Wet van 12 mei 2011 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2010)

Wijzigingswet financiële markten 2010

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet op het financieel toezicht te wijzigen teneinde regels te stellen met betrekking tot de uitbreiding van de vrijstellingsmeldingen en voorschriften met betrekking tot de vorm en de inhoud daarvan, een vrijwillig toezichtregime voor beleggingsinstellingen en de zware ontheffing alsmede technische verbeteringen en enige andere wijzigingen in de Wet op het financieel toezicht en andere wetgeving op het terrein van de financiële markten aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

III

Wijziging van het Burgerlijk Wetboek

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.

Artikel

VIIIa

Artikel

VIIIb

Wijzigt de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie Richtlijn nr. 2007/64/EG).

Artikel

VIIIc

Wijzigt deze wet.

Artikel

VIIId

Wijzigt de Wet introductie premiepensioeninstellingen.

Artikel

VIIIe

[Vervallen]

Artikel

IX

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, waarbij terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met een daarbij te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

X

Deze wet wordt aangehaald als: Wijzigingswet financiële markten 2010.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, J. C. de Jager
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten