Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds

HANDELSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN HAAR LIDSTATEN, ENERZIJDS, EN COLOMBIA, PERU EN ECUADOR, ANDERZIJDS

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

De Europese Unie,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK COLOMBIA (hierna „Colombia” genoemd),

DE REPUBLIEK PERU (hierna „Peru” genoemd)

en

DE REPUBLIEK ECUADOR (hierna „Ecuador” genoemd),

hierna „de overeenkomstsluitende Andeslanden” genoemd,

anderzijds,

Gezien het belang van de historische en culturele banden en de bijzondere banden van vriendschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de overeenkomstsluitende Andeslanden, en hun wens om de economische integratie tussen de partijen te bevorderen;

Vastbesloten om die banden te versterken door voort te bouwen op de bestaande instrumenten die de betrekkingen tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de overeenkomstsluitende Andeslanden regelen;

Opnieuw bevestigend dat zij het handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de rechten van de mens ten volle onderschrijven;

Hiermee een bijdrage leverend aan de harmonieuze ontwikkeling en uitbreiding van de wereld- en regionale handel en een katalysator voor internationale samenwerking biedend;

Geleid door de wens de algehele economische ontwikkeling te bevorderen, teneinde op hun grondgebieden de armoede te verminderen, werkgelegenheid te creëren en arbeidsomstandigheden te verbeteren, alsook er de levensstandaard te verhogen, door het liberaliseren en uitbreiden van de onderlinge handel en investeringen;

Vastbesloten deze overeenkomst uit te voeren overeenkomstig de doelstelling „duurzame ontwikkeling”, welke doelstelling onder meer het bevorderen van economische vooruitgang, het in acht nemen van arbeidsrechten en het beschermen van het milieu omvat, overeenkomstig de internationale verbintenissen die de partijen zijn aangegaan;

Voortbouwend op de rechten en verplichtingen die voor de partijen voortvloeien uit de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna de „WTO-overeenkomst” genoemd);

Vastbesloten tot het verwijderen van verstoringen in de handel tussen de partijen en het voorkomen van onnodige handelsbelemmeringen;

Vastbesloten tot het vaststellen van duidelijke, alle partijen tot voordeel strekkende handelsregels en het bevorderen van de onderlinge handel en investeringen en van een regelmatige dialoog hierover;

Geleid door de wens het concurrentievermogen van hun ondernemingen op internationale markten te vergroten door die ondernemingen een voorspelbaar wetgevingskader voor hun handels- en investeringsrelaties te verschaffen;

GEZIEN de verschillen in economische en sociale ontwikkeling tussen de overeenkomstsluitende Andeslanden onderling en tussen de overeenkomstsluitende Andeslanden en de Europese Unie en haar lidstaten;

Bevestigend dat de partijen het recht hebben om zo veel mogelijk gebruik te maken van de flexibiliteiten in het multilaterale kader om het algemeen belang te beschermen;

Zich ervan bewust dat de overeenkomstsluitende Andeslanden lid van de Andesgemeenschap zijn en volgens Besluit 598 van de Andesgemeenschap bij onderhandelingen met derde landen ervoor moeten zorgen dat het stelsel van wettelijke regels dat van toepassing is op de wederzijdse betrekkingen tussen de Andeslanden, gehandhaafd blijft;

Zich bewust van het belang van de respectieve regionale integratieprocessen van de Europese Unie en de overeenkomstsluitende Andeslanden, laatstgenoemde in het kader van de Andesgemeenschap,

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL

I

INLEIDENDE BEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

ESSENTIËLE ELEMENTEN

Artikel

1

Algemene beginselen

Eerbiediging van de democratische beginselen en fundamentele rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, en het beginsel van de rechtsstaat vormen de basis van het binnen- en buitenlands beleid van de partijen. Eerbiediging van deze beginselen vormt een essentieel element van deze overeenkomst.

Artikel

2

Ontwapening en non-proliferatie van massavernietigingswapens

HOOFDSTUK

2

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

4

Doelstellingen

Deze overeenkomst heeft de volgende doelstellingen:

  • a.

    het geleidelijk liberaliseren van de handel in goederen, overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994;

  • b.

    het vergemakkelijken van de handel in goederen, met name door het toepassen van de overeengekomen bepalingen inzake douane en handelsbevordering, normen, technische voorschriften en procedures voor conformiteitsbeoordeling en sanitaire en fytosanitaire maatregelen;

  • c.

    het geleidelijk liberaliseren van de handel in diensten, overeenkomstig artikel V van de GATS;

  • d.

    het ontwikkelen van een gunstig investeringsklimaat waardoor de investeringsstromen worden vergroot en in het bijzonder het verbeteren van de vestigingsvoorwaarden, op basis van niet-discriminatie;

  • e.

    het bevorderen van handel en investeringen tussen de partijen door het liberaliseren van lopende betalingen en het kapitaalverkeer in verband met directe investeringen;

  • f.

    het daadwerkelijk en wederzijds openstellen van markten voor overheidsopdrachten;

  • g.

    het adequaat en effectief beschermen van intellectuele-eigendomsrechten, overeenkomstig de internationale regels die tussen de partijen gelden, waarbij een evenwicht moet worden bewaard tussen de rechten van houders van intellectuele-eigendomsrechten en het algemeen belang;

  • h.

    het uitoefenen van economische activiteiten, in het bijzonder tussen de partijen, overeenkomstig het beginsel van vrije mededinging;

  • i.

    het creëren van een snelle, effectieve en voorspelbare procedure voor geschillenbeslechting;

  • j.

    het bevorderen van internationale handel op een wijze die bijdraagt aan de doelstelling duurzame ontwikkeling en het integreren en weerspiegelen van deze doelstelling in de handelsbetrekkingen van de partijen;

  • k.

    ervoor zorgen dat de samenwerking op het terrein van technische bijstand en de versterking van de handelscapaciteit van de partijen bijdragen aan de uitvoering van deze overeenkomst en er ook toe bijdragen dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de kansen die de overeenkomst biedt, met inachtneming van het bestaande wettelijke en institutionele kader.

Artikel

5

Verband met de WTO-overeenkomst

De partijen bevestigen opnieuw de bestaande rechten en verplichtingen die zij ingevolge de WTO-overeenkomst jegens elkaar hebben.

Artikel

6

Definitie van de partijen

Artikel

7

Economische en handelsbetrekkingen die onder deze overeenkomst vallen

Artikel

8

Voldoen aan verplichtingen

Artikel

9

Geografisch toepassingsgebied

Artikel

10

Regionale integratie

HOOFDSTUK

3

ALGEMENE DEFINITIES

Artikel

11

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • „dagen”: kalenderdagen, inclusief weekenden en vakantiedagen;

  • „goed van een partij” of „product van een partij”: binnenlandse producten als bedoeld in de GATT 1994 of andere door de partijen overeengekomen goederen of producten, waaronder begrepen goederen of producten van oorsprong uit die partij, zoals omschreven in artikel 19;

  • „rechtspersoon”: elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • „maatregel”: een handeling of nalating van een partij, waaronder begrepen (wettelijke) voorschriften, procedures, besluiten, administratieve handelingen of praktijken, of een handeling of nalating in enige andere vorm;

  • „persoon”: een natuurlijke persoon(3a)In het Ecuadoraanse recht wordt een „fysieke persoon” („persona física”) aangeduid als een „natuurlijke persoon” („persona natural”). of een rechtspersoon.

TITEL

II

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

12

Handelscomité

Artikel

13

Taken van het Handelscomité

Artikel

14

Besluitvorming

Artikel

15

Gespecialiseerde organen

Artikel

16

Coördinatoren van de overeenkomst

TITEL

III

HANDEL IN GOEDEREN

HOOFDSTUK

1

MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

AFDELING

1

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

17

Doel

Gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, wordt de handel in goederen door de partijen geleidelijk geliberaliseerd, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT 1994.

Artikel

18

Toepassingsgebied

Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.

Artikel

19

Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • „douanerechten”: alle rechten en heffingen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen, die worden opgelegd op of in verband met de invoer van goederen. Daaronder vallen niet:

  • „producten of goederen van oorsprong”: producten of goederen die beantwoorden aan de oorsprongsregels in bijlage II (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking).

Artikel

20

Indeling van de goederen

De indeling van de handelsgoederen waarop deze overeenkomst van toepassing is, gebeurt volgens de tariefnomenclatuur van elke partij, in overeenstemming met het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen van 2007, hierna de „GS” genoemd, en latere wijzigingen daarvan.

Artikel

21

Nationale behandeling

AFDELING

2

AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN

Artikel

22

Afschaffing van douanerechten

AFDELING

3

NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

23

Invoer- en uitvoerbeperkingen

De partijen stellen of handhaven geen verbod of beperking op de invoer van een goed van een andere partij of de uitvoer of verkoop voor uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van een andere partij is bestemd, behalve als in deze overeenkomst anders is bepaald of in overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen daarbij. Hiertoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen daarbij mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en tot een integrerend deel van deze overeenkomst gemaakt.

Artikel

24

Vergoedingen en heffingen

Artikel

25

Uitvoerrechten en -belastingen

Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, mogen de partijen geen rechten of belastingen vaststellen of handhaven ter zake van de uitvoer van goederen naar het grondgebied van een andere partij, andere dan interne heffingen die worden opgelegd conform artikel 21.

Artikel

26

Procedures voor in- en uitvoervergunningen

Artikel

27

Staatshandelsondernemingen

AFDELING

4

LANDBOUWPRODUCTEN

Artikel

28

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op de maatregelen die de partijen vaststellen of handhaven met betrekking tot de onderlinge handel in landbouwproducten, hierna „landbouwproducten” genoemd, die vallen onder de definitie van bijlage I van de WTO-overeenkomst inzake landbouw, hierna de „landbouwovereenkomst” genoemd9)Voor de toepassing van dit artikel omvatten landbouwproducten voor Colombia ook de volgende onderverdelingen: 2905.45.00, 3302.10.10, 3302.10.90, 3823.11.00, 3823.12.00, 3823.13.00, 3823.19.00, 3823.70.10, 3823.70.20, 3823.70.30, 3823.70.90, 3824.60.00..

Artikel

29

Landbouwvrijwaringsmaatregelen

Artikel

30

Prijstranchesysteem

Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald,

  • a.

    mogen Colombia en Ecuador het prijstranchesysteem toepassen dat bij Besluit 371 van de Andesgemeenschap, alsmede wijzigingen daarop, is vastgesteld, dan wel latere systemen voor de landbouwproducten die onder dat besluit vallen;

  • b.

    mag Peru het prijstranchesysteem toepassen dat bij Besluit 115-2001-EF, alsmede wijzigingen daarop, is vastgesteld, dan wel latere systemen voor de landbouwproducten die onder dat besluit vallen.

Artikel

32

Uitvoersubsidies en andere maatregelen van gelijke werking

Artikel

33

Beheer en toepassing van tariefcontingenten

AFDELING

5

HANDELWIJZE BIJ ADMINISTRATIEVE FOUTEN

Artikel

34

Handelwijze bij administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten van een partij bij het beheer van de preferentiële uitvoerregeling een fout hebben gemaakt, met name bij de toepassing van de bepalingen van bijlage II (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking), en deze fout gevolgen heeft voor de invoerrechten, kan elke partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, het Handelscomité verzoeken na te gaan of passende maatregelen kunnen worden genomen om de situatie op te lossen, nadat de betrokken partijen eerst binnen het in artikel 68 beschreven subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels, de technische aspecten van de kwestie hebben besproken. Het besluit van het Handelscomité over passende maatregelen wordt bij consensus van de betrokken partijen vastgesteld.

AFDELING

6

SUBCOMITÉS

Artikel

35

Subcomité Markttoegang

Artikel

36

Subcomité Landbouw

HOOFDSTUK

2

HANDELSMAATREGELEN

AFDELING

1

ANTIDUMPING- EN COMPENSERENDE MAATREGELEN

Artikel

37

Algemene bepalingen

Artikel

38

Transparantie

Artikel

39

Algemene belangen

In overeenstemming met hun interne wetgeving stellen de EU en Colombia industriële gebruikers en importeurs van het onderzochte product, alsook, in voorkomend geval, representatieve consumentenorganisaties in de gelegenheid informatie te verstrekken die relevant is voor het onderzoek. De onderzoeksautoriteit houdt met bedoelde informatie rekening voor zover deze relevant is, met bewijzen gestaafd is en verstrekt is binnen de termijn die in de interne wetgeving is voorgeschreven.

Artikel

40

Regel van het laagste recht

Niettegenstaande hun rechten uit hoofde van de antidumping- en subsidieovereenkomst met betrekking tot de toepassing van antidumping- en compenserende rechten, achten de EU en Colombia het wenselijk dat het toegepaste recht lager is dan de overeenkomstige dumping- of subsidiemarge, wanneer de schade voor de binnenlandse bedrijfstak ook door een lager recht ongedaan kan worden gemaakt.

ARTIKEL

41

Onderzoeksautoriteiten

„Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

„onderzoeksautoriteit”:

  • a)

    met betrekking tot Colombia: het ministerie van Handel, industrie en toerisme, dan wel de opvolger daarvan;

  • b)

    met betrekking tot Peru: het Instituto Nacional de Defensa de la Competencia y de la Protección de la Propiedad Intelectual, dan wel de opvolger daarvan;

  • c)

    met betrekking tot Ecuador: het ministerie van Buitenlandse Handel, dan wel de opvolger daarvan; en

  • d)

    met betrekking tot de EU: de Europese Commissie.

Artikel

42

Uitsluiting van de procedure voor geschillenbeslechting

Titel XII (Geschillenbeslechting) is niet van toepassing op deze afdeling.

AFDELING

2

MULTILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

44

Transparantie

In afwijking van het bepaalde in artikel 43 geeft een partij die een vrijwaringsonderzoek opent of voornemens is vrijwaringsmaatregelen te treffen, op verzoek van een andere partij onmiddellijk ad hoc schriftelijk kennis van alle relevante informatie, met inbegrip van, voor zover van toepassing, informatie over de start van het onderzoek en de voorlopige en definitieve vaststelling van de feiten.

Artikel

45

Niet-gelijktijdige toepassing van vrijwaringsmaatregelen

De partijen mogen met betrekking tot hetzelfde product niet tegelijkertijd toepassen:

  • a.

    een bilaterale vrijwaringsmaatregel overeenkomstig afdeling 3 (Bilaterale vrijwaringsmaatregelen) van dit hoofdstuk; en

  • b.

    een maatregel als bedoeld in artikel XIX van de GATT 1994 en de vrijwaringsovereenkomst.

ARTIKEL

46

Onderzoeksautoriteit

„Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder „onderzoeksautoriteit” verstaan:

  • a)

    met betrekking tot Colombia: het ministerie van Handel, industrie en toerisme, dan wel de opvolger daarvan;

  • b)

    met betrekking tot Peru: het Instituto Nacional de Defensa de la Competencia y de la Protección de la Propiedad Intelectual;

  • c)

    met betrekking tot Ecuador: het ministerie van Buitenlandse Handel, dan wel de opvolger daarvan; en

  • d)

    met betrekking tot de EU: de Europese Commissie.

Artikel

47

Uitsluiting van de procedure voor geschillenbeslechting

Titel XII (Geschillenbeslechting) is niet van toepassing op deze afdeling, met uitzondering van artikel 45.

AFDELING

3

BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

48

Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

49

Kennisgeving en overleg

Artikel

50

Soorten maatregelen

Wanneer een partij van invoer krachtens artikel 48 een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, kan deze uit een of meer van de volgende maatregelen bestaan:

  • a.

    opschorting van de verdere verlaging van het douanerecht voor het betrokken product overeenkomstig de lijst van die partij in bijlage I (Lijsten inzake tariefafschaffing), of

  • b.

    verhoging van het douanerecht op het betrokken product tot maximaal het meestbegunstigingsrecht dat op het moment van de maatregel voor dat product geldt, of, indien dat lager is, het basisrecht dat in de lijst van die partij in bijlage I (Lijsten inzake tariefafschaffing) staat vermeld.

Artikel

51

Onderzoeksprocedure

Artikel

52

Voorwaarden en duur van een maatregel

Artikel

53

Voorlopige maatregelen

Artikel

54

Compensatie

Artikel

55

Hernieuwde toepassing van een maatregel

De invoer van een product dat al eerder aan een vrijwaringsmaatregel als bedoeld in deze afdeling is onderworpen, mag niet opnieuw aan een dergelijke maatregel worden onderworpen, behalve één keer voor de helft van de tijd dat de maatregel eerder heeft gegolden, mits de maatregel gedurende ten minste één jaar niet is toegepast.

Artikel

56

Ultraperifere gebieden van de Europese Unie11)Op de datum van ondertekening van deze overeenkomst zijn de ultraperifere gebieden van de Europese Unie: Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Réunion, Saint-Martin, de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden. Dit artikel is gelijkelijk van toepassing op een land of gebied waarvan de status bij besluit van de Europese Raad wordt gewijzigd in ultraperifeer gebied overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 355, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en wel vanaf de datum van vaststelling van dat besluit. In het geval dat de status van een ultraperifeer gebied van de Europese Unie via dezelfde procedure wordt gewijzigd, is dit artikel niet op dat gebied van toepassing vanaf de datum van vaststelling van het daartoe strekkende besluit van de Europese Raad. De EU stelt de overige partijen in kennis van wijzigingen in de lijst van gebieden die als „ultraperifeer gebied” van de Europese Unie worden beschouwd.

ARTIKEL

57

Bevoegde instantie

„Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder bevoegde instantie verstaan:

  • a)

    met betrekking tot Colombia: het ministerie van Handel, industrie en toerisme, dan wel de opvolger daarvan;

  • b)

    met betrekking tot Peru: het ministerie van Buitenlandse handel en toerisme, dan wel de opvolger daarvan;

  • c)

    met betrekking tot Ecuador: het ministerie van Buitenlandse Handel, dan wel de opvolger daarvan; en

  • d)

    met betrekking tot EU: de Europese Commissie.

HOOFDSTUK

3

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

58

Doelstellingen

Artikel

59

Douane- en handelsgerelateerde procedures

Artikel

60

Bindende informatie vooraf

Artikel

61

Risicobeheer

Artikel

62

Geautoriseerde marktdeelnemer

De partijen bevorderen de tenuitvoerlegging van het begrip „geautoriseerde markdeelnemer”, overeenkomstig WDO SAFE. De partijen verlenen marktdeelnemers die voldoen aan de veiligheidseisen die in hun douanewetgeving zijn neergelegd, de status van „geautoriseerde marktdeelnemer” en verstrekken hun voordelen op het terrein van de handelsbevordering.

Artikel

63

Doorvoer

Artikel

64

Relaties met het bedrijfsleven

De partijen:

  • a.

    zien erop toe dat alle douanewetten en -procedures, alsook douanerechten, vergoedingen en heffingen algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg en waar nodig met een toelichting;

  • b.

    zien erop toe dat, voor zover mogelijk, een redelijke termijn wordt betracht tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde douanewetgeving en -procedures, alsook van nieuwe of gewijzigde douanerechten, vergoedingen en heffingen;

  • c.

    bieden het bedrijfsleven de gelegenheid opmerkingen te maken over douanegerelateerde wetgevingsvoorstellen en procedures. Hiertoe richt elke partij mechanismen voor overleg tussen de douaneautoriteiten en het bedrijfsleven op;

  • d.

    geven algemene bekendheid aan berichten van administratieve aard, met name over de voorschriften voor douane-expediteurs, procedures bij de binnenkomst van goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten, en adressen voor het inwinnen van informatie;

  • e.

    bevorderen de samenwerking tussen marktdeelnemers en relevante diensten door gebruik te maken van niet-arbitraire en voor iedereen toegankelijke procedures, teneinde fraude en illegale activiteiten te bestrijden, de veiligheid van de toeleveringsketen te vergroten en de handel te bevorderen; en

  • f.

    zien erop toe dat voorschriften en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden, aan de behoeften van de handel blijven beantwoorden, dat hierbij beste praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.

Artikel

66

Douanesamenwerking

Artikel

67

Wederzijdse bijstand

De partijen verlenen elkaar administratieve bijstand in douanezaken overeenkomstig het bepaalde in bijlage V (Wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken).

Artikel

68

Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels

Artikel

69

Technische bijstand betreffende douane en handelsbevordering

ARTIKEL

70

Uitvoering

HOOFDSTUK

4

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

71

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    vergemakkelijken en vergroten van de handel in goederen en het realiseren van daadwerkelijke markttoegang voor de partijen door een betere uitvoering van de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, hierna de „TBT-overeenkomst” genoemd;

  • b.

    voorkomen van het ontstaan, of het stimuleren van de afschaffing, van onnodige technische handelsbelemmeringen;

  • c.

    vergroten van de samenwerking tussen de partijen in aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen.

Artikel

72

Definities

Artikel

73

Relatie met de TBT-overeenkomst

De partijen bevestigen opnieuw de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de TBT-overeenkomst, die mutatis mutandis in deze overeenkomst is opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaakt.

Artikel

74

Toepassingsgebied

Artikel

75

Samenwerking en handelsbevordering

Artikel

76

Technische voorschriften

Artikel

77

Normen

Artikel

78

Conformiteitsbeoordeling en accreditatie

Artikel

79

Transparantie en kennisgevingsprocedures

Artikel

80

Grenscontrole en markttoezicht

De partijen verbinden zich:

  • a.

    tot het uitwisselen van informatie en ervaringen over hun grenscontroles en markttoezicht, behalve wanneer die informatie vertrouwelijk is;

  • b.

    erop toe te zien dat de bevoegde instanties grenscontroles en markttoezicht uitoefenen, waartoe deze gebruik kunnen maken van geaccrediteerde of speciaal daarvoor aangewezen organen of organen waaraan taken zijn gedelegeerd, waarbij belangenconflicten tussen deze organen en de marktdeelnemers die zij controleren of waarop zij toezicht uitoefenen, moeten worden vermeden.

Artikel

81

Merktekens en etikettering

Artikel

82

Handelsgerelateerde technische bijstand en capaciteitsopbouw

De partijen erkennen het belang van handelsgerelateerde technische bijstand en capaciteitsopbouw voor de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk, die zich onder meer gericht moeten zijn op:

  • a.

    capaciteitsopbouw van nationale instellingen en hun technische infrastructuur en uitrusting, en de opleiding van personeel;

  • b.

    bevorderen en faciliteren van de deelname aan voor dit hoofdstuk relevante internationale organen;

  • c.

    bevorderen van de betrekkingen tussen de organen van de partijen die belast zijn met normalisering, technische regelgeving, conformiteitsbeoordeling, accreditatie, metrologie, grenscontrole en markttoezicht.

Artikel

83

Subcomité Technische handelsbelemmeringen

Artikel

84

Uitwisseling van informatie

HOOFDSTUK

5

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

85

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    beschermen van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten op het grondgebied van de partijen en tegelijkertijd vergemakkelijken van de handel tussen de partijen op het terrein van sanitaire en fytosanitaire maatregelen;

  • b.

    samenwerken voor de verdere tenuitvoerlegging van de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna de „SPS-overeenkomst” genoemd;

  • c.

    ervoor zorgen dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen geen ongerechtvaardigde belemmeringen voor de handel tussen de partijen vormen;

  • d.

    ontwikkelen van mechanismen en procedures om problemen die in verband met sanitaire en fytosanitaire maatregelen tussen de partijen ontstaan, op efficiënte wijze op te lossen;

  • e.

    versterken van de communicatie en samenwerking tussen de bevoegde instanties van de partijen op het gebied van sanitaire en fytosanitaire kwesties;

  • f.

    vergemakkelijken van de toepassing van de bijzondere en afwijkende behandeling, door rekening te houden met de asymmetrieën tussen de partijen.

Artikel

86

Rechten en verplichtingen

De partijen bevestigen opnieuw de bestaande rechten en verplichtingen die voor hen uit de SPS-overeenkomst voortvloeien. Partijen zijn ook onderworpen aan de bepalingen van dit hoofdstuk.

Artikel

87

Toepassingsgebied

Artikel

88

Definities

Artikel

89

Bevoegde instanties

Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de bevoegde instanties van elke partij die welke staan vermeld in de lijst in aanhangsel 1 van bijlage VI (Sanitaire en fytosanitaire maatregelen). De partijen stellen elkaar in kennis van wijzigingen in deze lijst.

Artikel

90

Algemene beginselen

Artikel

91

Invoervereisten

Artikel

92

Invoerprocedures

Artikel

93

Verificaties

Artikel

94

Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

Artikel

95

Gelijkwaardigheid

Het subcomité Sanitaire en fytosanitaire maatregelen kan gelijkwaardigheidsbepalingen ontwikkelen en het Handelscomité dienovereenkomstig aanbevelingen doen. Dit subcomité stelt tevens de procedure voor de erkenning van gelijkwaardigheid vast.

Artikel

96

Transparantie en uitwisseling van informatie

Artikel

97

Kennisgeving en overleg

Artikel

98

Noodmaatregelen

Artikel

99

Alternatieve maatregelen

Artikel

100

Bijzondere en afwijkende behandeling

Ingevolge artikel 10 van de SPS-overeenkomst kan een overeenkomstsluitend Andesland, wanneer het bij een voorgestelde maatregel waarvan de EU heeft kennisgegeven moeilijkheden vaststelt, in de opmerkingen die het ingevolge artikel 7 van de SPS-overeenkomst op het voorstel kan indienen, om een gelegenheid voor overleg hierover verzoeken. De betrokken partijen treden vervolgens in overleg om overeenstemming te bereiken over:

  • a.

    alternatieve invoervoorwaarden door de partij van invoer, en/of

  • b.

    technische bijstand overeenkomstig artikel 101, en/of

  • c.

    een overgangsperiode van zes maanden, die bij uitzondering met nog eens zes maanden kan worden verlengd.

Artikel

101

Technische bijstand en versterken van de handelscapaciteit

Artikel

102

Samenwerking op het gebied van dierenwelzijn

Het subcomité Sanitaire en fytosanitaire maatregelen bevordert de samenwerking tussen de partijen op het terrein van dierenwelzijn.

Artikel

103

Subcomité Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

Artikel

104

Geschillenbeslechting

HOOFDSTUK

6

Artikel

105

Goederenverkeer

HOOFDSTUK

7

UITZONDERINGEN

Artikel

106

Uitzonderingen op titel III (Handel in goederen)

TITEL

IV

HANDEL IN DIENSTEN, VESTIGING EN ELEKTRONISCHE HANDEL

HOOFDSTUK

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

107

Doel en toepassingsgebied

Artikel

108

Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • „overeenkomst inzake economische integratie”: een overeenkomst waarbij de handel in diensten en het recht van vestiging uit hoofde van de WTO-voorschriften aanzienlijk worden geliberaliseerd;

  • „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van die partij is opgericht en op haar grondgebied zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft. Wanneer een rechtspersoon alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur op het grondgebied van een partij heeft, wordt hij niet beschouwd als een rechtspersoon van die partij, tenzij de werkzaamheden van die rechtspersoon daadwerkelijk en duurzaam verband houden met de economie van die partij17)Scheepvaartmaatschappijen die buiten de Europese Unie en de overeenkomstsluitende Andeslanden zijn gevestigd maar onder zeggenschap staan van onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of overeen¬komstsluitend Andesland, vallen onder het toepassingsgebied van deze titel wanneer hun schepen overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat van de Europese Unie of dat overeenkomstsluitend Andesland zijn geregistreerd en onder de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of overeenkomstsluitend Andesland varen.;

  • „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of enige andere vorm;

  • „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen die zijn vastgesteld of worden gehandhaafd door:

    • a.

      centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten;

    • b.

      niet-gouvernementele organen bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

      • „natuurlijke persoon van een partij”: een natuurlijke persoon die krachtens de interne wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of een overeenkomstsluitend Andesland de nationaliteit van die lidstaat of dat Andesland heeft18)Voor de toepassing van deze titel wordt een natuurlijke persoon van een partij die zowel de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie als van een overeenkomstsluitend Andesland heeft, geacht uitsluitend de nationaliteit te hebben van de partij waar hij/zij bewijs van overheersende en feitelijke nationaliteit heeft voorgelegd. Ten behoeve hiervan wordt onder „overheersende en feitelijke nationaliteit” verstaan, de nationaliteit van de partij waarmee de natuurlijke persoon de sterkste banden heeft, waarbij wordt gekeken naar factoren als zijn/haar gebruikelijke verblijfplaats, familierelaties, plaats van belastingheffing en de plaats waar hij/zij zijn/haar politieke rechten uitoefent.;

      • „diensten”: alle diensten, ongeacht de sector, behalve diensten verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;

      • „diensten verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag”: alle diensten die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners worden verleend;

      • „dienstverlener van een partij”: elke natuurlijke of rechtspersoon van een partij die een dienst wenst te verlenen of verleent;

      • „verlenen van een dienst”: de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst.

Artikel

109

Werkgroepen

Voor zover noodzakelijk en gerechtvaardigd kan het Handelscomité een werkgroep met onder meer de volgende taken oprichten:

  • a.

    bespreken van regelgevingskwesties betreffende vestiging, handel in diensten en elektronische handel;

  • b.

    doen van voorstellen voor richtsnoeren en strategieën waarmee de overeenkomstsluitende Andeslanden zichzelf tot een „veilige haven” voor persoonsgegevens kunnen maken. De werkgroep stelt daarvoor een samenwerkingsagenda met prioriteiten vast, vooral met betrekking tot de homologatieprocessen van gegevensbeschermingssystemen;

  • c.

    zoeken van de noodzakelijke mechanismen voor aspecten die onder artikel 162 vallen;

  • d.

    doen van aanbevelingen voor hulpmechanismen voor micro-ondernemingen en KMO’s die problemen ondervinden bij het gebruik van elektronische handel;

  • e.

    verbeteren van de veiligheid van onder meer elektronische transacties en elektronisch bestuur;

  • f.

    stimuleren van de deelname van de particuliere sector aan opleidingen en aan het vaststellen van gedragscodes, contractmodellen, richtsnoeren en mechanismen voor de controle op de naleving van voorschriften bij elektronische handel, samen met de actieve participatie in door de partijen georganiseerde fora;

  • g.

    vaststellen van samenwerkingsmechanismen betreffende digitale accreditatie en certificatie voor elektronische transacties en wederzijdse erkenning van digitale certificaten;

  • h.

    actieve deelname aan regionale en multilaterale fora voor het bevorderen van elektronische handel.

HOOFDSTUK

2

VESTIGING

Artikel

110

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • „filiaal van een rechtspersoon”: een vestiging zonder rechtspersoonlijkheid die:

    • a.

      kennelijk een permanent karakter heeft, zoals het agentschap van een moedermaatschappij;

    • b.

      een eigen management heeft;

    • c.

      over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat derden, hoewel zij weten dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij hoeven te hebben, maar rechtstreeks transacties kunnen aangaan met de vestiging die de voorpost vormt;

  • „economische activiteit”: elke economische activiteit behalve activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, dus behalve die welke noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgevoerd;

  • „vestiging”: elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging19)De term „zakelijke of beroepsmatige vestiging” omvat onder meer de vestiging voor het uitoefenen van een productieve economische activiteit, met een industrieel of commercieel karakter, die betrekking heeft op de productie van goederen en het verlenen van diensten. door middel van:

    • a.

      de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon20)Onder „oprichting” en „overname” van een rechtspersoon wordt ook verstaan deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oogmerk duurzame economische banden tot stand te brengen of te handhaven., of

    • b.

      de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging,

    op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen;

  • „investeerder van een partij”: elke natuurlijke of rechtspersoon van die partij die door middel van concrete acties een economische activiteit op het grondgebied van een andere partij uitoefent, heeft uitgeoefend of tracht uit te oefenen door middel van het oprichten van een vestiging;

  • „maatregelen van een partij die gevolgen hebben voor vestiging”: maatregelen met betrekking tot alle activiteiten die onder de definitie van vestiging vallen;

  • „dochteronderneming van een rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon van die partij feitelijke zeggenschap heeft21)Een rechtspersoon staat onder zeggenschap van een andere rechtspersoon wanneer laatstgenoemde bevoegd is een meerderheid van zijn bestuurders te benoemen of zijn handelingen anderszins te sturen..

Artikel

111

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op door de partijen vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die gevolgen hebben voor vestiging22)Voor de duidelijkheid en onverminderd de verplichtingen die in dit hoofdstuk zijn neergelegd, is dit hoofdstuk niet van toepassing op bepalingen inzake investeringsbescherming, zoals specifieke bepalingen betreffende onteigening en eerlijke en billijke behandeling, noch op procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en de staat. met het oog op de uitoefening van een economische activiteit, met uitzondering van:

  • a.

    de winning, vervaardiging en verwerking van nucleair materiaal;

  • b.

    de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c.

    het verlenen van audiovisuele diensten;

  • d.

    nationale cabotage over zee23)Onverminderd de activiteiten die onder de toepasselijke interne wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, omvat nationale cabotage voor de toepassing van dit hoofdstuk het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of plaats in een overeenkomstsluitend Andesland of in een lidstaat van de Europese Unie en een andere haven of plaats in hetzelfde overeenkomstsluitende Andesland of in dezelfde lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van het continentaal plat van dat Andesland of van die lidstaat van de Europese Unie, en verkeer dat vertrekt uit en aankomt in dezelfde haven of plaats van een overeenkomstsluitend Andesland of een lidstaat van de Europese Unie.;

  • e.

    het verwerken en storten van giftig afval;

  • f.

    het verlenen van binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijn- of charterdiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van vliegtuigen waarbij het vliegtuig buiten dienst wordt gesteld;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

    • iv.

      grondafhandelingsdiensten en exploitatie van luchthavens.

Artikel

112

Markttoegang

Artikel

113

Nationale behandeling

Artikel

114

Lijst van verbintenissen

De sectoren waarvoor elke partij ingevolge dit hoofdstuk verbintenissen aangaat, alsook eventuele voorbehouden of beperkingen ten aanzien van markttoegang en/of nationale behandeling die van toepassing zijn op vestigingen en investeerders van een andere partij in deze sectoren, zijn vermeld in bijlage VII (Lijst van verbintenissen inzake vestiging).

Artikel

115

Andere overeenkomsten

Artikel

116

Investeringsbevordering en evaluatie

HOOFDSTUK

3

GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel

117

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:

    • a.

      vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van een andere partij (vorm van dienstverlening 1), en

    • b.

      binnen het grondgebied van een partij ten behoeve van een dienstafnemer van een andere partij (vorm van dienstverlening 2);

  • „maatregelen van een partij die gevolgen hebben voor grensoverschrijdende dienstverlening”: onder meer maatregelen betreffende:

    • a.

      de aankoop, de betaling of het gebruik van een dienst, en

    • b.

      de toegang tot en het gebruik van, in verband met grensoverschrijdende dienstverlening, een dienst waarvan die partij eist dat zij algemeen aan het publiek worden aangeboden.

Artikel

118

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen die gevolgen hebben voor alle grensoverschrijdende dienstverlening, met uitzondering van:

  • a.

    audiovisuele diensten;

  • b.

    nationale cabotage over zee28)Onverminderd de activiteiten die onder de toepasselijke interne wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, omvat nationale cabotage over zee voor de toepassing van dit hoofdstuk het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of plaats in een overeenkomstsluitend Andesland of een lidstaat van de Europese Unie en een andere haven of plaats in hetzelfde overeenkomstsluitende Andesland of in dezelfde lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van het continentaal plat van dat Andesland of van die lidstaat van de Europese Unie, en verkeer dat vertrekt uit en aankomt in dezelfde haven of plaats van een overeenkomstsluitend Andesland of een lidstaat van de Europese Unie.;

  • c.

    binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijn- of charterdiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van vliegtuigen waarbij het vliegtuig buiten dienst wordt gesteld;

    • ii.

      de verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

    • iv.

      grondafhandelingsdiensten en exploitatie van luchthavens.

Artikel

119

Markttoegang

Artikel

120

Nationale behandeling

Artikel

121

Lijst van verbintenissen

De sectoren waarvoor elke partij ingevolge dit hoofdstuk verbintenissen aangaat, alsook eventuele voorbehouden of beperkingen ten aanzien van markttoegang en/of nationale behandeling die van toepassing zijn op diensten en dienstverleners van een andere partij in deze sectoren, zijn vermeld in bijlage VIII (Lijst van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening).

HOOFDSTUK

4

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel

122

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van een partij betreffende de toegang tot en het tijdelijke verblijf op haar grondgebied van stafpersoneel, afgestudeerde stagiairs, verkopers van zakelijke diensten, dienstverleners op contractbasis, beoefenaars van een vrij beroep en kortetermijnbezoekers voor zaken, overeenkomstig artikel 107, lid 6.

Artikel

123

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • „verkopers van zakelijke diensten”: natuurlijke personen die vertegenwoordiger van een dienstverlener van een partij zijn en tijdelijke toegang tot het grondgebied van een andere partij wensen om voor die dienstverlener over de verkoop van diensten te onderhandelen of overeenkomsten voor de verkoop van diensten te sluiten. Zij verkopen niet direct aan het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron op het grondgebied van de gastpartij;

  • „zakelijke bezoekers”: natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron op het grondgebied van de gastpartij;

  • „dienstverleners op contractbasis”: natuurlijke personen in dienst van een rechtspersoon van een partij die geen vestiging op het grondgebied van een andere partij heeft en die met een eindgebruiker in die andere partij een bonafide contract (anders dan via een agentschap als omschreven in code 872 van de centrale productclassificatie van de Verenigde Naties, hierna de „CPC” genoemd) heeft gesloten voor de verlening van diensten waarvoor de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die partij vereist is om aan het dienstverleningscontract te voldoen31)Het dienstverleningscontract moet in overeenstemming zijn met de wetten, regels en eisen van de partij waar het contract wordt uitgevoerd.;

  • „afgestudeerde stagiairs”: natuurlijke personen die ten minste een jaar in dienst zijn van een rechtspersoon van een partij of een filiaal van die rechtspersoon, die universitair afgestudeerd zijn en die voor hun loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfstechnieken of -methoden tijdelijk naar een vestiging van die rechtspersoon op het grondgebied van een andere partij worden overgeplaatst32)Van de ontvangende vestiging kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is voor opleiding. Voor Oostenrijk, Tsjechië, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Hongarije moet de opleiding aansluiten bij de behaalde universitaire graad.;

  • „beoefenaars van een vrij beroep”: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een partij zijn gevestigd en geen vestiging op het grondgebied van een andere partij hebben, en die met een eindgebruiker in die andere partij een bonafide contract (anders dan via een agentschap als omschreven in code 872 van de centrale productclassificatie van de Verenigde Naties, hierna de „CPC” genoemd) hebben gesloten voor de verlening van diensten waarvoor de tijdelijke aanwezigheid in die partij vereist is om aan het dienstverleningscontract te voldoen33)Het dienstverleningscontract moet in overeenstemming zijn met de wetten, regels en eisen van de partij waar het contract wordt uitgevoerd.;

  • „binnen de onderneming overgeplaatste personen”: natuurlijke personen die ten minste een jaar werknemer of partner van een rechtspersoon of van een filiaal van die rechtspersoon zijn en die tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van een andere partij worden overgeplaatst, welke vestiging een dochteronderneming, filiaal of bijkantoor kan zijn. De natuurlijke personen in kwestie behoren tot een van de volgende categorieën:

    • a.

      „managers”: personen die deel uitmaken van het hogere kader van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder personen die:

      • i.

        leiding geven aan de vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;

      • ii.

        toezicht houden en controle uitoefenen op de werkzaamheden van andere werknemers met een toezichthoudende, leidinggevende of specialistische functie;

      • iii.

        bevoegd zijn om op eigen initiatief werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of indienstneming, ontslag of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

      of

    • b.

      „specialisten”: bij een rechtspersoon werkzame personen die beschikken over bijzondere kennis die van wezenlijk belang is voor de activiteiten, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging. Voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep(33a)De EU erkent dat lidmaatschap van een erkende beroepsgroep in Ecuador niet verplicht is.;

  • „stafpersoneel”: natuurlijke personen die werkzaam zijn bij een rechtspersoon van een partij, niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk34)De beperking „niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk” geldt uitsluitend voor Oostenrijk, België, Cyprus, Tsjechië, Duitsland, Denemarken, Estland, Griekenland, Spanje, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Letland, Malta, Nederland, Portugal, Slovenië, het Verenigd Koninkrijk en Peru., en verantwoordelijk zijn voor het opzetten of het toezicht, het beheer en de exploitatie van een vestiging, waaronder begrepen zakelijke bezoekers die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging en binnen een onderneming overgeplaatste personen;

  • „kwalificaties”: diploma’s, certificaten en andere titels die zijn afgegeven door een bij wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aangewezen autoriteit waarmee de succesvolle afsluiting van een beroepsopleiding wordt geattesteerd.

Artikel

124

Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs

Artikel

125

Verkopers van zakelijke diensten

Voor elke sector waarvoor overeenkomstig hoofdstuk 2 (Vestiging) of 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) verbintenissen worden aangegaan, en behoudens eventuele in de bijlagen VII (Lijst van verbintenissen inzake vestiging) en VIII (Lijst van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening) vermelde voorbehouden, staat elke partij de toegang tot haar grondgebied en het tijdelijke verblijf aldaar van verkopers van zakelijke diensten toe voor maximaal negentig dagen binnen een periode van twaalf maanden.

Artikel

126

Dienstverleners op contractbasis

Artikel

127

Beoefenaars van een vrij beroep

Artikel

128

Tijdelijke bezoekers voor zaken

HOOFDSTUK

5

REGELGEVINGSKADER

AFDELING

1

BEPALINGEN VAN ALGEMENE STREKKING

Artikel

129

Wederzijdse erkenning

Artikel

130

Transparantie en openbaarmaking van vertrouwelijke informatie

Artikel

131

Interne regelgeving

AFDELING

2

DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel

132

Afspraak over diensten in verband met computers

Voor zover de handel in diensten in verband met computers in overeenstemming met de hoofdstukken 2 (Vestiging), 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) is geliberaliseerd, onderschrijven de partijen de onder a), b) en c) neergelegde afspraak:

  • a.

    de code CPC 84, die wordt gebruikt voor het beschrijven van diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten in verband met computers: computerprogramma’s, gedefinieerd als de instructies waardoor computers kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan), gegevensverwerking en -opslag, en aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van klanten. Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket verwante diensten die alle of een deel van deze basisfuncties kunnen omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing allemaal uit een combinatie van basisfuncties van diensten in verband met computers;

  • b.

    diensten in verband met computers omvatten, ook indien zij via een netwerk zoals internet worden geleverd, alle diensten op het gebied van:

    • i.

      advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;

    • ii.

      computerprogramma’s, gedefinieerd als de instructies waardoor computers zelfstandig kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren, plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma’s;

    • iii.

      de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;

    • iv.

      onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers;

    • v.

      opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma’s, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld;

  • c.

    diensten in verband met computers maken andere diensten (bv. bankieren), elektronisch of anderszins, mogelijk. Er is echter een belangrijk onderscheid tussen de ondersteunende dienst (bv. webhosting of applicatiehosting) en de inhouds- of hoofddienst die elektronisch wordt geleverd (bv. bankieren). In dergelijke gevallen valt de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84.

AFDELING

3

POST- EN KOERIERSDIENSTEN

Artikel

133

Toepassingsgebied

Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle post- en koeriersdiensten waarvoor in overeenstemming met de hoofdstukken 2 (Vestiging), 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) verbintenissen zijn aangegaan.

Artikel

134

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling en van de hoofdstukken 2 (Vestiging), 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) wordt verstaan onder:

  • „individuele vergunning”: een vergunning, concessie of toestemming die door een regelgevende instantie aan een individuele dienstverlener wordt gegeven en die nodig is om een bepaalde dienst te verlenen;

  • „universele dienst”: het overal op het grondgebied van een partij permanent aanbieden van een postdienst van een gespecificeerde kwaliteit tegen prijzen die voor alle gebruikers betaalbaar zijn.

Artikel

135

Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken bij post- en koeriersdiensten

Overeenkomstig de bepalingen van titel VIII (Mededinging) worden door elke partij passende maatregelen ingevoerd dan wel gehandhaafd om te voorkomen dat dienstverleners die, alleen of samen met andere dienstverleners, de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor post- en koeriersdiensten door het gebruik van hun marktpositie wezenlijk kunnen beïnvloeden, concurrentiebeperkende praktijken gaan toepassen of voortzetten.

Artikel

136

Universele dienst

Elke partij heeft het recht vast te stellen welk soort universeledienstverplichting zij wil vaststellen of handhaven. Bedoelde verplichting wordt niet automatisch geacht concurrentiebeperkend te zijn, mits zij op transparante, niet-discriminatoire en vanuit concurrentieoogpunt neutrale wijze wordt toegepast en niet belastender is dan voor de door de partij vastgestelde soort universele dienst noodzakelijk is.

Artikel

137

Individuele vergunningen

Artikel

138

Onafhankelijkheid van regelgevende organen

Regelgevende organen zijn juridisch onafhankelijk van, en geen verantwoording verschuldigd aan, leveranciers van post- en koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende organen nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

AFDELING

4

TELECOMMUNICATIE

ARTIKEL

139

Toepassingsgebied

Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor telecommunicatiediensten, andere dan de omroep(43)Een omroep is de ononderbroken transmissieketen die vereist is voor de distributie van televisie- en radioprogrammasignalen naar het grote publiek. Het begrip omvat niet de toeleveringskoppelingen tussen exploitanten., waarvoor in overeenstemming met de hoofdstukken 2 (Vestiging), 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) verbintenissen zijn aangegaan. (44) Tussen de EU en Peru geldt het bepaalde in deze afdeling alleen voor telecommunicatiediensten die aan het grote publiek worden aangeboden en die bestaan uit de transmissie in werkelijke tijd van door de klant tussen twee of meer punten verzonden informatie, zonder dat de vorm of inhoud van die informatie van eindpunt tot eindpunt wordt gewijzigd.(45)Tussen de EU en Colombia geldt het bepaalde in deze afdeling ook voor telecommunicatiediensten met een toegevoegde waarde. Voor de duidelijkheid en voor de toepassing van deze afdeling en van bijlage VII (Lijst van verbintenissen inzake vestiging) en bijlage VIII (Lijst van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening) geldt tussen Colombia en de EU dat onder telecommunicatiediensten met toegevoegde waarde wordt verstaan telecommunicatiediensten waarbij „waarde wordt toegevoegd” aan de informatie van de klant door de vorm of inhoud van die informatie te verbeteren of te voorzien in mogelijkheden voor het opslaan en terugzoeken ervan.(45a)Tussen de EU en Ecuador geldt het bepaalde in deze afdeling ook voor telecommunicatiediensten met een toegevoegde waarde. Voor de duidelijkheid: voor de toepassing van deze afdeling en van bijlage VII (Lijst van verbintenissen inzake vestiging) en bijlage VIII (Lijst van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening) geldt tussen Ecuador en de EU dat onder „telecommunicatiediensten met toegevoegde waarde” wordt verstaan telecommunicatiediensten waarbij „waarde wordt toegevoegd” aan de informatie van de klant door de vorm of inhoud van die informatie te verbeteren of te voorzien in mogelijkheden voor het opslaan en terugzoeken ervan..

Artikel

140

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • „essentiële telecommunicatiefaciliteiten”: faciliteiten van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst46)Voor de duidelijkheid: een openbare telecommunicatiedienst is een dienst als omschreven in de bijlage betreffende telecommunicatie bij de GATS. die:

    • a.

      uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één leverancier of door een beperkt aantal leveranciers, en

    • b.

      bij het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;

  • „interconnectie”: de koppeling met leveranciers die openbare telecommunicatienetwerken of -diensten47)Voor de duidelijkheid: een openbare telecommunicatiedienst is een dienst als omschreven in de bijlage betreffende telecommunicatie bij de GATS. aanbieden zodat gebruikers van een leverancier kunnen communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten;

  • „grote leverancier”: een leverancier in de telecommunicatiesector die ten gevolge van de controle die hij heeft over essentiële faciliteiten of door het gebruik van zijn marktpositie de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt wezenlijk kan beïnvloeden;

  • „regelgevende instantie”: het orgaan of de organen die in de telecommunicatiesector belast is/zijn met de telecommunicatieregelgeving als bedoeld in deze afdeling;

  • „telecommunicatiediensten”: alle diensten die bestaan uit de transmissie en ontvangst van elektromagnetische signalen, maar niet de economische activiteit die bestaat uit de levering van inhoud waarvan het transport afhankelijk is van telecommunicatie.

Artikel

141

Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers

Overeenkomstig de bepalingen van titel VIII (Mededinging) stelt elke partij passende maatregelen vast, of handhaaft zij bestaande maatregelen, om te voorkomen dat leveranciers die alleen of samen met andere leveranciers een grote leverancier zijn, concurrentiebeperkende praktijken gaan toepassen of voortzetten. In dit verband wordt onder concurrentiebeperkende praktijken met name het volgende verstaan:

  • a.

    het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring of het uithollen van de marges van concurrenten48)De toevoeging „het uithollen van de marges van concurrenten” geldt alleen voor de EU.;

  • b.

    het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten;

  • c.

    het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel

142

(49) Dit artikel maakt geen deel uit van de verbintenissen die Peru en de EU krachtens deze overeenkomst jegens elkaar aangaan, onverminderd de interne wetgeving van elke partij. Voor Colombia en de EU, respectievelijk voor Ecuador en de EU, is dit artikel uitsluitend van toepassing op telecommunicatiediensten die bestaan uit de transmissie in werkelijke tijd van door de klant tussen twee of meer punten verzonden informatie zonder dat de vorm of inhoud van die informatie van eindpunt tot eindpunt wordt gewijzigd. Aanvullende verplichtingen voor grote leveranciers

Artikel

143

Regelgevende instanties

Artikel

144

Vergunning voor telecommunicatiediensten

Artikel

145

Interconnectie

Artikel

146

Schaarse middelen

Elke partij ziet erop toe dat alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, tijdig en op objectieve, transparante en niet-discriminatoire wijze worden toegepast. De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

Artikel

147

Universele dienst

Artikel

148

Telefoongidsen

Elke partij ziet erop toe dat:

  • a.

    voor gebruikers een gids beschikbaar is van alle abonnees met een vaste telefoonaansluiting, in een door de nationale regelgevende instantie goedgekeurde vorm, gedrukt, elektronisch of beide, en dat die gids regelmatig, maar in ieder geval een keer per jaar, wordt geactualiseerd;

  • b.

    organisaties die de onder a) bedoelde diensten verlenen, het beginsel van niet-discriminatie toepassen op de behandeling van informatie die zij van andere organisaties hebben gekregen.

Artikel

149

Vertrouwelijke informatie

Elke partij waarborgt het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk en via openbare telecommunicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel

150

Geschillen tussen leveranciers

AFDELING

5

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

151

Toepassingsgebied

Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle financiële diensten waarvoor in overeenstemming met de hoofdstukken 2 (Vestiging), 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van deze titel verbintenissen zijn aangegaan. Deze afdeling is van toepassing op maatregelen die gevolgen hebben voor het verlenen van financiële diensten52)Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder het verlenen van een financiële dienst verstaan het verlenen van een dienst als gedefinieerd in artikel 108..

Artikel

152

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de hoofdstukken 2 (Vestiging), 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van deze titel:

  • onder „financiële dienst” verstaan: elke dienst van financiële aard die wordt aangeboden door een financiële dienstverlener van een partij. Financiële diensten omvatten alle verzekeringen en aanverwante diensten en bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen). Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

    • a.

      verzekeringen en aanverwante diensten:

      • i.

        directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):

        • A.

          levensverzekering,

        • B.

          schadeverzekering;

      • ii.

        herverzekering en retrocessie;

      • iii.

        verzekeringsbemiddeling, zoals makelaars en agentschappen;

      • iv.

        ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals adviseurs, actuarissen, risicobeoordeling en de regeling van schade-eisen;

    • b.

      bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):

      • i.

        aanvaarding van deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

      • ii.

        alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

      • iii.

        financiële lease;

      • iv.

        alle diensten in verband met betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;

      • v.

        garanties en verbintenissen;

      • vi.

        transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs, de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:

        • A.

          geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten),

        • B.

          deviezen,

        • C.

          derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties,

        • D.

          wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten,

        • E.

          verhandelbare effecten,

        • F.

          overige verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;

      • vii.

        deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;

      • viii.

        financiële bemiddeling;

      • ix.

        beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;

      • x.

        betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, waaronder begrepen effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

      • xi.

        verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software;

      • xii.

        advies-, bemiddelings- en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder i) tot en met xi) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, en advies over overnames en over bedrijfsreorganisaties en -strategieën;

  • wordt onder „financiële dienstverlener van een partij” verstaan: elke natuurlijke of rechtspersoon van een partij die financiële diensten wenst te verlenen of verleent, met uitzondering van openbare instanties;

  • wordt onder „nieuwe financiële dienst” verstaan: een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door een financiële dienstverlener op het grondgebied van een partij, maar op het grondgebied van een andere partij;

  • wordt onder „openbare instantie” verstaan:

    • a.

      een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis;

    • b.

      een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normaliter door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;

  • wordt onder „zelfregulerende organisatie” verstaan: elk niet-gouvernementeel orgaan, met inbegrip van effecten- of termijnbeurzen of -markten, verrekenkantoren of andere organisaties of verenigingen die eigen of aan hun gedelegeerde regelgevings- of toezichtbevoegdheden ten aanzien van verleners van financiële diensten uitoefenen; een zelfregulerende organisatie wordt niet geacht een aangewezen monopolie in de zin van titel VIII (Mededinging) te zijn;

  • omvatten „diensten verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag”: voor de toepassing van artikel 108 ook:

    • a.

      activiteiten van een centrale bank, monetaire autoriteit of andere openbare instantie voor de uitvoering van het monetaire of wisselkoersbeleid;

    • b.

      activiteiten in het kader van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of een wettelijke pensioenregeling;

    • c.

      andere door een openbare instantie voor rekening, met garantie of met gebruikmaking van financiële middelen van de overheid ondernomen activiteiten;

    geldt voor de toepassing van de definitie in artikel 108 van „diensten verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag” dat wanneer een partij toestaat dat een onder b) of c) genoemde activiteit door haar financiële dienstverleners in concurrentie met een openbare instantie of een financiële dienstverlener wordt verricht, deze activiteit onder de definitie van diensten in artikel 108 valt.

Artikel

153

Betalings- en clearingsystemen

Artikel

154

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

155

Effectieve en transparante regelgeving

Artikel

156

Nieuwe financiële diensten

Elke partij staat op haar grondgebied gevestigde financiële dienstverleners van een andere partij toe om soortgelijke nieuwe financiële diensten te verlenen als die waarvoor zij haar eigen financiële dienstverleners krachtens haar interne wetgeving onder soortgelijke omstandigheden toestemming verleent. Een partij kan de institutionele en rechtsvorm vaststellen waarin de nieuwe financiële dienst kan worden verleend en de verlening daarvan aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hierover binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen.

Artikel

157

Gegevensverwerking

Artikel

158

Erkenning van prudentiële maatregelen

Artikel

159

Specifieke uitzonderingen

AFDELING

6

INTERNATIONAAL ZEEVERVOER

Artikel

160

Toepassingsgebied en beginselen

Artikel

161

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling en de hoofdstukken 2 (Vestiging), 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van deze titel:

  • wordt onder „diensten in verband met de opslag van containers” verstaan: de opslag van containers op haventerreinen of verder landinwaarts, om ze te laden of te lossen, te repareren en gereed te maken voor verscheping;

  • wordt onder „in- en uitklaring” verstaan: de afhandeling van douaneformaliteiten namens een derde met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit van de dienstverlener is of een gebruikelijke aanvulling op diens hoofdactiviteit;

  • wordt onder „expediteursdiensten” verstaan: de activiteit waarbij namens een verzender de verscheping wordt georganiseerd en gevolgd, door vervoers- en aanverwante diensten te contracteren, documenten op te stellen en bedrijfsinformatie te verschaffen;

  • omvat „internationaal zeevervoer” ook vervoer van deur tot deur en multimodaal vervoer, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan één wijze van vervoer, waaronder vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht om rechtstreeks contracten te sluiten met ondernemingen op het gebied van andere wijzen van vervoer;

  • wordt onder „diensten van scheepsagenten” verstaan: activiteiten waarbij de zakelijke belangen van een of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent worden behartigd voor de volgende doeleinden:

    • a.

      marketing en verkoop van zeevervoer en aanverwante diensten, van prijsopgave tot facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het contracteren en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie;

    • b.

      het organiseren, namens scheepvaartmaatschappijen, van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht;

  • wordt onder „behandeling van zeevracht” verstaan: activiteiten van stuwadoorsbedrijven en terminalexploitanten, maar zonder de activiteiten van dokwerkers, wanneer deze niet door de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zijn tewerkgesteld. De hier bedoelde activiteiten omvatten de organisatie van en het toezicht op:

    • a.

      het laden en lossen van schepen,

    • b.

      het sjorren en losmaken van vracht,

    • c.

      het in ontvangst nemen/afleveren en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing.

HOOFDSTUK

6

ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel

162

Doelstellingen en beginselen

Artikel

163

Regelgevingsaspecten van elektronische handel

Artikel

164

Bescherming van persoonsgegevens

De partijen streven ernaar, voor zover mogelijk en binnen hun respectieve bevoegdheidsgebied, om regelgeving voor de bescherming van persoonsgegevens te ontwikkelen of, naar gelang van het geval, te handhaven.

Artikel

165

Beheer van papierloze handel

De partijen streven ernaar, voor zover mogelijk en binnen hun respectieve bevoegdheidsgebied, om:

  • a.

    handelsdocumenten in elektronische vorm openbaar te maken;

  • b.

    de elektronische en papieren versie van handelsdocumenten53)Voor de duidelijkheid: voor Colombia en Peru geldt dat onder „handelsdocumenten” wordt verstaan, door een partij afgegeven of gecontroleerde formulieren die in verband met de in- of uitvoer van goederen door of namens een importeur of exporteur moeten worden ingevuld. als juridisch gelijkwaardig te beschouwen.

Artikel

166

Consumentenbescherming

HOOFDSTUK

7

UITZONDERINGEN

Artikel

167

Algemene uitzonderingen

TITEL

V

LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel

168

Lopende rekening

De partijen verbinden zich ertoe om overeenkomstig de bepalingen van artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds machtiging te verlenen voor alle betalingen en overdrachten in vrij converteerbare valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen.

Artikel

169

Kapitaalrekening

Wat de verrichtingen op de kapitaalrekening en financiële rekening van de betalingsbalans betreft, verbinden de partijen zich ertoe om na de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen beperkingen te stellen aan het vrije kapitaalverkeer met betrekking tot directe investeringen56)Voor de duidelijkheid: onder directe investeringen vallen geen kredieten voor buitenlandse handel, beleggingen in effecten overeenkomstig de interne wetgeving, staatsschulden en daaraan gerelateerde kredieten. in rechtspersonen die volgens het recht van het gastland zijn opgericht en investeringen en andere transacties die overeenkomstig de bepalingen van titel IV (Handel in diensten, vestiging en elektronische handel)57)Voor de duidelijkheid: het bepaalde in hoofdstuk 7 (Uitzonderingen) in titel IV (Handel in diensten, vestiging en elektronische handel) is ook op deze titel van toepassing. worden verricht, alsook met betrekking tot de liquidatie en repatriëring van deze investeringen en de opbrengsten daarvan.

Artikel

170

Vrijwaringsmaatregelen

Artikel

171

Slotbepalingen

Teneinde een stabiel en veilig klimaat voor langetermijninvesteringen te bevorderen, treden de partijen met elkaar in overleg om het onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken en in het bijzonder om de geleidelijke liberalisering van financiële en kapitaalrekeningen te bevorderen.

TITEL

VI

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

172

Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • „BOT-contract en concessieovereenkomst voor openbare werken”: elke contractuele overeenkomst met als hoofddoel de aanleg of verbetering van fysieke infrastructuur, fabrieken, gebouwen, inrichtingen of andere overheidswerken waarbij de aanbestedende dienst de aannemer, als tegenprestatie voor de uitvoering van het contract, bedoelde werken voor een gespecificeerde periode in eigendom geeft of, voor de duur van het contract, de zeggenschap over en het recht op exploitatie van bedoelde werken, alsook het recht om een vergoeding te vragen voor gebruik ervan;

  • „handelsgoederen of -diensten”: goederen of diensten die in de regel op de markt worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangekocht door, niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;

  • „dienst van de bouwnijverheid”: dienst die gericht is op de uitvoering, ongeacht op welke wijze, van civieltechnische of bouwkundige werken in de zin van afdeling 51 van de voorlopige centrale productclassificatie van de Verenigde Naties, hierna de „CPPC” genoemd;

  • „elektronische veiling”: een zich herhalend proces waarbij leveranciers langs elektronische weg nieuwe prijzen opgeven, of nieuwe waarden voor kwantificeerbare, niet op de prijs betrekking hebbende en met de evaluatiecriteria samenhangende onderdelen van de inschrijving, of beide, en waardoor een rangorde van inschrijvingen tot stand komt of die rangorde wordt gewijzigd;

  • „schriftelijk”: bij wijze van een informatie-eenheid die is uitgedrukt in woorden of cijfers en die kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens doorgegeven. De term kan ook betrekking hebben op elektronisch doorgegeven en opgeslagen informatie;

  • „onderhandse aanbesteding”: methode van aanbesteding waarbij de aanbestedende dienst een leverancier of leveranciers van zijn keuze aanzoekt;

  • „maatregel”: een wet, voorschrift, procedure, administratieve richtsnoer of praktijk, dan wel een handeling van een aanbestedende dienst, betreffende een onder deze titel vallende overheidsopdracht;

  • „lijst voor veelvuldig gebruik”: lijst van leveranciers die volgens een aanbestedende dienst voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden geplaatst en van wie de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te maken;

  • „bericht van aanbesteding”: bekendmaking van een aanbestedende dienst waarin belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;

  • „bijzondere voorwaarde”: voorwaarde of verbintenis die de plaatselijke ontwikkeling aanmoedigt of de betalingsbalans van een partij verbetert, bijvoorbeeld betreffende het gebruik van binnenlandse producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en vergelijkbare maatregelen of vereisten;

  • „openbare aanbesteding”: methode van aanbesteding waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;

  • „aanbestedende dienst”: dienst van een partij die in de lijst in aanhangsel 1 van bijlage XII (Overheidsopdrachten) staat vermeld;

  • „erkende leverancier”: leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;

  • „aanbesteding met voorafgaande selectie”: methode van aanbesteding waarbij de aanbestedende dienst uitsluitend erkende leveranciers tot inschrijven uitnodigt;

  • „diensten”: alle diensten, met inbegrip van diensten van de bouwnijverheid, tenzij anders bepaald;

  • „technische specificatie”: vereiste in een aanbestedingsprocedure ten aanzien van:

    • a.

      de kenmerken waaraan de aan te schaffen goederen of diensten moeten voldoen, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, of vereisten betreffende productie- of leveringsprocessen en -methoden;

    • b.

      de terminologie en symbolen die in verband met een product of dienst moeten worden gebruikt en eventuele verpakkings-, markerings- of etiketteringeisen.

Artikel

173

Toepassingsgebied

Waardebepaling

Artikel

174

Uitzonderingen

Mits maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verkapte beperking van de internationale handel vormen, wordt niets in deze titel uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of handhaven door een partij van maatregelen die:

  • a.

    noodzakelijk zijn voor het beschermen van de openbare zeden, de openbare orde of de veiligheid;

  • b.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mens, dier of plant, waaronder begrepen de hiervoor noodzakelijke milieumaatregelen;

  • c.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van de intellectuele eigendom;

  • d.

    betrekking hebben op goederen of diensten van personen met een handicap of liefdadige instellingen of die het voortbrengsel zijn van gevangenisarbeid.

Artikel

175

Algemene beginselen

Verloop van de aanbesteding

Aanbestedingsprocedures

Gebruik van elektronische middelen

Oorsprongsregels

Bijzondere voorwaarden

Maatregelen die niet specifiek betrekking hebben op overheidsopdrachten

Artikel

176

Publicatie van informatie over overheidsopdrachten

Artikel

177

Publicatie van berichten

Bericht van aanbesteding

Aankondiging van geplande aanbestedingen

Artikel

178

Voorwaarden voor deelname

Artikel

179

Aanbesteding met voorafgaande selectie

Artikel

180

Lijst voor veelvuldig gebruik60)Voor Colombia geldt dat voor de toepassing van lid 3 en lid 4, onder c), van dit artikel, in het geval van „concursos de méritos” de lijsten voor veelvuldig gebruik die maximaal een jaar geldig zijn, binnen een bepaalde termijn moeten worden vastgesteld, welke termijn door de aanbestedende dienst wordt bepaald. Zodra die termijn is verstreken, worden geen nieuwe leveranciers meer toegevoegd. Alleen leveranciers die op de lijst staan, mogen een offerte doen.

Artikel

181

Technische specificaties

Artikel

182

Aanbestedingsdossier

Artikel

183

Termijnen

Een aanbestedende dienst geeft, overeenkomstig zijn eigen redelijke behoeften, leveranciers voldoende tijd om verzoeken om deelname en geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren als de aard en complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming en de normale verzendingsduur van inschrijvingen uit het buitenland en binnen het eigen land wanneer geen gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen. De toepasselijke termijnen zijn vermeld in aanhangsel 6 van bijlage XII (Overheidsopdrachten).

Artikel

184

Onderhandelingen

Artikel

185

Onderhandse aanbesteding

Een aanbestedende dienst mag alleen in onderstaande situaties gebruikmaken van een onderhandse aanbesteding en besluiten de artikelen 177 tot en met 180, 182 tot en met 184, 186 en 187 niet toe te passen:

  • a.

    wanneer

    • i.

      geen inschrijvingen zijn ingediend of geen leveranciers om deelname hebben verzocht;

    • ii.

      geen inschrijvingen zijn ingediend die aan de essentiële vereisten van het aanbestedingsdossier voldoen;

    • iii.

      geen leveranciers aan de voorwaarden voor deelname voldoen; of

    • iv.

      de ingediende inschrijvingen onderling zijn afgestemd,

    mits de vereisten van het aanbestedingsdossier niet wezenlijk worden gewijzigd;

  • b.

    wanneer de goederen of diensten alleen door een bepaalde leverancier kunnen worden geleverd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat, omdat de opdracht een kunstwerk betreft, vanwege de bescherming van octrooien, auteursrechten of andere exclusieve rechten, of vanwege het ontbreken van concurrentie om technische redenen, zoals bij de aanbesteding van persoonsgebonden diensten;

  • c.

    voor aanvullende leveringen door de oorspronkelijke leverancier van goederen of diensten die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, wanneer verandering van leverancier voor die aanvullende goederen of diensten:

    • i.

      niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, software, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn geleverd;

    • ii.

      tot aanzienlijk ongemak of een aanzienlijke toename van de kosten zou leiden voor de aanbestedende dienst;

  • d.

    in strikt noodzakelijke gevallen, wanneer de goederen of diensten om uiterst dringende redenen, wegens gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet konden worden voorzien, niet tijdig kunnen worden verkregen door middel van een openbare aanbesteding of een aanbesteding met voorafgaande selectie;

  • e.

    voor goederen die op een goederenmarkt worden aangekocht;

  • f.

    wanneer een aanbestedende dienst een prototype of een nieuw product of nieuwe dienst aanschaft dat/die op zijn verzoek is ontwikkeld tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht;

  • g.

    voor aankopen op uitzonderlijk gunstige voorwaarden die zich alleen op zeer korte termijn voordoen in het geval van ongewone uitverkopen, zoals bij liquidatie, curatele of faillissement, maar niet voor routineaankopen bij vaste leveranciers;

  • h.

    wanneer opdrachten worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag voor ontwerpen, mits die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van deze titel en de inzendingen worden beoordeeld door een onafhankelijke jury met het oog op de gunning van een ontwerpopdracht aan de maker van de winnende inzending.

Artikel

186

Elektronische veilingen

Wanneer een aanbestedende dienst een onder deze titel vallende opdracht wil aanbesteden via een elektronische veiling, stelt de dienst, alvorens de elektronische veiling te openen, iedere deelnemer in kennis van:

  • a.

    de methode van automatische beoordeling, met inbegrip van de wiskundige formule, op basis van de in het aanbestedingsdossier opgenomen beoordelingscriteria, die gebruikt wordt om tijdens de veiling automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen;

  • b.

    de resultaten van een eerste beoordeling van de verschillende onderdelen van zijn inschrijving, wanneer de opdracht wordt gegund aan de indiener van de voordeligste aanbieding;

  • c.

    alle andere relevante informatie over de veiling.

Artikel

187

Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten

Artikel

188

Transparantie op het gebied van overheidsopdrachten

Artikel

189

Bekendmaking van informatie

Artikel

190

Interne bezwaar- en beroepsprocedures

Artikel

191

Wijzigingen en rectificaties van het toepassingsgebied

Artikel

192

Deelname van micro-ondernemingen en KMO’s

Artikel

193

Samenwerking

Artikel

194

Subcomité Overheidsopdrachten

TITEL

VII

INTELLECTUELE EIGENDOM

HOOFDSTUK

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

195

Doelstellingen

De doelstellingen van deze titel zijn:

  • a.

    het stimuleren van innovatie en creativiteit en het vergemakkelijken van de productie en commercialisering van innovatie en creatieve producten tussen de partijen;

  • b.

    het bereiken van een toereikende en doeltreffende bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, die bijdragen aan de overdracht en verspreiding van technologie en bevorderlijk zijn voor het sociaal en economisch welzijn en het evenwicht tussen de rechten van houders en het algemeen belang.

Artikel

196

Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen

Artikel

197

Algemene beginselen

Artikel

198

Nationale behandeling

Elke partij behandelt de onderdanen van een andere partij niet minder gunstig dan haar eigen onderdanen met betrekking tot de bescherming61)Voor de toepassing van de artikelen 198 en 199 omvat bescherming alle aangelegenheden die van invloed zijn op het bestaan, de verwerving, de reikwijdte, de instandhouding en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, alsmede de specifiek in deze titel behandelde aangelegenheden die van invloed zijn op het gebruik van deze rechten. van intellectuele eigendom, onder voorbehoud van de uitzonderingen van de artikelen 3 en 5 van de TRIPs-overeenkomst.

Artikel

199

Meestbegunstigingsclausule

Met betrekking tot de bescherming van de intellectuele eigendom wordt elk voordeel, elke gunst, elk voorrecht of elke vrijstelling die of dat een partij verleent aan de onderdanen van een ander land terstond en onvoorwaardelijk verleend aan de onderdanen van de andere partijen, onder voorbehoud van de uitzonderingen van de artikelen 4 en 5 van de TRIPs-overeenkomst.

Artikel

200

Uitputting

Het staat elke partij vrij om, behoudens het bepaalde in de TRIPs-overeenkomst, haar eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen.

HOOFDSTUK

2

BESCHERMING VAN BIODIVERSITEIT EN TRADITIONELE KENNIS

Artikel

201

HOOFDSTUK

3

BEPALINGEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

AFDELING

1

HANDELSMERKEN

Artikel

202

Internationale overeenkomsten

Artikel

203

Voorwaarden voor registratie

Elk teken, of elke combinatie van tekens, waardoor goederen of diensten van de ene onderneming kunnen worden onderscheiden van die van een andere onderneming, kan op de markt een handelsmerk vormen. Dergelijke tekens kunnen met name zijn samengesteld uit woorden, met inbegrip van woordcombinaties, persoonsnamen, letters, cijfers, beeldelementen, geluiden en kleurencombinaties, en door een combinatie van dergelijke tekens. Wanneer tekens niet van dusdanige aard zijn dat de desbetreffende goederen of diensten hierdoor kunnen onderscheiden, kan een partij de registreerbaarheid afhankelijk stellen van de door gebruik verkregen onderscheidingskracht. Als voorwaarde voor registratie mag een partij eisen dat tekens visueel waarneembaar zijn.

Artikel

204

Registratieprocedure

Artikel

206

Uitzonderingen op de rechten die verbonden zijn aan een handelsmerk

AFDELING

2

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

207

Toepassingsgebied van deze afdeling

Met betrekking tot de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen die hun oorsprong hebben op het grondgebied van een partij, is het volgende van toepassing:

  • a.

    geografische aanduidingen zijn, voor de toepassing van deze titel, aanduidingen die bestaan uit de naam van een bepaald land, een bepaalde regio of een bepaalde plaats of een naam die, zonder de naam te zijn van een bepaald land, een bepaalde regio of een bepaalde plaats, verwijst naar een specifiek geografisch gebied, en die aangeven dat een product uit dat gebied afkomstig is, wanneer een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van het product hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven;

  • b.

    geografische aanduidingen van een partij die door een andere partij moeten worden beschermd, vallen uitsluitend onder deze titel indien ze in het land van oorsprong als zodanig worden erkend en vermeld staan;

  • c.

    elke partij beschermt vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst in overeenstemming met de in artikel 208 bedoelde procedures geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen die worden genoemd in aanhangsel 1 van bijlage XIII (Lijsten van geografische aanduidingen);

  • d.

    geografische aanduidingen voor producten andere dan landbouwproducten en levensmiddelen, wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen die worden genoemd in aanhangsel 1 van bijlage XIII (Lijsten van geografische aanduidingen) kunnen worden beschermd overeenkomstig de wet- en regelgeving die in elke partij van toepassing is. De partijen erkennen dat de geografische aanduidingen in aanhangsel 2 van bijlage XIII (Lijsten van geografische aanduidingen) worden beschermd als geografische aanduidingen in het land van oorsprong;

  • e.

    het gebruik66)Voor de toepassing van dit punt wordt onder gebruik verstaan de productie en/of verwerking en/of bereiding van het door de geografische aanduiding geïdentificeerde product. van geografische aanduidingen met betrekking tot producten die van oorsprong zijn uit het grondgebied van een partij, is uitsluitend voorbehouden aan producenten, fabrikanten of ambachtslieden met productie- of fabricagevestigingen in de door die aanduiding geïdentificeerde of voor de geest geroepen plaats of regio binnen de partij;

  • f.

    indien een partij een systeem voor het toestaan van het gebruik van geografische aanduidingen vaststelt of handhaaft, geldt dat systeem uitsluitend voor de geografische aanduidingen van oorsprong uit haar grondgebied;

  • g.

    openbare of particuliere organen die begunstigden van geografische aanduidingen vertegenwoordigen of organen die daartoe zijn aangewezen, beschikken over mechanismen voor een doeltreffend toezicht op het gebruik van beschermde geografische aanduidingen;

  • h.

    geografische aanduidingen die overeenkomstig deze titel worden beschermd, worden, zolang ze in het land van oorsprong beschermd blijven, niet beschouwd als de algemene of generieke aanduiding van het product dat ze identificeren.

Artikel

208

Vaststelling van geografische aanduidingen

Artikel

209

Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen

Artikel

210

Toepassingsgebied van de bescherming van geografische aanduidingen

Artikel

211

Relatie met handelsmerken

Artikel

212

Algemene bepalingen

Artikel

213

Samenwerking en transparantie

Artikel

214

Deze afdeling laat de rechten die de partijen al in vrijhandelsovereenkomsten met derde landen hebben erkend, onverlet.

AFDELING

3

AUTEURSRECHTEN EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

215

Geboden bescherming

Artikel

216

Persoonlijkheidsrechten

Artikel

217

Maatschappijen voor collectief beheer

De partijen erkennen het belang van maatschappijen voor collectief beheer voor auteursrechten en naburige rechten, teneinde een doelmatig beheer van de aan hen toevertrouwde rechten te waarborgen, en van een billijke verdeling van de verzamelde beloningen, die proportioneel zijn aan het gebruik van de werken, uitvoeringen of fonogrammen, in een context van transparantie en goede beheerspraktijken volgens de interne wetgeving van elke partij.

Artikel

218

Duur van auteursrechten

Artikel

219

Duur van naburige rechten

Artikel

220

Uitzending en mededeling aan het publiek

Artikel

223

Volgrecht van kunstenaars

AFDELING

4

MODELLEN

Artikel

224

Internationale overeenkomsten

De partijen stellen, binnen redelijke grenzen, alles in het werk om toe te treden tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid van 2 juli 1999.

Artikel

225

Voorwaarden voor de bescherming van modellen68)Voor de toepassing van deze afdeling verleent de Europese Unie ook bescherming aan ongeregistreerde modellen als deze voldoen aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1891/2006 van de Raad van 18 december 2006.

Artikel

226

Door registratie verkregen rechten

Artikel

227

Beschermingsduur

De duur van de bescherming van een model van nijverheid bedraagt ten minste tien jaar vanaf de datum waarop de registratie wordt aangevraagd. De partijen mogen in hun interne wetgeving een langere beschermingstermijn opnemen.

Artikel

228

Uitzonderingen

Artikel

229

Relatie met auteursrechten

Het voorwerp van bescherming door een modelrecht kan bescherming genieten krachtens de auteursrechtenwetgeving, indien aan de voorwaarden voor een dergelijke bescherming wordt voldaan. Elke partij bepaalt de mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt toegekend, inclusief de vereiste mate van originaliteit.

AFDELING

5

OCTROOIEN

Artikel

230

AFDELING

6

BESCHERMING VAN GEGEVENS VAN BEPAALDE GEREGULEERDE PRODUCTEN

Artikel

231

AFDELING

7

KWEKERSRECHTEN

ARTIKEL

232

De partijen werken samen om de bescherming van kwekersrechten op basis van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, hierna het „UPOV-verdrag” genoemd, zoals herzien op 19 maart 1991(72b) Op het moment van de ondertekening van het protocol van toetreding tot deze overeenkomst, om rekening te houden met de toetreding van Ecuador, is het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 2 december 1961, zoals herzien op 23 oktober 1978, van kracht in Ecuador., te bevorderen en te waarborgen, inclusief de facultatieve uitzondering op het kwekersrecht als bedoeld in artikel 15, lid 2, van dat verdrag.

AFDELING

8

ONEERLIJKE CONCURRENTIE

Artikel

233

HOOFDSTUK

4

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

AFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

234

AFDELING

2

CIVIELE EN ADMINISTRATIEVE RECHTSMIDDELEN EN PROCEDURES

Artikel

235

De artikelen 237, 239 en 240 zijn van toepassing met betrekking tot handelingen op commerciële schaal; indien dat volgens hun interne wetgeving is toegestaan, kunnen de partijen de in deze artikelen bedoelde maatregelen ook op andere handelingen toepassen.

Artikel

236

Rechthebbenden

Elke partij erkent dat de volgende personen en instanties gerechtigd zijn om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen te verzoeken, de daarin bedoelde procedures in te leiden en de daarin bedoelde rechtsmiddelen toe te passen:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstig haar toepasselijke wetgeving;

  • b.

    alle andere personen die gemachtigd zijn die rechten te gebruiken, in het bijzonder exclusieve en andere licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met haar toepasselijke wetgeving;

  • c.

    maatschappijen voor collectief beheer voor intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van haar toepasselijke wetgeving;

  • d.

    beroepsorganisaties die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met haar toepasselijke wetgeving.

Artikel

237

Bewijsmateriaal

Elke partij treft de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om in voorkomend geval en op verzoek van een partij, in geval van een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, de wederpartij te gelasten relevante financiële, bank- of handelsdocumenten in haar macht te overleggen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel

238

Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

Elke partij zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties, al voordat een bodemprocedure is begonnen, op verzoek van een persoon die redelijkerwijs voldoende beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van zijn beweringen dat er inbreuk op zijn intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende en evenredige voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het desbetreffende bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd. Deze maatregelen kunnen onder andere de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de inbreuk makende goederen indien de interne wetgeving dit toestaat, en, in voorkomend geval, de bij de productie of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten omvatten. Die maatregelen worden met name genomen, zo nodig zonder dat de wederpartij wordt gehoord, wanneer het aannemelijk is dat uitstel de houder van het recht onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd.

Artikel

239

Recht op informatie

Artikel

240

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

241

Corrigerende maatregelen

Artikel

242

Rechterlijke bevelen

Onverminderd de bepalingen van artikel 44, lid 2, van de TRIPs-overeenkomst zorgt elke partij ervoor dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen. Wanneer de interne wetgeving van een partij hierin voorziet, wordt bij niet-naleving van een rechterlijk bevel in voorkomend geval een dwangsom tot naleving van het bevel opgelegd73)De partijen zorgen ervoor dat de maatregelen in dit lid ook kunnen worden toegepast jegens diegenen wier diensten zijn gebruikt om inbreuk te maken op intellectuele-eigendomsrechten voor zover ze bij dit proces betrokken waren..

Artikel

243

Alternatieve maatregelen

Elke partij kan overeenkomstig haar interne wetgeving bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van degene aan wie de in artikel 241 en/of 242 vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald in plaats van toepassing van de maatregelen van artikel 241 en/of 242, indien de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, indien uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en indien geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs bevredigend lijkt.

Artikel

244

Damages

Artikel

245

Gerechtskosten

Elke partij zorgt ervoor dat, als algemene regel, redelijke en proportionele gerechtskosten en andere proceskosten, inclusief de kosten voor rechtsbijstand, die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij worden gedragen, tenzij de billijkheid of andere redenen zich overeenkomstig de interne wetgeving daartegen verzetten.

Artikel

246

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

Elke partij neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in juridische procedures in verband met de inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht de rechterlijke instanties op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van volledige of gedeeltelijke bekendmaking en publicatie van de uitspraak. De partijen kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking die passend zijn in de omstandigheden van het geval, zoals opvallende publiciteit.

Artikel

247

Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

Voor de toepassing van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen krachtens deze overeenkomst met betrekking tot het handhaven van auteursrechten en naburige rechten:

  • a.

    volstaat het om, tot bewijs van het tegendeel is geleverd, als auteur van een werk van letterkunde of kunst te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, dat de naam van de betrokkene op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld. Dit punt is ook van toepassing indien deze naam een pseudoniem is, wanneer het door de auteur aangenomen pseudoniem geen twijfel over zijn identiteit laat;

  • b.

    punt a) is van overeenkomstige toepassing op de houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.

Artikel

248

Administratieve procedures

Voor zover een civiel rechtsmiddel kan worden gelast als gevolg van een administratieve bodemprocedure, is deze procedure in overeenstemming met de beginselen die in wezen gelijkwaardig zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in de relevante bepalingen van deze afdeling.

Artikel

249

Grensmaatregelen

AFDELING

3

AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel

250

Gebruik van diensten van intermediairs

De partijen erkennen dat de diensten van intermediairs door derden voor inbreuk makende activiteiten kunnen worden gebruikt. Om het vrije verkeer van informatiediensten te waarborgen en terzelfder tijd auteursrechten en naburige rechten in de digitale omgeving te handhaven, voorziet elke partij in de in deze afdeling genoemde maatregelen voor aanbieders van intermediaire diensten, wanneer deze op generlei wijze betrokken zijn bij de doorgegeven informatie.

Artikel

251

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)

Artikel

252

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „caching” (wijze van opslag)

Artikel

253

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „hosting”

Artikel

254

Geen algemene toezichtverplichting

HOOFDSTUK

5

OVERDRACHT VAN TECHNOLOGIE

Artikel

255

HOOFDSTUK

6

SAMENWERKING

Artikel

256

Artikel

257

Subcomité Intellectuele eigendom

TITEL

VIII

MEDEDINGING

Artikel

258

Definities

Artikel

259

Doelstellingen en beginselen

Artikel

260

Mededingingswetgeving, mededingingsautoriteiten en mededingingsbeleid

Artikel

261

Samenwerking en uitwisseling van informatie

Artikel

262

Kennisgeving

Artikel

263

Toegewezen monopolies en staatsondernemingen

Artikel

264

Technische bijstand

Artikel

265

Overleg

Artikel

266

Geschillenbeslechting

Geen van de partijen kan een beroep doen op de beslechting van geschillen uit hoofde van titel XII (Geschillenbeslechting) voor kwesties die in het kader deze titel naar voren komen.

TITEL

IX

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

267

Context en doelstellingen

Artikel

268

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

De partijen erkennen het soevereine recht van elke partij om in overeenstemming met de in de artikelen 269 en 270 bedoelde internationaal erkende normen en overeenkomsten eigen intern beleid en eigen prioriteiten inzake duurzame ontwikkeling, alsmede eigen niveaus van milieu- en arbeidsbescherming vast te stellen, en om hiertoe dienovereenkomstig wet- en regelgeving en beleid aan te nemen of te wijzigen; elke partij streeft ernaar te waarborgen dat haar wetgeving en beleid ter zake een hoog niveau van milieu- en arbeidsbescherming bieden en stimuleren.

Artikel

269

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

270

Multilaterale milieunormen en -overeenkomsten

Artikel

271

Handel ten behoeve van duurzame ontwikkeling

Artikel

272

Biologische diversiteit

Artikel

273

Handel in bosbouwproducten

Teneinde het duurzame beheer van het bosbestand te bevorderen, erkennen de partijen het belang van praktijken die in overeenstemming met interne wetgeving en procedures de rechtshandhaving en governance op het gebied van de bosbouw verbeteren en de handel in legale en duurzame bosbouwproducten bevorderen; daartoe kunnen de volgende praktijken behoren:

  • a.

    doeltreffende tenuitvoerlegging en benutting van CITES met betrekking tot houtsoorten die als bedreigd kunnen worden aangemerkt, overeenkomstig de criteria en in het kader van die overeenkomst;

  • b.

    ontwikkeling van systemen en mechanismen waarmee het mogelijk is de legale herkomst van houtproducten in de hele marketingketen te controleren;

  • c.

    bevordering van vrijwillige mechanismen voor boscertificering die op internationale markten worden erkend;

  • d.

    transparantie en bevordering van overheidsdeelname aan het beheer van het bosbestand voor houtproductie;

  • e.

    versterking van controlemechanismen voor houtproductie, met inbegrip van onafhankelijke toezichthoudende instanties, overeenkomstig het rechtskader van elke partij.

Artikel

274

Handel in visproducten

Artikel

275

Klimaatverandering

Artikel

276

Migrerende werknemers

De partijen erkennen dat het belangrijk is om een gelijke behandeling met betrekking tot arbeidsomstandigheden te bevorderen, teneinde op dit gebied elke vorm van discriminatie van werknemers, inclusief migrerende werknemers die legaal op hun grondgebied werken, te elimineren.

Artikel

277

Handhaving van beschermingsniveaus

Artikel

278

Wetenschappelijke informatie

De partijen erkennen dat het belangrijk is om bij de opstelling en tenuitvoerlegging van maatregelen ter bescherming van de gezondheid en veiligheid op het werk of het milieu die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, rekening te houden met wetenschappelijke en technische informatie en internationale normen, richtsnoeren of aanbevelingen ter zake, in het besef dat bij dreiging van ernstige of onherstelbare schade het gebrek aan volledige wetenschappelijke duidelijkheid niet mag worden gebruikt als reden om van beschermende maatregelen uit te stellen(81)Peru en Ecuador leggen dit artikel uit tegen de achtergrond van beginsel 15 van de Verklaring van Rio over milieu en ontwikkeling..

Artikel

279

Evaluatie van effecten op de duurzaamheid

Elke partij verbindt zich ertoe het effect van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst op arbeid en milieu naar eigen goeddunken te evalueren, te beoordelen en te volgen via haar respectieve interne en participatieprocessen.

Artikel

280

Institutioneel en toezichtmechanisme

Artikel

281

Interne mechanismen

Elke partij raadpleegt interne commissies of groepen voor arbeid en milieu of duurzame ontwikkeling, of richt dergelijke commissies of groepen op wanneer ze niet bestaan. Deze commissies of groepen kunnen, al dan niet op eigen initiatief, via de respectieve interne kanalen van de partij standpunten indienen en aanbevelingen doen over de tenuitvoerlegging van deze titel. De procedures voor het oprichten en raadplegen van deze commissie of groepen, waarin representatieve organisaties op de hierboven genoemde gebieden op evenwichtige wijze vertegenwoordigd moeten zijn, zijn in overeenstemming met de interne wetgeving.

Artikel

282

Dialoog met het maatschappelijk middenveld

Artikel

283

Overleg op regeringsniveau82)De partijen die aan het in deze titel bedoelde overleg op regeringsniveau deelnemen, hierna „overleggende partij” of „overleggende partijen” genoemd, zijn de Europese Unie enerzijds en een overeenkomstsluitend Andesland anderzijds. Een overeenkomstsluitend Andesland mag een ander overeenkomstsluitend Andesland niet om overleg verzoeken.

Artikel

284

Groep van deskundigen

Artikel

285

Verslag van de groep van deskundigen84)De groep van deskundigen houdt bij haar aanbevelingen rekening met de multilaterale context van verplichtingen uit hoofde van de in de artikelen 269 en 270 genoemde overeenkomsten en verdragen.

Artikel

286

Samenwerking bij handel en duurzame ontwikkeling

Rekening houdend met de op samenwerking gebaseerde aanpak van deze titel en met het bepaalde in titel XIII (Technische bijstand en opbouw van handelscapaciteit) erkennen de partijen het belang van samenwerkingsactiviteiten die bijdragen aan de tenuitvoerlegging en het betere gebruik van deze titel, en met name aan de verbetering van beleid en praktijk met betrekking tot arbeids- en milieubescherming, als bedoeld in deze titel. Die samenwerkingsactiviteiten moeten activiteiten op gebieden van wederzijds belang omvatten, zoals:

  • a.

    activiteiten met betrekking tot de beoordeling van het effect van deze overeenkomst op milieu en arbeid, inclusief activiteiten om de methoden en indicatoren voor die beoordeling te verbeteren;

  • b.

    activiteiten met betrekking tot het onderzoek naar, het toezicht op en de doeltreffende tenuitvoerlegging van fundamentele ILO-overeenkomsten en multilaterale milieuovereenkomsten, inclusief handelsgerelateerde aspecten;

  • c.

    onderzoeken met betrekking tot niveaus en normen bij de arbeids- en milieubescherming en met betrekking tot mechanismen om op die niveaus toezicht te houden;

  • d.

    activiteiten met betrekking tot de aanpassing aan en de matiging van de klimaatverandering, inclusief activiteiten in verband met de reductie van emissies ten gevolge van ontbossing en bosdegradatie („REDD”);

  • e.

    activiteiten met betrekking tot aspecten van de internationale regeling inzake klimaatverandering die voor de handel van belang zijn, inclusief handels- en investeringsactiviteiten om bij te dragen aan de verwezenlijking van de UNFCCC-doelstellingen;

  • f.

    activiteiten met betrekking tot het behoud en duurzame gebruik van biologische biodiversiteit, zoals behandeld in deze titel;

  • g.

    activiteiten met betrekking tot de bepaling van de legale herkomst van bosbouwproducten, vrijwillige certificeringsregelingen voor de bosbouw en de traceerbaarheid van verschillende bosbouwproducten;

  • h.

    activiteiten om beste praktijken voor een duurzaam bosbeheer te stimuleren;

  • i.

    activiteiten met betrekking tot de handel in visserijproducten, zoals behandeld in deze titel;

  • j.

    uitwisseling van informatie en ervaringen met betrekking tot de bevordering en tenuitvoerlegging van goede praktijen met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen;

  • k.

    activiteiten met betrekking tot handelsgerelateerde aspecten van het Programma voor fatsoenlijk werk van de ILO, inclusief de onderlinge verbanden tussen handel en productieve werkgelegenheid, fundamentele arbeidsnormen, sociale bescherming en sociale dialoog.

TITEL

X

TRANSPARANTIE EN ADMINISTRATIEVE PROCEDURES

Artikel

287

Samenwerking om transparantie te bevorderen

De partijen werken samen in relevante bilaterale en multilaterale fora teneinde de transparantie in handelsgerelateerde aangelegenheden te vergroten.

Artikel

288

Publicatie

Artikel

289

Vertrouwelijke informatie

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins strijdig zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen.

Artikel

290

Uitwisseling van informatie

Artikel

291

Administratieve procedures

Elke partij beheert alle in artikel 288, lid 1, bedoelde algemene maatregelen op consequente, onpartijdige en redelijke wijze. Hiertoe ziet elke partij erop toe dat zij in specifieke gevallen bij de toepassing van die maatregelen op bepaalde personen, goederen of diensten van een andere partij:

  • a.

    personen voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, waar mogelijk en overeenkomstig haar interne wetgeving, redelijke tijd vooraf in kennis stelt van de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de juridische instantie waar de procedure wordt ingeleid en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat;

  • b.

    waarborgt dat die personen een redelijke mogelijkheid krijgen om feiten en argumenten ter ondersteuning van hun standpunten naar voren te brengen voordat tot een definitief administratief optreden wordt overgegaan, voor zover de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten;

  • c.

    waarborgt dat haar procedures gebaseerd zijn op haar interne wetgeving en hiermee in overeenstemming zijn.

Artikel

292

Herziening en beroep

Artikel

293

Transparantie over subsidies

Artikel

294

Specifieke regels

Deze titel geldt onverminderd specifieke regels die in andere titels van deze overeenkomst zijn vastgesteld.

TITEL

XI

ALGEMENE UITZONDERINGEN

Artikel

295

Uitzondering met betrekking tot de nationale veiligheid

Artikel

296

Belastingen

Artikel

297

Betalingsbalans

TITEL

XII

GESCHILLENBESLECHTING

HOOFDSTUK

1

DOELSTELLINGEN, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel

298

Doelstelling

Deze titel heeft tot doel geschillen tussen de partijen betreffende de interpretatie en toepassing van deze overeenkomst te voorkomen en te beslechten, en waar mogelijk een wederzijds bevredigende oplossing te vinden voor kwesties die de werking van deze overeenkomst kunnen beïnvloeden. Indien geen onderling overeengekomen oplossing kan worden bereikt, is het eerste doel van deze titel doorgaans te waarborgen dat de desbetreffende maatregelen, indien wordt vastgesteld dat deze niet in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst zijn, worden ingetrokken.

Artikel

299

Toepassingsgebied

Artikel

300

Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder „partij bij het geschil” of „partij bij een geschil” en „partijen bij het geschil” of „partijen bij een geschil” een partij of partijen bij deze overeenkomst die partij zijn bij een procedure ter beslechting van een geschil krachtens deze titel.

HOOFDSTUK

2

OVERLEG

Artikel

301

Overleg

HOOFDSTUK

3

PROCEDURES VOOR DE GESCHILLENBESLECHTING

Artikel

302

Inleiding van een arbitrageprocedure

Artikel

303

Instelling van het arbitragepanel

Artikel

304

Lijst van scheidsrechters

Artikel

305

Bezwaar, verwijdering en vervanging

Artikel

306

Consolidatie van arbitrageprocedures

Wanneer meer dan een partij met betrekking tot dezelfde maatregel en op basis van dezelfde rechtsgronden om de instelling van een arbitragepanel verzoekt, wordt waar mogelijk één enkel arbitragepanel ingesteld om dergelijke verzoeken te onderzoeken.

Artikel

307

Uitspraak van het arbitragepanel

Artikel

308

Tenuitvoerlegging van de uitspraak van het arbitragepanel

Artikel

309

Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Artikel

310

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

311

Onderzoek van maatregelen vastgesteld na het opschorten van voordelen of compensatie wegens niet-naleving

Artikel

312

Verzoek om verduidelijking van een uitspraak

Artikel

313

Opschorting en beëindiging van een arbitrageprocedure

HOOFDSTUK

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

314

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen bij het geschil kunnen te allen tijde overeenstemming bereiken over een onderling overeengekomen oplossing voor een onder deze titel vallend geschil. De partijen bij het geschil stellen het Handelscomité gezamenlijk in kennis van een dergelijke oplossing. Na kennisgeving van de onderling overeengekomen oplossing wordt de procedure beëindigd.

Artikel

315

Reglement van orde en gedragscode

Artikel

316

Inlichtingen en technisch advies

Artikel

317

Interpretatieregels

Arbitragepanels leggen de in artikel 299 bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, die zijn opgenomen in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969. De uitspraken van arbitragepanels kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van de in artikel 299 bedoelde bepalingen niet verruimen of beperken.

Artikel

318

Besluiten en uitspraken van het arbitragepanel

Artikel

319

Relatie tot WTO-rechten en forumkeuze

Artikel

320

Termijnen

Artikel

321

Wijziging van het reglement van orde en de gedragscode

Het Handelscomité kan besluiten het reglement van orde en de gedragscode te wijzigen.

Artikel

322

Bemiddelingsmechanisme

Overeenkomstig bijlage XIV (Bemiddelingsmechanisme voor niet-tarifaire maatregelen) kan elke partij een andere partij verzoeken om aan een bemiddelingsprocedure deel te nemen met betrekking tot een niet-tarifaire maatregel van de partij tot wie het verzoek gericht is betreffende een aangelegenheid die onder titel III (Handel in goederen) valt en waarvan de verzoekende partij van mening is dat deze de handel nadelig beïnvloedt.

Artikel

323

Goede diensten, conciliatie en bemiddeling

TITEL

XIII

TECHNISCHE BIJSTAND EN OPBOUW VAN HANDELSCAPACITEIT

Artikel

324

Doelstellingen

Artikel

325

Toepassingsgebied en middelen

Artikel

326

Taken van het Handelscomité met betrekking tot de samenwerking krachtens deze titel

TITEL

XIV

SLOTBEPALINGEN

Artikel

327

Bijlagen, aanhangsels, verklaringen en voetnoten

De bijlagen, aanhangsels, verklaringen en voetnoten bij deze overeenkomst maken daarvan een integrerend deel uit.

Artikel

328

Toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie

Artikel

329

Toetreding tot deze overeenkomst door andere lidstaten van de Andesgemeenschap

Artikel

330

Inwerkingtreding

Artikel

331

Duur en intrekking

Artikel

332

Depositaris

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie treedt op als depositaris van deze overeenkomst.

Artikel

333

Wijzigingen van de WTO-overeenkomst

De partijen zijn het erover eens dat elke bepaling van de WTO-overeenkomst die in deze overeenkomst is opgenomen, is opgenomen inclusief alle wijzigingen die op het tijdstip van toepassing van die bepaling in werking zijn getreden.

Artikel

334

Wijzigingen

Artikel

336

Rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt aldus uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend of dat zij verplichtingen bevat voor personen, anders dan die welke de partijen krachtens internationaal publiekrecht hebben vastgesteld.

Artikel

337

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in drievoud, in de volgende talen: Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe gemachtigd, hun handtekening onder deze overeenkomst hebben geplaatst.

Gezamenlijke verklaring door Colombia, Peru en de EU

Colombia en Peru mogen de hieronder vermelde maatregelen blijven toepassen, met inbegrip van wijzigingen en verdere regelingen daarvan, voor zover deze geen voorwaarden scheppen die discriminatoir zijn of de handel meer beperken.

Tenzij in deze verklaring anders is bepaald, wordt tien jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst opnieuw bezien of deze maatregelen moeten worden gehandhaafd1)Deze bepaling is niet van toepassing op de onder e) van deze verklaring bedoelde maatregelen..

COLOMBIA

  • a.

    Kwaliteitscontroles inzake de uitvoer van koffie in overeenstemming met artikel 23 van Wet nr. 9 van 17 januari 1991, en de geldelijke bijdrage van koffieproducenten aan de uitvoer van koffie in overeenstemming met hoofdstuk V van Wet nr. 101 van 23 december 1993, inclusief wijzigingen die geen aanmerkelijke gevolgen voor de handel hebben;

  • b.

    Maatregelen betreffende de toepassing van belastingen op alcoholhoudende dranken in overeenstemming met de artikelen 202 tot en met 206 van Wet nr. 223 van 20 december 1995 en de artikelen 49 tot en met 54 van Wet nr. 788 van 27 december 2002, tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. Vanaf die datum moeten de op nationaal en/of plaatselijk niveau getroffen maatregelen inzake alcoholhoudende dranken in overeenstemming zijn met hoofdstuk 1 (Markttoegang voor goederen) van titel III (Handel in goederen), en met name met artikel 21 daarvan;

  • c.

    Controles op de invoer van goederen zoals bedoeld in artikel 3 en artikel 6, leden 1 en 2, van Besluit nr. 3803 van 31 oktober 2006, en controles op de invoer van auto’s, met inbegrip van tweedehands en nieuwe auto’s die twee jaar na de fabricagedatum worden ingevoerd, onverminderd artikel 6 van Besluit nr. 3803 van 31 oktober 2006;

  • d.

    De bijdrage die in overeenstemming met artikel 101 van Wet nr. 488 van 24 december 1998 op de uitvoer van smaragden moet worden betaald;

PERU

  • e.

    de maatregelen van Peru ten aanzien van de invoer van tweedehands kleding en schoeisel; tweedehands autos en tweedehands automotoren, alsmede delen en onderdelen voor gebruik in auto’s; tweedehands banden; tweedehands goederen, machines, apparaten en werktuigen die gebruikmaken van radioactieve bronnen2)Wet nr. 28514 en wijzigingen daarop, Wetsbesluit nr. 843 en wijzigingen daarop, Noodbesluit nr. 079-2000 en wijzigingen daarop, Besluit nr. 003-97-SA van de Hoge Raad en wijzigingen daarop, Wet nr. 27757 en wijzigingen daarop, en Noodbesluit nr. 050-2008 en wijzigingen daarop..

Deze verklaring is een integrerend deel van de handelsovereenkomst tussen de EU en Colombia en Peru.

GEZAMENLIJKE VERKLARINGEN VAN ECUADOR EN DE EU

Intellectuele-eigendomsrechten

De partijen herbevestigen de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de WTO-overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (hierna de „TRIPs-overeenkomst” genoemd).

Ecuador voert uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst vergoedingen en administratiekosten voor de registratie en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in die in overeenstemming met artikel 62, lid 4, van de TRIPs-overeenkomst zijn, en waarvan de hoogte vergelijkbaar is met door intellectuele-eigendomsinstanties van de andere WTO-leden vastgestelde vergoedingen. Ecuador verbindt zich ertoe aanvragen tot bescherming van intellectuele-eigendomsrechten nationaal te behandelen, overeenkomstig de TRIPs-overeenkomst, met name artikel 3 en artikel 27, lid 1, daarvan.

De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de verklaring inzake de TRIPS-overeenkomst en de volksgezondheid die op 14 november 2001 door de Ministeriële Conferentie van de WTO in Doha is aangenomen, en het recht van de partijen om gebruik te maken van de bepalingen van de TRIPS-overeenkomst die flexibiliteit bieden met het oog op de bescherming van de volksgezondheid. Voor de afgifte van dwanglicenties waarborgt Ecuador binnen het kader van zijn rechtsorde volledige naleving van de bepalingen en voorwaarden in de TRIPs-overeenkomst ten aanzien van het verlenen van dwanglicenties, met name artikel 31 daarvan.

Ecuador waarborgt de volledige naleving van de verplichtingen van artikel 61 van de TRIPs-overeenkomst.

De partijen komen overeen om het belang van Ecuador om hetzelfde niveau van bescherming te hebben voor geografische aanduidingen voor niet-agrarische producten als voor wijnen, gearomatiseerde wijnen, gedistilleerde dranken, landbouwproducten en levensmiddelen, nader te evalueren in het kader van het op grond van artikel 257 van de overeenkomst opgerichte subcomité Intellectuele eigendom. Indien de Europese Unie specifieke wetgeving ter bescherming van geografische aanduidingen voor niet-agrarische producten aanneemt, wordt bij de hierboven bedoelde evaluatie rekening gehouden met deze nieuwe juridische situatie.

Markttoegang

Ecuador mag de volgende maatregelen blijven toepassen, met inbegrip van wijzigingen en verdere regelingen daarvan, voor zover die wijzigingen en verdere regelingen geen voorwaarden scheppen die discriminatoir zijn of de handel meer beperken:

  • a)

    Maatregelen betreffende de toepassing van belastingen op alcoholhoudende dranken in overeenstemming met de artikelen 10 en 12 van de Ley de Fomento Ambiental Optimización de Ingresos del Estado, bekendgemaakt in Staatsblad nr. 583 van 24 november 2011, en artikel 2 van de Ley Orgánica de Incentivos para el Sector Productivo, bekendgemaakt in het tweede supplement bij Staatsblad nr. 56 van 12 augustus 2013, tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. Vanaf die datum moeten de maatregelen in overeenstemming zijn met hoofdstuk 1 (Markttoegang voor goederen) van titel III (Handel in goederen), en met name met artikel 21 daarvan.

  • b)

    Maatregelen betreffende de invoer van tweedehands kleding en schoeisel, en tweedehands voertuigen (COMEXI-Resolución nr. 182, COMEX-Resolución nr. 51). Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt opnieuw bezien of deze maatregelen moeten worden gehandhaafd.

Gezamenlijke verklaring

De EU wijst erop dat staten waarmee het op het moment van de ondertekening van deze overeenkomst een douane-unie heeft gevormd en waarvan de producten niet genieten van de tariefconcessies krachtens deze overeenkomst, de verplichting hebben om ten aanzien van landen die geen lid zijn van de Europese Unie het gemeenschappelijk douanetarief over te nemen en gefaseerd ook het preferentiestelsel van de Europese Unie, waartoe zij de nodige maatregelen treffen en met de betrokken landen op basis van wederzijds voordeel over overeenkomsten onderhandelen. De EU heeft de overeenkomstsluitende Andeslanden dan ook verzocht zo spoedig mogelijk met deze staten onderhandelingen te openen.

De overeenkomstsluitende Andeslanden verklaren dat zij naar beste vermogen zullen trachten met deze staten overeenstemming te bereiken over de oprichting van vrijhandelszones.

Bijlagen en aanhangsels

De bijlagen en aanhangsels liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.