Besluit van 2 april 2019, houdende regels met betrekking tot de begroting en verantwoording van de kosten van het toezicht van de Stichting Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank N.V. en de financiering van de toezichtkosten (Besluit bekostiging financieel toezicht 2019)

Besluit bekostiging financieel toezicht 2019

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, gedaan mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 22 oktober 2018, 2018-0000176217, directie Financiële Markten;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 november 2018, nr. W06.18.0335/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën, uitgebracht mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 29 maart 2019, 2019-0000034344, directie Financiële Markten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Hoofdstuk

2

Begroting en verantwoording toezichthouders

§

2.1

Begroting

Artikel

2

Berekeningswijze doorlopend toezicht

In de begroting neemt de toezichthouder een overzicht op waaruit de berekeningswijze van de kosten van het doorlopend toezicht, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet, in het desbetreffende jaar blijkt.

Artikel

3

Begroting DNB

Artikel

4

Nadere regels

Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels met betrekking tot de inrichting van de begroting worden gesteld.

§

2.2

Verantwoording

Artikel

5

Verantwoording DNB

In de verantwoording geeft de Nederlandsche Bank per toezichtcategorie het verschil tussen de gerealiseerde baten en lasten aan. In dit verschil worden de verkregen opbrengsten uit verbeurde dwangsommen en boetes niet meegenomen.

Artikel

6

Toerekenen exploitatiesaldo

Hoofdstuk

3

Vergoeding van de kosten van het doorlopend toezicht

Artikel

7

Vergoeding kosten AFM

Artikel

8

Vergoeding kosten DNB

Artikel

9

Vaststelling jaarlijkse tarieven

Artikel

10

Te gebruiken gegevens

Artikel

11

Verhoudingsgewijze vergoeding

Artikel

12

Fusie

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

13

Overgangsbepaling exploitatiesaldo 2018

In afwijking van artikel 6 wordt het exploitatiesaldo, met inbegrip van de opbrengsten uit boetes en verbeurde dwangsommen tot € 2,5 miljoen, over het jaar 2018 door de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank in 2019 aan de toezichtcategorieën toegerekend overeenkomstig de procentuele verdeling in de bijlagen II tot en met V van de Wet bekostiging financieel toezicht, zoals die wet luidde op 31 december 2018.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

Artikel

15

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekostiging financieel toezicht 2019.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Bijlage

1

Autoriteit Financiële Markten

(Bijlage als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 7 en 10, tweede lid)

A

Toezichtcategorieën en procentuele verdeling

Aanbieders van krediet

4,5

Accountantsorganisaties

11,9

Adviseurs en bemiddelaars

13,4

Afwikkelondernemingen, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen

0,1

Banken en clearinginstellingen

18,7

Beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede bewaarders alsmede aanbieders van beleggingsobjecten alsmede beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening (exclusief exploitanten van een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit)

16,4

Beleggingsondernemingen voor eigen rekening

1,4

Centrale effectenbewaarinstellingen

0,4

Centrale tegenpartijen

0,3

Effectenuitgevende instellingen: markt

7,1

Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving

4,3

Financiële infrastructuur: marktexploitanten, exploitanten van een MTF, OTF of een georganiseerde handelsfaciliteit, datarapporteringsdienstverleners en beheerders van benchmarks

8,7

Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen

3,4

Verzekeraars: leven en pensioen

6,9

Verzekeraars: schade niet zijnde zorg

2,1

Verzekeraars: zorg

0,4

B

Personen en maatstaven

1. Aanbieders van krediet

Aanbieders van krediet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:60 Wft.

Aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet

2. Accountantsorganisaties

a. Accountantsorganisatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5 Wta;

b. Auditorganisatie van een derde land die op grond van artikel 12c of auditkantoor dat op grond van artikel 12e Wta is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 11 Wta

Omzet uit wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang en bij controlecliënten die geen organisaties van openbaar belang zijn

3. Adviseurs en bemiddelaars

a. Adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:75, 2:80, 2:86 en 2:92 Wft.

b. Beleggingsondernemingen die vallen onder de Vrijstellingsregeling Wft

Het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijdmedewerkers

4. Afwikkelondernemingen, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen

a. Afwikkelondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:3.0b, 2:3.0g en 2:3.0l Wft.

b. Betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, Wft.

c. Elektronischgeldinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a Wft.

Provisie-inkomsten

5. Banken en clearinginstellingen

a. Clearinginstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:4 Wft.

b. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 Wft.

c. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 Wft.

d. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 Wft.

e. Financiële instellingen waaraan een verklaring van ondertoezichtstelling is verleend als bedoeld in artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a, Wft.

Minimum omvang toetsingsvermogen berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 Wft worden bepaald

6. Beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede bewaarders alsmede aanbieders van beleggingsobjecten alsmede beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening (exclusief exploitanten van een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit)

a. Bewaarders waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3g Wft.

b. Aanbieders van beleggingsobjecten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:55 Wft.

c. Beheerders van beleggingsinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:65 Wft.

d. Beheerders van icbe’s waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:69b Wft.

e. Beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft, uitgezonderd exploitanten van een MTF en exploitanten van een georganiseerde handelsfaciliteit.

f. Personen aan wie een vergunning is verleend om te bieden overeenkomstig artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten).

Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen:

a.

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit als genoemd in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d, Wft of artikel 2:97, vierde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b Wft beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip het verlenen van een beleggingsdienst».

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verrichten van een van de beleggingsactiviteiten genoemd in onderdeel a, b of c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «verrichten van een beleggingsactiviteit» of een combinatie daarvan;

b. de omvang van het totaal van:

– het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en);

– het balanstotaal van de beheerde icbe (»s);

– het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het beheren van individueel vermogen», welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het «adviseren over financiële instrumenten» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– honderd maal het minimum aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verrichten van een beleggingsactiviteit».

7. Beleggingsondernemingen voor eigen rekening

Beleggingsondernemingen die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft

Het aantal in Nederland werkzame personen dat door de onderneming is belast met het verrichten van transacties in financiële instrumenten

8. Centrale effectenbewaarinstellingen

Centrale effectenbewaarinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EU) nr. 909/2014

Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling

9. Centrale tegenpartijen

Tegenpartij waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EU) Nr. 648/2012 (EMIR-verordening).

De aan de hand van de artikelen 41, 42 en 43 van Verordening (EU) Nr. 648/2012 (EMIR-verordening) te bepalen waarde van het geheel aan middelen dat de centrale tegenpartij aanhoudt ter dekking van de risico’s die zij loopt.

10. Effectenuitgevende instellingen: markt

a. Uitgevende instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van verordening (EU) nr. 596/2014 (verordening marktmisbruik) die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 1, van verordening (EU) nr. 596/2014 heeft uitgegeven die met haar instemming zijn toegelaten, of waarvoor met haar instemming verzocht is om toelating, tot de handel in Nederland op een handelsplatform als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 10, van verordening (EU) nr. 596/2014.

b. Uitgevende instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van verordening (EU) nr. 596/2014 met zetel in Nederland of met zetel in een staat die geen lidstaat van de Europese Unie is waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is als bedoeld in artikel 5:25a, eerste lid, onderdeel c, Wft.

De gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling.

11. Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving

a. Effectenuitgevende instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, Wtfv waarop een verplichting rust tot het opmaken van een jaarrekening.

b. Effectenuitgevende instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, Wtfv waarop op grond van artikel 5:25m, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, een verplichting rust tot het uitbrengen van een persbericht over het algemeen verkrijgbaar gesteld zijn van de door hem opgemaakte jaarlijkse financiële verslaggeving, bedoeld in artikel 5:25c van de Wet op het financieel toezicht.

De gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling.

Eigen vermogen.

12. Financiële infrastructuur: marktexploitanten, exploitanten van een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit, datarapporterings-dienstverleners en beheerders van benchmarks.

a. Marktexploitant waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26 Wft.

b. Beleggingsonderneming die in Nederland een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit exploiteert en beheert, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft.

c. Datarapporteringsdienstverlener waaraan een vergunning is verleend op grond van artikel 2:103c Wft.

d. Marktexploitant als bedoeld in artikel 2:103e Wft, tweede lid, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26 Wft, eerste lid, en in de vergunning is vermeld dat deze is verleend voor werkzaamheden als bedoeld in de definitie van datarapporteringsdienst, bedoeld in artikel 1:1 Wft.

e. Beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 2:103e Wft, eerste lid, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, is verleend voor het exploiteren van een georganiseerde handelsfaciliteit of een multilaterale handelsfaciliteit, en in de vergunning is vermeld dat deze is verleend voor werkzaamheden als bedoeld in de definitie van datarapporteringsdienst, bedoeld in artikel 1:1 Wft.

f. In Nederland actief zijnde houder van een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat van de Europese Unie is, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26 Wft.

g. Een beheerder van een benchmark als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van Verordening EU nr 2016/1011 (Benchmarks) waaraan in Nederland een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van die verordening.

h. Een beheerder van een benchmark als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van Verordening EU nr 2016/1011 (Benchmarks) waaraan in Nederland een registratie is verleend als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van die verordening.

i. Een wettelijke vertegenwoordiger van een derde land beheerder waaraan in Nederland erkenning is verleend als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van Verordening EU nr. 2016/1011 (Benchmarks).

a. Het vergunningtype.

b. Het aantal transacties (enkele telling) in financiële instrumenten dat tot stand is gekomen volgens de regels en de systemen van de desbetreffende gereglementeerde markt, multilaterale handelsfaciliteit, georganiseerde handelsfaciliteit.

c. Provisie-inkomsten.

d. Omzet.

j. Een Nederlandse onder toezicht staande instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van Verordening EU nr 2016/1011 (Benchmarks) beschikkende over een goedgekeurde bekrachtiging van een in een derde land aangeboden benchmark of benchmarkgroep als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van die verordening.

13. Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen

a. Pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 Pw of artikel 1 Wvb dat is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 210 Pw, of het register, bedoeld in artikel 204 Wvb.

b. Premiepensioeninstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54g Wft.

Aantal actieve deelnemers in combinatie met de som van de technische voorzieningen en het eigen vermogen.

14. Verzekeraars: leven en pensioen

a. Levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, Wft dan wel waarvan de Nederlandsche Bank een kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2:47 Wft.

b. Pensioenverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, Wft dan wel waarvan de Nederlandsche Bank een kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2:47 Wft.

Bruto premie-inkomen in Nederland uit pensioenverzekeringen en levensverzekeringen.

15. Verzekeraars: schade niet zijnde zorg

Schade- of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, Wft, niet zijnde zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet en verzekeraars die uitsluitend op de zorgverzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet aanvullende ziektekostenverzekeringen aanbieden, dan wel waarvan de Nederlandsche Bank een kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2:47 Wft.

Bruto premie-inkomen in Nederland uitgezonderd het premie-inkomen uit zorgverzekeringen en aanvullende ziektekostenverzekeringen.

16. Verzekeraars: zorg

Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid Wft en verzekeraars die uitsluitend op de zorgverzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet aanvullende ziektekostenverzekeringen aanbieden.

Bruto premie-inkomen in Nederland voor zover afkomstig uit aanvullende ziektekostenverzekeringen.

Verklaring van gebruikte afkortingen

Pw: Pensioenwet

Wft: Wet op het financieel toezicht

Wta: Wet toezicht accountantsorganisaties

Wtfv: Wet toezicht financiële verslaggeving

Wvb: Wet verplichte beroepspensioenregeling

Bijlage

2

De Nederlandsche Bank

(Bijlage als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 8 en 12, tweede lid)

A

Toezichtcategorieën

  • Banken en kredietunies;

  • Beheerders van beleggingsinstellingen en van icbe’s, beleggingsondernemingen, bewaarders alsmede marktexploitanten die een MTF of georganiseerde handelsfaciliteit exploiteren;

  • Betaalinstellingen, clearinginstellingen en elektronischgeldinstellingen;

  • Depositogarantiestelsel: banken

  • Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen;

  • Resolutie: Banken en beleggingsondernemingen;

  • Resolutie: Verzekeraars niet zijnde zorgverzekeraars;

  • Resolutie: Zorgverzekeraars;

  • Trustkantoren;

  • Verzekeraars niet zijnde zorgverzekeraars;

  • Zorgverzekeraars.

B

Personen en maatstaven

1. Banken en kredietunies

a. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 Wft.

b. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 Wft.

c. Ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, Wft en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen.

d. Financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, Wft.

e. Banken met zetel in Nederland die zijn opgenomen in een openbaar register als bedoeld in artikel 3:33a Wft

Minimum omvang toetsingsvermogen berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 Wft worden bepaald.

Kredietunies waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54o Wft.

Basisbedrag

2. Beheerders van beleggingsinstellingen en van icbe’s, beleggingsondernemingen, bewaarders alsmede marktexploitanten die een MTF of georganiseerde handelsfaciliteit exploiteren

a. Marktexploitanten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5:26 Wft, die een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit exploiteren.

b. Beheerders van beleggingsinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:65 Wft.

c. Beheerders van icbe’s waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:69b Wft.

d. Beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft.

Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen:

a.

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit als genoemd in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d, Wft of artikel 2:97, vierde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b Wft beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip het verlenen van een beleggingsdienst».

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verrichten van een van de beleggingsactiviteiten genoemd in onderdeel a, b of c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «verrichten van een beleggingsactiviteit» of een combinatie daarvan;

b. de omvang van het totaal van:

– het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en);

– het balanstotaal van de beheerde icbe (»s);

– het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het beheren van individueel vermogen», welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het «adviseren over financiële instrumenten» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– honderd maal het minimum aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verrichten van een beleggingsactiviteit».

Bewaarders waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3g Wft.

Basisbedrag

3. Betaalinstellingen, clearinginstellingen en elektronischgeldinstellingen

a. Betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, Wft.

b. Clearinginstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:4 Wft.

c. Elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a Wft.

d. Wisselinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54i, eerste lid, of artikel 2:54l, eerste lid, Wft.

Provisie-inkomsten

4. Depositogarantiestelsel: banken

a. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 Wft.

b. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 Wft.

c. Ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, Wft en die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen.

Gemiddelde omvang van de gegarandeerde deposito’s

d. Financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, Wft.

e. Banken met zetel in Nederland die zijn opgenomen in een openbaar register als bedoeld in artikel 3:33a Wft

5. Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen

a. Pensioenfondsen als bedoeld in artikel 1 Pw of artikel 1 Wvb die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 210 Pw, of het register, bedoeld in artikel 204 Wvb.

b. Pensioenfondsen als bedoeld in artikel 1 Pw BES, die zich hebben aangemeld bij de Nederlandsche Bank, zoals bepaald in artikel 4, tweede lid, Pw BES.

Som van de technische voorziening pensioenverplichting en het vereist eigen vermogen, vermenigvuldigd met een bonus/malus factor.

De bonus/malus factor is gelijk aan de som van de technische voorziening pensioenverplichting en het vereist eigen vermogen, gedeeld door de som van de technische voorziening pensioenverplichtingen en het (aanwezige) eigen vermogen.

Premiepensioeninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54g Wft.

Technische voorziening pensioenverplichting

6. Resolutie: Banken en beleggingsondernemingen

a. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 Wft.

b. Beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3a:2 Wft, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft.

Total assets:

Het totaal van activa op de balans zoals door banken en beleggingsondernemingen gerapporteerd aan de Nederlandsche Bank.¹

7. Resolutie: Verzekeraars niet zijnde zorg

a. Verzekeraar waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:26a, eerste lid, 2:26d, eerste lid, 2:27, eerste lid, of 2:40, eerste lid, Wft, niet zijnde een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:50, eerste lid, Wft.

b. Entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:54a of 2:54d Wft.

Omvang technische voorziening

8. Resolutie: Zorgverzekeraars

Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, Wft.

Omvang technische voorziening

9. Trustkantoren

Trustkantoren waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3 van de Wet toezicht trustkantoren 2018.

Omzet

10. Verzekeraars niet zijnde zorgverzekeraars

a. Verzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:26a, eerste lid, artikel 2:26d, eerste lid, artikel 2:27, eerste lid, artikel 2:40, eerste lid, of artikel 2:48, eerste lid, Wft, niet zijnde een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:50, eerste lid, Wft.

b. Entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54a of artikel 2:54d Wft.

Bruto premie-inkomen

11. Zorgverzekeraars

Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, Wft.

Aantal verzekerden.

¹ Het betreft de rapportages op grond van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft 2011 of de Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (CRR).

Verklaring van gebruikte afkortingen

Pw: Pensioenwet

Pw BES: Pensioenwet BES

Wft: Wet op het financieel toezicht

Wvb: Wet verplichte beroepspensioenregeling