Artikel
1
Inspectie Leefomgeving en Transport
1
Ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport worden
-
a.
belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
-
–
de Drinkwaterwet;
-
–
artikel 25a, zesde lid, onderdeel c, van de Wet belastingen op milieugrondslag;
- –
- –
-
–
de Wet milieubeheer voor zover het betreft:
-
a.
gevaarlijke afvalstoffen;
-
b.
hetgeen bepaald is bij of krachtens de titels 9.2, 9.3, 9.3a, 11A.1 en paragraaf 10.6.3;
-
a.
-
–
de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
-
–
de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
-
–
de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
-
–
-
b.
aangewezen als inspecteur in de zin van:
-
–
de Drinkwaterwet;
- –
-
–
-
c.
aangewezen als ambtenaar ten aanzien van wie, in geval van levering van leidingwater door een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet, het ten aanzien van de inspecteur in de artikelen 35, tweede tot en met vierde lid, 36, 37, derde lid, 49, 51 en 52 van de Drinkwaterwet bepaalde van toepassing is, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 5, onder b, van dit besluit.
2
Ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport worden ten aanzien van milieubelastende activiteiten op aangewezen terreinen op grond van de artikelen 2.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 4.11 van het Omgevingsbesluit en artikel 5.150 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, uitsluitend belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
-
–
de Wet milieubeheer, met uitzondering van de titels 9.7 en 9.8;
-
–
de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
-
–
de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.