Besluit van 3 november 2025, houdende regels over energiemarkten en energiesystemen (Energiebesluit)

Energiebesluit

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • beveiliging van een transmissie- of distributiesysteem: geheel van maatregelen om het transmissie- of distributiesysteem te beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf;

  • besturing van een transmissie- of distributiesysteem: het op een automatische manier in een bepaalde toestand brengen of houden van een transmissie- of distributiesysteem of onderdeel daarvan;

  • eIDAS-verordening: verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;

  • erkenning als meetverantwoordelijke partij: erkenning als meetverantwoordelijke partij als bedoeld in artikel 2.50, vierde lid, van de wet;

  • erkenning als submeetverantwoordelijke partij: erkenning als submeetverantwoordelijke partij als bedoeld in artikel 4.14, vierde lid;

  • erkend kredietbeoordelingsbureau: een in de Europese Unie geregistreerd ratingbureau overeenkomstig verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus;

  • gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur: in een etmaal op het KNMI-weerstation De Bilt gemeten gemiddelde luchttemperatuur uitgedrukt in graden Celsius (T), gecorrigeerd voor de in dat etmaal op het KNMI-weerstation De Bilt gemeten gemiddelde windsnelheid uitgedrukt in meters per seconde (V), volgens de formule T - (V/1,5);

  • investeringsplan: investeringsplan als bedoeld in artikel 3.34 van de wet;

  • kwaliteitsborgingssysteem: het geheel van samenhangende plannen, processen en procedures voor het registreren, monitoren en eventueel verbeteren van de kwaliteit van de bedrijfsvoering;

  • noodleverancier: vergunninghouder die op aanwijzing van de Autoriteit Consument en Markt tijdelijk de levering van elektriciteit of gas voortzet aan eindafnemers met een kleine aansluiting, als bedoeld in artikel 2.25, tweede lid, van de wet;

  • noodlevering: tijdelijke voortzetting van de levering van elektriciteit of gas als bedoeld in artikel 2.25, derde lid, van de wet;

  • opslagjaar: de periode tussen 06.00 uur op 1 april van enig jaar tot 06.00 uur op 1 april van het daaropvolgende jaar;

  • pieklevering: het deel van de feitelijke aflevering van gas in een uur aan eindafnemers met een kleine aansluiting dat de hoeveelheid te boven gaat zoals die maximaal in een uur aan deze eindafnemers zou worden geleverd op een dag met een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van -9 °C (graden Celsius);

  • submeetinrichting: specifiek meettoestel als bedoeld in artikel 2, onderdeel 78, van verordening 2019/943;

  • submeetverantwoordelijke partij: beheerder van een submeetinrichting als bedoeld in artikel 4.9, vijfde lid, niet zijnde een meetverantwoordelijke partij, die is erkend op grond artikel 4.14;

  • vergunning: vergunning, bedoeld in artikel 2.18, derde lid, van de wet;

  • wet: Energiewet.

Artikel

1.2

gezamenlijke aansluiting

Artikel

1.3

definitie van energiearmoede ten behoeve van monitoring

Hoofdstuk

2

Energiemarkten

Afdeling

2.1

Contractuele verhouding tussen eindafnemer en leverancier of actieve afnemer en marktdeelnemer die aggregeert

Artikel

2.1

inhoud leveringsovereenkomst en leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel

Artikel

2.2

voordelen bij afsluiten leveringsovereenkomst en leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel

Een leverancier verstrekt een eindafnemer bij het sluiten van een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel uitsluitend voordelen die geldelijk van aard zijn.

Artikel

2.3

samenvatting leveringsovereenkomst en leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel

De samenvatting van de belangrijkste voorwaarden uit de overeenkomst, bedoeld in artikel 2.6, vierde lid, van de wet, bevat in ieder geval:

  • a.

    de overeengekomen tarieven en de opbouw daarvan;

  • b.

    informatie over de frequentie van de aanpassing van de tarieven;

  • c.

    de gegevens bedoeld in artikel 2.1, eerste lid; en

  • d.

    dat overeenkomstig artikel 2.5 een eindafnemer binnen de termijn, bedoeld in artikel 2.5, derde lid, schriftelijk in kennis wordt gesteld van elke aanpassing van de tarieven voor de levering van elektriciteit en gas en van elk voornemen de aan de overeenkomst verbonden voorwaarden voor de levering van elektriciteit of gas te wijzigen.

Artikel

2.4

betalingswijzen leveringsovereenkomst en leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel

Artikel

2.5

wijziging van prijzen of voorwaarden leveringsovereenkomst en leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel

Artikel

2.6

registratieplicht leveringsovereenkomst en leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel

Een leverancier vraagt ten behoeve van de registratie, bedoeld in artikel 2.6, vijfde lid, van de wet, voorafgaand aan het sluiten van de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel aan een eindafnemer of deze een huishoudelijke eindafnemer of een micro-onderneming is.

Artikel

2.7

nadere verplichtingen universele dienstverlening

Een leverancier draagt er zorg voor dat bij zijn aanbod voor eindafnemers met een kleine aansluiting in ieder geval kenbaar is:

  • a.

    dat hij verplicht is elektriciteit of gas te leveren aan elke eindafnemer met een kleine aansluiting die zijn aanbod aanvaardt;

  • b.

    dat hij overeenkomstig artikel 2.26 van de wet preventieve maatregelen neemt om het beëindigen van de levering aan of van de facilitering in peer-to-peer-handel wegens wanbetaling zoveel mogelijk te voorkomen; en

  • c.

    dat hij overeenkomstig artikel 2.5 verplicht is om eindafnemers binnen de in artikel 2.5, derde lid, bepaalde termijn schriftelijk in kennis te stellen van elke aanpassing van de tarieven voor de levering van elektriciteit en gas en van elk voornemen de aan de overeenkomst verbonden voorwaarden voor de levering van elektriciteit of gas te wijzigen.

Artikel

2.8

inhoud en voorwaarden aggregatieovereenkomst

Artikel

2.9

opzeggen vraagresponsovereenkomst

Een actieve afnemer kan een vraagresponsovereenkomst beëindigen zonder inachtneming van een opzegtermijn, indien de leveringszekerheid van die actieve afnemer dat vereist.

Afdeling

2.2

Vergunning leveranciers

Artikel

2.10

eisen aan de vergunning

Artikel

2.11

overdragen vergunning

Afdeling

2.3

Maatregelen in het kader van de leveringszekerheid

Artikel

2.12

intrekking vergunning of faillissement

Artikel

2.13

termijn opschorting overstapmogelijkheid

De termijn waarbinnen een eindafnemer met een kleine aansluiting overeenkomstig artikel 2.25, eerste lid, van de wet niet bevoegd is zijn leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel op te zeggen, eindigt op het moment waarop deze overeenkomst is overgedragen aan een andere vergunninghouder of op het moment waarop deze overeenkomst van rechtswege eindigt en de noodlevering aanvangt.

Artikel

2.14

termijn overdracht overeenkomsten

De termijn voor het overdragen aan een andere vergunninghouder van leveringsovereenkomsten of leveringsovereenkomsten inzake peer-to-peer-handel overeenkomstig artikel 2.25, eerste lid, van de wet, alsmede voor het overdragen van de krachtens artikel 2.10, derde lid, te bepalen gegevens, eindigt op het tijdstip waarop de Autoriteit Consument en Markt een besluit neemt als bedoeld in artikel 2.25, tweede lid, van de wet, maar bedraagt ten hoogste tien werkdagen na de dag waarop de beschikking tot intrekking van de vergunning is gegeven.

Artikel

2.15

besluit tot restverdeling eindafnemers met een kleine aansluiting

Artikel

2.16

wijze van restverdeling

Artikel

2.17

voorwaarden noodlevering

Artikel

2.18

verplichtingen noodleverancier

Artikel

2.19

inkoopovereenkomsten vergunninghouder

Een inkoopovereenkomst van een vergunninghouder ten behoeve van de levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting bevat geen beding tot ontbinding van rechtswege van die overeenkomst ingeval aan de vergunninghouder surseance van betaling is verleend of deze failliet is verklaard, dan wel ingeval diens surseance of faillissement is aangevraagd, dan wel ingeval diens vergunning zal worden ingetrokken, noch bedingen die het de wederpartij mogelijk maken in die gevallen de verbintenis op te zeggen of de nakoming van de verbintenis op te schorten of te ontbinden of onder gewijzigde voorwaarden voort te zetten, tot het moment dat, ingeval van intrekking van een vergunning of faillissement van de vergunninghouder, alle leveringsovereenkomsten met eindafnemers met een kleine aansluiting conform artikel 2.25, eerste lid, van de wet zijn overgedragen aan een andere vergunninghouder dan wel conform artikel 2.25, derde lid, van de wet geacht worden te zijn beëindigd.

Afdeling

2.4

Overige bepalingen

Artikel

2.20

vergelijkingsinstrument

Een vergelijkingsinstrument als bedoeld in artikel 2.68, eerste lid, van de wet wordt op verzoek van de aanbieder van dat vergelijkingsinstrument gecertificeerd, indien het vergelijkingsinstrument voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    de toegang tot het vergelijkingsinstrument is kosteloos voor huishoudelijk eindafnemers en micro-ondernemingen;

  • b.

    de aanbieder van het vergelijkingsinstrument is onafhankelijk van de leveranciers en andere marktdeelnemers en waarborgt dat aanbieders in de zoekresultaten gelijk worden behandeld;

  • c.

    het vergelijkingsinstrument vermeldt op een duidelijk vindbare wijze:

    • 1°.

      wie de eigenaar daarvan is;

    • 2°.

      wie het vergelijkingsinstrument beheert en controleert;

    • 3°.

      hoe het aanbieden van vergelijkingsinstrument wordt bekostigd; en

    • 4°.

      de duidelijke en objectieve criteria waarop de vergelijking moet worden gebaseerd;

  • d.

    het vergelijkingsinstrument maakt gebruik van duidelijke en ondubbelzinnige taal;

  • e.

    het vergelijkingsinstrument geeft nauwkeurige en actuele informatie, met vermelding van het tijdstip van de meest recente actualisering;

  • f.

    het vergelijkingsinstrument is toegankelijk voor eindafnemers met een handicap door waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust te zijn;

  • g.

    het vergelijkingsinstrument voorziet in een effectieve procedure om onjuiste informatie te melden;

  • h.

    het vergelijkingsinstrument staat open voor het aanbod van iedere leverancier die de relevante informatie beschikbaar maakt en omvat een breed scala aan aanbiedingen, met uitzondering van het aanbod om ten behoeve van eindafnemers te faciliteren in peer-to-peer handel, die een significant deel van de markt beslaan;

  • i.

    het vergelijkingsinstrument vermeldt in voorkomend geval duidelijk dat de gepresenteerde informatie geen volledig overzicht van de markt biedt, voordat de zoekresultaten worden getoond; en

  • j.

    bij de vergelijking van het aanbod van leveranciers worden in ieder geval de prijzen waartegen een leverancier elektriciteit of gas levert aan een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming, de kosten met betrekking tot terugleveren van zelfopgewekte hernieuwbare elektriciteit en de hoogte van de vergoeding voor teruggeleverde elektriciteit vergeleken.

Hoofdstuk

3

Beheer van elektriciteits- en gassystemen

Afdeling

3.1

Aanwijzing en inrichting systeembeheerders

Paragraaf

3.1.1

Aanwijzen, certificeren en erkennen van systeembeheerders

Artikel

3.1

intrekken aanwijzing systeembeheerder

Onze Minister kan een aanwijzing als systeembeheerder als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de wet, intrekken indien:

  • a.

    de Autoriteit Consument en Markt de certificering, bedoeld in artikel 3.4, eerste of derde lid, van de wet, van die systeembeheerder heeft ingetrokken;

  • b.

    de systeembeheerder niet langer voldoet aan de eisen, gesteld bij of krachtens artikel 3.3, tweede tot en met zesde lid, van de wet.

Artikel

3.2

intrekken erkenning gesloten systeem

De Autoriteit Consument en Markt kan een erkenning als gesloten systeem als bedoeld in artikel 3.7 van de wet, intrekken indien:

  • a.

    niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.7 van de wet;

  • b.

    het gesloten systeem niet wordt beheerd door degene die op grond van artikel 3.6 van de wet, als beheerder is aangewezen;

  • c.

    de beheerder van het gesloten systeem in strijd handelt met vereisten gesteld bij of krachtens de artikelen 3.104 en 3.105, tweede en derde lid, van de wet;

  • d.

    bij de aanvraag om een erkenning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

Paragraaf

3.1.2

Bescherming vitale processen

Artikel

3.3

aanwijzing gegevens, hulpmiddelen, materialen, werkmethoden en processen

Artikel

3.4

maatregelen ter verzekering van geheimhouding

Afdeling

3.2

Taken transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder

Paragraaf

3.2.1

Vrijstellingen enkelvoudige storingsreserve transmissiesysteem elektriciteit

Artikel

3.5

vrijstelling 220 kV of hoger in normaal bedrijf

In een uitvalsituatie in een transmissiesysteem voor elektriciteit met een spanningsniveau van 220 kV of hoger in normaal bedrijf, is de eis, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, aanhef, van de wet, niet van toepassing indien de uitvalsituatie betrekking heeft op:

  • a.

    een transformator naar een spanning lager dan 110 kV en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal 200 MW gedurende ten hoogste:

    • 1°.

      tien minuten voor transport ten behoeve van verbruik, of

    • 2°.

      twee weken voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op de transformator is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten;

  • b.

    een railsysteem en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal 1500 MW gedurende ten hoogste zes uur voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op het railsysteem is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten;

  • c.

    een railsysteem en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van ten hoogste 2000 MW gedurende ten hoogste zes uur voor transport ten behoeve van op een transmissiesysteem voor elektriciteit op zee aangesloten productie.

Artikel

3.6

vrijstelling 220 kV of hoger tijdens onderhoud

In een uitvalsituatie in een transmissiesysteem voor elektriciteit met een spanningsniveau van 220 kV of hoger tijdens onderhoud, is de eis, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, aanhef, van de wet, niet van toepassing, indien de uitvalsituatie betrekking heeft op:

  • a.

    een transformator naar een spanning lager dan 110 kV en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal 200 MW gedurende ten hoogste:

    • 1°.

      zes uur voor transport ten behoeve van verbruik, of

    • 2°.

      twee weken voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op de transformator is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten;

  • b.

    een railsysteem en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal:

    • 1°.

      1000 MW gedurende ten hoogste twee uur, waarna de onderbreking maximaal 500 MW is, vervolgens lineair afneemt tot maximaal 100 MW en na zes uur is opgelost voor transport ten behoeve van verbruik, of

    • 2°.

      1500 MW gedurende ten hoogste zes uur voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op het railsysteem is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten;

  • c.

    een railsysteem en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van ten hoogste 2000 MW gedurende ten hoogste zes uur, voor transport ten behoeve van op een transmissiesysteem voor elektriciteit op zee aangesloten productie.

Artikel

3.7

vrijstelling 110 tot 220 kV in normaal bedrijf

In een uitvalsituatie in een transmissiesysteem voor elektriciteit met een spanningsniveau van 110 tot 220 kV in normaal bedrijf, is de eis, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, aanhef, van de wet, niet van toepassing indien de uitvalsituatie betrekking heeft op:

  • a.

    een transformator naar een spanning lager dan 110 kV en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal 200 MW gedurende ten hoogste:

    • 1°.

      tien minuten voor transport ten behoeve van verbruik, of

    • 2°.

      twee weken voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op de transformator is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten ;

  • b.

    een circuit en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal:

    • 1°.

      100 MW gedurende ten hoogste tien minuten voor transport ten behoeve van verbruik, of

    • 2°.

      500 MW gedurende ten hoogste twee weken voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op het circuit is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten;

  • c.

    een railsysteem en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal:

    • 1°.

      500 MW gedurende ten hoogste een uur en daarna maximaal 100 MW gedurende ten hoogste vijf uur voor transport ten behoeve van verbruik, of

    • 2°.

      1500 MW gedurende ten hoogste zes uur voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op het railsysteem is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten.

Artikel

3.8

vrijstelling 110 tot 220 kV tijdens onderhoud

Artikel

3.9

vrijstelling tijdens werkzaamheden in bijzondere situaties

Artikel

3.10

vrijstelling verbindingen over een mast en schakelsequenties

In een uitvalsituatie in een transmissiesysteem voor elektriciteit is de eis, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, aanhef, van de wet, niet van toepassing indien de uitvalsituatie betrekking heeft op:

  • a.

    een mast met een of meer bovengrondse verbindingen;

  • b.

    een railsysteem gedurende een schakelsequentie.

Artikel

3.11

vrijstelling systeemonderdelen indien ontheffing is aangevraagd

In een uitvalsituatie in een transmissiesysteem met een spanningsniveau van 110 kV of hoger, is de eis, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, aanhef, van de wet, niet van toepassing indien de uitvalsituatie betrekking heeft op een onderdeel van het systeem waarvoor een ontheffing is aangevraagd als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, van de wet, tot de dag na die waarop de beslissing op de aanvraag onherroepelijk is geworden.

Paragraaf

3.2.2

Ontheffingen enkelvoudige storingsreserve transmissiesysteem elektriciteit

Artikel

3.12

vereisten aanvraag ontheffing storingsreserve

Artikel

3.13

beslistermijn

De Autoriteit Consument en Markt neemt het besluit op de aanvraag tot een ontheffing zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd.

Artikel

3.14

voorwaarde ontheffing

Aan de ontheffing wordt de voorwaarde verbonden dat wanneer het systeemonderdeel waarvoor ontheffing wordt verleend ingrijpend wordt gerenoveerd of gemodificeerd, het desbetreffende systeemonderdeel wordt aangepast overeenkomstig de norm in artikel 3.26, eerste lid, van de wet of, indien van toepassing, een vrijstelling in de artikelen 3.5 tot en met 3.11.

Artikel

3.15

reikwijdte en duur ontheffing

Artikel

3.16

weigering, intrekking en wijziging ontheffing

Paragraaf

3.2.3

Verplaatsen en verkabelen delen elektriciteitssysteem

Artikel

3.17

aanwijzing bovengrondse delen van systemen

Een door Onze Minister op grond van artikel 3.27, eerste lid, van de wet, aangewezen bovengronds deel van een systeem, wordt op verzoek van een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten verplaatst of vervangen, indien dat deel:

  • a.

    ten minste 1000 meter lang is, tenzij het een systeem betreft met een spanningsniveau van 50 kV; of

  • b.

    ten minste 500 meter lang is, voor zover het een deel betreft dat direct is verbonden met een transformator-, schakel-, verdeel- of onderstation, voor zover het een te vervangen deel betreft.

Artikel

3.18

kostenefficiëntie

De op grond van artikel 3.27, eerste lid, van de wet, aan te wijzen bovengrondse delen van systemen worden slechts aangewezen als vervanging of verplaatsing kostenefficiënt is. Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat een deel wordt aangewezen voor verplaatsing of voor vervanging.

Artikel

3.19

hoogte van de bijdrage

Artikel

3.20

kosten en bestanddelen waarvoor de bijdrage geldt

Artikel

3.21

volgorde van uitvoering

Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder onvoldoende mensen en middelen beschikbaar heeft om aan alle ontvangen verzoeken tot verplaatsing of vervanging gelijktijdig uitvoering te geven, hanteert de transmissie- of distributiesysteembeheerder de volgorde van binnenkomst van de verzoeken als uitgangspunt voor de volgorde van uitvoering.

Artikel

3.22

procedure aanvraag ontheffing

De aanvraag, bedoeld in artikel 3.27, vierde lid, van de wet, bevat een beschrijving waarin wordt onderbouwd dat het vervangen of verplaatsen van dat deel technisch of ruimtelijk niet haalbaar is of strijdig is met het belang van leveringszekerheid.

Paragraaf

3.2.4

Investeringsplan

Artikel

3.23

geldigheidsduur, herziening en tijdstip voorleggen investeringsplan

Artikel

3.24

nadere inhoud investeringsplan

Artikel

3.25

volgorde uitvoering noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen

Artikel

3.26

consultatie, toetsing, aanpassing en publicatie investeringsplan

Paragraaf

3.2.5

Aansluiten en transporteren gas en afsluiten

Artikel

3.27

gebieden waar distributiesysteembeheerder voor gas geen kleine aansluitingen hoeft te realiseren

Artikel

3.28

afwegingskader aansluiten en transport producenten gas uit hernieuwbare bronnen

Artikel

3.29

buiten werking stellen en verwijderen aansluiting

Paragraaf

3.2.6

Bijzondere taken transmissiesysteembeheerder voor gas

Artikel

3.30

pieklevering

Afdeling

3.3

Verplichtingen systeembeheerders

Paragraaf

3.3.1

Kwaliteitsborging, calamiteiten en voorvallen transmissie- en distributiesysteem

Artikel

3.31

kwaliteitsborging

Artikel

3.32

kwaliteitsplan

Artikel

3.33

procedure kwaliteitsplan

Artikel

3.34

klachten aangeslotenen met kleine aansluiting

Artikel

3.35

maatregelen bij voorvallen

Artikel

3.36

meldingen en registratie van onderbrekingen en voorvallen

Artikel

3.37

calamiteitenplan

Paragraaf

3.3.2

Verplichtingen systeembeheerders bij overstappen en faillissement leverancier

Artikel

3.38

eisen aan systeembeheerders bij wisseling van leverancier, marktdeelnemer die aggregeert, balanceringsverantwoordelijke of meetverantwoordelijke partij

Als een aangeslotene van leverancier, marktdeelnemer die aggregeert, balanceringsverantwoordelijke, of meetverantwoordelijke partij wisselt, voert de desbetreffende systeembeheerder die wisseling door in zijn register, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over de termijn waarbinnen de wisseling moet zijn doorgevoerd en over de bij een verzoek om wisseling te verstrekken gegevens.

Artikel

3.39

voorzieningen transmissie- of distributiesysteembeheerder bij faillissement leverancier

Artikel

3.40

informatie voorkomen buitenwerkingstelling aansluiting

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder een aangeslotene verstrekt met het oog op het voorkomen van buitenwerkingstelling van diens aansluiting of een daaraan toegekend additioneel allocatiepunt op grond van artikel 3.41 van de wet in geval van het faillissement of de intrekking van een vergunning, erkenning of toelating van een marktdeelnemer, balanceringsverantwoordelijke of meetverantwoordelijke partij die op de aansluiting of het additionele allocatiepunt actief is, en de termijn waarbinnen deze informatie wordt verstrekt, in geval van intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet.

Paragraaf

3.3.3

Financieel beheer en boekhouding systeembeheerders

Artikel

3.41

kredietwaardigheid systeembeheerders

Artikel

3.42

afzonderlijke boekhouding

Paragraaf

3.3.4

Tarieven en voorwaarden transmissie- en distributiesysteembeheerders

Artikel

3.43

algemene tariefbeginselen transmissie- en distributiesysteembeheerder

Bij de vaststelling van de door de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit toe te passen tarieven, bedoeld in artikel 3.107, eerste lid, van de wet, neemt de Autoriteit Consument en Markt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 3.107 van de wet, het volgende in acht:

  • a.

    de tarieven die gelden voor een actieve afnemer houden op een transparante wijze apart rekening met invoeding op en afname van het transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit en dragen op een passende wijze bij aan het delen van de totale kosten van het transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit;

  • b.

    aan een actieve afnemer die binnen zijn eigen installatie geproduceerde elektriciteit opslaat, worden geen dubbele tarieven gerekend voor de opgeslagen elektriciteit of voor de levering van congestie beheers- of systeembeheersdiensten aan een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit;

  • c.

    de tarieven die gelden voor een energiegemeenschap:

    • 1.°

      dragen op voldoende en evenwichtige wijze bij aan het delen van de totale kosten van het transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit;

    • 2°.

      gelden ongeacht of de energiegemeenschap, met inachtneming van artikel 2.17, tweede lid, onderdeel a, van de wet, elektriciteit levert aan zijn leden of aandeelhouders, en in overeenstemming met een door de Autoriteit Consument en Markt uitgevoerde transparante analyse van kosten en baten van gedistribueerde energiebronnen.

Artikel

3.44

bekostiging niet-tariefgereguleerde taken transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee

De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee brengt het restant van de voor een jaar vastgestelde totale toegestane vergoeding dat niet wordt gedekt door subsidie, bedoeld in artikel 3.118, vierde lid, van de wet, in rekening bij de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit.

Paragraaf

3.3.5

Verplichtingen beheerders bijzondere systemen

Artikel

3.45

procedure vaststellen indicatie tarieven en voorwaarden gasopslag

Een gasopslagbeheerder voert voorafgaand aan de bekendmaking, bedoeld in artikel. 3.100, vierde lid, van de wet, overleg met representatieve organisaties van systeemgebruikers over de tarieven en voorwaarden.

Artikel

3.46

bekendmaking indicatie tarieven en voorwaarden gasopslag

De bekendmaking van de indicatie van de tarieven en voorwaarden door de gasopslagbeheerder, bedoeld in artikel. 3.100, vierde lid, van de wet, vindt jaarlijks voor 1 oktober plaats.

Artikel

3.47

Toegang gasopslagsystemen

Artikel

3.48

organisatie en besluitvorming gasopslagbeheerder

Paragraaf

3.3.6

Schadevergoeding net op zee

Artikel

3.49

recht op schadevergoeding

Artikel

3.50

afstemming over planning van het onderhoud

Artikel

3.51

omvang van de schade

Artikel

3.52

berekening van de schade

Hoofdstuk

4

Meten en gegevens

Afdeling

4.1

Erkenning meetverantwoordelijke partij

Artikel

4.1

nadere eisen erkenning meetverantwoordelijke partij

Artikel

4.2

procedure intrekken erkenning

Artikel

4.3

termijn contracteren nieuwe meetverantwoordelijke partij

Artikel

4.4

tijdelijke voorziening meetgegevens

Artikel

4.5

tijdelijke voorziening meetgegevens bij faillissement of surseance van betaling

Artikel

4.6

overdragen erkenning

Afdeling

4.2

Meetinrichtingen en metingen bij vraagrespons, op additionele allocatiepunten en bij onbemeten aansluitingen

Artikel

4.7

op afstand uitleesbare meetinrichting voorwaarde voor onafhankelijke vraagrespons

Een actieve afnemer die op zijn aansluiting of op een specifiek deel van zijn installatie een vraagresponsovereenkomst sluit met een marktdeelnemer die niet tevens zijn leverancier is, beschikt op of nabij het overdrachtspunt van zijn aansluiting over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld.

Artikel

4.8

geen vraagrespons bij teruglevering aan een derde

Indien een aangeslotene elektriciteit teruglevert aan een marktdeelnemer die niet zijn leverancier is, sluit een marktdeelnemer met deze aangeslotene geen vraagresponsovereenkomst, tenzij de teruglevering geschiedt op een technisch gescheiden allocatiepunt, dat niet elektrisch is gekoppeld met de installatie waarop de vraagresponsdienst wordt geleverd.

Artikel

4.9

inzet submeetinrichting bij vraagrespons

Artikel

4.10

meetinrichting additionele allocatiepunt grote aansluiting

Artikel

4.11

meting elektriciteit uit hernieuwbare bronnen

Artikel

4.12

meetinrichting additionele allocatiepunt kleine aansluiting

Artikel

4.13

onbemeten aansluiting

Afdeling

4.3

Erkenning submeetverantwoordelijke partij

Artikel

4.14

erkenning en verplichtingen submeetverantwoordelijke partij

Artikel

4.15

nadere eisen erkenning submeetverantwoordelijke partij

Artikel

4.16

procedure intrekken erkenning submeetverantwoordelijke partij

Artikel

4.17

overdragen erkenning submeetverantwoordelijke partij

Afdeling

4.4

Beheren en uitwisselen van gegevens

Artikel

4.18

melden incidenten

Artikel

4.19

maatregelen ter identificatie, authenticatie en autorisatie

Hoofdstuk

5

Uitvoering, toezicht en handhaving

Afdeling

5.1

Uitvoering door Autoriteit Consument en Markt

Artikel

5.1

samenwerking

Artikel

5.2

monitoring

De Autoriteit Consument en Markt:

  • a.

    volgt in welke mate de elektriciteitsmarkt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 58 van richtlijn 2019/944, voldoet;

  • b.

    volgt in welke mate de gasmarkt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 40 van richtlijn 2009/73, voldoet;

  • c.

    beoordeelt de samenhang tussen een investeringsplan als bedoeld in artikel 3.34 van de wet van een transmissiesysteembeheerder en het Uniebrede netontwikkelingsplan als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2019/943 of artikel 8, derde lid, onderdeel b, van verordening 714/2009;

  • d.

    volgt het niveau van transparantie op de elektriciteits- en gasmarkten, met inbegrip van de groothandelsprijzen;

  • e.

    volgt het niveau en de doeltreffendheid van de openstelling van de markt en de mededinging op groot- en kleinhandelsniveau;

  • f.

    volgt het bestaan van praktijken gericht op het aangaan van overeenkomsten die afnemers kunnen weerhouden van of hen beperkingen kunnen opleggen met betrekking tot een keuze voor het gelijktijdig sluiten van overeenkomsten met meer dan een leverancier;

  • g.

    volgt de marktontwikkelingen van levering op basis van een dynamische elektriciteitsprijs als bedoeld in artikel 2.9, van de wet, en beoordeelt de risico’s van nieuwe producten en diensten;

  • h.

    volgt de investeringen in productie- en opslagcapaciteit met het oog op de voorzieningszekerheid;

  • i.

    volgt de technische samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders binnen de Europese Unie en buitenlandse instellingen die op grond van nationale wettelijke regels zijn belast met het beheer van een transmissiesysteem in landen buiten de Europese Unie;

  • j.

    volgt het congestiebeheer van transmissie- en distributiesystemen, inclusief interconnectoren.

Artikel

5.3

publicatie

De Autoriteit Consument en Markt publiceert:

  • a.

    jaarlijks aanbevelingen over de conformiteit van de leveringsprijzen met artikel 5 van richtlijn 2019/944 en artikel 3 van richtlijn 2009/73;

  • b.

    jaarlijks de beoordelingen bedoeld in artikel 5.2, onderdeel c;

  • c.

    tot 1 januari 2036 jaarlijks een verslag met de belangrijkste marktontwikkelingen van levering op basis van een dynamische elektriciteitsprijs als bedoeld in artikel 2.9, van de wet, waaronder de ontwikkeling van het aanbod op de markt en de effecten op de facturen van de consument en de prijsvolatiliteit;

  • d.

    om de twee jaren aanbevelingen over de prestaties van de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor elektriciteit met betrekking tot de ontwikkeling van een slim netwerk dat gericht is op energie-efficiëntie en de integratie van energie uit hernieuwbare bronnen;

  • e.

    de geschatte kosten van de transmissie- en distributiesysteembeheerders die zij gebruikt voor het vaststellen van een inkomstenbesluit of een tarievenbesluit met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet open overheid.

Artikel

5.4

overige taken ACM

De Autoriteit Consument en Markt:

  • a.

    draagt bij aan de compatibiliteit van gegevensuitwisselingsprocessen voor de belangrijkste marktprocessen in één of meer geografische gebieden als bedoeld in artikel 34, derde lid, van verordening 2019/943 of artikel 12, derde lid, van verordening 715/2009;

  • b.

    zorgt ervoor dat een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit ingevolge artikel 16 van verordening 2019/943 zo veel mogelijk interconnectorcapaciteit beschikbaar stelt;

  • c.

    draagt in voorkomend geval, met de instellingen in andere lidstaten van de Europese Unie die op grond van nationale wettelijke regels zijn aangewezen als nationale regulerende instantie, zorg voor de gezamenlijke vaststelling van niet-naleving van Unierechtelijke verplichtingen, van:

    • i.

      de ENTSB voor elektriciteit of de EU-DSB-entiteit;

    • ii.

      de regionale coördinatiecentra, opgericht uit hoofde van artikel 35 van verordening 2019/943;

  • d.

    brengt een certificeringsbeschikking voor een transmissiesysteembeheerder of een interconnectorsysteembeheerder als bedoeld in artikel 3.4, eerste of derde lid, van de wet, en alle relevante informatie in verband met dat besluit onverwijld ter kennis van de Europese Commissie.

Afdeling

5.2

Uitvoering door Onze Minister

Artikel

5.5

strategische reserve

Indien Onze Minister op grond van artikel 5.12, eerste lid, van de wet de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit opdraagt tot de inrichting van een strategische reserve als bedoeld in artikel 21, derde lid, van verordening 2019/943, worden bij ministeriële regeling regels gesteld over, in ieder geval:

  • a.

    het doel van de strategische reserve;

  • b.

    de periode waarvoor de strategische reserve wordt ingericht;

  • c.

    de wijze waarop de transmissiesysteembeheerder een strategische reserve contracteert;

  • d.

    niet-beschikbaarheidsbetalingen die de transmissiesysteembeheerder kan opleggen bij niet levering; en

  • e.

    overige regels die noodzakelijk zijn voor de inrichting van een strategische reserve.

Afdeling

5.3

Overige bepalingen

Artikel

5.6

retributies minister

Artikel

5.7

bewaren en verstrekken van gegevens aan Onze Minister ten behoeve van toezicht op installatie meetinrichting kleine aansluiting

Hoofdstuk

6

Overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

6.1

Wijziging andere besluiten

Afdeling

6.2

Overgangsrecht en samenloop

Artikel

6.23

overgangsrecht maatregelen ter identificatie, authenticatie en autorisatie

Wijzigt dit besluit.

Artikel

6.24

uitrol meetinrichtingen met communicatiefunctionaliteit

De periode, bedoeld in artikel 7.28, eerste lid, van de wet is vanaf de inwerkingtreding van dat artikel tot 1 januari 2027.

Artikel

6.25

overgangsrecht wijziging Omgevingsbesluit

Op aanvragen die voor de inwerkingtreding van artikel 6.4 van dit besluit zijn ingediend is het recht dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van toepassing.

Artikel

6.26

samenloopbepaling beëindiging salderingsregeling voor elektriciteit

Wijzigt dit besluit.

Afdeling

6.3

Slotbepalingen

Artikel

6.27

intrekken besluiten

De volgende besluiten worden ingetrokken:

Artikel

6.28

inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

6.29

citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Energiebesluit.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten