Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd, en

de Europese Unie,

enerzijds, en

de Republiek Costa Rica,

de Republiek El Salvador,

de Republiek Guatemala,

de Republiek Honduras,

de Republiek Nicaragua,

de Republiek Panama,

hierna „Midden-Amerika”,

anderzijds,

gelet op de traditionele historische, culturele, politieke, economische en sociale banden tussen de partijen en de wens om de betrekkingen op basis van gemeenschappelijke beginselen en waarden te versterken, voortbouwend op de bestaande mechanismen die de betrekkingen tussen de partijen bepalen, alsmede de wens om de biregionale banden op gebieden van gemeenschappelijk belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren in een sfeer van wederzijds respect, gelijkheid, non-discriminatie, solidariteit en wederzijds profijt;

gelet op de positieve ontwikkelingen in beide regio’s gedurende de laatste twee decennia, waardoor bij de bevordering van gemeenschappelijke doelen en belangen een nieuwe fase kan worden ingeluid met diepgaandere, modernere en permanentere betrekkingen, met als doel een biregionale associatie tot stand te brengen die beantwoordt aan zowel de huidige binnenlandse uitdagingen als de nieuwe internationale realiteit;

de nadruk leggend op het belang dat de partijen hechten aan de consolidatie van de politieke dialoog en het economisch samenwerkingsproces dat tot op heden bestaat tussen de partijen op grond van de Dialoog van San José, die is gestart in 1984 en die sindsdien bij diverse gelegenheden is hervat;

herinnerend aan de conclusies van de Top van Wenen van 2006, met inbegrip van de toezeggingen die door Midden-Amerika zijn gedaan met betrekking tot verdieping van de regionale economische integratie;

erkennend de vooruitgang die is geboekt in het Midden-Amerikaanse economische integratieproces, zoals de ratificatie van de Convenio Marco para el Establecimiento de la Unión Aduanera Centroamericana en het Tratado sobre Inversión y Comercio de Servicios, alsmede de implementatie van een gerechtelijk mechanisme dat moet zorgen voor handhaving van de regionale economische wetgeving in de gehele Midden-Amerikaanse regio;

herbevestigend dat zij de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten zoals verwoord in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens respecteren;

herinnerend aan hun engagement voor de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur;

uitgaand van het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid en in de overtuiging van het belang van het voorkomen van illegaal drugsgebruik en van het beperken van de schadelijke effecten daarvan, met inbegrip van de strijd tegen de verbouwing, de productie, de verwerking en het verhandelen van drugs en hun precursoren, alsmede tegen witwaspraktijken;

er nota van nemend dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Unie, tenzij de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de republieken van de MA-partij ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21 niet langer gebonden zijn als deel van de Europese Unie, moet de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de republieken van de MA-partij onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op zichzelf gebonden door de bepalingen van deze overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het aan die verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken;

onderstrepend hun engagement om samen te werken aan het verwezenlijken van de doeleinden van armoedebestrijding, werkgelegenheidsschepping, rechtvaardige en duurzame ontwikkeling, met inachtneming van de kwetsbaarheid voor natuurrampen, milieubehoud, milieubescherming en biodiversiteit, en de geleidelijke integratie van de republieken van de MA-partij in de wereldeconomie;

herbevestigend het belang dat de partijen hechten aan de beginselen en regels ten aanzien van de internationale handel, met name diegene die zijn opgenomen in de overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994 (hierna „WTO-Overeenkomst” genoemd), en de multilaterale overeenkomsten die zijn gehecht aan de WTO-Overeenkomst, alsmede aan de noodzaak om deze op een transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;

overwegend het verschil in economische en sociale ontwikkeling dat bestaat tussen de republieken van de MA-partij en de EU-partij en de gedeelde doelstelling om het proces van economische en sociale ontwikkeling in Midden-Amerika kracht bij te zetten;

de wens uitdrukkend hun economische betrekkingen te versterken, in het bijzonder handel en investeringen, ter versterking en verbetering van de huidige mate van toegang van de republieken van de MA-partij tot de markt van de Europese Unie, om zo bij te dragen aan de economische groei in Midden-Amerika en de vermindering van de ongelijkheden tussen de twee regio’s;

ervan overtuigd dat deze overeenkomst een klimaat zal creëren dat bevorderlijk is voor groei binnen duurzame economische betrekkingen tussen de partijen, met name in de sectoren handel en investeringen, die essentieel zijn voor de verwezenlijking van de economische en sociale ontwikkeling en van technologische innovatie en modernisering;

onderstrepend de noodzaak om voort te bouwen op de beginselen, doelstellingen en mechanismen die de betrekkingen tussen de twee regio’s bepalen, in het bijzonder de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds, en de Republiek Costa Rica, de Republiek El Salvador, de Republiek Guatemala, de Republiek Honduras, de Republiek Nicaragua en de Republiek Panama anderzijds, ondertekend in 2003 (hierna „de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking van 2003”), alsmede de Raamovereenkomst inzake samenwerking van 1993 die door dezelfde partijen is ondertekend;

zich bewust van de noodzaak om in beide regio’s duurzame ontwikkeling te bevorderen door middel van een ontwikkelingspartnerschap waar alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector, bij zijn betrokken, overeenkomstig de beginselen van de Consensus van Monterrey en de Verklaring van Johannesburg, en het bijbehorende Uitvoeringsplan;

herbevestigend dat de staten bij de uitoefening van hun soevereine bevoegdheid om hun natuurlijke hulpbronnen overeenkomstig hun eigen milieu- en ontwikkelingsbeleid te exploiteren, duurzame ontwikkeling moeten bevorderen;

indachtig de noodzaak om een uitgebreide dialoog over migratie te ontwikkelen ter versterking van de biregionale samenwerking inzake migratievraagstukken in het kader van die delen van deze overeenkomst welke betrekking hebben op politieke dialoog en samenwerking, en om te zorgen voor effectieve bevordering en bescherming van de mensenrechten van alle migranten;

erkennend dat geen enkele bepaling van deze overeenkomst in welk opzicht ook mag verwijzen naar of geïnterpreteerd of uitgelegd mag worden als de bepaling van een standpunt van de partijen in lopende of toekomstige bilaterale of multilaterale handelsbesprekingen;

de nadruk leggend op de wil om samen te werken in internationale fora inzake kwesties van wederzijds belang;

lettend op het strategisch partnerschap dat tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied in het kader van de topontmoeting van Rio in 1999 tot stand is gekomen en dat op de topontmoetingen van Madrid in 2002, Guadalajara in 2004, Wenen in 2006, Lima in 2008 en Madrid in 2010 opnieuw is bevestigd;

rekening houdend met de verklaring van Madrid van mei 2010;

hebben besloten deze overeenkomst te sluiten:

DEEL

I

ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN

TITEL

I

AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE OVEREENKOMST

Artikel

1

Beginselen

Artikel

2

Doelstellingen

De partijen komen overeen dat deze overeenkomst de volgende doelstellingen heeft:

  • a.

    versterking en consolidatie van de betrekkingen tussen de partijen door middel van een associatie op basis van drie onderling afhankelijke en fundamentele delen: politieke dialoog, samenwerking en handel, op basis van wederzijds respect, wederkerigheid en gemeenschappelijk belang; bij de uitvoering van deze overeenkomst wordt volledig gebruik gemaakt van de institutionele overeenkomsten en mechanismen die de partijen zijn overeengekomen;

  • b.

    ontwikkeling van een geprivilegieerd politiek partnerschap op basis van waarden, beginselen en gemeenschappelijke doelstellingen, met name respect voor en bevordering van de democratie en de mensenrechten, duurzame ontwikkeling, goed bestuur en de rechtsstaat, met het engagement deze waarden en beginselen op het wereldtoneel te bevorderen en te beschermen op zodanige wijze dat dit bijdraagt aan de versterking van het multilateralisme;

  • c.

    versterking van de biregionale samenwerking op alle gebieden van gemeenschappelijk belang met als doel een duurzamere en rechtvaardigere sociale en economische ontwikkeling in beide regio’s te verwezenlijken;

  • d.

    uitbreiding en diversifiëring van de biregionale handelsbetrekkingen van de partijen conform de WTO-Overeenkomst en de specifieke doelstellingen en bepalingen die zijn opgenomen in deel IV van deze overeenkomst, hetgeen moet bijdragen aan meer economische groei, geleidelijke verbetering van de levenskwaliteit in beide regio’s en betere integratie van beide regio’s in de wereldeconomie;

  • e.

    versterking en verdieping van het progressieve proces van regionale integratie op gebieden van gemeenschappelijk belang, als een manier om de uitvoering van deze overeenkomst te bevorderen;

  • f.

    versterking van betrekkingen van goed nabuurschap en van het beginsel van een vreedzame oplossing van geschillen;

  • g.

    op zijn minst behoud, maar bij voorkeur ontwikkeling van het niveau van goed bestuur en de bestaande sociale, arbeids- en milieunormen door middel van de doelmatige uitvoering van de internationale verdragen die door de partijen zijn ondertekend op het moment van inwerkingtreding van deze overeenkomst; en

  • h.

    aanmoediging van meer handel en investeringen tussen de partijen, waarbij rekening wordt gehouden met de speciale en differentiële behandeling teneinde de structurele ongelijkheden tussen de beide regio’s te verkleinen.

Artikel

3

Toepassingsgebied

De partijen behandelen elkaar als gelijken. Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat deze de soevereiniteit van een republiek van de MA-partij ondermijnt.

TITEL

II

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

4

Associatieraad

Artikel

5

Samenstelling en reglement van orde

Artikel

6

Beslissingsbevoegdheid

Artikel

7

Associatiecomité

Artikel

8

Subcomités

Artikel

9

Parlementair Associatiecomité

Artikel

10

Gemengd Raadgevend Comité

Artikel

11

Maatschappelijk middenveld

DEEL

II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

12

Doelstellingen

De partijen komen overeen dat de doelstellingen van de politieke dialoog tussen de republieken van de MA-partij en de EU-partij als volgt zijn:

  • a.

    totstandbrenging van een geprivilegieerd politiek partnerschap op basis van met name respect voor en bevordering van democratie, vrede, mensenrechten, de rechtsstaat, goed bestuur en duurzame ontwikkeling;

  • b.

    verdediging van gemeenschappelijke waarden, beginselen en doelstellingen door deze te bevorderen op internationaal niveau, in het bijzonder bij de Verenigde Naties;

  • c.

    versterking van de Verenigde Naties als centrum van het multilaterale systeem, met als doel mondiale problemen doelmatig aan te pakken;

  • d.

    uitbreiding van de politieke dialoog om ten behoeve van gezamenlijke initiatieven op internationaal niveau een brede uitwisseling van opvattingen, standpunten en informatie te bewerkstelligen;

  • e.

    samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, met als doel hun standpunten te coördineren en gezamenlijke initiatieven van wederzijds belang te nemen in het kader van de relevante internationale fora.

Artikel

13

Terreinen

Artikel

14

Ontwapening

Artikel

15

Massavernietigingswapens

Artikel

16

Terrorismebestrijding

Artikel

17

Ernstige misdaden waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd

Artikel

18

Financiering voor ontwikkeling

Artikel

19

Migratie

Artikel

20

Milieu

Artikel

21

Veiligheid van burgers

De partijen gaan een dialoog aan over de veiligheid van burgers, die fundamenteel is om menselijke ontwikkeling, democratie, goed bestuur en respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te bevorderen. Zij erkennen dat de veiligheid van burgers de nationale en regionale grenzen overschrijdt en derhalve de ondersteuning van een bredere dialoog en samenwerking op dit vlak vereist.

Artikel

22

Goed fiscaal bestuur

Om de economische activiteit te versterken en te ontwikkelen, met inachtneming van de noodzaak een passend regelgevingskader te ontwikkelen, erkennen de partijen gemeenschappelijke en internationaal overeengekomen beginselen van goed fiscaal bestuur en verbinden zij zich ertoe deze toe te passen.

Artikel

23

Gemeenschappelijk economisch-financieel kredietfonds

DEEL

III

SAMENWERKING

Artikel

24

Doelstellingen

Artikel

25

Beginselen

De samenwerking tussen de partijen gaat uit van de volgende beginselen:

  • a.

    de samenwerking ondersteunt en is complementair aan de inspanningen van de geassocieerde landen en regio’s om uitvoering te geven aan de prioriteiten die zijn bepaald door hun eigen ontwikkelingsbeleid en -strategieën, onverminderd de activiteiten die worden verricht tezamen met hun maatschappelijk middenveld;

  • b.

    de samenwerking is het resultaat van een dialoog tussen de geassocieerde landen en regio’s;

  • c.

    de partijen bevorderen de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en de plaatselijke autoriteiten bij het ontwikkelingsbeleid en bij hun samenwerking;

  • d.

    de samenwerkingsactiviteiten worden ontplooid op zowel nationaal als regionaal niveau op een wederzijds complementaire wijze teneinde de in deze overeenkomst opgenomen algemene en specifieke doelstellingen te ondersteunen;

  • e.

    bij de samenwerking wordt rekening gehouden met horizontale kwesties zoals democratie en mensenrechten, goed bestuur, inheemse volkeren, gender, milieu – met inbegrip van natuurrampen – en regionale integratie;

  • f.

    de partijen vergroten de doelmatigheid van hun samenwerking door binnen wederzijds overeengekomen kaders te opereren. Zij bevorderen harmonisatie, afstemming en coördinatie tussen donoren, en vervullen alle wederzijdse verplichtingen die verband houden met de verwezenlijking van de samenwerkingsactiviteiten;

  • g.

    de samenwerking omvat de technische en financiële steun als middel om bij te dragen aan de totstandbrenging van de doelstellingen van deze overeenkomst;

  • h.

    de partijen zijn het eens over het belang om rekening te houden met de verschillende niveaus van ontwikkeling bij de opzet van de samenwerkingsactiviteiten;

  • i.

    de partijen zijn het eens over het belang van voortdurende steun aan beleidsmaatregelen en strategieën van de middeninkomenslanden inzake armoedebestrijding, waarbij speciale aandacht uitgaat naar de landen met middellage inkomens;

  • j.

    de samenwerking in het kader van deze overeenkomst doet niets af aan de deelname van de republieken van de MA-partij, als ontwikkelingslanden, aan de activiteiten van de EU-partij op het vlak van onderzoek ten behoeve van ontwikkeling of andere programma’s voor ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie die gericht zijn op derde landen, met inachtneming van de regels en procedures van die programma’s.

Artikel

26

Modaliteiten en methodologie

Artikel

27

Evolutieve clausule

Artikel

28

Statistische samenwerking

TITEL

I

DEMOCRATIE, MENSENRECHTEN EN GOED BESTUUR

Artikel

29

Democratie en mensenrechten

Artikel

30

Goed bestuur

De partijen komen overeen dat samenwerking op dit gebied moet dienen tot actieve ondersteuning van de regeringen door middel van acties die gericht zijn op met name:

  • a.

    respect voor de rechtsstaat;

  • b.

    waarborging van de scheiding der machten;

  • c.

    waarborging van de onafhankelijkheid en doelmatigheid van de rechterlijke macht;

  • d.

    bevordering van transparante, verantwoordelijke, efficiënte, stabiele en democratische instellingen;

  • e.

    bevordering van beleidsmaatregelen voor de waarborging van verantwoordelijkheid en transparant beheer;

  • f.

    bestrijding van corruptie;

  • g.

    versterking van goed en transparant bestuur op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau;

  • h.

    instellen en behouden van duidelijke besluitvormingsprocedures voor publieke autoriteiten op alle niveaus;

  • i.

    ondersteuning van de deelname van het maatschappelijk middenveld.

Artikel

31

Modernisering van staat en openbaar bestuur, met inbegrip van decentralisatie

Artikel

32

Preventie en oplossing van conflicten

Artikel

33

Versterking van de instellingen en de rechtsstaat

De partijen schenken bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en de versterking van de instellingen op alle niveaus op het gebied van met name rechtshandhaving en rechtsbedeling. De samenwerking is met name gericht op de versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de verbetering van de doeltreffendheid daarvan.

TITEL

II

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel

34

Bescherming van persoonsgegevens

Artikel

35

Illegale drugs

Artikel

36

Witwaspraktijken, met inbegrip van de financiering van terrorisme

Artikel

37

Georganiseerde misdaad en veiligheid van burgers

Artikel

38

Bestrijding van corruptie

Artikel

39

Illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens

Artikel

40

Terrorismebestrijding met volledig respect voor de mensenrechten

TITEL

III

SOCIALE ONTWIKKELING EN SOCIALE COHESIE

Artikel

41

Sociale cohesie met inbegrip van bestrijding van armoede, ongelijkheid en uitsluiting

Artikel

42

Werkgelegenheid en sociale bescherming

Artikel

43

Onderwijs en opleiding

Artikel

44

Volksgezondheid

Artikel

45

Inheemse volkeren en andere etnische groepen

Artikel

46

Kwetsbare groepen

Artikel

47

Gendergelijkheid

Artikel

48

Jeugd

TITEL

IV

MIGRATIE

Artikel

49

Migratie

TITEL

V

MILIEU, NATUURRAMPEN EN KLIMAATVERANDERING

Artikel

50

Samenwerking inzake het milieu

Artikel

51

Beheer van natuurrampen

TITEL

VI

ECONOMISCHE EN HANDELSONTWIKKELING

Artikel

52

Samenwerking en technische bijstand op het vlak van mededingingsbeleid

Technische bijstand is onder andere gericht op institutionele capaciteitsopbouw en opleiding van medewerkers van de mededingingsautoriteiten, rekening houdend met de regionale dimensie, teneinde deze te ondersteunen bij het aanscherpen en effectief handhaven van de mededingingswetgeving op het gebied van kartelbestrijding en fusies, met inbegrip van het stimuleren van mededinging.

Artikel

53

Samenwerking douane en wederzijdse ondersteuning

Artikel

54

Samenwerking en technische bijstand inzake douane en handelsbevordering

De partijen erkennen het belang van technische bijstand op het vlak van douane en handelsbevordering teneinde de maatregelen die zijn opgenomen in hoofdstuk 3 (Douane en handelsbevordering) van titel II van deel IV van deze overeenkomst uit te voeren. De partijen komen overeen onder meer op de volgende gebieden samen te werken:

  • a.

    het verbeteren van de institutionele samenwerking ter versterking van het proces van regionale integratie;

  • b.

    het verstrekken van expertise en capaciteitsopbouw inzake douaneaangelegenheden aan de bevoegde autoriteiten (onder andere certificering en verificatie van oorsprong) en technische aangelegenheden ten behoeve van de handhaving van regionale douaneprocedures;

  • c.

    het toepassen van mechanismen en moderne douanetechnieken, zoals risicobeoordeling, bindende uitspraken vooraf, vereenvoudigde procedures voor binnenkomst en vrijgave van goederen, douanecontroles en bedrijfsauditmethodes;

  • d.

    het invoeren van procedures en praktijken die zo veel mogelijk in overeenstemming zijn met internationale instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, met inbegrip van de WTO-regels en de instrumenten en normen van de Werelddouaneorganisatie (hierna de „WDO”), zoals de Internationale overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, zoals gewijzigd (herziene overeenkomst van Kyoto) en het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO; en

  • e.

    het invoeren van informatiesystemen en het automatiseren van douane en andere handelsprocedures.

Artikel

55

Samenwerking en technische bijstand inzake de overdracht van intellectuele eigendom en technologie

Artikel

56

Samenwerking inzake vestiging, handel in diensten en elektronische handel

Artikel

57

Samenwerking en technische bijstand op het vlak van technische handelsbelemmeringen

De partijen erkennen het belang van technische bijstand op het vlak van technische handelsbelemmeringen en komen overeen onder andere op de volgende gebieden samen te werken:

  • a.

    verstrekking van expertise, capaciteitsopbouw, met inbegrip van de ontwikkeling en versterking van de relevante infrastructuur, opleiding en technische bijstand op het gebied van technische regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling, accreditatie en metrologie. Dit kan tevens activiteiten omvatten ter bevordering van het begrip en de naleving van de voorschriften van de Europese Unie, met name door kleine en middelgrote ondernemingen;

  • b.

    ondersteuning van de harmonisatie van de wetgeving en -procedures inzake technische handelsbelemmeringen binnen Midden-Amerika en bevordering van het verkeer van goederen binnen de regio;

  • c.

    bevordering van de actieve participatie van de vertegenwoordigers van de republieken van de MA-partij aan de werkzaamheden van relevante internationale organisaties met het oog op een bredere toepassing van internationale normen;

  • d.

    uitwisseling van informatie, ervaring en goede praktijken ter bevordering van de uitvoering van hoofdstuk 4 (Technische handelsbelemmeringen) van titel II van deel IV van deze overeenkomst. Dit kan programma’s omvatten ter bevordering van de handel op vlakken van gezamenlijk belang, zoals omschreven in hoofdstuk 4.

Artikel

58

Samenwerking en technische bijstand op het vlak van overheidsopdrachten

De partijen erkennen het belang van samenwerking en technische bijstand op het vlak van overheidsopdrachten en komen overeen als volgt samen te werken:

  • a.

    in overeenkomst tussen de desbetreffende partijen, verbetering van de institutionele samenwerking en bevordering van de informatie-uitwisseling ten aanzien van rechtskaders aangaande overheidsopdrachten, aangevuld met de mogelijke introductie van een dialoogmechanisme;

  • b.

    op verzoek van een van de partijen, levering van capaciteitsopbouw en opleiding, met inbegrip van opleiding voor de particuliere sector inzake innovatieve middelen voor overheidsopdrachten in een concurrentiesituatie;

  • c.

    ondersteuning van publieksvoorlichtingsactiviteiten in de republieken van de MA-partij ten behoeve van de openbare sector, de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld met betrekking tot de bepalingen van titel V (Overheidsopdrachten) van deel IV van deze overeenkomst, in verband met de systemen van de Europese Unie voor overheidsopdrachten, en de kansen die Midden-Amerikaanse leveranciers kunnen krijgen in de Europese Unie;

  • d.

    ondersteuning voor het ontwikkelen, vestigen en laten functioneren van één enkel contactpunt voor informatie met betrekking tot overheidsopdrachten voor de gehele Midden-Amerikaanse regio. Dit contactpunt functioneert overeenkomstig de bepalingen van artikel 212, lid 1, onder d), artikel 213, artikel 215, lid 4, en artikel 223, lid 2, van titel V (Overheidsopdrachten) van deel IV van deze overeenkomst;

  • e.

    verbetering van de technologische mogelijkheden voor overheidsdiensten op centraal en subcentraal niveau of voor andere aanbestedende diensten.

Artikel

59

Samenwerking en technische bijstand inzake visserij en aquacultuur

Artikel

60

Samenwerking en technische bijstand op het vlak van ambachtelijke goederen

De partijen erkennen het belang van samenwerkingsprogramma’s ter bevordering van acties die ertoe bijdragen dat ambachtelijke goederen die in de republieken van de MA-partij worden geproduceerd, profiteren van deze overeenkomst. Meer in het bijzonder kan de samenwerking op de volgende gebieden worden gericht:

  • a.

    ontwikkeling van de mogelijkheden ter bevordering van de markttoegang van ambachtelijke goederen uit Midden-Amerika;

  • b.

    capaciteitsopbouw van de entiteiten in Midden-Amerika met verantwoordelijkheid voor de bevordering van de export, met name ter ondersteuning van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (hierna „mkmo’s”) uit stedelijke en plattelandsregio’s, die nodig zijn voor de productie en export van ambachtelijke goederen, onder meer met betrekking tot douaneprocedures en technische voorschriften die gelden in de EU-markt;

  • c.

    bevordering van het behoud van deze culturele producten;

  • d.

    ondersteuning van de ontwikkeling van de infrastructuur die vereist is om mkmo’s te ondersteunen die zich bezighouden met de productie van ambachtelijke goederen;

  • e.

    capaciteitsopbouw ter verbetering van de bedrijfsprestaties van producenten van ambachtelijke goederen door middel van opleidingsprogramma’s.

Artikel

61

Samenwerking en technische bijstand op het vlak van biologische goederen

De partijen erkennen het belang van samenwerkingsprogramma’s ter bevordering van de voordelen die biologische goederen die worden geproduceerd in de republieken van de MA-partij, kunnen hebben van deze overeenkomst. Meer in het bijzonder is de samenwerking onder andere op de volgende gebieden gericht:

  • a.

    ontwikkeling van de mogelijkheden ter bevordering van de markttoegang voor biologische goederen uit Midden-Amerika;

  • b.

    capaciteitsopbouw van de entiteiten in Midden-Amerika met verantwoordelijkheid voor de bevordering van de export, met name ter ondersteuning van mkmo’s uit stedelijke en plattelandsregio’s, die nodig zijn voor de productie en export van biologische goederen, onder meer met betrekking tot douaneprocedures, technische voorschriften en kwaliteitsnormen die gelden in de EU-markt;

  • c.

    ondersteuning van de ontwikkeling van de infrastructuur die vereist is om mkmo’s te ondersteunen bij de productie van biologische goederen;

  • d.

    capaciteitsopbouw ter verbetering van de bedrijfsprestaties van de producenten van biologische goederen door middel van opleidingsprogramma’s;

  • e.

    samenwerking bij de ontwikkeling van distributienetwerken in de EU-markt.

Artikel

62

Samenwerking en technische bijstand ten aanzien van voedselveiligheid, sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden, en vraagstukken van dierenwelzijn

Artikel

63

Samenwerking en technische bijstand inzake handel en duurzame ontwikkeling

Artikel

64

Industriële samenwerking

Artikel

65

Energie (met inbegrip van hernieuwbare energie)

Artikel

66

Samenwerking op het gebied van de mijnbouw

De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de mijnbouw, waarbij rekening wordt gehouden met de respectieve wetgevingen en interne procedures, alsmede aspecten van duurzame ontwikkeling, met inbegrip van milieubescherming en -behoud, door middel van initiatieven zoals bevordering van de uitwisseling van informatie, deskundigen, ervaring en ontwikkeling en overdracht van technologie.

Artikel

67

Eerlijk en duurzaam toerisme

Artikel

68

Samenwerking op vervoersgebied

Artikel

69

Goed bestuur op belastinggebied

Overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden verbeteren de partijen de internationale samenwerking op fiscaal gebied teneinde het innen van rechtmatige belastingopbrengsten te bevorderen en maatregelen te ontwikkelen voor de daadwerkelijke uitvoering van gemeenschappelijke en internationaal geaccepteerde beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, zoals genoemd in artikel 22, deel II, van deze overeenkomst.

Artikel

70

Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen

De partijen komen overeen de concurrentiepositie en de integratie van rurale en stedelijke mkmo’s en hun vertegenwoordigende organisaties in de internationale markten te bevorderen, in het besef van hun bijdrage aan sociale cohesie door middel van armoedevermindering en het creëren van banen. De partijen doen dit door niet-financiële diensten, opleiding en technische bijstand te verstrekken, en door onder andere de volgende samenwerkingsactiviteiten te verrichten:

  • a.

    technische bijstand en overige bedrijfsontwikkelingsdiensten;

  • b.

    versterking van de plaatselijke en regionale institutionele kaders met het oog op het opzetten en de exploitatie van mkmo’s;

  • c.

    ondersteuning van mkmo’s, zodat zij kunnen deelnemen aan de goederen- en dienstenmarkten op plaatselijk en internationaal niveau, door middel van deelneming aan beurzen, handelsmissies en andere promotiemechanismen;

  • d.

    bevordering van productieve koppelingsprocessen;

  • e.

    bevordering van de uitwisseling van ervaring en beste praktijken;

  • f.

    stimulering van gezamenlijke investeringen, partnerschappen en bedrijfsnetwerken;

  • g.

    vaststelling en vermindering van belemmeringen voor mkmo’s om toegang tot financiële bronnen te krijgen, en totstandbrenging van nieuwe financieringsmechanismen;

  • h.

    bevordering van de overdracht van zowel technologie als kennis;

  • i.

    ondersteuning voor innovatie, alsmede onderzoek en ontwikkeling;

  • j.

    ondersteuning van het gebruik van kwaliteitsbeheerssystemen.

Artikel

71

Samenwerking inzake microkrediet en microfinanciering

De partijen zijn het erover eens dat, om de inkomensongelijkheid te reduceren, microfinanciering, met inbegrip van programma’s voor microkrediet, zelfstandige activiteiten genereert en een doelmatig instrument is om armoede te overwinnen en de kwetsbaarheid in tijden van economische crisis te verminderen, doordat gezorgd wordt voor een bredere deelname aan de economie. De samenwerking betreft het volgende:

  • a.

    uitwisseling van ervaringen en deskundigheid op het gebied van ethisch bankieren en bankieren op basis van een vereniging of een zelfbestuurde gemeenschap, en de versterking van duurzame programma’s voor microfinanciering, met inbegrip van certificerings-, toezicht- en validatieprogramma’s;

  • b.

    toegang tot microkrediet door de toegang tot door banken en financiële instellingen geboden financiële diensten te bevorderen door middel van stimuleringsmaatregelen en risicobeheersingsprogramma’s;

  • c.

    uitwisseling van ervaring op het vlak van beleidsmaatregelen en alternatieve wetgeving ter bevordering van het creëren van volksbankieren en ethisch bankieren.

TITEL

VII

REGIONALE INTEGRATIE

Artikel

72

Samenwerking inzake regionale integratie

Artikel

73

Regionale samenwerking

De partijen komen overeen alle beschikbare samenwerkingsinstrumenten te gebruiken om activiteiten te bevorderen op alle gebieden van samenwerking die onder deze overeenkomst vallen en die gericht zijn op de ontwikkeling van actieve samenwerking tussen de EU-partij en de republieken van de MA-partij, zonder de samenwerking tussen hen, tussen de republieken van de MA-partij en andere landen en/of gebieden in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied te ondermijnen. Er wordt naar gestreefd regionale en bilaterale samenwerkingsactiviteiten complementair te maken.

TITEL

VIII

CULTURELE EN AUDIOVISUELE SAMENWERKING

Artikel

74

Culturele en audiovisuele samenwerking

TITEL

IX

KENNISMAATSCHAPPIJ

Artikel

75

Informatiemaatschappij

Artikel

76

Wetenschappelijke en technologische samenwerking

DEEL

IV

HANDEL

TITEL

I

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel

77

Oprichting van een vrijhandelszone en verband met de WTO-Overeenkomst

Artikel

78

Doelstellingen

De doelstellingen van deel IV van deze overeenkomst zijn:

  • a.

    de uitbreiding en diversifiëring van de handel in goederen tussen de partijen door middel van vermindering of afschaffing van tarifaire en niet-tarifaire handelsbelemmeringen;

  • b.

    de bevordering van de handel in goederen, met name door middel van de overeengekomen bepalingen inzake douane en handelsbevordering, normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures alsmede sanitaire en fytosanitaire maatregelen;

  • c.

    de liberalisering van de handel in diensten overeenkomstig artikel V van de GATS;

  • d.

    de bevordering van economische regionale integratie op het gebied van douaneprocedures, technische voorschriften en sanitaire en fytosanitaire maatregelen ter bevordering van het goederenverkeer tussen en binnen de partijen;

  • e.

    de ontwikkeling van een klimaat dat bevorderlijk is voor grotere investeringsstromen, betere vestigingsvoorwaarden tussen de partijen op basis van het beginsel van niet-discriminatie, en vergemakkelijking van handel en investeringen tussen de partijen aan de hand van lopende betalingen en kapitaalverkeer met betrekking tot directe investeringen;

  • f.

    het daadwerkelijk, wederzijds en geleidelijk openstellen van de markten voor overheidsopdrachten van de partijen;

  • g.

    de adequate en effectieve bescherming van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstig de internationale verplichtingen die gelden voor de partijen, met als doel te zorgen voor een evenwicht tussen de rechten van de rechthebbenden en het openbaar belang, rekening houdend met de verschillen tussen de partijen en de bevordering van technologieoverdracht tussen de regio’s;

  • h.

    de bevordering van vrije en onvervalste mededinging in de economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen;

  • i.

    de invoering van een effectieve, eerlijke en voorspelbare regeling inzake geschillenbeslechting; en

  • j.

    de bevordering van internationale handel en investeringen tussen de partijen op een wijze die bijdraagt aan het doel van duurzame ontwikkeling door gezamenlijke werkzaamheden in samenwerkingsverband.

Artikel

79

Algemeen toepasselijke definities

Tenzij anders bepaald, hebben onderstaande termen voor de toepassing van deel IV van deze overeenkomst de volgende betekenis:

  • „Midden-Amerika”: de republieken Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Panama;

  • „douanerechten”: alle soorten rechten en heffingen die worden opgelegd op of in verband met de invoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen die worden opgelegd op of in verband met die invoer. Daaronder vallen niet:

  • „dagen”: kalenderdagen, met inbegrip van weekenden en feestdagen, tenzij anders gedefinieerd in deze overeenkomst;

  • „geharmoniseerd systeem” of „GS”: het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, met inbegrip van de bijbehorende algemene interpretatieregels en de aantekeningen op afdelingen en hoofdstukken, zoals aangenomen en ten uitvoer gelegd door de partijen in hun respectieve tarifaire wetgeving;

  • „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • „maatregel”: elke handeling of nalatigheid, met inbegrip van alle wetten, regels, procedures, voorschriften en praktijken;

  • „onderdaan”: elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een republiek van de MA-partij heeft overeenkomstig hun respectieve wetgeving;

  • „persoon”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon;

  • „preferentiële tariefbehandeling”: het tarief van douanerechten dat op grond van deze overeenkomst van toepassing is op goederen van oorsprong.

TITEL

II

HANDEL IN GOEDEREN

HOOFDSTUK

1

NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

80

Doel

De partijen liberaliseren geleidelijk de handel in goederen overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst en overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994.

Artikel

81

Toepassingsgebied

Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.

AFDELING

B

AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN

Artikel

82

Indeling van goederen

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen is die welke is opgenomen in de respectieve tariefnomenclatuur van elke partij overeenkomstig het geharmoniseerd systeem.

Artikel

83

Afschaffing van douanerechten

Artikel

84

Status-quo

Geen van beide partijen verhoogt bestaande douanerechten of stelt nieuwe douanerechten vast op een goed van oorsprong uit de andere partij3)Voor goederen die niet profiteren van de preferentiële behandeling, wordt onder „douanerecht” verstaan het „basistarief” zoals opgenomen in de lijsten van elk van de partijen.. Dit weerhoudt geen van de partijen ervan:

  • a.

    een douanerecht na een eenzijdige verlaging te verhogen tot het in haar lijst vastgestelde niveau;

  • b.

    een douanerecht te handhaven of te verhogen, voor zover toegestaan door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO; of

  • c.

    de basistarieven van uitgesloten goederen te verhogen met als doel een gemeenschappelijk buitentarief te bereiken.

AFDELING

C

NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

85

Nationale behandeling

Elke partij verleent de nationale behandeling aan de goederen van de andere partij, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen erop. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop in deze overeenkomst opgenomen4)De partijen erkennen dat artikel 158 van hoofdstuk 6 (Uitzonderingen met betrekking tot goederen) van titel II eveneens op dit artikel van toepassing is..

Artikel

86

Invoer- en uitvoerbeperkingen

Behalve voor zover anders bepaald in deze overeenkomst of in overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop, mag geen van beide partijen verboden of beperkingen vaststellen of handhaven op de invoer van een goed uit de andere partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd. Hiertoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop in deze overeenkomst opgenomen5)De partijen erkennen dat artikel 158 van hoofdstuk 6 (Uitzonderingen met betrekking tot goederen) van titel II eveneens op dit artikel van toepassing is..

Artikel

87

Vergoedingen en andere heffingen op invoer en uitvoer

Overeenkomstig artikel VIII, lid 1, van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop, zorgt elke partij dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook (andere dan douanerechten, heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen of overige interne heffingen die in overeenstemming met artikel 85 van dit hoofdstuk worden opgelegd, en antidumpingrechten en compenserende rechten die worden toegepast ingevolge het interne recht van een partij en overeenkomstig hoofdstuk 2 (Handelsmaatregelen) van deze titel), die worden ingesteld op of in verband met invoer of uitvoer, worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en geen indirecte bescherming van interne goederen of een belasting op de invoer of uitvoer voor fiscale doeleinden vormen.

Artikel

88

Uitvoerrechten of -belastingen

Tenzij anders is bepaald in deze overeenkomst, mag geen van beide partijen rechten of belastingen die worden ingesteld op of in verband met de uitvoer van goederen naar de andere partij, handhaven of vaststellen.

AFDELING

D

LANDBOUW

Artikel

89

Uitvoersubsidies voor landbouwproducten

AFDELING

E

VISSERIJ, AQUACULTUUR, AMBACHTELIJKE GOEDEREN EN BIOLOGISCHE PRODUCTEN

Artikel

90

Technische samenwerking

In de artikelen 59, 60 en 61 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst zijn maatregelen voor technische samenwerking vastgesteld om de handel in visserijproducten, aquacultuurproducten, ambachtelijke goederen en biologische producten tussen de partijen te verbeteren.

AFDELING

F

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

91

Subcomité Markttoegang voor goederen

HOOFDSTUK

2

HANDELSMAATREGELEN

AFDELING

A

ANTIDUMPING- EN COMPENSERENDE MAATREGELEN

Artikel

92

Algemene bepalingen

Artikel

93

Transparantie en rechtszekerheid

Artikel

94

Algemeen belang

Een partij kan ervoor kiezen geen antidumping- of compenserende maatregelen toe te passen indien op basis van de gedurende het onderzoek verstrekte informatie duidelijk kan worden geconcludeerd dat het niet in het algemeen belang is dergelijke maatregelen toe te passen.

Artikel

95

Regel van het laagste recht

Indien een partij besluit om een antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumping- of subsidiemarge, maar is het wenselijk dat dit recht lager is dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne industrie kan worden opgeheven.

Artikel

96

Oorzakelijk verband

Om antidumping- of compenserende maatregelen op te leggen dienen de onderzoekende autoriteiten overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, lid 5, van de Antidumpingovereenkomst en de bepalingen van artikel 15, lid 5, van de SCM-Overeenkomst, als onderdeel van het aantonen van een oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de schade voor de interne industrie, de schadelijke gevolgen van alle bekende factoren te scheiden en te onderscheiden van de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping of subsidies.

Artikel

97

Cumulatieve beoordeling

Indien invoer uit meer dan één land gelijktijdig onderwerp is van antidumping- of antisubsidieonderzoeken, gaat de onderzoekende autoriteit van de EU-partij bijzonder zorgvuldig na of het in het licht van de concurrentievoorwaarden tussen de ingevoerde producten en van de concurrentievoorwaarden tussen de ingevoerde producten en het soortgelijke interne product, passend is de gevolgen van de invoer uit een republiek van de MA-partij cumulatief te beoordelen.

Artikel

98

Uitsluiting van procedures voor geschillenbeslechting

De partijen doen geen beroep op geschillenbeslechtingsprocedures op grond van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst voor kwesties die in het kader van deze afdeling ontstaan.

AFDELING

B

VRIJWARINGSMAATREGELEN

ONDERAFDELING

B.1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

99

Administratie van vrijwaringsprocedures

ONDERAFDELING

B.2

MULTILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

102

Transparantie

Niettegenstaande artikel 101 doet de partij die een onderzoek instelt of voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, op verzoek van de andere partij onmiddellijk ad hoc schriftelijk kennisgeving van alle relevante informatie, inclusief, voor zover van toepassing, over de opening van een vrijwaringsonderzoek, de voorlopige en de definitieve bevindingen van het onderzoek.

Artikel

103

Uitsluiting van procedures voor geschillenbeslechting

De partijen doen geen beroep op geschillenbeslechtingsprocedures op grond van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst voor bepalingen betreffende WTO-rechten en -verplichtingen die in het kader van deze afdeling ontstaan.

ONDERAFDELING

B.3

BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

104

Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

105

Voorwaarden en beperkingen

Artikel

106

Voorlopige maatregelen

In kritieke omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, mag een partij, zonder te hoeven voldoen aan de vereisten van artikel 116, lid 1, van dit hoofdstuk, een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen nadat voorlopig is vastgesteld dat er duidelijke bewijzen zijn voor een toename van de invoer van een goed van oorsprong uit de andere partij als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst, en dat dergelijke invoer de in artikel 104 of 109 beschreven situaties veroorzaakt of dreigt te veroorzaken. De duur van een dergelijke voorlopige maatregel mag niet langer zijn dan tweehonderd dagen en de partij dient gedurende die tijd te voldoen aan de relevante procedurele voorschriften, zoals vastgelegd in onderafdeling B.4 (Procedurele voorschriften van toepassing op bilaterale vrijwaringsmaatregelen). De partij betaalt alle tariefverhogingen onverwijld terug indien het in onderafdeling B.4 omschreven onderzoek niet uitwijst dat de voorwaarden van artikel 104 zijn vervuld. De duur van een voorlopige maatregel wordt gerekend als een deel van de in artikel 105, lid 1, onder b), beschreven periode. Indien de betrokken invoerende partij dergelijke voorlopige maatregelen neemt, stelt zij de andere betrokken partij daarvan in kennis en verwijst zij, op verzoek van de andere partij, de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het Associatiecomité.

Artikel

107

Compensatie en schorsing van concessies

Artikel

108

Tijdsduur tussen twee maatregelen

Ten aanzien van de invoer van een product waarop al eerder een vrijwaringsmaatregel van toepassing was, mag voordat een periode is verstreken die gelijk is aan de helft van de duur van de direct daaraan voorafgaande periode waarin de vrijwaringsmaatregel werd toegepast, niet opnieuw een vrijwaringsmaatregel als bedoeld in deze onderafdeling worden toegepast.

Artikel

109

Ultraperifere regio’s

ONDERAFDELING

B.4

PROCEDURELE VOORSCHRIFTEN VAN TOEPASSING OP BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

110

Toepasselijk recht

Voor de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen leeft de bevoegde onderzoekende autoriteit de bepalingen van deze onderafdeling na; in gevallen die niet onder deze onderafdeling vallen, past de bevoegde onderzoekende autoriteit de bij haar interne wetgeving vastgestelde regels toe.

Artikel

111

Inleiding van een procedure

Artikel

112

Onderzoek

Artikel

113

Bewijs van schade en oorzakelijk verband

Artikel

114

Hoorzittingen

Tijdens het verloop van de procedure waarborgt de bevoegde onderzoekende autoriteit het volgende:

  • a.

    er wordt een publieke hoorzitting gehouden, die naar behoren bekend wordt gemaakt, om alle belanghebbenden en alle representatieve consumentenverenigingen in staat te stellen in persoon of bij raadsman te verschijnen, bewijsstukken over te leggen en te worden gehoord over de ernstige schade of de dreiging daarvan, alsmede de passende herstelmaatregel daarvoor; of

  • b.

    alle belanghebbenden die binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn een schriftelijke aanvraag hebben ingediend, waaruit blijkt dat zij waarschijnlijk daadwerkelijk zullen worden getroffen door de uitkomst van het onderzoek en dat er bijzondere redenen zijn waarom zij moeten worden gehoord, wordt de gelegenheid geboden te worden gehoord.

Artikel

115

Vertrouwelijke informatie

Informatie die vanwege haar aard vertrouwelijk is of die op vertrouwelijke basis wordt verstrekt, wordt, na opgave van redenen, door de bevoegde onderzoekende autoriteit als vertrouwelijk behandeld. Zonder machtiging van de verstrekkende partij wordt deze informatie niet openbaar gemaakt. Partijen die vertrouwelijke informatie verstrekken, kunnen worden verzocht niet-vertrouwelijke samenvattingen daarvan te verschaffen of, indien deze partijen verklaren dat de desbetreffende informatie niet kan worden samengevat, de redenen waarom geen samenvatting kan worden verstrekt. Indien de bevoegde onderzoekende autoriteit echter van oordeel is dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en indien de betrokken partij de informatie niettemin toch niet openbaar wil maken noch machtiging wil geven tot bekendmaking daarvan in algemene bewoordingen of in de vorm van een samenvatting, heeft de onderzoekende autoriteit het recht om de desbetreffende informatie buiten beschouwing te laten, tenzij op overtuigende wijze en uit passende bron kan worden aangetoond dat de informatie juist is.

Artikel

116

Kennisgevingen en publicaties

HOOFDSTUK

3

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

117

Doelstellingen

Artikel

118

Douane en handelsgerelateerde procedures

Artikel

119

Doorvoer

Artikel

120

Relaties met de bedrijfsgemeenschap

De partijen komen overeen:

  • a.

    erop toe te zien dat alle wetgeving, procedures, vergoedingen en heffingen, samen met alle nodige aanvullende informatie, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg.

    De partijen geven algemene bekendheid aan administratieve berichten ter zake, met inbegrip van voorschriften en procedures bij binnenkomst van goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren, en contactpunten voor het inwinnen van informatie;

  • b.

    dat tijdig en regelmatig met vertegenwoordigers van de belanghebbenden wordt overlegd over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot douaneaangelegenheden; hiertoe worden door elke partij passende mechanismen voor regelmatig overleg opgericht;

  • c.

    te zorgen voor een redelijke tijdspanne tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde wetgeving, procedures, vergoedingen of heffingen6)In partijen waar de wetgeving vereist dat de inwerkingtreding samenvalt met de bekendmaking, zorgt de overheid ervoor dat de marktdeelnemers voldoende van tevoren in kennis worden gesteld van nieuwe maatregelen als bedoeld in dit punt.;

  • d.

    de samenwerking met de bedrijfsgemeenschap te stimuleren door toepassing van niet-arbitraire, openbaar toegankelijke procedures, zoals memoranda van overeenstemming op basis van die welke door de WDO zijn uitgevaardigd; en

  • e.

    erop toe te zien dat hun respectieve voorschriften en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden blijven aansluiten op de behoeften van de handelaren, dat hierbij de beste praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.

Artikel

122

Risicobeheersing

Elke partij maakt gebruik van risicobeheersingsystemen zodat haar douaneautoriteiten hun inspectiewerkzaamheden kunnen concentreren op goederen met een hoog risico, en de inklaring en het in het verkeer brengen van goederen met een laag risico worden vergemakkelijkt.

Artikel

123

Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels

HOOFDSTUK

4

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

125

Doelstellingen

Artikel

126

Algemene bepalingen

De partijen herbevestigen hun bestaande rechten en verplichtingen ten opzichte van elkaar op grond van de TBT-Overeenkomst, die hierbij wordt opgenomen in deze overeenkomst en er deel van uitmaakt. De partijen houden in het bijzonder rekening met artikel 12 van de TBT-Overeenkomst inzake speciale en differentiële behandeling.

Artikel

127

Toepassingsgebied

Artikel

129

Technische voorschriften

De partijen komen overeen dat zij optimaal gebruik maken van goede regelgevingspraktijken als bedoeld in de TBT-Overeenkomst. De partijen komen met name overeen:

  • a.

    relevante internationale normen te gebruiken als basis voor technische voorschriften, met inbegrip van conformiteitsbeoordelingsprocedures, tenzij dergelijke internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de nagestreefde legitieme doelstellingen; en indien internationale normen niet als basis worden gebruikt, aan de andere partij op verzoek uit te leggen waarom dergelijke normen ondoelmatig of ongeschikt voor het nagestreefde doel worden geacht;

  • b.

    de ontwikkeling van regionale technische voorschriften te bevorderen en ervoor te zorgen dat deze de bestaande nationale voorschriften vervangen, om zodoende de handel met en tussen de partijen te vergemakkelijken;

  • c.

    mechanismen vast te stellen voor betere informatievoorziening aan de industrieën van de andere partij over technische voorschriften (bijvoorbeeld via een openbare website); en

  • d.

    op verzoek en onverwijld aan de andere partij of haar marktdeelnemers informatie en, waar nodig, schriftelijke aanwijzingen te verstrekken over de wijze waarop aan hun technische voorschriften kan worden voldaan.

Artikel

130

Normen

Artikel

131

Conformiteitsbeoordeling en accreditatie

Artikel

132

Speciale en differentiële behandeling

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 126 van dit hoofdstuk, komen de partijen het volgende overeen:

  • a.

    de partijen waarborgen dat de wettelijke maatregelen geen belemmering vormen voor het sluiten van vrijwillige overeenkomsten tussen de conformiteitsbeoordelingsinstanties in de republieken van de MA-partij en die in de EU-partij, en bevorderen voorts de deelname van dergelijke instanties aan deze overeenkomsten;

  • b.

    als een van de partijen een specifiek probleem met betrekking tot een bestaand of voorgesteld technisch voorschrift, een norm of een conformiteitsbeoordelingsprocedure vaststelt waardoor de handel tussen de partijen beïnvloed kan worden, kan deze uitvoerende partij opheldering en begeleiding vragen over hoe aan de maatregel van de invoerende partij kan worden voldaan. Deze laatste geeft onverwijld gehoor aan dit verzoek en neemt de door de uitvoerende partij geuite bezwaren in overweging;

  • c.

    op verzoek van de uitvoerende partij verbindt de invoerende partij zich ertoe via haar bevoegde autoriteiten onverwijld informatie te verstrekken over de technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures die voor een groep goederen of voor een specifiek goed gelden ten aanzien van het op de markt brengen daarvan op het grondgebied van de invoerende partij; en

  • d.

    overeenkomstig artikel 12, lid 3, van de TBT-Overeenkomst, houdt de EU-partij bij het opstellen of toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, rekening met de speciale ontwikkelings-, financierings- en handelsbehoeften van de republieken van de MA-partij, met als doel te waarborgen dat deze technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige belemmeringen voor hun uitvoer creëren.

Artikel

133

Samenwerking en technische bijstand

De partijen zijn het erover eens dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven tot wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot technische handelsbelemmeringen. In dit opzicht hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld die zijn opgenomen in artikel 57 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

Artikel

134

Samenwerking en regionale integratie

De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen nationale en regionale autoriteiten die zich met technische handelsbelemmeringen bezighouden, zowel in de openbare als in de particuliere sector, van belang is om de handel binnen de regio’s en tussen de partijen zelf te bevorderen. De partijen verbinden zich ertoe ten behoeve hiervan gezamenlijke acties te ondernemen, onder andere:

  • a.

    de samenwerking versterken op het gebied van normen, technische voorschriften, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectieve systemen te verbeteren, en op gebieden van gemeenschappelijk belang initiatieven voor handelsbevordering onderzoeken die leiden tot convergentie van de voorschriften van hun regelgeving. Daartoe kunnen zij zowel op horizontaal als op sectoraal niveau dialogen over regelgeving tot stand brengen;

  • b.

    ernaar streven om handelsbevorderende initiatieven in kaart te brengen, te ontwikkelen en te bevorderen die met name, doch niet uitsluitend, het volgende kunnen inhouden:

    • i.

      versterking van de samenwerking op regelgevingsgebied door, bijvoorbeeld, de uitwisseling van informatie, expertise en gegevens, alsmede door wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de manier waarop technische voorschriften worden ontwikkeld, te verbeteren in de zin van transparantie en overleg, en efficiënt gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;

    • ii.

      vereenvoudiging van procedures en voorschriften; en

    • iii.

      bevordering en aanmoediging van bilaterale samenwerking tussen hun respectieve openbare of particuliere instellingen voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditatie;

  • c.

    op verzoek voorstellen die een andere partij doet voor samenwerking in het kader van dit hoofdstuk op gepaste wijze in overweging nemen.

Artikel

135

Transparantie en kennisgevingsprocedures

De partijen komen overeen:

  • a.

    te voldoen aan de verplichtingen inzake transparantie van de partijen zoals opgenomen in de TBT-Overeenkomst, en vroegtijdig te waarschuwen in het geval van de introductie van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures met een aanzienlijk effect op de handel tussen de partijen, en, in het geval dat dergelijke technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures worden geïntroduceerd, voldoende ruimte te laten tussen de bekendmaking ervan en de inwerkingtreding zodat marktdeelnemers gelegenheid hebben zich hieraan aan te passen;

  • b.

    de andere partij in het geval van kennisgeving overeenkomstig de TBT-Overeenkomst ten minste zestig dagen volgend op de kennisgeving de tijd te geven schriftelijke opmerkingen over het voorstel in te dienen, tenzij er zich dringende problemen inzake veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid voordoen of dreigen voor te doen, en, voor zover mogelijk, redelijke verzoeken tot verlenging van de termijn waarbinnen opmerkingen kunnen worden gemaakt, op gepaste wijze in overweging te nemen. Deze termijn wordt verlengd indien de TBT-commissie van de WTO dit aanbeveelt; en

  • c.

    op gepaste wijze rekening te houden met de standpunten van de andere partij indien een onderdeel van het proces voor de ontwikkeling van een technisch voorschrift of een conformiteitsbeoordelingsprocedure voorafgaand aan het WTO-kennisgevingsproces, overeenkomstig de procedures van elke regio aan een openbare raadpleging is onderworpen, en op de opmerkingen van de andere partij op verzoek schriftelijk te antwoorden.

Artikel

136

Markttoezicht

De partijen verbinden zich ertoe:

  • a.

    van gedachten te wisselen over markttoezicht en handhavend optreden; en

  • b.

    ervoor te zorgen dat het markttoezicht door de bevoegde autoriteiten op onafhankelijke wijze wordt verricht, met als doel belangenconflicten te vermijden.

Artikel

137

Vergoedingen

De partijen verbinden zich ertoe ervoor te zorgen dat:

  • a.

    vergoedingen voor de conformiteitsbeoordeling van producten van oorsprong uit het grondgebied van een van de partijen billijk zijn in vergelijking met de vergoedingen die worden gevraagd voor de conformiteitsbeoordeling van soortgelijke producten van nationale oorsprong of van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij, met inachtneming van de kosten van communicatie, vervoer en andere kosten die het gevolg zijn van het feit dat de bedrijfsruimten van de aanvrager en die van de conformiteitsbeoordelingsinstantie op verschillende plaatsen zijn gevestigd;

  • b.

    een partij de andere partij gelegenheid geeft bezwaar in te dienen tegen het bedrag dat wordt aangerekend voor de conformiteitsbeoordeling van producten indien de vergoeding excessief is in verhouding tot de kosten van de certificering en indien dit de concurrentiepositie van haar producten ondermijnt; en

  • c.

    de verwachte verwerkingsperiode voor alle verplichte conformiteitsbeoordelingen redelijk en billijk is voor ingevoerde en interne goederen.

Artikel

138

Merktekens en etikettering

Artikel

139

Subcomité Technische handelsbelemmeringen

HOOFDSTUK

5

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

140

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten op het grondgebied van de partijen te beschermen, en tegelijk de handel tussen de partijen binnen het toepassingsgebied van de uitvoering van dit hoofdstuk te bevorderen;

  • b.

    samen te werken voor de verdere uitvoering van de SPS-Overeenkomst;

  • c.

    ervoor te zorgen dat de sanitaire en fytosanitaire maatregelen geen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen tussen de partijen opwerpen;

  • d.

    rekening te houden met de ongelijkheden tussen de regio’s;

  • e.

    de samenwerking op sanitair en fytosanitair vlak te verbeteren overeenkomstig deel III van deze overeenkomst, met als doel de capaciteiten van een partij ten aanzien van sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden te versterken, teneinde de toegang tot de markt van de andere partij te verbeteren en tegelijk het niveau van bescherming van mensen, dieren en planten te waarborgen; en

  • f.

    geleidelijk een regio-tot-regio-aanpak van de handel in goederen door te voeren, met inachtneming van sanitaire en fytosanitaire maatregelen.

Artikel

141

Multilaterale rechten en verplichtingen

De partijen herbevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge de SPS-Overeenkomst.

Artikel

142

Toepassingsgebied

Artikel

144

Bevoegde autoriteiten

De bevoegde autoriteiten van de partijen zijn de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk, zoals vastgesteld in bijlage VI (Bevoegde autoriteiten). Overeenkomstig artikel 151 van dit hoofdstuk stellen de partijen elkaar in kennis van elke wijziging met betrekking tot de bevoegde autoriteiten.

Artikel

145

Algemene beginselen

Artikel

146

Voorschriften voor invoer

Artikel

147

Handelsbevordering

Artikel

148

Verificaties

Artikel

149

Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

Artikel

150

Gelijkwaardigheid

Middels het subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden dat op grond van artikel 156 is ingesteld, kunnen de partijen bepalingen inzake gelijkwaardigheid opstellen en zullen zij aanbevelingen doen overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld in de institutionele bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel

151

Transparantie en uitwisseling van informatie

De partijen:

  • a.

    streven transparantie na op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn;

  • b.

    verbeteren het wederzijdse begrip van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen van elke partij en de toepassing ervan;

  • c.

    wisselen informatie uit over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling en de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die de handel tussen de partijen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, opdat de negatieve gevolgen ervan voor de handel zoveel mogelijk worden beperkt; en

  • d.

    delen op verzoek van een partij de op de invoer van specifieke producten toepasselijke voorschriften mede.

Artikel

152

Kennisgeving en overleg

Artikel

153

Noodmaatregelen

Artikel

154

Samenwerking en technische bijstand

Artikel

155

Speciale en differentiële behandeling

Elke republiek van de MA-partij mag direct overleg plegen met de EU-partij wanneer zij een specifiek probleem vaststelt met betrekking tot een door de EU-partij voorgestelde maatregel die de onderlinge handel kan beïnvloeden. Voor dergelijk overleg kunnen de besluiten van de SPS-commissie van de WTO, zoals document G/SPS/33 en de wijzigingen daarop, als richtsnoer worden gebruikt.

Artikel

156

Subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden

Artikel

157

Geschillenbeslechting

HOOFDSTUK

6

UITZONDERINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN

Artikel

158

Algemene uitzonderingen

TITEL

III

VESTIGING, HANDEL IN DIENSTEN EN ELEKTRONISCHE HANDEL

HOOFDSTUK

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

159

Doel en toepassingsgebied

Artikel

160

Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • a.

    „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling, of in enige andere vorm;

  • b.

    „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen genomen door:

    • i.

      centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en

    • ii.

      niet-gouvernementele lichamen bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • c.

    „natuurlijke persoon van een partij”: een onderdaan van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een republiek van de MA-partij overeenkomstig hun respectieve wetgeving;

  • d.

    „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • e.

    „rechtspersoon van de EU-partij” of „rechtspersoon van een republiek van de MA-partij”: een rechtspersoon die is gevestigd naar het recht van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een republiek van de MA-partij en die op het grondgebied van respectievelijk de EU-partij of een republiek van de MA-partij zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft.

    Indien de rechtspersoon slechts zijn statutaire zetel of hoofdbestuur op het grondgebied van respectievelijk de Europese Unie of een republiek van de MA-partij heeft, wordt deze niet beschouwd als respectievelijk een rechtspersoon van de EU-partij of een rechtspersoon van een republiek van de MA-partij, tenzij hij omvangrijke zakelijke transacties verricht op het grondgebied van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een republiek van de MA-partij9)Overeenkomstig haar aanmelding van het EG-Verdrag bij de WTO (doc. WT/REG39/1) is volgens de EU het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), gelijkwaardig aan het begrip „omvangrijke zakelijke transacties” in artikel V, lid 6, van de GATS.; en

  • f.

    niettegenstaande het voorgaande punt vallen buiten de EU-partij of de republieken van de MA-partij gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk een republiek van de MA-partij zeggenschap hebben, tevens onder de bepalingen van deze overeenkomst indien hun schepen in die lidstaat van de Europese Unie of in een republiek van de MA-partij zijn geregistreerd overeenkomstig hun respectieve wetgeving en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van een republiek van de MA-partij voeren.

Artikel

161

Samenwerking inzake vestiging, handel in diensten en e-commerce

De partijen komen overeen dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven inzake wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot vestiging, handel in diensten en e-commerce. In deze zin hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld, die zijn opgenomen in artikel 56 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

2

VESTIGING

Artikel

162

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „filiaal van een rechtspersoon van een partij”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • b.

    „economische activiteit”: de activiteiten waarvoor verbintenissen zijn aangegaan in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging). „Economische activiteit” omvat geen activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, bijvoorbeeld activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;

  • c.

    „vestiging”:

    • i.

      de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon10)Onder „oprichting” en „overname” van een rechtspersoon wordt ook verstaan deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oogmerk duurzame economische banden tot stand te brengen of te handhaven.; of

    • ii.

      de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging,

      op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen;

  • d.

    „investeerder van een partij”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit tracht uit te oefenen of uitoefent; en

  • e.

    „dochteronderneming van een rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon van die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft11)Een rechtspersoon is voorwerp van zeggenschap door een andere rechtspersoon wanneer deze laatste bevoegd is een meerderheid van zijn bestuurders te benoemen of de handelingen van de rechtspersoon op andere wijze juridisch te sturen.

Artikel

163

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op vestiging12)Dit hoofdstuk is niet van toepassing op bescherming van investeringen, anders dan de behandeling ingevolge artikel 165, procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat daaronder begrepen. in alle economische activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 162, met uitzondering van:

  • a.

    de winning, vervaardiging en verwerking van nucleair materiaal;

  • b.

    de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c.

    audiovisuele diensten;

  • d.

    nationale cabotage en cabotage over de binnenwateren13)Onverminderd de draagwijdte van de activiteiten die op grond van de relevante interne wetgeving kunnen worden aangemerkt als cabotage, omvat nationale cabotage voor de toepassing van dit hoofdstuk het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een punt in een republiek van de MA-partij of een lidstaat van de Europese Unie en een andere haven of een ander punt in dezelfde republiek van de MA-partij of dezelfde lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van haar continentaal plat, en verkeer dat afkomstig is van en zijn eindbestemming heeft in dezelfde haven of hetzelfde punt in een republiek van de MA-partij of een lidstaat van de Europese Unie.; en

  • e.

    nationale en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      diensten voor reparatie en onderhoud van vliegtuigen, gedurende welke een vliegtuig wordt onttrokken aan de luchtvaartdienst;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen (CRS); en

    • iv.

      andere diensten die de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen ondersteunen, zoals opgenomen in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging).

Artikel

164

Markttoegang

Artikel

165

Nationale behandeling

Artikel

166

Lijsten van verbintenissen

De sectoren waarvoor elk van beide partijen ingevolge dit hoofdstuk verbintenissen heeft aangegaan, en de beperkingen, voorwaarden en kwalificaties, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor vestigingen en investeerders van de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) vermeld.

Artikel

167

Andere overeenkomsten

Niets in deze titel wordt zodanig uitgelegd dat het de rechten beperkt van investeerders van de partijen op een gunstigere behandeling waarin is voorzien in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en een republiek van de MA-partij partijen zijn. Niets in deze overeenkomst wordt, direct dan wel indirect, onderworpen aan in die overeenkomsten vastgestelde procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat.

Artikel

168

Evaluatie

De partijen zeggen toe het rechtskader inzake investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, en vervolgens met regelmatige tussenpozen in overeenstemming met hun uit internationale overeenkomsten voortvloeiende verbintenissen, te evalueren.

HOOFDSTUK

3

GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel

169

Toepassingsgebied en definities

Artikel

170

Markttoegang

Artikel

171

Nationale behandeling

Artikel

172

Lijsten van verbintenissen

De sectoren waarvoor elk van beide partijen ingevolge dit hoofdstuk verbintenissen heeft aangegaan, en de beperkingen, voorwaarden en kwalificaties, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners van de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage XI (Lijsten van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening) vermeld.

HOOFDSTUK

4

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel

173

Toepassingsgebied en definities

Artikel

174

Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs

Artikel

175

Verkopers van zakelijke diensten

Artikel

176

Dienstverleners op contractbasis en zelfstandigen

De partijen herbevestigen hun respectieve verbintenissen op grond van de GATS ten aanzien van de toegang en het tijdelijke verblijf van dienstverleners op contractbasis en zelfstandigen.

HOOFDSTUK

5

REGELGEVINGSKADER

AFDELING

A

ALGEMEEN TOEPASSELIJKE BEPALINGEN

Artikel

177

Wederzijdse erkenning

Artikel

178

Transparantie en openbaarmaking van vertrouwelijke informatie

Artikel

179

Procedures

AFDELING

B

COMPUTERDIENSTEN

Artikel

180

Afspraak over computerdiensten

AFDELING

C

KOERIERSDIENSTEN

Artikel

181

Toepassingsgebied en definities

Artikel

182

Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken bij koeriersdiensten

Artikel

183

Vergunningen

Artikel

184

Onafhankelijkheid van regelgevende instanties

Indien de partijen regelgevende instanties hebben, dienen deze juridisch onafhankelijk te zijn van en op geen enkele wijze verantwoordingsplichtig aan verleners van koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instanties nemen en de procedures die zij toepassen, zijn onpartijdig ten aanzien van alle marktdeelnemers.

AFDELING

D

TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

Artikel

185

Definities en toepassingsgebied

Artikel

186

Regelgevende autoriteit

Artikel

187

Vergunning voor het verlenen van telecommunicatiediensten23)Voor de toepassing van deze afdeling worden onder de term „vergunning” verstaan alle licenties, concessies, toestemmingen, registraties en alle andere vergunningen die een partij kan vereisen om telecommunicatiediensten te leveren.

Artikel

188

Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote dienstverleners

Er zullen door de partijen passende maatregelen worden geïntroduceerd of gehandhaafd om te voorkomen dat dienstverleners die alleen of met anderen gezamenlijk een grote dienstverlener zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen. In dit verband wordt onder meer onder concurrentiebeperkende praktijken verstaan:

  • a.

    het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring24)Uitsluitend voor de EU-partij: „of margebeperking”.;

  • b.

    het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; en

  • c.

    het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel

189

Interconnectie25)De leden 3, 4 en 5 zijn niet van toepassing op aanbieders van commerciële mobiele diensten, noch op die van communicatiediensten voor het platteland. Zekerheidshalve zij opgemerkt dat niets in dit artikel mag worden uitgelegd als dat daarmee een partij wordt belet de in dit artikel opgenomen vereisten aan aanbieders van commerciële mobiele diensten op te leggen.

Artikel

190

Schaarse middelen

Elke procedure voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, wordt tijdig op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze toegepast. De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

Artikel

191

Universele dienst

Artikel

192

Vertrouwelijkheid van informatie

Elke partij waarborgt, overeenkomstig haar respectieve wetgeving, het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk en via openbare telecommunicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, behoudens de vereiste dat dergelijke maatregelen niet op een wijze worden toegepast dat deze een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie, of een verkapte beperking van de handel in diensten.

Artikel

193

Geschillen tussen dienstverleners

Wanneer tussen aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten een geschil ontstaat in verband met uit de artikelen 188 en 189 voortvloeiende rechten en verplichtingen, neemt de betrokken nationale regelgevende autoriteit of een andere relevante autoriteit op verzoek van een van de aanbieders en overeenkomstig de in de respectieve wetgeving vastgestelde procedures, een bindend besluit om het geschil zo spoedig mogelijk op te lossen.

AFDELING

E

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

194

Toepassingsgebied en definities

Artikel

195

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

196

Effectieve en transparante regelgeving

Artikel

197

Nieuwe financiële diensten

Artikel

198

Gegevensverwerking

Artikel

199

Specifieke uitzonderingen

AFDELING

F

INTERNATIONALE ZEEVERVOERSDIENSTEN

Artikel

200

Toepassingsgebied, definities en beginselen

HOOFDSTUK

6

ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel

201

Doelstellingen en beginselen

Artikel

202

Regelgevingsaspecten van e-commerce

De partijen onderhouden een dialoog over regelgevingskwesties in verband met e-commerce, onder meer over:

  • a.

    erkenning van aan het grote publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen en bevordering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;

  • b.

    behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie;

  • c.

    consumentenbescherming op het gebied van e-commerce; en

  • d.

    alle andere kwesties die van belang zijn voor de ontwikkeling van e-commerce.

HOOFDSTUK

7

UITZONDERINGEN

Artikel

203

Algemene uitzonderingen

TITEL

IV

LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel

204

Doel en toepassingsgebied

Artikel

205

Lopende rekening

De partijen staan alle betalingen en transfers tussen de partijen in vrij converteerbare valuta’s op de lopende rekening van de betalingsbalans toe of geven daartoe machtiging, naargelang het geval, overeenkomstig de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, in het bijzonder met inbegrip van de bepalingen van artikel VIII.

Artikel

206

Kapitaalrekening

Wat de transacties op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans betreft, verbinden de partijen zich ertoe vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije kapitaalverkeer toe te staan of te waarborgen, waar van toepassing, ten aanzien van directe investeringen in rechtspersonen die zijn opgericht in overeenstemming met de wetgeving van het gastland, en investeringen en overige transacties die worden verricht overeenkomstig de bepalingen van titel III (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel)30)Zekerheidshalve zij opgemerkt dat de uitzonderingen die zijn opgenomen in deel V van deze overeenkomst, alsmede de uitzonderingen die zijn opgenomen in titel III (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel) van deel IV van deze overeenkomst, eveneens van toepassing zijn op deze titel. van deel IV van deze overeenkomst, alsmede de liquidatie en repatriëring van deze investeringen en de daaruit voortkomende opbrengsten.

Artikel

207

Vrijwaringsmaatregelen

Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden kapitaalbewegingen tussen de partijen ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor het wisselkoersbeleid of het monetair beleid in een partij, kunnen door de desbetreffende partij voor een periode van ten hoogste één jaar vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van kapitaalbewegingen worden genomen. De toepassing van vrijwaringsmaatregelen kan worden verlengd door deze formeel opnieuw te introduceren in het geval van zeer uitzonderlijke omstandigheden en na onderlinge coördinatie vooraf tussen de partijen met betrekking tot de uitvoering van een eventueel voorgestelde formele herintroductie31)Voor de herintroductie van vrijwaringsmaatregelen is geen machtiging van de partijen vereist..

Artikel

208

Slotbepalingen

TITEL

V

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

209

Inleiding

Artikel

210

Toepassingsgebied

Artikel

211

Algemene beginselen

Gebruik van elektronische middelen

Verloop van de aanbesteding

Oorsprongsregels

Compensaties

Artikel

212

Publicatie van informatie over overheidsopdrachten

Artikel

213

Publicatie van berichten

Bericht van aanbesteding

Aankondiging van geplande aanbestedingen

Artikel

214

Voorwaarden voor deelname aan aanbestedingen

Artikel

215

Erkenning of registratie van leveranciers

Aanbesteding met voorafgaande selectie

Lijst van leveranciers

Artikel

216

Technische specificaties

Artikel

217

Aanbestedingsstukken

Artikel

218

Termijnen

De aanbestedende diensten geven, overeenkomstig hun eigen behoeften, de leveranciers voldoende tijd om verzoeken tot deelname en geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals de aard en de complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming en de tijd die nodig is voor de verzending van inschrijvingen vanuit plaatsen zowel in het buitenland als intern waar geen gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen. Dergelijke termijnen en eventuele verlengingen ervan moeten voor alle belangstellende of deelnemende leveranciers gelijk zijn. De toepasselijke termijnen zijn vermeld in aanhangsel 6 (Termijnen) van bijlage XVI.

Artikel

219

Onderhandelingen

Artikel

220

Gebruik van onderhandse aanbesteding of andere vergelijkbare aanbestedingsprocedures

Artikel

221

Elektronische veilingen

Wanneer een aanbestedende dienst een hier bedoelde overheidsopdracht wil aanbesteden door middel van een elektronische veiling, stelt de dienst, alvorens de elektronische veiling te openen, iedere deelnemer in kennis van:

  • a.

    de methode voor automatische beoordeling, met inbegrip van de wiskundige formule, gebaseerd op de in de aanbestedingsstukken opgenomen beoordelingscriteria, die gebruikt wordt om automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen tijdens de veiling;

  • b.

    de resultaten van een eventuele eerste beoordeling van de onderdelen van zijn inschrijving, indien de opdracht wordt gegund aan de indiener van de voordeligste inschrijving; en

  • c.

    alle andere relevante informatie over het houden van de veiling.

Artikel

222

Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten

Artikel

223

Transparantie van informatie over overheidsopdrachten

Artikel

224

Bekendmaking van informatie

Artikel

225

Interne toetsingsprocedures

Artikel

226

Wijzigingen en rectificaties van het toepassingsgebied

Artikel

227

Samenwerking en technische bijstand op het vlak van overheidsopdrachten

De partijen komen overeen dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven tot wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot overheidsopdrachten. In deze zin hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld, die zijn opgenomen in artikel 58 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

TITEL

VI

INTELLECTUELE EIGENDOM

HOOFDSTUK

1

DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel

228

Doelstellingen

De doelstellingen van deze titel zijn:

  • a.

    zorgen voor adequate en effectieve bescherming van intellectuele-eigendomsrechten op het grondgebied van de partijen, rekening houdend met de economische situatie en de sociale of culturele behoeften van elke partij;

  • b.

    de overdracht van technologie tussen beide regio’s bevorderen en stimuleren met als doel een gezonde en levensvatbare technologische basis te creëren in de republieken van de MA-partij; en

  • c.

    de technische en financiële samenwerking tussen beide regio’s op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten bevorderen.

Artikel

229

Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen

Artikel

230

Meestbegunstigingsrecht en nationale behandeling

Overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de TRIPs-overeenkomst en met inachtneming van de in die bepalingen opgenomen uitzonderingen biedt elke partij de onderdanen van de andere partij:

  • a.

    een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die zij haar eigen onderdanen biedt ten aanzien van de bescherming van intellectuele eigendom; en

  • b.

    alle voordelen, gunsten, privileges en immuniteiten die ook aan de onderdanen van andere landen worden geboden met betrekking tot de bescherming van intellectuele eigendom.

Artikel

231

Overdracht van technologie

Artikel

232

Uitputting

Het staat de partijen vrij, met inachtneming van de bepalingen van de TRIPs-overeenkomst, hun eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen.

HOOFDSTUK

2

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

AFDELING

A

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

233

Geboden bescherming

De partijen leven de volgende bepalingen na:

Artikel

235

Duur van naburige rechten

De partijen komen overeen dat voor de berekening van de beschermingstermijn van de rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties de in artikel 14 van het Verdrag van Rome vastgestelde bepalingen gelden, met dien verstande dat de minimumduur van de in artikel 14 van het Verdrag van Rome vastgestelde beschermingstermijnen vijftig jaar bedraagt.

Artikel

236

Collectief beheer van rechten

De partijen erkennen het belang van de werkzaamheden van collectieve beheersorganisaties, en van het vaststellen van regelingen tussen die organisaties, met als doel wederzijds te zorgen voor eenvoudiger toegang en levering van inhoud tussen de grondgebieden van de partijen en de verwezenlijking van een hoog ontwikkelingsniveau met betrekking tot de uitvoering van hun taken.

Artikel

237

Uitzending en mededeling aan het publiek34)Een partij kan de voorbehouden handhaven die zijn gemaakt op grond van het Verdrag van Rome en de WPPT met betrekking tot de in dit artikel verleende rechten, en dit wordt niet uitgelegd als schending van deze bepaling.

AFDELING

B

HANDELSMERKEN

Artikel

239

Registratieprocedure

De EU-partij en de republieken van de MA-partij voorzien in een systeem voor de registratie van handelsmerken op grond waarvan elk eindbesluit dat door de desbetreffende handelsmerkenorganisatie wordt genomen, naar behoren schriftelijk wordt gemotiveerd. Als zodanig worden de redenen voor weigering om een handelsmerk te registreren schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld. Deze laatste heeft de mogelijkheid een dergelijke weigering aan te vechten en voor het gerecht beroep in te stellen tegen een definitieve weigering. De EU-partij en de republieken van de MA-partij voorzien tevens in de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen de aanvraag van een handelsmerk. Dergelijke oppositieprocedures zijn contradictoir.

Artikel

240

Bekende handelsmerken

Artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs is van overeenkomstige toepassing op de goederen of diensten die niet identiek of vergelijkbaar zijn met diegene die worden aangeduid door een bekend handelsmerk, op voorwaarde dat het gebruik van dat handelsmerk met betrekking tot die goederen of diensten op een verband wijst tussen die goederen of diensten en de eigenaar van het handelsmerk, en op voorwaarde dat de belangen van de eigenaar van het handelsmerk waarschijnlijk door dat gebruik worden geschaad. Zekerheidshalve zij opgemerkt dat de partijen deze bescherming ook mogen toepassen op ongeregistreerde bekende handelsmerken.

Artikel

241

Uitzonderingen op de rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk

De partijen kunnen beperkte uitzonderingen invoeren op de rechten die verbonden zijn aan een handelsmerk, zoals eerlijk gebruik van beschrijvende termen. Dergelijke uitzonderingen dienen rekening te houden met de rechtmatige belangen van de eigenaar van het geregistreerde handelsmerk en van derden.

AFDELING

C

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

242

Algemene bepalingen

Artikel

243

Toepassingsgebied

Artikel

244

Systeem van bescherming

Artikel

245

Gevestigde geografische aanduidingen

Artikel

246

Geboden bescherming

Artikel

247

Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen

Artikel

248

Verband tussen geografische aanduidingen en handelsmerken

Artikel

249

Gebruiksrecht van geografische aanduidingen

Zodra een geografische aanduiding op grond van deze overeenkomst wordt beschermd in een andere partij dan de partij van oorsprong, is het gebruik van deze beschermde naam niet onderworpen aan registratie van gebruikers in die partij.

Artikel

250

Geschillenbeslechting

Geen van de partijen heeft de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen het definitieve besluit dat is uitgevaardigd door een nationale of regionale bevoegde autoriteit met betrekking tot de registratie of bescherming van een geografische aanduiding op grond van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst. Alle eisen tegen de bescherming van een geografische aanduiding worden ingesteld bij de beschikbare rechterlijke instanties die zijn gevestigd op grond van de interne of regionale wetgeving van elke partij.

AFDELING

D

TEKENINGEN EN MODELLEN VAN NIJVERHEID

Artikel

252

Beschermingsvereisten

Artikel

253

Uitzonderingen

Artikel

254

Verleende rechten

Artikel

255

Duur van de bescherming

Artikel

256

Ongeldigheid of weigering van registratie

Artikel

257

Verband met auteursrecht

Tekeningen of modellen die door een modelrecht worden beschermd en overeenkomstig deze afdeling in een partij zijn geregistreerd, kunnen vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens in aanmerking komen voor bescherming krachtens de auteursrechtwetgeving van die partij.

AFDELING

E

OCTROOIEN

AFDELING

F

PLANTENRASSEN

Artikel

259

Plantenrassen

HOOFDSTUK

3

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

260

Algemene verplichtingen

Artikel

261

Gerechtigde verzoekers

De partijen erkennen dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht; en

  • b.

    federaties en verenigingen, alsmede houders van exclusieve licenties en andere gemachtigde licentiehouders, voor zover dit wordt toegestaan door en in overeenstemming is met het toepasselijke recht. De term „licentiehouder” omvat licentiehouders van een of meer exclusieve intellectuele-eigendomsrechten die verbonden zijn aan een intellectuele eigendom.

Artikel

262

Bewijsmateriaal

De partijen nemen de nodige maatregelen wanneer een rechthebbende redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd ter ondersteuning van zijn bewering dat er op commerciële schaal inbreuk op zijn intellectuele-eigendomsrecht is gepleegd, alsmede bewijsmateriaal heeft gespecificeerd dat van belang is voor de staving van zijn beweringen en dat onder de controle valt van de tegenpartij, teneinde de bevoegde rechterlijke autoriteiten in de gelegenheid te stellen waar nodig en indien het toepasselijke recht daarin voorziet, naar aanleiding van een aanvraag te gelasten dat de tegenpartij deze bewijsstukken overlegt, behoudens de bescherming van vertrouwelijke informatie.

Artikel

263

Maatregelen ter bewaring van bewijsmateriaal

De rechterlijke autoriteiten hebben de bevoegdheid om, op aanvraag van een partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van haar bewering dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen te gelasten teneinde relevant bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te bewaren, mits vertrouwelijke informatie wordt beschermd. Deze maatregelen kunnen de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de inbreukmakende goederen en, in voorkomende gevallen, de materialen en werktuigen die bij de productie en/of distributie van deze goederen en de daarop betrekking hebbende documenten zijn gebruikt, omvatten. Die maatregelen kunnen zo nodig worden genomen zonder dat de andere partij wordt gehoord, met name wanneer het waarschijnlijk is dat uitstel de rechthebbende onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd.

Artikel

264

Recht op informatie

De partijen kunnen bepalen dat de rechterlijke autoriteiten de bevoegdheid hebben, tenzij dit niet in verhouding zou staan tot de ernst van de inbreuk, om de inbreukmaker te gelasten de rechthebbende in kennis te stellen van de identiteit van derden die betrokken zijn bij de productie en distributie van de inbreukmakende goederen of diensten en van hun distributiekanalen.

Artikel

265

Voorlopige en voorzorgsmaatregelen

Artikel

266

Corrigerende maatregelen

Artikel

267

Schadevergoeding

De rechterlijke autoriteiten hebben de bevoegdheid de inbreukmaker te gelasten aan de rechthebbende een toereikende schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die de rechthebbende heeft geleden wegens een inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht van die persoon door een inbreukmaker die wist of redelijke grond had om te weten dat hij inbreuk pleegde. In voorkomende gevallen kunnen de partijen de rechterlijke autoriteiten machtigen invordering van winsten en/of betaling van een vooraf vastgestelde schadevergoeding te gelasten, zelfs als de inbreukmaker niet wist of geen redelijke grond had om te weten dat hij inbreuk pleegde.

Artikel

268

Gerechtskosten

De partijen zorgen ervoor dat overeenkomstig de interne wetgeving, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel

269

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

De partijen kunnen bepalen dat de rechterlijke autoriteiten in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van het volledig of gedeeltelijk ophangen en publiceren van de uitspraak. De partijen kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking, zoals opvallende publiciteit, die passend zijn in de omstandigheden van het geval.

Artikel

270

Vermoeden van eigendom

Voor de toepassing van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen waarin op grond van deze titel wordt voorzien, is het voor de houders van auteursrechten of naburige rechten met betrekking tot hun beschermde materiaal voldoende, zolang het tegendeel niet is bewezen, dat hun naam op de gangbare manier op het werk verschijnt, om als zodanig te worden aangemerkt en bijgevolg gerechtigd te zijn om een inbreukprocedure in te stellen.

Artikel

271

Strafrechtelijke sancties

De partijen voorzien ten minste in gevallen van opzettelijke namaak van een handelsmerk of opzettelijke inbreuk op auteursrechten op commerciële schaal in strafrechtelijke procedures en sancties. De mogelijke sancties omvatten vrijheidsstraffen en/of geldboetes die voldoende zijn om afschrikwekkend te werken, in overeenstemming met het niveau van de straffen opgelegd voor strafbare feiten van overeenkomstige zwaarte. In passende gevallen omvatten de mogelijke sancties ook de inbeslagneming, verbeurdverklaring en vernietiging van de inbreukmakende goederen en van materialen en werktuigen die voornamelijk zijn gebruikt bij het plegen van het strafbare feit. De partijen kunnen in nog andere gevallen van inbreuk op de intellectuele-eigendomsrechten, met name wanneer deze opzettelijk en op commerciële schaal worden verricht, voorzien in strafrechtelijke procedures en sancties.

Artikel

272

Beperkingen op de aansprakelijkheid van dienstverleners

De partijen komen overeen dat zij de soorten beperkingen van de verantwoordelijkheid van dienstverleners waarin zij momenteel in hun respectieve wetgeving voorzien, handhaven, namelijk:

  • a.

    voor de EU-partij: de beperkingen die zijn vastgesteld in Richtlijn 2000/31/EG inzake elektronische handel;

  • b.

    voor de republieken van de MA-partij: de beperkingen die intern zijn vastgesteld om te voldoen aan hun internationale verplichtingen.

Een partij mag de inwerkingtreding van de bepalingen van dit artikel uitstellen voor een periode van uiterlijk drie jaar, beginnende op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel

273

Grensmaatregelen

HOOFDSTUK

4

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

274

Subcomité Intellectuele eigendom

Artikel

275

Samenwerking en technische bijstand op het gebied van intellectuele eigendom

De partijen komen overeen dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven tot wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot deze titel. In deze zin hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld, die zijn opgenomen in artikel 55 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

Artikel

276

Slotbepalingen

TITEL

VII

HANDEL EN MEDEDINGING

Artikel

277

Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • 1.

    „mededingingswetgeving”:

    • a.

      voor de EU-partij: de artikelen 101, 102 en 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, en de uitvoeringsverordeningen en wijzigingen daarvan;

    • b.

      voor de MA-partij: de Midden-Amerikaanse mededingingsverordening (hierna de „verordening” genoemd) die wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 25 van het Protocolo al Tratado General de Integración Económica Centroamericana (Protocolo de Guatemala) en artikel 21 van de Convenio Marco para el Establecimiento de la Unión Aduanera Centroamericana (Guatemala, 2007);

    • c.

      totdat de verordening conform artikel 279 wordt vastgesteld, wordt onder „mededingingswetgeving” de nationale mededingingswetgeving verstaan die in elk van de republieken van de MA-partij overeenkomstig artikel 279 wordt vastgesteld of gehandhaafd; en

    • d.

      alle wijzigingen van voornoemde instrumenten na de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • 2.

    „mededingingsautoriteit”:

    • a.

      voor de EU-partij: de Europese Commissie;

    • b.

      voor de MA-partij: een Midden-Amerikaanse mededingingsinstantie die wordt ingesteld en opgezet door de MA-partij op grond van haar mededingingsverordening; en

    • c.

      totdat de Midden-Amerikaanse mededingingsinstantie conform artikel 279 gevestigd is en operationeel wordt, worden onder „mededingingsautoriteit” de nationale mededingingsautoriteiten van elk van de republieken van de MA-partij verstaan.

Artikel

278

Beginselen

Artikel

279

Tenuitvoerlegging

Artikel

280

Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten, met inbegrip van toegewezen monopolies

Artikel

281

Uitwisseling van niet-vertrouwelijke informatie en samenwerking op het vlak van handhaving

Artikel

282

Samenwerking en technische bijstand

De partijen komen overeen dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven tot technische bijstand te bevorderen met betrekking tot mededingingsbeleid en rechtshandhavingsactiviteiten. Deze samenwerking wordt behandeld in artikel 52 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

TITEL

VIII

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

284

Context en doelstellingen

Artikel

285

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

Artikel

286

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

287

Multilaterale milieunormen en -overeenkomsten

Artikel

288

Handel ter bevordering van duurzame ontwikkeling

Artikel

289

Handel in bosbouwproducten

Ter bevordering van een duurzaam bosbeheer zeggen de partijen toe samen te werken aan een betere handhaving van de boswetgeving en een betere governance in de bosbouw, alsmede de bevordering van de handel in wettelijke en duurzame bosproducten aan de hand van onder andere de volgende instrumenten: effectief gebruik van CITES met betrekking tot bedreigde houtsoorten; certificeringsregelingen voor duurzaam geoogste bosproducten; en regionale of bilaterale vrijwillige partnerschapsovereenkomsten inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw („FLEGT”).

Artikel

290

Handel in visproducten

Artikel

291

Handhaving van beschermingsniveaus

Artikel

292

Wetenschappelijke informatie

Ten aanzien van het opstellen en uitvoeren van maatregelen die gericht zijn op de bescherming van het milieu of de gezondheid en veiligheid op het werk, erkennen de partijen het belang om rekening te houden met wetenschappelijke en technische informatie, alsmede de desbetreffende internationale normen, richtsnoeren of aanbevelingen. Tegelijkertijd erkennen de partijen dat als er een dreiging is van ernstige of onherstelbare schade, het gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid niet als reden mag worden gebruikt om beschermingsmaatregelen uit te stellen.

Artikel

293

Duurzaamheidsevaluatie

De partijen zeggen toe om gezamenlijk de bijdrage van deel IV van deze overeenkomst, met inbegrip van de samenwerkingsactiviteiten op grond van artikel 302, aan duurzame ontwikkeling te evalueren, op te volgen en te beoordelen.

Artikel

294

Institutioneel en opvolgingsmechanisme

Artikel

295

Forum voor de dialoog met het maatschappelijk middenveld

Artikel

296

Overleg op regeringsniveau

Artikel

297

Deskundigenpanel

Artikel

298

Samenstelling van het deskundigenpanel

Artikel

299

Reglement van orde

Artikel

300

Eerste verslag

Artikel

301

Eindverslag

TITEL

IX

REGIONALE ECONOMISCHE INTEGRATIE

Artikel

303

Algemene bepalingen

Artikel

304

Douaneprocedures

Artikel

305

Technische handelsbelemmeringen

Artikel

306

Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

Artikel

307

Tenuitvoerlegging

TITEL

X

GESCHILLENBESLECHTING

HOOFDSTUK

1

DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

308

Doel

Het doel van deze titel is geschillen tussen de partijen over de interpretatie of toepassing van deel IV van deze overeenkomst te vermijden en te beslechten en de partijen, waar mogelijk, tot een wederzijds bevredigende oplossing te laten komen.

Artikel

309

Toepassingsgebied

HOOFDSTUK

2

OVERLEG

Artikel

310

Overleg

HOOFDSTUK

3

PROCEDURES VOOR GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING

A

PANELPROCEDURE

Artikel

311

Inleiding van de panelprocedure

Artikel

312

Instelling van het panel

Artikel

313

Uitspraak van het panel

AFDELING

B

NALEVING

Artikel

314

Naleving van de uitspraak van het panel

Artikel

315

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

316

Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het panel

Artikel

317

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

318

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de schorsing van verplichtingen

AFDELING

C

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

319

Reglement van orde

Artikel

320

Inlichtingen en technisch advies

Artikel

321

Amicus curiae

Op het grondgebied van de partijen bij het geschil woonachtige of gevestigde natuurlijke of rechtspersonen die belang hebben bij de zaak, zijn gemachtigd overeenkomstig het reglement van orde als amicus curiae stukken ter eventuele overweging bij het panel in te dienen.

Artikel

322

Interpretatieregels en -beginselen

Artikel

323

Gemeenschappelijke bepalingen met betrekking tot uitspraken van het panel

HOOFDSTUK

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

324

Wederzijds bevredigende oplossing

De partijen bij het geschil kunnen te allen tijde een wederzijds bevredigende oplossing voor een onder deze titel vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Associatiecomité van deze oplossing in kennis. Na kennisgeving van de wederzijds bevredigende oplossing is de procedure beëindigd.

Artikel

325

Lijst van panelleden

Artikel

326

Relatie tot WTO-verplichtingen

Artikel

327

Termijnen

Artikel

328

Vaststelling en wijziging van het reglement van orde en de gedragscode

TITEL

XI

BEMIDDELINGSMECHANISME VOOR NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

HOOFDSTUK

1

TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

329

Toepassingsgebied

HOOFDSTUK

2

PROCEDURE OP GROND VAN HET BEMIDDELINGSMECHANISME

Artikel

330

Inleiding van de procedure

Artikel

331

Selectie van de bemiddelaar

Artikel

332

Regels van de bemiddelingsprocedure

HOOFDSTUK

3

TENUITVOERLEGGING

Artikel

333

Tenuitvoerlegging van een wederzijds overeengekomen oplossing

HOOFDSTUK

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

334

Relatie met titel X inzake geschillenbeslechting

Artikel

335

Termijnen

De partijen bij de procedure kunnen in onderling overleg alle in deze titel vermelde termijnen wijzigen.

Artikel

336

Vertrouwelijkheid van informatie

Artikel

337

Kosten

TITEL

XII

TRANSPARANTIE EN ADMINISTRATIEVE PROCEDURES

Artikel

338

Samenwerking inzake grotere transparantie

De partijen komen overeen in alle relevante bilaterale en multilaterale fora samen te werken ter vergroting van de transparantie, onder andere door uitbanning van omkoping en corruptie ten aanzien van zaken die onder deel IV van deze overeenkomst vallen.

Artikel

339

Publicatie

Artikel

340

Contactpunten en uitwisseling van informatie

Artikel

341

Administratieve procedures

Elke partij beheert alle in artikel 339 bedoelde algemeen toepasselijke maatregelen op een consistente, onpartijdige en redelijke manier. Meer in het bijzonder dient elke partij bij de toepassing van dergelijke maatregelen op specifieke personen, goederen, diensten of vestigingen van een partij in specifieke gevallen:

  • a.

    te trachten personen voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, met een redelijke termijn een kennisgeving te sturen over de inleiding van een procedure, tezamen met een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring betreffende de rechtsgrond op basis waarvan de procedure wordt ingeleid, en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat;

  • b.

    belanghebbenden een redelijke mogelijkheid te bieden om feiten en argumenten tot staving van hun standpunten naar voren te brengen voordat tot een definitief administratief optreden wordt overgegaan, indien de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten; en

  • c.

    erop toe te zien dat haar procedures gebaseerd zijn op de wet.

Artikel

342

Herziening en beroep

Artikel

343

Specifieke regels

De bepalingen van deze titel doen geen afbreuk aan de specifieke regels die zijn vastgesteld in andere bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel

344

Transparantie op subsidiegebied

TITEL

XIII

SPECIFIEKE TAKEN IN HANDELSAANGELEGENHEDEN VAN DE OP GROND VAN DEZE OVEREENKOMST INGESTELDE INSTANTIES

Artikel

345

Specifieke taken van de Associatieraad

Artikel

346

Specifieke taken van het Associatiecomité

Artikel

347

Coördinatoren voor deel IV van deze overeenkomst

Artikel

348

Subcomités

TITEL

XIV

UITZONDERINGEN

Artikel

349

Betalingsbalans

Artikel

350

Belastingen

Artikel

351

Regionale preferenties

DEEL

V

SLOTBEPALINGEN

Artikel

352

Definitie van de partijen

Artikel

353

Inwerkingtreding

Artikel

354

Duur

Artikel

355

Nakoming van de verplichtingen

Artikel

356

Rechten en verplichtingen op grond van deze overeenkomst

Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat het personen andere rechten verleent of andere verplichtingen oplegt dan de bij deze overeenkomst vastgestelde rechten of verplichtingen, of dat het een partij verplicht toe te staan dat in haar interne rechtsstelsel rechtstreeks een beroep op deze overeenkomst wordt gedaan, tenzij anders is bepaald in de interne wetgeving van die partij.

Artikel

357

Uitzonderingen

Artikel

358

Toekomstige ontwikkelingen

Artikel

359

Toetreding van nieuwe leden

Artikel

360

Territoriaal toepassingsgebied

Artikel

361

Voorbehouden en interpretatieve verklaringen

Deze overeenkomst staat geen unilaterale voorbehouden of interpretatieve verklaringen toe.

Artikel

362

Bijlagen, aanhangsels, protocollen, aantekeningen, voetnoten en gemeenschappelijke verklaringen

De bijlagen, aanhangsels, protocollen, aantekeningen, voetnoten en gemeenschappelijke verklaringen bij deze overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel.

Artikel

363

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Ests, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Sloveens, Spaans en Zweeds, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe gemachtigd, hun handtekening onder deze overeenkomst hebben geplaatst.

Protocol betreffende culturele samenwerking1)Titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst is niet op de bepalingen van dit protocol van toepassing.

Overwegende hetgeen volgt:

Als ondertekenaars van het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, hierna het „UNESCO-Verdrag” genoemd, dat op 20 oktober 2005 in Parijs is aangenomen en op 18 maart 2007 in werking is getreden, zijn de partijen voornemens het UNESCO-verdrag daadwerkelijk ten uitvoer te leggen en in het kader daarvan op basis van de beginselen van dat verdrag samen te werken door middel van acties in overeenstemming met dat verdrag, en met name de artikelen 14 tot en met 16;

Erkennend dat de cultuurindustrie en de verscheidenheid van culturele goederen en diensten van belang zijn als activiteiten met een culturele, economische en sociale waarde;

Eraan herinnerend dat de doelstellingen van dit protocol worden aangevuld en ondersteund door al bestaande en toekomstige beleidsinstrumenten die in ander verband worden beheerd, teneinde:

  • a.

    de capaciteit en onafhankelijkheid van de cultuurindustrie van de partijen te versterken;

  • b.

    plaatselijke en regionale culturele inhoud te bevorderen;

  • c.

    culturele diversiteit te erkennen, te beschermen en te bevorderen als voorwaarden voor een geslaagde dialoog tussen culturen;

  • d.

    het culturele erfgoed te erkennen, te beschermen en te bevorderen en de erkenning ervan door de plaatselijke bevolking te stimuleren, in het besef dat het een waardevol middel is om uiting te geven aan culturele identiteit.

Erop wijzend dat de culturele samenwerking tussen de partijen moet worden vergemakkelijkt en dat daartoe onder meer per geval rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsgraad van hun cultuurindustrie, met het niveau van en de structurele onevenwichtigheden bij culturele uitwisselingen en met het bestaan van preferentiële regelingen voor de bevordering van plaatselijke of regionale culturele inhoud;

Gelet op titel VIII (Culturele en audiovisuele samenwerking) van deel III van deze overeenkomst, en geleid door de wens de samenwerking verder te ontwikkelen;

Vaststellend dat, met het oog op de tenuitvoerlegging van dit protocol, ambtenaren met deskundigheid op het gebied van culturele aangelegenheden en praktijken deel moeten uitmaken van het subcomité Samenwerking, dat uit hoofde van artikel 8, lid 7, van titel II (Institutioneel kader) van deel I van deze overeenkomst wordt opgericht.

Artikel

1

Werkingssfeer, doelstellingen en definities

AFDELING

A

HORIZONTALE BEPALINGEN

Artikel

2

Culturele uitwisselingen en dialoog

Artikel

3

Kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars

Artikel

4

Technische bijstand

AFDELING

B

SECTORSPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel

5

Samenwerking op audiovisueel gebied, met inbegrip van speelfilms

Artikel

6

Uitvoerende kunsten

Artikel

7

Publicaties

De partijen komen overeen om in overeenstemming met hun respectieve interne wetgeving samen te werken, onder meer door het bevorderen van de uitwisseling van publicaties met de andere partij en de verspreiding van publicaties van de andere partij, op gebieden als:

  • a.

    de organisatie van beurzen, seminars en literaire en dergelijke evenementen in verband met publicaties, met inbegrip van mobiele faciliteiten voor openbare lezingen;

  • b.

    de vergemakkelijking van gezamenlijke uitgaven en vertalingen;

  • c.

    de vergemakkelijking van beroepsuitwisselingen en -opleiding voor bibliothecarissen, schrijvers, vertalers, boekhandelaren en uitgevers.

Artikel

8

Bescherming van bezienswaardigheden en historische monumenten

De partijen komen overeen om samen te werken, onder meer door het bevorderen van ondersteuning om de uitwisseling van kennis en goede praktijken betreffende de bescherming van bezienswaardigheden en historische monumenten te stimuleren waarbij wordt rekening gehouden met de opdracht van de werelderfgoedlijst van UNESCO. Hiertoe bevorderen zij de uitwisseling van deskundigen, werken zij samen op het gebied van beroepsopleiding, organiseren zij bewustmakingscampagnes onder de plaatselijke bevolking en adviseren zij over de bescherming van historische monumenten en beschermde zones en over wetgeving en maatregelen ten behoeve van het culturele erfgoed, en met name de integratie van dat erfgoed in het lokale leven. Die samenwerking is in overeenstemming met de respectieve interne wetgeving van de partijen.

AFDELING

C

SLOTBEPALINGEN

Artikel

9

Slotbepalingen

Verklaringen

Gezamenlijke verklaring van Costa Rica en de Europese Unie betreffende hoofdstuk 1 van Titel II (handel in goederen) van deze overeenkomst

Costa Rica onderzoekt of de interne belastingen op de hieronder genoemde dranken in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk 1 van Titel II (Handel in goederen) worden toegepast, waarbij:

  • a.

    dit onderzoek voor koolzuurgashoudende dranken van post 2202 en alcoholhoudende dranken van post 2203 binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst moet zijn afgesloten;

  • b.

    dit onderzoek voor alcoholhoudende dranken van de posten 2204 tot en met 2208 binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst moet zijn afgesloten.

Gezamenlijke verklaring betreffende artikel 88 van hoofdstuk 1 van Titel II (handel in goederen)

Costa Rica en Guatemala mogen de hieronder genoemde maatregelen na de inwerkingtreding van deze overeenkomst blijven toepassen. De partijen onderzoeken uiterlijk tien jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst of deze maatregelen moeten worden gehandhaafd.

Guatemala

  • a.

    Ley del Café, Decreto No.19-69 del Congreso de la República de Guatemala, Decreto No. 114-63 del Jefe de Estado y Decreto Ley No.111-85 del Jefe de Estado.

Costa Rica

  • a.

    Wet nr. 5515 van 19 april 1974, zoals gewijzigd bij Wet nr. 5538 van 18 juni 1974; Wet nr. 4895 van 16 november 1971, zoals gewijzigd bij Wet nr. 7147 van 30 april 1990 en Wet nr. 7277 van 17 december 1991;

  • b.

    Wet nr. 2762 van 21 juni 1961, zoals gewijzigd bij Wet nr. 7551 van 22 september 1995;

  • c.

    Wet nr. 6247 van 2 mei 1978 en Wet nr. 7837 van 5 oktober 1998.

Gezamenlijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra

  • 1.

    Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra en vallende onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem worden door de republieken van de MA-partij aanvaard als producten van oorsprong uit de Europese Unie in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Bijlage II (Definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking) is van overeenkomstige toepassing bij het vaststellen van de oorsprong van bovengenoemde producten.

Gezamenlijke verklaring betreffende de Republiek San Marino

  • 1.

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door de republieken van de MA-partij aanvaard als producten van oorsprong uit de Europese Unie in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Bijlage II (Definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking) is van overeenkomstige toepassing bij het vaststellen van de oorsprong van bovengenoemde producten.

Gezamenlijke verklaring betreffende afwijkingen

  • 1.

    De partijen erkennen dat stabiele groei en vooruitgang van de economieën van de republieken van de MA-partij een belangrijke rol spelen bij het stimuleren van een harmonieuze ontwikkeling van de handelsbetrekkingen tussen de partijen.

  • 2.

    Te dien einde bespreekt en onderzoekt het subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels, dat ingevolge artikel 123 van hoofdstuk 3 (Douane en handelsbevordering) van titel II van deel IV van deze overeenkomst is opgericht, hierna het „subcomité” genoemd, verzoeken om afwijking van bijlage II wanneer de ontwikkeling van bestaande of de oprichting van nieuwe bedrijfstakken in de republieken van de MA-partij de goedkeuring van dergelijke afwijkingen rechtvaardigen. De afwijkingen kunnen vervolgens door de Associatieraad worden vastgesteld.

  • 3.

    Voordat of wanneer de republieken van de MA-partij een verzoek om afwijking aan het subcomité voorleggen, stellen zij de EU-partij overeenkomstig lid 5 daarvan in kennis onder vermelding van de redenen van hun verzoek.

  • 4.

    Indien de verzoeken van de republieken van de MA-partij ontvankelijk en overeenkomstig deze verklaring gerechtvaardigd zijn, worden zij in de Associatieraad door de EU-partij ingewilligd, tenzij hierdoor ernstige schade kan ontstaan voor een gevestigde bedrijfstak in de Europese Unie.

  • 5.

    Om het onderzoek van verzoeken om een afwijking door het subcomité te vergemakkelijken, verstrekken een of meer republieken van de MA-partij ter staving van hun verzoek zo volledig mogelijke gegevens over met name de volgende punten:

    • a.

      omschrijving van het eindproduct;

    • b.

      aard en hoeveelheid van de materialen die van oorsprong zijn uit derde landen;

    • c.

      fabricageprocedés;

    • d.

      de toegevoegde waarde die werd verwezenlijkt;

    • e.

      aantal werknemers in de betrokken onderneming;

    • f.

      verwachte omvang van de uitvoer naar de Europese Unie;

    • g.

      andere bronnen waaruit grondstoffen kunnen worden betrokken;

    • h.

      andere opmerkingen.

  • 6.

    Bij het onderzoek van de verzoeken om afwijking wordt in het bijzonder rekening gehouden met:

    • a.

      gevallen waarin toepassing van de bestaande oorsprongsregels aanzienlijke gevolgen zou hebben voor het vermogen van een bestaande bedrijfstak in een of meer republieken van de MA-partij die het verzoek doen, zijn uitvoer naar de Europese Unie voort te zetten, in het bijzonder wanneer toepassing kan leiden tot stopzetting van zijn activiteiten;

    • b.

      bijzondere gevallen waarin duidelijk kan worden aangetoond dat toepassing van de oorsprongsregels kan leiden tot ontmoediging van belangrijke investeringen in een bedrijfstak en waarin, door het toestaan van een afwijking, een investeringsprogramma kan worden uitgevoerd dat het mogelijk zou maken geleidelijk aan deze regels te voldoen.

  • 7.

    In alle gevallen wordt onderzocht of de regels inzake cumulatie van oorsprong een oplossing voor het probleem bieden.

  • 8.

    Het subcomité ziet erop toe dat zo spoedig mogelijk een besluit over een verzoek om afwijking wordt genomen. Er kan voor twaalf maanden een afwijking worden toegestaan. Het subcomité kan op verzoek van de republieken van de MA-partij onderzoeken of de geldigheidsduur van de afwijking met nog eens twaalf maanden moet worden verlengd, indien de economische omstandigheden op grond waarvan de afwijking werd toegestaan, voortduren, waarbij het rekening houdt met de andere in de punten 1 tot en met 7 genoemde voorwaarden. De Associatieraad besluit over verlenging van de afwijking.

Gezamenlijke verklaring betreffende herziening van de oorsprongsregels in Bijlage II (Definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking)

  • 1.

    De partijen komen overeen om, wanneer een van hen daarom verzoekt, de bepalingen van bijlage II (Definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking) opnieuw te onderzoeken en overleg te plegen over de nodige wijzigingen ervan. Bij dat overleg houden de partijen rekening met technologische ontwikkelingen, productieprocessen en alle andere factoren die grond kunnen zijn de oorsprongsregels te wijzigen. Die bijlage wordt gewijzigd op basis van onderlinge overeenstemming.

  • 2.

    De aanhangsels 2 en 2A bij bijlage II worden aangepast in overeenstemming met de periodieke wijzigingen van het geharmoniseerd systeem.

Gezamenlijke verklaring betreffende de herziening van de oorsprongsregels die van toepassing zijn op producten van de hoofdstukken 61 en 62 van het geharmoniseerd systeem

Indien de oorsprongsregels die de Europese Unie in het kader van het stelsel van algemene preferenties voor andere landen dan de minst ontwikkelde landen (MOL’s) toepast voor producten van de hoofdstukken 61 en 62 van het geharmoniseerd systeem, soepeler zijn dan die welke in deze overeenkomst zijn opgenomen, wijzigt de Associatieraad na overleg in het Associatiecomité en op verzoek van een of meer van de republieken van de MA-partij aanhangsel 2 van bijlage II (Definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking), zodat regels van gelijke soepelheid van toepassing zijn.

Gezamenlijke verklaring betreffende het tijdelijke gebruik van aanvullende materialen die niet van oorsprong zijn voor producten van de hoofdstukken 61 en 62 van het geharmoniseerd systeem

Op initiatief van een of meer republieken van de MA-partij en na overleg in het Associatiecomité kan de Associatieraad besluiten om tijdelijk toe te staan dat voor producten van de hoofdstukken 61 en 62 van het geharmoniseerd systeem gebruik wordt gemaakt van aanvullende materialen die niet van oorsprong zijn en die worden vermeld op 8-cijferniveau, mits deze materialen niet in de partijen worden geproduceerd. Onder deze omstandigheden worden deze materialen aangemerkt als materialen van oorsprong in de zin van de oorsprongsregels van aanhangsel 2 van bijlage II (Definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking) die van toepassing zijn op producten van de hoofdstukken 61 en 62 van het geharmoniseerd systeem. Na overleg in het Associatiecomité wordt het gebruik van bovenbedoelde materialen niet toegestaan wanneer een partij aantoont dat deze materialen in de partijen worden geproduceerd.

Verklaring van de EU-partij betreffende de bescherming van de gegevens over bepaalde gereguleerde producten

Bij de onderhandelingen over titel VI (Intellectuele eigendom) van deel IV van deze overeenkomst zijn de partijen overeengekomen dat niet openbaar gemaakte gegevens over de veiligheid en werkzaamheid die voor het verkrijgen van een vergunning voor het in de handel brengen van nieuwe farmaceutische producten of chemische producten voor de landbouw moeten worden ingediend, niet door middel van een specifieke bepaling zullen worden beschermd, maar door de beginselen van nationale behandeling en het meestbegunstigingsrecht die zijn verankerd in artikel 230 van titel VI (Intellectuele eigendom) van deel IV van deze overeenkomst. Voorts is overeengekomen dat de bilaterale regeling voor geschillenbeslechting die bij de Associatieovereenkomst is ingesteld, van toepassing is op alle geschillen die zich in dit verband voordoen.

De EU-partij heeft de desbetreffende wetgeving van elk van de republieken van de MA-partij aan een onderzoek onderworpen en is van oordeel dat deze wetgeving, die ten minste vijf jaar bescherming voor farmaceutische producten en ten minste tien jaar voor chemische producten voor de landbouw biedt, een toereikend beschermingsniveau verschaft dat in overeenstemming is met de desbetreffende internationale verplichtingen van de republieken van de MA-partij, met inbegrip van die uit hoofde van artikel 39 van de TRIPs-overeenkomst van de WTO, artikel 15.10 van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Dominicaanse Republiek, Midden-Amerika en de Verenigde Staten en, wat Panama betreft, artikel 15.10 van de Overeenkomst ter bevordering van de handel tussen de Verenigde Staten en Panama.

Gezamenlijke verklaring benamingen waarvoor een aanvraag om registratie als geografische aanduiding in een republiek van de MA-partij is ingediend

De partijen bevestigen dat voor onderstaande lijst van benamingen een aanvraag om registratie als geografische aanduiding in de partij van oorsprong is ingediend. Met het oog op bescherming op het grondgebied van de EU-partij stelt de partij van oorsprong de EU-partij in kennis wanneer de toepasselijke nationale procedures voor het verlenen van bescherming zijn voltooid. Zodra deze benamingen met succes in de partij van oorsprong als geografische aanduidingen zijn geregistreerd, worden de procedures van artikel 245 van titel VI (Intellectuele eigendom) van deel IV van deze overeenkomst hierop toegepast en worden zij dienovereenkomstig beschermd, mits uiterlijk een jaar voor de inwerkingtreding aan de vormvereisten voor aanvragen in de EU-partij is voldaan.

Lijst van benamingen waarvoor aanvragen zijn ingediend:

1.

Costa Rica

Dota-Tarruzú Puro

Koffie

2.

Costa Rica

Los Santos

Koffie

3.

Costa Rica

Orosi

Koffie

4.

Costa Rica

Tres Ríos

Koffie

5.

Costa Rica

Turrialba

Koffie

6.

Costa Rica

Tarrazú

Koffie

7.

Costa Rica

West Valley

Koffie

8.

Costa Rica

Brunca

Koffie

9.

Costa Rica

Central Valley

Koffie

10.

Costa Rica

Café de Costa Rica

Koffie

11.

Costa Rica

Guanacaste

Koffie

12.

Costa Rica

Queso Turrialba

Kaas

13.

El Salvador

Café Tecapa – Chinameca

Koffie

14.

El Salvador

Café del la Cordillera del Bálsamo

Koffie

15.

El Salvador

Bálsamo de la Cordillera del Bálsamo

Balsem

16.

El Salvador

Café de Alotepeque

Koffie

17.

El Salvador

Café del Volcán de San Salvador

Koffie

18.

El Salvador

Café de Cacahuatique

Koffie

19.

El Salvador

Café del Platanal

Koffie

20.

El Salvador

Queso Duro Blando

Kaas

21.

El Salvador

Queso Seco Añejo

Kaas

22.

El Salvador

Queso Morolique

Kaas

23.

El Salvador

Queso Capita

Kaas

24.

El Salvador

Quesillo de El Salvador

Kaas

25.

El Salvador

Queso Puebla

Kaas

26.

El Salvador

Queso Capa Roja

Kaas

27.

El Salvador

Queso de Terrón

Kaas

28.

Honduras

Café Copán Honduras

Koffie

29.

Honduras

Café Azul Meambar

Koffie

30.

Honduras

Café Montecillo

Koffie

31.

Honduras

Café Agalta Tropical

Koffie

32.

Honduras

Café Opalaca

Koffie

33.

Honduras

Café Paraíso

Koffie

34.

Honduras

Café Guisayote

Koffie

35.

Honduras

Café Erapuca

Koffie

36.

Honduras

Café Congolón

Koffie

37.

Honduras

Café Cangual

Koffie

38.

Honduras

Café Camapara

Koffie

39.

Nicaragua

Quesillo de Nagarote

Kaas

40.

Nicaragua

Quesillo de Chontales

Kaas

41.

Nicaragua

Cacao de Waslala

Cacao

42.

Nicaragua

Cacao de Río Coco

Cacao

43.

Nicaragua

Cacao de Nueva Guinea

Cacao

44.

Nicaragua

Café de Kilambé

Koffie

45.

Nicaragua

Café de Dipilto

Koffie

46.

Nicaragua

Café Mozonte

Koffie

47.

Nicaragua

Café Wiwilí

Koffie

48.

Nicaragua

Miel del Sauce

Honing

49.

Nicaragua

Miel de Mateare

Honing

50.

Nicaragua

Miel de Belén

Honing

51.

Panama

Café de altura de Panamá

Koffie

52.

Panama

Café de bajura de Panamá

Koffie

53.

Panama

Coco de tres filos de Colón

Kokosnoten

54.

Panama

Piña de La Chorrera

Ananas

Gezamenlijke verklaring betreffende douane-unies van de EU-partij

De EU-partij wijst erop dat de staten waarmee zij op het tijdstip van de ondertekening van deze overkeenkomst een douane-unie heeft opgericht en waarvan de producten krachtens deze overeenkomst niet profiteren van tariefconcessies, de verplichting hebben om met betrekking tot landen die geen lid zijn van de Europese Unie, hun tarieven in overeenstemming te brengen met het gemeenschappelijk douanetarief en geleidelijk met de preferentiële douaneregeling van de Europese Unie; hiertoe nemen zij de nodige maatregelen en onderhandelen ze overeenkomsten op basis van wederzijds voordeel met de betrokken landen.

Bijgevolg heeft de Europese Unie de republieken van de MA-partij uitgenodigd om zo spoedig mogelijk onderhandelingen aan te vangen met deze staten.

De republieken van de MA-partij delen mede dat zij alles in het werk stellen om met die staten te onderhandelen over een vrijhandelsovereenkomst.

Unilaterale verklaring van El Salvador betreffende artikel 290 „handel in visproducten” van Titel VIII (handel en duurzame ontwikkeling) van deel IV van deze overeenkomst

El Salvador onderschrijft artikel 290 van titel VIII (Handel en duurzame ontwikkeling) van deel IV van deze overeenkomst onverminderd zijn rechtspositie in verband met het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties en de bijlagen daarbij.