Besluit van 29 augustus 2011 houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken (Bouwbesluit 2012)

Bouwbesluit 2012

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 juli 2011, nr. 2011- 20112000271178, CZW;
Gelet op de artikelen 2, 3, 5, 6 en 120 van de Woningwet en op richtlijn nr. 89/106/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake voor de bouw bestemde producten (PbEG L 40), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PbEG L 220), richtlijn nr. 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PbEG L 101/56), richtlijn nr. 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU L153) en verordening nr. 305/2011/EU van het Europees parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PbEU L88);
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 19 juli 2011, W04.11.0267/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 augustus 2011, nr. 2011-2000364848, CZW;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

§

1.1

Algemeen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

Artikel

1.2

Aantal personen

Artikel

1.3

Gelijkwaardigheidsbepaling

Artikel

1.4

Gemeenschappelijk en gezamenlijk

§

1.2

Toepassing normen en certificatie- en inspectieschema’s

Artikel

1.5

Toepassing normen en certificatie- en inspectieschema’s

§

1.3

CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen

Artikel

1.6

In de handel brengen

Het is verboden een bouwproduct in de handel te brengen waarvoor de Europese Commissie een geharmoniseerde Europese norm heeft gepubliceerd en de co-existentieperiode met betrekking tot die norm is afgelopen, indien dat product niet is voorzien van de daarop betrekking hebbende CE-markering.

Artikel

1.7

CE-markeringen

Artikel

1.8

Toepassing kwaliteitsverklaringen

Indien een bouwproduct of bouwproces aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproduct of bouwproces is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring.

Artikel

1.9

Certificatie- en inspectie-instellingen kwaliteitsverklaringen

Artikel

1.10

Implementatie richtlijn bouwproducten en verordening bouwproducten

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de implementatie van de richtlijn bouwproducten en de verordening bouwproducten.

Artikel

1.11

Erkenning kwaliteitsverklaringen

§

1.4

Bijzondere bepalingen

Artikel

1.12

Verbouw

Artikel

1.13

Monumenten

Indien aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, dan wel artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo een voorschrift is verbonden dat afwijkt van een bij of krachtens dit besluit vastgesteld voorschrift voor het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk, is uitsluitend het aan die vergunning verbonden voorschrift van toepassing.

Artikel

1.14

Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 6 de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing, tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven.

Artikel

1.15

Verplaatsing

Artikel

1.16

Zorgplicht

Artikel

1.17

Beschikbaarheid gegevens en bescheiden

Een constructieonderdeel waarvoor volgens de afdelingen 2.2, 2.8 of 2.9 een eis geldt waaraan het constructieonderdeel uitsluitend met een aanvullende behandeling kan blijven voldoen, is voorzien van een geldig door het bevoegd gezag aanvaard document waaruit blijkt dat deze aanvullende behandeling adequaat is toegepast.

§

1.5

Gebruiksmelding

Artikel

1.18

Gebruiksmeldingplicht

Artikel

1.19

Indiening gebruiksmelding

Artikel

1.20

Afhandeling gebruiksmelding

De melder krijgt door of namens het bevoegd gezag een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.

Artikel

1.21

Nadere voorwaarden na gebruiksmelding

Artikel

1.22

Wijzigen nadere voorwaarden gebruiksmelding

§

1.6

Procedure bouwwerkzaamheden

Artikel

1.23

Aanwezigheid bescheiden

Tijdens het bouwen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig:

  • a.

    vergunning voor het bouwen;

  • b.

    bouwveiligheidsplan als bedoeld in artikel 8.3;

  • c.

    afschrift van een besluit ingevolge artikel 13, 13a, of 14 van de wet, dan wel een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang dan wel last onder dwangsom, en

  • d.

    overige voor het bouwen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorwaarden en ontheffingen.

Artikel

1.24

Het uitzetten van de bebouwingsgrenzen

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor vergunning is verleend wordt, onverminderd de voorwaarden bij de vergunning, niet begonnen voordat voor zover nodig door of namens het bevoegd gezag:

  • a.

    de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet, en

  • b.

    het straatpeil is uitgezet.

Artikel

1.25

Mededeling aanvang en beëindiging bouwwerkzaamheden

§

1.7

Procedure sloopwerkzaamheden

Artikel

1.26

Sloopmelding

Artikel

1.27

Indieningswijze sloopmelding

Artikel

1.28

Afhandeling sloopmelding

De melder krijgt door of namens het bevoegd gezag een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.

Artikel

1.29

Nadere voorwaarden na sloopmelding

Artikel

1.30

Wijzigen nadere voorwaarden sloopmelding

Artikel

1.31

Samenloop sloopmelding en omgevingsvergunning

Artikel

1.32

Aanwezigheid bescheiden

Tijdens het slopen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig:

Artikel

1.33

Mededeling aanvang en beëindiging sloopwerkzaamheden

Hoofdstuk

2

Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van veiligheid

Afdeling

2.1

Algemene sterkte van de bouwconstructie

§

2.1.1

Nieuwbouw

Artikel

2.1

Aansturingsartikel

Artikel

2.2

Fundamentele belastingscombinaties

Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de fundamentele belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990.

Artikel

2.3

Buitengewone belastingscombinaties

Artikel

2.4

Bepalingsmethode

Artikel

2.5

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.2 tot en met 2.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het niveau zoals aangegeven in NEN 8700.

§

2.1.2

Bestaande bouw

Artikel

2.6

Aansturingsartikel

Artikel

2.7

Fundamentele belastingscombinaties

Een bouwconstructie bezwijkt niet gedurende de in NEN 8700 bedoelde restlevensduur bij de fundamentele belastingscombinaties als bedoeld in NEN 8700.

Artikel

2.8

Uiterste grenstoestand

Afdeling

2.2

Sterkte bij brand

§

2.2.1

Nieuwbouw

Artikel

2.9

Aansturingsartikel

Artikel

2.10

Tijdsduur bezwijken

Artikel

2.11

Bepalingsmethode

Artikel

2.12

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.10 en 2.11 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 2.10 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en waarbij, in afwijking van artikel 2.11, eerste lid, wordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN 8700 kunnen optreden bij brand.

§

2.2.2

Bestaande bouw

Artikel

2.13

Aansturingsartikel

Artikel

2.14

Tijdsduur bezwijken

Artikel

2.15

Bepalingsmethode

Afdeling

2.3

Afscheiding van vloer, trap en hellingbaan

§

2.3.1

Nieuwbouw

Artikel

2.16

Aansturingsartikel

Artikel

2.17

Aanwezigheid

Artikel

2.18

Hoogte

Artikel

2.19

Openingen

Artikel

2.20

Overklauterbaarheid

Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 heeft, ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven de vloer.

Artikel

2.21

Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.17 tot en met 2.20 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

2.3.2

Bestaande bouw

Artikel

2.22

Aansturingsartikel

Artikel

2.23

Aanwezigheid

Artikel

2.24

Hoogte

Artikel

2.25

Openingen

Afdeling

2.4

Overbrugging van hoogteverschillen

§

2.4.1

Nieuwbouw

Artikel

2.26

Aansturingsartikel

Artikel

2.27

Voorziening bij hoogteverschil

Artikel

2.28

Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk is artikel 2.27 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Artikel

2.29

Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 2.27 van toepassing.

§

2.4.2

Bestaande bouw

Artikel

2.30

Aansturingsartikel

Artikel

2.31

Voorziening bij hoogteverschil

Afdeling

2.5

Trap

§

2.5.1

Nieuwbouw

Artikel

2.32

Aansturingsartikel

Artikel

2.33

Afmetingen trap

Artikel

2.34

Trapbordes

Een trap als bedoeld in artikel 2.27, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,8 m x 0,8 m.

Artikel

2.35

Leuning

Een trap als bedoeld in artikel 2.27 voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en met een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3 heeft aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m.

Artikel

2.36

Regenwerend

Een gemeenschappelijke verkeersruimte met een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1,5 m, is ter plaatse van die trap, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. Dit geldt niet voor een trap die uitsluitend bestemd is om het bouwwerk te ontvluchten.

Artikel

2.37

Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.33 tot en met 2.36 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

2.5.2

Bestaande bouw

Artikel

2.38

Aansturingsartikel

Artikel

2.39

Afmetingen trap

Een trap als bedoeld in artikel 2.31, heeft afmetingen die voldoen aan tabel 2.39.

Tabel 2.39

Minimum breedte van de trap

0,7 m

Minimum vrije hoogte boven de trap

1,9 m

Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede

0,13 m

Maximum hoogte van een optrede

0,22 m

Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap

0,2 m

Artikel

2.40

Trapbordes

Een trap als bedoeld in artikel 2.31, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.

Artikel

2.41

Leuning

Een trap als bedoeld in artikel 2.31 waarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3 heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m.

Afdeling

2.6

Hellingbaan

§

2.6.1

Nieuwbouw

Artikel

2.42

Aansturingsartikel

Artikel

2.43

Afmetingen hellingbaan

Een hellingbaan als bedoeld in de artikelen 2.27 en 6.49, heeft een breedte van ten minste 1,1 m, een hoogte van niet meer dan 1 m en een helling van ten hoogste:

  • a.

    1 : 12 indien het hoogteverschil niet groter is dan 0,25 m;

  • b.

    1 : 16 indien het hoogteverschil groter is dan 0,25 m, maar niet groter dan 0,5 m, en

  • c.

    1 : 20 indien het hoogteverschil groter is dan 0,5 m.

Artikel

2.44

Hellingbaanbordes

Een hellingbaan als bedoeld in de artikelen 2.27 en 6.49, sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 1,4 m x 1,4 m.

Artikel

2.45

Geleiderand

Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.27, heeft aan de zijkant een aaneengesloten geleiderand, met een vanaf de vloer van de hellingbaan gemeten hoogte van ten minste 0,04 m.

Artikel

2.46

Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.43 tot en met 2.45 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

2.6.2

Bestaande bouw

Artikel

2.47

Aansturingsartikel

Artikel

2.48

Afmetingen hellingbaan

Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 heeft een breedte van ten minste 0,7 m en een helling van ten hoogste 1:10.

Artikel

2.49

Hellingbaanbordes

Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.

Afdeling

2.7

Beweegbare constructieonderdelen

§

2.7.1

Nieuwbouw

Artikel

2.50

Aansturingsartikel

Artikel

2.51

Hinder

Artikel

2.52

Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk is artikel 2.51, eerste lid, niet van toepassing.

§

2.7.2

Bestaande bouw

Artikel

2.54

Aansturingsartikel

Artikel

2.55

Hinder

Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg.

Afdeling

2.8

Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie

§

2.8.1

Nieuwbouw

Artikel

2.56

Aansturingsartikel

Artikel

2.57

Stookplaats

Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats voldoet aan brandklasse A1 of voor zover het de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan betreft aan brandklasse A1fl, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1, indien:

  • a.

    op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m2, of

  • b.

    in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C.

Artikel

2.58

Schacht, koker of kanaal

Artikel

2.59

Rookgasafvoer

Artikel

2.60

Opstelplaats open verbrandingstoestel

Een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel ligt niet in een toiletruimte, een badruimte, of een ruimte voor het stallen van motorvoertuigen.

Artikel

2.61

Tijdelijk bouwwerk

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.57 tot en met 2.59 van toepassing.

§

2.8.2

Bestaande bouw

Artikel

2.62

Aansturingsartikel

Artikel

2.63

Stookplaats

Artikel

2.64

Rookgasafvoer

Artikel

2.65

Opstelplaats open verbrandingstoestel

Een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel ligt niet in een toiletruimte of een badruimte.

Afdeling

2.9

Beperking van het ontwikkelen van brand en rook

§

2.9.1

Nieuwbouw

Artikel

2.66

Aansturingsartikel

Artikel

2.67

Binnenoppervlak

Artikel

2.68

Buitenoppervlak

Artikel

2.69

Beloopbaar vlak

Artikel

2.70

Vrijgesteld

Artikel

2.71

Dakoppervlak

Artikel

2.72

Constructieonderdeel

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld ter beperking van het ontwikkelen van brand en rook in een constructieonderdeel.

Artikel

2.73

Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.67, 2.68, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 2.69 en 2.71 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

2.9.2

Bestaande bouw

Artikel

2.75

Aansturingsartikel

Artikel

2.76

Binnenoppervlak

Artikel

2.77

Buitenoppervlak

Artikel

2.78

Beloopbaar vlak

Artikel

2.79

Vrijgesteld

Artikel

2.80

Toepassing Euroklassen

Bij toepassing van de artikelen 2.76 tot en met 2.78 kan in plaats van:

  • a.

    brandklasse 1 en bepaald volgens NEN 6065 worden uitgegaan van brandklasse B bepaald volgens NEN-EN 13501-1;

  • b.

    brandklasse 2 bepaald volgens NEN 6065 in een besloten ruimte worden uitgegaan van brandklasse B en in een niet besloten ruimte van brandklasse C beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1;

  • c.

    brandklasse 3 bepaald volgens NEN 6065 worden uitgegaan van brandklasse C bepaald volgens NEN-EN 13501-1;

  • d.

    brandklasse 4 bepaald volgens NEN 6065 worden uitgegaan van brandklasse D bepaald volgens NEN-EN 13501-1;

  • e.

    brandklasse T1 bepaald volgens NEN 1775 worden uitgegaan van brandklasse Cfl, bepaald volgens NEN-EN 13501-1;

  • f.

    brandklasse T3 bepaald volgens NEN 1775 worden uitgegaan van brandklasse Dfl, bepaald volgens volgens NEN-EN 13501-1, en

  • g.

    een rookproductie met een rookdichtheid van ten hoogste 10 m-1 of 5,4-1 bepaald volgens NEN 6066 worden uitgegaan van rookklasse s2 bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

Afdeling

2.10

Beperking van uitbreiding van brand

§

2.10.1

Nieuwbouw

Artikel

2.81

Aansturingsartikel

Artikel

2.82

Ligging

Artikel

2.83

Omvang

Artikel

2.84

Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag

Artikel

2.85

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.82 tot en met 2.84 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten.

Artikel

2.86

Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.82 en 2.83 van toepassing en is artikel 2.84 van overeenkomstige toepassing waarbij de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag ten minste 30 minuten is.

§

2.10.2

Bestaande bouw

Artikel

2.87

Aansturingsartikel

Artikel

2.88

Ligging

Artikel

2.89

Omvang

Artikel

2.90

Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag

Afdeling

2.11

Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook

§

2.11.1

Nieuwbouw

Artikel

2.91

Aansturingsartikel

Artikel

2.92

Ligging

Artikel

2.93

Omvang

Artikel

2.94

Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag en rookdoorgang

Artikel

2.95

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.92 tot en met 2.94 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

2.11.2

Bestaande bouw

Artikel

2.97

Aansturingsartikel

Artikel

2.98

Ligging

Artikel

2.99

Omvang

Artikel

2.100

Weerstand tegen rookdoorgang of branddoorslag en brandoverslag

Afdeling

2.12

Vluchtroutes

§

2.12.1

Nieuwbouw

Artikel

2.101

Aansturingsartikel

Artikel

2.102

Vluchtroute

Artikel

2.103

Beschermde vluchtroute

Artikel

2.104

Extra beschermde vluchtroute

Artikel

2.105

Veiligheidsvluchtroute

Artikel

2.106

Tweede vluchtroute

Artikel

2.107

Inrichting vluchtroute

Artikel

2.108

Capaciteit van een vluchtroute

Artikel

2.109

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.102 tot en met 2.108 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

2.12.2

Bestaande bouw

Artikel

2.111

Aansturingsartikel

Artikel

2.112

Vluchtroute

Artikel

2.113

Beschermde route

Artikel

2.114

Extra beschermde vluchtroute

Artikel

2.115

Veiligheidsvluchtroute

Artikel

2.116

Tweede vluchtroute

Artikel

2.117

Inrichting vluchtroute

Artikel

2.118

Capaciteit van een vluchtroute

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de capaciteit van een vluchtroute.

Afdeling

2.13

Hulpverlening bij brand

§

2.13.1

Nieuwbouw

Artikel

2.119

Aansturingsartikel

Artikel

2.120

Brandweerlift

Artikel

2.121

Loopafstand

Artikel

2.122

Hulppost

Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m.

Artikel

2.123

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.120 en 2.121 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Artikel

2.124

Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.120 en 2.121 van toepassing.

§

2.13.2

Bestaande bouw

Artikel

2.125

Aansturingsartikel

Artikel

2.126

Hulppost

Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m.

Afdeling

2.14

Hoge en ondergrondse gebouwen, nieuwbouw

Artikel

2.127

Aansturingsartikel

Artikel

2.128

Inrichting

Afdeling

2.15

Inbraakwerendheid, nieuwbouw

Artikel

2.129

Aansturingsartikel

Artikel

2.130

Reikwijdte

Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm aangegeven weerstandsklasse 2.

Artikel

2.131

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctieniet zijnde een woonwagen is artikel 2.130 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Afdeling

2.16

Veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied, nieuwbouw

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Afdeling

2.17

Aanvullende regels tunnelveiligheid

§

2.17.1

Nieuwbouw

Artikel

2.134

Aansturingsartikel

Artikel

2.135

Verkeersveiligheid

§

2.17.2

Bestaande bouw

Artikel

2.136

Aansturingsartikel

Artikel

2.137

Verkeersveiligheid

Een buiten de bebouwde kom gelegen wegtunnel voor twee rijrichtingen met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft ten minste twee wegtunnelbuizen.

Hoofdstuk

3

Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van gezondheid

Afdeling

3.1

Bescherming tegen geluid van buiten, nieuwbouw

Artikel

3.1

Aansturingsartikel

Artikel

3.2

Geluid van buiten

Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB.

Artikel

3.3

Industrie-, weg- of spoorweglawaai

Artikel

3.4

Luchtvaartlawaai

Artikel

3.5

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.2 tot en met 3.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Artikel

3.6

Tijdelijke bouw

Afdeling

3.2

Bescherming tegen geluid van installaties, nieuwbouw

Artikel

3.7

Aansturingsartikel

Artikel

3.8

Aangrenzend perceel

Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een warmwatertoestel, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Dit geldt niet voor een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industriefunctie of een overige gebruiksfunctie.

Artikel

3.9

Zelfde perceel

Artikel

3.10

Verbouw

Op gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.8 en 3.9 van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau.

Artikel

3.11

Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 3.8 en 3.9, van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau.

Afdeling

3.3

Beperking van galm, nieuwbouw

Artikel

3.12

Aansturingsartikel

Artikel

3.13

Geluidsabsorptie

Een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte die grenst aan een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie, heeft een volgens NEN-EN 12354-6 bepaalde totale geluidsabsorptie met een getalswaarde, uitgedrukt in m2, die niet kleiner is dan 1/8 van de getalswaarde van de inhoud van die ruimte, uitgedrukt in m3, in elk van de octaafbanden met middenfrequenties van 250, 500, 1.000 en 2.000 Hz.

Artikel

3.14

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woongebouw is artikel 3.13 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Afdeling

3.4

Geluidwering tussen ruimten, nieuwbouw

Artikel

3.15

Aansturingsartikel

Artikel

3.16

Ander perceel

Artikel

3.17

Verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel

Artikel

3.17a

Verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie

Artikel

3.18

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.16 tot en met 3.17a van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Artikel

3.19

Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 3.16 tot en met 3.17a van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau.

Afdeling

3.5

Wering van vocht

§

3.5.1

Nieuwbouw

Artikel

3.20

Aansturingsartikel

Artikel

3.21

Wering van vocht van buiten

Artikel

3.22

Factor van de temperatuur

Artikel

3.23

Wateropname

Artikel

3.24

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.21 en 3.23 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

3.5.2

Bestaande bouw

Artikel

3.25

Aansturingsartikel

Artikel

3.26

Vocht van buiten

Artikel

3.27

Wateropname

Een scheidingsconstructie van een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m2.s1/2) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m2.s1/2).

Afdeling

3.6

Luchtverversing

§

3.6.1

Nieuwbouw

Artikel

3.28

Aansturingsartikel

Artikel

3.29

Luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte

Artikel

3.30

Thermisch comfort

De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s.

Artikel

3.31

Regelbaarheid

De capaciteit van een voorziening voor luchtverversing van een verblijfsgebied of verblijfsruimte is regelbaar. De voorziening heeft, bepaald volgens NEN 1087, naast een laagste stand van ten hoogste 10% van de capaciteit en een stand van 100% van de capaciteit ten minste twee standen in het regelgebied tussen de laagste stand en 30% van de capaciteit. Deze twee standen verschillen in capaciteit ten opzichte van de nulstand en onderling ten minste 10%.

Artikel

3.32

Luchtverversing overige ruimten

Artikel

3.33

Plaats van de opening

Artikel

3.34

Luchtkwaliteit

Artikel

3.35

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.29 tot en met 3.34 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

3.6.2

Bestaande bouw

Artikel

3.37

Aansturingsartikel

Artikel

3.38

Luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte

Artikel

3.39

Luchtverversing overige ruimten

Artikel

3.40

Luchtkwaliteit

Afdeling

3.7

Spuivoorziening

§

3.7.1

Nieuwbouw

Artikel

3.41

Aansturingsartikel

Artikel

3.42

Capaciteit

Artikel

3.43

Plaats van de opening

Een opening van een spuivoorziening als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, ligt op een afstand van ten minste 2 m van de perceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van de weg, dat water of dat groen.

Artikel

3.44

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.42 en 3.43 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Artikel

3.45

Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 3.42 en 3.43 van toepassing.

§

3.7.2

Bestaande bouw

Artikel

3.46

Aansturingsartikel

Artikel

3.47

Capaciteit

Afdeling

3.8

Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgas

§

3.8.1

Nieuwbouw

Artikel

3.48

Aansturingsartikel

Artikel

3.49

Aanwezigheid

Een ruimte met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas. Een opstelplaats voor een kooktoestel met een nominale belasting van niet meer dan 15 kW, gelegen in een verblijfsruimte, blijft hierbij buiten beschouwing.

Artikel

3.50

Capaciteit

Artikel

3.51

Plaats van de opening

Artikel

3.52

Thermisch comfort

De toevoer van verbrandingslucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s.

Artikel

3.53

Rookdoorlatendheid

Het inwendig oppervlak van een afvoervoorziening voor rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 2757 bepaalde doorlatendheid die niet groter is dan in tabel 3.53 is aangegeven.

Tabel 3.53

Een overdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757

0,006 x 10-3 m3/s per m2 inwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 200 Pa

Een onderdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757

3 x 10-3 m3/s per m2 inwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 40 Pa

Artikel

3.54

Stromingsrichting

Artikel

3.55

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.51 tot en met 3.53 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

3.8.2

Bestaande bouw

Artikel

3.57

Aansturingsartikel

Artikel

3.58

Aanwezigheid

Een ruimte met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas. Een opstelplaats voor een kooktoestel of een warmwatertoestel met open verbranding met een nominale belasting van niet meer dan 15 kW, gelegen in een verblijfsruimte, blijft hierbij buiten beschouwing.

Artikel

3.59

Capaciteit

Artikel

3.60

Rookdoorlatendheid

Het inwendig oppervlak van een overdrukvoorziening voor de afvoer van rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 8757 bepaalde doorlatendheid die bij een drukverschil van 200 Pa, niet groter is dan 0,006 x 10-3 m3/s per m2.

Artikel

3.61

Stromingsrichting van rookgas

Afdeling

3.9

Beperking van de aanwezigheid van schadelijke stoffen en ioniserende straling

§

3.9.1

Nieuwbouw

Artikel

3.62

Aansturingsartikel

Artikel

3.63

Ministeriële regeling

Artikel

3.64

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of het veranderen of het vergroten van een bouwwerk is artikel 3.63 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Artikel

3.65

Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 3.63 van toepassing.

§

3.9.2

Bestaande bouw

Artikel

3.66

Aansturingsartikel

Artikel

3.67

Ministeriële regeling

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in een bouwwerk aanwezig zijn van materialen waaruit giftige of hinderlijke stoffen kunnen vrijkomen.

Afdeling

3.10

Bescherming tegen ratten en muizen

§

3.10.1

Nieuwbouw

Artikel

3.68

Aansturingsartikel

Artikel

3.69

Openingen

Artikel

3.70

Scherm

Artikel

3.71

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk is artikel 3.70 van overeenkomstige toepassing waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

3.10.2

Bestaande bouw

Artikel

3.72

Aansturingsartikel

Artikel

3.73

Openingen

Afdeling

3.11

Daglicht

§

3.11.1

Nieuwbouw

Artikel

3.74

Aansturingsartikel

Artikel

3.75

Daglichtoppervlakte

Artikel

3.76

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk is artikel 3.75 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

3.11.2

Bestaande bouw

Artikel

3.77

Aansturingsartikel

Artikel

3.78

Daglichtoppervlakte

Hoofdstuk

4

Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van bruikbaarheid

Afdeling

4.1

Verblijfsgebied en verblijfsruimte

§

4.1.1

Nieuwbouw

Artikel

4.1

Aansturingsartikel

Artikel

4.2

Aanwezigheid

Artikel

4.3

Afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte

Artikel

4.4

Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.2 en 4.3 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2,1 m.

§

4.1.2

Bestaande bouw

Artikel

4.5

Aansturingsartikel

Artikel

4.6

Aanwezigheid

Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m2 aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.

Artikel

4.7

Afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte

Afdeling

4.2

Toiletruimte

§

4.2.1

Nieuwbouw

Artikel

4.8

Aansturingsartikel

Artikel

4.9

Aanwezigheid

Artikel

4.10

Bereikbaarheid

Een toiletruimte is niet rechtstreeks toegankelijk vanuit een verblijfsruimte van een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik.

Artikel

4.11

Afmetingen

Artikel

4.12

Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.9 tot en met 4.11 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m.

§

4.2.2

Bestaande bouw

Artikel

4.13

Aansturingsartikel

Artikel

4.14

Aanwezigheid

Artikel

4.15

Bereikbaarheid

Een toiletruimte is niet rechtstreeks toegankelijk vanuit een verblijfsruimte van een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik.

Artikel

4.16

Afmetingen

Afdeling

4.3

Badruimte, nieuwbouw

Artikel

4.17

Aansturingsartikel

Artikel

4.18

Aanwezigheid

Een gebruiksfunctie heeft ten minste een badruimte.

Artikel

4.19

Afmetingen

Artikel

4.20

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.18 en 4.19 van overeenkomstige toepassing waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m.

Afdeling

4.4

Bereikbaarheid en toegankelijkheid, nieuwbouw

Artikel

4.21

Aansturingsartikel

Artikel

4.22

Vrije doorgang

Artikel

4.23

Vrije doorgang verkeersroute

Artikel

4.24

Aanwezigheid toegankelijkheidssector

Artikel

4.25

Integraal toegankelijke toilet- en badruimte

Artikel

4.26

Bereikbaarheid toegankelijkheidssector

Artikel

4.27

Hoogteverschillen

Artikel

4.28

Afmetingen liftkooi

Artikel

4.29

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.22 tot en met 4.28 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Afdeling

4.5

Buitenberging, nieuwbouw

Artikel

4.30

Aansturingsartikel

Artikel

4.31

Aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen

Artikel

4.32

Regenwerend

De uitwendige scheidingsconstructie van een bergruimte als bedoeld in artikel 4.31 is, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend.

Artikel

4.33

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctie zijn de artikelen 4.31 en 4.32 van overeenkomstige toepassing waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Afdeling

4.6

Buitenruimte, nieuwbouw

Artikel

4.34

Aansturingsartikel

Artikel

4.35

Aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid

Artikel

4.36

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctie is artikel 4.35 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Afdeling

4.7

Opstelplaatsen

§

4.7.1

Nieuwbouw

Artikel

4.37

Aansturingsartikel

Artikel

4.38

Aanwezigheid

Artikel

4.39

Afmetingen

Artikel

4.40

Verbouw

Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.38 en 4.39 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

§

4.7.2

Bestaande bouw

Artikel

4.41

Aansturingsartikel

Artikel

4.42

Aanwezigheid

Artikel

4.43

Afmetingen

Hoofdstuk

5

Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu, nieuwbouw

Afdeling

5.1

Energiezuinigheid, nieuwbouw

Artikel

5.1

Aansturingsartikel

Artikel

5.2

Energieprestatiecoëfficiënt

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

5.3

Thermische isolatie

Artikel

5.4

Luchtvolumestroom

Artikel

5.5

onverwarmde gebruiksfunctie

Op een gebruiksfunctie die niet bestemd is om te worden verwarmd, of indien de verwarming uitsluitend is bestemd voor een ander doel dan het verblijven van personen, zijn de artikelen 5.2 tot en met 5.4 niet van toepassing.

Artikel

5.6

Verbouw

Bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing en de voorschriften van artikel 5.3, eerste tot en met vierde lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau voor zover dat niveau voor de warmteweerstand niet lager is dan 1,3 m2•K/W.

Artikel

5.7

Tijdelijk bouwwerk

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 5.3 van overeenkomstige toepassing, waarbij de warmteweerstand ten minste 1,3 m2•K/W en de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste 4,2 W/m2•K bedraagt.

Afdeling

5.2

Milieu, nieuwbouw

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk

6

Voorschriften inzake installaties

Afdeling

6.1

Verlichting, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.1

Aansturingsartikel

Artikel

6.2

Verlichting

Artikel

6.3

Noodverlichting

Artikel

6.4

Aansluiting op voorziening voor elektriciteit

Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in de artikelen 6.2 en 6.3 is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in artikel 6.8.

Artikel

6.5

Verduisterde ruimten

Een ruimte bestemd om te worden verduisterd tijdens het gebruik door meer dan 50 personen heeft zodanige voorzieningen dat tijdens de verduistering een redelijke oriëntatie mogelijk is.

Afdeling

6.2

Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.7

Aansturingsartikel

Artikel

6.8

Voorziening voor elektriciteit

Artikel

6.9

Voorziening voor gas

Artikel

6.10

Aansluiting op het distributienet voor elektriciteit, gas, en warmte

Afdeling

6.3

Watervoorziening, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.11

Aansturingsartikel

Artikel

6.12

Drinkwatervoorziening

Artikel

6.13

Warmwatervoorziening

Artikel

6.14

Aansluiting op het distributienet voor drinkwater

Een in artikel 6.12 bedoelde watervoorziening is aangesloten op het openbare distributienet voor drinkwater, indien:

  • a.

    de aansluitafstand niet groter is dan 40 m, of

  • b.

    de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

Afdeling

6.4

Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.15

Aansturingsartikel

Artikel

6.16

Afvoer van huishoudelijk afvalwater

Artikel

6.17

Afvoer van hemelwater

Artikel

6.18

Gebouwaansluiting

Afdeling

6.5

Tijdig vaststellen van brand, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.19

Aansturingsartikel

Artikel

6.20

Brandmeldinstallatie

Artikel

6.21

Rookmelders

Afdeling

6.6

Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.22

Aansturingsartikel

Artikel

6.23

Ontruimingsalarminstallatie en ontruimingsplan

Artikel

6.24

Vluchtrouteaanduidingen

Artikel

6.25

Deuren in vluchtroutes

Artikel

6.26

Zelfsluitende deuren

Afdeling

6.7

Bestrijden van brand, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.27

Aansturingsartikel

Artikel

6.28

Brandslanghaspels

Artikel

6.29

Droge blusleiding

Artikel

6.30

Bluswatervoorziening

Artikel

6.31

Blustoestellen

Artikel

6.32

Automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem

Artikel

6.33

Aanduiding blusmiddelen

Een voorziening voor het bestrijden van brand als bedoeld in de artikelen 6.28 en 6.31 is duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011.

Afdeling

6.8

Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.35

Aansturingsartikel

Artikel

6.36

Brandweeringang

Artikel

6.37

Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten

Artikel

6.38

Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen

Artikel

6.39

Brandweerlift

Een te bouwen gebouw waarvan een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 20 m boven het meetniveau heeft een brandweerlift.

Artikel

6.40

Mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten

Afdeling

6.9

Aanvullende regels tunnelveiligheid, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.41

Aansturingsartikel

Artikel

6.42

Uitrusting hulppost

Een hulppost als bedoeld in artikel 2.122 heeft een noodtelefoon en een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt.

Artikel

6.43

Bedieningscentrale

Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m is aangesloten op een bedieningscentrale met een voorziening voor permanente videobewaking en automatische detectie van ongevallen en van brand.

Artikel

6.44

Afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen

Artikel

6.45

Verkeerstechnische aspecten tunnelbuis

Artikel

6.46

Communicatievoorzieningen

Artikel

6.47

Aansluiting op noodstroomvoorziening

De voor een evacuatie noodzakelijke voorzieningen, systemen en installaties in een wegtunnel, die voor het functioneren zijn aangewezen op een voorziening voor elektriciteit, zijn aangesloten op een voorziening die binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten de werking van die voorzieningen, systemen en installaties zeker stelt.

Afdeling

6.10

Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.48

Aansturingsartikel

Artikel

6.49

Bereikbaarheid van gebouwen voor personen met een functiebeperking

Afdeling

6.11

Tegengaan van veel voorkomende criminaliteit, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

6.50

Aansturingsartikel

Artikel

6.51

Voorkomen van veel voorkomende criminaliteit in een woongebouw

Afdeling

6.12

Veilig onderhoud gebouwen, nieuwbouw

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk

7

Voorschriften inzake het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen

Afdeling

7.1

Voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

7.1

Aansturingsartikel

Artikel

7.2

Verbod op roken en open vuur

Artikel

7.3

Vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel

Een zelfsluitend constructieonderdeel als bedoeld in artikel 6.26, eerste lid, mag niet in geopende stand zijn vastgezet tenzij het constructieonderdeel bij brand en bij rook door brand automatisch wordt losgelaten.

Artikel

7.4

Aankleding

Artikel

7.5

Brandveiligheid inrichtingselementen

Artikel

7.6

Brandgevaarlijke stoffen

Artikel

7.7

Brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen

Artikel

7.8

Opslag in stookruimte

In een ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW zijn geen brandbare goederen opgeslagen of opgesteld.

Artikel

7.9

Veilig gebruik verbrandingstoestel

Artikel

7.10

Restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand

Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor:

  • a.

    brandgevaar wordt veroorzaakt, of

  • b.

    bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt.

Afdeling

7.2

Veilig vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

7.11

Aansturingsartikel

Artikel

7.12

Deuren in vluchtroutes

Artikel

7.13

Opstelling zitplaatsen en verdere inrichting

Artikel

7.14

Gangpaden

Artikel

7.15

Beperking van gevaar voor letsel

Artikel

7.16

Restrisico veilig vluchten bij brand

Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor:

  • a.

    melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd;

  • b.

    het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of

  • c.

    het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.

Afdeling

7.3

Overige bepalingen veilig en gezond gebruik, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel

7.17

Aansturingsartikel

Artikel

7.18

Overbewoning

Artikel

7.19

Asbestvezels en formaldehyde

Artikel

7.20

Bouwvalligheid

Een bouwwerk, open erf of terrein wordt niet gebruikt indien door of namens het bevoegd gezag is meegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel

7.21

Zindelijke staat van bouwwerken, open erven en terreinen

Een bouwwerk, open erf en terrein bevindt zich in een zodanig zindelijke staat, dat dit geen hinder voor personen en geen gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van personen oplevert.

Artikel

7.22

Restrisico gebruik bouwwerken, open erven en terreinen

Onverminderd het bij of krachtens dit besluit of de Wet milieubeheer bepaalde is het verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor:

  • a.

    op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid;

  • b.

    overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein;

  • c.

    op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of

  • d.

    instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.

Hoofdstuk

8

Bouw- en sloopwerkzaamheden

Afdeling

8.1

Het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden

Artikel

8.1

Aansturingsartikel

Artikel

8.2

Veiligheid in de omgeving

Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van:

  • a.

    letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen;

  • b.

    letsel van personen die het bouw- of sloopterrein onbevoegd betreden, en

  • c.

    beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen.

Artikel

8.3

Veiligheidsplan

De op grond van artikel 8.2 te treffen maatregelen worden op aanwijzing van het bevoegd gezag vastgelegd in een bouw- of sloopveiligheidsplan. De maatregelen hebben ten minste betrekking op:

  • a.

    de afscheiding en afsluiting van het bouw- of sloopterrein;

  • b.

    de bereikbaarheid en bruikbaarheid van bluswater- en andere openbare voorzieningen;

  • c.

    het stallen, afsluiten of opbergen van machines, werktuigen, materialen en installaties op zodanige wijze dat onbevoegden daar geen toegang toe hebben;

  • d.

    het waarborgen van de verkeersveiligheid;

  • e.

    het voorkomen van vallende objecten, en

  • f.

    de nadere voorwaarden als bedoeld in artikel 1.29.

Artikel

8.4

Geluidhinder

Artikel

8.5

Trillingshinder

Artikel

8.6

Stofhinder

Tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouw- of sloopterrein te voorkomen.

Artikel

8.7

Grondwaterstand

Het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden leidt niet tot een zodanige wijziging van de grondwaterstand dat gevaar kan ontstaan voor de veiligheid van belendingen.

Afdeling

8.2

Afvalscheiding

Artikel

8.8

Aansturingsartikel

Artikel

8.9

Scheiden bouw- en sloopafval

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de te scheiden categorieën bouw-en sloopafval en de opslag en afvoer daarvan op en van het terrein bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden.

Hoofdstuk

9

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

9.1

Algemeen overgangsrecht

Artikel

9.2

Specifiek overgangsrecht

Artikel

9.4

Inwerkingtreding

Artikel

9.5

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Bouwbesluit 2012.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. P. H. Donner
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

Bijlage

I

1

Woonfunctie

a

Woonfunctie voor zorg

1

Zorgclusterwoning voor zorg op afroep, in een woongebouw

Gedeeltelijk

2

Zorgclusterwoning voor 24-uurs zorg niet in een woongebouw

Volledig

3

Zorgclusterwoning voor 24-uurs zorg in een woongebouw

Gedeeltelijk

ja

ja

4

Groepszorgwoning voor zorg op afspraak

Volledig

5

Groepszorgwoning voor zorg op afroep

Volledig

6

Groepszorgwoning voor 24-uurs zorg

Volledig

ja

ja

7

Andere woonfunctie voor zorg

b

Andere woonfunctie

2

Bijeenkomstfunctie

a

voor het aanschouwen van sport

b

kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar

200

Volledig

1,5

Volledig

ja

ja

c

Andere bijeenkomstfunctie

5

Gedeeltelijk

ja

50

Volledig

ja

500

Niet-automatisch

1000

Gedeeltelijk

ja

5000

Volledig

ja

3

Celfunctie

Volledig

ja

ja

4

Gezondheidszorgfunctie

a

gezondheidszorgfunctie met bedgebied

Volledig

ja

ja

b

andere gezondheidszorgfunctie

20

Niet-automatisch

ja

50

Gedeeltelijk

ja

ja

4,1

Niet-automatisch

250

1,5

Niet-automatisch

500

Niet-automatisch

5

Industriefunctie

a

lichte industriefunctie

b

andere industriefunctie

20

Niet-automatisch

750

4,1

Niet-automatisch

1500

1,5

Niet-automatisch

2500

Niet-automatisch

6

Kantoorfunctie

20

Niet-automatisch

50

Gedeeltelijk

ja

500

4,1

Niet-automatisch

750

1,5

Niet-automatisch

1500

Niet-automatisch

7

Logiesfunctie

a

logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw

b

logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw met 24 uurs bewaking

250

Volledig

ja

c

andere logiesfunctie

1,5

Volledig

ja

ja

8

Onderwijsfunctie

4,1

Niet-automatisch

50

Gedeeltelijk

ja

250

1,5

Niet-automatisch

500

Niet-automatisch

9

Sportfunctie

4,1

Niet-automatisch

50

Gedeeltelijk

ja

500

1,5

Niet-automatisch

1000

Niet-automatisch

10

Winkelfunctie

4,1

Niet-automatisch

50

Volledig

ja

500

1,5

Niet-automatisch

1000

Niet-automatisch

5000

13

Gedeeltelijk

ja

10000

Gedeeltelijk

ja

10000

13

Volledig

ja

11

Overige gebruiksfunctie

a

Besloten overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen

1,5

Niet-automatisch

1000

Volledig

2500

Volledig

ja

b

Besloten overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer

1,5

Niet-automatisch

13

Gedeeltelijk

1000

Niet-automatisch

2500

Gedeeltelijk

ja

c

Andere overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde