Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 oktober 2021, nr. WJZ/20222966, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021)

Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021

De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op:
  • verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds (PbEU 2021, L 231);

  • verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking’ (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten (PbEU 2021, L 231);

  • verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);

Besluiten:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • beheerautoriteit: door de minister als zodanig aangewezen autoriteit;

  • bevoegde autoriteit: minister of beheerautoriteit;

  • groep: groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • laatste betaling: laatste betaling door de bevoegde autoriteit aan de begunstigde van het bedrag of een deel van het bedrag, genoemd in de beschikking tot subsidievaststelling;

  • minister:

  • mkb: onderneming als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);

  • onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • penvoerder: de door een samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of penvoerende organisatie die deelneemt aan het samenwerkingsverband;

  • samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten;

  • verordening 2021/1058: Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds (PbEU 2021, L 231);

  • verordening 2021/1059: Verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking’ (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten (PbEU 2021, L 231);

  • verordening 2021/1060: Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);

  • verordening 2021/1139: Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247).

Artikel

1.2

Cumulatie

Onverminderd artikel 63, negende lid, van verordening 2021/1060, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens de toepasselijke Europese verordeningen is toegestaan.

Artikel

1.3

Subsidiabele kosten

Voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteit, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

  • a.

    loonkosten;

  • b.

    bijdragen in natura als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van verordening 2021/1060;

  • c.

    afschrijvingskosten als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van verordening 2021/1060; en

  • d.

    andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.

Artikel

1.4

Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 64, eerste lid, van verordening 2021/1060 komen de volgende kosten niet als subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.3, aanhef en onderdeel d, in aanmerking:

  • a.

    administratieve en financiële sancties en boetes;

  • b.

    winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband;

  • c.

    fooien en geschenken;

  • d.

    representatiekosten en -vergoedingen;

  • e.

    kosten van personeelsactiviteiten;

  • f.

    kosten van overboekingen en annuleringen;

  • g.

    gratificaties en bonussen; en

  • h.

    kosten van outplacementtrajecten.

Artikel

1.5

Wettelijke rente bij terugvordering

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies of in geval van terugvordering op grond van verordening 2021/1060, verordening 2021/1058, verordening 2021/1139 of verordening 2021/1059, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen terugbetaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

Artikel

1.6

Vaststelling beleidsregels

De bevoegde autoriteit stelt beleidsregels vast voor de toepassing van financiële correcties als bedoeld in artikel 103, eerste lid, van verordening 2021/1060.

Artikel

1.7

Algemene verplichtingen subsidieontvanger

De subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband de penvoerder, doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de beheerautoriteit van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband op een deelnemer aan het samenwerkingsverband, van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, of tot verlening van surseance van betaling aan de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband aan een deelnemer in het samenwerkingsverband, of tot faillietverklaring van de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband van een deelnemer in het samenwerkingsverband.

Artikel

1.8

Instandhouding activiteit

Hoofdstuk

2

Regels omtrent subsidieverstrekking door de minister

Artikel

2.1

Reikwijdte

Dit hoofdstuk is van toepassing op hoofdstuk 3.

Artikel

2.3

Openstelling

Artikel

2.4

Wijze van verdelen

De minister verdeelt het subsidieplafond:

  • a.

    op volgorde van binnenkomst van de aanvragen;

  • b.

    op volgorde van rangschikking van de aanvragen;

  • c.

    evenredig over de ingediende aanvragen; of

  • d.

    door loting.

Artikel

2.5

Verdeling op volgorde van binnenkomst

Artikel

2.6

Verdeling op volgorde van rangschikking

Artikel

2.7

Verdeling van subsidieplafond per categorie

Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, plaats per categorie.

Artikel

2.8

Adviescommissie

Artikel

2.9

Informatieverplichtingen

Artikel

2.10

Niet-subsidiabele kosten samenwerkingsverband

Onverminderd artikel 1.4 komen in geval van een samenwerkingsverband kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer van het samenwerkingsverband niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel

2.11

Afwijzingsgronden

Artikel

2.12

Beslissing op de aanvraag

Artikel

2.13

Beslissing samenwerkingsverband

Indien de subsidie wordt verleend aan deelnemers in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidieverlening aan de penvoerder.

Artikel

2.14

Bevoorschotting

Artikel

2.15

Algemene verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.16

Uitvoering projectplan

Artikel

2.17

Administratieve verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.18

Tussenrapportage projecten

Artikel

2.19

Indienen aanvraag subsidievaststelling

Artikel

2.20

Indienen aanvraag subsidievaststelling samenwerkingsverband

Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot subsidievaststelling in.

Artikel

2.21

Beschikking subsidievaststelling

Hoofdstuk

3

Europees fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur

§

3.1

Algemene bepalingen

Artikel

3.1.1

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • verordening 1380/2013: Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L 354);

  • wetenschappelijke organisatie:

    • a.

      in onderdeel a of b van de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;

    • b.

      andere dan in onderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;

    • c.

      geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:

      • 1°.

        openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld in onderdeel a; of

      • 2°.

        onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

    • d.

      rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld in onderdeel a, b of c direct of indirect:

      • 1°.

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft,

      • 2°.

        volledig aansprakelijk vennoot is; of

      • 3°.

        overwegende zeggenschap heeft.

Artikel

3.1.2

Niet-subsidiabele kosten

Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:

  • a.

    de kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 13 van verordening 2021/1139;

  • b.

    de kosten gemaakt buiten de projectperiode, die benoemd is in de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel

3.1.3

Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien:

  • a.

    de subsidieaanvrager niet-ontvankelijk is voor steun op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 11 van verordening 2021/1139; of

  • b.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet subsidiabel zijn op grond van artikel 13 van de verordening 2021/1139.

Artikel

3.1.4

Informatieverplichtingen

Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag om subsidie in ieder geval:

  • a.

    indien de subsidieaanvrager een natuurlijke persoon is, het burgerservicenummer;

  • b.

    gegevens waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager beschikt over de nodige financiële middelen en mechanismen, bedoeld in artikel 73, tweede lid, onderdeel d, van verordening 2021/1060, om de exploitatie- en onderhoudskosten te dekken van het project of de investering waarvoor subsidie wordt aangevraagd uit te kunnen voeren;

  • c.

    een verklaring dat de subsidieaanvrager niet niet-ontvankelijk is voor steun op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 11, eerste en derde lid, van verordening 2021/1139;

  • d.

    gegevens met betrekking tot het project of de investering waarvoor subsidie wordt aangevraagd om monitoring, evaluatie en rapportage aan de Europese Commissie, zoals bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, 43 en 49, derde lid, van verordening 2021/1060, mogelijk te maken;

  • e.

    voor zover ten tijde van de aanvraag om subsidie bekend is dat de aanvrager een opdracht wil verlenen als bedoeld in artikel 3.1.7, tweede lid, kopieën van de opgevraagde offertes, waarmee de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, onderbouwd worden; en

  • f.

    voor zover ten tijde van de aanvraag om subsidie bekend is dat een aanvrager een opdracht wil verlenen als bedoeld in artikel 3.1.7, vijfde lid, gegevens over de gevolgde procedure en de gunningsbeslissing, bedoeld in artikel 3.1.7, zesde lid.

Artikel

3.1.5

Voorschotverlening en opdrachtgunning

De aanvraag tot voorschotverlening bevat, voor zover de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor hij een voorschot als bedoeld in artikel 2.14 aanvraagt een opdracht heeft verleend als bedoeld in:

  • a.

    artikel 3.1.7, tweede lid: kopieën van de opgevraagde offertes als bedoeld in artikel 3.1.7, tweede lid, en de relevante redenen voor een op basis van de offertes genomen gunningsbeslissing; of

  • b.

    artikel 3.1.7, vijfde lid: gegevens over de gevolgde procedure en de gunningsbeslissing, bedoeld in artikel 3.1.7, zesde lid.

Artikel

3.1.6

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd artikel 2.19, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

  • a.

    gegevens met betrekking tot het halen van de doelstellingen en prioriteiten van het project of de investering waarvoor subsidie is aangevraagd;

  • b.

    voor zover van toepassing en voor zover deze nog niet zijn aangeleverd bij de aanvraag om subsidie of een aanvraag tot voorschotverlening, kopieën van opgevraagde offertes als bedoeld in artikel 3.1.7, tweede lid, en de relevante redenen voor een op basis van deze offertes genomen gunningsbeslissing; en

  • c.

    voor zover van toepassing en voor zover deze nog niet zijn aangeleverd bij de aanvraag om subsidie of een aanvraag tot voorschotverlening, gegevens over de gevolgde procedure en de gunningsbeslissing, bedoeld in artikel 3.1.7, vijfde lid.

Artikel

3.1.7

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

3.1.8

Adviescommissie EMFAF

Artikel

3.1.9

Vaststelling procedure gegevensdragers

De overeenstemming van op algemeen aanvaarde gegevensdragers bewaarde documenten met de originele documenten wordt vastgesteld overeenkomstig de procedure opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel

3.1.10

Vaststelling beleidsregels EMFAF

De minister stelt beleidsregels als bedoeld in artikel 1.6 in ieder geval vast voor de toepassing van financiële correcties in verband met de niet-naleving van regels die gelden op grond van:

§

3.2

Investeringen in mosselzaadinvanginstallaties

Artikel

3.2.1

Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel

3.2.2

Subsidieverstrekking

Artikel

3.2.3

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 60 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 100.000 per subsidieaanvrager.

Artikel

3.2.4

Subsidiabele kosten

Voor zover zij direct verbonden zijn aan de uitvoering van de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

  • a.

    de kosten voor de aankoop, bouw en plaatsing van een mosselzaadinvanginstallatie; en

  • b.

    voor zover van toepassing, de kosten voor aanpassingen van een vissersvaartuig die noodzakelijk zijn om te kunnen vissen of oogsten met een mosselzaadinvanginstallatie.

Artikel

3.2.5

Verdeling subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond evenredig over de ingediende aanvragen.

Artikel

3.2.7

Afwijzingsgronden

Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:

Artikel

3.2.8

Informatieverplichtingen

Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

  • a.

    een investeringsplan met daarin een beschrijving van de investering;

  • b.

    een begroting van de kosten voor aankoop, bouw en plaatsing van die installatie, en indien van toepassing, de kosten voor aanpassingen aan een vissersvaartuig;

  • c.

    gegevens waarmee de subsidieaanvrager kan aantonen dat de aanvrager mkb is; en

  • d.

    een onderbouwing van de kosten voor aankoop, bouw en plaatsing van de mosselzaadinvanginstallatie, en indien de aanvraag betrekking heeft op subsidie voor de kosten als bedoeld in artikel 3.2.4, aanhef en onderdeel b, een onderbouwing van de kosten voor het aanpassen van een vissersvaartuig.

Artikel

3.2.9

Verplichtingen subsidieontvanger

Onverminderd de artikelen 1.7, 2.15 en 3.1.7, is de subsidieontvanger verplicht:

Artikel

3.2.10

Subsidievaststelling

Onverminderd de artikelen 2.19 en 3.1.6, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

  • a.

    facturen en betaalbewijzen van de ten behoeve van de subsidiabele activiteiten gemaakte en betaalde kosten; en

  • b.

    gegevens waaruit blijkt wat de locatie van de aangelegde mosselzaadinvanginstallatie is.

Artikel

3.2.12

Vervaltermijn

Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 oktober 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Hoofdstuk

4

Europees fonds voor regionale ontwikkeling

[gereserveerd]

Hoofdstuk

5

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

5.2

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

5.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, S.A. Blok
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Bijlage

behorende bij artikel 3.1.9 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021

Procedure als bedoeld in artikel 3.1.9 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021

Kopieën of volledig digitale documenten kunnen worden geaccepteerd als bewijsstuk. In deze bijlage worden de procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 en verantwoording op grond van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231) en op grond van Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247) kunnen worden gebruikt.

1

Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

  • a.

    fotokopieën van originelen;

  • b.

    microfiches van originelen;

  • c.

    elektronische versies van originelen;

  • d.

    documenten die uitsluitend in elektronische versie bestaan, mits de gebruikte computersystemen voldoen aan aanvaarde beveiligingsnormen die waarborgen dat de bewaarde documenten voldoen aan de eraan te stellen wettelijke eisen en dat bij controles op deze documenten kan worden gesteund.

2

Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1, onderdelen a, b en c, bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

  • alle gegevens worden overgezet;

  • alle gegevens worden inhoudelijk juist overgezet;

  • er wordt voor gezorgd dat de nieuwe gegevensdrager tijdens de gehele bewaartermijn beschikbaar is;

  • de geconverteerde gegevens kunnen binnen redelijke tijd ge(re)produceerd worden en leesbaar worden gemaakt;

  • er wordt zorg voor gedragen dat de controle van de geconverteerde gegevens binnen redelijke tijd kan worden uitgevoerd;

  • de subsidieontvanger borgt tevens de authenticiteit van de geconverteerde bewijsstukken door onder andere een relatie te leggen met de overige bewijsstukken in het betreffende projectdossier. Bij een factuur bijvoorbeeld behoort ook een betaalbewijs, een bewijs van deelname of een bewijsstuk met betrekking tot de inkoopprocedure.

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3

Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld onder 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen.

Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

  • 1.

    Digitale urenadministratie:

    om aan de eisen van betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens te kunnen voldoen, moet de subsidieontvanger kunnen aantonen dat:

    • de functiescheiding binnen het systeem wordt gewaarborgd;

    • vaststellingen na accorderen door de leidinggevende niet meer te wijzigen zijn.

    Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen.

  • 2.

    Facturen die digitaal worden verzonden:

    om aan de eisen van betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens te kunnen voldoen kan de subsidieontvanger via de onderlinge relatie met andere documenten (zoals een betaalbewijs) aantonen dat voor de controle kan worden gesteund op de digitale factuur.