Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

buitengewoon opsporingsambtenaar:

de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

AID:

de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Natuurbeheer:

directie Natuurbeheer van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

SBB:

Staatsbosbeheer;

PD:

de Plantenziektenkundige dienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

NAK:

de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;

It Fryske Gea:

Stichting It Fryske Gea (Stichting het Friese landschap).

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De directeur van de AID brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de bezoldigd en onbezoldigd buitengewoon opsporingsambtenaren bij de AID aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de in dit besluit genoemde diensten en

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval met betrekking tot de in artikel 3, eerste lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren inzicht wordt gegeven in het opleidingstraject en de stand van zaken met betrekking tot de in artikel 8, eerste lid, onder e, bedoelde periodieke toetsing of bijscholing, en met betrekking tot de in artikel 3, tweede lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

8

Artikel

9

De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, en 3, derde lid, onder b en c, is ontheffing verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. Deze ontheffing geldt alleen en voor zover de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen.

Artikel

10

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 11 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel

11

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 1996 wordt ingetrokken.

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000.

Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
hoofd bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden,H.Ph.Mayer