Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2014, nr. HO&S/695142, houdende onder meer het vaststellen van de normbedragen in de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten alsmede de Wet studiefinanciering BES voor het jaar 2015 (Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES, voor het jaar 2015)

Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

2

Indexcijfer cao-lonen en consumentenprijsindex

Artikel

3

Rentepercentage WSF 2000 en WSF BES

Hoofdstuk

2

Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel

4

Toetsingsinkomen partner

Vervallen

Artikel

5

Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage beroepsonderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 worden de bedragen, genoemd in artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 23.152,70 onderscheidenlijk € 29.333,26.

Artikel

6

Vordering wegens eigen inkomsten mbo-student

Vervallen

Artikel

7

Normbedragen studiefinanciering

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van artikel 3.18 van de WSF 2000, als volgt:

Overzicht 1. Normbedragen voor de kosten van levensonderhoud

A. Beroepsonderwijs

Normbedrag thuiswonend

€ 657,49

Normbedrag uitwonend

€ 928,58

B. Hoger onderwijs

Normbedrag thuiswonend

€ 936,46

Normbedrag uitwonend

€ 1.130,77

Overzicht 2. Financieringsbronnen

A. Beroepsonderwijs

Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin)

• Thuiswonend

€ 107,26

• uitwonend

€ 350,03

Basislening

• thuis- en uitwonend

€ 233,65

Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage1

• thuiswonend

€ 316,58

• uitwonend

€ 344,90

B. Hoger onderwijs

Basisbeurs

• Thuiswonend

€ 130,21

• Uitwonend

€ 324,52

Basislening

€ 315,17

Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage

€ 491,08

1 Voor mbo-studenten die lesgeld verschuldigd zijn, wordt de maximale aanvullende beurs/lening ingevolge artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 vanaf 1 januari 2026 verhoogd met € 121,50 en per 1 augustus 2026 met € 125,92 per maand.

Overzicht 3. Aanvullende financieringsbron

Toeslag eenoudergezin

€ 327,15

€ 327,15

Artikel

8b

Normbedragen cohortgarantie

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000, als volgt:

a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van artikel 3.18

€ 859,63

€ 1.130,77

b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18

€ 136,07

€ 378,82

c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18

€ 334,37

€ 362,76

d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18

€ 389,19

€ 389,19

Artikel

8c

Bedrag tegemoetkoming voor de eerste vier cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.15, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 2.167,34.

Artikel

8d

Bedrag tegemoetkoming voor cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.30, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 35,31.

Hoofdstuk

3

Normen WTOS

Artikel

9

Grensbedragen draagkracht en toetsingsinkomen

Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS, vastgesteld op € 45.686,11.

Artikel

10

Normbedragen basistoelage

Met ingang van 1 januari 2026 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in artikel 4.3 van de WTOS, als volgt vastgesteld:

  • a.

    € 147,65 voor een thuiswonende leerling;

  • b.

    € 344,26 voor een uitwonende leerling.

Artikel

11

Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 4.6 WTOS

Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 4.6 van de WTOS, als volgt:

Overzicht bedragen tegemoetkoming schoolkosten per maand 2026–2027

a. onderbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs

€ 104,11

b. bovenbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs

€ 113,98

c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo

€ 142,53

d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo

€ 152,47

e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs

€ 69,15

f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo)

€ 152,47

Artikel

12

Normbedrag tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 5.4

Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 5.4 van de WTOS, vastgesteld op € 959,01.

Artikel

13

Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 5.10 WTOS

Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van artikel 5.10 van de WTOS, als volgt:

Overzicht 1. Onderwijs gedurende gehele schooljaar of geen onderwijs meer vanaf 1 januari

540 of meer

€ 410,34

540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540

€ 205,17+ € 205,17 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

270 tot 540

€ 276,45

270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270

€ 138,23 + € 138,23 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

minder dan 270

Nihil

Overzicht 2. Geen onderwijs meer volgen na 30 september en voor 1 januari

540 of meer

€ 205,17

540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540

€ 102,59 + € 102,59 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

270 tot 540

€ 138,23

270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270

€ 69,12 + € 69,12 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

Minder dan 270

Nihil

Artikel

14

Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 10.7

Vervallen

Hoofdstuk

4

Normen WSF BES

Artikel

15

Normbedragen studiefinanciering en opstarttoelage BES

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, bedoeld in artikel 2.2 van de WSF BES, als volgt:

Bedragen studiefinanciering BES:

Beroepsonderwijs

Eigen openbaar lichaam

USD 94,61

USD 189,22

USD 283,83

Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten

USD 307,45

USD 614,90

USD 922,35

Overig deel Caribische regio

USD 472,97

USD 945,94

USD 1.418,91

Verenigde Staten van Amerika en Canada

USD 648,81

USD 1.297,62

USD 1.946,43

Hoger onderwijs

Eigen openbaar lichaam

USD 177,36

USD 354,72

USD 532,08

Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten

USD 354,71

USD 709,42

USD 1.064,13

Overig deel Caribische regio

USD 472,97

USD 945,94

USD 1.418,91

Verenigde Staten van Amerika en Canada

USD 648,81

USD 1.297,62

USD 1.946,43

Bedragen opstarttoelage BES:

Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs

Europees deel van Nederland

USD 3.264,99

USD 6.529,98

Hoofdstuk

5

Wijziging bedragen in andere regelingen

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

19

Inwerkingtreding en vervaldatum

Vervallen

Artikel

20

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker