Besluit van 27 oktober 2014, houdende regels ter uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Uitvoeringsbesluit Wmo 2015)

Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Gelijkstelling vreemdeling

Artikel

2.1

Hoofdstuk

3

Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget

§

1

Algemeen

Artikel

3.1

Artikel

3.2

Artikel

3.2a

De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde cliënt, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde cliënten.

Artikel

3.3

Artikel

3.4

Artikel

3.5

Artikel

3.6

Artikel

3.7

§

2

Bijdragen voor maatschappelijke ondersteuning

Artikel

3.8

Artikel

3.9

Artikel

3.9a

Vervallen

Artikel

3.10

Artikel

3.10b

§

3

Bijdragen voor beschermd wonen

Artikel

3.11

Artikel

3.12

Artikel

3.13

Artikel

3.14

Artikel

3.14a

Vervallen

Artikel

3.15

Vervallen

Artikel

3.16

Indien artikel 3.13, tweede lid, van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 2˚, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, in mindering gebracht.

Artikel

3.17

Artikel

3.18

Artikel

3.19

§

4

Bijdragen voor opvang

Artikel

3.20

Hoofdstuk

4

Veilig Thuis

§

1

Werkwijze en deskundigheid

Artikel

4.1.1

Artikel

4.1.2

Artikel

4.1.3

Artikel

4.1.4

Indien de mogelijkheid tot registratie in het kwaliteitsregister jeugd, bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit Jeugdwet, wordt uitgebreid naar nieuwe categorieën van beoefenaren van beroepen in het jeugddomein, bedoeld in het eerdergenoemde artikel, blijft artikel 4.1.3 gedurende een termijn van een jaar buiten toepassing op werktoedelingen waarvan het college voor zover het betreft de toeleiding naar, de advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, Veilig Thuis aannemelijk kan maken dat die toedeling plaatsvindt aan een niet tot die categorie behorende beroepsbeoefenaar, indien die beroepsbeoefenaar reeds bij de aanvang van die periode binnen de betreffende organisatie werkzaam was.

Artikel

4.1.5

Indien de mogelijkheid tot registratie in het kwaliteitsregister jeugd, bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit Jeugdwet, wordt uitgebreid naar nieuwe categorieën van beoefenaren van beroepen in het jeugddomein, bedoeld in het eerdergenoemde artikel, kan gedurende een termijn van vijf jaar en drie maanden vanaf het tijdstip van aanvang van die termijn in afwijking van artikel 5.4.2, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit Jeugdwet een tot die categorie behorende beroepsbeoefenaar in het kwaliteitsregister jeugd zijn ingeschreven indien:

  • a.

    die beroepsbeoefenaar op het tijdstip waarop de termijn aanvangt werkzaam is voor Veilig Thuis in een functie waarvoor scholing is vereist op het niveau van een hogere beroepsopleiding;

  • b.

    de aan de registratie van de beroepsbeoefenaar ten grondslag liggende aanvraag is ingediend binnen drie maanden na het tijdstip waarop de termijn is aangevangen;

  • c.

    de beroepsbeoefenaar deelneemt aan een scholingstraject dat erop gericht is uiterlijk bij de eerste herregistratie de scholing op het niveau van hoger beroepsonderwijs te voltooien, en

  • d.

    de registerstichting bij de uitvoering van artikel 5.4.4 Besluit Jeugdwet ervoor zorg draagt dat voor een ieder kenbaar is dat de registratie van de beroepsbeoefenaar valt onder de werking van dit artikel.

Artikel

4.1.6

Artikel

4.1.7

Artikel

4.1.8

§

2

De vertrouwenspersoon

Artikel

4.2.1

In deze paragraaf wordt onder «personen die bij een melding aan Veilig Thuis betrokken zijn» verstaan jeugdigen, ouders of pleegouders die een melding doen, op wie een melding betrekking heeft of aan wie in het kader van een onderzoek naar aanleiding van een melding informatie wordt gevraagd.

Artikel

4.2.2

De informatie die Veilig Thuis aan personen die bij een melding aan Veilig Thuis betrokken zijn, verstrekt over de mogelijkheid gebruik te maken van de diensten van een vertrouwenspersoon, bestaat in ieder geval uit informatie over:

  • a.

    de onafhankelijke rol van de vertrouwenspersoon;

  • b.

    de aard van de ondersteuning door een vertrouwenspersoon;

  • c.

    de vertrouwelijkheid van die ondersteuning;

  • d.

    het feit dat de ondersteuning kosteloos is, en

  • e.

    de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de vertrouwenspersoon.

Artikel

4.2.3

De vertrouwenspersoon behoeft geen toestemming van derden om met personen die bij een melding aan Veilig Thuis betrokken zijn, te spreken.

Artikel

4.2.4

Veilig Thuis verschaft aan de vertrouwenspersoon de faciliteiten die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Artikel

4.2.5

De vertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot de gebouwen waar Veilig Thuis zijn werkzaamheden uitoefent, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is.

Artikel

4.2.6

Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde verschaft Veilig Thuis aan de vertrouwenspersoon alle inlichtingen en toont hem alle bescheiden die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Artikel

4.2.7

Vervallen

§

3

Beleidsinformatie

Artikel

4.3.1

Artikel

4.3.2

Artikel

4.3.3

Hoofdstuk

4a

Tolkvoorzieningen auditief gehandicapten leefdomein

§

1

Toekenning tolkdiensten

Artikel

4a.1.1

Artikel

4a.1.2

Het UWV kan tolkdiensten toekennen aan instellingen voor activiteiten die zich mede richten op auditief beperkte personen, indien:

  • a.

    die instelling geen winstoogmerk heeft;

  • b.

    de instelling gemotiveerd aantoont één of meerdere activiteiten te organiseren waarbij personen met een auditieve beperking ook tot de doelgroep behoren; en

  • c.

    de tolkdiensten passender door middel van een toekenning aan een instelling kunnen worden vergoed dan per ingezetene op grond van artikel 4a.1.1, eerste of tweede lid.

Artikel

4a.1.3

§

2

Kwaliteitseisen tolkdiensten

Artikel

4a.2.1

Tolkendiensten van tolken komen alleen voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 3a.1.1 van de wet, als de tolken ingeschreven staan in het openbaar register van de Stichting Register Tolken Gebarentaal en Schrijftolken.

Hoofdstuk

5

Overige bepalingen

Artikel

5.1

Artikel

5.2

Artikel

5.4

Hoofdstuk

6

Wijziging van andere besluiten

Artikel

6.1

Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.

Artikel

6.2

Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.

Artikel

6.3

Wijzigt het Besluit beperking verkoop en gebruik tabaksprodukten.

Artikel

6.4

Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.

Artikel

6.5

Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen.

Artikel

6.6

Wijzigt het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.

Artikel

6.7

Wijzigt het Besluit huurprijzen woonruimte.

Artikel

6.8

Wijzigt het Besluit maatschappelijke ondersteuning.

Artikel

6.9

Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht op ondernemingen die zorg verlenen.

Artikel

6.10

Wijzigt het Besluit Wfsv.

Artikel

6.11

Wijzigt de Reclasseringsregeling 1995.

Artikel

6.12

Wijzigt het Besluit van 11 december 1996, houdende uitvoering van artikel 1, tweede lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen en wijziging van enige besluiten op grond van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel

6.13

Wijzigt het Bijdragebesluit zorg.

Artikel

6.14

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel

6.15

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

Artikel

6.16

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WTZi.

Artikel

6.17

Wijzigt het Veteranenbesluit.

Artikel

6.18

Wijzigt het Zorgindicatiebesluit.

Hoofdstuk

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

7.3

Vervallen

Artikel

7.4

Vervallen

Hoofdstuk

8

Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel

8.1

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

8.2

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten