Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds

Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds

PREAMBULE

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „de lidstaten” genoemd,

De Europese Unie, en

De Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „Euratom” genoemd,

enerzijds, en

de Republiek Armenië

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd

Rekening houdend met de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij delen, en met hun wens om de banden die in het verleden tot stand zijn gebracht door de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, verder te ontwikkelen tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, dat op 22 april 1996 te Luxemburg is ondertekend en op 1 juli 1999 in werking is getreden (PSO) en nauwe en intensieve samenwerking te bevorderen die is gebaseerd op gelijk partnerschap in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB) en het Oostelijk Partnerschap, alsook op grond van deze overeenkomst;

Erkennend de bijdrage van het gezamenlijke ENB-actieplan EU-Armenië, met inbegrip van zijn inleidende bepalingen, en het belang van de partnerschapsprioriteiten voor het versterken van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië en voor het bevorderen van het proces van hervormingen en de aanpassing van de wetgeving, zoals hierna vermeld, in de Republiek Armenië, aldus bijdragend tot grotere politieke en economische samenwerking;

Zich verbindend tot de verdere versterking van de eerbiediging van de fundamentele vrijheden, de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de democratische beginselen, de rechtsstaat en behoorlijk bestuur;

Erkennend het feit dat interne hervormingen voor meer democratie en markteconomie, enerzijds, en de duurzame beslechting van conflicten, anderzijds, met elkaar verbonden zijn. Om die reden zullen duurzame processen voor democratische hervormingen in de Republiek Armenië een steun zijn voor de opbouw van vertrouwen en stabiliteit in de hele regio;

Zich verbindend tot verdere bevordering van de politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling van de Republiek Armenië, onder meer door de ontwikkeling van de civiele samenleving, de opbouw van instellingen, de hervorming van het openbare bestuur en het ambtenarenapparaat, de bestrijding van corruptie, meer handel en economische samenwerking, inclusief goed bestuur op het gebied van belastingen, de vermindering van de armoede en verregaande samenwerking over een breed spectrum van gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals justitie, vrijheid en veiligheid;

Zich verbindend tot volledige tenuitvoerlegging van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948, het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950 en de Slotakte van Helsinki van 1975 van de OVSE;

Herinnerend aan de wil van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten binnen overeengekomen vormen, in het bijzonder door nauw samen te werken in het kader van de Verenigde Naties (VN) en de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE);

Zich verbindend tot de internationale verplichtingen tot bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake ontwapening en non-proliferatie, alsook nucleaire veiligheid en beveiliging;

Erkennend dat de actieve deelname van de Republiek Armenië aan regionale samenwerkingsvormen van belang is, met inbegrip van de regionale samenwerkingsvormen die door de Europese Unie worden ondersteund; erkennend het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan;

Ernaar strevend de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie en de relevante beleidspunten van de Republiek Armenië; erkennend het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan;

Erkennend het belang van de verbintenis van de Republiek Armenië tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict in Nagorno-Karabakh te komen, en de noodzaak om een dergelijke oplossing zo spoedig mogelijk te bereiken, in het kader van de onderhandelingen die worden geleid door de voorzitters van de Minsk-groep van de OVSE; tevens erkennend de noodzaak om deze oplossing te bereiken op basis van de doelstellingen en beginselen die zijn vervat in het Handvest van de Verenigde Naties en in de Slotakte van Helsinki van de OVSE, meer bepaald die betrekking hebben op het afzien van de dreiging met of het gebruik van geweld, op de territoriale integriteit van staten, en op gelijke rechten voor en zelfbeschikking van de volkeren, en die zijn weerspiegeld in alle verklaringen die zijn uitgegeven in het kader van het dubbele voorzitterschap van de Minsk-groep van de OVSE sinds de 16e OVSE-ministerraad van 2008; tevens nota nemend van de duidelijke verbintenis van de Europese Unie om dit proces voor een oplossing te steunen;

Zich inzettend voor het voorkomen en bestrijden van corruptie, het bestrijden van georganiseerde misdaad, en meer samenwerking bij terrorismebestrijding;

Zich inzettend voor een verdieping van hun dialoog en samenwerking op het gebied van migratie, asiel en grensbeheer, via een integrale aanpak met aandacht voor reguliere migratie, en voor samenwerking gericht op het aanpakken van irreguliere migratie, mensenhandel en de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, die op 1 januari 2014 in werking is getreden (de overnameovereenkomst);

Opnieuw bevestigend dat de toegenomen mobiliteit van de burgers van de partijen in een veilige en goed beheerde omgeving een elementaire doelstelling blijft, en overwegend te zijner tijd een visumdialoog in te stellen met de Republiek Armenië, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit is voldaan, met inbegrip van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, die op 1 januari 2014 in werking is getreden (de visumversoepelingsovereenkomst) en de overnameovereenkomst;

Zich inzettend voor de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Europese Unie bevestigend om bij te dragen tot de economische hervormingen in de Republiek Armenië;

Erkennend de bereidheid van de partijen om de economische samenwerking te verdiepen, met inbegrip van handelsgerelateerde kwesties, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van de partijen, en door de transparante en niet-discriminatoire toepassing van deze rechten en plichten;

Ervan overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en de stimulering van concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering;

Zich inzettend voor de eerbiediging van de beginselen van duurzame ontwikkeling,

Zich inzettend voor de inachtneming van milieubescherming met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking en tenuitvoerlegging van multilaterale internationale overeenkomsten;

Zich inzettend voor de verbetering van de zekerheid en veiligheid van de energievoorziening, door de ontwikkeling van geschikte infrastructuur te vergemakkelijken, door betere marktintegratie en geleidelijke aanpassing aan kernaspecten van het EU-acquis, waarnaar hierna wordt verwezen, onder meer door de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, rekening houdend met de verbintenissen van de Republiek Armenië tot naleving van de beginselen van gelijke behandeling van energie leverende, energie doorvoerende en energie verbruikende landen;

Zich inzettend voor een hoge mate van nucleaire veiligheid en beveiliging, zoals hieronder uiteengezet;

Erkennend dat meer samenwerking op energiegebied nodig is, en dat de partijen het engagement zijn aangegaan om de bepalingen van het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest volledig te respecteren;

Ernaar strevend het niveau van de volksgezondheid en veiligheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, met respect voor de beginselen van duurzame ontwikkeling, ecologische behoeften en klimaatverandering;

Zich inzettend voor meer contacten van mens tot mens, onder meer door samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap en technologie, onderwijs en cultuur, jongeren en sport;

Zich inzettend voor de bevordering van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking;

Erkennend de verbintenis van de Republiek Armenië om de wetgeving van het land in de relevante sectoren geleidelijk aan te passen aan die van de Europese Unie, dezelve doeltreffend uit te voeren in het kader van de ruimere hervormingspogingen, en de bestuurlijke en institutionele capaciteit te ontwikkelen in de mate die nodig is voor de toepassing van deze overeenkomst, alsook erkennend de voortdurende steun van de Europese Unie, overeenkomstig alle beschikbare samenwerkingsinstrumenten, met inbegrip van technische, financiële en economische bijstand in samenhang met die verbintenis, rekening houdend met het ritme van de hervormingen en de economische behoeften van de Republiek Armenië;

Wijzend op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie, die door de EU zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zouden zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve bilaterale betrekkingen, de Republiek Armenië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden is/zijn door dergelijke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zouden mogelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden genomen, niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij zij te kennen hebben gegeven deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig protocol nr. 21; voorts nota nemend van het feit dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie zouden komen te vallen onder protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat gehecht is aan voornoemde Verdragen,

Zijn als volgt overeengekomen1)[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEU 2018, L 23.] :

TITEL

I

DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

1

Doelstellingen

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

  • a.

    het brede politieke en economische partnerschap en de samenwerking tussen de partijen te bevorderen, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en nauwe banden, met inbegrip van een toenemende betrokkenheid van de Republiek Armenië bij het beleid, de programma’s en de agentschappen van de Europese Unie;

  • b.

    het kader voor een politieke dialoog te versterken op alle terreinen van wederzijds belang, om nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen te bevorderen;

  • c.

    bij te dragen tot de versterking van de democratie en de politieke, economische en institutionele stabiliteit in de Republiek Armenië;

  • d.

    vrede en stabiliteit te bevorderen, te bewaren en te versterken, zowel op regionaal als op internationaal niveau, onder meer door de inspanningen te bundelen om bronnen van spanning weg te nemen, de grensbeveiliging op te schroeven en grensoverschrijdende samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap te bevorderen;

  • e.

    de samenwerking te verbeteren op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, om zo de rechtsstaat en het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te versterken;

  • f.

    mobiliteit en contacten van persoon tot persoon te bevorderen;

  • g.

    steun te verlenen aan de inspanningen van de Republiek Armenië voor de ontwikkeling van haar economische potentieel via internationale samenwerking, ook door de aanpassing van de wetgeving aan die van het EU-acquis, zoals hieronder uiteengezet;

  • h.

    een nauwere handelssamenwerking op te zetten met blijvende samenwerking op het gebied van regelgeving op relevante terreinen, overeenkomstig de rechten en plichten die voortvloeien uit het WTO-lidmaatschap; alsmede

  • i.

    de voorwaarden te scheppen voor steeds nauwere samenwerking op andere terreinen van wederzijds belang.

Artikel

2

Algemene beginselen

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID

Artikel

3

Doelstellingen van de politieke dialoog

Artikel

4

Binnenlandse hervormingen

De partijen werken samen op de volgende terreinen:

  • a.

    de ontwikkeling, consolidatie en verhoging van de stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat;

  • b.

    de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

  • c.

    verdere vooruitgang met de hervorming van de rechterlijke macht en de wetgeving, om de onafhankelijkheid, kwaliteit en doeltreffendheid van de rechterlijke macht, de openbare aanklager en de rechtshandhaving te garanderen;

  • d.

    versterking van de bestuurlijke capaciteit en waarborging van de onpartijdigheid en doeltreffendheid van de organen voor rechtshandhaving;

  • e.

    voortzetting van de hervormingen van de overheidsdiensten en opbouw van een verantwoordelijk, efficiënt, transparant en professioneel overheidsapparaat; alsmede

  • f.

    een doeltreffende corruptiebestrijding, in het bijzonder met het oog op de versterking van de internationale samenwerking inzake corruptiebestrijding en een doeltreffende tenuitvoerlegging van de desbetreffende internationale rechtsinstrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003.

Artikel

5

Buitenlands en veiligheidsbeleid

Artikel

6

Ernstige misdaden waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd en het Internationaal Strafhof

Artikel

7

Conflictpreventie en crisisbeheersing

De partijen intensiveren per geval de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheersing, in het bijzonder met het oog op de mogelijke deelname van de Republiek Armenië aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheersing onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen.

Artikel

8

Regionale stabiliteit en de vreedzame oplossing van conflicten

Artikel

9

Massavernietigingswapens, non-proliferatie en ontwapening

Artikel

10

Handvuurwapens en lichte wapens en de controle op de uitvoer van conventionele wapens

Artikel

11

Bestrijding van terrorisme

TITEL

III

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel

12

De rechtsstaat en respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden

Artikel

13

Bescherming van persoonsgegevens

De partijen komen overeen samen te werken om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen overeenkomstig de internationale rechtsinstrumenten en -normen van de Europese Unie, de Raad van Europa en andere internationale organen.

Artikel

14

Samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer

Artikel

15

Verkeer van personen en overname

Artikel

16

Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie

Artikel

17

Drugs

Artikel

18

Witwassen van geld en terrorismefinanciering

Artikel

19

Samenwerking in de strijd tegen terrorisme

Artikel

20

Juridische samenwerking

Artikel

21

Consulaire bescherming

De Republiek Armenië stemt ermee in dat de consulaire en diplomatieke autoriteiten van alle vertegenwoordigde lidstaten bescherming bieden aan alle onderdanen van een lidstaat die niet over een permanente vertegenwoordiging in de Republiek Armenië beschikt die effectief in staat is in een concreet geval consulaire bescherming te bieden, op dezelfde voorwaarden als aan de onderdanen van de betrokken lidstaat.

TITEL

IV

ECONOMISCHE SAMENWERKING

HOOFDSTUK

1

ECONOMISCHE DIALOOG

Artikel

22

Artikel

23

De partijen komen daartoe overeen een regelmatige economische dialoog te voeren om:

  • a.

    informatie uit te wisselen over macro-economische trends en beleid, evenals over structurele hervormingen, met inbegrip van strategieën voor economische ontwikkeling;

  • b.

    deskundigheid en beste werkwijzen uit te wisselen op gebieden als overheidsfinanciën, monetair en wisselkoersbeleid, beleid in de financiële sector en economische statistieken;

  • c.

    informatie en ervaringen uit te wisselen over regionale economische integratie, met inbegrip van de werking van de Europese economische en monetaire unie;

  • d.

    de stand van zaken te bekijken van de bilaterale samenwerking op het gebied van economie, financiën en statistiek.

Artikel

24

Regelingen voor interne controle en audit in de openbare sector

De partijen werken samen op het gebied van de interne controle bij de overheid en externe audit, met de volgende doelstellingen:

  • a.

    het ontwikkelen en uitvoeren van het stelsel voor interne controle bij de overheid overeenkomstig het beginsel van gedecentraliseerde verantwoordingsplicht, met inbegrip van een onafhankelijke interne auditfunctie in de gehele overheidssector van de Republiek Armenië, door middel van aanpassing aan algemeen aanvaarde internationale normen en methoden en goede parktijken van de Europese Unie, op basis van het hervormingsprogramma voor interne controle van de overheidsfinanciën dat de regering van de Republiek Armenië heeft goedgekeurd;

  • b.

    de ontwikkeling van een adequaat financieel inspectiesysteem in de Republiek Armenië ter aanvulling op de interne auditfunctie (zonder deze te overlappen);

  • c.

    steunverlening aan de centrale harmonisatie-eenheid voor interne controle van de overheidsfinanciën in de Republiek Armenië en versterking van de capaciteit ervan om het hervormingsproces te sturen;

  • d.

    verdere versterking van de Rekenkamer als de hoogste audit-instantie in de Republiek Armenië, met name wat betreft de financiële, organisatorische en operationele onafhankelijkheid ervan in overeenstemming met internationaal aanvaarde normen voor de externe audit („INTOSAI”); alsmede

  • e.

    de uitwisseling van gegevens, ervaring en goede praktijk.

HOOFDSTUK

2

BELASTINGEN

Artikel

25

De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren.

Artikel

26

Ten aanzien van artikel 25 erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van inlichtingen en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op het niveau van de Europese Unie onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van belastingen en het opzetten van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen van goed bestuur, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten.

Artikel

27

De partijen intensiveren en versterken hun samenwerking bij de verbetering en ontwikkeling van het belastingstelsel en de belastingdienst van de Republiek Armenië, met inbegrip van de verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, de verzekering van doeltreffende belastinginning en de intensivering van de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking. De partijen maken geen onderscheid tussen ingevoerde producten en gelijkaardige binnenlandse producten, overeenkomstig de artikelen I en III van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 („GATT 1994”). De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude en belastingontwijking, in het bijzonder carrouselfraude, alsook met betrekking tot verrekenprijzen en regelingen tegen offshore-activiteiten.

Artikel

28

De partijen ontwikkelen hun samenwerking om tot gezamenlijke beleidsmaatregelen te komenter voorkoming en bestrijding van fraude met en smokkel van accijnsproducten. De samenwerking omvat de uitwisseling van informatie. Met het oog daarop streven de partijen naar meer onderlinge samenwerking binnen de regionale context en overeenkomstig de Kadervovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatieinzake tabaksontmoediging van 2003.

Artikel

29

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

3

STATISTIEKEN

Artikel

30

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistieken en dragen zo bij tot de lange-termijndoelstelling tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. De verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in de Europese Unie en in de Republiek Armenië en hen in staat stelt op basis hiervan gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het EU-acquis inzake statistiek, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde de nationale statistische productie af te stemmen op de Europese normen en standaarden.

Artikel

31

De samenwerking op statistisch gebied is gericht op:

  • a.

    verdere versterking van de capaciteit van het nationale stelsel voor statistiek, inclusief de wettelijke grondslag, de productie van gegevens en metagegevens van goede kwaliteit, verspreidingsbeleid en gebruiksvriendelijkheid, en rekening houdend met gebruikers in de publieke en private sector, de academische wereld en de maatschappij in het algemeen;

  • b.

    verdere aanpassing van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië aan de normen en praktijk die worden gehanteerd in het Europees Statistisch Stelsel;

  • c.

    verfijning van de gegevensverstrekking aan de Europese Unie, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methodologiën, waaronder statistische classificaties;

  • d.

    verbetering van de professionele capaciteit en de bestuurscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de statistieknormen van de Europese Unie te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië;

  • e.

    uitwisseling van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis; alsmede

  • f.

    bevordering van kwaliteitszorg en kwaliteitsbeheer in alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.

Artikel

32

De partijen werken samen in het kader van het Europees Statistisch Stelsel, waarbinnen Eurostat het bureau voor de statistiek van de Europese Unie is. Deze samenwerking moet de professionele onafhankelijkheid van het bureau voor de statistiek en de toepassing van de beginselen van de Praktijkcode Europese statistieken verzekeren, alsook de aandacht richten op de volgende punten:

  • a.

    demografische statistieken, met inbegrip van tellingen en sociale statistieken;

  • b.

    landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen;

  • c.

    bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;

  • d.

    macro-economische statistieken, met inbegrip van nationale rekeningen, statistieken in verband met buitenlandse handel, statistieken in verband met de betalingsbalans en statistieken in verband met buitenlandse directe investeringen;

  • e.

    energiestatistieken, met inbegrip van energiebalansen;

  • f.

    milieustatistieken;

  • g.

    regionale statistieken; alsmede

  • h.

    horizontale activiteiten, met inbegrip van kwaliteitszorg en -beheer, statistische classificaties, opleiding, verspreiding en gebruik van moderne informatietechnologieën.

Artikel

33

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma's reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de verdere afstemming met het EU-acquis inzake statistiek, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees Statistisch Stelsel. Bij de productie van statistische gegevens ligt de nadruk op een groter gebruik van administratieve gegevens en het verder stroomlijnen van statistische enquêtes, rekening houdend met de noodzaak om de responslast te verminderen. De geproduceerde gegevens moeten relevant zijn voor de opzet van en het toezicht op het beleid op de belangrijkste gebieden van het sociale en economische leven.

Artikel

34

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Voor zover mogelijk moeten de activiteiten binnen het Europees Statistisch Stelsel, met inbegrip van de opleiding, openstaan voor deelname van de Republiek Armenië.

Artikel

35

De geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië aan EU-acquis inzake statitsiek verloopt in overeenstemming met het jaarlijks bijgewerkte compendium voor de statistiek van Eurostat, dat door de partijen als bijlage bij deze overeenkomst wordt beschouwd.

TITEL

V

SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN

HOOFDSTUK

1

VERVOER

Artikel

36

De partijen:

  • a.

    vergroten en versterken hun samenwerking inzake vervoer, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;

  • b.

    bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen; en

  • c.

    streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.

Artikel

37

De samenwerking inzake vervoer omvat de volgende gebieden:

  • a.

    de ontwikkeling van een duurzaam nationaal vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, met name om milieuvriendelijke, efficiënte, veilige en betrouwbare vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van vervoersgerelateerde overwegingen in andere beleidsgebieden te bevorderen;

  • b.

    de ontwikkeling van sectorspecifieke strategieën in het licht van het nationale beleid voor het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, over zee, door de lucht en intermodaal (met inbegrip van de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen); dit omvat tevens tijdschema's en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen;

  • c.

    de verbetering van het infrastructuurbeleid, zodat infrastructuurprojecten voor de diverse vervoerswijzen beter kunnen worden geïdentificeerd en geëvalueerd;

  • d.

    de uitwerking van financieringsstrategieën voor onderhoud, capaciteitsbeperkingen en ontbrekende infrastructuurverbindingen, alsmede aansporing en bevordering van de deelname van de private sector aan vervoersprojecten;

  • e.

    de toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;

  • f.

    de samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van vervoerstechnologieën zoals intelligente vervoerssystemen; alsmede

  • g.

    de bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtevaartsystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer.

Artikel

38

Artikel

39

Artikel

40

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

41

HOOFDSTUK

2

SAMENWERKING INZAKE ENERGIE, MET INBEGRIP VAN NUCLEAIRE VEILIGHEID

Artikel

42

Artikel

43

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

44

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan de instrumenten aan als bedoeld in bijlage II en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

3

MILIEU

Artikel

45

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieu-aangelegenheden en dragen zo bij tot de langetermijndoelstelling van duurzame ontwikkeling en een groenere economie. Verwacht wordt dat betere bescherming van het milieu voordelen zal bieden voor burgers en bedrijven in de Europese Unie en in de Republiek Armenië, onder meer door verbetering van de volksgezondheid, het behoud van natuurlijke hulpbronnen, grotere economische en milieu-efficiëntie en door het gebruik van moderne, schonere technologieën die bijdragen aan duurzamere productiepatronen. De partijen werken samen en houden rekening met hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid op het gebied van milieubescherming en de multilaterale overeenkomsten op dat gebied.

Artikel

46

Artikel

47

De partijen zorgen onder voor:

  • a.

    uitwisseling van informatie en deskundigheid;

  • b.

    samenwerking op regionaal en internationaal niveau, in het bijzonder met betrekking tot de multilaterale milieu-overeenkomsten die de partijen hebben geratificeerd; alsmede

  • c.

    waar gepast, samenwerking in het kader van de relevante agentschappen.

Artikel

48

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a.

    de ontwikkeling van een algemene nationale milieustrategie voor de Republiek Armenië, die bestrijkt:

    • i.

      geplande institutionele hervormingen (voorzien van tijdschema's) om de tenuitvoerlegging en handhaving van milieuwetgeving te waarborgen;

    • ii.

      de verdeling van de bevoegdheden voor het milieubeheer over de nationale, regionale en gemeentelijke overheden;

    • iii.

      procedures voor de besluitvorming en uitvoering van besluiten;

    • iv.

      procedures voor het bevorderen van de integratie van milieuzaken in andere beleidsterreinen;

    • v.

      de bevordering van maatregelen voor een groene economie en eco-innovatie, de vaststelling van de nodige personele en financiële middelen en een herzieningsmechanisme; alsmede

  • b.

    de ontwikkeling van sectorspecifieke strategieën voor de Republiek Armenië, met vaststelling van duidelijke tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsstrategieën voor investeringen in infrastructuur en technologie, betreffende:

    • i.

      luchtkwaliteit;

    • ii.

      beheer van waterkwaliteit en watervoorraden;

    • iii.

      afvalbeheer;

    • iv.

      biodiversiteit, natuurbescherming en bosbeheer;

    • v.

      industriële verontreiniging en industriële risico’s; alsmede

    • vi.

      chemicaliën.

Artikel

49

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

50

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage III bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

4

KLIMAATACTIE

Artikel

51

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking om de klimaatverandering te bestrijden. De partijen werken samen en houden rekening met hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, alsook met hun onderlinge afhankelijkheid tussen bilaterale en multilaterale verbintenissen op dat gebied.

Artikel

52

Met de samenwerking worden maatregelen bevorderd op nationaal, regionaal en internationaal niveau, onder meer inzake:

  • a.

    matiging van de klimaatverandering;

  • b.

    aanpassing aan de klimaatverandering;

  • c.

    markt- en niet-marktmechanismen voor de aanpak van de klimaatverandering;

  • d.

    onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, exploitatie, overdracht en verspreiding van nieuwe, innovatieve, veilige en duurzame koolstofarme en aanpassingstechnologieën;

  • e.

    geleidelijke opname van klimaataspecten in het algemene en sectorale beleid; alsmede

  • f.

    bewustmaking, voorlichting en opleiding.

Artikel

53

Artikel

54

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a.

    maatregelen ter uitvoering van de Overeenkomst van Parijs overeenkomstig de beginselen als neergelegd in de onderhavige overeenkomst;

  • b.

    maatregelen ter vergroting van de capaciteit om doeltreffende klimaatactie te ondernemen;

  • c.

    de ontwikkeling van een algemene klimaatstrategie en een actieplan op de lange termijn voor verzachting van en aanpassing aan de klimaatverandering;

  • d.

    de ontwikkeling van kwetsbaarheids- en aanpassingsevaluaties;

  • e.

    de ontwikkeling van een koolstofarm ontwikkelingsplan;

  • f.

    de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van langetermijnmaatregelen ter verzachting van de klimaatverandering door vermindering van de uitstoot van broeikasgassen;

  • g.

    maatregelen ter voorbereiding van emissiehandel;

  • h.

    maatregelen ter bevordering van technologieoverdracht;

  • i.

    maatregelen voor de geleidelijke opname van klimaataspecten in sectorale beleidsdomeinen; alsmede

  • j.

    maatregelen inzake de ozonlaagafbrekende stoffen en gefluoreerde gassen.

Artikel

55

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

56

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage IV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

5

INDUSTRIE- EN ONDERNEMINGSBELEID

Artikel

57

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake het industrie- en ondernemingsbeleid en verbeteren zo het ondernemingsklimaat voor alle marktdeelnemers, maar met bijzondere nadruk op kleine en middelgrote ondernemingen. De versterkte samenwerking moet leiden tot een beter administratief en regelgevingskader voor bedrijven uit de Europese Unie en de Republiek Armenië die in de Europese Unie en in de Republiek Armenië actief zijn en moet gebaseerd zijn op het industriebeleid en het beleid van de Europese Unie inzake kleine en middelgrote ondernemingen, rekening houdend met internationaal erkende beginselen en praktijken op dit gebied.

Artikel

58

De partijen werken samen om:

  • a.

    strategieën voor de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen uit te voeren, op basis van de beginselen van de Small Business Act voor Europa, en toe te zien op het uitvoeringsproces door regelmatige rapportage en dialoog. Deze samenwerking zal tevens aandacht hebben voor micro-ondernemingen en ambachtelijke bedrijven die van zeer groot belang zijn voor zowel de economie van de Europese Unie als die van de Republiek Armenië;

  • b.

    betere randvoorwaarden voor vergroting van het concurrentievermogen door uitwisseling van informatie en goede praktijken tot stand te brengen. Deze samenwerking omvat het beheer van structuurwijzigingen (herstructureringen) en milieu- en energievraagstukken, zoals energie-efficiëntie en schonere productie;

  • c.

    regelgeving en praktijk te vereenvoudigen en rationaliseren, met specifieke aandacht voor de uitwisseling van goede praktijken inzake regelgevingstechniek, ook wat de beginselen van de Europese Unie betreft;

  • d.

    de ontwikkeling van een innovatiebeleid aan te moedigen door middel van uitwisseling van informatie en goede praktijken over de commercialisering van onderzoek en ontwikkeling (waaronder instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven), ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;

  • e.

    meer contacten tussen bedrijven uit de Europese Unie en bedrijven uit de Republiek Armenië en tussen deze bedrijven en de autoriteiten van de Europese Unie en de Republiek Armenië aan te moedigen;

  • f.

    activiteiten op het gebied van exportpromotie in de Republiek Armenië te ondersteunen;

  • g.

    een bedrijfsvriendelijker klimaat, met het oog op een groter groeipotentieel en meer investeringsmogelijkheden te bevorderen; alsmede

  • h.

    de modernisering en herstructurering van de industrie van de Republiek Armenië in bepaalde sectoren te ondersteunen.

Artikel

59

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Hierbij zullen ook vertegenwoordigers worden betrokken van bedrijven uit de Europese Unie en bedrijven uit de Republiek Armenië.

HOOFDSTUK

6

VENNOOTSCHAPSRECHT, BOEKHOUDING EN AUDIT, EN CORPORATE GOVERNANCE

Artikel

60

HOOFDSTUK

7

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BANKWEZEN, VERZEKERINGEN EN ANDERE FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

61

De partijen zijn het eens over het belang van doeltreffende wetgeving en praktijken en over samenwerking op het gebied van financiële diensten, met het oog op:

  • a.

    betere regelgeving inzake financiële diensten;

  • b.

    passende en doeltreffende bescherming van investeerders en consumenten van financiële diensten;

  • c.

    bevordering van de integriteit en de stabiliteit van het mondiale financiële stelsel;

  • d.

    betere samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties;

  • e.

    bevordering van onafhankelijk en doeltreffend toezicht.

HOOFDSTUK

8

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

Artikel

62

De partijen stimuleren de samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij ten behoeve van burgers en bedrijven door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie („ICT”) en betere kwaliteit van dienstverlening tegen betaalbare prijzen. Deze samenwerking dient de toegang tot de elektronische-communicatiemarkt te vereenvoudigen en concurrentie en investeringen in de sector aan te moedigen.

Artikel

63

De samenwerking strekt zich met name uit tot de volgende onderwerpen:

  • a.

    uitwisseling van informatie en beste praktijken over de uitvoering van nationale informatie-maatschappijstrategieën, onder meer met initiatieven ter bevordering van breedbandtoegang, ter verbetering van de netwerkbeveiliging en tot ontwikkeling van openbare onlinediensten;

  • b.

    uitwisseling van informatie, beste praktijken en ervaringen ter bevordering van een omvattend regelgevingskader voor elektronische communicatie, en meer bepaald ter versterking van de bestuurlijke capaciteit van de nationale onafhankelijke regelgevende instantie, voor een beter gebruik van spectrumcapaciteit en ter bevordering van de interoperabiliteit van netwerken in de Republiek Armenië en met de Europese Unie.

Artikel

64

De partijen bevorderen de samenwerking tussen de regelgevende instanties van de Europese Unie en de nationale regelgevende instantie van de Republiek Armenië op het gebied van elektronische communicatie.

Artikel

65

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage V bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

9

TOERISME

Artikel

66

De partijen werken samen op het gebied van het toerisme, met het oog op de verdere ontwikkeling van een concurrerende en duurzame toerismebedrijfstak die economische groei en empowerment bevordert en werkgelegenheid en buitenlandse deviezen genereert.

Artikel

67

De samenwerking op bilateraal, regionaal en Europees niveau wordt gebaseerd op de volgende beginselen:

  • a.

    respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, in het bijzonder in plattelandsgebieden;

  • b.

    het belang van het culturele erfgoed; alsmede

  • c.

    positieve interactie tussen toerisme en milieubehoud.

Artikel

68

De samenwerking richt zich in het bijzonder op de volgende onderwerpen:

  • a.

    uitwisseling van informatie, beste praktijken, ervaring en kennis, onder meer inzake innovatieve technologieën;

  • b.

    totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen openbare, particuliere en gemeenschapsbelangen, teneinde de duurzame ontwikkeling van het toerisme te waarborgen;

  • c.

    bevordering en ontwikkeling van toerismeproducten en -markten, infrastructuur, personele middelen en institutionele structuren, alsook identificatie en eliminatie van belemmeringen voor reisdiensten;

  • d.

    ontwikkeling en uitvoering van een efficiënt beleid en efficiënte strategieën, met inbegrip van de juridische, administratieve en financiële aspecten;

  • e.

    opleiding en capaciteitsopbouw op het gebied van toerisme, teneinde de dienstverlening te verbeteren; alsmede

  • f.

    ontwikkeling en promotie van op de gemeenschap gebaseerd toerisme.

Artikel

69

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

10

LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING

Artikel

70

De partijen werken samen om de ontwikkeling van de landbouw en het platteland te bevorderen, met name door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.

Artikel

71

De samenwerking tussen de partijen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling omvat onder andere de volgende doelstellingen:

  • a.

    vergroten van het wederzijds begrip van het beleid inzake landbouw en plattelandsontwikkeling;

  • b.

    versterken van de bestuurlijke capaciteit op centraal en lokaal niveau voor het plannen, evalueren en tenuitvoerleggen van beleid overeenkomstig de regelgeving van de Europese Unie en beste praktijken;

  • c.

    bevorderen van de modernisering en duurzaamheid van de landbouwproductie;

  • d.

    delen van kennis en beste praktijken in verband met het beleid inzake plattelandsontwikkeling, ter bevordering van het sociale en economische welzijn van plattelandsbewoners;

  • e.

    verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector en van de efficiëntie en transparantie van de markten;

  • f.

    bevorderen van een kwalitatief beleid en controlemechanismen daarvoor, met name geografische aanduidingen en biologische landbouw;

  • g.

    verspreiden van kennis en bevorderen van voorlichtingsdiensten aan landbouwproducenten; alsmede

  • h.

    verbeteren van de harmonisering van kwesties binnen het kader van internationale organisaties waarvan de partijen lid zijn.

HOOFDSTUK

11

VISSERIJ EN MARITIEM BEHEER

Artikel

72

De partijen werken samen ten aanzien van kwesties van wederzijds belang in verband met visserij en maritiem beheer, waarbij zij inzetten op een nauwere bilaterale, multilaterale en internationale samenwerking in de visserijsector.

Artikel

73

De partijen ondernemen gezamenlijke acties, wisselen informatie uit en helpen elkaar ter bevordering van:

  • a.

    verantwoorde visvangst en verantwoord visserijbeheer in overeenstemming met de beginselen van duurzame ontwikkeling, om de visbestanden en ecosystemen gezond te houden; alsmede

  • b.

    samenwerking binnen de relevante multilaterale en internationale organisaties die verantwoordelijk zijn voor het beheer en het behoud van levende aquatische hulpbronnen, met name door het passende internationale toezicht en de instrumenten ter rechtshandhaving te versterken.

Artikel

74

De partijen ondersteunen initiatieven zoals de uitwisseling van ervaringen en het verlenen van steun om te zorgen voor de uitvoering van een duurzaam visserijbeleid, te weten:

  • a.

    beheer van visserij en aquacultuurhulpbronnen;

  • b.

    inspectie en controle van visserij-activiteiten;

  • c.

    inzameling van gegevens over de vangst en de aanvoer, en biologische en economische gegevens;

  • d.

    efficiëntere markten, met name door organisaties van producenten aan te moedigen, informatie aan consumenten te verstrekken, en door handelsnormen en traceerbaarheid;

  • e.

    de duurzame ontwikkeling van gebieden aan een meeroever of met vijvers of een riviermonding, en met een significante werkgelegenheid in de visserijsector; alsmede

  • f.

    institutionele uitwisseling van ervaringen inzake wetgeving voor duurzame aquacultuur en de praktische uitvoering ervan in natuurlijke bassins en kunstmatige meren.

Artikel

75

Rekening houdend met hun samenwerking op het gebied van visserij, vervoer, milieu en andere maritieme beleidsgebieden, werken de partijen tevens samen en verlenen onderlinge bijstand, waar nodig, inzake maritieme kwesties, met name door actief steun te verlenen aan een geïntegreerde benadering van maritieme zaken en goed bestuur in de relevante regionale en internationale fora.

HOOFDSTUK

12

MIJNBOUW

Artikel

76

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake de mijnbouw en de productie van grondstoffen om het wederzijds begrip te bevorderen, het ondernemingsklimaat te verbeteren en informatie-uitwisseling en samenwerking inzake vraagstukken op andere gebieden dan het energiegebied te bevorderen, in het bijzonder wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen.

Artikel

77

De partijen werken samen om de volgende punten te verwezenlijken:

  • a.

    onderlinge uitwisseling van informatie over de ontwikkelingen in de mijnbouw- en grondstoffensectoren;

  • b.

    uitwisseling van informatie over kwesties in verband met grondstoffenhandel met het oog op de bevordering van bilaterale uitwisselingen;

  • c.

    uitwisseling van informatie en beste praktijken in verband met duurzame ontwikkeling in de mijnbouw; alsmede

  • d.

    uitwisseling van informatie en beste werkwijzen in verband met opleiding, vaardigheden en veiligheid in de mijnbouw.

HOOFDSTUK

13

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK, TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING EN INNOVATIE

Artikel

78

De partijen bevorderen samenwerking op alle gebieden van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling en innovatie op basis van wederzijds voordeel en afhankelijk van geschikte en doeltreffende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel

79

De in artikel 78 bedoelde samenwerking bestrijkt:

  • a.

    een beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie;

  • b.

    de facilitering van adequate toegang tot de respectievelijke programma's van elke partij;

  • c.

    initiatieven voor meer onderzoekscapaciteit en de deelname van onderzoeksinstellingen van de Republiek Armenië aan het kaderprogramma van de Europese Unie voor onderzoek;

  • d.

    het stimuleren van gezamenlijke onderzoeksprojecten op alle gebieden van onderzoek en innovatie;

  • e.

    opleidingsactiviteiten en mobiliteitsprogramma’s voor wetenschappers, onderzoekers en ander onderzoekspersoneel betrokken bij activiteiten inzake onderzoek en innovatie van de partijen;

  • f.

    de vergemakkelijking, in het kader van de geldende wetgeving, van het vrije verkeer van onderzoekspersoneel dat deelneemt aan de activiteiten krachtens deze overeenkomst en het grensoverschrijdende verkeer van goederen die voor deze activiteiten worden gebruikt; alsmede

  • g.

    andere vormen van samenwerking voor onderzoek en innovatie op basis van onderlinge overeenstemming.

Artikel

80

Bij het uitvoeren van dergelijke samenwerkingsactiviteiten moet worden gestreefd naar synergieën met activiteiten die worden gefinancierd door het Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie („ISTC”) en andere activiteiten in het kader van de financiële samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië, als bedoeld in titel VII, hoofdstuk 1.

HOOFDSTUK

14

CONSUMENTENBESCHERMING

Artikel

81

De partijen werken samen aan een hoog niveau van consumentenbescherming en aan verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.

Artikel

82

Voor de toepassing van dit hoofdstuk kan de samenwerking omvatten:

  • a.

    het streven naar aanpassing van de consumentenwetgeving van de Republiek Armenië aan die van de Europese Unie, met vermijding van handelsbelemmeringen;

  • b.

    de bevordering van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenbescherming, met inbegrip van consumentenwetgeving en de handhaving daarvan, de veiligheid van consumentenproducten, systemen voor de uitwisseling van informatie, consumentenopvoeding en empowerment, en schadeloosstelling van consumenten;

  • c.

    opleidingsactiviteiten voor overheidsambtenaren en andere vertegenwoordigers van consumentenbelangen; alsmede

  • d.

    de bevordering van de oprichting van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumenten.

Artikel

83

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

15

WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN

Artikel

84

De partijen versterken hun dialoog en samenwerking ter bevordering van de Agenda voor waardig werk van de Internationale Arbeidsorganisatie („ILO”), het werkgelegenheidsbeleid, gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, de sociale bescherming, sociale integratie, gelijke kansen en antidiscriminatie, en dragen aldus bij tot de bevordering van meer en betere banen, armoedebestrijding, betere sociale samenhang, duurzame ontwikkeling en betere levenskwaliteit.

Artikel

85

De samenwerking die is gebaseerd op de uitwisseling van informatie en beste praktijken, kan een aantal kwesties bestrijken op een van de volgende gebieden:

  • a.

    armoedebestrijding en grotere sociale samenhang;

  • b.

    het werkgelegenheidsbeleid, met het oog op meer en betere banen met correcte arbeidsvoorwaarden, onder meer om de informele economie en informele werkgelegenheid terug te dringen;

  • c.

    de bevordering van actieve arbeidsmarktmaatregelen en van doeltreffende arbeidsbemiddelingsdiensten ter modernisering van de arbeidsmarkt en tot aanpassing aan de behoeften van de arbeidsmarkt;

  • d.

    de bevordering van een meer inclusieve arbeidsmarkt en meer inclusieve sociale-opvangsystemen ter integratie van benadeelde bevolkingsgroepen, zoals personen met een handicap en personen uit minderheidsgroepen;

  • e.

    gelijke kansen en antidiscriminatie, ter bevordering van de gelijkheid tussen de geslachten en gelijke kansen voor mannen en vrouwen, alsook ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of ethnische afkomst, godsdienst of geloof, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid;

  • f.

    sociaal beleid gericht op betere sociale bescherming en de modernisering van socialebeschermingsstelsels in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;

  • g.

    de bevordering van de deelname van de sociale partners en van de sociale dialoog, onder meer door een versterking van de capaciteit van alle relevante belanghebbenden;

  • h.

    de bevordering van gezondheid en veiligheid op het werk; alsmede

  • i.

    de bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Artikel

86

De partijen moedigen de participatie aan van alle relevante belanghebbenden, in het bijzonder maatschappelijke organisaties en de sociale partners, in de beleidsontwikkeling en de beleidshervormingen in de Republiek Armenië en in de samenwerking tussen de partijen in het kader van deze overeenkomst.

Artikel

87

De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante regionale, multilaterale en internationale fora en organisaties.

Artikel

88

De partijen bevorderen maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht en moedigen verantwoorde zakelijke praktijken aan, zoals bepleit in de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, het Global Compact van de Verenigde Naties, de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de ILO, en ISO 26000.

Artikel

89

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

90

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

16

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN GEZONDHEID

Artikel

91

De partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van de volksgezondheid om het niveau ervan te verhogen, overeenkomstig gemeenschappelijke waarden en beginselen, en als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei.

Artikel

92

De samenwerking heeft betrekking op de preventie en controle van overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, onder meer door de uitwisseling van gezondheidsinformatie, de bevordering van de integratie van gezondheid in alle beleidsterreinen, samenwerking met internationale organisaties, met name de Wereldgezondheidsorganisatie, evenals door het bevorderen van de uitvoering van internationale gezondheidsovereenkomsten, zoals het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie van 2003 en de Internationale Gezondheidsregeling.

HOOFDSTUK

17

ONDERWIJS, OPLEIDING EN JONGEREN

Artikel

93

De partijen werken samen inzake onderwijs en opleiding om de samenwerking en de beleidsdialoog te versterken, teneinde de onderwijs- en opleidingsstelsels van de Republiek Armenië op één lijn te brengen met het beleid en de praktijken van de Europese Unie. De partijen werken samen ter bevordering van een leven lang leren en moedigen samenwerking en transparantie aan op alle niveaus van onderwijs en opleiding, met speciale aandacht voor beroepsonderwijs en hoger onderwijs.

Artikel

94

De samenwerking op het vlak van onderwijs en opleiding wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:

  • a.

    bevordering van een leven lang leren, dat essentieel is voor groei en werkgelegenheid en volledige participatie van de burger in de maatschappij mogelijk maakt;

  • b.

    modernisering van het onderwijs en de opleidingssystemen, met inbegrip van opleidingsstelsels voor ambtenaren en een verbetering van de kwaliteit, de relevantie en de toegang tijdens de hele opleidingsloopbaan, vanaf de vroegschoolse educatie en opvang tot het hoger onderwijs;

  • c.

    bevordering van convergentie en gecoördineerde hervormingen in het hoger onderwijs op een manier die strookt met de agenda van de Europese Unie voor hoger onderwijs en de Europese ruimte voor hoger onderwijs (Bologna-proces);

  • d.

    versterking van de internationale academische samenwerking, meer deelname aan de samenwerkingsprogramma's van de Europese Unie en de toename van de mobiliteit van studenten en docenten;

  • e.

    aanmoediging van het leren van vreemde talen;

  • f.

    ontwikkeling van het nationale kader voor kwalificaties ter verbetering van de transparantie en de erkenning van kwalificaties en competenties binnen het Europees netwerk van informatiecentra en de nationale informatiecentra inzake de academische erkenning („ENIC-NARIC”), binnen het Europees kwalificatiekader;

  • g.

    meer samenwerking voor de verdere ontwikkeling van beroepsonderwijs en opleiding, rekening houdend met goede praktijken in de Europese Unie; alsmede

  • h.

    verbetering van het begrip van en de kennis over het Europese integratieproces, de academische dialoog over de betrekkingen tussen de EU en het Oostelijk Partnerschap, en de deelname aan alle relevante programma’s van de Europese Unie, met inbegrip van de overheidsdiensten.

Artikel

95

De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van jongeren met het oog op:

  • a.

    versterkte samenwerking en uitwisselingen op het gebied van jongeren en niet-formeel onderwijs voor jongeren en jeugdwerkers;

  • b.

    de vergemakkelijking van de actieve deelname van alle jongeren aan het maatschappelijke leven;

  • c.

    steun voor de mobiliteit van jongeren en jeugdwerkers ter bevordering van de interculturele dialoog en de verwerving van kennis, vaardigheden en bevoegdheden buiten de formele onderwijssystemen, ook door vrijwilligerswerk; alsmede

  • d.

    bevordering van de samenwerking tussen jongerenorganisaties ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties.

HOOFDSTUK

18

SAMENWERKING OP CULTUURGEBIED

Artikel

96

De partijen bevorderen de samenwerking op cultureel gebied en houden terdege rekening met de beginselen die zijn opgenomen in het verdrag van de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur („UNESCO”) betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 2005. De partijen streven naar een regelmatige beleidsdialoog over gebieden van wederzijds belang, zoals de ontwikkeling van de cultuurindustrie in de Europese Unie en de Republiek Armenië. De samenwerking tussen de partijen stimuleert de interculturele dialoog, ook via deelname van de cultuursector en maatschappelijke organisaties van de Europese Unie en de Republiek Armenië.

Artikel

97

Deze samenwerking richt zich onder meer op:

  • a.

    samenwerking en uitwisseling op cultureel gebied;

  • b.

    mobiliteit van kunst en kunstenaars en versterking van de capaciteit van de culturele sector;

  • c.

    interculturele dialoog;

  • d.

    cultuurbeleidsdialoog;

  • e.

    het programma Creatief Europa; alsmede

  • f.

    samenwerking in internationale fora zoals de UNESCO en de Raad van Europa, om de culturele diversiteit te ontwikkelen en te behouden en het culturele en historische erfgoed beter te benutten.

HOOFDSTUK

19

SAMENWERKING OP AUDIOVISUEEL EN MEDIAGEBIED

Artikel

98

De partijen bevorderen samenwerking op audiovisueel gebied. De samenwerking biedt versterking aan de audiovisuele sector in de Europese Unie en de Republiek Armenië, meer bepaald door de opleiding van beroepsbeoefenaars en de uitwisseling van informatie.

Artikel

99

Artikel

100

Deze samenwerking richt zich onder meer op:

  • a.

    een dialoog over audiovisueel en mediabeleid;

  • b.

    samenwerking in internationale fora (zoals UNESCO en de WTO); alsmede

  • c.

    samenwerking op audiovisueel en mediagebied, waaronder samenwerking op het gebied van de cinema.

HOOFDSTUK

20

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN SPORT EN BEWEGING

Artikel

101

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van sport en beweging, meer bepaald door de uitwisseling van informatie en goede praktijken ten behoeve van een gezonde levensstijl, goed bestuur en de sociale en educatieve waarden van sport, om bedreigingen voor de sport zoals doping, wedstrijdvervalsing, racisme en geweld tegen te gaan, binnen de Europese Unie en de Republiek Armenië.

HOOFDSTUK

21

MAATSCHAPPELIJKE SAMENWERKING

Artikel

102

De partijen voeren een dialoog over maatschappelijke samenwerking, met de volgende doelstellingen:

  • a.

    het intensiveren van de contacten en de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen alle maatschappelijke sectoren in de Europese Unie en de Republiek Armenië;

  • b.

    het verzekeren van een betere kennis en begrip van de Republiek Armenië, ook van haar geschiedenis en cultuur, in de Europese Unie en meer bepaald bij maatschappelijke organisaties die in de lidstaten zijn gevestigd, waardoor mogelijkheden en uitdagingen van toekomstige betrekkingen beter worden begrepen; alsmede

  • c.

    het verkrijgen van meer kennis van en inzicht in de Republiek Armenië over de Europese Unie, en in het bijzonder bij de maatschappelijke organisaties in de Republiek Armenië, met onder meer aandacht voor de waarden waarop de Europese Unie is gebaseerd, haar beleid en haar werking.

Artikel

103

Artikel

104

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt door de partijen een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

22

REGIONALE ONTWIKKELING, GRENSOVERSCHRIJDENDE EN REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

105

Artikel

106

Artikel

107

Artikel

108

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

23

CIVIELE BESCHERMING

Artikel

109

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid en de multilaterale activiteiten op dat gebied.

Artikel

110

De samenwerking is gericht op een betere preventie van, en voorbereiding en respons op natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.

Artikel

111

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en voeren gezamenlijke activiteiten uit op bilaterale basis en/of in het kader van multilaterale programma's. De samenwerking kan onder meer verlopen via de tenuitvoerlegging van specifieke overeenkomsten en/of administratieve regelingen die de partijen op het gebied van civiele bescherming met elkaar hebben gesloten. De partijen kunnen gezamenlijk specifieke richtsnoeren en/of werkplannen overeenkomen voor de overwogen of geplande activiteiten in het kader van deze overeenkomst.

Artikel

112

De samenwerking kan onder meer de volgende doelstellingen bestrijken:

  • a.

    de uitwisseling van contactgegevens en de regelmatige bijwerking ervan om de continuïteit van de dialoog te waarborgen en om elkaar 24 uur per dag te kunnen bereiken;

  • b.

    vergemakkelijking van wederzijdse bijstand bij ernstige noodsituaties, waar nodig en afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende middelen;

  • c.

    de uitwisseling, 24 uur per dag, van vroegtijdige waarschuwingen en geactualiseerde informatie over grootschalige noodsituaties die de Europese Unie of de Republiek Armenië treffen, alsmede verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;

  • d.

    de uitwisseling van informatie over het verstrekken van bijstand door de partijen aan derde landen voor noodsituaties waarvoor het mechanisme voor civiele bescherming van de EU wordt geactiveerd;

  • e.

    samenwerking inzake gastlandsteun bij verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;

  • f.

    uitwisseling van beste praktijken en richtlijnen inzake de preventie van, paraatheid voor en respons op rampen;

  • g.

    samenwerking inzake rampenrisicovermindering door onder meer: verbanden tussen instellingen en belangenbehartiging; informatie, onderwijs en communicatie; beste praktijken ter voorkoming of verzachting van de gevolgen van natuurrampen;

  • h.

    samenwerking om de kennis over rampen en risico’s en risicobeoordeling voor rampenbeheer te verbeteren;

  • i.

    samenwerking ten aanzien van de beoordeling van de gevolgen van rampen voor het milieu en de volksgezondheid;

  • j.

    de uitnodiging van deskundigen voor specifieke technische werkgroepen en symposia over civiele-beschermingsvraagstukken;

  • k.

    de uitnodiging, per geval, van waarnemers voor specifieke oefeningen en opleidingsactiviteiten die door de Europese Unie en/of de Republiek Armenië worden georganiseerd; alsmede

  • l.

    de versterking van de samenwerking inzake de doeltreffendste wijze om de beschikbare civiele beschermingscapaciteit in te zetten.

TITEL

VI

HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

HOOFDSTUK

1

HANDEL IN GOEDEREN

Artikel

113

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

114

Nationale behandeling

Elke partij behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan deel uitmaken.

Artikel

115

Invoerrechten en -heffingen

Elke partij past invoerrechten en -heffingen toe overeenkomstig de verplichtingen van de WTO-Overeenkomst.

Artikel

116

Uitvoerrechten, belastingen of andere heffingen

Geen van beide partijen stelt douanerechten, belastingen of andere heffingen vast of handhaaft deze, ter zake van of in verband met de uitvoer van voor het grondgebied van de andere partij bestemde goederen, die hoger zijn dan deze welke op soortgelijke, voor verkoop in het binnenland bestemde goederen worden geheven.

Artikel

117

Invoer- en uitvoerbeperkingen

Artikel

118

Gereviseerde goederen

Artikel

119

Tijdelijke invoer van goederen

De partijen verlenen elkaar ontheffing van invoerheffingen en -rechten op tijdelijk ingevoerde goederen, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in voor hen bindende internationale overeenkomsten op dit gebied. Deze ontheffing wordt toegepast volgens de wet- en regelgeving van elke partij.

Artikel

120

Doorvoer

De partijen achten het beginsel van de vrije doorvoer een essentiële voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst. In dat verband verlenen de partijen vrije doorvoer over hun douanegebied aan goederen die zijn verzonden uit of zijn bestemd voor het douanegebied van de andere partij, in overeenstemming met artikel V van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan deel uitmaken.

Artikel

121

Handelsbescherming

Artikel

122

Uitzonderingen

HOOFDSTUK

2

DOUANE

Artikel

123

Douanesamenwerking

Artikel

125

Douanewaarde

Artikel

126

Subcomité douane

HOOFDSTUK

3

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

127

Doel

Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen tussen de partijen te faciliteren, door een kader te bieden voor de preventie, identificatie en wegwerking van onnodige handelsbelemmeringen binnen het toepassingsgebied van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst is opgenomen.

Artikel

128

Toepassingsgebied en definities

Artikel

129

Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen

De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die hierbij in de onderhavige overeenkomst wordt opgenomen en hier deel van uitmaakt.

Artikel

130

Samenwerking op het gebied van technische handelsbelemmeringen

Artikel

131

Markering en etikettering

Artikel

132

Transparantie

HOOFDSTUK

4

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

133

Doel

Dit hoofdstuk heeft tot doel de beginselen uiteen te zetten die van toepassing zijn op sanitaire en fytosanitaire maatregelen in de handel tussen de partijen, alsook op de samenwerking op het gebied van dierenwelzijn. Deze beginselen worden door de partijen toegepast op een wijze die de handel faciliteert en tegelijk het beschermingsniveau van elke partij op het gebied van het leven of de gezondheid van mensen, dieren en planten garandeert.

Artikel

135

Beginselen

Artikel

136

Invoervereisten

Artikel

137

Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

Artikel

138

Inspecties en audits

De partij van invoer kan op eigen kosten inspecties en audits uitvoeren op het grondgebied van de partij van uitvoer om de inspectie- en certificatiesystemen van deze laatste te evalueren. Deze inspecties en audits worden uitgevoerd overeenkomstig de relevante internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen.

Artikel

139

Uitwisseling van informatie en samenwerking

Artikel

140

Transparantie

Elke partij zal:

  • a.

    streven naar transparantie met betrekking tot sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn en in het bijzonder met betrekking tot de sanitaire en fytosanitaire voorschriften die gelden voor invoer van de andere partij;

  • b.

    kennisgeving op verzoek van de andere partij, binnen twee maanden na de datum van een daartoe strekkend verzoek, van de sanitaire en fytosanitaire vereisten voor de invoer van specifieke producten en of een risicobeoordeling nodig is; alsmede

  • c.

    kennisgeving aan de andere partij van elk ernstig of significant openbaar risico in verband met dieren- of plantengezondheid, met inbegrip van voedselnoodsituaties. Deze kennisgeving geschiedt schriftelijk binnen twee werkdagen na de datum waarop dat risico is vastgesteld.

HOOFDSTUK

5

HANDEL IN DIENSTEN, VESTIGING EN ELEKTRONISCHE HANDEL

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

141

Doelstelling, reikwijdte en toepassingsgebied

Artikel

142

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratief optreden of in enige andere vorm;

  • b.

    „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen genomen door:

    • i.

      een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit van een partij; alsmede

    • ii.

      een niet-gouvernementele organisatie van een partij bij de uitoefening van bevoegdheden die zijn gedelegeerd door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten van die partij;

  • c.

    „natuurlijke persoon van een partij”: een onderdaan van een lidstaat of van de Republiek Armenië volgens hun respectievelijke wetgeving;

  • d.

    „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • e.

    „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat en van de Europese Unie respectievelijk de Republiek Armenië is opgericht, en die op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, respectievelijk op dat van de Republiek Armenië, zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft;een rechtspersoon die alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, of op dat van de Republiek Armenië, wordt niet als rechtspersoon van de Europese Unie respectievelijk van de Republiek Armenië beschouwd, tenzij zijn handelingen een daadwerkelijke en duurzame band met de economie van de Europese Unie respectievelijk de Republiek Armenië hebben;

  • f.

    niettegenstaande de vorige leden, geldt dat buiten de Europese Unie of de Republiek Armenië gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat respectievelijk de Republiek Armenië zeggenschap hebben, ook worden beschouwd als begunstigden van de bepalingen van deze overeenkomst, indien hun schepen overeenkomstig hun respectievelijke wetgeving in een lidstaat of de Republiek Armenië zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat of van de Republiek Armenië voeren;

  • g.

    „dochteronderneming van een rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft2)Een rechtspersoon heeft zeggenschap over een andere rechtspersoon wanneer eerstgenoemde rechtspersoon bevoegd is een meerderheid van de bestuurders van die andere rechtspersoon te benoemen of de handelingen van die andere rechtspersoon anderszins te sturen.;

  • h.

    „filiaal van een rechtspersoon”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, met een eigen managementstructuur en de nodige materiële voorzieningen om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij hoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • i.

    „vestiging”:

    • i.

      betekent, wat rechtspersonen van een partij betreft, rechtspersonen die economische activiteiten opnemen en uitoefenen door oprichting, met inbegrip van verwerving, van een rechtspersoon of van een filiaal of een vertegenwoordigingskantoor in de Europese Unie respectievelijk de Republiek Armenië;

    • ii.

      betekent, wat natuurlijke personen van een partij betreft, natuurlijke personen die economische activiteiten opnemen en uitoefenen als zelfstandige, alsmede door de oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen, waarover zij daadwerkelijk zeggenschap hebben;

  • j.

    „economische activiteiten”: omvatten activiteiten met een industrieel, commercieel en professioneel karakter, alsmede activiteiten van ambachtslieden, behoudens activiteiten die worden uitgevoerd bij de uitoefening van overheidsgezag;

  • k.

    „handelingen”: het verrichten van economische activiteiten;

  • l.

    „diensten”: alle diensten in elke sector, behalve diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;

  • m.

    „bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten en andere activiteiten”: elke dienst of activiteit die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers wordt verleend;

  • n.

    „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:

    • i.

      vanaf het grondgebied van een partij op het grondgebied van de andere partij; of

    • ii.

      op het grondgebied van een partij ten behoeve van de gebruiker van de dienst van de andere partij;

  • o.

    „dienstverlener uit een partij”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die een dienst verleent of wenst te verlenen; alsmede

  • p.

    „ondernemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit uitoefent of wenst uit te oefenen.

AFDELING

B

VESTIGING

Artikel

143

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen die door de partijen zijn vastgesteld of worden gehandhaafd en die van invloed zijn op vestiging met betrekking tot alle economische activiteiten, met uitzondering van:

  • a.

    de winning, vervaardiging en verwerking3)Voor alle duidelijkheid: de verwerking van nucleair materiaal omvat alle activiteiten van code 2330 van de herziene versie 3.1 van de VN ISIC classificatie. van nucleair materiaal;

  • b.

    de productie van en handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c.

    audiovisuele diensten;

  • d.

    nationale maritieme cabotage4)Behoudens de activiteiten die onder de betreffende nationale wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale maritieme cabotage in de zin van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in de Republiek Armenië of een lidstaat, en een andere haven of locatie in de Republiek Armenië of een lidstaat, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en op verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in de Republiek Armenië of een lidstaat., alsmede

  • e.

    binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten5)De voorwaarden voor wederzijdse toegang tot de markt op het gebied van luchtvervoer worden geregeld door de overeenkomst tussen de partijen betreffende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke luchtvaartruimte., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen die daarvoor uit de dienst worden genomen;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

    • iv.

      grondafhandelingsdiensten; alsmede

    • v.

      exploitatie van luchthavens.

Artikel

144

Nationale behandeling en behandeling als meest begunstigde natie

Artikel

145

Evaluatie

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van de voorwaarden voor vestiging evalueert het Partnerschapscomité, in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, regelmatig het juridische kader voor vestiging8) Dit omvat tevens dit hoofdstuk en de bijlagen VIII-A en VIII-E. en het vestigingsklimaat.

Artikel

146

Andere overeenkomsten

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat de rechten van investeerders van de partijen op een gunstigere behandeling waarin is voorzien in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat en de Republiek Armenië partij zijn, worden beperkt.

Artikel

147

Norm voor behandeling van filialen en vertegenwoordigingskantoren

AFDELING

C

GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel

148

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening, met uitzondering van:

  • a.

    audiovisuele diensten;

  • b.

    nationale maritieme cabotage9)Behoudens de activiteiten die volgens de relevante nationale wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, omvat nationale maritieme cabotage in het kader van dit hoofdstuk het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een plaats in de Republiek Armenië of een lidstaat en een andere haven of plaats in de Republiek Armenië of een lidstaat, met inbegrip van het continentaal plat zoals gedefinieerd in het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties, en verkeer dat vertrekt uit en aankomt in dezelfde haven of plaats in de Republiek Armenië of een lidstaat.; alsmede

  • c.

    binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten10)De voorwaarden voor wederzijdse toegang tot de markt op het gebied van luchtvervoer worden geregeld door de overeenkomst tussen de partijen betreffende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke luchtvaartruimte., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen die daarvoor uit de dienst worden genomen;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen („CRS”);

    • iv.

      grondafhandelingsdiensten; alsmede

    • v.

      exploitatie van luchthavens.

Artikel

149

Markttoegang

Artikel

150

Nationale behandeling

Artikel

151

Lijsten van verbintenissen

Artikel

152

Evaluatie

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen herziet het Partnerschapscomité, in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, regelmatig de in de artikelen 149 tot en met 151 bedoelde lijsten van verbintenissen. Bij deze evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met het proces van geleidelijke aanpassing, als bedoeld in de artikelen 169, 180 en 192, en de impact daarvan op de afschaffing van resterende belemmeringen voor de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen.

AFDELING

D

TIJDELIJK VERBLIJF VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel

153

Toepassingsgebied en definities

Artikel

154

Stafpersoneel en trainees

Artikel

155

Handelsvertegenwoordigers

Voor elke sector waarvoor verbintenissen overeenkomstig afdeling B of C worden aangegaan, staat elk van beide partijen, behoudens de in bijlage VIII-C opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van handelsvertegenwoordigers toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden.

Artikel

156

Dienstverleners op contractbasis

Artikel

157

Beoefenaren van een vrij beroep

Overeenkomstig de bijlagen VIII-D en VIII-G staat elke partij toe dat beoefenaren van een vrij beroep van de andere partij op haar grondgebied diensten verlenen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a.

    de natuurlijke personen leveren voor het verlenen van een dienst tijdelijk arbeidsprestaties als op het grondgebied van de andere partij gevestigde zelfstandige, en hebben een dienstencontract gesloten voor een periode van maximaal twaalf maanden;

  • b.

    de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, hebben op de datum van indiening van het verzoek om toegang tot dat grondgebied ten minste zes jaar beroepservaring in de economische sector waarop de opdracht betrekking heeft;

  • c.

    de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, zijn in het bezit van:

    • i.

      een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau blijkt18)Wanneer de graad of kwalificatie niet is verkregen in de partij waar de dienst wordt verleend, kan die partij beoordelen of deze gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad.; alsmede

    • ii.

      de beroepskwalificaties die de wet- of regelgeving of andere maatregelen van de partij waar de dienst wordt verleend, voorschrijven voor het uitoefenen van een activiteit;

  • d.

    de toelating tot en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op het grondgebied van de betrokken partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal zes maanden, dan wel, wat Luxemburg aangaat, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden dan wel voor de duur van de opdracht indien deze een kortere looptijd heeft; alsmede

  • e.

    de krachtens dit artikel verleende toegang betreft uitsluitend de dienstenactiviteit waarop de opdracht betrekking heeft, en geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de partij waar de dienst wordt verleend.

AFDELING

E

REGELGEVINGSKADER

ONDERAFDELING

I

NATIONALE REGELGEVING

Artikel

158

Toepassingsgebied en definities

Artikel

159

Voorwaarden voor het verlenen van vergunningen en kwalificaties

Artikel

160

Vergunnings- en kwalificatieprocedures

ONDERAFDELING

II

ALGEMEEN TOEPASSELIJKE BEPALINGEN

Artikel

161

Wederzijdse erkenning

Artikel

162

Transparantie en bekendmaking van vertrouwelijke informatie

ONDERAFDELING

III

DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel

163

Afspraak over diensten in verband met computers

ONDERAFDELING

IV

POSTDIENSTEN21) Deze afdeling heeft betrekking op zowel CPC 7511 als CPC 7512.

Artikel

164

Toepassingsgebied en definities

Artikel

165

Preventie van marktverstorende praktijken

Elke partij garandeert dat een verstrekker van postdiensten die tot universele dienst verplicht is, of een postmonopolie heeft, geen marktverstorende praktijken opzet, zoals:

  • a.

    het gebruik van inkomsten die zijn verkregen uit dergelijke diensten, om de levering van expresbesteldiensten of enige andere niet-universele besteldienst te kruissubsidiëren; alsmede

  • b.

    bonrechtmatig differentiëren tussen consumenten, zoals bedrijven, aanbieders van grote partijen post of tussenpersonen, met betrekking tot tarieven of andere voorwaarden voor de levering van een dienst waarvoor een verplichting tot universele dienst of een postmonopolie geldt.

Artikel

166

Universele dienst

Artikel

167

Vergunningen

Artikel

168

Onafhankelijkheid van de regelgevende instantie

De regelgevende instantie is juridisch gescheiden van en niet aansprakelijk jegens verleners van post- en koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instantie neemt en de procedures die zij volgt, zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers onpartijdig.

Artikel

169

Geleidelijke aanpassing

De partijen erkennen het belang van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië inzake postdiensten aan die van de Europese Unie.

ONDERAFDELING

V

NETWERKEN EN DIENSTEN VOOR ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE

Artikel

170

Toepassingsgebied en definities

Artikel

171

Regelgevende autoriteit

Artikel

172

Vergunning voor het verlenen van elektronische-communicatienetwerken en -diensten

Artikel

173

Schaarse middelen

Artikel

174

Toegang en interconnectie

Artikel

175

Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote aanbieders

Elke partij neemt of handhaaft passende maatregelen om te voorkomen dat aanbieders die alleen of met anderen gezamenlijk een grote aanbieder zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen. In dit verband wordt onder meer onder concurrentiebeperkende praktijken verstaan:

  • a.

    het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring;

  • b.

    het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; alsmede

  • c.

    het niet tijdig aan andere aanbieders beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze aanbieders voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel

176

Universele dienst

Artikel

177

Nummerportabiliteit

Elke partij draagt er zorg voor dat aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten nummerportabiliteit aanbieden tegen redelijke voorwaarden.

Artikel

178

Vertrouwelijkheid van inlichtingen

Elke partij waarborgt het vertrouwelijke karakter van elektronische communicatie die via een openbaar elektronische-communicatienetwerk en via openbare elektronische-communicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel

179

Oplossing van geschillen inzake elektronische communicaties

Artikel

180

Geleidelijke aanpassing

De partijen erkennen het belang van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië inzake elektronische-communicatienetwerken aan die van de Europese Unie.

ONDERAFDELING

VI

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

181

Toepassingsgebied en definities

Artikel

182

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

183

Doeltreffende en transparante regelgeving

Artikel

184

Nieuwe financiële diensten

Elke partij staat verleners van financiële diensten uit de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen die soortgelijk zijn aan diensten voor het verlenen waarvan zij krachtens haar interne wetgeving onder vergelijkbare omstandigheden aan haar eigen verleners van financiële diensten toestemming zou verlenen. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en de vergunning kan uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen, overeenkomstig artikel 182.

Artikel

185

Gegevensverwerking

Artikel

186

Specifieke uitzonderingen

Artikel

187

Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelname aan dan wel toegang tot een zelfregulerend lichaam, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, clearinmaatschappijen of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van de artikelen 144 en 150 worden nageleefd.

Artikel

188

Clearing- en betalingssystemen

Onder de voorwaarden voor toekenning van nationale behandeling als bedoeld in de artikelen 144 en 150, verschaft elke partij aan op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten van de andere partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt geen toegang te verschaffen tot de faciliteiten van kredietverstrekker in laatste instantie van een partij.

Artikel

189

Financiële stabiliteit en regulering van financiële diensten in de Republiek Armenië

De partijen erkennen het belang van een adequate regulering van de financiële diensten om de financiële stabiliteit, eerlijke en efficiënte markten en de bescherming van investeerders, depositohouders, polishouders of personen jegens wie door verleners van financiële diensten een fiduciaire verplichting is aangegaan, te garanderen. Voor deze regulering van de financiële diensten bieden de internationale normen voor beste praktijkstandaarden het algemene ijkpunt, met name de manier waarop zij worden toegepast in de Europese Unie. In die context past de Republiek Armenië haar regulering van de financiële diensten in voorkomend geval aan de wetgeving van de Europese Unie aan.

ONDERAFDELING

VII

VERVOERSDIENSTEN

Artikel

190

Toepassingsgebied en doelstellingen

Deze onderafdeling bevat de beginselen voor de liberalisering, op grond van met de afdelingen B, C en D, van internationale vervoersdiensten.

Artikel

191

Definities

Artikel

192

Geleidelijke aanpassing

De partijen erkennen het belang van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië inzake vervoersdiensten aan die van de Europese Unie.

AFDELING

F

ELEKTRONISCHE HANDEL

ONDERAFDELING

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

193

Doelstelling en beginselen

Artikel

194

Regelgevingsaspecten van elektronische handel

ONDERAFDELING

II

AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel

195

Gebruik van diensten van intermediairs

Beide partijen erkennen dat derde partijen voor activiteiten die een inbreuk vormen op hun binnenlandse wetgeving, gebruik kunnen maken van de diensten van intermediairs. Om rekening te houden met deze mogelijkheid keurt elke partij de in deze onderafdeling genoemde aansprakelijkheidsmaatregelen voor de aanbieders van diensten van intermediairs goed of handhaaft deze.

Artikel

196

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)

Artikel

197

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „caching” (wijze van opslag)

Artikel

198

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „hosting”

Artikel

199

Geen algemene toezichtverplichting

SECTIE

G

UITZONDERINGEN

Artikel

200

Algemene uitzonderingen

Artikel

201

Belastingmaatregelen

De meestbegunstigingsbehandeling die ingevolge dit hoofdstuk wordt toegekend, is niet van toepassing op de belastingbehandeling die de partijen geven of in de toekomst zullen geven op basis van overeenkomsten tussen hen ter voorkoming van dubbele belasting.

Artikel

202

Uitzonderingen met betrekking tot de veiligheid

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat zij:

  • a.

    een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken, wanneer zij meent dat openbaarmaking van die gegevens in strijd is met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;

  • b.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:

    • i.

      verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogstuig;

    • ii.

      betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;

    • iii.

      betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd; of

    • iv.

      in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of

  • c.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van de verplichtingen die zij op zich heeft genomen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

SECTIE

H

INVESTERINGEN

Artikel

203

Evaluatie

Om bilaterale investeringen te vergemakkelijken, evalueren de partijen gezamenlijk het klimaat en het wettelijke kader voor investeringen, uiterlijk binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en met regelmatige tussenpozen daarna. Op basis van die evaluatie overwegen de partijen of het mogelijk is onderhandelingen te openen over een aanvulling van deze overeenkomst met bepalingen inzake investeringen, met inbegrip van de bescherming van investeringen.

HOOFDSTUK

6

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

204

Lopende betalingen

De partijen staan overeenkomstig de artikelen van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds toe dat alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië worden verricht in vrij converteerbare valuta, en stellen geen beperkingen dienaangaande vast.

Artikel

205

Kapitaalverkeer

Artikel

206

Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het kapitaalverkeer vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a.

    noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde; of

  • b.

    noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze titel, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op:

    • i.

      het voorkomen van overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken, of noodzakelijk zijn om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren (faillissement, insolventie en crediteurenbescherming);

    • ii.

      maatregelen vastgesteld of gehandhaafd ter waarborging van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van een partij;

    • iii.

      de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten, opties, futures of andere derivaten;

    • iv.

      financiële verslaglegging of registratie van overdrachten, wanneer die registratie nodig is ter ondersteuning van met de rechtshandhaving of financiële regelgeving belaste instanties; of

    • v.

      waarborging van naleving van beschikkingen of uitspraken in gerechtelijke of administratieve procedures.

Artikel

207

Vrijwaringsmaatregelen

Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden bestaan met betrekking tot, in het geval van de Republiek Armenië, het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid, of, in het geval van de Europese Unie, de werking van de economische en monetaire unie, of wanneer een partij ernstige moeilijkheden ervaart met betrekking tot de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie, of dergelijke moeilijkheden dreigen te ontstaan, kan de betrokken partij voor een periode van ten hoogste één jaar strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van kapitaalbewegingen, betalingen of overdrachten tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië treffen. De partij die de vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de intrekking van deze maatregelen voor.

Artikel

208

Facilitering

De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

7

INTELLECTUELE EIGENDOM

AFDELING

A

DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel

209

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    de productie en commercialisering van vernieuwende en creatieve producten tussen de partijen vergemakkelijken en daardoor bijdragen tot een duurzamere en meer inclusieve economie voor elke partij; alsmede

  • b.

    het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel

210

Aard en toepassingsgebied van verplichtingen

Artikel

211

Uitputting

Elke partij voorziet in een regeling voor de nationale of regionale uitputting van intellectuele-eigendomsrechten.

DEEL

B

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING

I

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

212

Geboden bescherming

Artikel

213

Auteurs

Elke partij voorziet voor auteurs in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun werken, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • b.

    elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;

  • c.

    de mededeling van hun werken aan het publiek, per draad of draadloos, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken aan het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk kunnen zijn; alsmede

  • d.

    de huur en de uitlening van het origineel en van kopieën van hun werken.

Artikel

214

Uitvoerend kunstenaars

Elke partij voorziet voor uitvoerend kunstenaars in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de vastlegging26)Onder „vastlegging” wordt verstaan de opname van geluiden of beelden van hun uitvoeringen, of van de weergave daarvan, door middel waarvan deze kunnen worden waargenomen, gereproduceerd of meegedeeld door middel van een toestel. van hun uitvoeringen;

  • b.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitvoeringen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • c.

    de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitvoeringen, door verkoop of anderszins;

  • d.

    het openbaar maken van vastleggingen van hun uitvoeringen per draad of draadloos, op zodanige manier dat leden van het publiek deze kunnen beluisteren op een door hen individueel gekozen plaats;

  • e.

    de draadloze uitzending en mededeling van hun uitvoeringen aan het publiek, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of op basis van een vastlegging is gemaakt; en

  • f.

    de huur en de uitlening van vastleggingen van hun uitvoeringen.

Artikel

215

Producenten van fonogrammen

Elke partij voorziet voor producenten van fonogrammen in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun fonogrammen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • b.

    hun fonogrammen, met inbegrip van kopieën daarvan, ter beschikking te stellen van het publiek, door verkoop of anderszins;

  • c.

    de beschikbaarstelling van hun fonogrammen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe hebben; alsmede

  • d.

    de huur en de uitlening van hun fonogrammen.

Artikel

216

Omroeporganisaties

Elke partij voorziet voor omroeporganisaties in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de vastleggingen van hun uitzendingen, ongeacht of deze uitzendingen al dan niet via de ether plaatsvinden, uitzendingen per kabel of satelliet daaronder begrepen;

  • b.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitvoeringen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook, ongeacht of deze uitzendingen al dan niet via de ether plaatsvinden, uitzendingen per kabel of satelliet daaronder begrepen;

  • c.

    de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitzendingen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe hebben;

  • d.

    de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitzendingen, door verkoop of anderszins; alsmede

  • e.

    de draadloze heruitzending van hun uitzendingen, alsmede de mededeling aan het publiek van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn.

Artikel

217

Uitzending en mededeling aan publiek

Elke partij voorziet in een recht op grond waarvan een enkele billijke vergoeding wordt uitgekeerd door de gebruiker aan de uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen, wanneer een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram of reproductie daarvan wordt gebruikt voor draadloze uitzending of voor enigerlei mededeling aan het publiek. Elke partij garandeert dat deze vergoeding wordt verdeeld tussen de desbetreffende uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen. Elke partij kan bij gebreke van overeenstemming tussen uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen bepalen volgens welke voorwaarden deze vergoeding tussen hen wordt verdeeld.

Artikel

218

Duur van bescherming

Artikel

219

Bescherming van technische maatregelen

Artikel

220

Bescherming van informatie betreffende beheer van rechten

Artikel

221

Uitzonderingen en beperkingen

Artikel

222

Volgrecht van kunstenaars

Artikel

223

Samenwerking bij collectief beheer van rechten

ONDERAFDELING

II

HANDELSMERKEN

Artikel

224

Internationale overeenkomsten

Elke partij draagt zorg voor het volgende:

Artikel

225

De rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk

Het geregistreerde handelsmerk geeft de houder een uitsluitend recht. Dit recht staat de houder toe, iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economische verkeer te verbieden:

  • a.

    wanneer dat teken gelijk is aan het handelsmerk en gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het handelsmerk is geregistreerd; alsmede

  • b.

    wanneer dat teken identiek is met of lijkt op het handelsmerk en gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten die identiek zijn met of lijken op die waarvoor het handelsmerk is geregistreerd, indien dergelijk gebruik zou leiden tot mogelijke verwarring bij het publiek, met inbegrip van het gevaar van associatie tussen het teken en het handelsmerk.

Artikel

226

Inschrijvingsprocedure

Artikel

227

Bekende handelsmerken

Om uitvoering te geven aan de bescherming van bekende handelsmerken, als bedoeld in artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs van 1967 en in artikel 16, leden 2 en 3, van de TRIPS-Overeenkomst, past elke partij de gezamenlijke aanbeveling betreffende bepalingen inzake de bescherming van bekende handelsmerken van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom („WIPO”) tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20 tot en met 29 september 1999 toe.

Artikel

228

Uitzonderingen op aan handelsmerk verbonden rechten

Elk van beide partijen:

  • a.

    voorziet in een eerlijk gebruik van beschrijvende termen, met inbegrip van geografische aanduidingen, als beperkte uitzondering op de rechten die verbonden zijn aan een handelsmerk; alsmede

  • b.

    kan voorzien in beperkte uitzonderingen op de aan een handelsmerk verbonden rechten.

    Bij het voorzien in dergelijke uitzonderingen wordt door elke partij rekening gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

Artikel

229

Gronden van verval

ONDERAFDELING

III

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

230

Toepassingsgebied

Artikel

231

Gevestigde geografische aanduidingen

Artikel

232

Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen

Artikel

233

Toepassingsgebied van bescherming van geografische aanduidingen

Artikel

234

Gebruiksrecht van geografische aanduidingen

Artikel

235

Verband met handelsmerken

Artikel

236

Handhaving van bescherming

Elke partij handhaaft de bescherming van de geografische aanduidingen overeenkomstig de artikelen 233 tot en met 235 door middel van passende administratieve maatregelen door de openbare autoriteiten. Elke partij handhaaft tevens die bescherming op verzoek van een belanghebbende.

Artikel

237

Overgangsbepalingen

Artikel

238

Algemene voorschriften

Artikel

239

Samenwerking en transparantie

Artikel

240

Subcomité voor geografische aanduidingen

ONDERAFDELING

IV

MODELLEN

Artikel

242

Bescherming van geregistreerde modellen

Artikel

243

Bescherming van niet-geregistreerde modellen

Artikel

244

Uitzonderingen en uitsluitingen

Artikel

245

Relatie met auteursrecht

Een model kan vanaf de datum waarop het is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht van een partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, worden door elke partij overeenkomstig haar eigen wet- en regelgeving vastgesteld.

ONDERAFDELING

V

OCTROOIEN

Artikel

247

Octrooien en volksgezondheid

Artikel

248

Aanvullend beschermingscertificaat

ONDERAFDELING

VI

NIET OPENBAAR GEMAAKTE INFORMATIE

Artikel

249

Toepassingsgebied van de bescherming van bedrijfsgeheimen

Artikel

250

Civielrechtelijke procedures en maatregelen voor bedrijfsgeheimen

Artikel

251

Bescherming van gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel

Artikel

252

Gegevensbescherming met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen

ONDERAFDELING

VII

PLANTENRASSEN

Artikel

253

Plantenrassen

AFDELING

C

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

254

Algemene verplichtingen

Artikel

255

Gerechtigde aanvragers

Elke partij erkent dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPS-Overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving;

  • b.

    alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving;

  • c.

    instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving; alsmede

  • d.

    beroepsorganisaties die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving.

ONDERAFDELING

II

CIVIELRECHTELIJKE HANDHAVING

Artikel

256

Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

Artikel

257

Recht op informatie

Artikel

258

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

259

Corrigerende maatregelen

Artikel

260

Rechterlijke bevelen

Elke partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties, wanneer een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt vastgesteld, een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker en tegen een tussenpersoon van wie de diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht, kunnen uitvaardigen.

Artikel

261

Alternatieve maatregelen

Een partij kan bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van de persoon aan wie de in de artikelen 259 of 260 vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van deze artikelen niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald. Dergelijke geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer de persoon aan wie de maatregelen kunnen worden opgelegd, zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, wanneer uitvoering van de maatregelen van de artikelen 259 en 260 de betrokkene onevenredige schade zou berokkenen en wanneer geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt.

Artikel

262

Schadevergoedingen

Artikel

263

Gerechtskosten

Elke partij draagt er zorg voor dat, als algemene regel, redelijke en proportionele gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de in het ongelijk gestelde partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel

264

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

Elke partij draagt er zorg voor dat de rechterlijke instanties in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van bekendmaking en publicatie van de volledige of gedeeltelijke uitspraak.

Artikel

265

Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

De partijen erkennen dat het voor de toepassing van de in deze afdeling bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen volstaat voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst, om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, dat zijn naam op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, totdat bewijs van het tegendeel is geleverd.

ONDERAFDELING

III

GRENSHANDHAVING

Artikel

266

Grenshandhaving

ONDERAFDELING

IV

OVERIGE BEPALINGEN VOOR DE HANDHAVING

Artikel

267

Gedragscodes

Artikel

268

Samenwerking

HOOFDSTUK

8

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

269

Betrekkingen met de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten

De partijen bevestigen hun wederzijdse rechten en verplichtingen in het kader van de herziene Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van 201227)Bijlage bij het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA/113). (WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten). Deze rechten en verplichtingen die zijn opgesteld bij de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, met inbegrip van de specificaties voor elke partij zoals uiteengezet in de respectievelijke bijlagen bij aanhangsel I, worden in deze overeenkomst opgenomen en vallen onder de bepalingen voor de bilaterale regeling voor geschillenbeslechting van hoofdstuk 13.

Artikel

270

Extra toepassingsgebied

Artikel

271

Aanvullende voorschriften

De partijen passen op de aanbestedingen die worden bestreken respectievelijk door de bijlage bij aanhangsel I van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten en door bijlage XI bij deze overeenkomst, de volgende aanvullende voorschriften toe:

Elektronische publicatie van kennisgevingen van aanbestedingen

  • 1.

    Elke partij garandeert dat alle kennisgevingen van geplande aanbestedingen direct op elektronische wijze gratis toegankelijk worden gemaakt via een enkel toegangspunt op internet. Voorts kunnen de kennisgevingen ook worden gepubliceerd in een gepaste papieren vorm. Dergelijke media worden op ruime schaal verspreid en blijven gemakkelijk toegankelijk voor het publiek, ten minste tot het verstrijken van de in het bericht vermelde termijn.

Voorschriften voor de beroepsprocedures

  • 2.

    Elke partij zorgt ervoor dat met de maatregelen die worden getroffen in verband met de beroepsprocedures als bedoeld in artikel XVIII van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, de noodzakelijke bevoegdheden worden verleend om:

    • a.

      zo snel mogelijk en in kort geding voorlopige maatregelen te nemen om de beweerde inbreuk ongedaan te maken of te voorkomen dat de betrokken belangen verder worden geschaad, met inbegrip van maatregelen om de gunningsprocedure van een contract voor een overheidsopdracht of de tenuitvoerlegging van enig door de aanbestedende diensten genomen besluit, op te schorten dan wel te doen opschorten;

    • b.

      onwettig genomen besluiten nietig te verklaren dan wel nietig te doen verklaren, met inbegrip van het verwijderen van discriminerende technische, economische of financiële specificaties in oproepen tot voorgenomen of geplande inschrijving, bestekken dan wel in enig ander stuk dat verband houdt met de gunningsprocedure; alsmede

    • c.

      schadevergoeding toe te kennen aan degenen die door een inbreuk schade hebben geleden.

  • 3.

    In geval van de herziening van een gunningsbesluit zorgt elke partij ervoor dat de aanbestedende autoriteit de opdracht niet kan sluiten vooraleer het beroepsorgaan een besluit heeft getroffen over de aanvraag of besloten heeft tot voorlopige maatregelen of tot herziening. De opschorting eindigt niet vroeger dan de afloop van de opschortende termijn als bedoeld in lid 6.

  • 4.

    Elke partij zorgt ervoor dat de besluiten van de beroepsinstanties op doeltreffende wijze kunnen worden gehandhaafd.

  • 5.

    De leden van de onafhankelijke beroepsinstanties zijn niet de vertegenwoordigers van een van de aanbestedende autoriteiten.

    Wat betreft beroepsinstanties die geen rechterlijke instantie zijn, draagt elke partij er zorg voor dat:

    • a.

      hun beslissingen altijd schriftelijk met redenen worden omkleed;

    • b.

      elke vermeende onwettige maatregel van de onafhankelijke beroepsinstantie of elke vermeende fout in de uitoefening van de bevoegdheden van de beroepsinstantie onderworpen is aan rechterlijke toetsing of toetsing door een ander onafhankelijk orgaan dat een rechtbank of tribunaal is en onafhankelijk is van zowel de aanbestedende autoriteit als de beroepsinstantie;

    • c.

      voor de benoeming en de beëindiging van het mandaat van de leden van deze onafhankelijke instantie dezelfde voorwaarden gelden als voor rechters, wat betreft de voor de benoeming bevoegde autoriteit, de duur van hun mandaat en hun afzetbaarheid;

    • d.

      ten minste de voorzitter van deze onafhankelijke instantie dezelfde juridische en beroepskwalificaties heeft als een rechter; alsmede

    • e.

      de onafhankelijke instantie haar besluiten neemt na een procedure op tegenspraak en deze besluiten, met middelen die door elke lidstaat worden vastgesteld, juridisch bindend zijn.

Opschortende termijn

  • 6.

    De aanbestedende autoriteit kan na het besluit tot gunning van een opdracht binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk geen opdracht sluiten vooraleer:

    • a.

      de opschortende termijn van ten minste 10 kalenderdagen is verstreken, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht per faxbericht of met elektronische middelen aan de betrokken inschrijvers is gezonden; of

    • b.

      een termijn van hetzij ten minste 15 kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht aan de betrokken inschrijvers en gegadigden is gezonden, hetzij ten minste 10 kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht is ontvangen, is verstreken, indien andere communicatiemiddelen worden gebruikt.

    Een partij kan anderzijds ook erin voorzien dat de opschortende termijn ingaat door de publicatie van het gunningsbesluit in een gratis beschikbaar elektronisch medium, uit hoofde van artikel XVI.2 van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten.

    Inschrijvers worden geacht bij de procedure betrokken te zijn zolang zij niet definitief zijn uitgesloten. De uitsluiting is definitief wanneer de betrokken inschrijvers daarvan in kennis zijn gesteld en wanneer de uitsluiting wettig is bevonden door een onafhankelijke beroepsinstantie, dan wel er niet langer beroep tegen de uitsluiting kan worden ingesteld. Kandidaten worden geacht bij de procedure betrokken te zijn zolang de aanbestedende autoriteit aan de betrokken inschrijvers geen mededeling heeft gedaan van de afwijzing van hun aanvraag vóór kennisgeving van het gunningsbesluit van de opdracht.

  • 7.

    Een partij kan besluiten dat de opschortende termijnen als bedoeld in lid 6, eerste alinea, onder a), en b), niet van toepassing zijn in de volgende gevallen:

    • a.

      indien de enige inschrijver als bedoeld in lid 6, derde alinea, degene is wie de opdracht wordt gegund en er geen andere betrokken kandidaten zijn;

    • b.

      indien een contract is gebaseerd op een kaderovereenkomst; alsmede

    • c.

      indien een specifiek contract is gebaseerd op een dynamisch aankoopsysteem.

Onverbindendheid

  • 8.

    Elke partij zorgt ervoor dat, indien de aanbestedende autoriteit een opdracht heeft gegund zonder voorafgaande publicatie waar dit niet is toegestaan, de betrokken opdracht door een beroepsorgaan dat onafhankelijk is van de aanbestedende autoriteit, of door een gerechtelijk orgaan, als onverbindend wordt verklaard, of dat de onverbindendheid het resultaat is van het besluit van een dergelijk orgaan.

    De wetgeving van elke partij stelt de gevolgen vast van een opdracht die als onverbindend wordt verklaard, door te voorzien in vernietiging met terugwerkende kracht van alle contractuele verbintenissen of in nietigverklaring van de verbintenissen die nog moeten worden uitgevoerd. In dit laatste geval voorziet elke partij in de toepassing van andere sancties.

  • 9.

    Een partij kan bepalen dat het beroepsorgaan of een gerechtelijk orgaan een opdracht niet als onverbindend kan verklaren, ook als de opdracht onrechtmatig werd gegund, indien het beroepsorgaan of een gerechtelijk orgaan van oordeel is, na onderzoek van alle relevante aspecten, dat dwingende redenen van algemeen belang het noodzakelijk maken dat de overeenkomst verbindend blijft. In dit laatste geval voorziet elke partij in de toepassing van alternatieve sancties.

Niet-discriminatie van bestaande bedrijven

  • 10.

    Elke partij zorgt ervoor dat de aanbieders van de andere partij die een commerciële aanwezigheid op haar grondgebied hebben gevestigd, door de vestiging, verwerving of handhaving van een rechtspersoon, nationale behandeling wordt toegekend met betrekking tot elke overheidsopdracht van de partij op haar grondgebied. Deze verplichting geldt ongeacht of de opdracht is gedekt door de bijlagen van de partijen bij aanhangsel I van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten of door bijlage XI bij deze overeenkomst.

    De algemene uitzonderingen waarin is voorzien bij artikel III van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, zijn van toepassing.

HOOFDSTUK

9

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

272

Doelstellingen en toepassingsgebied

Artikel

273

Recht regels te stellen en beschermingsniveaus

De partijen erkennen het recht van elke partij om haar eigen beleid en prioriteiten voor duurzame ontwikkeling en haar eigen niveaus van interne milieu- en arbeidsbescherming vast te stellen, en dienovereenkomstig haar wetgeving en beleid ter zake vast te stellen of te wijzigen, in overeenstemming met haar verbintenissen op grond van internationaal erkende normen en overeenkomsten als bedoeld in de artikelen 274 en 275, en zij streven ernaar dat hun wetgeving en beleid voorzien in hoge beschermingsniveaus voor milieu en werknemers, en dat deze worden bevorderd, en zij streven naar een voortdurende verbetering van hun wetgeving en beleid en de onderliggende beschermingsniveaus.

Artikel

274

Internationale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

275

Internationaal goed bestuur en overeenkomsten op milieugebied

Artikel

276

Handel en investeringen ten behoeve van duurzame ontwikkeling

De partijen herbevestigen hun verbintenis om de bijdrage van de handel aan de doelstelling van duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht te versterken. Met het oog daarop verbinden de partijen zich ertoe:

  • a.

    te erkennen het positieve effect dat fundamentele arbeidsnormen en fatsoenlijk werk op economische efficiëntie, innovatie en productiviteit kunnen hebben, en zich in te zetten voor een grotere politieke coherentie tussen het handelsbeleid enerzijds en het arbeidsbeleid anderzijds;

  • b.

    ernaar te streven de handel en de investeringen in milieugoederen en -diensten te vergemakkelijken en te bevorderen, onder meer door de aanpak van niet-tarifaire belemmeringen ter zake;

  • c.

    te streven naar vergemakkelijking van het wegnemen van handels- en investeringsbelemmeringen met betrekking tot goederen en diensten die van bijzonder belang zijn voor de vermindering van de gevolgen van klimaatverandering, zoals duurzame hernieuwbare energie en energiezuinige producten en diensten, onder meer door:

    • i.

      de vaststelling van beleidskaders die bevorderlijk zijn voor de toepassing van de beste beschikbare technologieën;

    • ii.

      de bevordering van normen die aan de ecologische en economische behoeften beantwoorden; alsmede

    • iii.

      de technische handelsbelemmeringen tot een minimum terug te dringen;

  • d.

    overeen te komen de handel in goederen die bijdragen tot betere sociale voorwaarden en milieuvriendelijker werkwijzen, waaronder producten die onder vrijwillige duurzaamheidsregelingen vallen, zoals programma's voor eerlijke en ethische handel alsmede milieukeurmerken, te bevorderen; alsmede

  • e.

    overeen te komen maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen, onder meer door de uitwisseling van informatie en van beste werkwijzen. In dat verband beroepen zij zich op de internationaal erkende beginselen en richtsnoeren ter zake, zoals de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, het „Global Compact”-initiatief van de Verenigde Naties en de Tripartiete beginselverklaring van de ILO betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van 1977.

Artikel

277

Biologische diversiteit

Artikel

278

Duurzaam bosbeheer en handel in bosbouwproducten

Artikel

279

Handel en duurzaam beheer van levende mariene hulpbronnen

Gelet op het belang van het waarborgen van een verantwoord en duurzaam beheer van de visbestanden, alsmede van het bevorderen van goed bestuur in de handel, verbinden de partijen zich ertoe:

  • a.

    beste werkwijzen met betrekking tot visserijbeheer, met het oog op de instandhouding en het duurzame beheer van de visbestanden, op basis van de ecosysteemaanpak, te bevorderen;

  • b.

    doeltreffende maatregelen voor de monitoring van en de controle op visserijactiviteiten te treffen;

  • c.

    gecoördineerde systemen voor de verzameling van gegevens en bilaterale wetenschappelijke samenwerking te bevorderen ter verbetering van de actuele wetenschappelijke adviezen ten behoeve van het visserijbeheer;

  • d.

    samen te werken bij de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde („IOO-”) visserij en visserijgerelateerde activiteiten door middel van uitgebreide, doeltreffende en transparante maatregelen; alsmede

  • e.

    beleid en maatregelen ten uitvoer te leggen om IOO-producten uit te sluiten van de handelsstromen en van hun markten, overeenkomstig het Internationaal actieplan van de Voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties („FAO”) om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen.

Artikel

280

Eerbiediging van beschermingsniveaus

Artikel

281

Wetenschappelijke informatie

Bij de opstelling en tenuitvoerlegging van op de bescherming van het milieu of de arbeidsomstandigheden gerichte maatregelen die de handel of de investeringen tussen de partijen negatief kunnen beïnvloeden, houden de partijen rekening met de beschikbare wetenschappelijke en technische informatie alsmede de relevante internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen, indien voorhanden, waaronder het voorzorgsbeginsel.

Artikel

282

Transparantie

Elke partij ziet er, in overeenstemming met haar interne wet- en regelgeving en hoofdstuk 12, op toe dat alle op de bescherming van het milieu of de arbeidsomstandigheden gerichte maatregelen die de handel of de investeringen negatief kunnen beïnvloeden, op transparante wijze worden opgesteld, ingevoerd en ten uitvoer gelegd, dat zij tijdig worden aangekondigd, dat hierover een openbare raadpleging wordt gehouden en dat niet-overheidsactoren op passende wijze tijdig worden geïnformeerd en geconsulteerd.

Artikel

283

Evaluatie van effecten op duurzaamheid

De partijen verbinden zich ertoe het effect van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst op de duurzame ontwikkeling te beoordelen en te volgen via hun bestaande participatieprocessen en participatieve instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst in het leven zijn geroepen, bijvoorbeeld door handelsgerelateerde beoordelingen van het effect op de duurzaamheid.

Artikel

284

Samenwerking bij handel en duurzame ontwikkeling

Artikel

285

Geschillenbeslechting

Hoofdstuk 13, afdeling 3, onderafdeling 2, van deze titel is niet van toepassing op geschillen waarop dit hoofdstuk van toepassing is. Nadat het arbitragepanel zijn eindverslag heeft opgesteld overeenkomstig de artikelen 325 en 326, bespreken de partijen de passende maatregelen die zij zullen nemen, waarbij zij rekening houden met dit verslag. Het Partnerschapscomité ziet toe op de tenuitvoerlegging van dergelijke maatregelen en blijft de zaak volgen, onder andere door middel van het in artikel 284, lid 3, bedoelde mechanisme.

HOOFDSTUK

10

MEDEDINGING

AFDELING

A

Artikel

286

Beginselen

De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handels- en investeringsbetrekkingen. De partijen erkennen dat concurrentieverstorende praktijken en overheidsmaatregelen de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.

AFDELING

B

KARTELBESTRIJDING EN FUSIES

Artikel

287

Wetgevingskader

Artikel

288

Tenuitvoerlegging

Artikel

289

Samenwerking

AFDELING

C

SUBSIDIES

Artikel

290

Beginselen

De partijen komen overeen dat een partij subsidies kan toekennen indien dat nodig is voor het bereiken van een openbare beleidsdoelstelling. De partijen erkennen dat bepaalde subsidies de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven. In beginsel verleent een partij geen subsidies aan ondernemingen die goederen of diensten aanbieden, indien dergelijke subsidies een negatief effect hebben op de mededinging of de handel, of dat kunnen hebben.

Artikel

291

Definitie en toepassingsgebied

Artikel

293

Transparantie

Artikel

294

Overleg

Artikel

295

Subsidies onder voorwaarden

Elke partij past op de volgende subsidies voorwaarden toe in zoverre deze negatieve gevolgen hebben of kunnen hebben op de handel of investeringen van de andere partij:

  • a.

    een wettelijke regeling waarbij een regering direct of indirect verantwoordelijk is voor schulden of verplichtingen van bepaalde ondernemingen, is toegestaan, mits deze verantwoordelijkheid voor schulden en verplichtingen geldt voor een beperkt bedrag van die schulden en verplichtingen of voor een beperkte duur van die verantwoordelijkheid; alsmede

  • b.

    subsidies aan insolvente of noodlijdende ondernemingen onder diverse vormen (onder meer leningen en garantstellingen, uitkeringen in contanten, kapitaalinjecties, verstrekkingen van activa onder de marktprijs en belastingvrijstellingen), voor een duur van meer dan één jaar, zijn toegestaan, mits er een geloofwaardig herstructureringsprogramma op basis van realistische vooronderstellingen bestaat dat ervoor moet zorgen dat de insolvente of noodlijdende onderneming binnen redelijke tijd weer op lange termijn levensvatbaar wordt, en mits de onderneming zelf op significante wijze bijdraagt aan de kosten van de herstructurering.30)Dit hindert een partij niet om tijdelijk financiële steun te verlenen in de vorm van leninggaranties of leningen die beperkt blijven tot het bedrag dat nodig is om een noodlijdend bedrijf in leven te houden tot het een herstructurerings- of afwikkelingsplan heeft goedgekeurd.31)Kleine en middelgrote ondernemingen zijn niet verplicht bij te dragen aan de kosten van de herstructurering.

Artikel

296

Gebruik van subsidies

Elke partij zorgt ervoor dat de bedrijven de verleende subsidies alleen gebruiken voor de beleidsdoelstelling waarvoor zij zijn verleend.

AFDELING

D

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

297

Geschillenbeslechting

Geen partij maakt gebruik van de geschillenbeslechting waarin is voorzien in hoofdstuk 13 van deze overeenkomst voor een zaak die valt onder afdeling B van dit hoofdstuk of onder artikel 294, lid 4.

Artikel

298

Vertrouwelijkheid

Artikel

299

Evaluatieclausule

De partijen onderwerpen de aangelegenheden waarnaar in dit hoofdstuk wordt verwezen, aan een voortdurende evaluatie. Elk van beide partijen kan dergelijke aangelegenheden voorleggen aan het Partnerschapscomité. De partijen gaan om de vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst na welke vorderingen bij de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk zijn gemaakt, voor zover zij gezamenlijk niet anders besluiten.

HOOFDSTUK

11

OVERHEIDSBEDRIJVEN

Artikel

300

Gedelegeerde autoriteit

Tenzij anderszins bepaald, draagt elke partij er zorg voor dat om het even welk bedrijf, inclusief een overheidsbedrijf, een bedrijf waaraan bijzondere rechten of privileges zijn toegekend, of een aangewezen monopolie, waaraan door haar regelgevende, administratieve dan wel andere overheidsbevoegdheid is gedelegeerd, om het even op welk overheidsniveau, bij de uitoefening van die bevoegdheid in overeenstemming met haar verplichtingen uit hoofde van de onderhavige overeenkomst handelt.

Artikel

301

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk is:

  • a.

    „overheidsbedrijf”: een bedrijf, inclusief een dochteronderneming, waarin een partij, direct of indirect:

    • i.

      meer dan 50% van het geplaatste kapitaal van de onderneming in bezit heeft, of meer dan 50% van de stemmen controleert die zijn verbonden met de aandelen die het bedrijf uitgeeft;

    • ii.

      meer dan de helft van de leden van de raad van bestuur van het bedrijf of een equivalent orgaan kan benoemen; of

    • iii.

      controle op de onderneming kan uitoefenen;

  • b.

    „een bedrijf waaraan bijzondere rechten of privileges zijn toegekend”: een bedrijf, inclusief een dochteronderneming, openbaar of particulier, waaraan door een partij in rechte of in feite speciale rechten of privileges zijn toegekend. Speciale rechten en privileges worden door een partij toegekend wanneer zij de onderneming die een goed of dienst mag leveren, aanwijst, of het aantal van dergelijke ondernemingen tot twee of meer beperkt, anders dan op objectieve, evenredige en niet-discriminatoire criteria, en daardoor de mogelijkheid van een ander bedrijf om in hetzelfde geografische gebied en onder substantieel dezelfde voorwaarden hetzelfde goed te leveren of dezelfde dienst te verlenen, ernstig beperkt;

  • c.

    „aangewezen monopolie”: een entiteit die betrokken is bij een commerciële activiteit, met inbegrip van een groep entiteiten of een regeringsorgaan, en enige dochteronderneming daarvan, die op de relevante markt op het grondgebied van een partij is aangewezen als enige aanbieder of enige koper van een product of dienst, maar geen entiteit omvat waaraan in dat verband exclusieve intellectuele-eigendomsrechten zijn verleend;

  • d.

    „commerciële activiteiten”: activiteiten die uiteindelijk tot doel hebben de productie van een goed of de verlening van een dienst die op de relevante markt zal worden verkocht in hoeveelheden en voor de prijs die door het bedrijf worden bepaald en die worden ondernomen met het oog op het maken van winst, maar die geen activiteiten omvatten die worden ondernomen door een bedrijf dat:

    • i.

      werkt zonder winstoogmerk;

    • ii.

      werkt op basis van kostendekkendheid; of

    • iii.

      openbare diensten verleent;

  • e.

    „commerciële overwegingen”: prijs, kwaliteit, beschikbaarheid, verhandelbaarheid, vervoer en andere voorwaarden van aankoop of verkoop, of andere factoren waarmee normaal rekening zou worden gehouden bij de commerciële beslissingen van een bedrijf dat in de relevante sector of industrie werkt volgens de beginselen van de markteconomie;

  • f.

    „aanwijzen”: een monopolie instellen of toestaan, of het toepassingsgebied van een monopolie uitbreiden teneinde daaronder een nieuw goed of een nieuwe dienst te laten vallen.

Artikel

302

Toepassingsgebied

Artikel

303

Algemene bepalingen

Artikel

304

Niet-discriminatie en commerciële overwegingen

Artikel

305

Uitgangspunten van de regelgeving

Artikel

306

Transparantie

HOOFDSTUK

12

TRANSPARANTIE

Artikel

307

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende definities:

  • a.

    „maatregelen van algemene strekking”: wetten, regelingen, procedures en administratieve beschikkingen van algemene aard, die gevolgen kunnen hebben voor onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden; alsmede

  • b.

    „belanghebbende”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechtstreeks door een maatregel van algemene strekking kan worden geraakt.

Artikel

308

Doel en toepassingsgebied

De partijen erkennen dat de regelgeving gevolgen voor hun onderlinge handel en investeringen kan hebben en zorgen daarom voor voorspelbare regelgeving en efficiënte procedures voor marktdeelnemers, meer bepaald kleine en middelgrote ondernemingen.

Artikel

309

Bekendmaking

Artikel

310

Vragen en contactpunten

Artikel

311

Uitvoering van algemene maatregelen

Elke partij voert alle algemene maatregelen eenvormig, objectief, onpartijdig en op redelijke wijze uit. Wanneer een partij daartoe in specifieke gevallen dergelijke maatregelen op bepaalde personen, goederen of diensten van de andere partij toepast:

  • a.

    streeft zij ernaar belanghebbenden voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en overeenkomstig haar interne procedures in kennis te stellen van de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de rechtsgrondslag voor de inleiding van de procedure en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat;

  • b.

    biedt zij belanghebbenden een redelijke mogelijkheid om feiten en argumenten ter ondersteuning van hun standpunten naar voren te brengen voordat tot een definitief administratief optreden wordt overgegaan, voor zover de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten; alsmede

  • c.

    waarborgt zij dat haar procedures gebaseerd zijn op haar interne wetgeving en hiermee in overeenstemming zijn.

Artikel

312

Herziening en beroep

Artikel

313

Goede regelgeving en behoorlijk bestuurlijk gedrag

Artikel

314

Vertrouwelijkheid

De bepalingen van dit hoofdstuk verplichten de partijen er niet toe vertrouwelijke inlichtingen te onthullen waarvan de verspreiding een belemmering zou vormen voor de toepassing van de wetgeving, strijdig zou zijn met het openbaar belang of afbreuk zou doen aan de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen.

Artikel

315

Specifieke bepalingen

De bepalingen van dit hoofdstuk gelden onverminderd specifieke regels die in andere hoofdstukken van deze overeenkomst zijn vastgesteld.

HOOFDSTUK

13

GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING

A

DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

316

Doel

Het doel van dit hoofdstuk is een doeltreffend en doelmatig mechanisme ter vermijding en geschillenbeslechting tussen de partijen over de interpretatie en toepassing van deze overeenkomst op te zetten, teneinde waar mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel

317

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle geschillen over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van deze titel, tenzij anders bepaald.

AFDELING

B

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

318

Overleg

Artikel

319

Bemiddeling

AFDELING

C

GESCHILLENBESLECHTINGSPROCEDURES

ONDERAFDELING

I

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

320

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

321

Instelling van het arbitragepanel

Artikel

322

Mandaat

Artikel

323

Voorlopige uitspraak van het arbitragepanel bij dringendheid

Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen 10 dagen na zijn instelling uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht. Een dergelijk verzoek aan het arbitragepanel wordt tegelijkertijd aan de andere partij meegedeeld.

Artikel

324

Verslagen van het arbitragepanel

Artikel

325

Tussentijds verslag van het arbitragepanel

Artikel

326

Eindverslag van het arbitragepanel

ONDERAFDELING

II

NALEVING

Artikel

327

Naleving van het eindverslag van het arbitragepanel

De partij waartegen de klacht is gericht, neemt de nodige maatregelen om het eindverslag van het arbitragepanel zo spoedig mogelijk en te goeder trouw na te leven, teneinde te voldoen aan de bepalingen van deze titel.

Artikel

328

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

329

Onderzoek van maatregelen tot naleving van het eindverslag van het arbitragepanel

Artikel

330

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

331

Onderzoek van nalevingsmaatregelen die zijn getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

ONDERAFDELING

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

332

Vervanging van arbiters

Indien in een in het kader van dit hoofdstuk gevoerde arbitrageprocedure het oorspronkelijke arbitragepanel niet in staat is of een of meer leden ervan niet in staat zijn om aan de werkzaamheden van het panel deel te nemen, zich terugtrekken of moeten worden vervangen wegens schending van de gedragscode, is de procedure van artikel 321 van toepassing. De termijn voor kennisgeving van het verslag kan worden verlengd met de tijd die nodig is om een nieuwe arbiter te benoemen, maar in geen geval met meer dan 20 dagen.

Artikel

333

Schorsing en beëindiging van arbitrage- en nalevingsprocedures

Het arbitragepanel kan op verzoek van beide partijen te allen tijde zijn werkzaamheden schorsen gedurende een door de partijen overeengekomen periode, die echter niet meer dan 12 opeenvolgende maanden mag bedragen. Op schriftelijk verzoek van alle partijen respectievelijk een van de partijen hervat het zijn werkzaamheden vóór respectievelijk aan het einde van deze periode. De partij die het verzoek indient, stelt de voorzitter van het Partnerschapscomité en de andere partij hiervan in kennis. Indien een partij bij het verstrijken van de overeengekomen schorsingsperiode het arbitragepanel niet verzoekt zijn werkzaamheden te hervatten, wordt de procedure beëindigd. Indien de werkzaamheden van het arbitragepanel worden geschorst, worden de relevante termijnen in dit hoofdstuk verlengd met hetzelfde aantal dagen als de opschorting van de werkzaamheden heeft geduurd.

Artikel

334

Onderling overeengekomen oplossing

Artikel

335

Reglement van orde en gedragscode

Artikel

336

Informatie en technisch advies

Artikel

337

Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de bepalingen van deze titel uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969 zijn neergelegd. Het arbitragepanel neemt tevens de relevante interpretaties in aanmerking uit de WTO-panelverslagen en de verslagen van de Beroepsinstantie die zijn goedgekeurd door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO. De verslagen van het arbitragepanel kunnen de rechten en plichten van de partijen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

338

Besluiten en verslagen van het arbitragepanel

AFDELING

D

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

339

Lijsten van arbiters

Artikel

340

Forumkeuze

Artikel

341

Termijnen

Artikel

342

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

TITEL

VII

FINANCIËLE BIJSTAND EN FRAUDEBESTRIJDINGS- EN CONTROLEBEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

FINANCIËLE BIJSTAND

Artikel

343

De Republiek Armenië komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante mechanismen en -instrumenten voor financiering van de Europese Unie. De Republiek Armenië kan ook een beroep doen op leningen van de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en andere internationale financiële instellingen. De financiële bijstand moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en wordt verstrekt overeenkomstig dit hoofdstuk.

Artikel

344

Artikel

345

De fundamentele juridische, administratieve en technische grondslag van de financiële bijstand wordt vastgelegd in specifieke overeenkomsten tussen de partijen.

Artikel

346

De Partnerschapsraad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en de uitvoering van de financiële bijstand en de impact op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. Daartoe zorgen de relevante organen van de partijen op passende wijze en op wederzijdse en permanente basis voor toezicht en evaluatie van informatie.

Artikel

347

De partijen voeren de financiële steun uit volgens de beginselen van goed financieel beheer en werken samen om de financiële belangen van de Europese Unie en de Republiek Armenië te beschermen, overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel.

HOOFDSTUK

2

FRAUDEBESTRIJDINGS- EN CONTROLEBEPALINGEN

Artikel

348

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities bepaald in Protocol I bij deze overeenkomst.

Artikel

349

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle verdere overeenkomsten en financieringsinstrumenten die worden gesloten tussen de partijen en op alle EU-financieringsinstrumenten waarmee de Republiek Armenië, of andere entiteiten of personen die onder haar rechtsmacht vallen, zich eventueel associëren, zonder afbreuk te doen aan andere aanvullende bepalingen inzake audits, verificaties ter plaatse, inspecties, controles en fraudebestrijdingsmaatregelen, onder andere die van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer.

Artikel

350

Maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden

De partijen nemen doeltreffende maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten in verband met de besteding van EU-middelen, te voorkomen en te bestrijden, onder andere door middel van wederzijdse administratieve en juridische bijstand op de terreinen waarop de overeenkomst van toepassing is.

Artikel

351

Informatie-uitwisseling en verdere samenwerking op operationeel niveau

Artikel

352

Samenwerking met het oog op de bescherming van de euro en de Armeense dram tegen valsemunterij

De bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en de Republiek Armenië werken samen met het oog op een doeltreffende bescherming van de euro en de dram tegen valsemunterij. Deze samenwerking omvat de bijstand die nodig is om valsemunterij van de euro en de dram te voorkomen en te bestrijden, met inbegrip van de uitwisseling van informatie.

Artikel

353

Preventie van fraude, corruptie en onregelmatigheden

Artikel

354

Onderzoek en vervolging

De autoriteiten van de Republiek Armenië zien erop toe dat naar aanleiding van nationale of EU-controles alle vermoedelijke en effectieve gevallen van fraude of corruptie of elke andere onregelmatigheid met inbegrip van belangenconflicten worden onderzocht en vervolgd. In voorkomend geval kan het Europees Bureau voor Fraudebestrijding de bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië bijstaan bij het vervullen van deze opdracht.

Artikel

355

Kennisgeving van fraude, corruptie en onregelmatigheden

Artikel

356

Audits

Artikel

357

Controles ter plaatse

Artikel

358

Administratieve maatregelen en sancties

Er kunnen door de Europese Commissie administratieve maatregelen en sancties worden opgelegd aan marktdeelnemers overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie. Ter aanvulling van de in de eerste zin vermelde maatregelen en sancties kunnen de autoriteiten van de Republiek Armenië overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving aanvullende maatregelen en sancties opleggen.

Artikel

359

Terugvordering

Artikel

360

Vertrouwelijkheid

Ingevolge dit hoofdstuk meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt beschermd op dezelfde wijze als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het recht van de Republiek Armenië en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de instellingen van de Europese Unie. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de instellingen van de Europese Unie, in de lidstaten of in de Republiek Armenië op grond van hun functie van deze informatie op de hoogte moeten zijn, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.

Artikel

361

Aanpassing van de wetgeving

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XII en volgens de bepalingen van die bijlage.

TITEL

VIII

INSTITUTIONELE BEPALINGEN, ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

362

Partnerschapsraad

Artikel

363

Partnerschapscomité

Artikel

364

Subcomités en andere organen

Artikel

365

Parlementair Partnerschapscomité

Artikel

366

Platform van maatschappelijke organisaties

HOOFDSTUK

2

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

367

Toegang tot gerechtelijke en administratieve instanties

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst zorgt elke partij ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang hebben tot de bevoegde gerechtelijke en administratieve instanties, ter verdediging van hun individuele rechten en eigendomsrechten.

Artikel

368

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat:

  • a.

    een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken wanneer zij meent dat openbaarmaking van deze gegevens in strijd is met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;

  • b.

    een van de partijen belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:

    • i.

      verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogstuig;

    • ii.

      betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;

    • iii.

      betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd; of

    • iv.

      in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen,

  • c.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van haar verplichtingen in het kader van de VN-Handvest met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

Artikel

369

Niet-discriminatie

Artikel

370

Geleidelijke aanpassing

De Republiek Armenië brengt haar wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de in de bijlagen beschreven EU-wetgeving, op basis van de verbintenissen die zijn beschreven in deze overeenkomst en de bepalingen van de genoemde bijlagen. Dit artikel doet geen afbreuk aan eventuele bepalingen uit hoofde van titel VI.

Artikel

371

Dynamische aanpassing

In overeenstemming met de doelstelling van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van Armenië aan de EU-wetgeving, zal de Partnerschapsraad de bijlagen bij deze overeenkomst regelmatig herzien en bijwerken, onder meer om rekening te houden met de ontwikkeling van de EU-wetgeving en toepasselijke normen die worden vastgesteld in internationale instrumenten die de partijen relevant achten, rekening houdend met de voltooiing van de respectievelijke interne procedures van de partijen. Dit artikel doet geen afbreuk aan eventuele bepalingen uit hoofde van titel VI.

Artikel

372

Toezicht en toetsing van de aanpassing

Artikel

373

Resultaten van het toezicht, met inbegrip van toetsingen van de aanpassing

Artikel

374

Beperkingen in het geval van problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie

Artikel

375

Belastingen

Artikel

376

Gedelegeerde autoriteit

Tenzij anderszins bepaald in deze overeenkomst, draagt elke partij er zorg voor dat om het even welke persoon, inclusief een overheidsbedrijf, een bedrijf waaraan bijzondere rechten of privileges zijn toegekend, of een aangewezen monopolie, waaraan door haar regelgevende, administratieve dan wel andere overheidsbevoegdheid is gedelegeerd, om het even op welk overheidsniveau, bij de uitoefening van die bevoegdheid in overeenstemming met haar verplichtingen uit hoofde van de onderhavige overeenkomst handelt.

Artikel

377

Nakoming van verplichtingen

Artikel

378

Geschillenbeslechting

Artikel

379

Passende maatregelen bij niet-nakoming van verplichtingen

Artikel

380

Verhouding tot andere overeenkomsten

Artikel

381

Duur

Artikel

382

Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Europese Unie, of haar lidstaten, of de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectievelijke bevoegdheden krachtens het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en in voorkomend geval, ook Euratom, overeenkomstig zijn bevoegdheden krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds.

Artikel

384

Depositaris van de overeenkomst

Het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel

385

Inwerkingtreding, slotbepalingen en voorlopige toepassing

Artikel

386

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Armeense taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, vierentwintig november tweeduizend zeventien.

Protocol

I

bij Titel VII

Financiële bijstand en fraudebestrijdings- en controlebepalingen

HOOFDSTUK

2

FRAUDEBESTRIJDINGS- EN CONTROLEBEPALINGEN

Protocol inzake definities

  • 1.

    Onder „onregelmatigheid” wordt verstaan elke inbreuk op een bepaling van het EU-recht, deze overeenkomst, of hieruit voortvloeiende overeenkomsten en contracten, die bestaat in een handeling of een nalaten van een marktdeelnemer waardoor de algemene begroting van de Europese Unie of de door de Europese Unie beheerde begrotingen worden of zouden kunnen worden benadeeld, hetzij door de vermindering of het achterwege blijven van ontvangsten uit de eigen middelen, die rechtstreeks voor rekening van de Europese Unie worden geïnd, hetzij door een onverschuldigde uitgave.

  • 2.

    Onder „fraude” wordt verstaan:

    • a.

      wat de uitgaven betreft, elke opzettelijke handeling of elk opzettelijk nalaten waarbij:

      • valse, onjuiste of onvolledige verklaringen of documenten worden gebruikt of overgelegd, met als gevolg dat middelen afkomstig van de algemene begroting van de Europese Unie of van de door of voor de Europese Unie beheerde begrotingen, wederrechtelijk worden ontvangen of achtergehouden,

      • met hetzelfde gevolg als in het eerste streepje van dit punt, in strijd met een specifieke verplichting informatie wordt achtergehouden,

      • de in het eerste streepje van dit punt bedoelde middelen worden misbruikt door deze voor andere doeleinden aan te wenden dan die waarvoor zij oorspronkelijk waren toegekend;

    • b.

      wat de inkomsten betreft, elke opzettelijke handeling of elk opzettelijk nalaten waarbij:

      • valse, onjuiste of onvolledige verklaringen of documenten worden gebruikt of overgelegd, met als gevolg dat de middelen van de algemene begroting van de Europese Unie of van de door of voor de Europese Unie beheerde begrotingen wederrechtelijk worden verminderd,

      • met hetzelfde gevolg, in strijd met een specifieke verplichting informatie wordt achtergehouden,

      • met hetzelfde gevolg, van een rechtmatig verkregen voordeel misbruik wordt gemaakt.

  • 3.

    Onder „actieve corruptie” wordt verstaan het feit dat iemand opzettelijk een ambtenaar onmiddellijk of middellijk een voordeel, ongeacht de aard daarvan, voor hemzelf of voor een ander belooft of verstrekt, om in strijd met zijn ambtsplicht een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten of na te laten, waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden of kunnen worden geschaad.

  • 4.

    Onder „passieve corruptie” wordt verstaan het feit dat een ambtenaar opzettelijk, onmiddellijk of middellijk, voordelen, ongeacht de aard daarvan, voor zichzelf of voor een ander aanneemt of vraagt, dan wel ingaat op een desbetreffende toezegging teneinde in strijd met zijn ambtsplicht, een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten of na te laten, waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden of kunnen worden geschaad.

  • 5.

    Onder „belangenconflict” wordt verstaan een situatie waarbij twijfels kunnen rijzen of personeelsleden in staat zijn onpartijdig en objectief op te treden, om de redenen die worden gedefinieerd in artikel 57 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad.

  • 6.

    Onder „ten onrechte betaald” wordt verstaan een betaling waarbij de regels inzake EU-middelen niet in acht zijn genomen.

  • 7.

    Onder het „Europees Bureau voor Fraudebestrijding” (OLAF) wordt verstaan de gespecialiseerde fraudebestrijdingsdienst van de Europese Commissie. OLAF geniet op operationeel gebied onafhankelijkheid en is belast met het verrichten van administratieve onderzoeken, gericht op de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad, zoals bepaald in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad, en in Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden.

Protocol

II

Inzake wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een andere douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een tot dit doel door een partij aangewezen bevoegde administratieve autoriteit die op grond van dit protocol verzoeken om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een tot dit doel door een partij aangewezen bevoegde administratieve autoriteit die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; alsmede

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • a.

    activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij betrokken zijn of waren bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij voor het verrichten van met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn gebruikt, worden gebruikt of kunnen worden gebruikt.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand hoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een ambtenaar van de andere partij kan door de aangezochte autoriteit worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften over te leggen. In de oproeping dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke instantie of overheidsinstantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

De bepalingen van dit protocol prevaleren boven bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Armenië zijn of kunnen worden gesloten, indien de bepalingen van die overeenkomsten strijdig zijn met die van dit protocol.

Artikel

15

Overleg

Ten aanzien van vraagstukken in verband met de interpretatie en de toepassing van dit protocol plegen de partijen onderling overleg om deze op te lossen in het kader van het bij artikel 126 van deze overeenkomst ingestelde subcomité Douane.

Gezamenlijke verklaring betreffende Hoofdstuk 2 (Fraudebestrijding- en controlebepalingen) van Titel VII (Financiële bijstand en fraudebestrijding- en controlebepalingen)

De verplichting tot het nemen van passende maatregelen om alle onregelmatigheden, fraude of praktijken van actieve of passieve corruptie ongedaan te maken en elk belangenconflict te voorkomen in elke fase van de besteding van EU-middelen als bedoeld in hoofdstuk 2 van titel VII, doet geen financiële verplichting ontstaan voor de Republiek Armenië met betrekking tot verplichtingen die zijn aangegaan door entiteiten en personen die onder haar rechtsmacht vallen.

De Europese Unie oefent haar toetsingsrecht uit overeenkomstig hoofdstuk 2 van titel VII en respecteert daarbij de nationale regelgeving inzake het bankgeheim.