Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 13 november 2017, nr. WJZ/17167909, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2017 (Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2017)

Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2017

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Handelende met instemming van de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
Gezien de schriftelijke instemming van de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur Regio, de directeur Algemene Economische Politiek, de directeur Bedrijfsvoering, de directeur Europese en Internationale zaken, de directeur Financieel-Economische zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de algemeen directeur Dienst ICT Uitvoering, de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • b.

    de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering: de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • d.

    de hoofden van dienst:

    • 1°.

      de directeur-generaal van Agro;

    • 2°.

      de directeur-generaal van Natuur, Visserij en Landelijk Gebied;

    • 3°.

      de directeur Bureau Bestuursraad;

    • 4°.

      de directeur Communicatie;

    • 5°.

      de directeur Financieel-Economische Zaken;

    • 6°.

      de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

Artikel

2

De organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel

3

§

2

Mandaat aan ondergeschikten

§

2.1

Mandaat, volmacht en machtiging

Artikel

4

Artikel

4a

Aan de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

  • a.

    het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;

  • b.

    het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;

  • c.

    het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;

  • d.

    het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;

  • e.

    het vervangen van de secretaris-generaal in overleggen met de medezeggenschap en centrales van verenigingen van ambtenaren;

  • f.

    het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door onder meer het voorzitten van de LNV CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;

  • g.

    het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • h.

    het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gelieerde organisaties met publieke taken;

  • i.

    het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;

  • j.

    het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;

  • k.

    het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;

  • l.

    aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;

  • m.

    aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;

  • n.

    aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;

  • o.

    het zorgdragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels en selectielijsten als bedoeld in de artikelen 14 van het Archiefbesluit 1995 en 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;

  • p.

    het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel

5

Artikel

6

Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften op zijn werkterrein, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of door onder hem ressorterende medewerkers.

§

2.2

Instructies

Artikel

7

Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:

  • a.

    ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies;

  • b.

    de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie.

Artikel

8

Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

§

2.3

Ondermandaat

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

§

2.4

Vervanging

Artikel

12

§

2.5

Ondertekening bij afwezigheid minister

Artikel

13

§

3

Mandaat aan niet-ondergeschikten

§

3.1

Mandaat, volmacht en machtiging aan dienstonderdelen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Artikel

14

Artikel

14a

Aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie en de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel

15

Aan de directeur Regio van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

  • a.

    het vertegenwoordigen van het gehele ministerie op bestuurlijk niveau in de regio, met name via de regioambassadeurs die bij de directie Regio van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn ondergebracht en het fungeren als bestuurlijke schakel tussen de bewindslieden/ambtelijke top en de regionale en lokale bestuurders, bedrijfsleven en maatschappelijke actoren;

  • b.

    het onderhouden van een relevant regionaal netwerk en kennis van de regio’s ten behoeve van het gehele departement (horizontale regionale functie) alsmede het inbrengen van dit netwerk en deze kennis in landelijke beleidstrajecten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    het signaleren van ontwikkelingen en stemmingen in de regio die de realisering van het beleid van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kunnen versnellen dan wel frustreren en het acteren naar aanleiding van deze signalen zoals het agenderen, het interveniëren, het initiëren, het analyseren, het leggen van verbindingen en het formuleren van beleidsconsequenties;

  • d.

    het vervullen van de bestuurlijk contactfunctie voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met regionale sleutelfiguren in geval van het uitbreken van een crisis;

  • e.

    de algemene coördinatie van de belangen, het beleid en de activiteiten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake Caribisch Nederland, inclusief algemeen-bestuurlijke zaken.

Artikel

16

Aan de directeur Algemene en Economische Politiek van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen ten behoeven van het versterken van het duurzaam economisch groeivermogen van Nederland en het scheppen van voorwaarden voor een goed functioneren economie en markten door middel van:

  • a.

    het analyseren van, adviseren over en waar nodig interveniëren op het gebied van macro-economische ontwikkelingen, arbeidsmarkt en sociale zekerheid, collectieve sector, overheidsfinanciën en ordening voor zover de algemeen-economische of budgettaire aspecten leidend zijn;

  • b.

    het begeleiden en waar nodig initiëren van activiteiten in het kader van het beleid gericht op structurele hervorming van de Nederlandse economie;

  • c.

    het analyseren van en adviseren over algemeen-economische aspecten van EU-beleid, waaronder macro economische beleidscoördinatie in EU-verband, Europees Semester en Ecofin;

  • d.

    het verkennen, het agenderen, het aanjagen en het adviseren van ontwikkelingen en vraagstukken in de breedte van het beleidsterrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • e.

    het versterken van het strategisch vermogen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • f.

    het coördineren van het fiscale beleid binnen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Artikel

17

Artikel

18

Aan de directeur Europese en Internationale Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

  • a.

    het coördineren van en het zorg dragen voor een coherente en daadkrachtige inbreng op Europese dossiers in nationaal en EU-kader waaronder in de Coördinatie Commissie, de BNC en de Landbouw- en Visserijraad;

  • b.

    verantwoordelijkheid voor de LNV inbreng vanuit de Permanente Vertegenwoordiging bij de EU en in de interdepartementale gremia zoals de Interdepartementale Raad voor Handelspolitiek voor communautaire handelspolitieke zaken en voor de invulling en uitvoering van het Benelux-verdrag;

  • c.

    het onderhouden van contacten met relevante (kabinetten van) EU-Commissarissen, het EU-voorzitterschap en collega-bewindspersonen uit de Lidstaten van de EU en andere relevante belanghebbenden, waaronder het bedrijfsleven;

  • d.

    advisering over dossiers op buitenlands beleid aan LNV-bewindspersoon, en het coördineren van en zorg dragen voor een coherente en daadkrachtige LNV inbreng op de internationale beleidsterreinen;

  • e.

    de beleidsinhoudelijke advisering over de algemene bilaterale relaties met betrekking tot de EU-lidstaten en VS, China, India en Rusland en de strategische advisering over de reisagenda van de LNV-bewindspersoon;

  • f.

    deelname aan hoogambtelijke voorportalen voor de ministerraad en voorbereiding van (internationale) besluitvorming voor LNV-bewindspersoon in de ministerraad en REA (Raad Europese Aangelegenheden).

Artikel

19

Aan de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

  • a.

    de uitoefening van taken en bevoegdheden in het kader van de verantwoording van de begroting 2017 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, voor zover betrekking hebbend op het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vanaf 26 oktober 2017;

  • b.

    de uitoefening van taken en bevoegdheden in het kader van de uitvoering van de begroting 2018 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, voor zover betrekking hebbend op het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    het optreden als bevoegde autoriteit voor het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling voor het jaar 2017 vanaf 26 oktober 2017 en het jaar 2018;

  • d.

    het verzorgen van aangiften inzake de Wet op de omzetbelasting 1968 (BTW) voor de directeuren-generaal, de directeur Bureau Bestuursraad, directeur Communicatie en de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor de jaren 2017 en 2018;

  • e.

    het verzorgen van aangiften inzake de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor de jaren 2017 en 2018.

Artikel

20

Artikel

21

Aan de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

  • a.

    het zorg dragen voor betrouwbare, gestandaardiseerde en kosten efficiënte ICT-services die de bedrijfsprocessen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ondersteunen;

  • b.

    het zorg dragen voor de bewaking van het gebruik van digitale authenticatiemiddelen voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    het in opdracht van een hoofd van dienst autoriseren van medewerkers van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het afnemen van digitale overheidsdiensten door middel van het inkopen, uitgeven en beheren van digitale authenticatiemiddelen;

  • d.

    het zorgdragen voor het crypto-beheer van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waaronder het autoriseren van gebruikers van cryptomiddelen, het registreren van in gebruik zijnde cryptomiddelen en het implementeren van de cryptografische technieken conform vigerende wet- en regelgeving.

Artikel

22

§

3.2

Ondermandaat, volmacht en machtiging aan dienstonderdelen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Artikel

23

§

3.3

Instructies

Artikel

24

Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:

  • a.

    ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies;

  • b.

    de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie;

  • c.

    artikel 2, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ.

Artikel

25

Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

§

4

Slotbepalingen

Artikel

25a

Besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen genomen of verricht krachtens artikel 15, tussen 15 mei 2018 en de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, nr. WJZ/18074188, houdende wijziging van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2017 (Stcr. 2018,…) is gepubliceerd, worden geacht te zijn genomen of verricht krachtens artikel 4a.

Artikel

26

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de hoofden van dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Algemene Rekenkamer.

Artikel

27

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 26 oktober 2017.

Artikel

28

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2017.

Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Bijlage

Organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

I

Hoofdstructuur van de organisatie

  • 1.

    Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bestaat uit het kernministerie en de buitendienst.

  • 2.

    Het kernministerie bestaat uit:

    • a.

      de algemene leiding;

    • b.

      de beleidsonderdelen: het directoraat-generaal voor Agro en het directoraat-generaal voor Natuur, Visserij en Landelijk Gebied;

    • c.

      de stafbureaus:

      • 1°.

        het stafbureau Bestuursraad;

      • 2°.

        het stafbureau Communicatie;

      • 3°.

        het stafbureau Financieel-Economische Zaken;

  • 3.

    Onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ressorteert de volgende buitendienst: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

II

Algemene leiding

  • 1.

    De algemene leiding staat onder leiding van de secretaris-generaal.

  • 2.

    De secretaris-generaal heeft tot taak de aangelegenheden, genoemd in artikel 4 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2017.

  • 3.

    Onder de secretaris-generaal ressorteert de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering.

  • 4.

    De directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering heeft tot taak de aangelegenheden, genoemd in artikel 4a van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2017.

III

Het directoraat-generaal voor Agro

  • 1.

    Het directoraat-generaal voor Agro staat onder leiding van een directeur-generaal.

  • 2.

    Het directoraat-generaal heeft tot taak:

    • a.

      het bevorderen van een transparante afweging tussen people, planet en profit, die voortdurend aan de orde is binnen het LNV-domein;

    • b.

      het stimuleren en faciliteren van verduurzaming en duurzame ontwikkeling van agroketens;

    • c.

      het bijdragen aan en zeker stellen van een adequate en duurzame voedselvoorziening en voedselzekerheid op nationaal, Europees en mondiaal niveau;

    • d.

      het met partners werken aan agroketens die voldoende veerkrachtig zijn om zich aan te passen aan klimaatverandering en waar mogelijk de gevolgen ervan opvangen en bijdragen aan het verminderen van broeikasgasemissies;

    • e.

      het versterken van de specifieke maatschappelijke betekenis en waarde van agro als bron van voedsel, en voor grondstoffen, biodiversiteit en beleving;

    • f.

      vergroten van de maatschappelijke acceptatie van Nederlandse agroketens die bijdragen aan de welvaart in brede zin;

    • g.

      het versterken van de agroketens als kapitale dragers van de economie;

    • h.

      het onderhouden en versterken van een breed Europees en internationaal netwerk en het actief beïnvloeden van internationale besluitvormingsprocessen op het gebied van agro;

    • i.

      het vormen van beleid rondom het Gemeenschappelijk EU-Landbouwbeleid, de bijbehorende implementatiekeuzes in Nederland en het borgen van een EU-conforme uitvoering van het Gemeenschappelijk EU-Landbouwbeleid;

    • j.

      het daartoe onderhouden van een goed maatschappelijk netwerk.

IV

Het directoraat-generaal voor Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

  • 1.

    Het directoraat-generaal voor Natuur, Visserij en Landelijk Gebied staat onder leiding van een directeur-generaal.

  • 2.

    Het directoraat-generaal heeft tot taak:

    • a.

      het beschermen en ontwikkelen van een veelzijdige natuur en wederzijdse versterking van ecologie en economie en de samenhang daartussen;

    • b.

      het bevorderen dat natuur wordt meegenomen in andere beleidsdomeinen en besluitvormingsprocessen;

    • c.

      het versterken van de maatschappelijke betekenis van natuur als bron van voedsel, en voor grondstoffen, biodiversiteit en beleving;

    • d.

      het onderhouden en versterken van een breed Europees en internationaal netwerk en het actief inzetten op het beïnvloeden van internationale besluitvormingsprocessen op het gebied van natuur, visserij en landelijk gebied;

    • e.

      het vormen van beleid rondom het Gemeenschappelijk EU-Visserijbeleid, de bijbehorende implementatiekeuzes in Nederland en het borgen van een EU-conforme uitvoering van het Gemeenschappelijk EU-Visserijbeleid;

    • f.

      het zorg dragen voor de vormgeving van een duurzame visserij op de kust- en binnenwateren, waarbij inbegrepen een duurzame aquacultuur;

    • g.

      het (doen) ontwikkelen van Regio Deals samen met vakdepartementen en regionale partners – al dan niet gefinancierd uit de Regio-enveloppe – die bijdragen aan de versterking van de brede welvaart door het gezamenlijk aanpakken van specifieke regionale opgaven;

    • h.

      het versterken van de samenwerking met de regio;

    • i.

      het zorg dragen voor aansluiting van landelijk beleid op de gebiedsgerichte aanpak vanuit samenhangende thema’s en regionale uitdagingen;

    • j.

      het onderhouden en versterken van een breed, landsdekkend netwerk van regionale partners, daarmee gebruik makend van de regioambassadeurs.

V

Het stafbureau Bestuursraad

  • 1.

    Het stafbureau Bestuursraad staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    Het stafbureau heeft tot taak:

    • a.

      het verkennen van de inrichting en de opbouw van het dienstonderdeel Bureau Bestuursraad;

    • b.

      het bedienen van bewindslieden en ambtelijke top opdat zij hun politieke, inhoudelijke en bedrijfsmatige eindverantwoordelijkheid voor het functioneren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ten volle waar kunnen maken;

    • c.

      het coördineren van contacten met het parlement en de voorbereiding voor de ministerraad;

    • d.

      het stimuleren en het coördineren van samenwerking tussen de dienstonderdelen waaronder de samenwerking tussen beleid en uitvoering;

    • e.

      het adviseren over alle stukken die naar de politiek-ambtelijke top en naar buiten gaan, waaronder alle Kamerstukken;

    • f.

      het voeren van het secretariaat van de bewindspersonenstaf en de bestuursraad;

    • g.

      het bieden van ondersteuning aan de leden van de Bestuursraad voor hun portefeuilletaken en aangelegenheden die het gehele Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffen;

    • h.

      het behandelen van protocollaire aangelegenheden en het coördineren van evenementen die het gehele Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffen;

    • i.

      het houden van toezicht op de toepassing en naleving van de geldende wet- en regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens door een functionaris voor de gegevensbescherming;

    • j.

      het houden van toezicht op het beleid ten aanzien van financiële belangen (compliance);

    • k.

      het zorgdragen voor het toezicht en het geven van advies over de integrale beveiliging van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waaronder begrepen het (laten) onderzoeken van incidenten, het opstellen en onderhouden van de lijst vertrouwensfuncties en de coördinatie van veiligheidsonderzoeken.

    • l.

      de coördinatie van de departementale crisisbeheersing.

VI

Het stafbureau Communicatie

  • 1.

    Het stafbureau Communicatie staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    Het stafbureau heeft tot taak:

    • a.

      het verkennen van de inrichting en de opbouw van het dienstonderdeel Communicatie;

    • b.

      het dagelijks anticiperen en reageren op de actualiteit door middel van woordvoering, het schrijven van persberichten en het organiseren van persbijeenkomsten;

    • c.

      het ontwikkelen, vormgeven en uitvoeren van strategisch communicatieadvies rond de communicatieprioriteiten;

    • d.

      het schrijven van speeches voor de bewindslieden;

    • e.

      het volgen, strategisch inzetten en innoveren van online media in de externe en interne communicatie;

    • f.

      het faciliteren en organiseren van externe optredens, zowel reactief als proactief;

    • g.

      het ontwikkelen en uitvoeren van het (corporate) communicatiebeleid;

    • h.

      het realiseren van samenhang in en het bevorderen van kwaliteit van de in- en externe communicatie, zowel in woord als in beeld;

    • i.

      het bijdragen aan de interdepartementale beleidsvorming en samenwerking op communicatiegebied, onder andere met betrekking tot de kabinetsbrede communicatie;

    • j.

      het beheer van de Rijkshuisstijl.

VII

Het stafbureau Financieel-Economische Zaken

  • 1.

    Het stafbureau Financieel-Economische Zaken staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    Het stafbureau heeft tot taak:

    • a.

      het verkennen van de inrichting en de opbouw van het dienstonderdeel Financieel-Economische Zaken en daarmee samenhangende uitoefening van taken en bevoegdheden;

    • b.

      het voorbereiden en het samenstellen van de jaarlijkse begrotingen en de daarmee samenhangende suppletoire begrotingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vanaf het jaar 2019;

    • c.

      het optreden als bevoegde autoriteit voor het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling vanaf het jaar 2019;

    • d.

      het verzorgen van aangiften inzake de Wet op de omzetbelasting 1968 (BTW) voor de hoofden van dienst, met uitzondering van de in artikel 1, onderdeel c, subonderdeel 5° vanaf het jaar 2019;

    • e.

      het verzorgen van aangiften inzake de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vanaf het jaar 2019;

    • f.

      het opstellen van het jaarverslag van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van het Dier Gezondheids Fonds.

    • g.

      het voeren van overleg en het adviseren over de uitoefening van taken en bevoegdheden in het kader van de verantwoording van de begroting van 2017 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, voor zover betrekking hebbend op het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vanaf 26 oktober 2017, met het oog op de verplichting tot afstemming van de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat met de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • h.

      het voeren van overleg en het adviseren over de uitoefening van taken en bevoegdheden in het kader van de uitvoering van de begroting van 2018 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, voor zover betrekking hebbend op het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, met het oog op de verplichting tot afstemming van de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat met de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

VIII

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

  • 1.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit staat onder leiding van een inspecteur-generaal.

  • 2.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft tot taak:

    • a.

      het werken aan de veiligheid van voedsel- en niet-voedsel producten om de gezondheid van mens en dier te beschermen;

    • b.

      het zorg dragen voor handhaving van wet- en regelgeving waarvoor de minister (mede) verantwoordelijkheid draagt op het terrein van land- en tuinbouw, natuur, visserij, diergezondheid en welzijn, milieu, dierproeven, voedselveiligheid en consumentenproducten;

    • c.

      het verzamelen en verdelen van inlichtingen en het uitvoeren van analyses ter vergroting van inzicht, aard en omvang van (niet-)naleving;

    • d.

      het informeren van de buitenwereld over risico's en risicoreductie;

    • e.

      het fungeren als centraal meldpunt voor consumenten, bedrijven, laboratoria, de Europese Commissie en andere landen op het gebied van voedselveiligheid;

    • f.

      het samenwerken met de Europese Voedsel Veiligheidsautoriteit;

    • g.

      het bewaken en bevorderen van de gezondheid van planten waarmee een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde groene sector van internationaal aanzien, een gezonde en veilige land- en tuinbouw en een landschap met een hoge biodiversiteit;

    • h.

      het voorkomen dat ziekten, plagen en ongewenste planten binnen Nederland en over de wereld worden verspreid;

    • i.

      het bevorderen dat planten, ziekten, plagen en onkruiden op een veilige en duurzame wijze worden beheerst;

    • j.

      het optreden als coördinerend controle orgaan voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;

    • k.

      het uitoefenen van verificaties en controles van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;

    • l.

      het verlenen van ontheffingen van maatregelen ter bestrijding van plantenziekten op grond van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • m.

      het verrichten van taken waaronder het verlenen, schorsen en intrekken van ontheffingen, erkenningen, vergunningen, het nemen van maatregelen en het doen van aanwijzingen op het terrein van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, de Wet dieren, Wet op de dierproeven, de Plantenziektenwet, de Landbouwwet, de Landbouwkwaliteitswet, de Wet natuurbescherming, de Wet implementatie Nagoya Protocol, visserijregelgeving en de daarmee samenhangende besluiten;

    • n.

      het ontwikkelen van de kennisagenda en ondersteunen divisies bij strategische kennisontwikkeling;

    • o.

      het verzorgen van opleidingen voor managers en (bij)scholing voor handhavers op het gebied van toezicht en opsporing;

    • p.

      het voeren van de LNV brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van ‘specialties’ huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top.

  • 3.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verricht de in het tweede lid, onderdeel p, genoemde taken voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en ook voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

  • 4.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bestaat uit:

    • a.

      de directie Strategie;

    • b.

      de directie Handhaven;

    • c.

      de directie Keuren;

    • d.

      de directie CFO/Financiën;

    • e.

      de directie Bedrijfsvoering;

    • f.

      het bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten