Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

Het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

de Europese Unie, hierna „de Unie” of „de EU” genoemd,

en

de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „EURATOM” genoemd

enerzijds, en

Oekraïne

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Rekening houdend met de nauwe historische betrekkingen en de steeds nauwere banden tussen de partijen, en met hun wens om de betrekkingen nog uit te breiden en te versterken op ambitieuze en innoverende wijze;

Belang hechtend aan nauwe en duurzame betrekkingen op basis van gemeenschappelijke waarden als eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat, goed bestuur, mensenrechten en fundamentele vrijheden, ook de rechten van personen die behoren tot nationale minderheden, niet-discriminatie van personen die behoren tot minderheden, respect voor diversiteit en menselijke waardigheid en gehechtheid aan de beginselen van de een vrijemarkteconomie, waardoor Oekraïne gemakkelijker kan deelnemen aan Europees beleid;

Zich ervan bewust dat Oekraïne als Europees land een gezamenlijke geschiedenis en gemeenschappelijke waarden deelt met de lidstaten van de Europese Unie en bereid is deze waarden te bevorderen;

Opmerkend dat Oekraïne belang hecht aan zijn Europese identiteit;

Rekening houdend met de krachtige steun van het volk in Oekraïne voor de Europese koers van het land;

Bevestigend dat de Europese Unie de Europese ambities van Oekraïne erkent en de keuze voor Europa toejuicht, ook inzake de verbintenis om een duurzame democratie en een markteconomie uit te bouwen;

Erkennend dat de gemeenschappelijke waarden waarop de Europese Unie is gebouwd – democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat – ook essentiële elementen zijn van deze overeenkomst;

Erkennend dat de politieke associatie en de economische integratie van Oekraïne in de Europese Unie zullen afhangen van de vooruitgang bij de uitvoering van deze overeenkomst en de mate waarin Oekraïne kan zorgen dat de gemeenschappelijke waarden worden gerespecteerd, en van de vooruitgang bij de afstemming op de EU op politiek, economisch en juridisch vlak;

Zich ertoe verbindend uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), met name de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen van 1991 en 1992, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948 en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950;

Strevend naar meer internationale vrede en veiligheid, en zich inzettend voor efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten, met name door nauw samen te werken binnen het kader van de Verenigde Naties (VN), de OVSE en de Raad van Europa;

Zich inzettend voor onafhankelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en onschendbaarheid van de grenzen;

Strevend naar het nader tot elkaar brengen van standpunten inzake bilaterale, regionale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);

Herinnerend aan de internationale verplichtingen van de partijen, tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake ontwapening en wapenbeheersing;

Strevend naar vorderingen in de hervormingen en het toenaderingsproces van Oekraïne om zo bij te dragen tot de geleidelijke economische integratie en de verdieping van de politieke associatie;

Overtuigd van de noodzaak voor Oekraïne om de politieke, sociaal-economische, juridische en institutionele hervormingen door te voeren die nodig zijn om deze overeenkomst efficiënt uit te voeren en bereid deze hervormingen in Oekraïne resoluut te ondersteunen;

Strevend naar economische integratie, onder meer met een diepe en brede vrijhandelsruimte (Deep and Comprehensive Free Trade Area – DCFTA) die integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van de partijen, en met een uitgebreide aanpassing van de regelgeving;

Erkennend dat een dergelijke diepe en brede vrijhandelsruimte in combinatie met het bredere proces van de aanpassing van de regelgeving, zal bijdragen tot verdere economische integratie in de interne markt van de Europese Unie, als beoogd in deze overeenkomst;

Zich inzettend voor de ontwikkeling van nieuw klimaat dat bevorderlijk is voor de economische relaties tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering;

Zich inzettend voor meer samenwerking op energiegebied, op basis van het engagement van de partijen om het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap uit te voeren;

Zich inzettend voor de continuïteit van de energievoorziening, de vergemakkelijking van de ontwikkeling van geschikte infrastructuur, betere marktintegratie en aanpassing van de regelgeving aan kernaspecten van de Europese regelgeving, de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, evenals het zorgen voor meer nucleaire veiligheid;

Zich inzettend voor meer dialoog – op basis van de fundamentele beginselen solidariteit, wederzijds vertrouwen, medeverantwoordelijkheid en partnerschap – en samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer, via een integrale aanpak met aandacht voor legale migratie en voor samenwerking bij het aanpakken van illegale migratie, mensenhandel en de doeltreffende uitvoering van de overnameovereenkomst;

Erkennend dat het van belang is op termijn een visumvrije regeling in te voeren voor de burgers van Oekraïne, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan;

Zich inzettend voor de bestrijding van georganiseerde misdaad en witwaspraktijken, tot het verminderen van de vraag naar en het aanbod van drugs en tot meer samenwerking bij terrorismebestrijding;

Zich inzettend voor meer samenwerking inzake milieubescherming en tot de beginselen van duurzame ontwikkeling en de groene economie;

Strevend naar meer contacten van mens tot mens;

Zich inzettend voor de bevordering van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking;

Strevend naar geleidelijke afstemming van de wetgeving van Oekraïne op die van de Unie volgens de bepalingen van deze Overeenkomst en naar concrete uitvoering;

In aanmerking nemend dat deze Overeenkomst geen afbreuk zal doen aan de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne en ruimte laat voor verdere ontwikkelingen;

Bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van deel III, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, binden het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Oekraïne ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden zijn als deel van de Europese Unie overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21 of artikel 10 van Protocol nr. 36 betreffende de overgangsbepalingen, die aan de Verdragen zijn gehecht, moet de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Oekraïne onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht,

zijn het volgende overeengekomen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEU 2014 L 161, blz. 3-2137.] :

Artikel

1

Doelstellingen

TITEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

2

De eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, inzonderheid als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, alsmede de relevante mensenrechteninstrumenten, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en het respect voor de rechtsstaat, vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst. De bevordering van respect voor de beginselen van soevereiniteit en territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen en onafhankelijkheid, evenals de strijd tegen massavernietigingswapens, daarmee samenhangende materialen en de overbrengingsmiddelen daarvoor, vormen essentiële elementen van deze Overeenkomst.

Artikel

3

De partijen erkennen dat de beginselen van een vrijemarkteconomie aan hun betrekkingen ten grondslag liggen. De rechtsstaat, goed bestuur, corruptiebestrijding, de strijd tegen de verschillende vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme, de bevordering van duurzame ontwikkeling en efficiënt multilateralisme zijn van wezenlijk belang om de betrekkingen tussen de partijen uit te bouwen.

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING, POLITIEKE INTEGRATIE, SAMENWERKING EN CONVERGENTIE OP HET VLAK VAN BUITENLANDS- EN VEILIGHEIDSBELEID

Artikel

4

Doelstellingen van de politieke dialoog

Artikel

5

Fora voor de politieke dialoog

Artikel

6

Dialoog en samenwerking inzake binnenlandse hervormingen

De partijen werken samen om te waarborgen dat hun binnenlands beleid gebaseerd wordt op de gemeenschappelijke beginselen van de partijen, met name stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat, en het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, in het bijzonder als bepaald in artikel 14 van deze Overeenkomst.

Artikel

7

Buitenlands en veiligheidsbeleid

Artikel

8

Internationaal Strafhof

De partijen werken samen aan de bevordering van vrede en internationale gerechtigheid door het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof van 1998 en de bijhorende instrumenten te ratificeren en ten uitvoer te leggen.

Artikel

9

Regionale stabiliteit

Artikel

10

Conflictpreventie, crisisbeheer en militair-technische samenwerking

Artikel

11

Non-proliferatie van massavernietigingswapens

Artikel

12

Ontwapening, wapenbeheersing, wapenuitvoercontrole en de strijd tegen illegale wapenhandel

De partijen ontwikkelen hun samenwerking op het vlak van ontwapening, ook inzake de vermindering van hun voorraad overtollige handvuurwapens en lichte wapen en inzake de gevolgen voor de bevolking en voor het milieu van niet ontploft achtergelaten materieel als bedoeld in titel V, hoofdstuk 6 (Milieu) van deze overeenkomst. Samenwerking inzake ontwapening omvat ook wapenbeheersing, wapenuitvoercontrole en de strijd tegen illegale wapenhandel, met inbegrip van handvuurwapens en lichte wapens. De partijen bevorderen de universele onderschrijving en naleving van de relevante internationale instrumenten en streven naar efficiëntie, ook door de tenuitvoerlegging van de relevante resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Artikel

13

Bestrijding van terrorisme

De partijen komen overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme te voorkomen en te bestrijden, in overeenstemming met het internationale recht, de internationale mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het humanitair recht.

TITEL

III

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel

14

De rechtsstaat, respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden

Bij de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij politie en justitie in het bijzonder. De samenwerking is er met name op gericht het justitiële apparaat te versterken, de doeltreffendheid ervan te verbeteren, de onafhankelijkheid en onpartijdigheid te waarborgen en corruptie te bestrijden. Respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden is de leidraad voor alle samenwerking inzake justitie, vrijheid en veiligheid.

Artikel

15

Bescherming van persoonsgegevens

De partijen komen overeen samen te werken om de bescherming van persoonsgegevens op gepaste wijze te waarborgen, in overeenstemming met de hoogste Europese en internationale normen, met inbegrip van de relevante instrumenten van de Raad van Europa. De samenwerking inzake de bescherming van persoonsgegevens kan onder meer de uitwisseling van informatie en deskundigen inhouden.

Artikel

16

Migratie, asiel en grensbeheer

Artikel

17

Behandeling van werknemers

Artikel

18

Mobiliteit van werknemers

Artikel

19

Verkeer van personen

Artikel

20

Witwassen van geld en terrorismefinanciering

De partijen werken samen om witwassen van geld en terrorismefinanciering te voorkomen en te bestrijden. Hiertoe voeren de partijen hun bilaterale en internationale samenwerking op dit gebied nog op, ook op operationeel vlak. De partijen zorgen voor de tenuitvoerlegging van de relevante internationale normen, met name die van de Financial Action Task Force (FATF) en normen die gelijkwaardig zijn aan die van de Unie.

Artikel

21

Samenwerking bij de bestrijding van drugs, voorlopers ervan en psychotrope stoffen

Artikel

22

Bestrijding van misdaad en corruptie

Artikel

23

Bestrijding van terrorisme

Artikel

24

Juridische samenwerking

TITEL

IV

HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

HOOFDSTUK

1

NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

AFDELING

1

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

25

Doel

Gedurende een overgangsperiode van maximaal 10 jaar die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst1)Tenzij in de bijlagen I en II bij deze overeenkomst anders is bepaald., stellen de partijen geleidelijk een vrijhandelszone in, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en in overeenstemming met artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994, hierna de „GATT 1994” genoemd.

Artikel

26

Toepassingsgebied en betrokken producten

AFDELING

2

AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN, VERGOEDINGEN EN ANDERE HEFFINGEN

Artikel

27

Definitie van douanerechten

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder „douanerechten” verstaan alle rechten en heffingen ter zake van of in verband met de invoer of uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende belastingen of heffingen ter zake van of in verband met dergelijke invoer of uitvoer. Onder „douanerechten” worden niet verstaan:

  • a.

    heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen die overeenkomstig artikel 32 van deze overeenkomst worden opgelegd;

  • b.

    rechten die overeenkomstig hoofdstuk 2 (Handelsmaatregelen) van titel IV van deze overeenkomst worden opgelegd;

  • c.

    vergoedingen en andere heffingen die in overeenstemming met artikel 33 van deze overeenkomst worden opgelegd.

Artikel

29

Afschaffing van invoerrechten

Artikel

30

Status-quo

Geen van de partijen mag bestaande douanerechten verhogen of nieuwe douanerechten vaststellen op een goed van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij. Dit sluit niet uit dat elk van beide partijen:

  • a.

    een douanerecht na een eenzijdige verlaging kan verhogen tot het in haar lijst vastgelegde niveau; of

  • b.

    een douanerecht kan handhaven of verhogen als toegestaan door het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie, hierna „WTO” genoemd.

Artikel

31

Uitvoerrechten

Artikel

32

Uitvoersubsidies en maatregelen van gelijke werking

Artikel

33

Vergoedingen en andere heffingen

Elk van beide partijen draagt er in overeenstemming met artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen erop zorg voor dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook - niet zijnde douanerechten of andere maatregelen als bedoeld in artikel 27 van deze overeenkomst - ter zake van of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, en geen indirecte bescherming van interne goederen of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden vormen.

AFDELING

3

NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

34

Nationale behandeling

Elk van beide partijen behandelt de goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen erop. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen erop in deze overeenkomst opgenomen en maken zij hier integraal deel van uit.

Artikel

35

Invoer- en uitvoerbeperkingen

Geen van beide partijen mag verboden, beperkingen of maatregelen van gelijke werking invoeren of handhaven ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of van de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald of zulks in overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop is. Hiertoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop in deze overeenkomst opgenomen en maken zij hier integraal deel van uit.

AFDELING

4

SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN

Artikel

36

Algemene uitzonderingen

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt uitgelegd als beletsel voor de goedkeuring of handhaving door een partij van maatregelen overeenkomstig de artikelen XX en XXI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop, die hierbij in deze overeenkomst worden opgenomen en daarvan integraal deel uitmaken.

AFDELING

5

ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING EN COÖRDINATIE MET ANDERE LANDEN

Artikel

37

Bijzondere bepalingen inzake administratieve samenwerking

Artikel

38

Handelwijze bij administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregelingen een fout hebben gemaakt, met name bij de toepassing van de bepalingen van het protocol bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking, en deze fout gevolgen heeft voor de invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, het Handelscomité verzoeken na te gaan of passende maatregelen kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.

Artikel

39

Overeenkomsten met derde landen

HOOFDSTUK

2

HANDELSMAATREGELEN

AFDELING

1

ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

40

Algemene bepalingen

Artikel

41

Transparantie

Artikel

42

Toepassing van maatregelen

Artikel

43

Ontwikkelingsland

Voor zover Oekraïne voor de toepassing van artikel 9 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen als ontwikkelingsland3)Voor de toepassing van dit artikel wordt bij de vaststelling of het om een ontwikkelingsland gaat, acht geslagen op de lijsten die worden opgesteld door internationale organisaties als de Wereldbank, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna „OESO” genoemd) of het Internationale Monetaire Fonds (hierna „IMF” genoemd), enz. kan worden aangemerkt, kan de EU-partij, voor zover aan de voorwaarden van artikel 9 van die Overeenkomst wordt voldaan, geen vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van Oekraïne toepassen.

AFDELING

2

VRIJWARINGSMAATREGELEN TEN AANZIEN VAN PERSONENAUTO'S

Artikel

44

Vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van personenauto's

Artikel

45

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling en bijlage II bij deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • 1.

    „het product”: alleen personenauto's van oorsprong uit de EU-partij van tariefpost 8703 overeenkomstig de oorsprongsregels van protocol I bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking;

  • 2.

    „ernstige schade”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 4, lid 1, onder a), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Hiertoe wordt artikel 4, lid 1, onder a), mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maakt het daarvan deel uit;

  • 3.

    „soortgelijk product”: een product dat identiek is, d.w.z. in alle opzichten vergelijkbaar met het betrokken product of, als dat ontbreekt, een ander product dat hoewel het niet in alle opzichten vergelijkbaar is, kenmerken heeft die sterk op die van het betrokken product lijken;

  • 4.

    „overgangsperiode”: een periode van 10 jaar die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. De overgangsperiode wordt met drie jaar verlengd, indien Oekraïne vóór het eind van jaar tien bij het in artikel 465 van deze overeenkomst bedoelde Handelscomité een met redenen omkleed verzoek heeft ingediend en het Handelscomité dit heeft besproken;

  • 5.

    „jaar één”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 6.

    „jaar twee”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de eerste verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 7.

    „jaar drie”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de tweede verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 8.

    „jaar vier”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de derde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 9.

    „jaar vijf”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de vierde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 10.

    „jaar zes”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de vijfde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 11.

    „jaar zeven”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de zesde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 12.

    „jaar acht”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de zevende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 13.

    „jaar negen”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de achtste verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 14.

    „jaar tien”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de negende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 15.

    „jaar elf”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de tiende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 16.

    „jaar twaalf”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de elfde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 17.

    „jaar dertien”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de twaalfde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 18.

    „jaar veertien”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de dertiende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 19.

    „jaar vijftien”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de veertiende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

AFDELING

3

NON-CUMULATIE

Artikel

45 bis

Non-cumulatie

Geen van beide partijen mag met betrekking tot hetzelfde product tegelijkertijd:

AFDELING

4

ANTIDUMPINGRECHTEN EN COMPENSERENDE RECHTEN

Artikel

46

Algemene bepalingen

Artikel

47

Transparantie

Artikel

48

Algemeen belang

Antidumping- of compenserende maatregelen kunnen niet door een partij worden toegepast indien, op basis van de tijdens het onderzoek kenbaar gemaakte informatie duidelijk kan worden geconcludeerd dat de toepassing van dergelijke maatregelen niet in het algemeen belang is. Bij de vaststelling met betrekking tot het algemeen belang wordt uitgegaan van een waardering van alle verschillende belangen, in hun geheel beschouwd, met inbegrip van de belangen van de interne bedrijfstak, gebruikers, consumenten en importeurs, voor zover zij relevante informatie aan de onderzoeksautoriteiten hebben verstrekt.

Artikel

49

Regel van het laagste recht

Indien een partij besluit om een voorlopig of definitief antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumping- of subsidiemarge, en is het lager dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne bedrijfstak kan worden opgeheven.

Artikel

50

Toepassing van maatregelen en nieuwe onderzoeken

AFDELING

5

OVERLEG

Artikel

50 bis

Overleg

AFDELING

6

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

51

Dialoog betreffende handelsmaatregelen

AFDELING

7

GESCHILLENBESLECHTING

HOOFDSTUK

3

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

53

Werkingssfeer en definities

Artikel

54

Bevestiging van de TBT-overeenkomst

De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de TBT-overeenkomst, die hierbij in deze overeenkomst is opgenomen en daarvan deel uitmaakt.

Artikel

55

Technische samenwerking

Artikel

56

Aanpassing van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordeling

Artikel

57

Overeenkomst inzake de conformiteitsbeoordeling en de aanvaarding van industrieproducten

Artikel

58

Merktekens en etikettering

HOOFDSTUK

4

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

59

Doel

Artikel

60

Multilaterale verplichtingen

De partijen bevestigen opnieuw hun rechten en verplichtingen ingevolge de SPS-overeenkomst.

Artikel

61

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden, met inbegrip van de in bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde maatregelen.

Artikel

62

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • 1.

    „sanitaire en fytosanitaire maatregelen”: maatregelen als omschreven in punt 1 van bijlage A bij de SPS-overeenkomst, die binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen;

  • 2.

    „dieren”: op het land en in het water levende dieren zoals omschreven in de Terrestrial Animal Health Code (Gezondheidscode voor landdieren) respectievelijk the Aquatic Animal Health Code (Gezondheidscode voor waterdieren) van de Wereldorganisatie voor diergezondheid , hierna „OIE” genoemd;

  • 3.

    „dierlijke producten”: producten van dierlijke oorsprong, met inbegrip van producten van waterdieren, zoals omschreven in de Gezondheidscode voor landdieren en de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE;

  • 4.

    „niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten”: dierlijke producten als vermeld in bijlage IV-A, deel 2 (II) bij deze overeenkomst;

  • 5.

    „planten”: levende planten en gespecificeerde levende delen daarvan, met inbegrip van zaden;

    • a.

      fruit, in botanische zin, ander dan diepgevroren;

    • b.

      groente, andere dan diepgevroren;

    • c.

      bollen, knollen en wortelstokken;

    • d.

      snijbloemen;

    • e.

      takken met loof;

    • f.

      gekapte bomen met loof;

    • g.

      plantenweefselculturen;

    • h.

      bladeren, loof;

    • i.

      levende pollen, en

    • j.

      enten, stekken, knoppen;

  • 6.

    „plantaardige producten”: producten van plantaardige oorsprong die niet zijn verwerkt of die een eenvoudige behandeling hebben ondergaan, voor zover het geen planten betreft die in bijlage IV-A, deel 3, bij deze overeenkomst zijn vermeld;

  • 7.

    „zaden”: zaden in botanische zin, bestemd voor opplant;

  • 8.

    „plagen (schadelijke organismen)”: alle soorten, stammen of biotypes van planten, dieren of ziekteverwekkers die schadelijk zijn voor planten of plantaardige producten;

  • 9.

    „beschermde gebieden” in het geval van de EU-partij: gebieden in de zin van artikel 2, lid 1, onder h), van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen, of regeling ter opvolging daarvan, hierna „Richtlijn 2000/29/EG” genoemd;

  • 10.

    „dierziekte”: een klinisch of pathologisch besmettingsverschijnsel bij dieren;

  • 11.

    „ziekte bij aquacultuur”: klinische of niet-klinische besmetting met een of meer ziekteverwekkers van de ziekten die waterdieren treffen en die in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE worden genoemd;

  • 12.

    „besmetting bij dieren”: de situatie waarbij dieren drager zijn van een besmettelijk agens, ongeacht of zij klinische of pathologische besmettingsverschijnselen vertonen;

  • 13.

    „normen op het gebied van dierenwelzijn”: normen voor de bescherming van dieren zoals deze door de partijen zijn opgesteld en worden toegepast en in voorkomend geval overeenstemmen met de normen van het OIE en die binnen de werkingssfeer van deze overeenkomst vallen;

  • 14.

    „adequaat niveau van sanitaire en fytosanitaire bescherming”: het adequate niveau van sanitaire en fytosanitaire bescherming zoals omschreven in punt 5 van bijlage A bij de SPS-overeenkomst;

  • 15.

    „regio”: voor wat diergezondheid betreft, gebieden of regio's als omschreven in de Gezondheidscode voor landdieren van het OIE, en voor aquacultuur als omschreven in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE, waarbij ervan wordt uitgegaan dat waar het het grondgebied van de EU-partij betreft, rekening wordt gehouden met de specificiteit ervan en de EU-partij als entiteit wordt erkend;

  • 16.

    „plagenvrij gebied”: gebied waarin een specifieke plaag blijkens wetenschappelijk bewijs niet voorkomt en waarin, voor zover passend, deze hoedanigheid officieel in stand wordt gehouden;

  • 17.

    „regionalisatie”: het begrip regionalisatie als omschreven in artikel 6 van de SPS-overeenkomst;

  • 18.

    „zending”: een hoeveelheid dierlijke producten van hetzelfde type, waarvoor één certificaat of document is afgegeven, die met hetzelfde transportmiddel wordt vervoerd, die is verzonden door één afzender en die van oorsprong is uit hetzelfde land van uitvoer of deel daarvan. Een zending kan uit een of meer partijen bestaan;

  • 19.

    „zending van planten of plantaardige producten”: een hoeveelheid planten, plantaardige producten en/of andere artikelen die van het ene land naar het andere worden verplaatst, en waarvoor, indien nodig, één fytosanitair certificaat is afgegeven (een zending kan uit een of meer handelsartikelen of partijen bestaan);

  • 20.

    „partij”: een aantal eenheden van een handelsartikel, dat herkenbaar is door de homogeniteit van de samenstelling en oorsprong ervan, en dat deel uitmaakt van een zending;

  • 21.

    „gelijkwaardigheid in het kader van het handelsverkeer”, hierna „gelijkwaardigheid” genoemd: de situatie waarin de partij van invoer de sanitaire en fytosanitaire maatregelen van de partij van uitvoer als gelijkwaardig aanvaardt, ongeacht of zij verschillen van de eigen maatregelen van de partij van invoer, indien de partij van uitvoer jegens de partij van invoer op objectieve wijze aantoont dat haar maatregelen het adequate sanitaire of fytosanitaire beschermingsniveau van de partij van invoer bereiken;

  • 22.

    „sector”: de productie- en handelsstructuur voor een product of productcategorie in een van de partijen;

  • 23.

    „subsector”: een welomschreven en gecontroleerd deel van een sector;

  • 24.

    „handelsartikelen”: dieren en planten, of categorieën daarvan, of specifieke producten en andere materialen die worden verplaatst voor handels- of andere doeleinden, met inbegrip van die bedoeld in de leden 2 tot en met 7 van dit artikel;

  • 25.

    „specifieke invoervergunning”: een door de bevoegde autoriteiten van de partij van invoer aan een individuele importeur van tevoren verstrekte officiële vergunning voor de invoer van één enkele zending of verschillende zendingen van een handelsartikel uit de partij van uitvoer, dat binnen de werkingssfeer van deze overeenkomst valt;

  • 26.

    „werkdagen”: weekdagen behalve zondag, zaterdag en feestdagen in een van de partijen;

  • 27.

    „inspectie”: het onderzoeken van elk aspect van diervoeders, levensmiddelen, diergezondheid en dierenwelzijn, teneinde na te gaan of deze aspecten voldoen aan de voorschriften van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn;

  • 28.

    „fytosanitaire controle”: officieel onderzoek met het blote oog van planten, plantaardige producten of andere materialen waarvoor voorschriften bestaan, om te bepalen of er sprake is van ziekten en/of te bepalen of er al dan niet aan de fytosanitaire voorschriften is voldaan;

  • 29.

    „verificatie”: toetsen, via onderzoek en inaanmerkingneming van objectief bewijsmateriaal, of aan specifieke vereisten is voldaan.

Artikel

63

Bevoegde autoriteiten

De partijen brengen elkaar op de hoogte van de structuur, organisatie en verdeling van bevoegdheden van hun bevoegde autoriteiten tijdens de eerste bijeenkomst van het in artikel 74 van deze overeenkomst bedoelde subcomité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna „SPS-subcomité” genoemd. De partijen stellen elkaar op de hoogte van elke verandering aangaande die bevoegde autoriteiten, met inbegrip van contactpunten.

Artikel

64

Aanpassing van regelgeving

Artikel

65

Erkenning van de diergezondheidsstatus en de status inzake plagen alsmede van regionale omstandigheden in het kader van het handelsverkeer

Artikel

66

Bepaling van de gelijkwaardigheid

Artikel

67

Transparantie en uitwisseling van informatie

Artikel

68

Kennisgeving, overleg en bevordering van communicatie

Artikel

69

Handelsvoorwaarden

Artikel

70

Certificeringsprocedure

Artikel

71

Verificatie

Artikel

72

Controles bij invoer en inspectievergoedingen

Artikel

73

Vrijwaringsmaatregelen

Artikel

74

Subcomité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS-subcomité)

HOOFDSTUK

5

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

75

Doelstellingen

De partijen erkennen het belang van douaneaangelegenheden en handelsbevordering bij de ontwikkeling van het bilaterale handelsstelsel. Zij komen in beginsel overeen op dit gebied nauwer samen te werken om ervoor te zorgen dat de wetgeving en procedures ter zake, alsook de bestuurlijke capaciteit van de desbetreffende diensten, voldoen aan de doelstellingen van een effectieve controle en bevordering van de legitieme handel.

De partijen erkennen dat het grootst mogelijke belang moet worden gehecht aan de legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid, met inbegrip van die met betrekking tot de handelsbevordering, de veiligheid en de fraudebestrijding en aan een evenwichtige benadering hiervan.

Artikel

76

Wetgeving en procedures

Artikel

77

Relaties met het bedrijfsleven

De partijen komen overeen:

  • a.

    erop toe te zien dat hun respectieve wetgeving en procedures transparant zijn en samen met de motivering ervan, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg. Er moet een overlegmechanisme zijn en een redelijke tijdspanne liggen tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde bepalingen;

  • b.

    dat tijdig en regelmatig met vertegenwoordigers van de handel wordt overlegd over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot douane- en handelsaangelegenheden. Hiertoe worden door elke partij mechanismen voor passend en regelmatig overleg tussen de diensten en het bedrijfsleven opgericht;

  • c.

    algemene bekendheid te geven aan administratieve berichten ter zake, met name over de eisen voor douane-expediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten en adressen voor het inwinnen van informatie;

  • d.

    de samenwerking tussen de marktdeelnemers en de betrokken diensten te stimuleren door toepassing van niet-arbitraire, openbaar toegankelijke procedures, zoals intentieverklaringen, met name op basis van die welke door de WDO zijn uitgevaardigd;

  • e.

    erop toe te zien dat hun respectieve eisen en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden blijven aansluiten op de legitieme behoeften van de handel, dat hierbij goede praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.

Artikel

78

Vergoedingen en heffingen

De partijen verbieden administratieve heffingen van gelijke werking als in- en uitvoerrechten en heffingen.

Met betrekking tot alle door de douaneautoriteiten van elke partij opgelegde vergoedingen en heffingen van welke aard ook, met inbegrip van vergoedingen en heffingen voor taken die namens die autoriteiten door een andere instantie zijn verricht, op of in verband met de invoer of uitvoer en onverminderd de desbetreffende artikelen van hoofdstuk 1 (Nationale behandeling en markttoegang voor goederen) van titel IV van deze overeenkomst, komen de partijen overeen dat:

  • a.

    vergoedingen en heffingen enkel kunnen worden opgelegd ter zake van buiten de aangewezen diensturen en op andere plaatsen dan de in de douaneregelingen bedoelde, op verzoek van de aangever in verband met de betrokken in- of uitvoer verleende diensten of een met die in- of uitvoer verband houdende formaliteit waaraan moet worden voldaan;

  • b.

    het bedrag van vergoedingen en heffingen niet de kosten van de verleende dienst te boven gaat;

  • c.

    vergoedingen en heffingen niet op een ad-valoremgrondslag worden berekend;

  • d.

    informatie over vergoedingen en heffingen wordt bekendgemaakt. Deze informatie omvat de reden voor de vergoeding of de heffing ter zake van de verleende dienst, de verantwoordelijke autoriteit, de vergoedingen en heffingen die zullen worden toegepast, en het tijdstip en de wijze waarop de betaling moet worden verricht.

    De informatie over vergoedingen en heffingen wordt via een officieel aangewezen medium, en waar haalbaar en mogelijk via een officiële website, bekendgemaakt;

  • e.

    nieuwe of gewijzigde vergoedingen en heffingen worden niet opgelegd totdat informatie daarover bekend is gemaakt en gemakkelijk beschikbaar is.

Artikel

79

Vaststelling van de douanewaarde

Artikel

80

Samenwerking op douanegebied

De partijen versterken de samenwerking om te zorgen voor implementatie van de doelstellingen van dit hoofdstuk, waarbij een redelijk evenwicht moet worden gezocht tussen vereenvoudiging en bevordering enerzijds, en doeltreffende controle en veiligheid anderzijds. Hiertoe gebruiken de partijen in voorkomend geval de blauwdrukken die de EG voor de douane heeft opgesteld, als benchmarking-instrument.

Om ervoor te zorgen dat de bepalingen van dit hoofdstuk worden nageleefd, zullen de partijen onder meer:

  • a.

    informatie uitwisselen over douanewetgeving en -procedures;

  • b.

    gezamenlijke initiatieven ontwikkelen op het gebied van de procedures bij invoer, uitvoer en doorvoer, alsmede initiatieven om de zakenwereld een efficiënte dienstverlening aan te bieden;

  • c.

    samenwerken op het gebied van de automatisering van douane- en andere handelsprocedures;

  • d.

    in voorkomend geval relevante informatie en gegevens uitwisselen, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van gevoelige gegevens en de bescherming van persoonsgegevens;

  • e.

    informatie uitwisselen en/of in overleg treden om voor zover mogelijk, gemeenschappelijke standpunten vast te stellen in internationale organisaties op douanegebied als de WTO, de WDO, de VN, de Conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling (Unctad) en de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;

  • f.

    samenwerken bij de planning en verlening van technische bijstand, met name ter vergemakkelijking van hervormingen op het gebied van douane en handelsbevordering overeenkomstig deze overeenkomst;

  • g.

    beste praktijken op douanegebied uitwisselen, met name inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, in het bijzonder waar het gaat om nagemaakte goederen;

  • h.

    de coördinatie tussen alle grensinstanties zowel nationaal als grensoverschrijdend bevorderen om het proces van grensoverschrijding te vergemakkelijken en de controles te versterken, waarbij gezamenlijke grenscontroles waar dit haalbaar en passend is, tot de mogelijkheden behoren;

  • i.

    wederzijds toegelaten handelaren alsmede douanecontroles in voorkomend geval en voor zover passend, erkennen. Over de reikwijdte van deze samenwerking, de tenuitvoerlegging ervan en de praktische regelingen in dit verband wordt besloten door het in artikel 83 van deze overeenkomst bedoelde subcomité douane.

Artikel

81

Wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

Onverminderd artikel 80 van deze overeenkomst verlenen de overheden van de partijen elkaar administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, in overeenstemming met de bepalingen die zijn neergelegd in protocol II bij deze overeenkomst inzake wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden.

Artikel

82

Technische bijstand en capaciteitsopbouw

De partijen werken samen met het oog op het verlenen van technische bijstand en op capaciteitsopbouw voor de implementatie van de handelsbevordering en de hervormingen op douanegebied.

Artikel

83

Subcomité douane

Er wordt een subcomité douane opgericht. Het subcomité brengt verslag over zijn activiteiten uit aan het Associatiecomité, in de samenstelling volgens artikel 465, lid 4, van deze overeenkomst. De taken van het subcomité douane omvatten regelmatig overleg en toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer in het kader van dit hoofdstuk, waaronder inzake aangelegenheden op het gebied van de douanesamenwerking, grensoverschrijdende douanesamenwerking en grensoverschrijdend beheer inzake douaneaangelegenheden, technische bijstand, oorsprongsregels, handelsbevordering alsmede wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden.

Het subcomité douane zal onder meer:

  • a.

    toezien op de goede werking van dit hoofdstuk en de protocollen 1 en 2 bij deze overeenkomst;

  • b.

    besluiten tot het treffen van maatregelen en praktische regelingen voor de implementatie van dit hoofdstuk en de protocollen 1 en 2 bij deze overeenkomst, met inbegrip van de uitwisseling van informatie en gegevens, wederzijdse erkenning van douanecontroles en partnerschapsprogramma's op handelsgebied, en wederzijds overeengekomen voordelen;

  • c.

    van gedachten wisselen over punten van gezamenlijk belang, met inbegrip van toekomstige maatregelen en de middelen daarvoor;

  • d.

    passende aanbevelingen doen; en

  • e.

    zijn interne reglement van orde vaststellen.

Artikel

84

Aanpassing van douanewetgeving

De geleidelijke aanpassing aan de EU-douanewetgeving zoals deze is neergelegd in de EU-normen en de internationale normen zal plaatsvinden zoals uiteengezet in bijlage XV bij deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

6

VESTIGING, HANDEL IN DIENSTEN EN ELEKTRONISCHE HANDEL

AFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

85

Doelstelling en toepassingsgebied

Artikel

86

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

  • 1.

    „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • 2.

    „door een partij vastgestelde of toegepaste maatregelen”: maatregelen genomen door:

    • a.

      een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit; en

    • b.

      een niet-gouvernementele organisatie bij de uitoefening van door een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit gedelegeerde bevoegdheden;

  • 3.

    „natuurlijke persoon van een partij”: een onderdaan van een EU-lidstaat of van Oekraïne volgens hun respectieve wetgeving;

  • 4.

    „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • 5.

    „rechtspersoon van de EU-partij” of „rechtspersoon van Oekraïne”: een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Oekraïne is opgericht, en die op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is respectievelijk op dat van Oekraïne zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft.

    Wanneer deze rechtspersoon op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of op dat van Oekraïne alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft, wordt hij niet als rechtspersoon uit de EU-partij respectievelijk Oekraïne beschouwd, tenzij zijn handelingen een daadwerkelijke en duurzame band met de economie van de EU-partij respectievelijk Oekraïne hebben;

  • 6.

    onverminderd het voorgaande lid zijn de bepalingen van deze overeenkomst tevens van toepassing op buiten de EU-partij of Oekraïne gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Oekraïne zeggenschap hebben, indien hun schepen overeenkomstig hun respectieve wetgeving in die lidstaat of Oekraïne zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van Oekraïne voeren;

  • 7.

    „dochteronderneming” van een rechtspersoon uit een partij: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft11)Een rechtspersoon heeft zeggenschap over een andere rechtspersoon wanneer eerstgenoemde bevoegd is een meerderheid van zijn bestuurders te benoemen of de handelingen van die andere rechtspersoon anderszins te sturen.;

  • 8.

    „filiaal” van een rechtspersoon: een vestiging zonder rechtspersoonlijkheid die:

    • a.

      kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij;

    • b.

      een eigen managementstructuur heeft; en

    • c.

      over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de vestiging die het agentschap vormt;

  • 9.

    „vestiging”:

    • a.

      wat rechtspersonen in de EU-partij of in Oekraïne betreft, het recht op toegang tot en op uitoefening van economische activiteiten door oprichting, met inbegrip van verwerving, van een rechtspersoon en/of van een filiaal of een vertegenwoordigingskantoor in Oekraïne respectievelijk in de EU-partij;

    • b.

      wat natuurlijke personen betreft, het recht van natuurlijke personen uit de EU-partij of uit Oekraïne op toegang tot en op uitoefening van economische activiteiten als zelfstandige, alsmede het recht op de oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen, waarover zij daadwerkelijk zeggenschap hebben;

  • 10.

    „investeerder”: een natuurlijke of rechtspersoon uit een partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit uitoefent of tracht uit te oefenen;

  • 11.

    „economische activiteiten”: omvatten activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden, behoudens activiteiten die worden uitgevoerd bij de uitoefening van overheidsgezag;

  • 12.

    „handelingen”: het verrichten van economische activiteiten;

  • 13.

    „diensten”: alle diensten in elke sector behalve diensten die bij de uitoefening van overheidsgezag worden verleend;

  • 14.

    „bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten en andere activiteiten”: elke dienst of activiteit die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners wordt verleend;

  • 15.

    „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:

    • a.

      vanaf het grondgebied van een partij op het grondgebied van de andere partij;

    • b.

      op het grondgebied van een partij ten behoeve van een gebruiker van de dienst uit de andere partij;

  • 16.

    „dienstverlener” van een partij: een natuurlijke of rechtspersoon uit een partij die een dienst verleent of aanbiedt, met inbegrip van personen die dit via een vestiging doen;

  • 17.

    „stafpersoneel”: natuurlijke personen die bij een rechtspersoon uit een partij, niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk, werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel voor een goed toezicht op en een goede administratie en exploitatie van een vestiging.

    Tot het stafpersoneel behoren tevens „zakelijke bezoekers” die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging en „binnen de onderneming overgeplaatste personen”:

    • a.

      „zakelijke bezoekers”: natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron die in de gastpartij is gevestigd;

    • b.

      „binnen de onderneming overgeplaatste personen”: natuurlijke personen die ten minste een jaar werknemer of partner (niet zijnde meerderheidsaandeelhouder) van een rechtspersoon uit een partij zijn en die tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst. De betrokken natuurlijke persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren;

      • i.

        managers:

        personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder natuurlijke personen die:

        • leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;

        • toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en deze werkzaamheden controleren;

        • persoonlijk bevoegd zijn personeel in dienst te nemen en te ontslaan, of indienstneming of ontslag van personeel of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

      • ii.

        specialisten:

        binnen een rechtspersoon werkzame personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging. Voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;

  • 18.

    „afgestudeerde stagiairs”: natuurlijke personen uit een partij die ten minste een jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit die partij, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst12)Van de ontvangende vestiging kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is voor opleiding. De bevoegde autoriteiten kunnen verlangen dat de opleiding wordt gekoppeld aan het universitaire diploma dat is behaald.;

  • 19.

    „verkopers van zakelijke diensten”: natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een dienstverlener uit een partij die toegang tot en tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere partij beoogt om over de verkoop van diensten te onderhandelen of voor die dienstverlener overeenkomsten voor de verkoop van diensten te sluiten. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een in de gastpartij gevestigde bron;

  • 20.

    „dienstverleners op contractbasis”: natuurlijke personen in dienst bij een rechtspersoon uit een partij die geen vestiging op het grondgebied van de andere partij heeft en die een bonafide contract13)Het dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en de rechtsgeldige eisen van de partij waar het contract wordt uitgevoerd. voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij heeft gesloten, zodat de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract;

  • 21.

    „beoefenaars van een vrij beroep”: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een partij zijn gevestigd, geen vestiging op het grondgebied van de andere partij hebben en een bonafide contract14)Het dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en de rechtsgeldige eisen van de partij waar het contract wordt uitgevoerd. voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij hebben gesloten, zodat hun tijdelijke aanwezigheid op het grondgebied van die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract.

AFDELING

2

VESTIGING

Artikel

87

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen die door de partijen zijn vastgesteld of worden gehandhaafd en die van invloed zijn op vestiging15)Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de bescherming van investeringen, anders dan de behandeling ingevolge artikel 88 (nationale behandeling), procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en de staat daaronder begrepen. met betrekking tot alle economische activiteiten, met uitzondering van:

  • a.

    de winning, vervaardiging en verwerking16)Voor alle duidelijkheid: de verwerking van nucleair materiaal omvat alle activiteiten van code 2330 van de herziene versie 3.1 van de VN ISIC classificatie. van nucleair materiaal;

  • b.

    de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c.

    audiovisuele diensten;

  • d.

    nationale maritieme cabotage17)Behoudens de activiteiten die onder de betreffende nationale wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale cabotage in de zin van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie, en een andere haven of locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie.;

  • e.

    interne en internationale luchtvervoerdiensten18)De voorwaarden voor wederzijdse toegang tot de markt op het gebied van luchtvervoer wordt geregeld door de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten enerzijds en Oekraïne anderzijds betreffende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke luchtvaartruimte., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen;

    • iv.

      grondafhandelingsdiensten;

    • v.

      exploitatie van luchthavens.

Artikel

88

Nationale behandeling en behandeling als meest begunstigde natie

Artikel

89

Herziening

Artikel

90

Andere overeenkomsten

Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk wordt zodanig uitgelegd dat de rechten van investeerders uit de partijen op een gunstigere behandeling waarin is voorzien in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en Oekraïne partij zijn, worden beperkt.

Artikel

91

Norm voor de behandeling van filialen en vertegenwoordigingskantoren

AFDELING

3

GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel

92

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening, met uitzondering van:

  • a.

    audiovisuele diensten22)De uitsluiting van audiovisuele diensten uit het toepassingsgebied van dit hoofdstuk laat de samenwerking op het gebied van audiovisuele diensten in het kader van titel V inzake economische en sectorale samenwerking van deze overeenkomst onverlet.;

  • b.

    nationale cabotage in het zeevervoer23)Behoudens de activiteiten die onder de betreffende nationale wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale cabotage in het zeevervoer in de zin van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie, en een andere haven of locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en op verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie., en

  • c.

    interne en internationale luchtvervoerdiensten24)De voorwaarden voor wederzijdse toegang tot de markt op het gebied van luchtvervoer wordt geregeld door de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten enerzijds en Oekraïne anderzijds betreffende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke luchtvaartruimte., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii.

      diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen;

    • iv.

      grondafhandelingsdiensten;

    • v.

      exploitatie van luchthavens.

Artikel

93

Markttoegang

Artikel

94

Nationale behandeling

Artikel

95

Lijsten van verbintenissen

Artikel

96

Herziening

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen zal het Handelscomité regelmatig de in artikel 95 van deze overeenkomst bedoelde lijsten van verbintenissen herzien. Bij deze herziening zal rekening worden gehouden met de mate van vooruitgang wat de omzetting, de implementatie en de handhaving van het in bijlage XVII bij deze overeenkomst bedoelde EU-acquis betreft en de impact daarvan op de afschaffing van resterende belemmeringen voor de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen.

AFDELING

4

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKELIJKE DOELEINDEN

Artikel

97

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op de maatregelen van de partijen betreffende de toelating en het tijdelijke verblijf25)Alle andere verplichtingen in de wet- en regelgeving van de partijen aangaande binnenkomst, verblijf, arbeid en sociale zekerheid blijven van toepassing, regelingen betreffende verblijfsperiode, minimumloon en collectieve loonovereenkomsten daaronder begrepen. Verbintenissen inzake personenverkeer zijn niet van toepassing in gevallen waarin het de bedoeling of het gevolg van dergelijk verkeer is in te grijpen in arbeids- of managementgeschillen of -onderhandelingen, dan wel het resultaat van dergelijke geschillen of onderhandelingen op andere wijze te beïnvloeden. op hun grondgebied van categorieën natuurlijke personen die diensten verlenen als omschreven in artikel 86, leden 17 tot en met 21, van deze overeenkomst.

Artikel

98

Stafpersoneel

Artikel

99

Afgestudeerde stagiairs

Een rechtspersoon uit de EU-partij of uit Oekraïne mag in overeenstemming met de in het gastland van vestiging geldende wetgeving afgestudeerde stagiairs die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Oekraïne, in dienst hebben respectievelijk in dienst laten zijn van een van haar dochterondernemingen, filialen of vertegenwoordigingskantoren op het grondgebied van Oekraïne respectievelijk de EU-partij, mits die stagiairs uitsluitend in dienst zijn van rechtspersonen, dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren. De tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf van afgestudeerde stagiairs bestrijken een periode van maximaal een jaar.

Artikel

100

Verkopers van zakelijke diensten

Elk van beide partijen maakt de tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten mogelijk voor een periode van maximaal 90 dagen per 12 maanden.

Artikel

101

Dienstverleners op contractbasis

Artikel

102

Beoefenaars van een vrij beroep

AFDELING

5

REGELGEVINGSKADER

ONDERAFDELING

1

INTERNE REGELGEVING

Artikel

103

Werkingssfeer en definities

Artikel

104

Voorwaarden voor vergunningverlening

Artikel

105

Vergunningsprocedures

ONDERAFDELING

2

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

106

Wederzijdse erkenning

Artikel

107

Transparantie en bekendmaking van vertrouwelijke informatie

ONDERAFDELING

3

DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel

108

Afspraak over computerdiensten

ONDERAFDELING

4

POST- EN KOERIERSDIENSTEN

Artikel

109

Werkingssfeer en definities

Artikel

110

Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken in de post- en koeriersector

Er worden passende maatregelen gehandhaafd of genomen om te voorkomen dat leveranciers die, alleen of samen met anderen, de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de relevante markt voor post- en koeriersdiensten door het gebruik van hun eigen marktpositie in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, overgaan tot concurrentiebeperkende praktijken of deze voortzetten.

Artikel

111

Universele dienst

Elk van beide partijen heeft het recht de aard van de universeledienstverplichtingen vast te stellen die zij in stand wenst te houden. Dergelijke verplichtingen worden op zich niet als concurrentieverstorend gezien, mits zij worden geregeld op een transparante, niet-discriminerende en vanuit concurrentieoogpunt neutrale wijze en zij niet meer lasten met zich brengen dan voor de door de partij vastgestelde universele dienst noodzakelijk is.

Artikel

112

Vergunningen

Artikel

113

Onafhankelijkheid van de regelgevende instantie

De regelgevende instantie is juridisch onafhankelijk van en niet aansprakelijk jegens verleners van post- en koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instantie neemt en de procedures die zij volgt, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

Artikel

114

Aanpassing van regelgeving

ONDERAFDELING

5

ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE

Artikel

115

Werkingssfeer en definities

Artikel

116

Regelgevende autoriteit

Artikel

117

Toestemming voor het verlenen van elektronische-communicatiediensten

Artikel

118

Toegang en interconnectie

Artikel

119

Schaarse middelen

Artikel

120

Universele dienst

Artikel

121

Grensoverschrijdende verlening van elektronische-communicatiediensten

De partijen stellen geen maatregelen in, noch handhaven zij maatregelen, wanneer deze de grensoverschrijdende verlening van elektronische-communicatiediensten beperken.

Artikel

122

Vertrouwelijke informatie

Elk van beide partijen waarborgt het vertrouwelijke karakter van elektronische communicatie die via een openbaar elektronische-communicatienetwerk en via openbare elektronische-communicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel

123

Geschillen tussen dienstverleners

Artikel

124

Aanpassing van regelgeving

ONDERAFDELING

6

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

125

Werkingssfeer en definities

Artikel

126

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

127

Doeltreffende en transparante regelgeving

Artikel

128

Nieuwe financiële diensten

Elk van beide partijen staat verleners van financiële diensten uit de andere partij die op haar grondgebied zijn gevestigd, toe om nieuwe financiële diensten te verlenen indien zij krachtens haar interne wetgeving aan haar eigen verleners van financiële diensten voor soortgelijke diensten onder vergelijkbare omstandigheden toestemming zou geven. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend worden geweigerd om de in artikel 126 van deze overeenkomst bedoelde redenen.

Artikel

129

Gegevensverwerking

Artikel

130

Specifieke uitzonderingen

Artikel

131

Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelneming aan, dan wel toegang tot een zelfregulerend lichaam, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, verrekenkantoor of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van de artikelen 88 en 94 worden nageleefd.

Artikel

132

Clearing- en betalingssystemen

Onder voorwaarden van nationale behandeling verschaft elk van beide partijen aan op zijn grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt niet toegang te verschaffen tot de kredietfaciliteiten in laatste instantie van de partij.

Artikel

133

Aanpassing van regelgeving

ONDERAFDELING

7

VERVOER

Artikel

134

Toepassingsgebied

Deze onderafdeling bevat de beginselen van de liberalisering van vervoersdiensten ingevolge de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk.

Artikel

135

Internationaal vervoer over zee

Artikel

136

Vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren

Artikel

137

Luchtvervoer

Artikel

138

Aanpassing van regelgeving

Oekraïne past zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, aan de op dat ogenblik op het gebied van het internationale zeevervoer bestaande wetgeving van de EU-partij aan, voor zover deze gericht is op de liberalisering en op de wederzijdse toegang tot de markten van de partijen alsmede het verkeer van reizigers en van goederen. Deze aanpassing vangt aan op de datum waarop de overeenkomst wordt ondertekend, en wordt geleidelijk tot alle in bijlage XVII bij deze overeenkomst bedoelde onderdelen van het EU-acquis uitgebreid.

AFDELING

6

ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel

139

Doel en beginselen

Artikel

140

Regelgevingsaspecten van elektronische handel

AFDELING

7

UITZONDERINGEN

Artikel

141

Algemene uitzonderingen

Artikel

142

Belastingmaatregelen

De meestbegunstigingsbehandeling die ingevolge dit hoofdstuk wordt toegekend, is niet van toepassing op de belastingbehandeling die de partijen geven of in de toekomst zullen geven op basis van overeenkomsten tussen hen ter voorkoming van dubbele belasting.

Artikel

143

Uitzonderingen met betrekking tot de veiligheid

HOOFDSTUK

7

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

144

Lopende betalingen

De partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds toe te staan dat alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen worden verricht in vrij converteerbare valuta, en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.

Artikel

145

Kapitaalverkeer

Artikel

146

Vrijwaringsmaatregelen

Onverminderd hetgeen elders in deze overeenkomst is bepaald, kunnen de betrokken partijen, wanneer in uitzonderlijke omstandigheden betalingen of kapitaalbewegingen tussen de partijen ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor het wisselkoersbeleid of het monetair beleid36)Met inbegrip van ernstige moeilijkheden met betrekking tot de betalingsbalans. in een of meer lidstaten van de Europese Unie of in Oekraïne, voor een periode van ten hoogste zes maanden strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van kapitaalbewegingen tussen de EU-partij en Oekraïne treffen. De partij die de vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.

Artikel

147

Bepalingen inzake bevordering van het verkeer en verdere liberalisering

HOOFDSTUK

8

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

148

Doelstellingen

De partijen erkennen de bijdrage van transparante, niet-discriminerende, op concurrentie gebaseerde en openbare aanbestedingen aan een duurzame economische ontwikkeling en stellen zich een effectieve, wederzijdse en geleidelijke openstelling van hun respectieve markten voor overheidsopdrachten ten doel.

Dit hoofdstuk voorziet in wederzijdse toegang tot markten voor overheidsopdrachten op basis van het beginsel van nationale behandeling op nationaal, regionaal en lokaal niveau voor overheidsopdrachten en concessies in zowel de traditionele als in de nutssector. Het voorziet in de geleidelijke aanpassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten in Oekraïne aan het EU-acquis inzake overheidsopdrachten, en in een institutionele hervorming alsmede de inrichting van een doeltreffend systeem voor overheidsopdrachten op basis van de voor overheidsopdrachten in de EU-partij geldende beginselen, en de voorwaarden en definities van Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, hierna „Richtlijn 2004/18/EG” genoemd, en van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, hierna „Richtlijn 2004/17/EG” genoemd.

Artikel

149

Toepassingsgebied

Artikel

150

Institutionele achtergrond

Artikel

151

Basisnormen voor de gunning van opdrachten

Publicatie

Gunning van opdrachten

Rechtsbescherming

Artikel

152

Planning van aanpassing van wetgeving

Artikel

153

Aanpassing van wetgeving

Artikel

154

Markttoegang

Artikel

155

Informatie

Artikel

156

Samenwerking

HOOFDSTUK

9

INTELLECTUELE EIGENDOM

AFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

157

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    het bevorderen van de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten in de partijen; en

  • b.

    het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel

158

Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen

Artikel

159

Overdracht van technologie

Artikel

160

Uitputting

Het staat de partijen vrij hun eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen, met inachtneming van de TRIPs-overeenkomst.

AFDELING

2

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING

1

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

161

Geboden bescherming

De partijen leven de volgende bepalingen na:

Artikel

162

Duur van de rechten van de auteur

Artikel

163

Duur van de bescherming van cinematografische of audiovisuele werken

Artikel

164

Duur van de naburige rechten

Artikel

165

Bescherming van niet eerder gepubliceerde werken

Eenieder die na het verstrijken van de auteursrechtelijke bescherming een niet eerder gepubliceerd werk voor het eerst op geoorloofde wijze publiceert of op geoorloofde wijze aan het publiek meedeelt, geniet een bescherming die gelijkwaardig is met de vermogensrechten van de auteur. De beschermingstermijn van deze rechten bedraagt 25 jaar vanaf het tijdstip waarop het werk voor het eerst op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek meegedeeld is.

Artikel

166

Kritische en wetenschappelijke publicaties

De partijen kunnen tevens kritische en wetenschappelijke publicaties van publiek domein geworden werken beschermen. De beschermingstermijn van die rechten bedraagt maximaal 30 jaar vanaf het tijdstip waarop de publicatie voor het eerst op geoorloofde wijze gepubliceerd is.

Artikel

167

Bescherming van foto's

Foto's die oorspronkelijk zijn in de zin dat zij een eigen schepping van de auteur zijn, worden overeenkomstig artikel 162 van deze overeenkomst beschermd. De partijen kunnen voorzien in de bescherming van andere foto's.

Artikel

168

Samenwerking bij het collectieve beheer van rechten

De partijen erkennen de noodzaak van afspraken tussen hun respectieve auteursrechtenorganisaties teneinde de toegang tot en de levering van inhoud tussen de grondgebieden van de partijen te vergemakkelijken en de wederzijdse overdracht van royalty's voor het gebruik van werken of ander beschermd materiaal van de partijen te waarborgen. De partijen erkennen dat hun respectieve auteursrechtenorganisaties een hoog niveau van rationalisatie en transparantie met betrekking tot de uitvoering van hun taken moeten bereiken.

Artikel

169

Recht met betrekking tot vastlegging

Artikel

170

Uitzending en mededeling aan het publiek

Artikel

171

Distributierecht

Artikel

172

Beperkingen

Artikel

173

Recht om te reproduceren

De partijen voorzien in het uitsluitende recht, de directe of indirecte, tijdelijke of duurzame, volledige of gedeeltelijke reproductie, met welke middelen en in welke vorm ook, toe te staan of te verbieden, ten behoeve van:

  • a.

    auteurs, met betrekking tot hun werken;

  • b.

    uitvoerend kunstenaars, met betrekking tot de vastleggingen van hun uitvoeringen;

  • c.

    producenten van fonogrammen, met betrekking tot hun fonogrammen;

  • d.

    producenten van de eerste vastleggingen van films, met betrekking tot het origineel en de kopieën van hun films;

  • e.

    omroeporganisaties, met betrekking tot de vastleggingen van hun uitzendingen, ongeacht of deze uitzendingen al dan niet via de ether plaatsvinden, uitzendingen per kabel of satelliet daaronder begrepen.

Artikel

174

Recht van mededeling van werken aan het publiek en recht van beschikbaarstelling van ander materiaal voor het publiek

Artikel

175

Beperkingen en restricties

Artikel

176

Bescherming van technische voorzieningen

Artikel

177

Bescherming van informatie over het beheer van rechten

Artikel

178

Houders van een recht en voorwerp van het verhuur- en uitleenrecht

Artikel

179

Niet voor afstand vatbaar recht op een billijke vergoeding

Artikel

180

Bescherming van computerprogramma's

Artikel

181

Auteurschap van computerprogramma's

Artikel

182

Handelingen waarvoor toestemming nodig is in verband met computerprogramma's

Onverminderd de artikelen 183 en 184 van deze overeenkomst omvatten de uitsluitende rechten van de houders van een recht in de zin van artikel 181 het recht de volgende handelingen te verrichten of het verrichten daarvan toe te staan:

  • a.

    de permanente of tijdelijke reproductie van een deel of het geheel van een computerprogramma, ongeacht op welke wijze en in welke vorm. Voor zover deze reproductie van het programma noodzakelijk is voor het laden of in beeld brengen, of de uitvoering, transmissie of opslag van een computerprogramma, is voor deze handelingen toestemming van de houder van het recht vereist;

  • b.

    het vertalen, bewerken, arrangeren of anderszins veranderen van een programma, en de reproductie van het resultaat daarvan, onverminderd de rechten van degene die het programma verandert;

  • c.

    elke vorm van distributie, met inbegrip van het verhuren, van een oorspronkelijk computerprogramma of kopieën daarvan onder het publiek.

Artikel

183

Uitzonderingen voor handelingen waarvoor toestemming nodig is in verband met computerprogramma's

Artikel

184

Decompilatie

Artikel

185

Bescherming van databanken

Artikel

186

Voorwerp van bescherming

Artikel

187

Auteurschap van databanken

Artikel

188

Handelingen waarvoor toestemming nodig is

De auteur van een databank heeft, met betrekking tot de voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komende uitdrukkingsvorm van de databank, het uitsluitende recht de volgende handelingen te verrichten of toe te staan:

  • a.

    de permanente of tijdelijke reproductie, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • b.

    de vertaling, bewerking, schikking en elke andere verandering;

  • c.

    elke vorm van openbare verspreiding van de databank of van kopieën daarvan;

  • d.

    elke mededeling, voorstelling of demonstratie voor het publiek;

  • e.

    elke reproductie, verspreiding, mededeling, voorstelling of demonstratie voor het publiek, van de resultaten van de onder b) vermelde handelingen.

Artikel

189

Uitzonderingen voor handelingen waarvoor toestemming nodig is met betrekking tot databanken

Artikel

190

Volgrecht

Artikel

191

Satellietomroep

Elk van beide partijen voorziet in een uitsluitend recht voor de auteur om communicatie van auteursrechtelijk beschermde werken per satelliet toe te staan.

Artikel

192

Doorgifte via de kabel

Elk van beide partijen draagt er zorg voor dat de doorgifte via de kabel van programma's uit de andere partij op hun grondgebied met inachtneming van de toepasselijke auteursrechten en naburige rechten geschiedt en plaatsvindt op grond van individuele of collectieve contractuele regelingen tussen de auteursrechthebbenden, de houders van naburige rechten en de kabelmaatschappijen.

ONDERAFDELING

2

HANDELSMERKEN

Artikel

193

Registratieprocedure

Artikel

195

De rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk

Het geregistreerde handelsmerk geeft de houder een uitsluitend recht. Dit recht staat de houder toe iedere derde die niet zijn/haar toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economisch verkeer te verbieden:

  • a.

    wanneer dat teken gelijk is aan het handelsmerk en gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het handelsmerk is geregistreerd;

  • b.

    wanneer, doordat het teken dat gelijk is aan of vergelijkbaar is met het handelsmerk en betrekking heeft op dezelfde of soortgelijke waren of diensten als die waarvoor het handelsmerk is geregistreerd, verwarring bij het publiek kan ontstaan, met inbegrip van het gevaar van associatie met het oudere handelsmerk.

Artikel

196

Uitzonderingen op de rechten verbonden aan een handelsmerk

Artikel

197

Gebruik van handelsmerken

Artikel

198

Gronden van verval

Artikel

199

Gedeeltelijke weigering. vervallen- of nietigverklaring

Indien een grond voor weigering van registratie, vervallen- of nietigverklaring van een handelsmerk slechts bestaat voor een deel van de waren of diensten waarvoor dit handelsmerk gedeponeerd of geregistreerd is, betreffen de weigering van registratie, de vervallen- of de nietigverklaring alleen die waren of diensten.

Artikel

200

Duur van de bescherming

De duur van de bescherming die in de EU-partij en Oekraïne na de datum waarop een aanvraag is ingediend, wordt geboden, bedraagt ten minste tien jaar. De houder van een recht kan de beschermingsduur verlengen voor aansluitende perioden van 10 jaar.

ONDERAFDELING

3

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

201

Toepassingsgebied van de onderafdeling

Artikel

202

Vaststelling van geografische aanduidingen

Artikel

203

Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen

Artikel

204

Toepassingsgebied van de bescherming van geografische aanduidingen

Artikel

205

Gebruiksrecht van geografische aanduidingen

Artikel

206

Relatie met handelsmerken

Artikel

207

Handhaving van bescherming

De partijen handhaven de in de artikelen 204 tot en met 206 van deze overeenkomst bedoelde bescherming door passend optreden van hun autoriteiten, onder meer aan de douanegrens. Ook handhaven zij die bescherming op verzoek van een belanghebbende.

Artikel

208

Tijdelijke maatregelen

Artikel

209

Algemene bepalingen

Artikel

210

Samenwerking en transparantie

Artikel

211

Subcomité geografische aanduidingen

ONDERAFDELING

4

TEKENINGEN EN MODELLEN

Artikel

212

Definitie

Voor de toepassing van deze overeenkomst

  • a.

    „tekening of model”: de verschijningsvorm van een voortbrengsel of een deel ervan, die wordt afgeleid uit de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen van het voortbrengsel zelf en/of de versiering ervan;

  • b.

    „voortbrengsel”: elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp, met inbegrip van onder meer onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd, verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen, doch niet computerprogramma's;

  • c.

    „samengesteld voortbrengsel”: een voortbrengsel dat bestaat uit meerdere onderdelen die vervangen kunnen worden, zodat het voortbrengsel uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet kan worden.

Artikel

213

Vereisten voor bescherming

Artikel

214

Duur van de bescherming

Artikel

215

Nietigheid of weigering van inschrijving

Artikel

216

Verleende rechten

De houder van een beschermde tekening of een beschermd model heeft ten minste het uitsluitende recht om deze/dit te gebruiken en om derden die daartoe niet zijn/haar toestemming hebben, te beletten deze/dit te gebruiken, met name om producten waarin de tekening of het model is verwerkt of wordt toegepast, te vervaardigen, aan te bieden, in de handel te brengen, in of uit te voeren, te gebruiken of voor die doeleinden op te slaan.

Artikel

217

Uitzonderingen

Artikel

218

Verband met auteursrecht

Tekeningen of modellen die door een tekening- of modelrecht worden beschermd en overeenkomstig deze onderafdeling in een partij zijn ingeschreven, kunnen vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens de auteursrechtwetgeving van die partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, wordt door elk van beide partijen vastgesteld.

ONDERAFDELING

5

OCTROOIEN

Artikel

219

Octrooien en volksgezondheid

Artikel

220

Aanvullend beschermingscertificaat

Artikel

221

Bescherming van biotechnologische uitvindingen

Artikel

222

Bescherming van gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel

Artikel

223

Gegevensbescherming met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen

ONDERAFDELING

6

TOPOGRAFIEËN VAN HALFGELEIDERPRODUCTEN

Artikel

224

Definitie

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    „halfgeleiderproduct”: een product in zijn definitieve of intermediaire vorm:

    dat bestaat uit een plak materiaal die een laag halfgeleidermateriaal bevat, waarop volgens een vooraf bepaald driedimensionaal patroon een of meer lagen geleidend, isolatie- of halfgeleidermateriaal zijn aangebracht, en dat bestemd is om uitsluitend elektronische functies of elektronische en andere functies samen te vervullen;

  • b.

    „topografie” van een halfgeleiderproduct: een reeks samenhangende beelden, op enigerlei wijze vastgelegd;

    die het driedimensionale patroon van de lagen weergeven waaruit het halfgeleiderproduct is samengesteld, en waarin elk beeld het patroon of een gedeelte van het patroon van een oppervlak van het halfgeleiderproduct in enig stadium van zijn vervaardiging voorstelt;

  • c.

    „commerciële exploitatie”: de verkoop, verhuur, leasing of het op andere wijze commercieel in het verkeer brengen, dan wel het aanbieden voor deze doeleinden. De commerciële exploitatie in de zin van artikel 227 van deze overeenkomst omvat echter niet de exploitatie onder voorwaarde van vertrouwelijkheid voor zover daarbij geen verspreiding onder derden plaatsvindt.

Artikel

225

Vereisten voor bescherming

Artikel

226

Uitsluitende rechten

Artikel

227

Duur van de bescherming

De uitsluitende rechten gelden ten minste tot tien jaar nadat de topografie voor het eerst ergens ter wereld commercieel is geëxploiteerd of, indien registratie een voorwaarde is voor het ontstaan of het voortbestaan van de uitsluitende rechten, tien jaar na het eerste van onderstaande tijdstippen:

  • a.

    het verstrijken van het kalenderjaar waarin de topografie voor het eerst ergens ter wereld commercieel geëxploiteerd is;

  • b.

    het verstrijken van het kalenderjaar waarin de registratieaanvraag in de voorgeschreven vorm ingediend is.

ONDERAFDELING

7

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel

229

Genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore

AFDELING

3

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

230

Algemene verplichtingen

Artikel

231

Rechthebbenden

ONDERAFDELING

1

CIVIELE MAATREGELEN, PROCEDURES EN RECHTSMIDDELEN

Artikel

232

Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

De partijen erkennen dat voor de toepassing van de in deze overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    het voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst, om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, volstaat dat zijn/haar naam op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, totdat bewijs van het tegendeel is geleverd;

  • b.

    het bepaalde onder a) van dit lid van overeenkomstige toepassing is op de houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.

Artikel

233

Bewijsmateriaal

Artikel

234

Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

Artikel

235

Recht op informatie

Artikel

236

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

237

Corrigerende maatregelen

Artikel

238

Rechterlijke bevelen

De partijen zorgen ervoor dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen. Wanneer het interne recht daarin voorziet, wordt bij niet-naleving van een rechterlijk bevel in deze in voorkomend geval een dwangsom tot naleving van het bevel opgelegd. De partijen zien er eveneens op toe dat houders van een recht kunnen verzoeken om een rechterlijk bevel tegen tussenpersonen waarvan diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te maken.

Artikel

239

Alternatieve maatregelen

De partijen kunnen bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van degene aan wie de in de artikelen 237 en/of 238 van deze overeenkomst vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van de artikelen 237 en/of 238 van deze overeenkomst niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt.

Artikel

240

Schadevergoeding

Artikel

241

Aan de procedure verbonden kosten

De partijen dragen er zorg voor dat, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de in het ongelijk gestelde partij zullen worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel

242

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

De partijen dragen er zorg voor dat de rechterlijke instanties in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van het ophangen en volledig of gedeeltelijk publiceren van de uitspraak. De partijen kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking, zoals opvallende publiciteit, die passend zijn in de omstandigheden van het geval.

Artikel

243

Administratieve procedures

Voor zover een civiele corrigerende maatregel kan worden gelast als gevolg van een administratieve bodemprocedure, is deze procedure in overeenstemming met beginselen die in wezen gelijkwaardig zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in de relevante bepalingen van deze onderafdeling.

ONDERAFDELING

2

AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel

244

Gebruik van diensten van intermediairs

Beide partijen erkennen dat derden voor inbreuk makende activiteiten gebruik kunnen maken van de diensten van intermediairs. Om het vrije verkeer van informatiediensten te waarborgen en terzelfder tijd intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving te handhaven, voorziet elk van beide partijen in de in deze onderafdeling vervatte maatregelen met betrekking tot aanbieders van intermediaire diensten. Deze onderafdeling is alleen van toepassing op de aansprakelijkheid die kan voortvloeien uit inbreuken op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, met name auteursrechten39)De in dit artikel vastgestelde vrijstellingen van aansprakelijkheid gelden uitsluitend voor gevallen waarin de activiteit van de aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij beperkt is tot het technische proces van werking en het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk waarop door derden verstrekte informatie wordt doorgegeven of tijdelijk wordt opgeslagen, met als enig doel de doorgifte efficiënter te maken; deze activiteit heeft een louter technisch, automatisch en passief karakter, hetgeen inhoudt dat de aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij noch kennis noch zeggenschap heeft over de informatie die wordt doorgegeven of opgeslagen.

Artikel

245

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)

Artikel

246

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „caching” (wijze van opslag)

Artikel

247

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „hosting”

Artikel

248

Geen algemene toezichtverplichting

Artikel

249

Overgangsperiode

Oekraïne legt de in deze onderafdeling bedoelde verplichtingen binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst volledig ten uitvoer.

ONDERAFDELING

3

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel

250

Maatregelen aan de grens

Artikel

251

Gedragscodes en samenwerking op forensisch gebied

De partijen stimuleren:

  • a.

    de ontwikkeling door handels- of beroepsverenigingen of -organisaties van gedragscodes die ten doel hebben bij te dragen tot handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten;

  • b.

    de indiening bij de bevoegde autoriteiten van de partijen van ontwerpgedragscodes en van evaluaties van de toepassing van deze gedragscodes.

Artikel

252

Samenwerking

HOOFDSTUK

10

MEDEDINGING

AFDELING

1

MEDEDINGING EN FUSIES

Artikel

253

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    „mededingingsautoriteit”:

    • a.

      voor de EU-partij: de Europese Commissie; en

    • b.

      voor Oekraïne: het comité tegen monopolievorming van Oekraïne;

  • 2.

    „mededingingswetgeving”:

    • a.

      voor de EU-partij, de artikelen 101, 102 en 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Verordening (EG) nr. 139/2004 van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, hierna „de EU-concentratieverordening” genoemd, en de uitvoeringsverordeningen en wijzigingen daarvan;

    • b.

      voor Oekraïne, wet nr. 2210-III van 11 januari 2001 (met wijzigingen daarvan) en de uitvoeringsverordeningen en wijzigingen daarvan. Ingeval van strijdigheid tussen wet nr. 2210-III en een andere materiële mededingingsbepaling draagt Oekraïne er zorg voor dat eerstgenoemde voorrang heeft voor zover er sprake is van strijdigheid; en

    • c.

      alle wijzigingen van voornoemde instrumenten na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

  • 3.

    Bijlage XXIII bevat toelichtingen op bepaalde andere in deze afdeling gebruikte uitdrukkingen.

Artikel

254

Beginselen

De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. Zij erkennen dat concurrentiebeperkende praktijken en transacties de goede werking van de markten kunnen verstoren en in het algemeen de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer ondergraven. Zij komen derhalve overeen dat de volgende praktijken en transacties, zoals neergelegd in hun respectieve mededingingswetgeving, onverenigbaar zijn met deze overeenkomst, voor zover zij de handel tussen de partijen ongunstig kunnen beïnvloeden:

  • a.

    overeenkomsten, onderling afgestemde praktijken en besluiten van ondernemersverenigingen, die tot doel of tot gevolg hebben dat de mededinging op het grondgebied van een van beide partijen wordt belemmerd, beperkt, vervalst of aanzienlijk wordt beperkt;

  • b.

    misbruik van machtspositie door een of meer ondernemingen, op het grondgebied van een van beide partijen, of

  • c.

    concentraties tussen ondernemingen die een monopolisering of een aanzienlijke beperking van de mededinging op de markt binnen het grondgebied van een van beide partijen tot gevolg hebben.

Artikel

255

Tenuitvoerlegging

Artikel

256

Aanpassing van wetgeving en handhavingspraktijk

Oekraïne past zijn mededingingswetgeving en handhavingspraktijk aan het volgende gedeelte van het EU-acquis aan:

  • 1.

    Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag.

    Tijdschema: Artikel 30 van deze verordening wordt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten uitvoer gelegd.

  • 2.

    Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de „EU-concentratieverordening”).

    Tijdschema: Artikel 1 en artikel 5, leden 1 en 2, van deze verordening worden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten uitvoer gelegd.

    Artikel 20 wordt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten uitvoer gelegd.

  • 3.

    Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen.

    Tijdschema: De artikelen 1 tot en met 4, 6, 7 en 8 van deze verordening worden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten uitvoer gelegd.

  • 4.

    Verordening (EG) nr. 772/2004 van de Commissie van 27 april 2004 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen overeenkomsten inzake technologieoverdracht.

    Tijdschema: De artikelen 1 tot en met 8 van deze verordening worden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten uitvoer gelegd.

Artikel

257

Openbare ondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend

Artikel

258

Staatsmonopolies

Artikel

259

Uitwisseling van informatie en samenwerking bij de rechtshandhaving

Artikel

260

Overleg

AFDELING

2

STAATSSTEUN

Artikel

262

Algemene beginselen

Artikel

263

Transparantie

Artikel

264

Interpretatie

De partijen komen overeen dat zij artikel 262, artikel 263, lid 3, of artikel 263, lid 4, van deze overeenkomst zullen gebruiken als bronnen voor de interpretatie van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 106, 107 en 93 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met inbegrip van de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie alsmede de relevante afgeleide wetgeving, kaders, richtsnoeren en andere administratieve handelingen die in de Europese Unie gelding hebben.

Artikel

265

Verhouding tot WTO

Deze bepalingen laten het recht van de partijen onverlet om in overeenstemming met de desbetreffende WTO-bepalingen handelsmaatregelen toe te passen of andere passende maatregelen te treffen, dan wel een geschillenbeslechtingsprocedure in te leiden.

Artikel

266

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op goederen en op diensten die zijn vermeld in bijlage XVI bij hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel) van titel IV van deze overeenkomst, in overeenstemming met het wederzijds overeengekomen besluit inzake markttoegang, maar met uitzondering van subsidies voor producten waarop bijlage 1 bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw en andere onder die overeenkomst vallende subsidies van toepassing is.

Artikel

267

Intern systeem voor controle met betrekking tot staatssteun

Teneinde aan de verplichtingen van de artikelen 262 tot en met 266 van deze overeenkomst te voldoen:

  • 1.

    stelt Oekraïne in het bijzonder wetgeving ten aanzien van staatssteun vast, en stelt het een operationeel onafhankelijke autoriteit in waaraan de bevoegdheden worden verleend die nodig zijn om artikel 262 van deze overeenkomst binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst volledig toe te passen. Deze autoriteit zal onder meer bevoegd zijn om staatssteunregelingen en individuele toekenningen van staatssteun goed te keuren, in overeenstemming met de in de artikelen 262 en 264 van deze overeenkomst bedoelde criteria, en om terugvordering van staatssteun te gelasten indien deze onrechtmatig is verleend. Nieuwe steunmaatregelen van Oekraïne moeten binnen een jaar na de datum van instelling van de autoriteit in overeenstemming zijn met de artikelen 262 en 264 van deze overeenkomst;

  • 2.

    maakt Oekraïne binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een alomvattende inventaris op van vóór de instelling van de in lid 1 bedoelde autoriteit ingevoerde steunregelingen, en brengt het die regelingen binnen zeven jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in overeenstemming met de in de artikelen 262 en 264 van deze overeenkomst bedoelde criteria;

  • 3.
    • a.

      De partijen komen voor de toepassing van het bepaalde in lid 262 van deze overeenkomst overeen dat tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van de overeenkomst alle door Oekraïne toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Oekraïne wordt beschouwd als een regio overeenkomend met de in artikel 107, lid 3, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde streken van de Europese Unie;

    • b.

      Oekraïne verstrekt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan de Europese Commissie de cijfers over zijn bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking op NUTS II-niveau. De in lid 1 van dit artikel bedoelde autoriteit en de Europese Commissie evalueren vervolgens gezamenlijk welke regio's van Oekraïne in aanmerking komen en welke maximum steunintensiteit dienovereenkomstig moet worden vastgesteld, met het oog op het in kaart brengen van de regionale steun op basis van de desbetreffende EU-richtsnoeren.

HOOFDSTUK

11

HANDELSGERELATEERDE ENERGIE

Artikel

268

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 5 (Douane en handelsbevordering) van titel IV van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • 1.

    „energiegoederen”: aardgas (GS-code 27.11), elektrische energie (GS-code 27.16) en ruwe olie (GS-code 27.09);

  • 2.

    „vaste infrastructuur”: transmissie- of distributienetwerk, installaties voor vloeibaar aardgas en opslaginstallatie zoals omschreven in Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit, hierna „Richtlijn 2003/54/EG” genoemd, en Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas, hierna „Richtlijn 2003/55/EG” genoemd;

  • 3.

    „doorvoer”: doorvoer, zoals omschreven in hoofdstuk 5 (Douane en handelsbevordering) van titel IV van deze overeenkomst, van energiegoederen via een vaste infrastructuur of oliepijplijn;

  • 4.

    „vervoer”: de transmissie en distributie, zoals omschreven in de Richtlijnen 2003/54/EG en 2003/55/EG, alsmede het vervoer van olie via pijpleidingen;

  • 5.

    „ongeoorloofde toe-eigening”: welke activiteit dan ook bestaande in de wederrechtelijke toe-eigening van energiegoederen uit een vaste infrastructuur.

Artikel

269

Interne gereguleerde prijzen

Artikel

270

Verbod van dubbele prijsstelling

Artikel

271

Douanerechten en kwantitatieve beperkingen

Artikel

272

Doorvoer

De partijen nemen de maatregelen die nodig zijn voor de bevordering van de doorvoer, in overeenstemming met het beginsel van de vrijheid van doorvoer, en met de artikelen V.2, V.4 en V.5 van de GATT 1994 en de artikelen 7.1en 7.3 van het Energiehandvestverdrag van 1994, die in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan integraal deel uitmaken.

Artikel

273

Vervoer

Wat het vervoer van elektriciteit en gas aangaat, en met name de toegang van derden tot vaste infrastructuur, passen de partijen hun wetgeving als bedoeld in bijlage XXVII bij deze overeenkomst en in het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap van 2005 aan, om te waarborgen dat de tarieven, die vóór de inwerkingtreding ervan bekend zijn gemaakt, de procedures voor capaciteitstoewijzing en alle overige voorwaarden objectief, redelijk en transparant zijn en niet discrimineren op grond van herkomst, eigendom of bestemming van de elektriciteit of het gas.

Artikel

274

Samenwerking op het gebied van infrastructuur

De partijen streven ernaar het gebruik van gastransmissie-infrastractuur en van gasopslaginstallaties te bevorderen, en plegen voor zover nodig overleg of coördineren met elkaar over ontwikkelingen op het gebied van de infrastructuur. De partijen werken samen in aangelegenheden die verband houden met de handel in aardgas, duurzaamheid en voorzieningszekerheid.

Teneinde de markten voor energiegoederen verder te integreren, houdt elk van beide partijen bij het opstellen van beleidsstukken over vraag- en aanbodscenario's, interconnecties, energiestrategieën en plannen voor de ontwikkeling van infrastructuur rekening met de energienetwerken en de capaciteiten van de andere partij.

Artikel

275

Ongeoorloofde toe-eigening van energiegoederen

Elk van beide partijen neemt alle maatregelen die nodig zijn om de ongeoorloofde toe-eigening van energiegoederen die over haar grondgebied al dan niet in transit worden vervoerd, te verbieden en aan te pakken.

Artikel

276

Onderbreking

Artikel

277

Regelgevende autoriteit voor elektriciteit en gas

Artikel

278

Verhouding tot Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap

Artikel

279

Toegang tot en uitoefening van activiteiten op het gebied van prospectie, exploratie en productie van koolwaterstoffen

Artikel

280

Vergunningverlening en vergunningsvoorwaarden

HOOFDSTUK

12

TRANSPARANTIE

Artikel

281

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

  • 1.

    omvatten „maatregelen van algemene strekking” wetten, regelingen, procedures en administratieve beschikkingen van algemene aard, alsmede algemene handelingen, interpretaties of andere vereisten die gevolgen kunnen hebben voor onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden. Hieronder valt niet een besluit dat op een bepaalde persoon van toepassing is; en

  • 2.

    wordt onder „belanghebbende” verstaan: iedere natuurlijke of rechtspersoon op wie rechten of verplichtingen uit hoofde van maatregelen van algemene strekking in de zin van artikel 282 van deze overeenkomst van toepassing kunnen zijn.

Artikel

282

Doelstelling en toepassingsgebied

Artikel

283

Publicatie

Artikel

284

Vragen en contactpunten

Artikel

285

Administratieve procedures

Elk van beide partijen beheert alle in artikel 281 van deze overeenkomst bedoelde maatregelen van algemene strekking op consequente, onpartijdige en redelijke wijze. Hiertoe ziet elk van beide partijen erop toe dat zij in specifieke gevallen bij de toepassing van die maatregelen op bepaalde personen, goederen of diensten uit een andere partij:

  • a.

    ernaar streeft belanghebbenden uit de andere partij voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en in overeenstemming met haar procedures een kennisgeving te sturen over de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de juridische instantie waar de procedure is begonnen en een algemene beschrijving van aangelegenheden waarover geschil bestaat;

  • b.

    belanghebbenden een redelijke mogelijkheid biedt om feiten en argumenten tot staving van hun standpunten naar voren te brengen voordat tot een definitief administratief optreden wordt overgegaan, indien de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten; en

  • c.

    waarborgt dat haar procedures gebaseerd zijn op haar interne wetgeving en hiermee in overeenstemming zijn.

Artikel

286

Toetsing en beroep

Artikel

287

Regelgevingskwaliteit en -efficiency en goed bestuur

Artikel

288

Discriminatieverbod

Elk van beide partijen past op belanghebbenden van de andere partij normen inzake transparantie toe die niet minder gunstig zijn dan die welke gelden voor hun eigen belanghebbenden.

HOOFDSTUK

13

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

289

Context en doelstellingen

Artikel

290

Reglementeringsrecht

Artikel

291

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

292

Multilaterale milieuovereenkomsten

Artikel

293

Handel ten behoeve van duurzame ontwikkeling

Artikel

294

Handel in bosbouwproducten

Ter bevordering van een duurzaam bosbeheer zeggen de partijen toe samen te werken aan een betere handhaving van de wetgeving en governance op bosbouwgebied, alsmede aan de bevordering van de handel in rechtmatige duurzame bosbouwproducten.

Artikel

295

Handel in visproducten

Met inachtneming van het belang van een verantwoord en duurzaam beheer van de visbestanden, alsmede van een goede governance in de handel, werken de partijen samen door:

  • a.

    het treffen van doeltreffende maatregelen om visbestanden en andere aquatische rijkdommen te bewaken en te beheren;

  • b.

    zorg te dragen voor volledige naleving van de toepasselijke door regionale organisaties voor visserijbeheer vastgestelde instandhoudings- en controlemaatregelen, en door binnen die organisaties zoveel mogelijk samen te werken, en

  • c.

    het onder meer invoeren van handelsmaatregelen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij.

Artikel

296

Handhaving van beschermingsniveaus

Artikel

297

Wetenschappelijke informatie

De partijen erkennen dat het belangrijk is om bij de opstelling, vaststelling en tenuitvoerlegging van maatregelen ter bescherming van het milieu, de volksgezondheid en de sociale omstandigheden die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, rekening te houden met wetenschappelijke en technische informatie, en internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen ter zake.

Artikel

298

Evaluatie van effecten op de duurzaamheid

De partijen verbinden zich ertoe het effect van de tenuitvoerlegging van deze titel op de duurzame ontwikkeling te beoordelen en te volgen via hun bestaande participatieprocessen en participatieve instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst in het leven zijn geroepen, bijvoorbeeld door handelsgerelateerde beoordelingen van het effect op de duurzaamheid.

Artikel

299

Organisaties uit het maatschappelijke middenveld

Artikel

300

Institutioneel en toezichtmechanisme

Artikel

301

Groep van deskundigen

Artikel

302

Samenwerking bij handel en duurzame ontwikkeling

De partijen werken samen met betrekking tot handelsgerelateerde aspecten van het werkgelegenheids- en het milieubeleid, teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken.

HOOFDSTUK

14

44) Ter voorkoming van twijfel wordt deze titel niet aldus uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend of dat deze verplichtingen bevat waarop bij de rechterlijke instanties van de partijen een rechtstreeks beroep kan worden gedaan. BESLECHTING VAN GESCHILLEN

Artikel

303

Doel

Het doel van dit hoofdstuk is geschillen tussen de partijen over de toepassing van de in artikel 304 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen van deze overeenkomst te goeder trouw te vermijden en te beslechten en zoveel mogelijk een onderling overeengekomen oplossing te vinden45)Ter voorkoming van twijfel vallen besluiten en litigieus nalaten van bij deze overeenkomst opgerichte lichamen niet onder dit hoofdstuk. .

Artikel

304

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op geschillen over de interpretatie en toepassing van titel IV van deze overeenkomst, behalve voor zover uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel

305

Overleg

AFDELING

1

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

306

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

307

Samenstelling van het arbitragepanel

Artikel

308

Tussentijds panelverslag

Artikel

309

Verzoening in geval van urgente energiegeschillen

Artikel

310

Uitspraak van het arbitragepanel

AFDELING

2

NALEVING

Artikel

311

Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elk van beide partijen neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel te goeder trouw na te leven; zij streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

Artikel

312

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

313

Onderzoek van de maatregelen die zijn getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven

Artikel

314

Corrigerende maatregelen in geval van urgente energiegeschillen

Artikel

315

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

316

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de opschorting van verplichtingen

AFDELING

3

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

317

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handelscomité en de voorzitter van het arbitragepanel in voorkomend geval gezamenlijk in kennis van een dergelijke oplossing. Indien de oplossing ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van beide partijen goedkeuring vergt, verwijst de kennisgeving naar dit vereiste en wordt de arbitrageprocedure opgeschort. Indien een dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat is kennisgegeven van de afronding van die interne procedures, wordt de arbitrageprocedure beëindigd.

Artikel

318

Reglement van orde

Artikel

319

Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, de inlichtingen inwinnen die het nuttig acht voor de arbitrageprocedure. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Alle op deze manier verkregen informatie moet voor commentaar aan beide partijen worden voorgelegd. Op het grondgebied van de partijen gevestigde belanghebbende natuurlijke of rechtspersonen kunnen overeenkomstig het in bijlage XXIV bij deze overeenkomst opgenomen reglement van orde als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen.

Artikel

320

Interpretatieregels

Arbitragepanels leggen de in artikel 304 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de uitlegging van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969. Wanneer een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst identiek is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-overeenkomst, legt het arbitragepanel zich vast op een interpretatie die in overeenstemming is met een eventuele relevante interpretatie die is vastgesteld in uitspraken van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, hierna „het DSB” (Dispute Settlement Body) genoemd. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

321

Besluiten en uitspraken van het arbitragepanel

Artikel

322

Beslechting van geschillen over de aanpassing van regelgeving

AFDELING

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

323

Scheidsrechters

Artikel

324

Relatie tot WTO-verplichtingen

Artikel

325

Termijnen

Artikel

326

Wijziging van het hoofdstuk

Het Handelscomité kan besluiten over te gaan tot wijziging van dit hoofdstuk, van het in bijlage XXIV bij deze overeenkomst bedoelde reglement van orde voor arbitrage en van de in bijlage XXV bij deze overeenkomst bedoelde gedragscode voor leden van arbitragepanels en bemiddelaars.

HOOFDSTUK

15

BEMIDDELINGSMECHANISME

Artikel

327

Doelstelling en toepassingsgebied

AFDELING

1

PROCEDURE OP GROND VAN HET BEMIDDELINGSMECHANISME

Artikel

328

Verzoek om informatie

Artikel

329

Inleiding van de procedure

Artikel

330

Selectie van de bemiddelaar

Artikel

331

Regels van de bemiddelingsprocedure

AFDELING

2

TENUITVOERLEGGING

Artikel

332

Tenuitvoerlegging van een onderling overeengekomen oplossing

AFDELING

3

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

333

Verhouding tot beslechting van geschillen

Artikel

334

Termijnen

De bij deze procedures betrokken partijen kunnen in onderling overleg alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen wijzigen.

Artikel

335

Kosten

Artikel

336

Herziening

Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst treden de partijen met elkaar in overleg over de eventuele noodzaak tot wijziging van het bemiddelingsmechanisme tegen de achtergrond van de opgedane ervaringen en de ontwikkeling van een dienovereenkomstig mechanisme in de WTO.

TITEL

V

ECONOMISCHE EN SECTORALE SAMENWERKING

HOOFDSTUK

1

SAMENWERKING INZAKE ENERGIE, MET INBEGRIP VAN KERNENERGIE

Artikel

337

Artikel

338

De onderlinge samenwerking bestrijkt onder meer de volgende gebieden:

Artikel

339

De partijen wisselen informatie en ervaring uit en verlenen passende steun aan het proces van hervorming van de regelgeving, waaronder de herstructurering van de steenkoolsector (magerkool, cokeskool en bruinkool) om het concurrentievermogen ervan te versterken, de veiligheid van de mijnen en de gezondheid en veiligheid op het werk te vergroten en de milieu-impact ervan te verminderen, waarbij rekening wordt gehouden met de regionale en sociale gevolgen. Ter vergroting van de efficiëntie, het concurrentievermogen en de duurzaamheid dient het proces van herstructurering de gehele steenkoolwaardeketen te bestrijken, dat wil zeggen van de exploratie, via de productie en de verwerking, tot de conversie en de behandeling van residuen van steenkoolverwerking en -verbranding. Deze aanpak omvat tevens de terugwinning en het gebruik van de methaanuitstoot van steenkoolmijnen, alsook van die van de olie- en gaswinning, stortplaatsen en de landbouwsector, zoals onder andere aangegeven in het mondiale methaaninitiatief, waarbij de partijen partners zijn.

Artikel

340

De partijen stellen een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing in, zoals bedoeld in bijlage XXVI bij hoofdstuk 1 (Samenwerking inzake energie, met inbegrip van kernenergie) van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

Artikel

341

De geleidelijke aanpassing geschiedt overeenkomstig een tijdschema als bedoeld in bijlage XXVII bij deze overeenkomst.

Artikel

342

HOOFDSTUK

2

MACRO-ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

343

De Europese Unie en Oekraïne vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door middel van samenwerking die beoogt het inzicht in de basiselementen van hun respectieve economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid in een markteconomie te verbeteren. Oekraïne streeft ernaar een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn beleid geleidelijk aan te passen aan het beleid van de Europese Unie, overeenkomstig de leidende beginselen van macro-economische stabiliteit, gezonde overheidsfinanciën en een houdbare betalingsbalans.

Artikel

344

Om de in artikel 343 van deze overeenkomst vermelde doelstellingen te bereiken werken de partijen werken samen op de volgende terreinen:

  • a.

    uitwisseling van informatie over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën;

  • b.

    gezamenlijke analyse van economische kwesties van wederzijds belang, met inbegrip van economische beleidsmaatregelen en instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan, zoals methoden voor het opstellen van economische prognoses en strategische beleidsdocumenten, teneinde de beleidsvorming in Oekraïne te versterken overeenkomstig de beginselen en de praktijk van de Europese Unie;

  • c.

    uitwisseling van macro-economische deskundigheid;

  • d.

    uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU).

Artikel

345

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 2 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

3

BEHEER VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN: BEGROTINGSBELEID, INTERNE CONTROLE EN EXTERNE AUDIT

Artikel

346

De samenwerking inzake het beheer van de overheidsfinanciën is gericht op de ontwikkeling van begrotingsbeleid en solide systemen voor interne controle van de overheidsfinanciën en externe audit die op internationale normen zijn gebaseerd en verenigbaar zijn met de fundamentele beginselen van verantwoording, transparantie, spaarzaamheid, doelmatigheid en doeltreffendheid.

Artikel

347

De partijen wisselen informatie, ervaring en goede praktijken uit en nemen andere maatregelen voor met name het volgende:

  • 1.

    Op het gebied van het begrotingsbeleid:

    • a.

      ontwikkeling van een systeem voor begrotingsprognose en -planning op de middellange termijn;

    • b.

      verbetering van programmagerichte benaderingen in het kader van het begrotingsproces en analyse van doelmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van begrotingsprogramma’s;

    • c.

      verbetering van de uitwisseling van informatie en ervaringen inzake de planning en uitvoering van de begroting en inzake de overheidsschuld.

  • 2.

    Op het gebied van externe audit:

    • tenuitvoerlegging van de normen en methoden van de Internationale Organisatie van Hoge Controle-instanties (INTOSAI) en uitwisseling van de beste praktijken van de EU inzake externe controle en audit van de overheidsfinanciën, met bijzondere aandacht voor de onafhankelijkheid van de betrokken instanties van de partijen;

  • 3.

    Op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën:

    verdere ontwikkeling van het stelsel voor interne controle van de overheidsfinanciën door harmonisatie met de internationaal overeengekomen normen (Institute of Internal Auditors (IIA), Internationale Federatie van Accountants (IFAC), INTOSAI) en methoden, alsmede de beste praktijken van de EU voor interne controle en audit bij overheidsinstellingen;

  • 4.

    Op het gebied van fraudebestrijding:

    verbetering van de methoden voor de bestrijding en voorkoming van fraude en corruptie op de gebieden die vallen onder hoofdstuk 3 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst, met inbegrip van samenwerking tussen relevante bestuursinstanties.

Artikel

348

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 3 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

4

BELASTINGEN

Artikel

349

De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren.

Artikel

350

Ten aanzien van artikel 349 van deze overeenkomst erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op EU-niveau onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van legitieme belastingen en het opzetten van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten.

Artikel

351

De partijen intensiveren en versterken tevens hun samenwerking tot verbetering en ontwikkeling van het Oekraïense belastingstelsel en de Oekraïense belastingdienst, met inbegrip van verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, waarbij zij specifieke aandacht schenken aan de procedures voor de terugbetaling van belasting over de toegevoegde waarde (btw), teneinde de opeenhoping van achterstallen te vermijden, doeltreffende belastinginning te verzekeren en de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking te versterken. De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude, in het bijzonder carrouselfraude.

Artikel

352

De partijen ontwikkelen hun samenwerking en harmoniseren hun beleid om fraude met en smokkel van accijnsproducten te voorkomen en te bestrijden. Deze samenwerking omvat onder meer de geleidelijke onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor tabaksproducten, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de beperkingen die de regionale context met zich meebrengt, onder meer door middel van een dialoog op regionaal niveau en in overeenstemming met het kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging van 2003. De partijen zullen hiertoe streven naar versterking van hun samenwerking in regionaal verband.

Artikel

353

De geleidelijke aanpassing aan de belastingstructuur zoals deze is neergelegd in het acquis van de EU zal plaatsvinden zoals uiteengezet in bijlage XXVIII bij deze overeenkomst.

Artikel

354

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 4 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

5

STATISTIEK

Artikel

355

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistische aangelegenheden, en dragen zo bij tot hun langetermijndoelstelling om tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. Hun verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in Oekraïne en in de EU en hen in staat stelt gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het acquis van de EU op statistisch gebied, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde het nationale statistische stelsel met de Europese normen te harmoniseren. Het acquis op statistisch gebied is opgenomen in het jaarlijks bijgewerkte compendium voor de statistiek, dat door de partijen als bijlage bij deze overeenkomst (bijlage XXIX) wordt beschouwd.

Artikel

356

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    verdere versterking van de capaciteit van het nationale statistische stelsel, met nadruk op een solide rechtsgrondslag, een geschikt beleid voor de verspreiding van gegevens en metagegevens, en gebruikersvriendelijkheid;

  • b.

    geleidelijke aanpassing van het Oekraïense statistische stelsel aan het Europees statistisch systeem;

  • c.

    verfijning van de gegevensverstrekking aan de EU, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methodes, waaronder statistische indelingen;

  • d.

    verbetering van de professionele capaciteit en de beheerscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de statistieknormen van de EU te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het Oekraïense statistische stelsel;

  • e.

    uitwisseling tussen de partijen van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis;

  • f.

    bevordering van integrale kwaliteitszorg voor alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.

Artikel

357

De partijen werken samen in het kader van het Europees statistisch systeem, waarbinnen Eurostat de EU-autoriteit voor de statistiek is. Deze samenwerking wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:

  • a.

    bevolkingsstatistieken, met inbegrip van volkstellingen;

  • b.

    landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen en milieustatistieken;

  • c.

    bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;

  • d.

    energie, met inbegrip van energiebalansen;

  • e.

    nationale rekeningen;

  • f.

    statistieken van de buitenlandse handel;

  • g.

    regionale statistieken;

  • h.

    integrale kwaliteitszorg voor alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.

Artikel

358

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma’s reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de verdere geleidelijke aanpassing aan het acquis van de EU op statistisch gebied, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het Oekraïense statistische stelsel, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees statistisch systeem. In het kader van het productieproces voor statistische gegevens wordt nadruk gelegd op de verdere ontwikkeling van steekproefenquêtes, rekening houdende met de noodzaak om de belasting voor de respondenten te verminderen. De gegevens moeten relevant zijn voor de opzet en de monitoring van het beleid op alle sleutelgebieden van het sociale en economische leven.

Artikel

359

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 5 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst. De binnen het Europees statistisch systeem ondernomen activiteiten dienen zo veel mogelijk open te staan voor deelname van Oekraïne overeenkomstig de gebruikelijke voorschriften voor de deelname van derde landen.

HOOFDSTUK

6

MILIEU

Artikel

360

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieuaangelegenheden en dragen zo bij tot de langetermijndoelstelling van duurzame ontwikkeling en de groene economie. Verwacht wordt dat betere bescherming van het milieu voordelen zal bieden voor burgers en bedrijven in Oekraïne en in de EU, onder meer door verbetering van de volksgezondheid, behoud van natuurlijke hulpbronnen, grotere economische en milieuefficiëntie, integratie van het milieu in andere beleidsgebieden en hogere productie door toepassing van moderne technologieën. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid op het gebied van milieubescherming en de multilaterale overeenkomsten op dat gebied.

Artikel

361

De samenwerking is gericht op behoud, bescherming, verbetering en herstel van de kwaliteit van het milieu, bescherming van de menselijke gezondheid, verstandig en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen en bevordering van maatregelen op internationaal niveau voor het aanpakken van regionale of mondiale milieuproblemen, onder andere op het gebied van:

  • a.

    klimaatverandering;

  • b.

    milieugovernance en horizontale vraagstukken, waaronder onderwijs en opleiding en toegang tot milieu-informatie en besluitvormingsprocessen;

  • c.

    luchtkwaliteit;

  • d.

    beheer van de waterkwaliteit en de watervoorraden, met inbegrip van het mariene milieu;

  • e.

    afvalbeheer en beheer van hulpbronnen;

  • f.

    natuurbescherming, met inbegrip van behoud en bescherming van biodiversiteit en landschapsdiversiteit (econetwerken);

  • g.

    industriële verontreiniging en industriële risico’s;

  • h.

    chemische stoffen;

  • i.

    genetisch gemodificeerde organismen, ook in de landbouw;

  • j.

    geluidshinder;

  • k.

    civiele bescherming, alsmede natuurlijke en door de mens veroorzaakte gevaren;

  • l.

    de stedelijke omgeving;

  • m.

    milieuheffingen.

Artikel

362

Artikel

363

De geleidelijke aanpassing van de Oekraïense wetgeving aan de milieuwetgeving en het milieubeleid van de EU geschiedt overeenkomstig bijlage XXX bij deze overeenkomst.

Artikel

364

Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Europese Unie en haar lidstaten vindt de samenwerking op het gebied van civiele bescherming plaats via de tenuitvoerlegging van specifieke tussen de partijen gesloten overeenkomsten, overeenkomstig de wettelijke procedures van elke partij. De samenwerking is onder meer gericht op:

  • a.

    de vergemakkelijking van wederzijdse bijstand in noodsituaties;

  • b.

    de uitwisseling op 24 uursbasis van vroegtijdige waarschuwingen en geactualiseerde informatie over grensoverschrijdende noodsituaties, alsmede verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;

  • c.

    de beoordeling van het milieueffect van rampen;

  • d.

    de uitnodiging van deskundigen voor specifieke technische workshops en symposia over civielebeschermingsvraagstukken;

  • e.

    de uitnodiging, per geval, van waarnemers voor specifieke oefeningen en opleidingsactiviteiten die door de EU en/of Oekraïne worden georganiseerd;

  • f.

    de versterking van reeds bestaande samenwerking inzake de doeltreffendste wijze om de beschikbare civielebeschermingscapaciteit in te zetten.

Artikel

365

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a.

    ontwikkeling van een algemene milieustrategie met geplande institutionele hervormingen (voorzien van een tijdschema) om de tenuitvoerlegging en handhaving van de milieuwetgeving te waarborgen; verdeling van de bevoegdheden voor het milieubeheer over de nationale, regionale en gemeentelijke overheden; procedures voor de besluitvorming en voor de uitvoering van besluiten; procedures voor het bevorderen van de integratie van milieuzaken in andere beleidsterreinen; vaststelling van de nodige menselijke en financiële middelen en een evaluatiemechanisme;

  • b.

    ontwikkeling van sectorale strategieën inzake luchtkwaliteit, beheer van de waterkwaliteit en de watervoorraden, met inbegrip van het mariene milieu, afvalbeheer en beheer van hulpbronnen, natuurbescherming, industriële verontreiniging en industriële risico’s; met vaststelling van duidelijke tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsstrategieën voor investeringen in infrastructuur en technologie;

  • c.

    ontwikkeling en uitvoering van beleid inzake klimaatverandering, zoals met name omschreven in bijlage XXXI bij deze overeenkomst.

Artikel

366

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 6 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

7

VERVOER

Artikel

367

De partijen:

  • a.

    vergroten en versterken hun samenwerking op vervoersgebied, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;

  • b.

    bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen;

  • c.

    streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.

Artikel

368

Artikel

369

De samenwerking richt zich onder meer op de volgende gebieden:

  • a.

    ontwikkeling van een duurzaam vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, met name om de efficiëntie, veiligheid en betrouwbaarheid van de vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van vervoersoverwegingen in andere beleidsgebieden te bevorderen;

  • b.

    ontwikkeling van sectorale strategieën in verband met het nationale beleid voor het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, door de lucht en over zee en het intermodale vervoer (onder meer de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen); dit omvat tevens tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen;

  • c.

    ontwikkeling van het multimodale vervoersnetwerk dat verbonden is met het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) en verbetering van het infrastructuurbeleid met het oog op een betere identificatie en evaluatie van infrastructuurprojecten voor de verschillende vervoerswijzen; uitwerking van financieringsstrategieën gericht op onderhoud, capaciteitsknelpunten en ontbrekende infrastructuurverbindingen, en aansporing en bevordering van de deelname van de particuliere sector aan vervoersprojecten, zoals bedoeld in bijlage XXXII bij deze overeenkomst;

  • d.

    toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;

  • e.

    wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van technologieën zoals intelligente vervoerssystemen;

  • f.

    bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtesystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer.

Artikel

370

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 7 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

8

RUIMTEVAART

Artikel

371

Artikel

372

Artikel

373

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 8 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst, waar passend met inbegrip van coördinatie en samenwerking met de Europese Ruimtevaartorganisatie over dit onderwerp en andere relevante onderwerpen.

HOOFDSTUK

9

WETENSCHAP EN TECHNOLOGIE

Artikel

374

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van de wetenschap zelf en hun mogelijkheden te vergroten om op wetenschapsgebied bij te dragen tot de oplossing van nationale en mondiale problemen. De partijen streven ernaar bij te dragen tot de vooruitgang bij de verwerving van wetenschappelijke en technologische kennis die voor duurzame ontwikkeling relevant is, door hun onderzoekscapaciteit en hun menselijk potentieel te versterken. Door wetenschappelijke kennis te delen en te bundelen, wordt bijgedragen tot het concurrentievermogen van de partijen ten gevolge van de vergrote capaciteit van hun economieën om kennis te genereren en toe te passen voor de commercialisering van nieuwe producten en diensten. Voorts zullen de partijen hun potentieel op wetenschapsgebied ontwikkelen teneinde te voldoen aan hun mondiale verantwoordelijkheden en verbintenissen op gebieden als gezondheidsvraagstukken, milieubescherming en klimaatverandering en andere mondiale uitdagingen.

Artikel

375

Artikel

376

De samenwerking geschiedt in het bijzonder door middel van:

  • a.

    uitwisseling van informatie over elkaars beleid voor wetenschap en technologie;

  • b.

    deelname aan het Kaderprogramma van de Europese Unie voor onderzoek en technologische ontwikkeling;

  • c.

    gezamenlijke uitvoering van wetenschappelijke programma’s en onderzoeksactiviteiten;

  • d.

    gezamenlijke activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling om de wetenschappelijke vooruitgang en de overdracht van technologie en knowhow te stimuleren;

  • e.

    opleiding door mobiliteitsprogramma’s voor onderzoekers en specialisten;

  • f.

    organisatie van gezamenlijke evenementen/maatregelen voor wetenschappelijke en technologische ontwikkeling;

  • g.

    uitvoeringsmaatregelen gericht op de totstandbrenging van een omgeving die bevorderlijk is voor onderzoek, de toepassing van nieuwe technologieën en de passende bescherming van de intellectuele eigendom die uit het onderzoek resulteert;

  • h.

    intensivering van de samenwerking op regionaal en internationaal niveau, met name in de context van de Zwarte Zee en binnen multilaterale organisaties zoals de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Unesco), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Groep van Acht (G8), alsook in de context van multilaterale overeenkomsten zoals het Raamverdrag inzake klimaatverandering van de VN van 1992;

  • i.

    uitwisseling van expertise over het beheer van onderzoeks- en wetenschapsinstellingen om de mogelijkheden ervan voor het verrichten van en deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek te ontwikkelen en te verbeteren.

Artikel

377

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 9 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

10

INDUSTRIE- EN ONDERNEMINGSBELEID

Artikel

378

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake het industrie- en ondernemingsbeleid en verbeteren zo het ondernemingsklimaat voor alle marktdeelnemers, maar met bijzondere nadruk op het midden- en kleinbedrijf. De versterkte samenwerking moet leiden tot een beter administratief en regelgevingsnetwerk voor Oekraïense en EU-bedrijven die in Oekraïne en in de EU actief zijn en moet gebaseerd zijn op het industriebeleid en het mkb-beleid van de EU, rekening houdende met internationaal erkende beginselen en praktijken op dit gebied.

Artikel

379

De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:

  • a.

    uitvoering van strategieën voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf op basis van het Europees handvest voor kleine ondernemingen en toezicht op het uitvoeringsproces door jaarlijkse rapportage en dialoog. Microbedrijven en ambachtelijke bedrijven, die voor de economieën van de EU en Oekraïne uiterst belangrijk zijn, vormen een van de aandachtsgebieden van deze samenwerking;

  • b.

    totstandbrenging van betere randvoorwaarden voor vergroting van het concurrentievermogen door uitwisseling van informatie en goede praktijken. Deze samenwerking omvat het beheer van structuurwijzigingen (herstructureringen) en milieu- en energievraagstukken, zoals energie-efficiëntie en schonere productie;

  • c.

    vereenvoudiging en rationalisering van de regelgeving en de praktijk op dat gebied, met specifieke aandacht voor de uitwisseling van goede praktijken inzake regelgevingstechniek, ook wat de beginselen van de EU betreft;

  • d.

    aanmoediging van de ontwikkeling van een innovatiebeleid door middel van uitwisseling van informatie en goede praktijken over de commercialisering van onderzoek en ontwikkeling (waaronder instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven), ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;

  • e.

    aanmoediging van contacten tussen bedrijven in de EU en bedrijven in Oekraïne en tussen bedrijven en autoriteiten in Oekraïne en in de EU;

  • f.

    ondersteuning van activiteiten op het gebied van exportpromotie in Oekraïne;

  • g.

    facilitering van de modernisering en herstructurering van bepaalde sectoren van het bedrijfsleven in Oekraïne en de EU.

Artikel

380

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 10 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst. Hierbij zullen vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in de EU en in Oekraïne worden betrokken.

HOOFDSTUK

11

MIJNBOUW EN METAALINDUSTRIE

Artikel

381

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake de mijnbouw en de metaalindustrie om het wederzijds begrip te bevorderen, het ondernemingsklimaat te verbeteren en informatie-uitwisseling en samenwerking inzake vraagstukken op ander dan energiegebied te bevorderen, met name wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen. Deze samenwerking doet geen afbreuk aan de bepalingen inzake steenkool die in artikel 339 van deze overeenkomst zijn opgenomen.

Artikel

382

De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:

  • a.

    uitwisseling van informatie over de uitgangssituatie van hun mijnbouw en hun metaalindustrie;

  • b.

    uitwisseling van informatie over de vooruitzichten voor de mijnbouw en de metaalindustrie in de EU en Oekraïne in termen van de verbruiks-, productie- en marktprognoses;

  • c.

    uitwisseling van informatie over de maatregelen die de partijen hebben getroffen om het herstructureringsproces in deze sectoren te vergemakkelijken;

  • d.

    uitwisseling van informatie en beste praktijken over de duurzame ontwikkeling van de mijnbouw en de metaalindustrie in Oekraïne en de EU.

HOOFDSTUK

12

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

383

De partijen erkennen dat voor het tot stand brengen van een volwaardig functionerende markteconomie en voor het stimuleren van hun onderlinge handelsverkeer doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van financiële diensten noodzakelijk zijn, en komen daartoe overeen samen te werken op het gebied van financiële diensten teneinde:

  • a.

    de aanpassing van de regelgeving voor financiële diensten aan de behoeften van een open markteconomie te steunen;

  • b.

    toe te zien op passende en doeltreffende bescherming van investeerders en andere consumenten van financiële diensten;

  • c.

    de integriteit en de stabiliteit van hun financiële stelsel te verzekeren;

  • d.

    de samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties, te bevorderen;

  • e.

    onafhankelijk en doeltreffend toezicht te waarborgen.

Artikel

384

Artikel

385

De partijen bevorderen de geleidelijke aanpassing aan erkende internationale normen inzake regelgeving en toezicht op het gebied van financiële diensten. De desbetreffende onderdelen van het acquis van de EU inzake financiële diensten worden behandeld in hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel

386

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 12 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

13

VENNOOTSCHAPSRECHT, CORPORATE GOVERNANCE, BOEKHOUDING EN BOEKHOUDKUNDIGE CONTROLE

Artikel

387

Artikel

388

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 13 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

14

INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

Artikel

389

De partijen intensiveren hun samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij om burgers en bedrijven voordelen te brengen door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en hoogwaardiger diensten tegen betaalbare prijzen. Deze samenwerking faciliteert tevens de toegang tot de markten voor elektronische-communicatiediensten en stimuleert daarmee concurrentie en investeringen in de sector.

Artikel

390

De samenwerking beoogt de tenuitvoerlegging van nationale strategieën voor de informatiemaatschappij, de ontwikkeling van een omvattend regelgevingskader voor elektronische communicatie en de uitbreiding van de deelname van Oekraïne aan de onderzoeksactiviteiten van de EU op ICT-gebied.

Artikel

391

De samenwerking omvat de volgende onderwerpen:

  • a.

    bevordering van breedbandtoegang, verbetering van de netwerkbeveiliging en breder gebruik van ICT door burgers, bedrijven en overheidsdiensten, door het ontwikkelen van plaatselijke inhoud voor internet en het invoeren van onlinediensten, in het bijzonder e-business, e-overheid, e-gezondheidszorg en e-leren;

  • b.

    coördinatie van het beleid inzake elektronische communicatie met het oog op optimale benutting van het radiospectrum en op de interoperabiliteit van netwerken in Oekraïne en in de EU;

  • c.

    versterking van de onafhankelijkheid en de administratieve capaciteit van de nationale regelgevende instantie op communicatiegebied, zodat deze instantie passende regelgevingsmaatregelen kan treffen en de eigen beslissingen en alle toepasselijke regelgeving kan handhaven, en eerlijke concurrentie op de markten gewaarborgd is. De nationale regelgevende instantie op communicatiegebied dient bij het toezicht op deze markten samen te werken met de mededingingsautoriteit;

  • d.

    bevordering van gezamenlijke projecten voor onderzoek op het gebied van informatie- en communicatietechnologie binnen het Kaderprogramma van de Europese Unie voor onderzoek en technologische ontwikkeling.

Artikel

392

De partijen wisselen informatie, beste praktijken en ervaringen uit, ondernemen gezamenlijk actie om een omvattend regelgevingskader op te zetten en zien toe op de efficiënte werking van de markten voor elektronische communicatie en de afwezigheid van concurrentievervalsing op die markten.

Artikel

393

De partijen stimuleren de samenwerking tussen de nationale regelgevende instantie van Oekraïne op communicatiegebied en de nationale regelgevende instanties van de EU.

Artikel

394

Artikel

395

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 14 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

15

AUDIOVISUEEL BELEID

Artikel

396

Artikel

397

De geleidelijke aanpassing aan de wetgeving en het wet- en regelgevingskader van de EU inzake het audiovisueel beleid geschiedt met name zoals uiteengezet in bijlage XXXVI bij deze overeenkomst.

Artikel

398

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 15 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

16

TOERISME

Artikel

399

De partijen werken samen op het gebied van het toerisme, met het oog op de ontwikkeling van een beter concurrerende toerismebedrijfstak die economische groei en emancipatie bevordert en werkgelegenheid en buitenlandse deviezen genereert.

Artikel

400

Artikel

401

De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende aspecten:

  • a.

    uitwisseling van informatie, goede praktijken en ervaringen en overdracht van knowhow, onder andere inzake innovatieve technologieën;

  • b.

    totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen openbare, particuliere en gemeenschapsbelangen, teneinde de duurzame ontwikkeling van het toerisme te waarborgen;

  • c.

    promotie en ontwikkeling van producten en markten, infrastructuur, menselijk potentieel en institutionele structuren op toeristisch gebied;

  • d.

    ontwikkeling en tenuitvoerlegging van efficiënt beleid en efficiënte strategieën, met inbegrip van de juridische, administratieve en financiële aspecten;

  • e.

    opleiding en capaciteitsopbouw op toeristisch gebied met als doel het niveau van dienstverlening te verbeteren;

  • f.

    ontwikkeling en promotie van in de gemeenschappen wortelend toerisme.

Artikel

402

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 16 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

17

LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING

Artikel

403

De partijen bevorderen de ontwikkeling van de landbouw en het platteland, met name door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.

Artikel

404

De samenwerking op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling omvat onder andere:

  • a.

    vergroten van wederzijds begrip van beleid met betrekking tot landbouw en plattelandsontwikkeling;

  • b.

    uitbreiden van de bestuurlijke capaciteit op centraal en lokaal niveau voor het plannen, evalueren en uitvoeren van beleid;

  • c.

    bevorderen van moderne, duurzame landbouwmethoden waarbij milieu en dierenwelzijn worden gerespecteerd, waaronder meer gebruik van biologische productiemethoden en biotechnologie, onder andere door goede praktijken op dat gebied toe te passen;

  • d.

    delen van kennis en goede praktijken op het gebied van plattelandsontwikkeling ter bevordering van het economische welzijn van plattelandsgemeenschappen;

  • e.

    verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector, de efficiëntie en transparantie van markten en investeringsmogelijkheden;

  • f.

    verspreiden van kennis via opleiding en voorlichting;

  • g.

    bevorderen van innovatie door middel van onderzoek en voorlichting aan landbouwproducenten;

  • h.

    bevorderen van harmonisering van vraagstukken die worden aangepakt in het kader van internationale organisaties;

  • i.

    uitwisselen van beste praktijken inzake steunmechanismen voor landbouwbeleid en het platteland;

  • j.

    bevorderen van beleid inzake de kwaliteit van landbouwproducten met betrekking tot productnormen, productie-eisen en kwaliteitsregelingen.

Artikel

405

Zonder afbreuk te doen aan titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst streven de partijen in het kader van deze samenwerking naar geleidelijke aanpassing aan de wet- en regelgeving van de EU, met name de wet- en regelgeving als vermeld in bijlage XXXVII bij deze overeenkomst.

Artikel

406

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 17 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

18

VISSERIJBELEID EN MARITIEM BELEID

AFDELING

1

VISSERIJBELEID

Artikel

407

Artikel

408

De partijen ondernemen gezamenlijke acties, wisselen informatie uit en helpen elkaar ter bevordering van:

  • a.

    goed bestuur en goede praktijken met betrekking tot visserijbeheer, met het oog op de instandhouding en het beheer van de visbestanden, op duurzame wijze en op basis van de ecosysteemaanpak;

  • b.

    verantwoorde visvangst en verantwoord visserijbeheer in overeenstemming met de beginselen van duurzame ontwikkeling, om de visbestanden en ecosystemen gezond te houden;

  • c.

    samenwerking via regionale organisaties voor visserijbeheer.

Artikel

409

In het kader van artikel 408 van deze overeenkomst en rekening houdend met het beste wetenschappelijke advies versterken de partijen de samenwerking en coördinatie met betrekking tot hun activiteiten inzake de instandhouding en het beheer van de levende aquatische hulpbronnen in de Zwarte Zee. De partijen bevorderen bredere internationale samenwerking in het Zwarte Zeegebied teneinde betrekkingen te ontwikkelen binnen een passende regionale organisatie voor visserijbeheer.

Artikel

410

De partijen ondersteunen initiatieven zoals de uitwisseling van ervaringen en het verlenen van steun om te zorgen voor de uitvoering van een duurzaam visserijbeleid op basis van prioritaire gebieden van het acquis op dit gebied, zoals:

  • a.

    beheer van levende aquatische hulpbronnen, visserijinspanning en technische maatregelen;

  • b.

    inspectie en controle van visserijactiviteiten, met gebruikmaking van de noodzakelijke uitrusting voor toezicht, waaronder een satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen, en de ontwikkeling van de bijbehorende administratieve en gerechtelijke structuren die passende maatregelen kunnen toepassen;

  • c.

    geharmoniseerde inzameling van gegevens over de vangst en de aanvoer en biologische en economische gegevens;

  • d.

    beheer van de visserijcapaciteit, waaronder een goed functionerend vissersvlootregister;

  • e.

    efficiëntere markten, met name door organisaties van producenten aan te moedigen, informatie aan consumenten te verstrekken, en door handelsnormen en traceerbaarheid;

  • f.

    ontwikkeling van een structureel beleid voor de visserijsector, waarbij met name aandacht wordt besteed aan de duurzame ontwikkeling van kustgemeenschappen.

AFDELING

2

MARITIEM BELEID

Artikel

411

Rekening houdend met hun samenwerking op het gebied van visserij, vervoer, milieu en andere beleidsterreinen die verband houden met de zee, ontwikkelen de partijen ook samenwerking inzake een geïntegreerd maritiem beleid, met name:

  • a.

    bevorderen van een geïntegreerde aanpak van maritieme aangelegenheden, goed bestuur en uitwisseling van goede praktijken met betrekking tot het gebruik van de mariene ruimte;

  • b.

    vaststellen van een kader voor het maken van keuzes tussen concurrerende menselijke activiteiten en het beheren van de effecten daarvan op het mariene milieu door maritieme ruimtelijke ordening te gebruiken als een instrument voor betere besluitvorming;

  • c.

    bevorderen van duurzame ontwikkeling van kustregio's en maritieme industrieën om economische groei en werkgelegenheid te genereren, onder andere door goede praktijken uit te wisselen;

  • d.

    bevorderen van strategische allianties tussen maritieme industrieën, diensten en wetenschappelijke instellingen die gespecialiseerd zijn in marien en maritiem onderzoek, waaronder de oprichting van sectoroverschrijdende maritieme clusters;

  • e.

    streven naar verbetering van de maatregelen met betrekking tot maritieme veiligheid en beveiliging en naar meer grens- en sectoroverschrijdend maritiem toezicht om het hoofd te bieden aan de steeds grotere risico's als gevolg van intensief maritiem verkeer, afvallozingen door schepen en ongevallen en illegale activiteiten op zee, waarbij wordt voortgebouwd op de ervaring van het coördinatie- en informatiecentrum in Burgas;

  • f.

    tot stand brengen van een regelmatige dialoog en bevorderen van verschillende netwerken tussen maritieme actoren.

Artikel

412

De samenwerking omvat onder andere:

  • a.

    uitwisseling van informatie, goede praktijken en ervaringen en overdracht van maritieme knowhow, onder andere inzake het gebruik van innovatieve technologieën in de maritieme sector;

  • b.

    uitwisseling van informatie en goede praktijken inzake financieringsopties voor projecten, waaronder publiek-private partnerschappen;

  • c.

    bevordering van de samenwerking tussen de partijen in de relevante internationale maritieme fora.

AFDELING

3

REGELMATIGE DIALOOG OVER VISSERIJ EN MARITIEM BELEID

HOOFDSTUK

19

DE DONAU

Artikel

414

Gezien het grensoverschrijdende karakter van het stroomgebied van de Donau en het historische belang van deze rivier voor de bevolkingsgroepen die langs de rivier wonen, streven de partijen naar:

  • a.

    betere uitvoering van de internationale verbintenissen die de lidstaten en Oekraïne zijn aangegaan op het gebied van de scheepvaart, visserij, bescherming van het milieu, met name van aquatische ecosystemen, waaronder de instandhouding van de levende aquatische hulpbronnen, om een goede ecologische toestand te bereiken, alsmede op andere relevante gebieden van de menselijke activiteit;

  • b.

    waar nodig ondersteuning van initiatieven tot ontwikkeling van bilaterale en multilaterale verdragen en regelingen ter bevordering van duurzame ontwikkeling, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de eerbiediging van de traditionele levenswijzen van de bevolkingsgroepen die langs de rivier wonen en de bevordering van de economische activiteit door middel van geïntegreerd beheer van het stroomgebied van de Donau.

HOOFDSTUK

20

CONSUMENTENBESCHERMING

Artikel

415

De partijen streven samen naar een hoog niveau van consumentenbescherming en verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.

Artikel

416

Om deze doelstellingen te verwezenlijken omvat de samenwerking met name:

  • a.

    bevordering van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenbescherming;

  • b.

    levering van expertise over wetgevende en technische capaciteit voor de handhaving van de wetgeving en over systemen voor markttoezicht;

  • c.

    verbetering van de informatie die aan consumenten wordt verstrekt;

  • d.

    opleidingsactiviteiten voor ambtenaren en vertegenwoordigers van consumentenbelangen;

  • e.

    bevordering van de oprichting van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumenten.

Artikel

417

Oekraïne brengt zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de Europese wet- en regelgeving, zoals beschreven in bijlage XXXVIII bij deze overeenkomst, waarbij handelsbelemmeringen moeten worden voorkomen.

Artikel

418

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 20 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

21

WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN

Artikel

419

Rekening houdend met hoofdstuk 13 (Handel en duurzame ontwikkeling) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) versterken de partijen hun dialoog en samenwerking ter bevordering van de agenda voor fatsoenlijk werk, het werkgelegenheidsbeleid, gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, sociale bescherming, sociale inclusie, gelijkheid van mannen en vrouwen en bestrijding van discriminatie.

Artikel

420

Met de samenwerking op de door artikel 419 van deze overeenkomst bestreken gebieden wordt gestreefd naar:

  • a.

    verbetering van de levenskwaliteit;

  • b.

    aanpak van gemeenschappelijke problemen, zoals mondialisering en demografische verandering;

  • c.

    meer en betere banen in fatsoenlijke arbeidsomstandigheden;

  • d.

    sociale rechtvaardigheid en eerlijkheid bij de hervorming van de arbeidsmarkt;

  • e.

    een arbeidsmarktklimaat waarin flexibiliteit en zekerheid worden gecombineerd;

  • f.

    actieve arbeidsmarktmaatregelen en efficiëntere diensten voor arbeidsbemiddeling om te voldoen aan de behoeften van de arbeidsmarkt;

  • g.

    integratie van kansarmen in de arbeidsmarkt;

  • h.

    beperking van de informele economie door zwartwerk om te zetten in regulier werk;

  • i.

    betere bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk, onder andere door opleiding en voorlichting over vraagstukken in verband met gezondheid en veiligheid, bevordering van preventieve maatregelen, preventie met betrekking tot de belangrijkste risicofactoren voor ongevallen, het beheer van chemische stoffen en de uitwisseling van praktijken en onderzoek op dit vlak;

  • j.

    betere sociale bescherming en modernisering van de socialezekerheidsstelsels in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;

  • k.

    armoedebestrijding en meer sociale cohesie;

  • l.

    gelijkheid van en gelijke kansen voor mannen en vrouwen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en opleiding en in de economie, de samenleving en de besluitvorming;

  • m.

    bestrijding van discriminatie op alle gronden;

  • n.

    meer capaciteit voor de sociale partners en bevordering van de sociale dialoog.

Artikel

421

De partijen moedigen de participatie aan van alle belanghebbenden, met name de sociale partners en het maatschappelijk middenveld, in de beleidshervormingen van Oekraïne en in de samenwerking tussen de partijen in het kader van deze overeenkomst.

Artikel

422

De partijen bevorderen de maatschappelijke verantwoordelijkheid en verantwoordingsplicht van bedrijven en moedigen verantwoorde zakelijke praktijken aan, zoals bepleit in het Global Compact van de Verenigde Naties van 2000, de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) van 1977, zoals gewijzigd in 2006, en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van 1976, zoals gewijzigd in 2000.

Artikel

423

De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante regionale, multilaterale en internationale fora en organisaties.

Artikel

424

Oekraïne brengt zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de EU-wetgeving, -normen en -praktijken op het gebied van werkgelegenheid, sociaal beleid en gelijke kansen, zoals beschreven in bijlage XXXIX bij deze overeenkomst.

Artikel

425

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 21 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

22

VOLKSGEZONDHEID

Artikel

426

De partijen ontwikkelen samenwerking op het gebied van de volksgezondheid om het niveau van de bescherming van de volksgezondheid en de gezondheid van de mens te verhogen, als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei.

Artikel

427

Artikel

428

Oekraïne brengt zijn wetgeving en praktijken geleidelijk in overeenstemming met de Europese wet- en regelgeving, met name wat betreft overdraagbare ziekten, bloed, weefsel en cellen en tabak. Een overzicht van de belangrijkste Europese wet- en regelgeving op dit vlak is opgenomen in bijlage XL bij deze overeenkomst.

Artikel

429

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 22 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

23

ONDERWIJS, OPLEIDING EN JEUGD

Artikel

430

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, waarbij zij de inhoud van elkaars curriculum, de organisatie van elkaars onderwijssysteem en hun culturele en linguïstische diversiteit volledig eerbiedigen, teneinde het wederzijdse begrip te vergroten, de interculturele dialoog te stimuleren en de kennis van elkaars cultuur te versterken.

Artikel

431

De partijen intensiveren hun samenwerking op het gebied van het hoger onderwijs, vooral met het oog op:

  • a.

    hervorming en modernisering van de systemen voor hoger onderwijs;

  • b.

    bevordering van de convergentie op het gebied van het hoger onderwijs volgens het Bolognaproces;

  • c.

    verhoging van de kwaliteit en relevantie van het hoger onderwijs;

  • d.

    meer samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs;

  • e.

    meer capaciteit voor instellingen voor hoger onderwijs;

  • f.

    meer mobiliteit van studenten en docenten; vergemakkelijking van de toegang tot het hoger onderwijs.

Artikel

432

De partijen streven naar meer uitwisseling van informatie en deskundigheid ter bevordering van nauwere samenwerking op het gebied van beroepsonderwijs en opleiding, vooral met het oog op:

  • a.

    de ontwikkeling van systemen voor beroepsonderwijs en opleiding en na- en bijscholing tijdens de professionele loopbaan, waarbij wordt ingespeeld op de veranderingen op de arbeidsmarkt;

  • b.

    de oprichting van een nationaal kader ter verbetering van de transparantie en de erkenning van kwalificaties en competenties, waarbij waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van de ervaring van de EU.

Artikel

433

De partijen onderzoeken of zij hun samenwerking op andere terreinen kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld met betrekking tot het middelbaar onderwijs, onderwijs op afstand en een leven lang leren.

Artikel

434

De partijen streven naar nauwere samenwerking en de uitwisseling van ervaringen op het gebied van het jeugdbeleid en informele opleiding door:

  • a.

    jongeren beter te integreren in de samenleving door actief burgerschap en zin voor initiatief aan te moedigen;

  • b.

    jongeren te helpen om kennis, vaardigheden en competenties te verwerven buiten het onderwijssysteem, onder andere door middel van vrijwilligerswerk, en dergelijke ervaring te erkennen;

  • c.

    samenwerking met derde landen aan te moedigen;

  • d.

    samenwerking tussen jongerenorganisaties in Oekraïne, de EU en haar lidstaten aan te moedigen;

  • e.

    een gezonde levensstijl aan te moedigen, met name voor jongeren.

Artikel

435

De partijen houden bij hun samenwerking rekening met de aanbevelingen van bijlage XLI bij deze overeenkomst.

Artikel

436

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 23 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

24

CULTUUR

Artikel

437

De partijen bevorderen de culturele samenwerking teneinde het wederzijds begrip te vergroten, en bevorderen culturele uitwisselingen en de mobiliteit van kunst en kunstenaars uit de EU en Oekraïne.

Artikel

438

De partijen moedigen interculturele dialoog aan tussen personen en organisaties die het maatschappelijk middenveld en culturele instellingen uit de EU en Oekraïne vertegenwoordigen.

Artikel

439

De partijen werken nauw samen in relevante internationale fora, bijvoorbeeld de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur (Unesco) en de Raad van Europa, onder andere om de culturele diversiteit te ontwikkelen en het cultureel en historisch erfgoed te behouden en op te waarderen.

HOOFDSTUK

25

SPORT EN BEWEGING

Artikel

441

Artikel

442

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 25 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

26

MAATSCHAPPELIJKE SAMENWERKING

Artikel

443

De partijen bevorderen de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, met het oog op:

  • a.

    intensivering van de contacten en bevordering van de uitwisseling van ervaringen tussen alle sectoren van het maatschappelijk middenveld in de EU-lidstaten en Oekraïne;

  • b.

    betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, inclusief het toezicht daarop, en de ontwikkeling van de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Oekraïne;

  • c.

    meer kennis van en inzicht in Oekraïne in de EU-lidstaten, onder meer wat betreft de geschiedenis en cultuur van het land;

  • d.

    meer kennis van en inzicht in de Europese Unie in Oekraïne, onder meer wat betreft de waarden waarop de EU is gegrondvest, de werking en het beleid.

Artikel

444

De partijen bevorderen dialoog en samenwerking tussen vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van beide partijen als integraal onderdeel van de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne, door:

  • a.

    de intensivering van contacten en van de uitwisseling van ervaringen tussen maatschappelijke organisaties in de EU-lidstaten en Oekraïne te bevorderen, met name door middel van seminars, opleiding, en dergelijke;

  • b.

    de institutionele opbouw en consolidatie van het maatschappelijk middenveld te bevorderen, onder andere door lobbying, informele netwerken, bezoeken, workshops, enzovoorts;

  • c.

    vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit Oekraïne vertrouwd te maken met het proces van overleg en dialoog tussen de sociale en maatschappelijke partners in de EU, met het oog op de integratie van het maatschappelijk middenveld in de beleidsdialoog in Oekraïne.

Artikel

445

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 26 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

27

GRENSOVERSCHRIJDENDE EN REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

446

De partijen bevorderen wederzijds begrip en bilaterale samenwerking op het gebied van het regionaal beleid, de methoden voor formulering en uitvoering van regionaal beleid, waaronder bestuur en partnerschap op meerdere niveaus, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van kansarme gebieden en territoriale samenwerking, teneinde communicatiekanalen tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie te bevorderen tussen nationale, regionale en lokale overheden, sociaal-economische actoren en het maatschappelijk middenveld.

Artikel

447

De partijen ondersteunen en versterken de betrokkenheid van lokale en regionale overheden bij grensoverschrijdende en regionale samenwerking en de daarmee verband houdende beheersstructuren, bevorderen de samenwerking door een passend wetgevend kader tot stand te brengen, ondersteunen en ontwikkelen maatregelen voor capaciteitsopbouw en bevorderen de versterking van grensoverschrijdende en regionale economische en zakelijke netwerken.

Artikel

448

De partijen versterken en stimuleren de ontwikkeling van de grensoverschrijdende en regionale dimensie van onder andere vervoer, energie, communicatienetwerken, cultuur, onderwijs, toerisme, gezondheid en andere terreinen die onder deze overeenkomst vallen en die van invloed zijn op de grensoverschrijdende en regionale samenwerking. De partijen moedigen met name de ontwikkeling van grensoverschrijdende samenwerking aan met betrekking tot de modernisering, uitrusting en coördinatie van noodhulpdiensten.

Artikel

449

Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 27 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

28

DEELNAME AAN EU-AGENTSCHAPPEN EN -PROGRAMMA'S

Artikel

450

Oekraïne mag deelnemen aan EU-agentschappen die relevant zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst en aan alle andere EU-agentschappen, indien dat mogelijk is op grond van de oprichtingsverordening en op de daarin vastgelegde voorwaarden. Oekraïne sluit voor elk agentschap een aparte overeenkomst met de EU inzake de deelname en de financiële bijdrage.

Artikel

452

De EU stelt Oekraïne in kennis van de oprichting van nieuwe EU-agentschappen en -programma's en van veranderingen in de voorwaarden voor deelname aan deze agentschappen en programma's zoals beschreven in de artikelen 450 en 451 van deze overeenkomst.

TITEL

VI

FINANCIËLE SAMENWERKING EN FRAUDEBESTRIJDING

Artikel

453

Oekraïne komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering. De financiële bijstand moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en wordt verstrekt overeenkomstig de onderstaande bepalingen.

Artikel

454

De belangrijkste beginselen inzake de financiële bijstand worden vastgelegd in de relevante reglementen voor de financiële instrumenten van de EU.

Artikel

455

De prioritaire gebieden voor de financiële bijstand van de EU worden door de partijen bepaald en vastgelegd in indicatieve programma's die overeenstemmen met de overeengekomen beleidsprioriteiten. De indicatieve bedragen van deze bijstand worden vastgesteld op basis van de behoeften van Oekraïne, de sectorale capaciteit en de vorderingen met betrekking tot de hervormingen.

Artikel

456

Om de beschikbare middelen optimaal te benutten streven de partijen ernaar de bijstand uit te voeren in nauwe samenwerking en coördinatie met andere donorlanden, donororganisaties en internationale financiële instellingen en overeenkomstig de internationale beginselen inzake doeltreffendheid van hulp.

Artikel

457

De fundamentele juridische, administratieve en technische grondslag van de financiële bijstand wordt vastgelegd in specifieke overeenkomsten tussen de partijen.

Artikel

458

De Associatieraad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en de uitvoering van de financiële bijstand en de impact op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. Daartoe zorgen de relevante organen van de partijen op passende wijze en op wederzijdse en permanente basis voor toezicht en evaluatie van informatie.

Artikel

459

TITEL

VII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

460

Artikel

461

Artikel

462

Artikel

463

Artikel

464

Artikel

465

Artikel

466

Artikel

467

Artikel

468

Artikel

469

Artikel

470

HOOFDSTUK

2

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

471

Toegang tot gerechtelijke en administratieve instanties

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst zorgt elke partij ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang hebben tot de bevoegde gerechtelijke en administratieve instanties, ter verdediging van hun individuele rechten en eigendomsrechten.

Artikel

472

Maatregelen in verband met wezenlijke veiligheidsbelangen

Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar wezenlijke veiligheidsbelangen indruist;

  • b.

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

473

Non-discriminatie

Artikel

474

Geleidelijke aanpassing

Overeenkomstig de in artikel 1 van deze overeenkomst beschreven doelstellingen van deze overeenkomst brengt Oekraïne zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de in de bijlagen I tot en met XLIII bij deze overeenkomst beschreven EU-wetgeving, op basis van de verbintenissen die zijn beschreven in de titels IV, V en VI van deze overeenkomst en de bepalingen van de genoemde bijlagen. Deze bepaling doet geen afbreuk aan eventuele specifieke beginselen en verplichtingen inzake aanpassing van de regelgeving uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel

475

Toezicht

Artikel

476

Voldoen aan verplichtingen

Artikel

477

Beslechting van geschillen

Artikel

478

Passende maatregelen bij niet-nakoming van verplichtingen

Artikel

479

Verband met andere overeenkomsten

Artikel

480

Bijlagen en protocollen

De bijlagen en protocollen vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel

481

Looptijd

Artikel

482

Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Unie, of haar lidstaten, of de Unie en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds. Waar van toepassing wordt Euratom bedoeld, overeenkomstig de bevoegdheden krachtens het Euratomverdrag.

Artikel

484

Depositaris van de overeenkomst

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel

485

Authentieke teksten

Deze overeenkomst wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oekraïnse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

486

Inwerkingtreding

Lijst van Bijlagen

Bijlage I-A bij hoofdstuk 1

Afschaffing van douanerechten

Aanhangsel A

Indicatieve geaggregeerde TC's voor invoer in de EU

Aanhangsel B

Indicatieve geaggregeerde TC's voor invoer in Oekraïne

Bijlage I-B bij hoofdstuk 1

Aanvullende voorwaarden voor de handel in oude kleren

Bijlage I-C bij hoofdstuk 1

Schema voor de afschaffing van uitvoerrechten

Bijlage I-D bij hoofdstuk 1

Vrijwaringsmaatregelen voor uitvoerrechten

Bijlage II bij hoofdstuk 2

Vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van personenauto's

Bijlage III bij hoofdstuk 3

Lijst van aan te passen wetgeving, met tijdschema voor de tenuitvoerlegging

Bijlage IV-A bij hoofdstuk 4

Toepassingsgebied

Bijlage IV-A bij hoofdstuk 4

SPS-maatregelen

Bijlage IV-B bij hoofdstuk 4

Dierenwelzijnsnormen

Bijlage IV-C bij hoofdstuk 4

Andere maatregelen

Bijlage IV-D bij hoofdstuk 4

Maatregelen die moeten worden opgenomen na de onderlinge aanpassing van de wetgevingen

Bijlage V bij hoofdstuk 4

Omvangrijke strategie voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk

Bijlage VI bij hoofdstuk 4

Lijst van dierziekten en aquacultuurziekten waarvan aangifte moet worden gedaan en gereglementeerde plagen ten aanzien waarvan regionalisatie wordt toegepast

Bijlage VI-B bij hoofdstuk 4

Erkenning van de status inzake plagen, plagenvrije gebieden en beschermde gebieden

Bijlage VII bij hoofdstuk 4

Regionalisatie / zonering, plagenvrije gebieden en beschermde gebieden

Bijlage VIII bij hoofdstuk 4

Voorlopige goedkeuring van inrichtingen

Bijlage IX bij hoofdstuk 4

Bepaling van gelijkwaardigheid

Bijlage X bij hoofdstuk 4

Richtsnoeren voor de uitvoering van verificaties

Bijlage XI bij hoofdstuk 4

Controles bij invoer en inspectievergoedingen

Bijlage XII bij hoofdstuk 4

Certificering

Bijlage XIII bij hoofdstuk 4

Overige aangelegenheden

Bijlage XIV bij hoofdstuk 4

Compartimentering

Bijlage XV bij hoofdstuk 5

Aanpassing van de douanewetgeving

Bijlage XVI bij hoofdstuk 6

Lijst van voorbehouden inzake vestiging; lijst van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening; Lijst van voorbehouden inzake dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

Bijlage XVI-A bij hoofdstuk 6

Voorbehouden van de EU inzake vestiging

Bijlage XVI-B bij hoofdstuk 6

Verbintenissen van de EU inzake grensoverschrijdende diensten

Bijlage XVI-C bij hoofdstuk 6

Voorbehouden van de EU inzake dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

Bijlage XVI-D bij hoofdstuk 6

Voorbehouden van Oekraïne inzake vestiging

Bijlage XVI-E bij hoofdstuk 6

Verbintenissen van Oekraïne inzake grensoverschrijdende diensten

Bijlage XVI-F bij hoofdstuk 6

Voorbehouden van Oekraïne inzake dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

Bijlage XVII

Aanpassing van de regelgeving

Aanhangsel XVII-1

Horizontale aanpassingen en procedureregels

Aanhangsel XVII-2

Regels ten aanzien van financiële diensten

Aanhangsel XVII-3

Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten

Aanhangsel XVII-4

Regels ten aanzien van post- en koeriersdiensten

Aanhangsel XVII-5

Regels ten aanzien van internationaal zeevervoer

Aanhangsel XVII-6

Bepalingen in verband met monitoring

Bijlage XVIII bij hoofdstuk 6

Informatiepunten

Bijlage XIX bij hoofdstuk 6

Indicatieve EU-lijst van relevante producten- en dienstenmarkten die moeten worden geanalyseerd overeenkomstig artikel 116

Bijlage XX bij hoofdstuk 6

Indicatieve lijst van Oekraïne van relevante markten die moeten worden geanalyseerd overeenkomstig artikel 116

Bijlage XXI bij hoofdstuk 8

Overheidsopdrachten

Bijlage XXI-A bij hoofdstuk 8

Indicatief tijdschema voor institutionele hervorming, aanpassing van de wetgeving en markttoegang

Bijlage XXI-B bij hoofdstuk 8

Basiselementen van Richtlijn 2004/18/EG (fase 2)

Bijlage XXI-C bij hoofdstuk 8

Basiselementen van Richtlijn 89/665/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG (fase 2)

Bijlage XXI-D bij hoofdstuk 8

Basiselementen van Richtlijn 2004/17/EG (fase 3)

Bijlage XXI-E bij hoofdstuk 8

Basiselementen van Richtlijn 92/13/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG (fase 3)

Bijlage XXI-F bij hoofdstuk 8

Andere niet-verplichte elementen van Richtlijn 2004/18/EG (fase 4)

Bijlage XXI-G bij hoofdstuk 8

Andere verplichte elementen van Richtlijn 2004/18/EG (fase 4)

Bijlage XXI-H bij hoofdstuk 8

Andere elementen van Richtlijn 89/665/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG (fase 4)

Bijlage XXI-I bij hoofdstuk 8

Andere niet-verplichte elementen van Richtlijn 2004/17/EG (fase 5)

Bijlage XXI-J bij hoofdstuk 8

Andere elementen van Richtlijn 92/13/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG (fase 5)

Bijlage XXI-K bij hoofdstuk 8

Bepalingen van Richtlijn 2004/18/EG buiten het toepassingsgebied van het proces van aanpassing van de wetgeving

Bijlage XXI-L bij hoofdstuk 8

Bepalingen van Richtlijn 2004/17/EG buiten het toepassingsgebied van het proces van aanpassing van de wetgeving

Bijlage XXI-M bij hoofdstuk 8

Bepalingen van Richtlijn 89/665/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG buiten het toepassingsgebied van het proces van aanpassing van de wetgeving

Bijlage XXI-N bij hoofdstuk 8

Bepalingen van Richtlijn 92/13/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG buiten het toepassingsgebied van het proces van aanpassing van de wetgeving

Bijlage XXI-O bij hoofdstuk 8

Indicatieve lijst van samenwerkingsgebieden

Bijlage XXI-P bij hoofdstuk 8

Drempels

Bijlage XXII-A bij hoofdstuk 9

Geografische aanduidingen – wetgeving van de partijen en elementen voor registratie en controle

Bijlage XXII-B bij hoofdstuk 9

Geografische aanduidingen – criteria voor de bezwaarprocedure

Bijlage XXII-C bij hoofdstuk 9

Geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen als bedoeld in artikel 202, lid 3, van deze overeenkomst

Bijlage XXII-D bij hoofdstuk 9

Geografische aanduidingen van wijnen, gearomatiseerde wijnen en gedistilleerde dranken als bedoeld in artikel 202, lid 4

Bijlage XXIII bij hoofdstuk 10

Verklarende woordenlijst

Bijlage XXIV bij hoofdstuk 14

Reglement van orde voor geschillenbeslechting

Bijlage XXV bij hoofdstuk 15

Gedragscode voor leden van arbitragepanels en bemiddelaars

Bijlage XXVI bij hoofdstuk 1

Samenwerking inzake energie, met inbegrip van kernenergie

Bijlage XXVII bij hoofdstuk 1

Samenwerking inzake energie, met inbegrip van kernenergie

Bijlage XXVIII bij hoofdstuk 4

Belastingen

Bijlage XXIX bij hoofdstuk 5

Statistieken

Bijlage XXX bij hoofdstuk 6

Milieu

Bijlage XXXI bij hoofdstuk 6

Milieu

Bijlage XXXII bij hoofdstuk 7

Vervoer

Bijlage XXXIII bij hoofdstuk 7

Vervoer

Bijlage XXXIV bij hoofdstuk 13

Vennootschapsrecht, corporate governance, boekhouding en boekhoudkundige controle

Bijlage XXXV bij hoofdstuk 13

Vennootschapsrecht, corporate governance, boekhouding en boekhoudkundige controle

Bijlage XXXVI bij hoofdstuk 13

Vennootschapsrecht, corporate governance, boekhouding en boekhoudkundige controle

Bijlage XXXVII bij hoofdstuk 15

Audiovisueel beleid

Bijlage XXXVIII bij hoofdstuk 17

Landbouw en plattelandsontwikkeling

Bijlage XXXIX bij hoofdstuk 20

Consumentenbescherming

Bijlage XL bij hoofdstuk 21

Werkgelegenheid, sociaal beleid en gelijke kansen

Bijlage XLI bij hoofdstuk 22

Volksgezondheid

Bijlage XLII bij hoofdstuk 23

Onderwijs, beroepsopleiding en jeugd

Bijlage XLIII bij titel VI

Financiële samenwerking en fraudebestrijding

Bijlage XLIV bij titel VI

Financiële samenwerking en fraudebestrijding

Protocol I

Protocol betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong”en regelingen voor administratieve samenwerking

Protocol II

Protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Protocol III

Protocol inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne inzake de algemene beginselen voor deelname van Oekraïne aan EU-programma’s

Protocol

I

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het product dat wordt vervaardigd, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994 (WTO-overeenkomst inzake de douanewaarde);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs van het product af fabriek, betaald aan de fabrikant in de Europese Unie of in Oekraïne in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Europese Unie of in Oekraïne is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen volgens de definitie onder g), die van overeenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van elk van de verwerkte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 van dit protocol bedoelde landen, of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Europese Unie of in Oekraïne is betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde, of bij gebreke daarvan, van een enkele factuur;

  • m.

    „gebieden”: met inbegrip van de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie in de Europese Unie

Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 1, van dit protocol worden producten als van oorsprong uit de Europese Unie beschouwd als zij daar verkregen zijn, en in die producten materialen zijn verwerkt die, in overeenstemming met de bepalingen van het aan deze overeenkomst gehechte protocol inzake de oorsprongsregels, van oorsprong zijn uit Oekraïne, mits de be- of verwerking in de Europese Unie ingrijpender is dan de in artikel 7 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

Artikel

4

Cumulatie in Oekraïne

Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 2, van dit protocol worden producten als van oorsprong uit Oekraïne beschouwd als zij daar verkregen zijn, en in die producten materialen zijn verwerkt die, in overeenstemming met de bepalingen van het aan deze overeenkomst gehechte protocol inzake de oorsprongsregels, van oorsprong zijn uit de Europese Unie, mits de be- of verwerking in Oekraïne ingrijpender is dan de in artikel 7 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

Artikel

5

Volledig verkregen producten

Artikel

6

Toereikende be- of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

8

In aanmerking te nemen eenheid

Artikel

9

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden verzonden en die deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het materieel of de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem worden als van oorsprong beschouwd wanneer alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oorsprong beschouwd wanneer de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE OF VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

15

Verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Europese Unie of in Oekraïne onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong bij verzending van deze producten of van een gedeelte daarvan naar een andere plaats binnen de Europese Unie of Oekraïne door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen. Dergelijke certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de producten.

Artikel

21

Gescheiden boekhouding

Artikel

22

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

23

Toegelaten exporteur

Artikel

24

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

25

Overlegging van het bewijs van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze douaneautoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van oorsprong wordt vertaald en dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

26

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI of XVII of de posten 7308 of 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt bij de invoer van de eerste deelzending een enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend.

Artikel

27

Vrijstelling van het bewijs van oorsprong

Artikel

28

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, en artikel 22, lid 3, van dit protocol bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring worden gedekt, als producten van oorsprong uit de Europese Unie of uit Oekraïne kunnen worden aangemerkt en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de betrokken goederen te verkrijgen;

  • b.

    in de Europese Unie of in Oekraïne afgegeven of opgestelde en volgens het interne recht van de Unie of Oekraïne gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Europese Unie of in Oekraïne afgegeven of opgestelde en volgens het interne recht van de Europese Unie of Oekraïne gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van de materialen in de Unie of in Oekraïne blijkt;

  • d.

    overeenkomstig dit protocol in de Europese Unie of in Oekraïne afgegeven of opgestelde certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt;

  • e.

    passende bewijsstukken inzake be- of verwerking buiten de Europese Unie of Oekraïne overeenkomstig artikel 12 van dit protocol, waaruit blijkt dat aan de eisen van dat artikel is voldaan.

Artikel

29

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de bewijsstukken

Artikel

30

Verschillen en vormfouten

Artikel

31

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

32

Wederzijdse bijstand

Artikel

33

Controle van de bewijzen van oorsprong

Artikel

34

Geschillenbeslechting

Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 van dit protocol bedoelde controleprocedures die de douaneautoriteiten die om de controle verzoeken en de douaneautoriteiten die de controle moeten uitvoeren niet onderling kunnen regelen, alsmede problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden voorgelegd aan het Handelscomité.

Op de regeling van geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer is in alle gevallen de wetgeving van dat land van toepassing.

Artikel

35

Sancties

Er worden sancties getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel een preferentiële behandeling voor producten te verkrijgen.

Artikel

36

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

37

Toepassing van het protocol

Artikel

38

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

39

Wijzigingen van het protocol

Gezamenlijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra

  • 1.

    Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem worden door Oekraïne aanvaard als producten van oorsprong uit de Unie in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol 1 is van overeenkomstige toepassing bij het vaststellen van de oorsprong van deze producten.

Gezamenlijke verklaring betreffende de Republiek San Marino

  • 1.

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Oekraïne aanvaard als producten van oorsprong uit de Unie in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol 1 is van overeenkomstige toepassing bij het vaststellen van de oorsprong van deze producten.

Gezamenlijke verklaring betreffende de herziening van de oorsprongsregels in Protocol 1

  • 1.

    De partijen komen overeen om, wanneer een van hen daarom verzoekt en in geen geval later dan vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de oorsprongsregels in dit protocol opnieuw te onderzoeken en overleg te plegen over de noodzakelijke wijzigingen. In dit overleg houden de partijen rekening met de technologische ontwikkeling, de productieprocessen en alle andere factoren, met inbegrip van de lopende hervormingen van de oorsprongsregels, die de wijziging van de regels kunnen rechtvaardigen.

  • 2.

    Bijlage II bij dit protocol zal worden aangepast in overeenstemming met de periodieke wijzigingen van het geharmoniseerd systeem.

Protocol

II

betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door informatie te verstrekken die zij hebben verkregen over:

  • activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;

  • nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;

  • goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bij met de douanewetgeving strijdige handelingen betrokken zijn of waren;

  • vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in overeenstemming met haar wettelijke bepalingen, alle maatregelen die nodig zijn voor

  • de verstrekking van documenten; of

  • de kennisgeving van besluiten

  • van de verzoekende autoriteit in verband met de toepassing van dit protocol aan adressaten die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijven of gevestigd zijn.

Verzoeken om de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Uitvoering van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Doorgifte van informatie en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. In de dagvaarding dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke of administratieve instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Protocol

III

inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne inzake de algemene beginselen voor deelname van Oekraïne aan EU-programma’s

De partijen komen het volgende overeen:

Artikel

1

Oekraïne mag deelnemen aan alle huidige en toekomstige programma’s van de Unie die overeenkomstig de bepalingen tot vaststelling van die programma’s voor het land openstaan.

Artikel

2

Oekraïne levert een financiële bijdrage aan de algemene begroting van de Unie in overeenstemming met de specifieke programma’s waaraan het deelneemt.

Artikel

3

Vertegenwoordigers van Oekraïne mogen als waarnemers de vergaderingen bijwonen van de beheerscomités die belast zijn met het toezicht op de programma’s waaraan Oekraïne een financiële bijdrage levert, voor zover deze betrekking hebben op onderwerpen die Oekraïne aangaan.

Artikel

4

Ten aanzien van projecten en initiatieven die door deelnemers uit Oekraïne worden ingediend, gelden in het kader van de betrokken programma’s voor zover mogelijk dezelfde voorwaarden, regels en procedures als voor de lidstaten.

Artikel

5

De specifieke voorwaarden betreffende de deelname van Oekraïne aan de verschillende programma’s, met name de verschuldigde financiële bijdrage en de rapportage- en evaluatieprocedures, worden vastgesteld in een memorandum van overeenstemming tussen de Commissie en de bevoegde autoriteiten van Oekraïne, op basis van de criteria die in het kader van de betrokken programma’s zijn bepaald.

Als Oekraïne op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument of van een soortgelijke toekomstige verordening betreffende externe bijstand van de Unie aan Oekraïne, de Unie om externe bijstand voor deelname aan een EU-programma verzoekt, worden de voorwaarden voor het gebruik door Oekraïne van de externe bijstand van de Unie in een financieringsovereenkomst vastgesteld, waarbij met name artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1638/2006 in acht wordt genomen.

Artikel

6

Overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen wordt in de krachtens artikel 5 gesloten memoranda van overeenstemming bepaald dat financiële controles of audits en andere controles, zoals administratieve onderzoeken, worden verricht door of onder toezicht van de Europese Commissie, het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en de Rekenkamer.

Er worden gedetailleerde bepalingen in opgenomen inzake financiële controle en audits, administratieve maatregelen, sancties en invordering, waarbij aan de Europese Commissie, OLAF en de Rekenkamer bevoegdheden worden toegekend die gelijkwaardig zijn met hun bevoegdheden ten aanzien van begunstigden of contractanten die in de Unie zijn gevestigd.

Artikel

7

Dit protocol is van toepassing gedurende de looptijd van de overeenkomst.

Elk van beide partijen kan dit protocol opzeggen door schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. Dit protocol verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Beëindiging van dit protocol als gevolg van opzegging door een van de partijen is niet van invloed op de controles die overeenkomstig de artikelen 5 en 6 worden uitgevoerd.

Artikel

8

Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van dit protocol, en vervolgens iedere drie jaar, kunnen de partijen de tenuitvoerlegging van het protocol evalueren aan de hand van de werkelijke deelname van Oekraïne aan een of meer EU-programma’s.

Gezamenlijke verklaring

De Europese Unie, hierna de „EU” genoemd, wijst erop dat landen die met de EU een douane-unie tot stand hebben gebracht, hun handelsregeling moeten aanpassen aan die van de EU en dat sommige van hen een preferentiële overeenkomst moeten sluiten met landen die met de EU een preferentiële overeenkomst hebben gesloten.

De partijen nemen er in dit verband nota van dat Oekraïne onderhandelingen moet openen met landen

  • a.

    die met de EU een douane-unie tot stand hebben gebracht en

  • b.

    waarvan de producten niet in aanmerking komen voor de tariefconcessies ingevolge deze overeenkomst,

teneinde met hen in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT een bilaterale overeenkomst tot instelling van een vrijhandelszone te sluiten (waardoor nagenoeg alle handel wordt bestreken). Oekraïne opent zo spoedig mogelijk onderhandelingen, zodat bovenbedoelde overeenkomst op een zo vroeg mogelijk tijdstip na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in werking kan treden.

Slotakte tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, wat de Associatieovereenkomst betreft

De vertegenwoordigers van;

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

de Europese Unie,

de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

enerzijds, en

Oekraïne,

anderzijds,

(hierna gezamenlijk „de ondertekenende partijen” genoemd),

bijeengekomen te Brussel op zevenentwintig 27 juni tweeduizend veertien,

voor de ondertekening van die delen van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (hierna „de Overeenkomst” genoemd) die niet op 21 maart 2014 werden ondertekend,

herinneren eraan dat zij tijdens de topbijeenkomst te Brussel op 21 maart 2014 de tekst van de volgende politieke bepalingen van de overeenkomst hebben ondertekend:

De ondertekenende partijen zijn overgegaan tot de ondertekening van de volgende bepalingen van de overeenkomst:

  • de titels III, IV, V en VI en de desbetreffende bijlagen en protocollen,

en bevestigen dat de overeenkomst één enkel instrument vormt.

De ondertekenende partijen komen overeen dat artikel 486, lid 4 van de overeenkomst betreffende de voorlopige toepassing, ingevolge deze slotakte van toepassing is op de overeenkomstige delen van de overeenkomst.

De ondertekenende partijen komen overeen dat de overeenkomst van toepassing is op het volledige grondgebied van Oekraïne zoals erkend in het internationaal recht en dat zij overleg zullen plegen teneinde te bepalen wat de gevolgen van de overeenkomst zijn ten aanzien van de het illegaal ingelijfde grondgebied van de Autonome Republiek de Krim en van de stad Sebastopol waarover de regering van Oekraïne momenteel niet feitelijk het gezag uitoefent.

GEDAAN te Brussel, op zevenentwintig juni tweeduizend veertien.

Slotakte van de topbijeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, betreffende de Associatieovereenkomst

Op 21 maart 2014 heeft in Brussel een topbijeenkomst plaatsgevonden tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds.

De vertegenwoordigers van:

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

de Europese Unie,

enerzijds, en

Oekraïne,

anderzijds,

deelnemende aan de topbijeenkomst (hierna „de Ondertekenende Partijen” genoemd),

hebben de tekst van de volgende politieke bepalingen van de aangehechte Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (hierna „de Overeenkomst” genoemd), ondertekend:

De Ondertekenende Partijen bevestigen dat zij voornemens zijn over te gaan tot de ondertekening en sluiting van de Titels III, IV, V en VI van de Overeenkomst, die samen met de rest van de Overeenkomst één instrument vormen. Met het oog daarop zullen de Ondertekenende Partijen via de diplomatieke kanalen met elkaar overleg plegen teneinde een geschikte datum voor een bijeenkomst van de Ondertekenende Partijen vast te leggen of enige andere actie te bepalen die daartoe aangewezen is.

De Ondertekenende Partijen komen overeen dat artikel 486, lid 4, betreffende de voorlopige toepassing van de Overeenkomst, van toepassing is op de overeenkomstige delen van de Overeenkomst ingevolge de onderhavige slotakte.

GEDAAN te Brussel, op 21 maart 2014.