Beleidsregels van de Minister voor Rechtsbescherming van 13 december 2019, kenmerk 2772918, betreffende de tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen)

Beleidsregel tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen

De Minister voor Rechtsbescherming,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Titel

1.1

Algemene bepalingen

Artikel

1:1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Titel

1.2

Persoonsgericht werken

Artikel

1:2

Persoonsgericht werken

Bij de afwegingen voorafgaand aan iedere beslissing die tijdens de tenuitvoerlegging van (een) strafrechtelijke beslissing(en) wordt genomen, worden in ieder geval betrokken:

  • a.

    de actuele informatie over de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissing(en) zoals die bekend is bij het CJIB/AICE;

  • b.

    het advies van de officier van justitie of de rechter ten aanzien van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissing(en), voor zover dit advies is gegeven.

Artikel

1:3

Gebruik adressen ten behoeve van de tenuitvoerlegging

Artikel

1:4

Niet geslaagde tenuitvoerlegging strafbeschikking

Het CJIB/AICE verzoekt de officier van justitie een beslissing te nemen over verdere vervolging, indien de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking geheel of ten dele niet is geslaagd.

Artikel

1:5

Relaties tussen verschillende strafrechtelijke beslissingen

Hoofdstuk

2

Vrijheidsbenemende sancties

Titel

2.1

Detentie- en arrestatiegeschikt

Artikel

2:1

Detentiegeschiktheid

Artikel

2:2

Advies medisch adviseur

Artikel

2:3

Arrestatiegeschiktheid

Titel

2.2

Oproep tot zelfmelding

Artikel

2:4

Oproep tot zelfmelding dan wel de intrekking daarvan

Titel

2.3

Uitzondering op (weekend)ontslag

Artikel

2:5

Uitzondering op (weekend)ontslag

De directeur van de justitiële inrichting kan de veroordeelde van wie de laatste dag van de straftijd een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is, maximaal vier dagen eerder dan deze laatste dag in vrijheid stellen, voor zover dit noodzakelijk is om te borgen dat vervolghandelingen met betrekking tot:

  • a.

    de opname in een kliniek;

  • b.

    de behandeling in therapie;

  • c.

    beschermd wonen of verblijf in zorgvoorziening (als bijzondere voorwaarde);

  • d.

    de plaatsing in gesloten jeugdzorg;

  • e.

    de nazorg door de gemeenten;

  • f.

    de uitzetting als vreemdeling,

direct daarop aansluitend kunnen volgen.

Titel

2.4

Levenslange gevangenisstraf

Artikel

2:6

Levenslange gevangenisstraf

In het jaar nadat de levenslange gevangenisstraf onherroepelijk is geworden, wordt via het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie een (aanvullende) Pro Justitia-rapportage opgesteld voor een adequate inschatting van de zorgbehoefte van een levenslanggestrafte.

Hoofdstuk

3

Vrijheidsbeperkende sancties

Titel

3.1

Tenuitvoerlegging algemene en bijzondere voorwaarden

Artikel

3:1

Waarschuwing tijdens tenuitvoerlegging toezicht

De uitvoerder van het toezicht kan een schriftelijke waarschuwing aan de onder toezicht gestelde geven wegens het niet naar behoren naleven van de voorwaarden. Een schriftelijke waarschuwing aan de onder toezicht gestelde wordt in ieder geval gegeven indien:

  • a.

    de onder toezicht gestelde zonder geldige reden meermaals niet verschijnt op een afspraak in het kader van het toezicht;

  • b.

    de onder toezicht gestelde afspraken van het plan van aanpak en/of het toezichtplan bewust en verwijtbaar overtreedt;

  • c.

    de onder toezicht gestelde zijn gedrag, ondanks één of meerdere mondelinge waarschuwingen niet verbetert;

  • d.

    de onder toezicht gestelde agressief gedrag vertoont, gericht op de uitvoerder van het toezicht.

Artikel

3:2

Normen voor verzoek vervolgbeslissing toezicht

Artikel

3:3

Openstaande voorwaarden bij schorsing voorlopige hechtenis

Het toezicht op voorwaarden die zijn gesteld bij schorsing van een bevel tot voorlopige hechtenis wordt uiterlijk beëindigd op het moment dat het vonnis of arrest met betrekking tot het strafbare feit waarvoor de voorlopige hechtenis was verleend, onherroepelijk is geworden.

Titel

3.2

Tenuitvoerlegging taakstraf

Artikel

3:4

Waarschuwing tijdens tenuitvoerlegging taakstraffen

Een schriftelijk waarschuwing als bedoeld in artikel 3:19 van het besluit wordt in ieder geval gegeven, indien:

  • a.

    de taakgestrafte zonder geldige reden meermaals niet verschijnt op een afspraak in het kader van de taakstraf;

  • b.

    de taakgestrafte zonder geldige reden niet op het afgesproken adres aanwezig is tijdens een ziektecontrole;

  • c.

    de taakgestrafte de standaardregels van de taakstrafovereenkomst als bedoeld in artikel 3:14, vijfde lid, van het besluit bewust en verwijtbaar overtreedt;

  • d.

    het gedrag van de taakgestrafte ondanks één of meerdere aanmaningen niet verbetert;

  • e.

    de taakgestrafte agressief gedrag vertoont, gericht op de uitvoerder taakstraffen of anderen binnen het project waar de taakgestrafte geplaatst is.

Artikel

3:5

Normen voor verzoek vervolgbeslissing taakstraffen

De uitvoerder taakstraffen kan de officier van justitie in ieder geval om een vervolgbeslissing verzoeken indien:

  • a.

    de taakgestrafte een bedreiging met fysiek geweld uit en/of zich agressief gedraagt tegen de uitvoerder taakstraffen of derden binnen het project waar de taakgestrafte is geplaatst;

  • b.

    de taakgestrafte bij de uitvoering van de taakstraf alcohol, drugs of wapens bij zich heeft;

  • c.

    de taakgestrafte een poging doet om de uitvoerder taakstraffen of een medewerker van de projectplaats te bewegen tot medewerking aan een onttrekking aan de correcte tenuitvoerlegging van de taakstraf;

  • d.

    de taakgestrafte verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit tijdens de tenuitvoerlegging van de taakstraf.

Hoofdstuk

4

Geldelijke sancties

Titel

4.1

Algemeen

Artikel

4:1

Fasen en volgorde

Geldelijke sancties worden in volgorde van inning, incasso en dwang dan wel vervangende hechtenis tenuitvoergelegd, tenzij een persoonsgerichte tenuitvoerlegging aanleiding geeft hiervan af te wijken.

Artikel

4:2

Betaling

Artikel

4:3

Conservatoir beslag

Het uitwinnen van conservatoir beslag op grond van artikel 94a van de wet vindt niet eerder plaats dan nadat de betalingsplichtige in de gelegenheid is gesteld het verschuldigde bedrag te betalen. Het bepaalde is eveneens van toepassing indien het in beslag genomen voorwerp op grond van artikel 117 van de wet is vervreemd voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de strafrechtelijk beslissing door het CJIB.

Titel

4.2

Inningsfase

Artikel

4:4

Aanmaningen geldboete vonnis/arrest en strafbeschikking

Titel

4.3

Incassofase

Artikel

4:5

Inschakeling deurwaarder

Met de tenuitvoerlegging van meerdere dwangbevelen als bedoeld in artikel 6:4:5 van de wet, ten behoeve van het verhaal van voorwerpen onder één persoon, wordt zo veel mogelijk één gerechtsdeurwaarder belast.

Titel

4.4

Gijzeling, vervangende hechtenis en lijfsdwang

Artikel

4:6

Gijzeling

Artikel

4:7

Waarschuwingsbrief

Het CJIB verzendt voorafgaand aan de toepassing van vervangende hechtenis of het gijzeling een waarschuwingsbrief.

Artikel

4:8

Beëindigen gijzeling, vervangende hechtenis en lijfsdwang

Artikel

4:9

Bijzonderheden schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen

Titel

4.5

Slachtoffers

Artikel

4:11

Opschorting uitkering voorschotregeling bij verzet strafbeschikking

Een eventuele uitkering aan het slachtoffer op basis van de voorschotregeling zoals bedoeld in artikel 6:4:2, zesde lid, van de wet, wordt opgeschort indien tegen een strafbeschikking met een schadevergoedingsmaatregel verzet is ingesteld als bedoeld in artikel 257e van de wet.

Artikel

4:12

Overlijden slachtoffer

Aan eventuele nabestaanden van een slachtoffer dat overlijdt voordat een uitkering uit het voorschotfonds ingevolge artikel 6:4:2, zesde lid, van de wet ontstaat, wordt niet uitgekeerd.

Artikel

4:13

Einde inning schadevergoedingsmaatregel

Het CJIB beëindigt de inning en incasso van de schadevergoedingsmaatregel definitief indien het slachtoffer zelf afspraken maakt met betrekking tot de betaling van de toegewezen schadevergoeding met de betalingsplichtige. Het niet nakomen van dergelijke afspraken door de betalingsplichtige komt voor risico van het slachtoffer.

Titel

4.6

Betalingsregelingen

Artikel

4:15

Uitvoering van met de rechter of officier van justitie getroffen betalingsregeling

Artikel

4:16

Opschorting

Artikel

4:17

Beperkingen ten aanzien van het treffen van een betalingsregeling

Artikel

4:18

Standaardregeling

Artikel

4:19

Maatwerkregeling

Artikel

4:20

Uitstel van betaling

Uitstel van betaling kan uitsluitend worden verleend als de betalingsplichtige aannemelijk maakt dat volledige betaling of een significante deelbetaling binnen een redelijke termijn zal volgen. Uitstel van betaling voor onbepaalde duur wordt niet verleend.

Artikel

4:21

Wijze van indienen verzoek betalingsregeling

Artikel

4:22

Medewerking verlenen

Het CJIB kan van de betalingsplichtige die verzoekt om een betalingsregeling, verlangen dat hij gegevens met betrekking tot zijn inkomen en/of vermogen overlegt ter onderbouwing van zijn betalingsonmacht of de betalingscapaciteit.

Artikel

4:23

Voeging van nieuwe vorderingen

In bijzondere gevallen kunnen op verzoek vorderingen die zijn ontstaan nadat een betalingsregeling is toegestaan, worden gevoegd in die betalingsregeling. Dit wordt slechts één keer per twaalf maanden toegestaan.

Artikel

4:24

Voorwaarden

Bij het toestaan van een betalingsregeling kunnen in ieder geval als voorwaarden worden gesteld dat:

  • a.

    betalingen via een machtiging tot automatische incasso worden gedaan;

  • b.

    de betalingsplichtige een bankrekeningnummer doorgeeft;

  • c.

    de betalingsplichtige een adres heeft in de Basis Registratie Personen of de Kamer van Koophandel, dan wel een ander betrouwbaar adres waarop hij kan worden bereikt;

  • d.

    het voertuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen of Reglement verkeersregels en verkeerstekens dat vanwege het niet verzekeren of keuren daarvan aanleiding gaf tot de oplegging van een geldboete, alsnog wordt verzekerd en gekeurd;

  • e.

    het kenteken dat vanwege het niet schorsen of de naam door te halen aanleiding gaf tot de oplegging van een geldboete, alsnog wordt geschorst of de naam wordt doorgehaald;

  • f.

    de betalingsplichtige iedere wijziging in diens financiële situatie onverwijld meldt.

Artikel

4:25

Weigeringsgronden

Artikel

4:26

Uitgesloten vorderingen

De volgende vorderingen worden niet toegestaan als onderdeel van een betalingsregeling:

  • a.

    vorderingen uit een strafrechtelijke beslissing waartegen beroep is ingesteld of verzet is gedaan;

  • b.

    vorderingen inzake een strafbeschikking die zijn overgedragen aan de officier van justitie teneinde een beslissing te nemen met betrekking tot de vervolging van de zaak.

Artikel

4:27

Informatie bij het toestaan van de betalingsregeling

Bij het toestaan van een betalingsregeling wordt de betalingsplichtige geïnformeerd over:

  • a.

    de vorderingen die onderdeel vormen van de betalingsregeling;

  • b.

    de ingangsdatum, termijnen en termijnbedragen;

  • c.

    de voorwaarden onder welke de betalingsregeling wordt toegestaan;

  • d.

    de gevolgen indien de voorwaarden niet worden nageleefd;

  • e.

    betalingsherinneringen bij niet tijdige voldoening van termijnbedragen.

Artikel

4:28

Betalingsherinnering

Indien de betalingsplichtige het termijnbedrag van een betalingsregeling niet binnen de gestelde termijn betaalt, stuurt het CJIB eenmalig een betalingsherinnering met het verzoek het termijnbedrag alsnog te voldoen. In de betalingsherinnering wordt aangegeven dat het CJIB binnen de eerstvolgende termijn zowel het alsdan te betalen termijnbedrag, als het bedrag dat eerder niet is betaald, moet hebben ontvangen.

Artikel

4:29

Voortijdige beëindiging betalingsregeling

Artikel

4:30

Gevolg voortijdige beëindiging betalingsregeling door CJIB

Artikel

4:31

Eindigen van de betalingsregeling

De betalingsregeling eindigt indien alle openstaande vorderingen zijn voldaan binnen de gestelde termijn of deeltermijnen.

Titel

4.7

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Artikel

4:34

Verhaal zonder dwangbevel

Artikel

4:35

Inneming rijbewijs

Artikel

4:36

Buitengebruikstelling

De opbrengst van de verkoop van het buiten gebruik gestelde voertuig strekt tot voldoening van de vordering. Een eventuele meeropbrengst strekt tot voldoening van andere nog bij het CJIB openstaande vorderingen. Een eventueel restant wordt gestort in de Rijkskas.

Artikel

4:38

Buiten invordering stellen

Het CJIB stelt de administratieve sanctie buiten invordering, indien hiertoe op basis van redelijkheid of doelmatigheid wordt besloten.

Hoofdstuk

5

Gratie

Artikel

5:1

Buiten behandeling laten van een verzoekschrift

Artikel

5:2

Opschortende/schorsende werking

Onverminderd artikel 6:7:2 van de wet kan de Minister ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde de tenuitvoerlegging van de straf waarvan gratie wordt verzocht opschorten, indien het naar zijn oordeel hoogstwaarschijnlijk is dat het verzoek om gratie wordt ingewilligd. De Minister kan in ieder geval opschorten, indien:

  • a.

    de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft;

  • b.

    een bloedverwant in de eerste graad van de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft;

  • c.

    de echtgenoot, de geregistreerde partner of ander levensgezel van de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft;

  • d.

    de veroordeelde een bij wet niet toegelaten straf of combinatie van straffen is opgelegd;

  • e.

    er sprake is van expliciete ondersteuning door de Minister of een voorstel tot gratieverlening in overweging wordt genomen door de Minister.

Artikel

5:3

Omzetting van een sanctie in een taakstraf

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

6:2

Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op het moment dat het Besluit en de Regeling in werking treden.

Artikel

6:3

Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregel tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen

Deze beleidsregels worden met de toelichting in de Staatscourant gepubliceerd.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Bijlage

USB bevoegdhedenschema

In de wet, het besluit en de regeling zijn zowel verantwoordelijkheden, als daarmee samenhangende bevoegdheden bij de Minister belegd. De wijze waarop uitvoering moet worden gegeven aan de bevoegdheden wordt geregeld in deze beleidsregels en het samenwerkingsreglement. In de matrix is getracht om de hoogst geldende wet dan wel regelgeving te benoemen. Mogelijk is het genoemde wetsartikel in de lagere wet- of regelgeving verder uitgewerkt.

TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

OM-ADVIES

Het OM verzoeken een advies uit te brengen dan wel aan te vullen.

Artikel 6:1:10 lid 2 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd indien dit noodzakelijk is voor het bepalen van de tenuitvoerleggingsvolgorde / persoonsgerichte beoordeling.

De uitvoeringsorganisaties: DJI, 3RO, GI, RvdK, CJIB-I&I, etc. worden namens de Minister bevoegd indien dit nodig is voor de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de strafrechtelijke beslissing(en).

AANVANG, SCHORSING, BEËINDIGING EN TENUITVOERLEGGINGSTERMIJN

Bepalen datum onherroepelijk.

Artikel 6:1:16, 6:1:17 en 6:1:18 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

BEREKENEN TENUITVOERLEGGINGSTERMIJN

Berekenen tenuitvoerleggingstermijn.

Artikel 6:1:23 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

Schorsen/opschorten tenuitvoerleggingstermijn.

Artikel 6:1:18 lid 3, 6:1:19, 6:1:20, 6:1:23 en 6:1:24 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

OPSPOREN VEROORDEELDEN EN VERDACHTEN

Opstellen en beschikbaar stellen van een last tot tenuitvoerlegging die strekt tot aanhouding van een verdachte of veroordeelde in het kader van de Wet USB.

Artikel 6:1:5 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

Innen van gelden door een opsporingsambtenaar.

Artikel 4:5 en 4:6 Besluit

• De Minister is bevoegd

De opsporingsambtenaar is namens de Minister bevoegd.

De beoordeling tijdens / voorafgaand aan de aanhouding of een veroordeelde ‘arrestatiegeschikt’ is door de opsporingsambtenaar.

Artikel 3 Politiewet¹

• Politie is bevoegd

Besluit op verzoek i.v.m. mogelijke persoonsverwisseling.

Artikel 6:1:6 lid 3, artikel 52 en 27a Sv, Wivvg en het Protocol

Identiteitsvaststelling

• De Minister is bevoegd

Justid (matchingsautoriteit) is namens de Minister bevoegd om een verzoek te doen om een nader onderzoek in te stellen.

De opsporingsambtenaar is namens de Minister bevoegd om op het verzoek onderzoek te doen.

PASPOORTSIGNALERING

Weigeren of vervallen verklaren van een paspoort.

Artikel 18 paspoortwet (nieuw)

• De Minister is bevoegd (in het kader van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen

CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

VORDEREN VAN GEGEVENS

Een ieder vorderen om de inlichtingen te verstrekken die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van een vonnis, een arrest of een strafbeschikking.

Artikel 6:1:9 Sv en artikel 22 Wahv

• De Minister is bevoegd

Iedere uitvoeringsorganisatie wordt namens de Minister bevoegd t.b.v. de uitvoering van zijn taak.

VRIJHEIDSBENEMENDE SANCTIES

ZELFMELDERS

Besluit of veroordeelde (volwassene of jeugdige) in aanmerking komt voor het zelfmelden.

Artikel 2.2 Regeling

• De Minister is bevoegd

CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

Oproepen veroordeelde als zelfmelder.

Artikel 2.2 MR USB + art. 15 PBW + art. 12 beginselenwet JJI

• De Minister is bevoegd

DJI-DIZ is bevoegd namens de Minister.

Besluit op een door de veroordeelde ingesteld bezwaar/verzoek tot uitstel n.a.v. de zelfmeldoproep.

Artikel 2.4 MR USB + artikel 17 PBW + artikel 12 beginselenwet JJI

• De Minister is bevoegd

DJI-DIZ is bevoegd namens de Minister.

Besluit op een door de veroordeelde ingesteld beroep n.a.v. het besluit in een bezwaarprocedure tegen een zelfmeldoproep.

Artikel 73 PBW en artikel 78 Beginselenwet JJI

• Een door de RSJ benoemde commissie is bevoegd

Besluit tot het intrekken zelfmeldoproep.

Artikel 2.2 MR USB + artikel 15 PBW + artikel 12 beginselenwet JJI

• De Minister is bevoegd

DJI-DIZ is bevoegd namens de Minister.

ONDERBREKEN VAN DE LOPENDE DETENTIE

Besluit tot strafonderbreking detentie.

Artikel 6:2:4 Sv en de artikelen 34 t/m 40 Rtvi

• De Minister is bevoegd

DJI-DIZ is bevoegd namens de Minister.

NB. Verzoek strafonderbreking komt van OM, veroordeelde/raadsman of ambtshalve

Besluit tot strafonderbreking voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.

Artikel 6:2:4 Sv en art. 40a Rtvi

• De Minister is bevoegd

DJI-DIZ is bevoegd namens de Minister.

NB. Verzoek strafonderbreking komt van AVIM/KMar of DT&V

DETENTIEGESCHIKTHEID

Besluit op verzoek tot opschorten detentie als gevolg van afwezigheid detentiegeschiktheid, voorafgaand aan de detentie (veroordeelde) en wordt aangehouden door de politie.

De ambtsinstructie van de politie hoofdstuk 5 en 6

• Politie is bevoegd

De politie is hiervoor feitelijk verantwoordelijk (het gaat hier om het nemen van een besluit en niet om een aanvraag/verzoek).

Besluit tot opschorting van de tenuitvoerlegging van een detentie als gevolg van een ingediend gratieverzoek.

Artikel 6:7:2, 6:7:3, 6:7:4 Sv

• De Minister is bevoegd

Dienst Justis is namens de Minister bevoegd.

TENUITVOERLEGGEN ISD-MAATREGEL

Besluit tot opschorten tenuitvoerlegging overige vrijheidsbenemende sancties als gevolg van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.

Artikel 2.5 MR wet USB

• De Minister is bevoegd

Het CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd om de tenuitvoerleggingsvolgorde te bepalen. Het AICE bepaald welke sancties voorafgaand aan de uitvoering van de ISD-maatregel uitgevoerd worden, en van welke sancties de uitvoering opgeschort wordt.

Besluit beëindigen tenuitvoerlegging overige straffen nadat een ISD-maatregel naar behoren ten uitvoer is gelegd.

Artikel 6:1:11, 6:7:1 e.v. Sv

• De Minister is bevoegd

Het CJIB-I&I beëindigd namens de Minister eventuele de rechtelijke boetes onder de 340,00 euro.

Dienst Justis is namens de Minister bevoegd om een gratiebesluit te nemen op de (eventuele) nog openstaande vrijheidsbenemende sancties (op verzoek van de veroordeelde).

DETENTIEFASERING LEVENSLANGE GEVANGENISSTRAF

Besluit of de levenslanggestrafte in aanmerking komt voor re-integratieactiviteiten.

Artikel 49a PBW

• De Minister is bevoegd

DJI is namens de Minister bevoegd een voorgenomen besluit op te stellen. De bewindspersoon neemt het definitieve besluit.

TENUITVOERLEGGING TBS-MAATREGEL

TENUITVOERLEGGEN PIJ-MAATREGEL

Besluit nemen tot intrekking of schorsing van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel

Artikel 2:17 Besluit USB

• De Minister is bevoegd

DJI-DIZ is namens de Minister bevoegd.

ONGEOORLOOFD AFWEZIG

Melden ongeoorloofde afwezigheid van een gedetineerde/verpleegde.

Artikel 5a PBW, artikel 5 beginselenwet JJI en artikel 7a beginselenwet verpleging TBS-gestelden

• De directeur/hoofd van de inrichting is bevoegd

Melding geven indien de ongeoorloofd afwezige zichzelf meldt bij de inrichting/kliniek.

Artikel 2.9, 3.7 en 4.10 Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid

• De directeur/hoofd van de inrichting is bevoegd

BEËINDIGEN TENUITVOERLEGGING

Beëindigen tenuitvoerlegging.

Artikel 6:1:24 Sv

• De Minister is bevoegd

Het CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

NB. na binnenkomst positief afloopbericht buitenlandse autoriteit.

Besluit tot uitzetting van een TBS-gestelde.

Artikel 6:2:18 Sv

• De Minister is bevoegd

DJI-DIZ is namens de Minister bevoegd.

NB. Kan ook door de ZM, zie artikel 6:6:10 Sv.

Beëindigen TBS-maatregel ten aanzien van de vreemdeling die is uitgezet.

Artikel 6:2:18 Sv

• De Minister is bevoegd

Het CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

PIJ voorwaardelijk of onvoorwaardelijk beëindigen op advies van de RvdK.

Artikel 6:2:22 lid 3 Sv

• De Minister is bevoegd

DJI is namens de Minister bevoegd.

Beëindigen tenuitvoerlegging maatregel opname Psychiatrisch Ziekenhuis.

Artikel 8:18 WvGGZ

• Geneesheer-Directeur is bevoegd

Onmiddellijke invrijheidstelling indien de Minister de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straffen en maatregelen beëindigd.

Artikel 6:2:5 Sv

• De Minister is bevoegd

Het CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

Beëindigen tenuitvoerlegging ISD-maatregel.

Artikel 6:2:20 Sv

• De Minister is bevoegd

DJI-DIZ is namens de Minister bevoegd.

VRIJHEIDSBEPERKENDE SANCTIES

TAAKSTRAF TENUITVOERLEGGEN

De bevoegdheid tot het goedkeuren van werk-/leerplaatsen taakstraffen.

Artikel 3:8 en 3:11 Besluit

• De Minister is bevoegd

Het bestuursdepartement is namens de Minister bevoegd.

Beoordeling opgelegde taakstraf naar behoren verrichte taakstraf.

Artikel 6:3:5 Sv

• De Minister is bevoegd

3RO (volwassenen) en de RvdK (jeugdigen) worden namens de Minister bevoegd.

Eenmalig waarschuwingsgesprek in geval van overtreding en/of niet mee willen werken aan de tenuitvoerlegging van een taakstraf.

Artikel 3:17 Besluit

• Uitvoerder taakstraf is bevoegd

NB. Uitvoerder taakstraf kan ambtshalve dit besluit nemen.

NB. Met uitvoerder taakstraf wordt de 3RO of RvdK bedoeld.

Besluit nemen over een klacht van een taakgestrafte.

Artikel 3:26 en 3:27 Besluit

• (Externe) klachtencommissie van de 3RO/RvdK is bevoegd

TOEZICHT TENUITVOERLEGGEN

Een aangewezen stichting, gecertificeerde instelling of reclasseringsinstelling opdracht geven het toezicht op de naleving van bijzondere voorwaarden te houden en de verdachte of de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Artikel 6:3:14 Sv

• De Minister is bevoegd

Het CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

Toezicht te houden op de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden met betrekking tot jeugdigen.

Artikel 6:1:25 Sv

• RvdK is bevoegd

De gecertificeerde instelling inschakelen voor de vrijwillige begeleiding van een jeugdige.

Artikel 6:1:25 Sv

• De Minister is bevoegd

RvdK namens de Minister bevoegd.

GELDELIJKE STRAFFEN EN MAATREGELEN

INNING EN INCASSO

Zekerheidstellen na ingesteld beroepschrift op een Wahv-beschikking

Artikel 11 Wahv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I is namens de Minister bevoegd.

Bepalen aan te wijzen plaats en wijze van inning van een Wahv-beschikking.

Artikel 22 Wahv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I is namens de Minister bevoegd.

Bepalen van de dag(en) waarop de betaling van een geldboete of een maatregel uiterlijk moet geschieden.

Artikel 6:4:1 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I wordt namens de Minister bevoegd.

Besluit om een betalingsregelingen/ uitstel van betaling toe te staan.

Artikel 6:4:1 Sv en Artikel 23 Wahv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I is/wordt namens de Minister bevoegd.

NB. de rechter (vonnis 24a Sr)/OvJ (strafbeschikking 257 Sv) kan een betalingsregeling toestaan, de Minister is bevoegd hiervan af te wijken ten gunste van de veroordeelde.

Aanmanen tot betaling.

Artikel 6:4:2 Sv en Artikel 24 Wahv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I is/wordt namens de Minister bevoegd.

Afzien van verhaal zonder of met dwangbevel.

Artikel 6:4:3 Sv en Artikel 26, 27 Wahv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I wordt/is namens de Minister bevoegd.

Toepassen van verhaal zonder of met dwangbevel, uitvaardigen dwangbevelen.

Artikel 6:4:5 Sv en Artikel 26 en 27 Wahv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I wordt/is namens de Minister bevoegd.

Besluit om een rechtsmiddel in te stellen tegen de beschikking van de rechtbank op een verzetsprocedure in een Wahv-zaak.

Artikel 26a Wahv

• De Minister is bevoegd

Het CJIB-I&I is namens de Minister bevoegd.

Innemen rijbewijs, buitengebruik stellen voertuig of aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel aanbrengen.

Artikel 28a, 28b en 29 Wahv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I is namens de Minister bevoegd.

TOEPASSEN VERVANGENDE HECHTENIS / GIJZELING

Toepassen van vervangende hechtenis geldboete.

Artikel 6:4:3 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I wordt namens de Minister bevoegd.

Beëindigen gijzeling (of het niet toepassen daarvan).

Artikel 6:6:25 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I wordt namens de Minister bevoegd.

BEËINDIGEN TENUITVOERLEGGING GELDELIJKE SANCTIE

Beëindigen tenuitvoerlegging van geldboetes waarvoor geen gratie kan worden verleend.

Artikel 6:1:11 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I wordt namens de Minister bevoegd.

TERUGGAVE GELDSOMMEN

Besluit op verzoek tot teruggave borgsom na afloop van de strafzaak.

Artikel 6:4:21 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I wordt namens de Minister bevoegd.

NB. I&I verrekent eerst eventueel met openstaande geldelijke sancties.

Verrekenen aan een verdachte of veroordeelde uit te keren bedrag met verschuldigde geldsommen.

Artikel 6:1:13 Sv

• De Minister is bevoegd

CJIB-I&I wordt namens de Minister bevoegd.

GRATIE

VOORSTEL TOT GRATIEVERLENING

Besluit om een voorstel tot gratieverlening in te dienen.

Artikel 19 Gratiewet

• De Minister is bevoegd

CJIB-AICE wordt namens de Minister bevoegd.

Besluit om een voorstel tot gratie van het OM of CJIB-AICE in overweging nemen.

Artikel 19 Gratiewet

• De Minister is bevoegd

Dienst Justis is namens de Minister bevoegd.

Besluit om een voorstel tot gratieverlening in overweging te nemen na uiterlijk 27 jaar detentie.

Artikel 49a PBW en Artikel 19 Gratiewet

• De Minister is bevoegd

Dienst Justis is namens de Minister bevoegd.

OPSCHORTEN TENUITVOERLEGGING

Besluit tot opschorting van de strafrechtelijke beslissing waarvoor een gratieverzoek is ingediend (in afwachting van het formele gratiebesluit).

Artikel 6:7:2, 6:7:3 en 6:7:4 Sv

• De Minister is bevoegd

Dienst Justis is namens de Minister bevoegd.

Besluit tot opschorting in afwachting van het beschikbaar hebben van een Koninklijk Besluit indien:

– OM en ZM positief geadviseerd hebben.

– degene die het gratieverzoek heeft ingediend hier om vraagt.

Artikel 6:7:4 Sv

• De Minister is bevoegd

Dienst Justis is namens de Minister bevoegd.

¹ Bij de afweging om (tijdelijk) af te zien om een veroordeelde/gesignaleerde aan te houden, kan de discretionaire bevoegdheid van de Politie aan ten grondslag liggen. Deze komt voor uit artikel 3 van de Politiewet (taak van de politie). Het komt echter niet vaak voor, maar stel dat een veroordeelde/gesignaleerde bijv. als gevolg van een medische aandoening niet vervoerd kan/mag worden, dan zou daardoor mogelijk de aanhouding uitgesteld kunnen worden.