Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds

Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „Lid-Staten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

de Russische Federatie,

hierna „Rusland” te noemen, anderzijds,

Gelet op het belang van de historische banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Rusland, en hun gemeenschappelijke waarden,

Erkennende dat de Gemeenschap en Rusland deze banden wensen te verstevigen en partnerschap en samenwerking tot stand willen brengen om te komen tot verdieping en verbreding van de betrekkingen die in het verleden zijn aangeknoopt, inzonderheid bij de op 18 december 1989 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking, hierna „de Overeenkomst van 1989” te noemen,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten, optredend in het kader van de Europese Unie opgericht bij het Verdrag betreffende de Europese Unie van 7 februari 1992, en van Rusland tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van het partnerschap vormen,

Gelet op de verbintenis van de Partijen om de internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen te bevorderen, en om op dit gebied samen te werken in het kader van de Verenigde Naties en de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, en andere fora,

Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Rusland tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen van de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de slotdocumenten van de vervolgvergaderingen van Madrid en Wenen, het document van de CVSE-Conferentie van Bonn betreffende economische samenwerking, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en het CVSE-document van Helsinki 1992 „Uitdagingen van het Veranderingsproces”,

Bevestigende het grote belang dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten en Rusland hechten aan de doelstellingen en beginselen van het Europees Energiehandvest van 17 december 1991 en aan de Verklaring van de Conferentie van Luzern van april 1993,

Overtuigd van het allesoverheersende belang van de beginselen van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, inzonderheid de rechten van minderheden, de totstandbrenging van een meerpartijenstelsel met vrije en democratische verkiezingen, en economische liberalisering met het oog op de totstandbrenging van een markteconomie;

Van oordeel zijnde dat de voortzetting en voltooiing van de politieke en economische hervormingen in Rusland voorwaarde zijn voor de volledige uitvoering van het partnerschap;

Verlangende het proces van regionale samenwerking tussen de landen van de voormalige USSR op de door deze Overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren om welvaart en stabiliteit in deze regio te bevorderen,

Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te ontwikkelen,

Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is passende technische bijstand te verlenen voor de uitvoering van economische hervormingen in Rusland en voor de ontwikkeling van economische samenwerking,

Herinnerend aan het nut van de Overeenkomst voor het bevorderen van geleidelijke toenadering tussen Rusland en een uitgestrekter samenwerkingsgebied in Europa en naburige regio's, en de geleidelijke integratie van Rusland in het open internationaal handelssysteem,

Gelet op de verbintenis van de Partijen tot vrijmaking van de handel op grond van de beginselen die zijn vervat in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, hierna de „GATT” te noemen, als gewijzigd bij de handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde, en rekening houdend met de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, hierna de „WTO” te noemen,

Erkennende dat Rusland niet langer een land met staatshandel is; dat het nu een land met een overgangseconomie is en dat verdere vooruitgang op de weg naar een markteconomie zal worden bevorderd door samenwerking tussen de Partijen in de vormen die in deze Overeenkomst zijn uiteengezet;

Zich bewust zijnde van de noodzaak verbetering te brengen in de voorwaarden voor bedrijfsleven en investeringen, en de voorwaarden voor, onder andere, de vestiging van ondernemingen, werknemers, het verrichten van diensten en kapitaalverkeer,

Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de Partijen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,

Verlangende nauwe samenwerking op het gebied van milieubescherming tot stand te brengen, gezien de onderlinge afhankelijkheid van de Partijen op dit gebied,

In gedachten houdende dat de Partijen voornemens zijn hun samenwerking op het gebied van ruimteonderzoek te ontwikkelen, gelet op het complementair karakter van hun activiteiten op dit gebied,

Verlangende culturele samenwerking te bevorderen en de doorstroming van informatie te verbeteren,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Rusland, anderzijds. Dit partnerschap heeft ten doel:

  • -

    een passend kader voor de politieke dialoog tussen de Partijen tot stand te brengen met het oog op de bevordering van nauwe politieke betrekkingen;

  • -

    handel en investeringen en harmonische economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen op grond van de beginselen van de markteconomie en aldus hun duurzame ontwikkeling te stimuleren;

  • -

    de politieke en economische vrijheden te versterken;

  • -

    de inspanningen van Rusland om zijn democratie te consolideren, zijn economie te ontwikkelen en de overgang naar een markteconomie te voltooien, te ondersteunen;

  • -

    de grondslag te leggen voor economische, sociale, financiële en culturele samenwerking die berust op de beginselen van wederzijds voordeel, wederzijdse verantwoordelijkheid en wederzijdse steun;

  • -

    activiteiten van gemeenschappelijk belang te bevorderen;

  • -

    een passend kader voor de geleidelijke integratie tussen Rusland en een uitgestrekter samenwerkingsgebied in Europa tot stand te brengen;

  • -

    de nodige voorwaarden te scheppen om in de toekomst een vrijhandelszone tussen de Gemeenschap en Rusland tot stand te brengen die wezenlijk alle goederenverkeer tussen beide zal omvatten, en de voorwaarden te scheppen om de vrijheid van vestiging van vennootschappen en vrij grensoverschrijdend diensten- en kapitaalverkeer tot stand te brengen.

TITEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

2

De eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als onder meer vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst.

Artikel

3

De Partijen verbinden zich ertoe, voor zover de omstandigheden het toelaten, ontwikkelingen in het kader van de desbetreffende titels van deze Overeenkomst, in het bijzonder titel III en artikel 53, te bekijken met het oog op het tot stand brengen van een onderlinge vrijhandelszone. De Samenwerkingsraad kan de Partijen aanbevelingen met betrekking tot deze ontwikkelingen doen. Aan deze ontwikkelingen wordt slechts uitvoering gegeven in een overeenkomst tussen de Partijen in overeenstemming met hun onderscheiden procedures. De Partijen plegen in 1998 overleg om na te gaan of de omstandigheden van dien aard zijn dat kan worden begonnen met onderhandelingen over de totstandbrenging van een vrijhandelszone.

Artikel

4

De Partijen verbinden zich ertoe samen, in onderlinge overeenstemming, na te gaan welke wijzigingen eventueel in een onderdeel van de Overeenkomst dienen te worden aangebracht in verband met gewijzigde omstandigheden, inzonderheid de situatie als gevolg van de toetreding van Rusland tot de GATT/WTO. Het eerste onderzoek vindt plaats drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of wanneer Rusland tot de GATT/WTO toetreedt, indien dat eerder plaatsvindt.

Artikel

5

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

6

Er wordt een regelmatige politieke dialoog tot stand gebracht tussen de Partijen, die zal worden ontwikkeld en geïntensiveerd. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Europese Unie en Rusland nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in Rusland aan de gang zijn en draagt bij tot de totstandkoming van nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog strekt ertoe

  • -

    de banden van Rusland met de Europese Unie te versterken; de economische convergentie die door middel van deze Overeenkomst wordt bewerkstelligd, zal leiden tot hechtere politieke betrekkingen;

  • -

    de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit te bewerkstelligen;

  • -

    ervoor te zorgen dat de Partijen streven naar samenwerking voor aangelegenheden op het gebied van de eerbiediging van de democratische beginselen en van de mensenrechten, waarbij zo nodig overleg wordt gepleegd over aangelegenheden die verband houden met de juiste toepassing ervan.

Artikel

7

Artikel

8

De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:

  • -

    halfjaarlijkse vergaderingen op het niveau van hogere ambtenaren tussen de Trojka van de Europese Unie, enerzijds, en ambtenaren van Rusland, anderzijds;

  • -

    het optimaal gebruik maken van diplomatieke kanalen;

  • -

    alle andere middelen, waaronder vergaderingen van deskundigen, die bijdragen tot het consolideren en ontwikkelen van deze dialoog.

Artikel

9

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 95 opgerichte Parlementair Samenwerkingscomité.

TITEL

III

GOEDERENVERKEER

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

14

Onverminderd de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de beide Partijen bindende internationale overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer van goederen, verleent elke Partij de andere Partij, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in enige andere voor haar bindende internationale overeenkomst op dit gebied en overeenkomstig haar nationale wettelijke regeling ter zake, vrijstelling van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd. Deze wettelijke bepalingen worden toegepast met inachtneming van de meestbegunstigingsregeling en, derhalve, onder voorbehoud van de in artikel 10, lid 2, van deze Overeenkomst vermelde uitzonderingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder de uit een dergelijke Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen door de betrokken Partij zijn aanvaard.

Artikel

15

Artikel

16

In afwachting dat Rusland tot de GATT/WTO toetreedt, plegen de partijen in het Samenwerkingscomité overleg over hun beleid op het gebied van invoerrechten, onder meer over wijzigingen in de tariefbescherming. Meer bepaald wordt dergelijk overleg aangeboden voor een voorgenomen verhoging van de tariefbescherming.

Artikel

17

Artikel

18

Niets in deze titel, inzonderheid in artikel 17 daarvan, staat in de weg aan of heeft gevolgen voor het nemen door een Partij van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen overeenkomstig artikel VI van de GATT, de Overeenkomst inzake de uitlegging en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT of aanverwante nationale wetgeving.

Elke Partij verklaart zich bereid de door de andere Partij naar voren gebrachte argumenten in verband met antidumping- of antisubsidieprocedures te onderzoeken en de betrokken belanghebbenden in kennis te stellen van de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de definitieve beslissing ten grondslag zullen liggen. Voor definitieve antidumpingrechten en compenserende rechten worden ingesteld, doen de Partijen al het mogelijke om het probleem tot een constructieve oplossing te brengen.

Artikel

19

De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.

Artikel

20

Deze titel laat de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Russische Federatie betreffende de handel in textielprodukten, die op 12 juni 1993 werd geparafeerd en die met terugwerkende kracht van toepassing is sedert 1 januari 1993, onverlet. Voorts is artikel 15 van de onderhavige Overeenkomst niet van toepassing op de handel in textielprodukten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van de Gecombineerde Nomenclatuur.

Artikel

21

Artikel

22

Handel in kernmaterialen

TITEL

IV

BEPALINGEN INZAKE HET HANDELSVERKEER EN DE INVESTERINGEN

HOOFDSTUK

I

ARBEIDSVOORWAARDEN

Artikel

23

Artikel

24

Coördinatie van de sociale zekerheid

De Partijen verbinden zich ertoe overeenkomsten te sluiten met het doel:

  • 1.

    onverminderd de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en bepalingen, regelingen te treffen voor de coördinatie van de stelsels van sociale zekerheid voor werknemers van Russische nationaliteit die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat en, in voorkomend geval, voor hun gezinsleden die er wettig verblijven. Deze bepalingen zullen er met name in voorzien dat:

    • -

      alle door deze werknemers in de onderscheidene Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of wonen worden samengesteld ten behoeve van de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en de ziektekostenverzekering van deze werknemers en, in voorkomend geval, van hun gezinsleden;

    • -

      alle ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitspensioenen en verzekeringen tegen arbeidsongevallen of beroepsziekten of daaruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van de premievrije prestaties, vrij overdraagbaar zijn tegen de koers waarin de wetgeving van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten voorziet;

    • -

      de betrokken werknemers ontvangen in voorkomend geval gezinstoelagen voor hun bovengenoemde gezinsleden.

  • 2.

    onverminderd de voorwaarden en bepalingen welke in Rusland van toepassing zijn, de nodige bepalingen vast te stellen opdat werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat en die wettig tewerkgesteld zijn in Rusland, alsmede hun gezinsleden die er wettig verblijven, een soortgelijke behandeling krijgen als deze bepaald onder het tweede en derde streepje van lid 1.

Artikel

25

De overeenkomstig artikel 24 van deze Overeenkomst te nemen maatregelen laten de uit bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten en Rusland voortvloeiende rechten en verplichtingen onverlet wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van onderdanen van de Lid-Staten of Rusland voorzien.

Artikel

26

De Samenwerkingsraad gaat na welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de werkomstandigheden van zakenlieden, rekening houdende met de internationale verbintenissen van de Partijen, met inbegrip van die welke in het document van de Conferentie van Bonn van de CVSE zijn neergelegd.

Artikel

27

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 23 en 26 van deze Overeenkomst.

HOOFDSTUK

II

BEPALINGEN INZAKE DE VESTIGING EN DE WERKING VAN VENNOOTSCHAPPEN

Artikel

28

Artikel

29

De bepalingen van artikel 28 van deze Overeenkomst, junctis de navolgende bepalingen, zijn van toepassing ten aanzien van de in bijlage 6 bedoelde bancaire en verzekeringsdiensten.

Artikel

30

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „Vestiging”: het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk Russische vennootschappen als bedoeld onder h van dit artikel om economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Rusland respectievelijk de Gemeenschap.

    Wat de in artikel 29 bedoelde financiële diensten betreft, wordt onder „vestiging” verstaan het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk Russische vennootschappen als bedoeld onder h van dit artikel om economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Rusland respectievelijk de Gemeenschap, nadat zij daartoe van de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de wetgeving en voorschriften van elke Partij vergunning hebben verkregen.

  • b.

    „Dochteronderneming”: een vennootschap waarover een andere vennootschap zeggenschap heeft.

  • c.

    „Economische activiteiten”: activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, met inbegrip van financiële diensten.

  • d.

    „Filiaal” van een vennootschap: een handelsvestiging zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit - zoals een agentschap van een moedervennootschap - een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedervennootschap waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedervennootschap doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelsvestiging die het vorengenoemde agentschap vormt.

  • e.

    „Dochteronderneming uit de Gemeenschap” of „Russische dochteronderneming”: een „vennootschap uit de Gemeenschap” respectievelijk een „Russische vennootschap” zoals hierna omschreven, die tevens een dochteronderneming is van een Russische vennootschap respectievelijk een vennootschap uit de Gemeenschap.

  • f.

    Onderdaan van een Lid-Staat of van Rusland: een natuurlijke persoon die een onderdaan is van een van de Lid-Staten respectievelijk Rusland, overeenkomstig de wetgeving van de Gemeenschap respectievelijk Rusland.

  • g.

    „Transacties”: het verrichten van economische activiteiten.

    Voor de in artikel 29 bedoelde financiële diensten wordt onder „transacties” verstaan het verrichten van alle economische activiteiten waarvoor de vennootschap van de bevoegde autoriteiten een vergunning heeft ontvangen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke Partij.

  • h.

    „Vennootschap uit de Gemeenschap” of „Russische vennootschap”: een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk Rusland opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Rusland heeft. Indien een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk Rusland opgerichte vennootschap enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Rusland heeft, wordt deze vennootschap als een vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk een Russische vennootschap beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een Lid-Staat respectievelijk Rusland naar voren treedt.

    Wat het internationale vervoer over zee betreft zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of Rusland gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Rusland zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen in die Lid-Staat respectievelijk in Rusland geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke regelingen van de Gemeenschap en Rusland.

    Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder internationaal vervoer over zee onder meer verstaan het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, onverminderd de nationale bepalingen betreffende het vervoer van goederen en passagiers met andere wijzen van vervoer.

  • i.

    Wat de in bijlage 6, deel B, bedoelde bancaire diensten betreft, wordt voor de toepassing van artikel 29 en bijlage 7 onder „dochteronderneming uit de Gemeenschap” of „Russische dochteronderneming”, als omschreven onder e, verstaan een dochteronderneming die een bank is in de zin van de ter zake geldende wetgeving van een Lid-Staat respectievelijk Rusland.

    Wat de in bijlage 6, deel B, bedoelde bancaire diensten betreft, wordt voor de toepassing van artikel 29 en bijlage 7 onder „vennootschap uit de Gemeenschap” of „Russische vennootschap”, als omschreven onder h, verstaan een vennootschap die een bank is in de zin van de ter zake geldende wetgeving van een Lid-Staat respectievelijk Rusland.

Artikel

31

In afwijking van artikel 100 beletten de bepalingen van deze titel een Partij niet de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze Overeenkomst worden omzeild.

Artikel

32

Artikel

33

Wat de vestiging en, voor zover deze overeenkomst hierin niet voorziet, de werking van elkaars vennootschappen op hun grondgebied betreft, erkennen de Partijen dat het belangrijk is elkaar de nationale behandeling toe te kennen en komen zij overeen de mogelijkheid te onderzoeken om op een voor beide Partijen aanvaardbare grondslag en met inachtneming van de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad daartoe strekkende maatregelen te nemen.

Artikel

34

Artikel

35

HOOFDSTUK

III

GRENSOVERSCHRIJDEND DIENSTENVERKEER

Artikel

36

Voor de in bijlage 5 bij deze Overeenkomst vermelde sectoren verlenen de Partijen elkaar een behandeling welke niet minder gunstig is dan die welke zij aan om het even welk derde land toekennen ten aanzien van de voorwaarden voor de grensoverschrijdende dienstverlening door vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk Russische vennootschappen op het grondgebied van Rusland respectievelijk de Gemeenschap, in overeenstemming met de op het grondgebied van de respectieve Partijen toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

Artikel

37

Behoudens het bepaalde in artikel 48 van deze Overeenkomst staan de Partijen voor de in bijlage 5 bij deze Overeenkomst vermelde sectoren het tijdelijke verkeer toe van natuurlijke personen die een vennootschap uit de Gemeenschap of een Russische vennootschap vertegenwoordigen en om tijdelijke toegang verzoeken voor onderhandelingen over de verkoop van grensoverschrijdende diensten of voor het sluiten van overeenkomsten betreffende de verkoop van grensoverschrijdende diensten voor die vennootschap, onder de voorwaarde dat die vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de rechtstreekse verkoop aan de gewone afnemer of bij het verstrekken van diensten.

Artikel

38

Artikel

39

Artikel

40

Ten einde gunstige voorwaarden voor het spoorwegvervoer tussen de Partijen tot stand te brengen is tussen de Partijen overeengekomen dat zij in het kader van deze Overeenkomst en via geschikte bilaterale en multilaterale regelingen het volgende zullen bevorderen:

  • -

    de vereenvoudiging van de douane- en andere grensformaliteiten voor vracht en voor rollend materieel;

  • -

    de samenwerking voor het ontwerpen van geschikt rollend materieel dat aan de eisen van het internationaal verkeer beantwoordt;

  • -

    de onderlinge aanpassing van de voorschriften en procedures voor het internationale vervoer;

  • -

    de beveiliging en uitbreiding van het internationaal personenvervoer tussen de Lid-Staten en Rusland.

Artikel

41

In het kader van de samenwerking worden er met betrekking tot lanceringen en transport in de ruimte eerlijke, evenwichtige, op de concurrentie gerichte en op gezonde economische beginselen steunende voorwaarden gehanteerd en worden er met name stappen ondernomen om te komen tot onderhandelingen over en de tenuitvoerlegging van multilaterale regels betreffende de internationale handel in op lanceringen en transport in de ruimte betrekking hebbende diensten.

Tijdens de tot het jaar 2000 lopende overgangsperiode worden voorwaarden overeengekomen voor de op ruimtelanceringen betrekking hebbende dienstverlening.

Artikel

42

De Partijen streven ernaar elkaar alle mogelijke bijstand te verlenen met betrekking tot maatregelen die de grensoverschrijdende handel in mobiele satellietcommunicatiemiddelen op hun respectieve grondgebieden bevorderen, in overeenstemming met de respectieve wetgevingen, procedures en voorwaarden van elke Partij. De Partijen komen in 1996 bijeen ter overweging van de mogelijkheid om elkaar met betrekking tot mobiele satellietdiensten een meestbegunstigingsbehandeling te verlenen.

Artikel

43

Met het oog op een gecoördineerde en aan hun commerciële behoeften aangepaste ontwikkeling van het vervoer tussen de Partijen kunnen deze na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst bijzondere overeenkomsten sluiten met betrekking tot de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten in de vervoerssector, voor zover bedoelde voorwaarden nog niet in deze Overeenkomst zijn vastgelegd. Deze overeenkomsten kunnen op meer dan één of op slechts één enkele vervoertak betrekking hebben.

HOOFDSTUK

IV

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

44

Voor de toepassing van de hoofdstukken II en III en van Titel V wordt geen rekening gehouden met de behandeling die door de Gemeenschap, haar Lid-Staten of Rusland wordt toegekend op grond van de verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie zijn aangegaan.

Artikel

45

Vennootschappen waarover de zeggenschap berust bij en die de exclusieve eigendom zijn van vennootschappen uit de Gemeenschap en Russische vennootschappen gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van de hoofdstukken II en III van deze titel en van titel V.

Artikel

46

Artikel

47

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de verdere liberalisering van het dienstenverkeer, rekening houdende met de ontwikkeling van de dienstensectoren van de Partijen en met de andere door de Partijen aangegane internationale verbintenissen, vooral in het licht van de eindresultaten van de onderhandelingen betreffende de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten, hierna de „GATS” te noemen.

Artikel

48

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze Overeenkomst de Partijen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een Partij uit een specifieke bepaling van deze Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet worden gedaan of beperkt. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 46 onverlet.

Artikel

49

Artikel

50

Onverminderd de artikelen 32 en 37 kan geen enkele bepaling van de hoofdstukken II, III en IV worden uitgelegd als zou zij het recht verlenen:

  • -

    aan onderdanen van de Lid-Staten respectievelijk Rusland zich op het grondgebied van Rusland respectievelijk de Gemeenschap te begeven of aldaar te verblijven in ongeacht welke hoedanigheid en met name als aandeelhouder of partner, beheerder of werknemer van een vennootschap dan wel als verstrekker of ontvanger van diensten;

  • -

    aan dochterondernemingen of filialen van Russische vennootschappen in de Gemeenschap tot het op het grondgebied van de Gemeenschap in dienst nemen of hebben van onderdanen van Rusland;

  • -

    aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in Rusland tot het op het grondgebied van Rusland in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Lid-Staten;

  • -

    aan Russische vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van Russische vennootschappen in de Gemeenschap tot het voorzien in arbeidskrachten die onderdaan zijn van Rusland en die namens of onder het toezicht van andere personen optreden in het kader van tijdelijke arbeidsovereenkomsten;

  • -

    aan vennootschappen uit de Gemeenschap dan wel dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in Rusland tot het voorzien in arbeidskrachten die onderdanen van Lid-Staten zijn en die namens of onder het toezicht van andere personen optreden in het kader van tijdelijke arbeidsovereenkomsten.

Artikel

51

TITEL

V

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

52

TITEL

VI

MEDEDINGING, BESCHERMING VAN INTELLECTUELE, INDUSTRIËLE EN COMMERCIËLE EIGENDOM, SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE WETGEVING

Artikel

53

Mededinging

Artikel

54

Bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom

Artikel

55

Samenwerking op het gebied van wetgeving

TITEL

VII

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

56

Artikel

57

Industriële samenwerking

Artikel

58

Bevordering en bescherming van investeringen

Artikel

59

Overheidsopdrachten

De Partijen werken samen met het oog op de vaststelling van voorwaarden voor de gunning via openbare en op mededinging gebaseerde procedures van contracten, met name door middel van aanbestedingen.

Artikel

60

Normen en overeenstemmingsbeoordeling; consumentenbescherming

Artikel

61

Mijnbouw en grondstoffen

Artikel

62

Wetenschappen en technologie

Artikel

63

Onderwijs en opleiding

Artikel

64

Landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking op dit terrein is gericht op de modernisering, herstructurering en privatisering van de landbouw en van de agro-industriële sector in Rusland onder voorwaarden welke de bescherming van het milieu waarborgen. Zij heeft met name betrekking op de ontwikkeling van het particuliere landbouwbedrijf en de distributiekanalen, de opslagmethoden, de afzet en de bedrijfsvoering, de modernisering van de plattelandsinfrastructuur en de verbetering van de landinrichting in de landbouw, de verbetering van de produktiviteit, van de kwaliteit en van de doeltreffendheid, en de overdracht van technologie en know-how. De partijen streven ernaar hun respectieve sanitaire en fytosanitaire normen verenigbaar te maken.

Artikel

65

Energie

Artikel

66

Kernenergiesector

Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en haar Lid-Staten vindt civiele samenwerking in de kernenergiesector onder meer plaats via de tenuitvoerlegging van twee tussen de Partijen te sluiten overeenkomsten betreffende kernversmelting en nucleaire veiligheid.

Artikel

67

Ruimte

Onverminderd artikel 41 bevorderen de Partijen in voorkomend geval de samenwerking op lange termijn wat betreft onderzoek, ontwikkeling en commerciële toepassingen op het gebied van de civiele ruimte. Zij besteden bijzondere aandacht aan initiatieven die in hun beider voordeel de complementariteit van hun respectieve activiteiten ten volle benutten.

Artikel

68

Bouw

Partijen werken samen op het gebied van de bouwnijverheid, met name op de onder de artikelen 55, 57, 60, 62, 63 en 77 van deze Overeenkomst vallende terreinen.

Deze samenwerking beoogt onder meer de modernisering en herstructurering van de bouwsector in Rusland overeenkomstig de beginselen van een markteconomie en met inachtneming van de met de bouw verband houdende gezondheids-, veiligheids- en milieu-aspecten.

Artikel

69

Milieu

Artikel

70

Vervoer

De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op vervoergebied.

De samenwerking beoogt onder meer de herstructurering en modernisering van de vervoersystemen en -netwerken in Rusland en de ontwikkeling en verzekering, in voorkomend geval, van de compatibiliteit van de vervoersystemen in het kader van de verwezenlijking van een meer geïntegreerd vervoerstelsel.

De samenwerking omvat onder meer:

  • -

    de modernisering van het beheer en de exploitatie van het wegvervoer, de spoorwegen, havens en luchthavens;

  • -

    de modernisering en ontwikkeling van de spoorweg-, waterweg-, weg-, haven-, luchthaven- en luchtvaartinfrastructuur, inclusief de modernisering van de belangrijkste verbindingen van gemeenschappelijk belang en de transeuropese verbindingen voor voornoemde vervoertakken;

  • -

    de bevordering en ontwikkeling van het multimodale vervoer;

  • -

    de bevordering van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;

  • -

    de totstandbrenging van het wettelijk en institutioneel kader voor beleidsontwikkeling en -uitvoering, inclusief privatisering van de vervoersector.

Artikel

71

Post en telecommunicatie

Artikel

72

Financiële diensten

De Partijen werken samen met het oog op de totstandbrenging en ontwikkeling van een passend kader voor het bank- en verzekeringswezen en de verdere financiële dienstensector in Rusland dat is aangepast aan de behoeften van een markteconomie.

De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op:

  • -

    de ontwikkeling van boekhoudkundige normen die bij een markteconomie passen en verenigbaar zijn met de door de Lid-Staten gehanteerde normen;

  • -

    de herstructurering van het bank-, het verzekerings- en het financiële stelsel;

  • -

    de verbetering van het toezicht op en de reglementering van de bank-, de verzekerings- en de financiële dienstensector;

  • -

    de ontwikkeling van compatibele financiële controlesystemen;

  • -

    de uitwisseling van informatie over de respectieve geldende of in voorbereiding zijnde wetten;

  • -

    de modernisering van de infrastructuur van handels- en particuliere banken.

Artikel

73

Regionale ontwikkeling

De Partijen versterken hun onderlinge samenwerking op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.

Zij stimuleren tevens de uitwisseling door de nationale, regionale en plaatselijke overheden van informatie over beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening en over methoden voor het uitstippelen van regionaal beleid met speciale aandacht voor de ontwikkeling van probleemgebieden.

Zij moedigen tevens directe contacten aan tussen de respectieve regio's en openbare organisaties die verantwoordelijk zijn voor de planning van de regionale ontwikkeling ten einde onder meer methoden en wijzen van stimulering van regionale ontwikkeling uit te wisselen.

Artikel

74

Sociale samenwerking

Artikel

75

Toerisme

De Partijen versterken en ontwikkelen hun samenwerking met name door de volgende maatregelen:

  • -

    vergemakkelijking van het toerisme;

  • -

    samenwerking tussen officiële vreemdelingenverkeersorganen;

  • -

    verhoging van de informatiestroom;

  • -

    overdracht van know-how;

  • -

    bestudering van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties.

Artikel

76

Midden- en kleinbedrijf

Artikel

77

Communicatie-, informatica- en informatie-infrastructuur

Artikel

78

Douane

Artikel

79

Statistische samenwerking

Artikel

80

Economie

Artikel

81

Het witwassen van geld

Artikel

82

Verdovende middelen

De Partijen werken samen voor grotere efficiëntie van het beleid en de maatregelen om de illegale produktie en levering van en de in handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief voorkoming van het oneigenlijk gebruik van precursoren, tegen te gaan, alsmede voor de bevordering van de preventie en terugdringing van de vraag naar verdovende middelen. De Samenwerking op dit gebied is gebaseerd op onderling overleg en nauwe coördinatie tussen Partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende met verdovende middelen verband houdende terreinen en voorziet onder meer in de uitwisseling van opleidingsprogramma's en omvat technische bijstand van de Gemeenschap wanneer deze voorhanden is.

Artikel

83

Samenwerking op het gebied van de reglementering van het kapitaalverkeer en betalingen in Rusland

Onverminderd artikel 52 werken de Partijen, die de noodzaak van een stabiele werking en ontwikkeling van de Russische binnenlandse valutamarkt erkennen, samen aan de totstandbrenging van een doeltreffend systeem van reglementering van het kapitaalverkeer en betalingen in Rusland.

Gezien de ervaring, deskundigheid en respectieve mogelijkheden van de Lid-Staten en de Gemeenschap omvat samenwerking op dit gebied, ondersteund door technische bijstand van de Gemeenschap, onder meer:

  • -

    het aanknopen van banden tussen de bevoegde instanties van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Rusland;

  • -

    de regelmatige uitwisseling van informatie;

  • -

    het helpen ontwikkelen van passende voorschriften.

Ten einde optimale benutting van de beschikbare middelen te verzekeren, zorgen de Partijen voor nauwe coördinatie met de door andere landen en internationale organisaties getroffen maatregelen.

TITEL

VIII

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN VOORKOMING VAN ILLEGALE ACTIVITEITEN

Artikel

84

De Partijen brengen samenwerking tot stand ter voorkoming van illegale activiteiten, zoals:

  • -

    illegale immigratie en illegale aanwezigheid van natuurlijke personen van hun nationaliteit op hun respectieve grondgebieden, met inachtneming van het beginsel en de praktijk van wedertoelating;

  • -

    illegale economische activiteiten, met inbegrip van corruptie;

  • -

    illegale transacties in verschillende goederen, inclusief, industriële afvalprodukten;

  • -

    vervalsingen;

  • -

    de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

De samenwerking op bovengenoemde terreinen zal zijn gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie en zal voorzien in technische en administratieve bijstand, omvattende:

  • -

    het ontwerpen van nationale wetgeving op het terrein van voorkoming van illegale activiteiten;

  • -

    de oprichting van voorlichtingscentra;

  • -

    de verhoging van de doeltreffendheid van de instellingen die zich met het voorkomen van illegale activiteiten bezighouden;

  • -

    de opleiding van personeel en de ontwikkeling van onderzoeksinfrastructuur;

  • -

    de uitwerking van over en weer aanvaardbare maatregelen die illegale activiteiten verhinderen.

TITEL

IX

CULTURELE SAMENWERKING

Artikel

85

TITEL

X

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

86

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, met name de titels VI en VII, en in overeenstemming met de artikelen 87, 88 en 89 komt Rusland in aanmerking voor tijdelijke financiële steun van de Gemeenschap die de vorm aanneemt van technische bijstand in de vorm van subsidies ten einde de economische hervorming van Rusland te bespoedigen.

Artikel

87

Deze financiële steun wordt geleverd in het kader van het Tacis-programma, zoals in de desbetreffende verordening van de Raad van de Europese Unie bepaald.

Artikel

88

De doelstellingen en terreinen van de financiële steun van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat een afspiegeling vormt van de door de Partijen vast te stellen prioriteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van Rusland, zijn sectoriële opnemingscapaciteiten en de met de hervorming geboekte voortgang. De Partijen stellen de Samenwerkingsraad van een en ander in kennis.

Artikel

89

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Partijen ervoor dat de technische bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de Lid-Staten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

TITEL

XI

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

90

Hierbij wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toeziet op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Samenwerkingsraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op Ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan tevens passende aanbevelingen doen in onderlinge overeenstemming tussen de vertegenwoordigers van de Partijen in de Samenwerkingsraad.

Artikel

91

Artikel

92

Artikel

93

De Samenwerkingsraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan en bepaalt de samenstelling en taken van deze comités of lichamen alsmede hun werkwijze.

Artikel

94

Bij het onderzoek van ongeacht welke kwestie die zich voordoet in het kader van deze Overeenkomst met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van de GATT houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel van de GATT in kwestie door de overeenkomstsluitende Partijen bij de GATT.

Artikel

95

Er wordt een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht. Dit komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel

96

Artikel

97

Het Parlementair Samenwerkingscomité kan de Samenwerkingsraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.

Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.

Het Parlementair Samenwerkingscomité kan aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.

Artikel

98

Artikel

99

Niets in deze Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen:

  • 1.

    die zij nodig acht voor de bescherming van haar vitale veiligheidsbelangen:

    • a.

      om de bekendmaking te beletten van informatie die haar vitale veiligheidsbelangen in gevaar brengt;

    • b.

      die verband houden met splijtstoffen of het materiaal waaruit deze geproduceerd worden;

    • c.

      die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen niet de mededingingsvoorwaarden wijzigen voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

    • d.

      in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de openbare orde in gevaar brengen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan ; of

  • 2.

    die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen of autonome maatregelen in overeenstemming met dergelijke algemeen aanvaarde internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeledig gebruik van industriële goederen en technologieën.

Artikel

100

Artikel

101

Artikel

102

De Partijen komen overeen op verzoek van elk van de Partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de uitlegging of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de Partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onder voorbehoud van de artikelen 17, 18, 101 en 107.

Artikel

103

De bij deze Overeenkomst aan Rusland toegekende behandeling zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

Artikel

104

In de Overeenkomst wordt onder de term „Partijen” verstaan de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Rusland, anderzijds.

Artikel

105

Het Verdrag inzake het Energiehandvest en de protocollen daarvan zijn vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van toepassing op zaken die ook onder deze Overeenkomst ressorteren in de mate waarin het Verdrag in die toepassing voorziet.

Artikel

106

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar. Zij wordt automatisch telkens met een jaar verlengd tenzij één van beide Partijen de andere Partij ten minste zes maanden voor het verstrijken ervan schriftelijk ervan in kennis stelt dat zij deze Overeenkomst opzegt.

Artikel

107

Artikel

109

Zolang onder deze Overeenkomst geen gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verwezenlijkt, zal deze Overeenkomst geen afbreuk doen aan de rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer Lid-Staten, enerzijds, en voor Rusland, anderzijds, met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.

Artikel

111

Deze Overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Russische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

112

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst wat de betrekkingen tussen Rusland en de Gemeenschap betreft, onder voorbehoud van artikel 22, leden 1, 3 en 5, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.

GEDAAN te Korfoe, de vierentwintigste juni negentienhonderd vierennegentig.

Bijlage

1

Indicatieve lijst van voordelen die Rusland aan de landen van de voormalige USSR toekent op gebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is (met ingang van januari 1994)

De hierna volgende voordelen worden bilateraal door middel van overeenkomsten toegekend of zijn in de praktijk reeds van toepassing. Zij omvatten onder meer:

  • 1.

    Belastingen bij invoer en bij uitvoer

    Er worden geen invoerrechten geheven.

    Er worden geen uitvoerrechten geheven van goederen die in het kader van de jaarlijkse bilaterale handels- en samenwerkingsovereenkomsten tussen de staten worden geleverd in de hoeveelheden en volgens de nomenclatuur die in deze overeenkomsten zijn genoemd en die worden aangemerkt als „uitvoer ten behoeve van de federatie” als omschreven in de desbetreffende Russische wetgeving.

    Er wordt geen BTW bij invoer geheven.

    Er wordt geen accijns bij invoer geheven.

  • 2.

    Toewijzing van contingenten en procedures voor de afgifte van vergunningen

    De uitvoercontingenten voor de levering van Russische produkten in het kader van de jaarlijkse bilaterale handels- en samenwerkingsovereenkomsten tussen de staten worden op dezelfde wijze geopend als de contingenten voor „leveranties ten behoeve van de federatie”.

  • 3.

    Bijzondere voorwaarden voor alle soorten bankactiviteiten en voor de financiële sector (met inbegrip van de vestiging en de werking), het kapitaalverkeer en de lopende betalingen, de beschikbaarheid van effecten enz.

  • 4.

    Het prijssysteem voor de Russische uitvoer van bepaalde soorten grondstoffen en halffabrikaten (steenkool, ruwe aardolie, aardgas, geraffineerde aardolieprodukten)

    De prijzen worden vastgesteld op basis van de overeenkomstige gemiddelde wereldprijzen, omgerekend in roebels of in de betreffende nationale valuta, tegen de koers die door de centrale bank van Rusland wordt vastgesteld op de 15de van de maand voorafgaande aan de maand van uitvoer.

  • 5.

    Voorwaarden voor het vervoer en de doorvoer

    Ten aanzien van de landen van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten die partij zijn bij de multilaterale Overeenkomst inzake de beginselen en voorwaarden van de betrekkingen in de sector van het vervoer, en/of op grond van bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer en de doorvoer, worden geen rechten en heffingen op basis van reciprociteit toegepast op het vervoer en de douaneafhandeling van goederen (met inbegrip van goederen in doorvoer) en de doorvoer van voertuigen.

  • 6.

    Diensten op het gebied van de communicatie, met inbegrip van postdiensten, koerierdiensten, telecommunicatiediensten, audiovisuele diensten en andere diensten

  • 7.

    Toegang tot informatiesystemen en databanken

Bijlage

2

Afwijkingen van artikel 15 (kwantitatieve beperkingen)

1

Rusland is gemachtigd, in afwijking van artikel 15, uitzonderingsmaatregelen te nemen in de vorm van niet-discriminerende kwantitatieve beperkingen als bedoeld in artikel XIII van de GATT. Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen aan het einde van het eerste kalenderjaar volgende op de ondertekening van de Overeenkomst.

2

De genoemde maatregelen mogen uitsluitend worden genomen in de omstandigheden bedoeld in bijlage 9.

3

De totale waarde van de invoer waarop deze maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan de hiernavolgende percentages van de totale invoer uit de Gemeenschap:

  • -

    10% in het tweede en het derde kalenderjaar volgende op de ondertekening van de Overeenkomst;

  • -

    5% in het vierde en vijfde kalenderjaar volgende op de ondertekening van de Overeenkomst;

  • -

    3% in de daaropvolgende jaren, in afwachting van de toetreding van Rusland tot de GATT/WTO.

De vorengenoemde percentages worden vastgesteld met inachtneming van de waarde van de invoer in Rusland uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar voorafgaande aan de invoering van kwantitatieve beperkingen waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

Deze bepalingen mogen niet worden ontdoken door een verhoging van de tariefbescherming op de betrokken invoer.

4

Deze maatregelen mogen na de toetreding van Rusland tot de GATT/WTO niet meer worden toegepast, tenzij anders bepaald in het Protocol betreffende de toetreding van Rusland tot de GATT/WTO.

5

Rusland stelt het Samenwerkingscomité in kennis van alle maatregelen die het voornemens is te treffen in het kader van de onderhavige bijlage. Vóór deze maatregelen worden genomen vindt op verzoek van de Gemeenschap overleg plaats in het Samenwerkingscomité, onder meer over de sectoren waarop zij van toepassing zijn.

Bijlage

3

Voorbehouden van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 28, lid 2

Mijnbouw

In sommige Lid-Staten kan een vergunning vereist zijn voor de ontginning van ertsen door vennootschappen waarover de zeggenschap berust bij personen van buiten de Gemeenschap.

Visserij

Tenzij anders bepaald is de toegang tot en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en visserijgronden die zich bevinden in maritieme wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Lid-Staten vallen, beperkt tot vissersvaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren en die op het grondgebied van de Gemeenschap geregistreerd zijn.

Aankoop van onroerend goed

In sommige Lid-Staten is de aankoop van onroerend goed aan beperkingen onderworpen.

Audiovisuele diensten met inbegrip van de radio-omroep

Wat produktie en distributie betreft, met inbegrip van het uitzenden en andere vormen van transmissie aan het publiek, kan de nationale behandeling beperkt zijn tot audiovisuele werken die aan bepaalde criteria ten aanzien van de oorsprong voldoen.

Telecommunicatiediensten, met inbegrip van mobiele diensten en satellietverbindingen

Gereserveerde diensten

In sommige Lid-Staten is de markttoegang voor complementaire diensten en infrastructuur beperkt.

Professionele diensten

Beperkt tot natuurlijke personen die onderdaan zijn van een Lid-Staat. Onder bepaalde voorwaarden kan aan deze personen toestemming tot het oprichten van een vennootschap worden verleend.

Landbouw

In bepaalde Lid-Staten wordt de nationale behandeling niet toegekend aan vennootschappen die een landbouwbedrijf wensen op te richten en waarover de zeggenschap berust bij personen van buiten de Gemeenschap. De aankoop van wijngaarden door dergelijke vennootschappen is afhankelijk gesteld van een kennisgeving of, in voorkomend geval, een vergunning.

Persagentschappen

In sommige Lid-Staten is de deelneming van buitenlanders in uitgeverijen en omroeporganisaties aan beperkingen onderworpen.

Bijlage

4

Voorbehoud van Rusland overeenkomstig artikel 28, lid 3

Gebruik van de ondergrond en natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van de mijnbouw

  • 1.

    Voor vennootschappen waarover de zeggenschap bij niet-Russische personen berust kan voor het delven van bepaalde ertsen en metalen een concessie vereist zijn.

  • 2.

    Bepaalde speciale veilingen voor het gebruik van de ondergrond en natuurlijke hulpbronnen door kleine bedrijven of defensie-ondernemingen die zich in het omschakelingsproces bevinden zijn soms niet toegankelijk voor niet-Russische ondernemingen.

Visvangst

Voor de visvangst is een vergunning van de desbetreffende overheidsinstantie vereist.

Aankoop van onroerend goed en makelaardij

  • a.

    Het is niet-Russische ondernemingen niet toegestaan grond aan te kopen. Deze ondernemingen kunnen echter wel grond pachten voor een periode van maximaal 49 jaar.

  • b.

    In afwijking van punt a kunnen niet-Russische ondernemingen grond verwerven wanneer zij als kopers zijn erkend overeenkomstig de Russische Wet Privatisering van staats- en gemeenteondernemingen in de Russische Federatie en andere wet- en regelgeving ter zake, met inbegrip van de vereisten van privatiseringsprogramma's:

    • -

      in het kader van de privatisering van staats- en gemeenteondernemingen via aanbestedingen en veilingen voor commerciële investeringen;

    • -

      in het kader van de uitbreiding, ook wat bedrijfshuisvesting betreft, van ondernemingen via aanbestedingen en veilingen voor commerciële investeringen.

Telecommunicatie

Telecommunicatiediensten, met inbegrip van mobiele en satelliettelefonie, aanleg, installatie, exploitatie en onderhoud van communicatieapparatuur, zijn aan beperkingen onderhevig.

Mediadiensten

Er zijn enkele beperkingen ten aanzien van buitenlandse deelneming in mediaondernemingen.

Professionele activiteiten

Voor de beroepsmatige uitoefening van bepaalde activiteiten door natuurlijke personen die geen Russisch staatsburger zijn, gelden verboden, beperkingen of bijzondere voorwaarden.

Huur van federale eigendommen

Voor de huur door vennootschappen met buitenlandse deelneming van federale eigendommen waarvan de waarde meer dan 100 miljoen roebel bedraagt is de toestemming vereist van de overheidsinstantie die met het beheer van deze eigendommen belast is. Dit maximumbedrag wordt nog verhoogd; het wordt uitgedrukt in converteerbare valuta.

Bijlage

5

Grensoverschrijdende dienstverlening

Diensten waarvoor de Partijen elkaar meestbegunstiging toekennen

  • a.

    Sectoren volgens de Central Product Classification (CPC) van de Verenigde Naties:

    • Advies inzake beoordeling van de boekhouding: onderdeel van CPC 86212 anders dan accountantscontrole

    • Advies op het gebied van boekhouddiensten CPC 86220

    • Diensten van ingenieurs CPC 8672

    • Geïntegreerde diensten van ingenieurs CPC 8673

    • Diensten van architecten: advies en voorontwerp CPC 86711

    • Diensten van architecten: bouwkundig ontwerp CPC 86712

    • Diensten in verband met stedebouw en landschapsarchitectuur CPC 8674

    • Diensten in verband met computers:

      • Advies met betrekking tot de installatie van computerapparatuur CPC 841

      • Installatie van programmatuur CPC 842

      • Databanken CPC 844

      • Reclame CPC 871

      • Markt- en opinieonderzoek CPC 864

      • Managementadvies CPC 866

      • Technische beproeving en analyse CPC 8676

      • Advies en consultancy inzake landbouw, jacht en bosbouw

      • Advies en consultancy inzake visserij

      • Advies en consultancy inzake mijnbouw

      • Drukkerij en uitgeverij CPC 88442

      • Congresdienstverlening

      • Vertalingen CPC 87905

      • Interieurarchitectuur CPC 87907

    • Telecommunicatie:

      • Diensten met toegevoegde waarde, met inbegrip van, echter niet beperkt tot: elektronische post, voice mail, on-line raadpleging van databases en andere informatiebronnen, gegevensverwerking, EDI, code en protocolconversie

      • Pakketgeschakelde en circuitgeschakelde datadiensten

    • Bouwwerkzaamheden en gerelateerde technische werkzaamheden: onderzoek van bouwterreinen CPC 5111

    • Franchising CPC 8929

    • Volwasseneneducatie: schriftelijk onderwijs (onderdeel van CPC 924)

    • Persagentschappen CPC 962

    • Verhuur en leasing van auto's en andere vervoermiddelen zonder chauffeur (CPC 83101 personenauto's, CPC 83102 voertuigen voor goederenvervoer, CPC 83105); van overige machines, apparatuur en werktuigen zonder bedieningspersoneel (CPC 83106, 83107, 83108, 83109)

    • Handelsbemiddeling en groothandel met betrekking tot de in- en uitvoerhandel (onderdeel van CPC 621 en CPC 622)

    • Onderzoek en ontwikkeling op het gebied van computerprogrammatuur

    • Herverzekering en retrocessie, alsmede ondersteunende diensten op verzekeringsgebied, zoals advies, actuariële diensten, risicobeoordeling en schaderegeling

    • Verzekering van risico's met betrekking tot:

      • i.

        zeevaart, commerciële luchtvaart en ruimtelanceringen plus lading (met inbegrip van satellieten), alsmede verzekering van: ver voerde personen, ingevoerde of uitgevoerde goederen, het voertuig waarmee de goederen vervoerd worden en elke aansprakelijkheid die hieruit voortvloeit;

      • ii.

        goederen in het internationaal vervoer;

      • iii.

        ongevallen en ziekte; aansprakelijkheid voor automobilisten bij grensoverschrijdend verkeer

  • b.

    Gegevensverwerking CPC 843

Bijlage

6

Definities betreffende financiële diensten

Een financiële dienst is een dienst van financiële aard die door een financiële dienstverlener van een van de Partijen wordt aangeboden. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

  • A.

    Alle verzekeringsdiensten en daarmee verband houdende diensten

    • 1.

      Directe verzekering (met inbegrip van co-assurantie)

      • i.

        levensverzekering

      • ii.

        niet-levensverzekering

    • 2.

      Herverzekering en retrocessie

    • 3.

      Verzekeringsbemiddeling zoals diensten van makelaars en agenten

    • 4.

      Nevendiensten van het verzekeringsbedrijf, zoals diensten op het gebied van advisering, actuariaat, risicobeoordeling en schaderegeling

  • B.

    Bancaire en andere financiële diensten (verzekeringen niet inbegrepen)

    • 1.

      In ontvangst nemen van deposito's en andere terugbetaalbare gelden van het publiek

    • 2.

      Verstrekken van leningen, met inbegrip van met name consumentenkrediet, hypothecair krediet, factoring en financiering van handelstransacties

    • 3.

      Financiële leasing

    • 4.

      Alle betalings- en geldovermakingsdiensten, met inbegrip van krediet- en betaalkaarten, reischeques en kredietbrieven

    • 5.

      Verlenen van garanties en stellen van borgtochten

    • 6.

      Transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, hetzij ter beurze, hetzij op een markt buiten de beurs, hetzij anderszins, met betrekking tot:

      • a.

        geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositocertificaten enz.)

      • b.

        vreemde valuta's

      • c.

        afgeleide produkten, zoals bij voorbeeld futures en opties

      • d.

        wisselkoers en rente-instrumenten, met inbegrip van produkten zoals swaps, rentetermijncontracten enz.

      • e.

        effecten

      • f.

        andere waardepapieren en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver

    • 7.

      Deelneming aan emissies van diverse soorten effecten, met inbegrip van het overnemen en plaatsen van emissies als agent (openbaar of particulier) en het verlenen van daarmee verband houdende diensten

    • 8.

      Bemiddeling op de interbankmarkten

    • 9.

      Beheer van activa, bij voorbeeld geld- of vermogensbeheer, alle vormen van beheer van collectieve belegging, beheer van pensioenfondsen alsmede bewaar-, deposito- en trustdiensten

    • 10.

      Vereffenings- en verrekeningsdiensten voor financiële activa met inbegrip van effecten, afgeleide produkten en andere waardepapieren

    • 11.

      Verstrekken en overdragen van financiële informatie, financiële gegevensverwerking en bijbehorende software door verleners van andere financiële diensten

    • 12.

      Advisering en andere financiële nevendiensten in verband met de in de punten 1 tot 11 genoemde activiteiten, met inbegrip van kredietreferenties en -analyse, onderzoek en advies in verband met beleggingen en portefeuillesamenstelling, alsmede advies over overnames en over bedrijfsreorganisatie en -strategie

De volgende activiteiten zijn van de definitie van financiële diensten uitgesloten:

  • a.

    activiteiten van centrale banken of andere overheidsinstellingen voor de tenuitvoerlegging van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid

  • b.

    activiteiten die voor rekening of met garantie van de Staat worden verricht door centrale banken, overheidsinstanties of -organisaties of openbare instellingen, behalve wanneer die activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met die overheidslichamen mogen worden uitgevoerd

  • c.

    activiteiten die deel uitmaken van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of van wettelijke pensioenregelingen, behalve wanneer die activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met overheidslichamen of particuliere instellingen mogen worden uitgevoerd.

Bijlage

7

Financiële diensten

  • A.

    Wat de in bijlage 6, deel B, vermelde bancaire diensten betreft, betekent de door Rusland krachtens artikel 28, lid 1, toegekende meestbegunstigingsbehandeling ten aanzien van vestiging door middel van de oprichting van uitsluitend een dochteronderneming (en dus niet vestiging door middel van de oprichting van een filiaal) en de door Rusland krachtens artikel 28, lid 3, toegekende nationale behandeling, een behandeling die niet minder gunstig is dan de door Rusland aan zijn eigen vennootschappen toegekende behandeling; hierop zijn de volgende uitzonderingen:

    • 1.

      Rusland behoudt zich het recht voor om:

      • a.

        op Russische dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap het maximum te blijven toepassen dat het totale aandeel van buitenlands kapitaal in het Russische bankstelsel dat op de datum van ondertekening van de Overeenkomst geldt, beperkt;

      • b.

        voor Russische dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap een verplicht minimumvermogen te doen gelden dat hoger is dan het voor zijn nationale vennootschappen geldende, mits dit verplicht minimumvermogen niet wordt verhoogd ten opzichte van het vermogen dat geldt op de datum van ondertekening van de Overeenkomst voordat nationale behandeling ten aanzien van het verplicht minimumvermogen wordt toegepast;

      • c.

        het aantal filialen van Russische dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap te beperken;

      • d.

        een minimumniveau vast te stellen dat niet hoger is dan 55.000 ecu voor saldo's op rekeningen van ieder natuurlijk persoon in dienst bij Russische dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap;

      • e.

        Russische dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap te verbieden transacties uit te voeren met aandelen en instrumenten die converteerbaar zijn in aandelen van Russische vennootschappen op aandelen;

      • f.

        Russische dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap te verbieden transacties met Russische ingezetenen uit te voeren.

    • 2.

      De in punt 1 vermelde uitzonderingen zijn slechts onder de volgende voorwaarden van toepassing :

      • i.

        mits zij worden toegepast op dochterondernemingen van vennootschappen van elk land en

      • ii.

        voor de in punt 1, sub c, d en e, vermelde uitzonderingen,

        • a.

          tot ten hoogste vijf jaar na de ondertekening van de Overeenkomst voor de sub c en d vermelde uitzonderingen en drie jaar voor de sub e vermelde uitzondering en

        • b.

          wanneer het aandeel in het aandelenkapitaal van de Russische dochteronderneming van de vennootschap uit de Gemeenschap dat in handen is van Russische onderdanen of vennootschappen de vijftig procent (50 %) niet overschrijdt, en

        • c.

          op Russische dochterondernemingen van na de inwerkingtreding van deze uitzonderingen gevestigde vennootschappen uit de Gemeenschap;

      • iii.

        voor de in punt 1, sub f, vermelde uitzondering tot 1 januari 1996 en slechts op Russische dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap die na 15 november 1993 zijn gevestigd of die hun activiteiten met Russische ingezetenen niet vóór 15 november 1993 begonnen.

    • 3.
      • a.

        Na het verstrijken van vijf jaar vanaf de datum van ondertekening van de Overeenkomst beziet Rusland de mogelijkheid van:

        • i.

          verhoging van het in punt 1, sub a, vermelde maximum dat het totale aandeel van buitenlands kapitaal in het Russische bankstelsel dat op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst geldt, beperkt, met inachtneming van alle ter zake doende monetaire, fiscale, financiële en betalingsbalansoverwegingen en de toestand van het bankstelsel in Rusland;

        • ii.

          verlaging van het in punt 1, sub b, vermelde verplichte minimumvermogen, met inachtneming van alle ter zake doende monetaire, fiscale, financiële en betalingsbalansoverwegingen en de staat van het bankstelsel in Rusland.

      • b.

        Na het verstrijken van drie jaar vanaf de datum van ondertekening van deze Overeenkomst zal Rusland verzachting van de in punt 1, sub c en d, vermelde beperkingen overwegen, met inachtneming van alle ter zake doende monetaire, fiscale, financiële en betalingsbalansoverwegingen en de staat van het bankstelsel in Rusland.

  • B.

    Ten aanzien van de in bijlage 6, deel A, punten 1 en 2, vermelde verzekeringsdiensten wordt de meestbegunstigingsbehandeling die krachtens artikel 28, lid 1, wordt toegekend aan vestiging door middel van de oprichting van uitsluitend een dochteronderneming aan welke verzekeringsactiviteiten zijn toegestaan, uiteengezet in de op de dag van vestiging in Rusland geldende wetgeving en voorschriften, met inachtneming van de volgende voorwaarden :

    • 1.

      na ten hoogste vijf jaar na de ondertekening van de Overeenkomst schaft Rusland de maximumgrens van buitenlands aandeelhouderschap van 49 % in vermogen van vennootschappen af;

    • 2.

      tijdens de overgangsperiode van vijf jaar weerhoudt de afschaffing van de maximumgrens voor buitenlands aandeelhouderschap Rusland niet van het invoeren van maatregelen voor het verlenen van vergunningen aan vennootschappen uit de Gemeenschap voor enkele soorten verzekeringen. Deze maatregelen kunnen slechts worden genomen op het gebied van verplichte verzekeringsstelsels in de sociale zekerheid of voor overheidsaankopen of om de in artikel 29, lid 2, beschreven redenen en mogen de gevolgen van de afschaffing van de maximumgrens van buitenlands aandeelhouderschap van 49 % niet tenietdoen of ernstig schaden.

Bijlage

8

Bepalingen in verband met de artikelen 34 en 38

Deel A

Het overleg vangt binnen dertig dagen aan na het verzoek daartoe door de eerste partij. Het wordt gehouden om overeenstemming te bereiken over:

  • -

    de intrekking door de andere partij van de maatregelen die tot een aanmerkelijk restrictievere situatie hebben geleid; of

  • -

    aanpassingen van de verplichtingen van beide partijen; of

  • -

    aanpassingen door de eerste partij ter compensatie van de meer restrictieve situatie die door toedoen van de andere partij is ontstaan.

Indien binnen zestig dagen na het verzoek om overleg door de eerste partij geen overeenstemming is bereikt, mag deze partij zijn verplichtingen aanpassen, in de mate en voor zolang dit nodig is om de aanmerkelijk restrictievere situatie te compenseren die door toedoen van de andere partij is ontstaan. Prioriteit moet worden gegeven aan die maatregelen die de werking van de overeenkomst het minst verstoren. Deze aanpassingen mogen geen afbreuk doen aan de rechten die ondernemingen ten tijde van deze aanpassingen op grond van de overeenkomst hebben verworven.

Deel B

  • 1.

    Tijdens de overgangsperiode van drie jaar die op de ondertekening van de overeenkomst volgt, stelt de Regering van Rusland, in een geest van partnerschap en samenwerking, de Gemeenschap van haar voornemen in kennis nieuwe wetten in te voeren of nieuwe voorschriften goed te keuren die beperkingen kunnen inhouden van de voorwaarden voor de vestiging of werking van Russische filialen of dochterondernemingen van ondernemingen van de Gemeenschap ten opzichte van de situatie op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van de overeenkomst. De Gemeenschap kan Rusland verzoeken haar de ontwerp-teksten van deze wetten of voorschriften mede te delen en overleg te houden over deze teksten.

  • 2.

    Indien nieuwe wetten of voorschriften die tijdens de in lid 1 bedoelde overgangsperiode in Rusland worden ingevoerd ertoe leiden dat de voorwaarden voor de werking van Russische filialen en dochterondernemingen van ondernemingen van de Gemeenschap restrictiever worden ten opzichte van de situatie op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van de overeenkomst, dan zijn deze wetten of voorschriften gedurende drie jaar vanaf hun inwerkingtreding niet van toepassing op die filialen en dochterondernemingen die bij de inwerkingtreding van bedoelde besluiten reeds in Rusland waren gevestigd.

Bijlage

9

Overgangsperiode voor de mededingingsbepalingen en de invoering van kwantitatieve beperkingen

De in artikel 53, lid 2.3, en bijlage 2, lid 2, genoemde omstandigheden gelden ten aanzien van de sectoren van de Russische economie:

  • -

    die worden geherstructureerd, of

  • -

    die ernstige moeilijkheden ondervinden, met name wanneer deze ernstige sociale problemen in Rusland met zich brengen, of

  • -

    die geconfronteerd worden met de verdwijning of een drastische inkrimping van het totale marktaandeel van Russische bedrijven of onderdanen in een bepaalde sector of bedrijfstak in Rusland, of

  • -

    die nieuw opkomende bedrijfstakken in Rusland zijn.

Bijlage

10

Bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom

1

Rusland legt zich verder toe op het verbeteren van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de vankrachtwording van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een mate van bescherming welke overeenstemt met de in de Gemeenschap verleende bescherming, met inbegrip van doeltreffende middelen om de eerbiediging van die rechten af te dwingen.

2

Tegen het einde van het vijfde jaar na de vankrachtwording van de Overeenkomst treedt Rusland toe tot de multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten waarbij de Lid-Staten partij zijn of welke de facto door de Lid-Staten in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten worden toegepast; het gaat daarbij om :

3

De Samenwerkingsraad kan aanbevelen dat punt 2 van deze bijlage wordt toegepast op andere multilaterale overeenkomsten.

4

Met ingang van de datum van de vankrachtwording van deze Overeenkomst kent Rusland aan ondernemingen en onderdanen van de Gemeenschap wat de erkenning en de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke dit land uit hoofde van bilaterale overeenkomsten aan om het even welk derde land toekent.

5

Punt 4 is niet van toepassing op de voordelen die Rusland op een daadwerkelijke grondslag van reciprociteit aan om het even welk derde land toekent of op de voordelen welke Rusland aan een ander land van de voormalige USSR toekent.

Protocol

1

betreffende de oprichting van een Contactgroep Kolen en Staal

1

De partijen richten een Contactgroep op, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Rusland.

2

De Contactgroep wisselt informatie uit over de situatie van de kolen- en staalindustrie op hun grondgebied en over de handel in kolen en staal, in het bijzonder met het doel de problemen te onderkennen die zich mochten voordoen.

3

De Contactgroep onderzoekt tevens de situatie van de kolen- en staalindustrie op wereldniveau, met inbegrip van de ontwikkelingen in de internationale handel.

4

De Contactgroep wisselt alle nuttige informatie uit over de structuur van de betrokken bedrijfstakken, de ontwikkeling van hun produktiecapaciteit, de vooruitgang van wetenschap en onderzoek op de betrokken gebieden en de ontwikkelingen van de werkgelegenheid. De Groep onderzoekt tevens vervuiling en de milieuproblematiek.

5

De Contactgroep onderzoekt tevens de vooruitgang op het gebied van de technische bijstand tussen partijen, waaronder hulp bij de financiële, commerciële en technische bedrijfsvoering.

6

De Contactgroep wisselt alle relevante informatie uit over de standpunten die in internationale organisaties en fora zijn of moeten worden ingenomen.

7

Indien partijen overeenkomen dat de aanwezigheid en/of deelname van vertegenwoordigers van de bedrijfstakken wenselijk is, wordt de Contactgroep met deze vertegenwoordigers uitgebreid.

8

De Contactgroep komt tweemaal per jaar, beurtelings op het grondgebied van de ene en van de andere partij, bijeen.

9

Het voorzitterschap van de Contactgroep wordt beurtelings waargenomen door een vertegenwoordiger van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en een vertegenwoordiger van de Regering van de Russische Federatie.

Protocol

2

betreffende wederzijdse administratieve bijstand voor de correcte toepassing van de douanewetgeving

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    douanewetgeving: de op het grondgebied van de Partijen geldende voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van de door Partijen ingestelde verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

  • b.

    douanerechten: alle rechten, belastingen, vergoedingen en andere heffingen die ter uitvoering van de douanewetgeving op het grondgebied van de Partijen worden toegepast en ingevorderd, met uitzondering van de vergoedingen en heffingen waarvan het bedrag bij benadering gelijk is aan de kosten van de verleende diensten;

  • c.

    verzoekende autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;

  • d.

    aangezochte autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;

  • e.

    overtreding: elke inbreuk op de douanewetgeving en elke poging daartoe.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De Partijen verlenen elkaar bijstand zonder voorafgaande aanvraag en binnen hun bevoegdheid, indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder bij het verkrijgen van informatie omtrent:

  • -

    vastgestelde of voorgenomen transacties die op deze wetgeving een inbreuk vormen, zouden vormen of lijken te vormen;

  • -

    nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke transacties worden gebruikt;

  • -

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van een ernstige overtreding van de douanewetgeving inzake invoer, uitvoer, doorvoer of andere douaneprocedures.

Artikel

5

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

6

Behandeling van verzoeken

Artikel

7

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

8

Gevallen waarin geen bijstand dient te worden verleend

Artikel

9

Geheimhoudingsplicht

Artikel

10

Gebruik van informatie

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere Partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De Partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voor komend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Complementariteit

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna de „Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigde van de Russische Federatie, hierna „Rusland” te noemen,

anderzijds,

bijeengekomen te Korfoe, op de vierentwintigste juni negentienhonderd vierennegentig, voor de ondertekening van de Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking, waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, hierna „Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst” te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

De Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, met bijlagen, en de volgende protocollen;

Protocol 1 betreffende de oprichting van een Contactgroep Kolen en Staal,

Protocol 2 betreffende wederzijdse administratieve bijstand voor de correcte toepassing van de douanewetgeving.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigde van Rusland hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende titel III en artikel 94 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 12 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 17 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 22, lid 1, tweede streepje, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 24 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 26, 32 en 37 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 28 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 29, lid 3, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30, onder a en g, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap” in artikel 30, onder b, en artikel 45 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30, onder h, derde alinea, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 31 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34, lid 1, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 34 en 38 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 35 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39, lid 2, onder c, tweede alinea, van de Overeenkomst betreffende het openstellen van havens

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39, lid 2, onder c, tweede alinea, van de Overeenkomst betreffende schepen die onder de vlag van een derde land varen

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 44 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46, lid 2, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 48 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 52 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 53, lid 2.2, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 54 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 99 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 101 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 107 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 107, lid 2, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 2 en 107 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 112 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 6 van Protocol 2.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigde van Rusland hebben tevens kennis genomen van de volgende briefwisselingen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Briefwisseling met betrekking tot artikel 22 van de Overeenkomst

Briefwisseling met betrekking tot artikel 52 van de Overeenkomst.

De gevolmachtigde van Rusland heeft kennis genomen van de volgende verklaringen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 36 van de Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 54 van de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de volgende verklaringen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Verklaring van Rusland betreffende artikel 36 van de Overeenkomst.

GEDAAN te Korfoe, de vierentwintigste juni negentienhonderd vierennegentig.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende titel III en artikel 94

Voor de toepassing van titel III en artikel 94 wordt onder de GATT verstaan de in 1947 in Genève ondertekende Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, als gewijzigd, zoals toegepast op de datum van ondertekening van de onderhavige Overeenkomst, tenzij de Partijen anders overeenkomen in het kader van de bij artikel 90 ingestelde Samenwerkingsraad.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10

De Partijen komen overeen dat het bepaalde in artikel 10, lid 1, niet van toepassing is op voorwaarden voor de invoer van produkten op het grondgebied van Rusland in het kader van leningen en kredieten die zijn toegekend voor ontwikkeling en humanitaire doeleinden, technische en humanitaire bijstand en andere soortgelijke regelingen die zijn gesloten tussen Rusland en derde Staten of internationale organisaties, voor zover deze Staten of internationale organisaties een speciale behandeling voor deze invoer vereisen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 12

Artikel 12 van titel III (goederenverkeer) heeft betrekking op doorvoer. De Partijen zijn het erover eens dat artikel 12 uitsluitend betrekking heeft op de vrijheid van doorvoer van goederen. Een en ander is in overeenstemming met de gewone GATT-praktijk. Het doorvoervraagstuk kan in het kader van toekomstige onderhandelingen over vervoersovereenkomsten worden besproken zoals is aangegeven in artikel 43.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 17

De Gemeenschap en Rusland verklaren dat de tekst van de vrijwaringsclausule (artikel 17) geen GATT-vrijwaringsbehandeling toekent.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18

Overeengekomen wordt dat de bepalingen van artikel 18 en deze van de volgende alinea niet ten doel hebben, noch tot gevolg mogen hebben dat de in de onderscheiden wettelijke regelingen van de Partijen vervatte procedures inzake anti-dumping- en subsidieonderzoek worden vertraagd, verhinderd of belet.

Onverminderd hun wetgeving en praktijk komen de partijen overeen dat bij het vaststellen van de normale waarde terdege, over het geheel, en met inachtneming van de merites van elk geval, rekening wordt gehouden met natuurlijke comparatieve voordelen die door de betrokken fabrikanten kunnen worden aangetoond ten aanzien van factoren zoals toegang tot grondstoffen, produktieprocédés, nabijheid van de produktie ten opzichte van de klanten en speciale kenmerken van het produkt.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 22, lid 1, tweede streepje

Wat de Gemeenschap betreft, omvatten de voorschriften als bedoeld in artikel 6 van de Overeenkomst van 1989 onder meer het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de desbetreffende uitvoeringsverordeningen, met name de in die teksten vervatte bepalingen waarin de rechten, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het Voorzieningsagentschap van Euratom en van de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn vastgesteld.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 24

Overeengekomen wordt dat het begrip „hun gezinsleden” overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt omschreven.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 26, 32 en 37

De Partijen zorgen ervoor dat de afgifte van visa en verblijfsvergunningen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten respectievelijk Rusland plaatsvindt op een wijze die in overeenstemming is met de beginselen die zijn opgenomen in het Slotdocument van de CVSE-Conferentie van Bonn, ten einde met name een vlot verloop van toegang, verblijf en verkeer van zakenlieden in de Lid-Staten en in Rusland te bevorderen. Deze maatregelen gelden met name ten aanzien van de in artikel 32 bedoelde werknemers met een sleutelpositie en de in artikel 37 bedoelde verstrekkers van grensoverschrijdende diensten, en moeten ervoor zorgen dat de administratieve procedures de voordelen die voor een Partij uit deze artikelen van de Overeenkomst voortvloeien, niet uithollen of tenietdoen.

De Partijen komen overeen dat het tijdig sluiten van wedertoelatingsovereenkomsten tussen de Lid-Staten en Rusland een belangrijk element in dit verband is.

De stand van zaken op deze gebieden wordt regelmatig door de Samenwerkingsraad bezien.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 28

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 50 en 51 komen de Partijen overeen dat de uitdrukking „overeeenkomstig wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen” in artikel 28, leden len 4, betekent dat elke Partij voorschriften voor de vestiging van vennootschappen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen als omschreven in artikel 30, en voor de werking van filialen mag vaststellen, op voorwaarde dat deze wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen geen voorbehouden instellen die in een minder gunstige behandeling resulteren dan die welke wordt toegekend aan vennootschappen of filialen uit enig derde land.

Onverminderd de in de bijlagen 3 en 4 genoemde voorbehouden en het bepaalde in de artikelen 50 en 51 komen de Partijen overeen dat de uitdrukking „overeenkomstig wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen” in artikel 28, leden 2 en 3, betekent dat elke Partij voorschriften voor de werking van vennootschappen op haar grondgebied mag vaststellen, op voorwaarde dat deze wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, wat de werking van vennootschappen van de andere Partij betreft, geen nieuwe voorbehouden instellen die in een minder gunstige behandeling resulteren dan de gunstigste behandeling die wordt toegekend aan eigen vennootschappen of aan dochterondernemingen van vennootschappen van enig derde land.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 29, lid 3

De Partijen bevestigen dat niets in artikel 29, lid 3, Rusland belet nieuwe voorschriften of maatregelen vast te stellen die voorzien in de invoering of verzwaring van discriminatie ten opzichte van de situatie die op de datum van ondertekening van de Overeenkomst bestaat ten aanzien van voorwaarden voor de vestiging van niet-communautaire vennootschappen op zijn grondgebied in vergelijking met zijn eigen vennootschappen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30

De Partijen bevestigen dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de afgifte van de in artikel 30, onder a en g, bedoelde vergunningen:

  • -

    berust op objectieve en transparante criteria, zoals competentie en de bekwaamheid om de dienst te verlenen;

  • -

    niet meer ongemak veroorzaakt dan noodzakelijk is om de kwaliteit van de dienstverlening te garanderen;

  • -

    als zodanig geen beperking vormt op het verlenen van de dienst.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30, onder a en g

In artikel 30, onder a, tweede alinea, en onder g, tweede alinea, wordt rekening gehouden met het in het kader van de Overeenkomst overeengekomen specifieke karakter van de toegang tot financiële diensten, en genoemde bepalingen doen geen afbreuk aan de definities van „vestiging” en „werking” die van toepassing zijn op financiële diensten voor andere doeleinden dan voor het doel van de Overeenkomst.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap” in artikel 30, onder b, en artikel 45

1

De Partijen bevestigen dat zij het onderling eens zijn dat „zeggenschap” afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.

2

Een vennootschap wordt bijvoorbeeld geacht onder „zeggenschap” van een andere vennootschap te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken vennootschap te zijn, indien:

  • -

    de andere vennootschap rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of

  • -

    de andere vennootschap het recht heeft een meerderheid van de leden van het bestuurs, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en terzelfder tijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.

3

Beide partijen verklaren dat de in punt 2 vermelde criteria geen limitatieve opsomming vormen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30, onder h, derde alinea

Gelet op de beperkingen die op dit ogenblik bestaan ten aanzien van het vervoer van goederen en passagiers door takken van het overlandvervoer, komen de Partijen overeen dat, totdat deze beperkingen worden opgeheven, onder de uitdrukking „het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt” wordt verstaan de organisatie van dat vervoer.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 31

Artikel 31 stelt de Partijen in staat alle maatregelen te nemen om te voorkomen dat een vennootschap van een derde land van om het even welke door deze Overeenkomst geboden mogelijkheid gebruik maakt om de door de Partijen gestelde voorwaarden voor de vestiging van vennootschappen van dat derde land op hun respectieve grondgebieden te omzeilen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34, lid 1

Mede naar aanleiding van de door Rusland aan de Gemeenschap verstrekte toelichting over het feit dat in bepaalde opzichten en voor een aantal sectoren de aan Russische dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap verleende behandeling beter is dan de nationale behandeling van Russische vennootschappen in het algemeen, zijn de Partijen het erover eens dat indien Rusland maatregelen zou nemen om de behandeling van Russische dochterondernemingen en filialen van buitenlandse vennootschappen op één lijn te brengen met de nationale behandeling, dat niet kan worden beschouwd als een inbreuk op de in artikel 34, lid 1, vervatte verplichting van Rusland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 34 en 38

De Partijen komen overeen dat indien een Partij van mening zou zijn dat de andere Partij het „restrictiever” karakter waarvan sprake is in artikel 34, lid 2, en in artikel 38, lid 3, niet op de juiste wijze heeft geïnterpreteerd, die Partij gebruik kan maken van de procedures van artikel 101.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 35

De Partijen komen overeen dat de in artikel 35, lid 3, onder a en b, bedoelde activiteiten niet het zelf verrichten van vervoer omvatten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39, lid 2, onder c, tweede alinea, met betrekking tot het openstellen van havens

Op basis van de door Rusland verstrekte informatie over de voor buitenlandse vaartuigen toegankelijke Russische havens neemt de Gemeenschap er nota van dat Rusland van plan is nog maatregelen te nemen om het aantal voor buitenlandse vaartuigen toegankelijke havens te vergroten. Rusland neemt er eveneens nota van dat de Gemeenschap als beleid heeft alle voor het internationaal handelsverkeer beschikbare havens voor buitenlandse vaartuigen open te houden. De Partijen zijn van oordeel dat de mate waarin de havens toegankelijk zijn voor buitenlandse vaartuigen, zeer belangrijk is als indicatie in hoeverre is voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden voor het vrije dienstenverkeer in het internationaal maritiem vervoer. Zij verbinden zich derhalve ertoe de situatie met betrekking tot de voor buitenlandse vaartuigen toegankelijke havens ten minste om de twee jaar opnieuw te bezien in het kader van overleg binnen de Samenwerkingsraad. Indien er ernstige problemen rijzen in verband met het openhouden van een haven voor buitenlandse vaartuigen, brengt de Partij op wiens grondgebied die haven zich bevindt, de andere Partij hiervan op de hoogte. Op verzoek van laatstgenoemde Partij wordt overleg gepleegd om te garanderen dat alle maatregelen welke worden genomen, de vrije dienstverrichting in de internationale maritieme sector zo weinig mogelijk aantasten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39, lid 2, onder c, tweede alinea, met betrekking tot schepen die onder de vlag van een derde land varen

De Partijen komen overeen dat zij vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de mogelijkheid zullen onderzoeken om artikel 39, lid 2, onder c, tweede alinea, toepasselijk te maken op onder de vlag van een derde land varende schepen die worden geëxploiteerd door scheepvaartmaatschappijen of onderdanen van een Lid-Staat of van Rusland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 44

Voor de toepassing van de Overeenkomst is een overeenkomst inzake economische integratie een overeenkomst conform de beginselen van artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten. Met betrekking tot de aspecten van de Overeenkomst die activiteiten buiten de dienstensector bestrijken, is een overeenkomst inzake economische integratie een overeenkomst conform de beginselen van artikel XXIV van de GATT betreffende de instelling van vrijhandelszones of douane-unies.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46, lid 2

De Partijen zijn het erover eens dat het antwoord op de vraag of werkzaamheden, zij het slechts occasioneel, verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag op hun respectieve grondgebieden, afhankelijk is van de omstandigheden in elk afzonderlijk geval. Tot het antwoord op deze vraag kan worden bijgedragen door voor elk afzonderlijk geval het verband na te gaan tussen die activiteiten en:

  • -

    het recht fysieke dwangmaatregelen te gebruiken; of

  • -

    de uitoefening van gerechtelijke functies; of

  • -

    het recht bindende voorschriften unilateraal vast te stellen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 48

Het feit dat een visum wordt vereist voor natuurlijke personen van bepaalde Partijen en niet voor die van andere, wordt niet op zich geacht uit een specifieke verbintenis voortvloeiende voordelen teniet te doen of daaraan afbreuk te doen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 52 (definities)

„Lopende betalingen”

„Lopende betalingen” zijn in verband met het verkeer van goederen, diensten en personen en overeenkomstig de normale internationale handelspraktijk verrichte betalingen, met uitsluiting van die regelingen die eigenlijk een combinatie van een lopende betaling en een kapitaaltransactie vormen, zoals bijvoorbeeld uitstel van betaling en voorschotten, die tot doel heeft de respectieve wetgevingen van de Partijen op dit gebied te omzeilen.

Deze definitie sluit niet uit dat Rusland wettelijke voorschriften toepast of uitvaardigt waarbij dergelijke betalingen moeten plaatshebben via de Russische banken die van de Centrale Bank van de Russische Federatie de vergunningen hebben ontvangen voor het in vrij convertibele valuta uitvoeren van de desbetreffende verrichtingen.

„Directe investeringen”

„Directe investeringen” zijn investeringen die tot doel hebben duurzame economische relaties met een onderneming tot stand te brengen, zoals bijvoorbeeld de investeringen in het betrokken land door niet-inwoners of in het buitenland door inwoners, welke de mogelijkheid met zich brengen invloed uit te oefenen op het bestuur van die onderneming doordat zij betrekking hebben op:

  • 1.

    de oprichting of uitbreiding van een onderneming in volledige eigendom, een dochteronderneming of een filiaal dan wel het voor 100% verwerven van een bestaande onderneming;

  • 2.

    het nemen van een participatie in een nieuwe of bestaande onderneming;

  • 3.

    een lening met een looptijd van vijf jaar of meer.

„Vrij convertibele valuta”

„Een vrij convertibele valuta” is een valuta welke als zodanig wordt beschouwd door het Internationaal Monetair Fonds.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 53, lid 2.2

„Basisprodukten” zijn die welke als zodanig worden omschreven in de GATT.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 54

De Partijen komen overeen dat voor de toepassing van de Overeenkomst de intellectuele, industriële en commerciële eigendom mede betrekking heeft op met name het auteursrecht met inbegrip van het copyright voor computerprogramma's en naburige rechten, octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen met inbegrip van benamingen van oorsprong, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen alsook de bescherming tegen oneerlijke mededinging zoals bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, en de bescherming van geheime informatie inzake know-how.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 99

De Partijen zijn het erover eens dat de in artikel 99 bedoelde maatregelen niet mogen worden genomen met het doel om de mededingingsvoorwaarden op de desbetreffende markten te verstoren en zo bescherming te verlenen aan de binnenlandse produktie.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 101

De Partijen verzoeken de Samenwerkingsraad onverwijld na te gaan welke procedureregels kunnen worden gehanteerd voor de regeling van geschillen in het kader van de Overeenkomst.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 107

De Partijen zijn het erover eens dat voor de correcte interpretatie en de praktische toepassing ervan, onder de uitdrukking „bijzonder dringende gevallen” in artikel 107 van de Overeenkomst die gevallen moeten worden verstaan waarin de Overeenkomst wezenlijk geschonden wordt door een van de Partijen. Een wezenlijke schending van de Overeenkomst bestaat in

  • a.

    niet door de algemene regels van het internationaal recht toegestane afwijzing van de Overeenkomst

    of

  • b.

    schending van de elementen die ingevolge artikel 2 een essentieel onderdeel van de Overeenkomst zijn.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 107, lid 2

De partijen zijn het erover eens dat de in artikel 107, lid 2, bedoelde „passende maatregelen” worden genomen in overeenstemming met het internationaal recht.

Indien een Partij een maatregel neemt in een in artikel 107, lid 2, bedoeld „bijzonder dringend geval” kan de andere Partij gebruik maken van de in artikel 101 bedoelde procedure.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 2 en 107

De Partijen verklaren dat de opneming in de Overeenkomst van de eerbiediging van de mensenrechten als een essentieel onderdeel van de Overeenkomst en van het begrip bijzonder dringende gevallen voortvloeit uit:

  • -

    het beleid van de Gemeenschap op het gebied van de mensenrechten, overeenkomstig de Verklaring van de Raad van 11 mei 1992 waarin bepaald wordt dat deze verwijzing moet worden opgenomen in samenwerkings- of associatieovereenkomsten tussen de Gemeenschap en haar CVSE-partners, alsmede

  • -

    het beleid van Rusland op dit gebied en

  • -

    het belang dat beide Partijen hechten aan de verplichtingen ter zake, die met name voortvloeien uit de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 112

De Partijen bevestigen dat hoewel de huidige Overeenkomst wat hun onderlinge betrekkingen aangaat in de plaats komt van de Overeenkomst van 18 december 1989, de huidige Overeenkomst geen afbreuk doet aan maatregelen die genomen zijn dan wel overeenkomsten die tussen de Partijen gesloten zijn vóór de inwerkingtreding van de huidige Overeenkomst in overeenstemming met de Overeenkomst van 1989, noch bedoelde maatregelen of overeenkomsten op andere wijze aantast, en dit onder de voorwaarden en voor de toepassingsperiode die voor die maatregelen of overeenkomsten gelden.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 6 van protocol 2

1

De Partijen stemmen ermee in voor het volgende goederenverkeer onverwijld de nodige maatregelen te nemen om elkaar bij te staan zoals bepaald in dit Protocol:

  • a.

    verkeer van wapens, ammunitie, explosieven en explosieve middelen;

  • b.

    verkeer van kunst- en antieke voorwerpen, die voor één van de Partijen van aanzienlijke historische, culturele of archeologische waarde zijn;

  • c.

    verkeer van giftige produkten alsmede van stoffen die gevaarlijk zijn voor het milieu en de volksgezondheid;

  • d.

    verkeer van gevoelige en strategische goederen die onderworpen zijn aan niet-tarifaire beperkingen in overeenstemming met de door de Partijen overeengekomen lijsten.

2

De Partijen stemmen ermee in, indien zulks volgens de beginselen van hun respectieve rechtsstelsels is toegestaan, de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een correct gebruik kan worden gemaakt van het systeem van gecontrolleerde levering op basis van door hen in overeenstemming met de procedures van dit Protocol onderling overeengekomen toepassingsbepalingen.

3

De partijen stemmen ermee in om, in overeenstemming met hun respectieve wetgevingen, alle nodige maatregelen te nemen, om alle onder dit Protocol ressorterende

  • -

    documenten af te leveren,

  • -

    besluiten mede te delen,

aan geadresseerden die hun woonplaats hebben of gevestigd zijn in hun respectieve grondgebieden, op basis van door hen onderling overeengekomen toepassingsbepalingen die zij hebben vastgesteld in overeenstemming met de procedures van dit Protocol. In dat geval is artikel 5, lid 3, van toepassing.

4

De Partijen komen overeen dat een autoriteit bij wie een verzoek is ingediend waaraan deze zelf geen gevolg kan geven, dit verzoek richt aan een administratieve afdeling die onder dezelfde voorwaarden te werk gaat als die welke van toepassing zijn op de autoriteit tot wie het verzoek gericht is.

Briefwisseling met betrekking tot artikel 22

A. Brief van Rusland

Mijnheer,

In deze brief bevestig ik u dat wij met betrekking tot de handel in kernmaterialen als bedoeld in artikel 22 van de heden ondertekende Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking het volgende zijn overeengekomen:

Rusland is voornemens als solide, betrouwbare en op lange termijn handelende leverancier van kernmaterialen aan de Gemeenschap op te treden en de Gemeenschap erkent dit voornemen. De Russische Regering neemt er nota van dat de Gemeenschap Rusland vooral in het kader van haar voorzieningsbeleid op nucleair gebied beschouwt als afzonderlijke leverancier die zich van andere leveranciers onderscheidt.

Om moeilijkheden in het handelsverkeer te voorkomen zal op gezette tijden of op een daartoe strekkend verzoek overleg worden gepleegd over ontwikkelingen op het gebied van de handel in kernmaterialen tussen Rusland en de Gemeenschap. Bij dit overleg kan onder meer een permanente en regelmatige dialoog over marktontwikkelingen en -prognoses worden gevoerd.

Dit overleg zal plaatsvinden in het kader van artikel 92. Zoals in artikel 13 van de Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking is bepaald, zullen de in artikel 6 van de Overeenkomst van 1989 bedoelde voorschriften op uniforme, onpartijdige en billijke wijze worden uitgevoerd.

Ik verwijs naar onze gemeenschappelijke wens om er met alle bruikbare middelen voor te zorgen dat de nucleaire ontwapening die aan de gang is, wordt vergemakkelijkt. Wij zijn overeengekomen alle nodige maatregelen te treffen om overleg met alle betrokken landen te voeren als blijkt dat de uitvoering van de respectieve bilaterale en multilaterale overeenkomsten de installaties van de Partijen ernstig schaadt of dreigt te schaden.

Ik stel voor dat deze brief en uw antwoord een formele overeenkomst tussen ons tot stand brengen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van de Russische Federatie

B. Brief van de Gemeenschap

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden, die als volgt luidt:

„In deze brief bevestig ik u dat wij met betrekking tot de handel in kernmateriaal als bedoeld in artikel 22 van de heden ondertekende Partnerschaps en Samenwerkingsovereenkomst het volgende zijn overeengekomen:

Rusland is voornemens als solide, betrouwbare en op lange termijn handelende leverancier van kernmateriaal aan de Gemeenschap op te treden en de Gemeenschap erkent dit voornemen. De Russische regering neemt er nota van dat de Gemeenschap Rusland vooral in het kader van haar voorzieningsbeleid op nucleair gebied beschouwt als afzonderlijke leverancier die zich van andere leveranciers onderscheidt.

Om moeilijkheden in het handelsverkeer te voorkomen zal regelmatig overleg ter zake worden gepleegd of, op een daartoe strekkend verzoek, over ontwikkelingen op het gebied van de handel in kernmaterialen tussen Rusland en de Gemeenschap. Bij dit overleg kan onder meer een permanente en regelmatige dialoog over marktontwikkelingen en -prognoses worden gevoerd.

Dit overleg zal plaatsvinden in het kader van artikel 92.

Zoals in artikel 13 van de Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking is bepaald, zullen de in artikel 6 van de Overeenkomst van 1989 bedoelde voorschriften op uniforme, onpartijdige en billijke wijze worden uitgevoerd.

Ik verwijs naar onze gemeenschappelijke wens om er met alle bruikbare middelen voor te zorgen dat de nucleaire ontwapening die aan de gang is, wordt vergemakkelijkt. Wij zijn overeengekomen alle nodige maatregelen te treffen om overleg met alle betrokken landen te voeren als blijkt dat de uitvoering van de respectieve bilaterale en multilaterale overeenkomsten de installaties van de Partijen ernstig schaadt of dreigt te schaden.

Ik stel voor dat deze brief en uw antwoord een formele overeenkomst tussen ons tot stand brengen.”.

Ik heb de eer u te bevestigen dat uw brief en de onderhavige een formele overeenkomst tussen ons vormen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de

Europese Gemeenschappen

Briefwisseling met betrekking tot artikel 52

A. Brief van Rusland

Mijnheer,

Met betrekking tot artikel 52 van de Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking bevestig ik hierbij dat niets in dit artikel kan worden uitgelegd als een beperking op het overmaken naar het buitenland door inwoners van de Gemeenschap van de door inwoners van de Gemeenschap in Rusland gedane investeringen met inbegrip van alle compensatie-uitkeringen naar aanleiding van bijvoorbeeld onteigeningsmaatregelen, nationalisatie of maatregelen van gelijke strekking, en van alle opbrengsten daarvan.

Ik stel voor aan de hand van deze brief en uw antwoord tot een formele overeenkomst te komen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van de Russische Federatie

B. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden, die als volgt luidt:

„Met betrekking tot artikel 52 van de Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking bevestig ik hierbij dat niets in dit artikel kan worden uitgelegd als een beperking op het overmaken naar het buitenland door inwoners van de Gemeenschap van de door inwoners van de Gemeenschap in Rusland gedane investeringen met inbegrip van alle compensatie-uitkeringen naar aanleiding van bijvoorbeeld onteigeningsmaatregelen, nationalisatie of maatregelen van gelijke strekking, en van alle opbrengsten daarvan.

Ik stel voor aan de hand van deze brief en uw antwoord tot een formele overeenkomst te komen.”.

Ik heb de eer u te bevestigen dat uw brief en de onderhavige een formele overeenkomst tussen ons vormen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Europese Gemeenschappen

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 36

De Gemeenschap verklaart dat grensoverschrijdende diensten als bedoeld in artikel 36 geen verplaatsing impliceren van de dienstverlener naar het grondgebied van het land waarvoor hij de dienst verstrekt, en evenmin van de ontvanger van de diensten naar het grondgebied van het land waar de dienstprestaties vandaan komen.

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 54

De bepalingen van de Overeenkomst laten de bevoegdheden van de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten voor aangelegenheden met betrekking tot de intellectuele, industriële en commerciële eigendom onverlet.

Verklaring van Rusland betreffende artikel 36

Rusland verklaart dat onder de dienstverleners bedoeld in de verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 36 niet kunnen worden verstaan de natuurlijke personen die een vennootschap uit de Gemeenschap of een Russische vennootschap vertegenwoordigen en tijdelijke toegang verlangen voor onderhandelingen over de verkoop van grensoverschrijdende diensten of voor het sluiten van overeenkomsten betreffende de verkoop van grensoverschrijdende diensten voor die vennootschap.

Briefwisseling met betrekking tot de gevolgen van de uitbreiding

A. Brief van de GemeenschapBuiten het kader van de overeenkomst

Mijnheer,

Onder verwijzing naar de vandaag ondertekende Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking bevestig ik u dat indien wijzigingen in deze Overeenkomst nodig mochten blijken als gevolg van een uitbreiding van de Gemeenschap, hierover overeenkomstig artikel 90 overleg zou worden gepleegd tussen de Partijen en in dit verband zoveel mogelijk rekening zou worden gehouden met het karakter van de bilaterale handels- en economische betrekkingen tussen Rusland en de toetredende Staten.

Ik moge u verzoeken mij te willen bevestigen dat Rusland met de inhoud van dit schrijven instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de

Europese Gemeenschappen

(w.g.) LEON BRITTAN

HANS VAN DEN BROEK

B. Письмо России

Господин.

Благодарю Вас за Ваше письмо от сего числа следующего содержания:

“Я ссылаюсь на Соглашение о партнерстве и сотрудничестве, подписанное сего числа, и подтверждаю, что, если в результате расширения Сообщества потребуется какое-либо изменение этого Соглашения, это будет предметом консультаций между Сторонами в соответствии со статьей 90, и в этом контексте будет приниматься во внимание, насколько возможно, характер двусторонней торговли и экономических отношений между Россией и присоединяющимися государствами.

Был бы признателен, если бы Вы могли подтвердить согласие Вашего Правительства с содержанием настоящего письма.”

Имею честь подтвердить, что мое Правительство согласно с содержанием Вашего письма.

Примите, господин, уверения в моем высочайшем к Вам уважении.

За Правительство Российской Федерации

(w.g.) KOZIREV

CHOKIN

Briefwisseling met betrekking tot de Uruguay-ronde

A. Brief van de GemeenschapBuiten het kader van de overeenkomst

Mijnheer,

Onder verwijzing naar de vandaag ondertekende Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking bevestig ik dat wij het erover eens zijn dat de situatie die ontstaat na de inwerkingtreding van de multilaterale overeenkomsten in het kader van de Uruguay-Ronde en het vaststellen van amendementen in de GATT, de codes en andere overeenkomsten in verband met de GATT, zou kunnen worden beschouwd als een verandering van omstandigheden in de zin van artikel 4 van de Overeenkomst, waarbij het passend zou zijn na te gaan of de Overeenkomst moet worden gewijzigd.

Ik moge u verzoeken mij te willen bevestigen dat Rusland met de inhoud van dit schrijven instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Europese Gemeenschappen

(w.g.) LEON BRITTAN

HANS VAN DEN BROEK

B. Письмо России

Господин,

Благодарю Вас за Ваше письмо от сего числа следующего содержания:

“Я ссылаюсь на Соглашение о партнерстве и сотрудничестве, подписанное сего числа, и подтверждаю наше согласие, что одним из случаев изменения обстоятельств по смыслу статьи 4 этого Соглашения, в котором было бы целесообразно изучить, следует ли внести поправки в Соглашение, была бы ситуация, возникающая после вступления в силу многосторонних соглашений Уругвайского раунда и заключения соглашений касательно изменений к ГАТТ, его кодексов и других связанных с ним соглашений.

Был бы признателен, если бы Вы смогли подтвердить согласие Вашего Правительства с содержанием настоящего письма.”

Имею честь подтвердить, что мое Правительство согласно с содержанием Вашего письма.

Примите, господин, уверения в моем высочайшем к Вам уважении.

За Правительство Российской Федерации

(w.g.) KOZIREV

CHOKIN

Briefwisseling met betrekking tot onder de EGKS vallende staalprodukten

A. Letter from the CommunityBuiten het kader van de overeenkomst

Dear Sir,

I refer to the Agreement on Partnership and Cooperation signed today and in particular Article 21 thereof.

I confirm our understanding that the Community and the Russian Federation will use their best endeavours to ensure that the agreement on quantitative arrangements concerning exchanges of ECSC steel products between them shall be concluded as rapidly as possible having due regard to all factors they agree are relevant including in particular the steel production of the Russian Federation relative to that of the major steel producing States of the former Soviet Union.

The operation of the agreement on ECSC products by way, inter alia, of a system of double licensing together with control of origin should ensure predictable trade in these products.

I further confirm our understanding that appropriate account will be taken in the agreement of the accession of new Member States to the European Union as from the date of their accession.

I would be obliged if you could confirm the agreement of the Russian Federation to the contents of this letter.

Please accept, Sir, the assurance of my highest consideration.

On behalf of the

European Communities

(sd.) LEON BRITTAN

HANS VAN DEN BROEK

B. Письмо России

Господин,

Благодарю Вас за Ваше письмо от сего числа следующего содержания:

“Я ссылаюсь на Соглашение о партнерстве и сотрудничестве, подписанное сего числа, и в частности, на статью 21 этого Соглашения.

Я подтверждаю наше понимание, что Сообщество и Российская Федерация сделают все возможное с тем, чтобы обеспечить заключение между ними соглашения о количественных условиях торговли товарами из стали номенклатуры ЕОУС как можно скорее, уделяя должное внимание всем факторам, которые они считают уместными, включая, в частности, соотношение объема производства стали Российской Федерацией с объемом такого производства в основных государствах-производителях стали в бывшем СССР.

Действие соглашения по товарами номенклатуры ЕОУС должно обеспечить предсказуемые условия торговли этими товарами за счет, 1п1;ег аИа, системы двойного лицензирования в сочетании с контролем за происхождением.

Далее, я подтверждаю наше понимание, что в соглашении будет уделено соответствующее внимание присоединению новых государств к Европейскому союзу с даты их присоединения.

Был бы признателен, если бы Вы могли подтвердить согласие Вашего Правительства с содержанием настоящего письма.”

Имею честь подтвердить, что мое Правительство согласно с содержанием данного письма.

Примите, господин, уверения в моем высочайшем к Вам уважении.

За Правительство Российской Федерации

(w.g.) KOZIREV

CHOKIN