenmerken van de aanvrager of houder van een vergunning of de omgeving waarbinnen hij zijn activiteiten verricht wordt verstaan:

  • a.

    de kwetsbaarheid van de sector of branche waarbinnen wordt geopereerd;

  • b.

    de kwetsbaarheid van het gebied van waaruit wordt geopereerd;

  • c.

    de verspreidingsgraad van de vervoersactiviteiten;

  • d.

    samenwerking met bedrijven of personen met een aantoonbare criminele achtergrond;

  • e.

    zakelijke contacten met risicogebieden;

  • f.

    zakelijke contacten met rampgebieden;

  • g.

    zakelijke contacten met van overheidswege geboycotte landen; of

  • h.

    onduidelijke eigendom van in gebruik genomen panden, gronden en bedrijfsmiddelen.

Artikel

19

Onder de in artikel 17, eerste lid, onder b genoemde gegevens uit gesloten of open bronnen wordt verstaan:

  • a.

    berichten uit de onderzoeksjournalistiek omtrent betrokkenheid bij criminaliteit;

  • b.

    een aanwezig strafblad met betrekking tot een in hoofdstuk 2 bedoeld strafbaar feit;

  • c.

    een gestart strafrechtelijk onderzoek door het openbaar ministerie in verband met verdenking van een in hoofdstuk 2 bedoeld strafbaar feit;

  • d.

    de aanvaarding van een schikking of transactie voor een in hoofdstuk 2 bedoeld strafbaar feit;

  • e.

    gegevens uit een verklaring omtrent het gedrag van niet meer dan twee jaar oud waaruit een in hoofdstuk 2 bedoeld strafbaar feit blijkt;

  • f.

    een tip van het openbaar ministerie;

  • g.

    de aard van de gegevens uit formele aanvraagformulieren;

  • h.

    informatie van opsporingsambtenaren, openbaar ministerie en toezichthouders van andere overheden waarmee wordt samengewerkt;

  • i.

    onjuiste of onduidelijke gegevens uit de registers bij de Kamer van Koophandel;

  • j.

    een ontbrekende verklaring van geen bezwaar voor oprichten van een vennootschap;

  • k.

    schikkingen, boetes en sepots in zaken waarbij toezichthouders van de Minister betrokken zijn geweest;

  • l.

    opgelegde bestuursrechtelijke maatregelen in de laatste twee jaar;

  • m.

    delicten blijkend uit handhavingsdocumenten;

  • n.

    gebleken faillissementen in het verleden;

  • o.

    gebleken ongebruikelijke wijze van financieren;

  • p.

    een afschrijvingsplan met ongebruikelijke afschrijving bedrijfsmiddelen;

  • q.

    gegevens over ontoereikende afdracht van belastingen en premies;

  • r.

    ondoorzichtige bedrijfsconstructies of eigendom van inactieve rechtspersonen;

  • s.

    ondoorzichtige boekhouding en financiële structuur volgens de gangbare accountancynormen;

  • t.

    verplichte bedrijfsdocumenten die gemanipuleerd of verouderd zijn;

  • u.

    belastende gegevens van toezichthouders inzake het Kredietwezen;

  • v.

    veelvuldige personeels- en bestuurswisselingen; of

  • w.

    ontvangen klachten van klanten, leveranciers, afnemers en omwonenden van het bedrijf die duiden op een verband met strafbare feiten als bedoeld in hoofdstuk 2.

Artikel

20

Onder de in artikel 17, eerste lid, onder c genoemde gedragingen van de aanvrager of houder van een vergunning wordt verstaan:

  • a.

    tegenwerking bij toezicht op de naleving van op het bedrijf van toepassing zijnde fiscale, bedrijfseconomische, technische of veiligheidseisen;

  • b.

    ontwijkend gedrag bij intakegesprekken of bevraging;

  • c.

    tegenwerking bij toezicht op de naleving;

  • d.

    onjuiste of afwijkende antwoorden uit ingevulde formulieren ten behoeve van een besluit omtrent de vergunning;

  • e.

    contante betalingswijze in gevallen waarbij girale transacties gebruikelijk zijn; of

  • f.

    herhaald uitstel vragen bij het overleggen van bewijs ter voldoening aan eisen.

Artikel

21

Onder de in artikel 17, eerste lid, onder d genoemde objectieve kenmerken wordt verstaan:

  • a.

    een hoge met de vervoersactiviteiten gemoeide omzet waarvoor een vergunning is aangevraagd;

  • b.

    een hoge waarde van de bedrijfsmiddelen van de vervoeronderneming;

  • c.

    een groot aantal werknemers;

  • d.

    een hoog aantal in te zetten voertuigen;

  • e.

    afwijkende bruto winstmarges;

  • f.

    het vervoeren van gevoelige gegevens, zaken of producten;

  • g.

    grensoverschrijdend vervoer;

  • h.

    een overheersende marktmacht in de afzetgebieden van de kernactiviteit; of

  • i.

    één of meer buitenlandse vestigingen.

Artikel

22

Onverminderd artikel 16 wordt een advies uitsluitend aangevraagd indien op een aanvrager of houder van een vergunning:

  • a.

    ten minste vier kenmerken, gegevenssoorten of gedragingen van toepassing zijn, waarbij deze uit ten minste twee van de artikelen 18, 19, 20 of 21 afkomstig zijn; of

  • b.

    ten minste één van de in artikel 19 onder a tot en met f genoemde gegevens van toepassing zijn.

Hoofdstuk

5

Bijzondere omstandigheden

Artikel

23

De NIWO kan in bijzondere omstandigheden van deze beleidsregel afwijken voor zover dit gelet op het achterhalen, voorkomen of tegengaan van misbruik van een vergunning niet zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk

6

Overige bepalingen

Artikel

24

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 mei 2009.

Artikel

25

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) toetsing vergunningen beroepsgoederenvervoer over de weg aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob).

De Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie.