Beleidsregel van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 december 2022, nr. WJZ/ 22259319, houdende beleidsregels omtrent het verlagen van subsidie verleend voor plattelandsinterventies en sectorale interventies in het kader van Verordening (EU) 2021/2115 (Beleidsregel verlagen subsidie GLB)

Beleidsregel verlagen subsidie GLB

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op:
  • artikel 59, eerste lid, onderdeel d, van verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435);

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • administratieve sanctie: het verlagen, wijzigen of intrekken van de subsidie naar aanleiding van een niet-naleving;

  • agrarisch collectief: vereniging als bedoeld in artikel 3.1 van de SVNL 2016;

  • ANLb: agrarisch natuur- en landschapsbeheer op grond van paragraaf 3 van de SVNL 2016;

  • baselinevoorwaarden: eisen, normen, voorschriften en voorwaarden als bedoeld in artikel 70, derde lid, van verordening (EU) 2021/2115, zoals opgenomen in bijlage 3 van de onderhavige beleidsregel;

  • bedrijfsperceel: oppervlakte die een deelnemer als behorende tot zijn bedrijf heeft geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op de door of namens de minister aangegeven wijze;

  • beschikte hectareprijs: het gemiddelde bedrag per hectare per jaar voor het realiseren van een leefgebied of onderdeel van een leefgebied, zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de SVNL 2016;

  • betaalverzoek: verantwoording als bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, van de SVNL 2016;

  • bevoegd gezag: afhankelijk van de betreffende subsidieregeling de minister of Gedeputeerde Staten van de onderscheiden provincies;

  • conditionaliteiten: beheerseisen en GLMC-normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal en de sociale conditionaliteiten zoals opgenomen in de bijlagen 3, 4 en 4a van de uitvoeringsregeling;

  • controle: uitoefening door ambtenaren van het bevoegd gezag of een controle instantie met de bevoegdheid tot toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de van toepassing zijnde wetgeving;

  • deelnemer: lid van een vereniging als bedoeld in artikel 3.1 van de SVNL 2016;

  • jaarbetaling: de naar aanleiding van een betaalverzoek jaarlijkse uitbetaling van een gedeelte van het totale bedrag zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de SVNL 2016;

  • maximale vergoeding: maximale vergoeding die betaald mag worden voor het uitvoeren van een beheeractiviteit in het kader van het ANLb;

  • minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

  • Nationaal Strategisch Plan GLB: het Nederlandse Nationaal Strategisch Plan, zijnde een strategisch GLB-plan als bedoeld in artikel 104, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2115;

  • niet-naleving: overtreding van de subsidievoorwaarden of subsidieverplichtingen, inclusief een onregelmatigheid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/2116;

  • plattelandsinterventie: interventie als bedoeld in artikel 69 van verordening (EU) 2021/2115;

  • REES 2021: Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021;

  • referentieperceel: oppervlakte als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2022/1172;

  • sectorale interventie: interventie als bedoeld in artikel 42 van verordening (EU) 2021/2115;

  • SVNL 2016: Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies;

  • uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling GLB 2023;

  • verordening (EU) nr. 1305/2013: Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435);

  • verordening (EU) 2021/2116: Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435);

  • verordening (EU) 2022/126: Gedelegeerde verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023–2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L 20);

  • verordening (EU) 2022/128: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie (PbEU 2022, L 20);

  • verordening (EU) 2022/1172: Gedelegeerde verordening (EU) 2022/1172 van de Commissie van 4 mei 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de toepassing en berekening van administratieve conditionaliteitssancties (PbEU 2022, L 183).

Artikel

1.2

Toepassingsbereik

Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies voor plattelandsinterventies en sectorale interventies verstrekt op grond van:

Artikel

1.3

Doel

Artikel

1.4

Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden

Artikel

1.5

Kennelijke fout

Artikel

1.6

Omzeilingsclausule

Het bevoegd gezag kan ter uitvoering van artikel 62 van verordening (EU) 2021/2116 een subsidie intrekken of wijzigen indien vast is komen te staan dat de subsidieontvanger kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voor de subsidie in aanmerking te komen.

Artikel

1.7

Terugvordering

Hoofdstuk

2

Voorschriften inzake agrarisch natuur- en landschapsbeheer

Artikel

2.1

Maximale verlagingen

Artikel

2.2

Berekening jaarbetaling

Artikel

2.3

Verlagingen in verband met beheer en herstelmogelijkheid

Artikel

2.4

Minimum- en maximumpercentages beheeractiviteit

Artikel

2.5

Verlagingen bij onderrealisatie leefgebied

Artikel

2.6

Intekenen buiten bedrijfsperceel

Indien een agrarisch collectief in het betaalverzoek oppervlaktes opgeeft die geen bedrijfsperceel zijn, verstrekt het bevoegd gezag voor die oppervlaktes geen subsidie.

Artikel

2.7

Verhinderen controle of monitoringswerkzaamheden

Artikel

2.8

Niet-naleving administratieve verplichtingen

Artikel

2.8a

Subsidiabiliteit activiteiten 6, 16, 23, 26 en 30 van de SVNL2016

Artikel

2.9

Herhaalde niet-naleving

Artikel

2.10

Niet-naleving van baselinevoorwaarden

Artikel

2.11

Niet-naleving van de conditionaliteiten

Artikel

2.12

Inzet ANLb-beheer als bufferstrook

Artikel

2.13

Intrekken certificaat

De beschikking tot subsidieverlening wordt met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van -het subsidietijdvak ingetrokken indien het in artikel 3.11, onderdeel h, van de SVNL 2016 bedoelde certificaat van het agrarisch collectief ingetrokken wordt.

Hoofdstuk

3

Voorschriften inzake overige plattelandsinterventies en sectorale interventies

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

3.1

Toepassingsbereik

Artikel

3.2

Subsidie verlagen

Artikel

3.3

Herstelmogelijkheden

Artikel

3.4

Herhaalde niet-naleving

Artikel

3.5

Stapeling niet-nalevingen

Artikel

3.6

Aanbesteding

Artikel

3.7

Controle verhinderen

Indien de begunstigde of zijn vertegenwoordiger de uitvoering van een controle verhindert, wordt de betrokken steun- of betalingsaanvraag afgewezen, behalve in gevallen als bedoeld in artikel 1.4.

Paragraaf

2

Specifieke bepalingen sectorale interventie groenten en fruit

Artikel

3.8

Algemeen niet-naleving

Artikel

3.9

Uit de markt nemen

Artikel

3.10

Niet oogsten

Artikel

3.11

Groen oogsten

Artikel

3.12

Inspanning producentenorganisatie

Indien een producentenorganisatie, na daartoe een dwingende aanwijzing te hebben ontvangen, naar het oordeel van de minister onvoldoende inspanningen heeft verricht om de projecten op zodanige wijze uit te voeren, dat alles in het werk is gesteld om de verwachte meetbare resultaten te behalen, dan wordt het vast te stellen subsidiebedrag verlaagd met het bedrag dat is gerelateerd aan de betreffende sectorale doelstelling van het betreffende project.

Artikel

3.13

Stoppen operationeel programma en beëindiging erkenning

Artikel

3.13a

Redelijke werkelijke kosten

Indien de producentenorganisatie de begroting, bedoeld in artikel 5.2.45, derde lid, van de REES 2021, niet baseert op de redelijke werkelijke kosten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening (EU) 2022/126, wordt de hoogte van de steunbetaling verlaagd tot de redelijke werkelijke kosten. Indien dit niet mogelijk blijkt, worden de desbetreffende kosten geheel in mindering gebracht op de steunbetaling.

Paragraaf

3

Specifieke bepalingen brede weersverzekering

Artikel

3.14

Voorschriften inzake brede weersverzekering

Voor subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 5, titel 5.5, van de REES 2021 geldt dat:

  • a.

    indien de verstrekte subsidie lager is dan de aangevraagde subsidie als gevolg van een bij besluit van de minister vastgestelde verlaging van de subsidie, de landbouwer de met dit verschil overeenkomende premie dient te voldoen aan de verzekeraar vóór 1 juli volgend op het jaar van de aanvraag;

  • b.

    indien de landbouwer niet of niet geheel het in onderdeel a bedoelde bedrag tijdig heeft betaald, de subsidie evenredig percentueel wordt verlaagd met het verschil tussen het bedrag dat tijdig is betaald en het bedrag dat had moeten zijn betaald;

  • c.

    indien blijkt dat de totale oppervlakte van de te verzekeren percelen zoals aangegeven in de subsidieaanvraag lager is dan de oppervlakte vermeld in de verzekeringspolis, de subsidie evenredig procentueel wordt verlaagd met het vastgestelde verschil.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

4.2

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlagen subsidie GLB.

Artikel

4.3

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang 1 januari 2023.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

Bijlage

1

Verlagingen ANLb-beheer als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid

Afwijking heeft weinig effect op het realiseren van de doelstelling van de beheeractiviteit, en is binnen een termijn van maximaal 3 maanden te herstellen

Geen verlaging

Geen verlaging

Geen verlaging

Heeft weinig effect op de realisatie doelstelling van de beheeractiviteit.

Verlaging bedraagt 10% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 15% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Heeft een aanzienlijk effect op de realisatie van de doelstelling van de beheeractiviteit.

Verlaging bedraagt 15% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 60% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

De realisatie van de doelstelling van de beheeractiviteit komt in gevaar.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 60% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 100% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Bijlage

2

Opgave-, wijzigings- en meldingstermijnen ANLb als bedoeld in de artikelen 2.4, tweede lid, en 2.8, derde en vierde lid

Artikel 3.11, onderdeel d, van de SVNL 2016

(opgave en wijzigen van beheeractiviteiten)

• Opvoeren nieuwe activiteiten c.q. wijzigen van activiteiten

Uiterlijk 7 kalenderdagen voor het starten van de activiteit

Daags voor de start van de activiteit

• periode verlengen (=verlengen rustperiode of inundatieperiode)

7 kalenderdagen vóór de oorspronkelijke einddatum

Daags voor de oorspronkelijke einddatum

• periode verkorten (=verkorten of naar voren halen rustperiode of inundatieperiode)

7 kalenderdagen voor de nieuwe einddatum

Daags voor de nieuwe einddatum

• Opvoeren c.q. wijzigen startdatum1

7 kalenderdagen voor de (nieuwe) startdatum

Daags voor de (nieuwe) startdatum

• Opvoeren c.q. wijzigen ingangsdatum aanwezigheid gewasresten (activiteit 9)2

7 kalenderdagen voor de (nieuwe) ingangsdatum aanwezigheid van de gewasresten

Daags voor de (nieuwe) ingangsdatum aanwezigheid van de gewasresten

Artikel 3.11, onderdeel l, van de SVNL 2016

(melden uitvoeren van beheeractiviteiten)

• Activiteit 5 (melden van startdatum rustperiode)3

n.v.t.

7 kalenderdagen na startdatum rustperiode

• Activiteit 6 (bemesten met vaste strorijke mest (ruige stalmest) of het gebruik van een bodemverbeteraar)

n.v.t.

Uiterlijk 14 kalenderdagen na uitvoering4

• Activiteit 16 (schoonmaken van watergangen)

14 kalenderdagen na uitvoering4

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering4

• Activiteit 22 (snoeien)

14 kalenderdagen na uitvoering, doch uiterlijk 28 maart (m.b.t. snoeien in de periode 16 juli jaar x-1 tot 15 maart jaar x)5

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering, doch uiterlijk 11 april (m.b.t. snoeien in de periode 16 juli jaar x-1 tot 15 maart jaar x)5

• Activiteit 23 (maaien en/of schonen)

14 kalenderdagen na uitvoering4

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering4

• Activiteit 26 (spuiten van bagger)

n.v.t.

Uiterlijk 14 kalenderdagen na uitvoering4

• Activiteit 30 (onderwerken bodemverbeteraar)

n.v.t.

Uiterlijk 14 kalenderdagen na uitvoering4

1 Het opvoeren van de startdatum van de rustperiode in het kader van activiteit 5 valt hier niet onder. Een eventuele wijziging van de startdatum wél.

2 Melding is niet nodig indien de periode van aanwezigheid van de gewasresten al gedefinieerd is.

3 Melding is niet nodig indien de startdatum van de rustperiode al gedefinieerd is.

4 Zie artikel 2.8a.

5 Het snoeien in de periode 16 juli t/m 31 december 2022 telt niet mee voor het beheerjaar 2023.

Bijlage

3

Baselinevoorwaarden ANLb als bedoeld in artikel 2.10

Baselinevoorwaarden zoals die per 1 januari 2025 gelden voor ANLb-beheer

1

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 11.37

Het verbod om bepaalde vogelsoorten te doden, te vangen of te verstoren, alsmede om hun nesten, rustplaatsen of eieren te vernielen, te beschadigen of weg te nemen.

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het beschermen van vogels.

5

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 11.37

Het verbod om bepaalde vogelsoorten te doden, te vangen of te verstoren, alsmede om hun nesten, rustplaatsen of eieren te vernielen, te beschadigen of weg te nemen.

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het beschermen van vogels d.m.v. een rustperiode, nestenclave of nestbeschermer.

6

Meststoffenwet in samenhang met de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Artikel 7 jo. de artikelen 8, onderdeel a en b, 9-en 12, eerste -lid, van de Meststoffenwet jo. de artikelen 24 tot en met 27c van de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Het verbod in enig kalenderjaar op een bedrijf meststoffen op of in de bodem te brengen, tenzij de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen in acht is genomen.

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het uitrijden van vaste strorijke mest (ruige stalmest) of het gebruik van een toegestane bodemverbeteraar1 die geheel of gedeeltelijk bestaat uit vaste mest.

Meststoffenwet in samenhang met de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Artikel 7 jo. de artikelen 8, onderdelen b en c, 10, 11 en 12, tweede tot en met vijfde lid, van de Meststoffenwet jo. de artikelen 28 tot en met 33c van de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Het verbod in enig kalenderjaar op een bedrijf meststoffen op of in de bodem te brengen, tenzij de stikstofgebruiksnorm en de fosfaatgebruiksnorm in acht is genomen.

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het uitrijden van vaste strorijke mest (ruige stalmest) of het gebruik van een toegestane bodemverbeteraar die tevens een meststof is.

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.1187

Het verbod op het gebruik, voor zover het vaste mest betreft, in de van de grondsoort afhankelijke periode.

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het uitrijden van vaste strorijke mest (ruige stalmest) of het gebruik van een toegestane bodemverbeteraar1 die geheel of gedeeltelijk bestaat uit vaste mest.

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.723i

Het verbod om in een teeltvrije zone meststoffen te gebruiken, tenzij de daarbij behorende voorschriften in acht zijn genomen.

Alleen voor zover de activiteit in een teeltvrije zone wordt uitgevoerd.

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.723j

Het verbod om op braakliggende landbouwgrond binnen 50 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam meststoffen te gebruiken.

Alleen voor zover de activiteit in de in de hiernaast bedoelde zone wordt uitgevoerd.

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.1199c

Het verbod om in een verplichte bufferstrook meststoffen te gebruiken.

Alleen voor zover de activiteit in een verplichte bufferstrook wordt uitgevoerd.

Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen in samenhang met de Vrijstellingsregeling plantenresten

Artikel 3, eerste en tweede lid, onderdeel c, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen in samenhang met artikel 2 van de Vrijstellinsgregeling plantenresten

Het verbod plantenresten in of op de bodem te brengen tenzij hiervoor een vrijstelling geldt, en mits de daarbij behorende voorwaarden in acht worden genomen

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het gebruik van een toegestane bodemverbeteraar, niet zijnde een meststof

7

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Artikel 20, eerste lid, slechts in samenhang met artikel 55, eerste en tweede zin, van Verordening (EG) nr. 1107/2009

De verplichting dat een middel dat gebruikt wordt als gewasbeschermingsmiddel, in Nederland toegelaten moet zijn. Het gewasbeschermingsmiddel moet gebruikt worden volgens de voorschriften die ‘overeenkomstig artikel 31 zijn vastgesteld en op het etiket nader zijn aangegeven’.

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.723d jo. de artikelen 4.723e tot en met 4.723g

Het verbod om in een teeltvrije zone gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, tenzij de daarbij behorende voorschriften in acht zijn genomen.

Alleen voor zover de activiteit in een teeltvrije zone wordt uitgevoerd.

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.723h

Het verbod om op braakliggende landbouwgrond binnen 50cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.

Alleen voor zover de activiteit in de in de hiernaast bedoelde zone wordt uitgevoerd.

Uitvoeringsregeling GLB 2023 in samenhang met de Beleidregel verlagen subsidie GLB

Artikel 32, onderdeel b, jo. bijlage 4, paragraaf 2, onder 4 en 4a van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 in samenhang met artikel 2.12, derde lid van de Beleidsregel verlagen subsidie GLB

Het verbod om in een verplichte bufferstrook chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden te gebruiken, tenzij dit nodig is ter bestrijding van de in artikel 2.12, derde lid, bedoelde plantensoorten en de daarbij horende voorschriften in acht zijn genomen.

Alleen voor zover de activiteit in een verplichte bufferstrook wordt uitgevoerd.

19a

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 11.54, eerste lid, onderdeel c jo. bijlage, onderdeel IX, onder B

Het verbod om bepaalde vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het beschermen van vaatplanten van de soort akkerboterbloem, bosboterbloem, groene nachtorchis, kalkboterbloem, kleine ereprijs, liggende ereprijs of vroege ereprijs.

22

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikelen 11.126, 11.128 en 11.129

Het verbod om een houtopstand (anders dan bij wijze van dunning) zonder voorafgaande tijdige kennisgeving of in strijd met een kapverbod te (doen) vellen, of te (doen) vellen zonder deze te herbeplanten op een bosbouwkundig verantwoorde wijze.

Geldt niet zover de activiteit wordt uitgevoerd op een houtopstand als bedoeld in artikel 11.111, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving

Uitvoeringsregeling GLB 2023

Artikel 32, onderdeel b, jo. bijlage 4, paragraaf 4, onder 8, negende lid

Het verbod om heggen en bomen te snoeien in de periode 15 maart t/m 15 juli en in het geval buiten die periode door vogels wordt gebroed.

30

Meststoffenwet in samenhang met de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Artikel 7 jo. de artikelen 8, onderdelen b en c, 10, 11 en 12, tweede tot en met vijfde lid, van de Meststoffenwet jo. de artikelen 28 tot en met 33c van de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Het verbod in enig kalenderjaar op een bedrijf meststoffen op of in de bodem te brengen, tenzij de stikstofgebruiksnorm en de fosfaatnorm in acht zijn genomen.

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het gebruik van een toegestane bodemverbeteraar1 in de vorm van compost

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.723i

Het verbod om in een teeltvrije zone meststoffen te gebruiken, tenzij de daarbij behorende voorschriften in acht zijn genomen.

Alleen voor zover de activiteit in een teeltvrije zone wordt uitgevoerd.

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.723j

Het verbod om op braakliggende landbouwgrond binnen 50cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam meststoffen te gebruiken.

Alleen voor zover de activiteit in de in de hiernaast bedoelde zone wordt uitgevoerd.

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 4.1199c

Het verbod om in een verplichte bufferstrook meststoffen te gebruiken.

Alleen voor zover de activiteit in een verplichte bufferstrook wordt uitgevoerd.

Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen in samenhang met de Vrijstellingsregeling plantenresten

Artikel 3, eerste en tweede lid, onderdeel c, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen in samenhang met artikel 2 van de Vrijstellinsgregeling plantenresten

Het verbod plantenresten in of op de bodem te brengen tenzij hiervoor een vrijstelling geldt, en mits de daarbij behorende voorwaarden in acht worden genomen

Alleen voor zover de activiteit gericht is op het gebruik van een toegestane bodemverbeteraar1, niet zijnde een meststof

Wet milieubeheer in samenhang met de Uitvoeringsregeling GLB 2023

Artikel 10.63, eerste lid, van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 32, onderdeel b, jo. bijlage 4, paragraaf 1, onder 3, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023

Het verbod om gewasresten op bouwland na de oogst te verbranden zonder vergunning van het college van Burgemeester en Wethouders.

38

Besluit activiteiten leefomgeving

Artikel 11.54, eerste lid, onderdelen a en b jo. bijlage IX, onder A

Het verbod om in het wild levende zoogdieren, bedoeld in bijlage IX, onder A, van het Besluit activiteiten leefomgeving opzettelijk te doden of te vangen, alsmede om hun vaste voortplantings- en rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Alleen voor zover het gaat om de predatorsoort vos

Wet dieren

Artikel 2.1

Het verbod bij een dier zonder redelijk doel of op onevenredige wijze pijn of letsel te veroorzaken, dan wel de gezondheid en welzijn van het dier te benadelen

Alleen voor zover het gaat om de predatorsoorten vos en (verwilderde) kat

Wet dieren jo. Besluit houders van dieren

Artikel 2.10 Wet dieren jo. artikel 1.9 Besluit houders van dieren

Het verbod bepaalde diersoorten te doden

Alleen voor zover het gaat om de predatorsoort (verwilderde) kat

1 Zie www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/agrarisch-natuurbeheer-anlb/

Bijlage

4

Verlagingen NSP niet grondgebonden subsidie als bedoeld in de artikelen 3.2, eerste lid, en 3.6, eerste lid, onderdeel c

Tabel I: Niet-naleving subsidieverplichtingen met uitzondering van aanbestedingsregels (zie tabel II)

1

Prestatie niet of niet geheel geleverd

Naar rato van de geleverde prestaties over de verleende subsidie

Artikel 2.16 REES 2021

G&f: ja

Bijenteelt: ja

2a

Niet naleven meldingsplicht (algemeen)

2% over de vastgestelde subsidie

Artikelen 2.15, eerste en tweede lid, en 5.2.50 REES 2021

G&f: ja

Bijenteelt: ja

2b

Niet naleven meldingsplicht (RUS1)

25–50% over de vastgestelde subsidie

G&f & bijenteelt: n.v.t

3

Niet voldoen aan administratieverplichtingen

2% over de vastgestelde subsidie

Artikel 2.17 REES 2021

G&f & bijenteelt: ja

4

Niet voldoen aan communicatieverplichtingen

2% over de vastgestelde subsidie

Artikel 5.1.6 REES 2021

G&f & bijenteelt: ja

5

Niet voldoen aan (informatie)verplichtingen

2% over de vastgestelde subsidie

Artikelen 1.7, 2.15, derde lid, REES 2021

G&f & bijenteelt: ja

6

Voortgangsverslag of tussenrapportage is niet tijdig of niet volledig ingediend

2% over de vastgestelde subsidie

Artikel 2.18 REES 2021

G&f: ja, artikelen 5.3.197 en 5.3.198 REES 2021

Bijenteelt: ja, artikel 5.4.11 REES 2021

7

Niet voldoen aan instandhoudingsplicht

over de vastgestelde subsidie naar rato van aantal jaren waarin niet is voldaan aan de instandhoudingsplicht; tot 100% (geen volledig jaar voldaan)

Artikel 1.8 REES 2021

G&f en bijenteelt: nee, zie artikel 11 van verordening 2022/126

8

Gedeclareerde kosten zijn al gedekt vanuit ander fonds of andere subsidie (cumulatie)

100% tav. kosten die al gedekt zijn

Artikel 1.2 REES 2021

G&f & bijenteelt: ja

Tabel II: Niet-naleving aanbestedingsregels

II.1 Aankondiging van opdracht en bestek

A1.1

De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures.

Dit is ook van toepassing op rechtstreekse toekenningen of onderhandelingsprocedures zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, indien niet is voldaan aan de criteria voor het gebruik ervan.

100% van de opdracht

A1.2

De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt zodat gegadigden tijdig hebben/hadden kunnen reageren.

(Ingeval van een EU-aanbestedingsplichtige opdracht: betreft het zowel gegadigden in Nederland als in andere lidstaten).

25% van de opdracht

A2

Kunstmatige splitsing van opdracht en daardoor niet gepubliceerd volgens de juiste procedures.

Dit geldt voor EU-aanbestedingsplichtige opdrachten en voor opdrachten onder de Europese drempel, waar door kunstmatige splitsing overschrijding van nationale drempels voor openbaar aanbesteden is vermeden.

* 100% van de opdracht indien de opdracht ook niet op andere wijze openbaar is gemaakt;

* 25% van de opdracht indien de opdracht wel op een dusdanige wijze openbaar is gemaakt dat gegadigden tijdig hebben/hadden kunnen reageren (Ingeval van een EU-aanbestedingsplichtige opdracht: betreft het zowel gegadigden in Nederland als in andere lidstaten).

A3

De aanbestedende dienst vermeldt niet de belangrijkste redenen voor hun besluit om de opdracht niet in delen op te splitsen.

5% van de opdracht

A4.1

Niet-naleving van de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname. De geboden termijn was korter dan de minimaal toegestane

* 100% van de opdracht indien de geboden tijd 0-15% is van de tijd die beschikbaar gesteld had moeten worden bedraagt of indien de geboden tijd 5 dagen of minder bedraagt,

* 25% indien 16-50% van de tijd geboden wordt;

* 10% indien 51-70% van de tijd geboden wordt;

* 5% indien 71-99% van de tijd geboden wordt

A4.2

Het niet verlengen van termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen terwijl er significante wijzigingen worden aangebracht in de aanbestedingsdocumenten.

10% van de opdracht indien de geboden tijd niet verlengd is bij significante wijzigingen in de aanbestedingsdocumenten

A5.1

Onvoldoende tijd voor potentiële inschrijvers/gegadigden om aanbestedingsstukken te verkrijgen. De geboden tijd was korter dan de minimaal toegestane

* 25% van de opdracht indien de geboden tijd 5 dagen of minder bedraagt,

* 10% van de opdracht indien geboden tijd 0–50% van de tijd die beschikbaar gesteld had moeten worden bedraagt, en

* 5% indien 51–80% van de tijd geboden wordt

A5.2

Er zijn beperkingen om aanbestedingsdocumenten te verkrijgen.

25% van de opdracht indien de contracterende partij geen kosteloze vrije, rechtstreekse en volledige elektronische toegang tot bepaalde aanbestedingsstukken heeft aangeboden

A6

De verlenging van termijnen voor inschrijving en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname is niet (correct) gepubliceerd.

Hieronder valt ook de situatie dat gevraagde nadere informatie niet (tijdig) aan alle inschrijvers is verstrekt

* 10% van de opdracht indien de verlenging van de termijn niet is gepubliceerd volgens de juiste procedures én ook niet op andere wijze openbaar gemaakt, of indien de termijn niet is verlengd terwijl aanvullende informatie niet uiterlijk zes dagen vóór de vastgestelde termijn wordt verstrekt,

* 5% van de opdracht indien de verlenging van de termijn niet is gepubliceerd volgens de juiste procedures, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren

A7

Gevallen die het gebruik van een mededingingsprocedure met onderhandeling of een concurrentiegerichte dialoog niet rechtvaardigen

* 25% van de opdracht indien de aanbestedende dienst een overheidsopdracht gunt door middel van een mededingingsprocedure met onderhandeling of een concurrentiegerichte dialoog in situaties waarin richtlijn 2014/24/EU niet voorziet

* 10% van de opdracht indien de aanbestedende dienst voor volledige transparantie zorgde inclusief een rechtvaardiging van het gebruik van deze procedures in de aanbestedingsdocumenten, in de aanbestedingsdocumenten geen limiet voor het aantal geschikte kandidaten om een initiële inschrijving in te dienen is opgenomen en gelijke behandeling van alle inschrijvers tijdens de aanbestedingsonderhandelingen was gewaarborgd.

A8

Niet-naleving van de vastgestelde procedure voor elektronische en geaggregeerde aanbestedingen

* 25% van de opdracht indien de niet-naleving heeft geleid tot de gunning van een opdracht aan een andere partij dan aan de partij aan wie het had moeten worden gegund,

* 10% van de opdracht indien de niet-naleving een afschrikwekkende werking zou kunnen hebben gehad voor potentiële inschrijvers

A9.1

In de aankondiging stonden niet alle selectiecriteria en/of gunningscriteria (incl. de weging)

25% van de opdracht

A9.2

In de aankondiging stonden niet de voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd en/of technische specificaties

10% van de opdracht

A9.3

In de aankondiging of het bestek stonden de gunningscriteria en hun weging onvoldoende gedetailleerd gepubliceerd met als gevolg dat de concurrentie onrechtmatig wordt beperkt (het ontbreken van details zou een afschrikkende werking kunnen hebben gehad op potentiële inschrijvers)

10% van de opdracht

A9.4

De aanbestedende dienst heeft verduidelijkingen of aanvullende informatie (met betrekking tot selectie- en gunningcriteria) niet aan alle inschrijvers meegedeeld of gepubliceerd

10% van de opdracht

A10

Gebruik van

– criteria voor uitsluiting, selectie, gunning of

– voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd of

– technische specificaties

die discriminerend zijn op basis van ongerechtvaardigde nationale, regionale of lokale voorkeuren

* 25% van de opdracht indien ondernemers afgeschrikt hadden kunnen worden, en

* 10% van de opdracht indien er nog een minimumniveau van concurrentie was gewaarborgd (er waren inschrijvingen die werden aanvaard en aan de selectiecriteria voldeden)

A11

Gebruik van

– criteria voor uitsluiting, selectie, gunning of

– voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd of

– technische specificaties

die niet discriminerend zijn op basis van nationale, regionale of lokale voorkeuren maar de toegang voor marktdeelnemers alsnog beperken

* 25% van de opdracht indien minimumeisen inzake bekwaamheid voor een opdracht duidelijk niet relevant zijn voor de opdracht; of indien de uitsluitings-, selectie- en / of gunningscriteria of voorwaarden voor de uitvoering van contracten hebben geleid tot een situatie waarin slechts één marktdeelnemer een offerte kon indienen en dit resultaat niet kan worden gerechtvaardigd door de technische specificiteit van de opdracht,

* 10% van de opdracht indien onder meer minimumeisen inzake bekwaamheid wel relevant zijn maar niet in verhouding staan tot de opdracht; of indien tijdens de beoordeling van kandidaten de selectiecriteria als gunningscriteria werden gebruikt; of indien specifieke handelsmerken, merken of normen vereist zijn, behalve wanneer dergelijke vereisten betrekking hebben op een aanvullend deel van de opdracht en het potentiële effect op de EU-begroting slechts formeel is,

* 5% van de opdracht indien er nog een minimumniveau van concurrentie was gewaarborgd (er waren inschrijvingen die werden aanvaard en aan de selectiecriteria voldeden)

A12

De omschrijving in de aankondiging en/of het bestek was dermate gebrekkig dat de potentiële inschrijvers het voorwerp van de opdracht niet konden vaststellen wat een afschrikkende werking veroorzaakt waardoor de concurrentie mogelijk wordt beperkt.

10% van de opdracht

A13

De aanbestedingsdocumentatie legt beperkingen op aan het gebruik van onderaannemers voor een deel van de opdracht dat in abstracte termen als een bepaald percentage van dat contract is vastgesteld, en ongeacht de mogelijkheid om de capaciteiten van potentiële onderaannemers te verifiëren en zonder enige vermelding van het wezenlijke karakter van de taken die het betreft.

5% van de opdracht

II.2 Selectie van inschrijvers en beoordeling van inschrijvingen

A14.1

Selectiecriteria (of technische specificaties) zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast waardoor ten onterechte inschrijvers zijn geaccepteerd.

De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast waardoor inschrijvers zijn geaccepteerd die niet zouden zijn geaccepteerd als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd.

25% van de opdracht

A14.2

Selectiecriteria (of technische specificaties) zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast waardoor ten onterechte inschrijvers zijn afgewezen.

De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast waardoor inschrijvers zijn afgewezen die niet zouden zijn afgewezen als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd.

25% van de opdracht

A15

Bij de beoordeling zijn gunningscriteria gebruikt die verschillen van die vermeld zijn in de aankondiging van de opdracht of het bestek; of aanvullende gunningscriteria zijn gebruikt die niet zijn gepubliceerd.

* 25% van de opdracht indien dit een discriminerend effect had (op basis van ongerechtvaardigde nationale, regionale of lokale voorkeuren), en

* in andere gevallen 10%

A16

Er is onvoldoende audit trail voor de gunning van de opdracht.

* 100% van de opdracht voor het weigeren van toegang tot de relevante documentatie, en

* 25% van de opdracht indien de relevante documentatie onvoldoende is om de gunning van de opdracht te rechtvaardigen

A17.1

De aanbestedende dienst heeft tijdens de beoordeling toegestaan dat een inschrijver/ gegadigde zijn offerte mocht aanpassen en de wijziging leidt tot de gunning van de opdracht aan die inschrijver / gegadigde.

25% van de opdracht

A17.2

Er vonden tijdens de gunning onderhandelingen met de indiener(s) van een offerte plaats met als gevolg dat de oorspronkelijke voorwaarden zoals vastgelegd in het bestek of de aankondiging substantieel zijn veranderd.

25% van de opdracht

A17.3

Bij concessies staat de aanbestedende dienst een inschrijver / gegadigde toe het onderwerp, gunningscriteria en de minimumvereisten tijdens onderhandelingen te wijzigen, wanneer de wijziging leidt tot de gunning van de opdracht aan die inschrijver / gegadigde.

25% van de opdracht

A18

Onrechtmatige voorafgaande betrokkenheid van inschrijvers / gegadigden bij de aanbestedende dienst. Wanneer voorafgaand advies van een inschrijver leidt tot een verstoring van de mededinging of leidt tot een schending van de beginselen van non-discriminatie, gelijke behandeling en transparantie, in de voorwaarden die worden genoemd in de artikelen 40 en 41 van Richtlijn 2014/24/EU.

25% van de opdracht

A19

In het kader van een mededingingsprocedure met onderhandeling zijn de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht substantieel gewijzigd in de aankondiging van de opdracht of het bestek, waardoor een nieuwe opdracht gepubliceerd had moeten worden.

25% van de opdracht

A20

Onterechte afwijzing van, gezien de opdracht, abnormaal lage inschrijver(s) zonder dat de aanbestedende dienst schriftelijk om uitleg heeft gevraagd over de door hem noodzakelijk geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende offerte(s); of wanneer dergelijke vragen wel zijn gesteld maar de aanbestedende dienst niet kan aantonen dat het de antwoorden van de inschrijvers heeft beoordeeld.

25% van de opdracht

A21

Belangenconflict met gevolgen voor de uitkomst van de aanbestedingsprocedure.

100% van de opdracht indien een belangenconflict wordt vastgesteld dat niet bekendgemaakt is of onvoldoende is verminderd en de opdracht aan de betrokken inschrijver is gegund.

A22

Bid-rigging (wanneer groepen bedrijven samenspannen om prijzen te verhogen of de kwaliteit van goederen, werken of diensten die in openbare aanbestedingen worden aangeboden te verlagen) vastgesteld door een mededingingsautoriteit, rechtbank of andere bevoegde instantie.

* 100% van de opdracht indien een persoon het beheers- en controlesysteem of de aanbestedende dienst heeft deelgenomen aan de bid-rigging door de inschrijvers van bid-rigging bij te staan en de opdracht aan een bid-rigging-onderneming is gegund (fraude /belangenconflict),

* 25% van de opdracht indien alleen samenspannende bedrijven aan de aanbestedingsprocedure hebben deelgenomen

* 10% van de opdracht indien de inschrijvers werkten zonder hulp van iemand uit het beheers- en controlesysteem of de aanbestedende dienst en de opdracht aan een van die bedrijven is gegund

II.3 Uitvoering van de opdracht

A23.1

Wijzigingen van bestanddelen van de opdracht in de aankondiging of het bestek;

elke prijsverhoging van meer dan 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht.

25% van de waarde van de opdracht plus de extra 100% van de waarde van de opdracht a.g.v. de wijzigingen

A23.2

Wijzigingen van bestanddelen van de opdracht in de aankondiging of het bestek;

Indien de wijzigingen niet in overeenstemming zijn met artikel 72, eerste lid, richtlijn 2014/24/EU tenzij aan de voorwaarden uit het tweede lid is voldaan

25% van de waarde van de opdracht plus de nieuwe werken / leveringen / diensten (indien aanwezig) als gevolg van de wijzigingen

A23.3

Wijzigingen van bestanddelen van de opdracht in de aankondiging of het bestek;

Indien er een substantiële wijziging van de bestanddelen van de opdracht (zoals de prijs, aard van de werkzaamheden, de uitvoeringstermijn, de betalingsvoorwaarden en de gebruikte materialen) is die de opdracht wezenlijk anders maakt (in elk geval wanneer aan een of meer voorwaarden van artikel 72, vierde lid, van richtlijn 2014/24/EU is voldaan)

25% van de waarde van de opdracht plus de nieuwe werken / leveringen / diensten (indien aanwezig) als gevolg van de wijzigingen