Wet van 9 maart 1994, houdende vervanging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf door de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993

Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de wetgeving moet worden aangepast aan de richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228) alsmede aan de richtlijn nr. 92/96/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (PbEG L 360), en dat het naar aanleiding daarvan wenselijk is de Wet toezicht verzekeringsbedrijf opnieuw vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Inleidende bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De rechtspersoon die de taken en bevoegdheden van de Pensioen- & Verzekeringskamer uitoefent, voldoet en blijft voldoen aan de volgende eisen:

  • a.

    hij dient in staat te zijn de bij of krachtens de wet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgedragen taken naar behoren te vervullen;

  • b.

    de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van die taken is gewaarborgd;

  • c.

    de statuten van de rechtspersoon dienen te voorzien in een raad van commissarissen ter zake van het beheer, bestaande uit deskundigen.

Artikel

4

Vervallen

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Vervallen

Artikel

7a

Vervallen

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

10a

Artikel

10b

Met het oog op een effectieve en efficiënte besluitvorming over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang en het verzamelen van informatie ten behoeve daarvan, maken de Pensioen- & Verzekeringskamer, het College toezicht, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, en het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van die wet, afspraken met elkaar.

Artikel

11

Artikel

11a

Onze Minister kan de Pensioen- & Verzekeringskamer voorschriften geven ter implementatie van richtlijnen op het gebied van toezicht op het verzekeringsbedrijf van de Raad van de Europese Unie dan wel van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk.

Artikel

12

Deze wet is, tenzij daaruit anders voortvloeit, van toepassing op:

  • a.

    verzekeraars met zetel in Nederland;

  • b.

    verzekeraars met zetel buiten Nederland voor wat betreft:

    • 1°.

      een bijkantoor in Nederland;

    • 2°.

      het verrichten van diensten naar Nederland.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Het schadeverzekeringsbedrijf wordt onderscheiden naar branches, die de volgende benamingen dragen en waartoe de daaronder vermelde risico’s behoren.

  • 1.

    Ongevallen:

    • a.

      forfaitaire uitkeringen ter zake van ongevallen en beroepsziekten;

    • b.

      overige uitkeringen ter zake van ongevallen en beroepsziekten.

  • 2.

    Ziekte:

    • a.

      forfaitaire uitkeringen ter zake van andere ziekten dan beroepsziekten;

    • b.

      overige uitkeringen ter zake van andere ziekten dan beroepsziekten.

  • 3.

    Voertuigcasco:

    schaden aan motorrijtuigen en overige voertuigen, met uitzondering van schaden aan rollend spoorwegmaterieel.

  • 4.

    Casco rollend spoorwegmaterieel:

    schaden aan rollend spoorwegmaterieel.

  • 5.

    Luchtvaartuigcasco:

    schaden aan luchtvaartuigen.

  • 6.

    Casco zee- en binnenschepen:

    schaden aan zee- en binnenschepen.

  • 7.

    Vervoerde zaken:

    schaden aan vervoerde zaken of bagage, onafhankelijk van de aard van het transportmiddel.

  • 8.

    Brand en natuurevenementen:

    schaden aan zaken (met uitzondering van schaden, begrepen onder de branches Voertuigcasco, Casco rollend spoorwegmaterieel, Luchtvaartuigcasco, Casco zee- en binnenschepen en Vervoerde zaken), wanneer deze zijn veroorzaakt door brand, ontploffing, storm of andere natuurevenementen (met uitzondering van hagel en vorst), kernenergie of aardverzakking.

  • 9.

    Andere schaden aan zaken:

    schaden aan zaken (met uitzondering van schaden, begrepen onder de branches Voertuigcasco, Casco rollend spoorwegmaterieel, Luchtvaartuigcasco, Casco zee- en binnenschepen en Vervoerde zaken), wanneer deze zijn veroorzaakt door hagel of vorst, alsmede door alle overige evenementen die niet reeds zijn begrepen onder de branche Brand en natuurevenementen.

  • 10A.

    Aansprakelijkheid motorrijtuigen:

    aansprakelijkheden die voortvloeien uit het gebruik van motorrijtuigen (met uitzondering van de aansprakelijkheden, begrepen onder de branche Aansprakelijkheid wegvervoer).

  • 10B.

    Aansprakelijkheid wegvervoer:

    aansprakelijkheden die voor de vervoerder voortvloeien uit goederenvervoer over de weg (met uitzondering van de aansprakelijkheden, begrepen onder de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen).

  • 11.

    Aansprakelijkheid luchtvaartuigen:

    aansprakelijkheden die voortvloeien uit het gebruik van luchtvaartuigen, aansprakelijkheden van de vervoerder daaronder begrepen.

  • 12.

    Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen:

    aansprakelijkheden die voortvloeien uit het gebruik van zee- en binnenschepen, aansprakelijkheden van de vervoerder daaronder begrepen.

  • 13.

    Algemene aansprakelijkheid:

    overige vormen van aansprakelijkheid die niet reeds zijn begrepen onder de branches Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen en Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen.

  • 14.

    Krediet:

    schaden die het gevolg zijn van algemene insolventie, verleend exportkrediet, hypothecair krediet, landbouwkrediet en verkoop op afbetaling.

  • 15.

    Borgtocht:

    schaden die het gevolg zijn van verleende directe borgtocht en indirecte borgtocht.

  • 16.

    Diverse geldelijke verliezen:

    geldelijke verliezen die het gevolg zijn van niet onder een der andere branches vallende risico's.

  • 17.

    Rechtsbijstand:

    verleende diensten en gemaakte kosten in het bijzonder met het oog op verhaal van door een verzekerde geleden schade en diens verdediging of vertegenwoordiging, zowel in als buiten rechte (met uitzondering van de werkzaamheden ter verdediging of vertegenwoordiging van een verzekerde die een verzekeraar krachtens een overeenkomst van aansprakelijkheidsverzekering mede in zijn eigen belang verricht).

  • 18.

    Hulpverlening:

    onmiddellijke hulpverlening aan in moeilijkheden verkerende personen die op reis zijn of zich buiten hun woonplaats bevinden (met uitzondering van onderhoudsdiensten, dienstverlening na verkoop en de loutere aanwijzing omtrent of terbeschikkingstelling van hulp door een tussenpersoon).

Artikel

16

Het levensverzekeringsbedrijf wordt onderscheiden naar branches, die de volgende benamingen dragen.

  • 1.

    Levensverzekering algemeen:

    kapitaal-, pensioen- en lijfrenteverzekeringen, met uitzondering van de onder de branches 2 en 3 begrepen verzekeringen, verzekeringen in verband met de verzorging van de uitvaart van de mens die uitsluitend strekken tot het verrichten van andere dan geldelijke prestaties alsmede aanvullende verzekeringen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, zoals invaliditeitsverzekeringen en verzekeringen bij overlijden ten gevolge van een ongeval.

  • 2.

    Levensverzekering in verband met huwelijk of geboorte

  • 3.

    Levensverzekering verbonden met beleggingsfondsen

  • 4.

    Permanent health insurance:

    niet-opzegbare langlopende ziekteverzekeringen gesloten met ingezetenen van Ierland of het Verenigd Koninkrijk.

  • 5.

    Deelneming in spaarkassen

  • 6.

    Kapitalisatieverrichtingen:

    verrichtingen gebaseerd op een actuariële techniek tot sparen met het oog op kapitaalvorming, bestaande uit verplichtingen die in ruil voor eenmalige of periodieke stortingen voor wat betreft hun duur en hun bedrag bepaald zijn.

  • 7.

    Beheer over collectieve pensioenfondsen:

    beheer over de beleggingen van pensioenfondsen waaronder de waarden die tegenover de voorziening voor pensioenverplichtingen staan.

Artikel

17

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het beheer over collectieve pensioenfondsen als uitoefening van het levensverzekeringsbedrijf beschouwd indien het wordt gevoerd door verzekeraars die ook overigens het levensverzekeringsbedrijf uitoefenen.

Artikel

18

Artikel

19

Ter uitvoering van een tussen de Unie en een staat, die niet een lid-staat is, gesloten overeenkomst betreffende de toegang tot en de uitoefening van het verzekeringsbedrijf, kan bij algemene maatregel van bestuur en zonodig onder het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels worden bepaald dat en in hoeverre voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde die staat wordt gelijkgesteld met een lid-staat.

Artikel

20

Deze wet is onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet van toepassing op de volgende categorieën schadeverzekeraars:

  • a.

    onderlinge waarborgmaatschappijen van beperkte omvang met zetel in Nederland en ondernemingen of instellingen op onderlinge grondslag van beperkte omvang met zetel buiten Nederland;

  • b.

    verzekeraars met zetel in Nederland die zich beperken tot het sluiten en afwikkelen van overeenkomsten van exportkredietverzekering voor rekening of met garantie van de staat.

Artikel

21

Vervallen

Artikel

22

De verzekeraars, verenigd onder de naam Lloyd's, te Londen, Verenigd Koninkrijk, worden voor de toepassing van deze wet te zamen als een verzekeraar beschouwd.

Hoofdstuk

II

De toegang tot het verzekeringsbedrijf

Afdeling

1

Algemene bepalingen

Artikel

23

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op verzekeraars met zetel buiten Nederland voor wat betreft het verrichten van diensten naar Nederland.

Artikel

24

Afdeling

2

Verzekeraars met zetel in Nederland

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

29a

De personen die het dagelijks beleid van een verzekeraar bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.

Artikel

30

De geschiktheid van de houders van een gekwalificeerde deelneming in de onderneming van de aanvrager dient naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voldoende te zijn met het oog op een gezonde, prudente en integere bedrijfsvoering van de verzekeraar. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Artikel

31

De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van de verlening van een vergunning aan een dochtermaatschappij met zetel in Nederland van een onderneming met zetel buiten de Unie, onder opgave van de formele zeggenschapsstructuur van de groep waartoe de dochtermaatschappij behoort.

Artikel

32

De aanvrager van een vergunning dient te beschikken over:

  • a.

    het minimum bedrag van het garantiefonds dat krachtens artikel 68, tweede lid, voor de betrokken branche of branches geldt dan wel over de solvabiliteitsmarge die krachtens artikel 68, eerste of derde lid, is vereist op grond van de reeds door hem uitgeoefende branches, indien deze solvabiliteitsmarge hoger is dan bedoeld minimum bedrag;

  • b.

    financiële middelen tot dekking van de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet.

Artikel

33

Artikel

34

Indien de stukken die bij de aanvraag van een vergunning zijn overgelegd, de Pensioen- & Verzekeringskamer aanleiding geven tot het maken van opmerkingen, stelt zij de aanvrager in de gelegenheid op deze opmerkingen binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden.

Artikel

35

De Pensioen- & Verzekeringskamer verleent een vergunning aan ieder die te haren genoegen heeft aangetoond dat hij aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen voor het verkrijgen van de vergunning voldoet, behoudens voor zover artikel 179, vierde lid, aanhef en onderdeel b, toepassing vindt.

Artikel

36

Afdeling

3

Verzekeraars met zetel in een andere lid-staat dan Nederland

Artikel

37

Artikel

38

Afdeling

4

Verzekeraars met zetel buiten de Unie

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

Artikel

42

Artikel

43

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Indien de stukken die bij de aanvraag van een vergunning zijn overgelegd, de Pensioen- & Verzekeringskamer aanleiding geven tot het maken van opmerkingen, stelt zij de verzekeraar in de gelegenheid op deze opmerkingen binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden.

Artikel

47

De Pensioen- & Verzekeringskamer verleent een vergunning aan ieder die te haren genoegen heeft aangetoond dat hij aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen voor het verkrijgen van de vergunning voldoet.

Artikel

48

Artikel

49

Hoofdstuk

III

De uitoefening van het verzekeringsbedrijf

Afdeling

1

Algemene bepalingen

§

1

Algemeen

Artikel

50

Dit hoofdstuk is, behoudens de artikelen 51, 53 en 55 tot en met 57, niet van toepassing op verzekeraars met zetel buiten Nederland voor wat betreft het verrichten van diensten naar Nederland.

Artikel

51

Artikel

52

Artikel

53

Een levensverzekeraar draagt er zorg voor dat in individuele overeenkomsten van levensverzekering die een looptijd van meer dan zes maanden hebben, uitdrukkelijk wordt bepaald dat de verzekeringnemer beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen, gerekend vanaf het tijdstip waarop de verzekeringnemer ervan in kennis wordt gesteld dat de overeenkomst is gesloten, om de overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk op te zeggen. De kennisgeving van de verzekeraar geschiedt schriftelijk binnen vier weken na het sluiten van de overeenkomst. De opzegging door de verzekeringnemer heeft ten gevolge dat hij en de verzekeraar met ingang van het tijdstip waarop de verzekeraar deze opzegging heeft ontvangen, worden ontheven van alle uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.

§

2

Aanwijzingsrecht

Artikel

54

Artikel

54a

§

3

Informatieverstrekking en getuigenverhoor

Artikel

55

Artikel

55a

Bij of krachtens de in de artikelen 70a en 98a bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden voorgeschreven dat verzekeraars bepaalde gegevens ter zake van de integere bedrijfsvoering aan de Pensioen- & Verzekeringskamer melden. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Artikel

56

Artikel

57

De toezichthoudende autoriteit van een andere lid-staat stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer van haar voornemen in kennis ten behoeve van het financiële toezicht op een in Nederland gelegen bijkantoor van een verzekeraar met zetel in die lid-staat gegevens te verifiëren. Degene bij wie gegevens worden geverifieerd verleent aan de toezichthoudende autoriteit en diens functionarissen alle medewerking die nodig is voor een goede uitvoering van die verificatie. De Pensioen-& Verzekeringskamer kan aan die verificatie deelnemen of door personen, door haar bij uitdrukkelijke en bijzondere machtiging aangewezen, doen deelnemen.

§

4

De branche Rechtsbijstand

Artikel

58

Artikel

59

Een verzekeraar die de branche Rechtsbijstand uitoefent, draagt er zorg voor dat de inhoud van de rechtsbijstanddekking wordt opgenomen in hetzij een afzonderlijke overeenkomst hetzij een afzonderlijk hoofdstuk van de overeenkomst van verzekering indien deze tevens risico’s van andere branches dekt.

Artikel

60

Een verzekeraar die overeenkomstig artikel 58, eerste, tweede of vierde lid, de branche Rechtsbijstand uitoefent, draagt er zorg voor dat uitdrukkelijk in de overeenkomst van verzekering wordt bepaald dat het de verzekerde in ieder geval vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen indien:

  • a.

    een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige wordt verzocht de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen;

  • b.

    zich een belangenconflict voordoet.

Artikel

61

Een verzekeraar als bedoeld in artikel 60 draagt er zorg voor dat uitdrukkelijk in de overeenkomst van verzekering wordt voorzien in een scheidsrechterlijke procedure of een andere procedure die vergelijkbare garanties inzake objectiviteit biedt, teneinde te bepalen welke gedragslijn er bij verschil van mening tussen de verzekeraar dan wel het juridisch zelfstandige schaderegelingskantoor en de verzekerde zal worden gevolgd voor de regeling van het geschil waarvoor een beroep op rechtsbijstandverzekering wordt gedaan.

Artikel

62

Een verzekeraar als bedoeld in artikel 60 dan wel een juridisch zelfstandig schaderegelingskantoor als bedoeld in artikel 58, tweede of vierde lid, draagt er zorg voor dat, telkens wanneer zich een belangenconflict voordoet of er een verschil van mening bestaat over de regeling van het geschil, de verzekerde op de hoogte wordt gebracht van het in artikel 60 bedoelde recht onderscheidenlijk van de mogelijkheid gebruik te maken van de in artikel 61 bedoelde procedure.

Artikel

63

De artikelen 58 tot en met 62 zijn niet van toepassing op:

  • a.

    de door een verzekeraar verleende rechtsbijstand voor zover deze betrekking heeft op risico’s die verband houden met het gebruik van zeeschepen;

  • b.

    de door een verzekeraar als bijkomend risico bij de branche Hulpverlening verleende rechtsbijstand in een andere staat dan die waar de verzekerde zijn woonplaats heeft voor zover:

    • 1°.

      deze rechtsbijstand deel uitmaakt van een overeenkomst van verzekering die alleen betrekking heeft op hulpverlening; en

    • 2°.

      in de overeenkomst afzonderlijk is verklaard dat de rechtsbijstanddekking is beperkt tot de in dit onderdeel bedoelde omstandigheden en slechts een aanvulling vormt op de hulpverlening.

Afdeling

2

Verzekeraars met zetel in Nederland

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

64

Artikel

65

Een levensverzekeraar doet binnen twee weken na het voor de eerste maal sluiten van een nieuw type overeenkomst van verzekering aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgave van de technische grondslagen voor de berekening van het desbetreffende tarief en van de desbetreffende technische voorzieningen.

§

2

Technische voorzieningen

Artikel

66

Artikel

67

§

3

Solvabiliteitsmarge

Artikel

68

Artikel

69

§

3a

Aanvullend toezicht op verzekeraars in een verzekeringsgroep als bedoeld in richtlijn nr. 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 oktober 1998 betreffende het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep (PbEG L 330)

Artikel

69a

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt – voor zover niet anders blijkt – verstaan onder:

  • a.

    verzekeraar: een schadeverzekeraar of een levensverzekeraar met zetel in Nederland waaraan ingevolge artikel 24, eerste lid, een vergunning is verleend of een schadeverzekeraar of een levensverzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland die in het bezit is van een vergunning die overeenkomt met de in artikel 24, eerste lid, bedoelde vergunning;

  • b.

    verzekeraar met zetel buiten de Unie: een schadeverzekeraar of een levensverzekeraar met zetel buiten de Unie die, indien hij zijn zetel in Nederland of in een andere lid-staat dan Nederland had, een vergunning ingevolge artikel 24, eerste lid, zou kunnen krijgen onderscheidenlijk een vergunning die overeenkomt met de in artikel 24, eerste lid, bedoelde vergunning;

  • c.

    herverzekeraar: een verzekeraar die geen verzekeraar is als bedoeld in onderdeel a of b en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het accepteren van door een verzekeraar, door een verzekeraar met zetel buiten de Unie of door een andere herverzekeraar overgedragen risico's;

  • d.

    moederonderneming: een moederonderneming als bedoeld in artikel 1 van de zevende richtlijn nr. 83/349/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (PbEG L 193), alsmede iedere onderneming die naar de mening van de Pensioen- & Verzekeringskamer feitelijk een overheersende invloed op een andere onderneming uitoefent;

  • e.

    dochteronderneming: een dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede iedere onderneming waarop naar de mening van de Pensioen- & Verzekeringskamer een moederonderneming feitelijk een overheersende invloed uitoefent;

  • f.

    deelneming: een deelneming als bedoeld in artikel 24c, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of een rechtstreeks of middellijk belang van 20 procent of meer van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van 20 procent of meer van de stemrechten in een onderneming;

  • g.

    deelnemende onderneming: een onderneming die een moederonderneming is of iedere andere onderneming die een deelneming bezit;

  • h.

    verbonden onderneming: een dochteronderneming of iedere andere onderneming waarin een deelneming bestaat;

  • i.

    verzekeringsholding: een moederonderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verkrijgen en houden van deelnemingen in dochterondernemingen die uitsluitend of hoofdzakelijk verzekeraars, verzekeraars met zetel buiten de Unie of herverzekeraars zijn, en waarvan ten minste één dochteronderneming verzekeraar is;

  • j.

    gemengde verzekeringsholding: een moederonderneming, die geen verzekeraar, verzekeraar met zetel buiten de Unie, herverzekeraar of verzekeringsholding is, en waarvan ten minste één dochteronderneming verzekeraar is.

Artikel

69b

De bevoegdheden die de Pensioen- & Verzekeringskamer op grond van deze paragraaf heeft jegens de in artikel 69c bedoelde verzekeraars laten onverlet dat zij haar overige bevoegdheden die zij op grond van deze wet heeft, kan toepassen.

Artikel

69c

Artikel

69d

Artikel

69e

Indien een verzekeraar met zetel in Nederland en een of meer verzekeraars met zetel in een andere lid-staat dan Nederland als moederonderneming dezelfde verzekeringsholding, verzekeraar met zetel buiten de Unie, herverzekeraar of gemengde verzekeringsholding hebben, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer met die andere toezichthoudende autoriteit in overleg treden met het doel overeenstemming te bereiken over de vraag wie het toezicht, bedoeld in artikel 69c, zal uitoefenen.

Artikel

69f

Een verzekeraar die aan het toezicht, bedoeld in artikel 69c, eerste lid, is onderworpen, beschikt over adequate interne controleprocedures om de gegevens en informatie te verschaffen die relevant zijn voor de uitoefening van dat toezicht.

Artikel

69g

Artikel

69h

Artikel

69i

Artikel

69j

Artikel

69k

§

4

Administratieve organisatie, bedrijfsvoering en verslaglegging

Artikel

70

Artikel

70a

Artikel

71

Artikel

72

Artikel

72a

Artikel

72c

Artikel

73

Artikel

74

§

5

Wijzigingen in aan de Pensioen- & Verzekeringskamer overgelegde informatie

Artikel

75

§

6

Overboeking

Artikel

76

§

7

Het verrichten van diensten

Artikel

77

Artikel

78

De verzekeraar legt elke voorgenomen wijziging in de aard van de risico’s van schadeverzekering of in de aard van de overeenkomsten van levensverzekering ten opzichte van de opgave, bedoeld in artikel 77, eerste lid, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over. Artikel 77, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

79

In geval van communautaire co-assurantie zijn de artikelen 77 en 78 slechts van toepassing op de verzekeraar die als eerste verzekeraar optreedt.

§

8

Bijkantoren in andere lid-staten

Artikel

80

Artikel

81

Artikel

82

Artikel

83

Alvorens de Pensioen- & Verzekeringskamer ten behoeve van het financiële toezicht op een in een andere lid-staat gelegen bijkantoor ter plaatse inzage als bedoeld in artikel 57, eerste lid, neemt of doet nemen, stelt zij daaromtrent de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat in kennis.

§

9

Bijkantoren buiten de Unie

Artikel

83a

Artikel

83b

Artikel

83c

Afdeling

3

Verzekeraars met zetel in een andere lid-staat dan Nederland

Artikel

84

Artikel

85

Artikel

86

Artikel

87

Artikel

88

Afdeling

4

Verzekeraars met zetel buiten de Unie

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

89

Artikel

90

Een levensverzekeraar doet binnen twee weken na het voor de eerste maal sluiten van een nieuw type overeenkomst van verzekering aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgave van de technische grondslagen voor de berekening van het desbetreffende tarief en van de desbetreffende technische voorzieningen.

§

2

De vertegenwoordiger

Artikel

91

Artikel

92

Artikel

93

§

3

Technische voorzieningen

Artikel

94

Artikel

95

Vervallen

§

4

Solvabiliteitsmarge

Artikel

96

§

5

Administratieve organisatie, bedrijfsvoering en verslaglegging

Artikel

97

Een verzekeraar met zetel buiten de Unie voert hier te lande de administratie met betrekking tot de bijkantoren in Nederland en bewaart hier te lande de desbetreffende zakelijke gegevens en bescheiden.

Artikel

98

Artikel

98a

Artikel

99

Artikel

100

Artikel

100a

Artikel

100b

Artikel

101

Artikel

102

§

6

Wijzigingen in aan de Pensioen- & Verzekeringskamer overgelegde informatie

Artikel

103

§

7

Overboeking

Artikel

104

§

8

Het verrichten van diensten

Artikel

105

Artikel

106

De verzekeraar legt elke voorgenomen wijziging in de aard van de risico’s van schadeverzekering of in de aard van de overeenkomsten van levensverzekering ten opzichte van de opgave, bedoeld in artikel 105, eerste lid, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over. Artikel 105, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

107

In geval van communautaire co-assurantie zijn de artikelen 105 en 106 slechts van toepassing op de verzekeraar die als eerste verzekeraar optreedt.

Hoofdstuk

IV

Het verrichten van diensten naar Nederland

Afdeling

1

Algemene bepalingen

Artikel

108

Een verzekeraar met zetel buiten Nederland mag uitsluitend diensten verrichten naar Nederland in branches tot de uitoefening waarvan hij in de staat van de betrokken vestiging bevoegd is.

Artikel

109

Artikel

110

Afdeling

2

Verzekeraars met zetel in een andere lid-staat dan Nederland

§

1

Het verrichten van diensten vanuit een vestiging in de Unie

Artikel

111

Artikel

112

§

2

Het verrichten van diensten vanuit een bijkantoor buiten de Unie

Artikel

113

Artikel

114

§

3

Voorschriften ter zake van acquisitie

Artikel

115

Afdeling

3

Verzekeraars met zetel buiten de Unie

§

1

Het verrichten van diensten vanuit een bijkantoor in de Unie

Artikel

116

Artikel

117

Artikel 112 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Pensioen- & Verzekeringskamer haar verzoek richt aan de toezichthoudende autoriteit van de lid-staat waar zich het betrokken bijkantoor van de verzekeraar bevindt.

§

2

Het verrichten van diensten vanuit een vestiging buiten de Unie

Artikel

118

Artikel

119

Artikel 114 is van overeenkomstige toepassing.

§

3

Voorschriften ter zake van acquisitie

Artikel

120

Hoofdstuk

V

Overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van schadeverzekering en omzetting van de rechtsvorm van een schadeverzekeraar

Artikel

121

Artikel

122

Artikel

123

Artikel

124

Artikel

125

Artikel

126

Een verzekeraar met zetel buiten de Unie die zijn rechten en verplichtingen uit of krachtens een of meer overeenkomsten van schadeverzekering, door hem bij het verrichten van diensten naar Nederland gesloten, met toestemming van de bevoegde buitenlandse autoriteit aan een andere verzekeraar heeft overgedragen, doet van de overdracht in Nederland mededeling op door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. De inhoud van de publikatie behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.

Artikel

127

De artikelen 121 tot en met 126 zijn niet van toepassing ten aanzien van de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van herverzekering.

Artikel

128

Hoofdstuk

VI

Overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van levensverzekering en omzetting van de rechtsvorm van een levensverzekeraar

Artikel

129

Artikel

130

Artikel

131

Artikel

132

Artikel

133

Artikel

134

Een verzekeraar met zetel buiten de Unie die zijn rechten en verplichtingen uit een of meer overeenkomsten van levensverzekering, door hem bij het verrichten van diensten naar Nederland gesloten, met toestemming van de bevoegde buitenlandse autoriteit aan een andere verzekeraar heeft overgedragen, doet van de overdracht in Nederland mededeling op door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. De inhoud van de publikatie behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.

Artikel

135

De artikelen 129 tot en met 134 zijn niet van toepassing ten aanzien van de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van herverzekering.

Artikel

136

Hoofdstuk

VII

Bijzondere maatregelen

Afdeling

1

Verzekeraars met zetel in Nederland

Artikel

137

Artikel

137a

Artikel

138

Artikel

139

Een verzekeraar wiens solvabiliteitsmarge niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, doet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar te bepalen termijn en op de door haar te bepalen wijze opgave van de in artikel 67 bedoelde waarden en van de wijzigingen die daarin vervolgens optreden.

Artikel

140

Artikel

140a

Artikel

141

Afdeling

2

Verzekeraars met zetel in een andere lid-staat dan Nederland

Artikel

142

Afdeling

3

Verzekeraars met zetel buiten de Unie

Artikel

143

Artikel

143a

Artikel 137a is van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met zetel buiten de Unie.

Artikel

144

Artikel

145

Een verzekeraar wiens solvabiliteitsmarge niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen dan wel de in een andere lid-staat dan Nederland gestelde eisen indien een voordeelregeling overeenkomstig artikel 49 van toepassing is, doet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar te bepalen termijn en op de door haar te bepalen wijze opgave van de in artikel 95 bedoelde waarden en van de wijzigingen die daarin vervolgens optreden.

Artikel

146

Artikel

146a

Artikel

147

Hoofdstuk

VIIA

Opvanginstrument voor levensverzekeraars

Artikel

147a

Artikel

147b

Artikel

147c

Artikel

147c1

De statuten van de opvanginstelling, met inbegrip van wijzigingen daarin, behoeven de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.

Artikel

147d

Artikel

147e

Artikel

147f

De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzoek tot het verlenen of tot het intrekken van een machtiging bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.

Artikel

147g

Tot het instellen van beroep in cassatie tegen de beschikkingen van de rechtbank uit hoofde van dit hoofdstuk is, buiten de Pensioen- & Verzekeringskamer, de verzekeraar bevoegd, ongeacht of deze bij de rechtbank is verschenen.

Artikel

147h

De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de verzekeraar en de opvanginstelling instructies geven in het belang van de goede werking van het opvanginstrument. De verzekeraar en de opvanginstelling volgen de instructies van de Pensioen- & Verzekeringskamer op. De instructies van de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen geen betrekking hebben op de voorwaarden van het herverzekeringscontract, bedoeld in artikel 147d, tweede lid, laatste volzin.

Artikel

147i

Artikel

147j

Artikel

147k

Artikel

147l

Artikel

147m

Artikel

147n

De vergunning van een verzekeraar waarvan de portefeuille ingevolge de bepalingen van dit hoofdstuk is overgedragen, wordt ingetrokken met inachtneming van de artikelen 149, 150 en 153.

Hoofdstuk

VIII

Intrekking van een vergunning

Artikel

148

Artikel

149

Artikel

150

Artikel

151

Artikel

152

De intrekking van de vergunning verplicht de verzekeraar het betrokken gedeelte van het bedrijf af te wikkelen, tenzij de intrekking gepaard gaat met de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. De verzekeraar die verplicht is zijn bedrijf af te wikkelen, blijft onderworpen aan de bepalingen van deze wet.

Artikel

153

Artikel

154

De intrekking van een vergunning door de toezichthoudende autoriteit van een andere lid-staat dan Nederland, verplicht de verzekeraar met zetel in die lid-staat de uitoefening van zijn bedrijf door middel van een bijkantoor in Nederland of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland af te wikkelen. Hij blijft daarbij onderworpen aan de bepalingen van deze wet.

Hoofdstuk

IX

Noodregeling en in andere lid-staten dan Nederland vastgestelde saneringsmaatregelen

Afdeling

1

Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Unie

Artikel

155

Vervallen

Artikel

156

Artikel

156a

Artikel

156b

Artikel

156c

Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen b of c:

  • a.

    stellen de bewindvoerders alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling, en

  • b.

    stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer de toezichthoudende autoriteiten van de andere lid-staten die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.

Artikel

156d

De rechter-commissaris houdt toezicht op de overdracht onderscheidenlijk de vereffening, bedoeld in artikel 156, derde lid.

Artikel

157

Artikel

158

Op verzoek van de bewindvoerders benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris die toezicht houdt op de vereffening welke plaats heeft ingevolge artikel 163a. Met betrekking tot de beschikkingen van de rechter-commissaris, gegeven ter uitvoering van het in de eerste volzin bepaalde, zijn de artikelen 66 en 67, eerste lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid van artikel 67 van die wet is van overeenkomstige toepassing voor zover de daarin opgesomde artikelen in artikel 163a van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Hetgeen in de genoemde artikelen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor.

Artikel

159

Vervallen

Artikel

160

Vervallen

Artikel

161

Artikel

162

Ingevolge de hun verleende machtiging kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de verzekeraar is bepaald:

  • a.

    alle nog niet gedane stortingen op de aandelen in het geplaatste kapitaal onderscheidenlijk het waarborgkapitaal van een verzekeraar uitschrijven en innen;

  • b.

    naheffingen opleggen en innen tot het in de statuten van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten de Unie bepaalde maximum.

Artikel

163

Artikel

163a

Artikel

163b

Artikel

164

Artikel

164a

Artikel

164b

Artikel

164c

Artikel

165

Artikel

165a

Artikel

165b

In geval van overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge de machtigingen, bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen a en c, of de bijzondere machtiging, bedoeld in artikel 165, eerste lid, draagt de verzekeraar de waarden over die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op de verplichtingen die worden overgedragen.

Artikel

167

Vervallen

Artikel

169

Artikel

169a

Vervallen

Artikel

170

De bewindvoerders brengen tijdens de noodregeling telkens na verloop van drie maanden, alsmede na beëindiging van de noodregeling zo spoedig mogelijk verslag omtrent hun werkzaamheden uit aan de rechtbank. Een afschrift van dit verslag zenden de bewindvoerders aan Onze Minister en aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.

Artikel

171

Afdeling

2

Bepalingen van internationaal privaatrecht

Artikel

171a

Artikel

171b

De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel, de saneringsmaatregel zelf en de rechtsgevolgen van de saneringsmaatregel worden beheerst door het recht van de lid-staat van herkomst, tenzij de wet anders bepaalt.

Artikel

171c

Artikel

171d

Artikel

171e

Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de verzekeraar, laat de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel de bedoelde bevoegdheid onverlet.

Artikel

171f

De artikelen 171c tot en met 171e staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.

Artikel

171g

In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.

Artikel

171h

In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lid-staat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.

Artikel

171i

In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten van de verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lid-staat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.

Artikel

171j

Artikel

171k

In afwijking van artikel 171b wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de verzekeraar na het tijdstip tot vaststelling van een saneringsmaatregel, waarmee hij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lid-staat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lid-staat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lid-staat waar de onroerende zaak is gelegen.

Artikel

171l

In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van de saneringsmaatregel voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lid-staat waar het rechtsgeding aanhangig is.

Artikel

171m

Artikel 171b is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:

  • a.

    die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lid-staat dan de lid-staat van herkomst; en

  • b.

    dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast respectievelijk niet kan worden tegengeworpen.

Artikel

171n

Artikel

171o

Artikel

171p

Op verzoek van een bewindvoerder uit een andere lid-staat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een saneringsmaatregel, vastgesteld in een andere lid-staat dan Nederland door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Faillissementswet.

Artikel

172

Artikel

173

Vervallen

Hoofdstuk

X

Bijzondere bepalingen

Artikel

174

Vervallen

Artikel

175

Artikel

175a

Artikel

176

Artikel

177

Artikel

178

Artikel

179

Artikel

180

Het is verboden in Nederland te bemiddelen bij of op andere soortgelijke wijze mee te werken aan de voorbereiding of de totstandkoming van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar die:

  • a.

    het verzekeringsbedrijf uitoefent zonder in het bezit te zijn van de ingevolge artikel 24, eerste lid, vereiste vergunning;

  • b.

    een bijkantoor in Nederland heeft zonder te hebben voldaan aan de procedure die ingevolge deze wet is vereist voor verzekeraars met zetel in een andere lid-staat dan Nederland;

  • c.

    diensten verricht naar Nederland zonder te hebben voldaan aan de procedure die ingevolge deze wet is vereist voor verzekeraars met zetel buiten Nederland.

Artikel

181

Artikel

182

Artikel

183

Artikel

183a

Artikel

183b

In afwijking van artikel 182 kunnen in een noodregeling gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, door de bewindvoerder worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in artikel 170, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel b, of, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, aanhef en derde lid, onderdeel c, activa van de verzekeraar te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden.

Artikel

183c

In afwijking van artikel 182 is artikel 183a van overeenkomstige toepassing op gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, ongeacht of de verleende machtiging een machtiging is als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel a, b of c, en ongeacht of activa te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden.

Artikel

184

Artikel

185

Artikel

186

Artikel

187

Artikel

187a

Vervallen

Hoofdstuk

XI

Beroep

Artikel

188

Hoofdstuk

XIA

Onderzoek door onze minister

Artikel

188a

Hoofdstuk

XI B

Dwangsom en bestuurlijke boete

Artikel

188b

Artikel

188c

Artikel

188d

Artikel

188e

Degene jegens wie door Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

Artikel

188f

Artikel

188g

Artikel

188h

Artikel

188i

Artikel

188j

Artikel

188k

Artikel

188l

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Artikel

188m

Hoofdstuk

XI C

Openbaarmaking van overtredingen

Artikel

188n

De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van artikel 182, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen:

  • haar weigering om een aangevraagde vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar te verlenen, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar verleend;

  • het feit dat een verzekeraar het directe verzekeringsbedrijf uitoefent zonder in het bezit te zijn van de ingevolge artikel 24, eerste lid, vereiste vergunning;

  • het feit dat een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland een bijkantoor in Nederland heeft zonder te hebben voldaan aan de procedure, bedoeld in artikel 37;

  • het feit dat een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland diensten verricht naar Nederland zonder te hebben voldaan aan de procedure, bedoeld in artikel 111 onderscheidenlijk 113;

  • het feit dat een verzekeraar met zetel buiten de Unie diensten verricht naar Nederland zonder voldaan te hebben aan de procedure, bedoeld in artikel 116 onderscheidenlijk 118;

  • het feit dat een schadeverzekeraar diensten naar Nederland verricht in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen zonder te hebben voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 109;

  • het feit dat een verzekeraar zich niet houdt aan de voorschriften of het verbod, bedoeld in artikel 141, tweede lid, of artikel 147, tweede lid.

Artikel

188o

Degene jegens wie door de Pensioen- & Verzekeringskamer een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn handelen of nalaten op grond van artikel 188n ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

Artikel

188p

Artikel

188q

De beschikking om op grond van artikel 188n een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:

  • het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht;

  • de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en

  • de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht.

Artikel

188r

Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 188n een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

Artikel

188s

In afwijking van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

Artikel

188t

Artikel

188u

Artikel

188v

De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 188n ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Hoofdstuk

XII

Overgangsbepalingen

Artikel

189

Artikel

190

Artikel

191

Artikel

192

Artikel

193

Artikel

194

Artikel

195

Artikel

196

Ten aanzien van overeenkomsten van verzekering die met een onderlinge waarborgmaatschappij zijn gesloten voor 26 juli 1976 en waaruit de rechten en verplichtingen na het in werking treden van deze wet worden overgedragen, geldt artikel 62, aanhef en onderdeel a, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de overdracht af, zulks in afwijking van artikel 47, tweede lid, van de Overgangswet voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek.

Artikel

197

De artikelen 85, 86, 86a, 86b 88 en 89 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn vanaf 1 januari 1986 van overeenkomstige toepassing op een vruchtgebruik van en een pandrecht op aandelen in het waarborgkapitaal van een onderlinge waarborgmaatschappij, gevestigd voor die datum.

Artikel

198

Ten aanzien van de kosten, verbonden aan de uitvoering van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, voor zover deze op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn verhaald, blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 85 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf van toepassing.

Artikel

199

Ingeval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beroep is ingesteld tegen een beslissing, genomen ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, wordt de zaak geheel afgedaan met toepassing van de voorschriften die voor dat tijdstip golden.

Artikel

200

Ingeval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de faillietverklaring van een verzekeraar is uitgesproken of een machtiging als bedoeld in artikel 66 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf is verleend, blijven op het faillissement en op de vereffening of de overdracht van verbintenissen de bepalingen van toepassing die voor dat tijdstip golden.

Artikel

201

Ingeval voor 1 juni 1987 de faillietverklaring is uitgesproken van een levensverzekeraar die in het bezit was van een verklaring als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet op het Levensverzekeringbedrijf, Stb. 1922, 716, blijven op het faillissement de bepalingen van toepassing die voor die datum golden.

Artikel

203

Indien een andere lid-staat dan Nederland de richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228) of de richtlijn nr. 92/96/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (PbEG L 360) niet of onvolledig heeft uitgevoerd, kan Onze Minister bepalen dat en in hoeverre de Pensioen- & Verzekeringskamer op verzekeraars met zetel in die lid-staat deze wet of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf toepast, zoals laatstgenoemde wet gold voor de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel

204

Een verzekeraar die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf verplicht is tot afwikkeling van het betrokken gedeelte van zijn bedrijf is gedurende de afwikkeling onderworpen aan de bepalingen van deze wet.

Artikel

205

Een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het verzekeringsbedrijf vanuit een bijkantoor in Nederland uitoefent, geeft binnen een maand na dit tijdstip aan de Verzekeringskamer het adres van het bijkantoor op waaraan mededelingen aan de vertegenwoordiger kunnen worden gestuurd.

Hoofdstuk

XIII

Slotbepalingen

Artikel

206

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

207

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

208

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

209

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

210

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

211

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

212

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

213

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

214

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

215

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

216

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

217

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

218

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

219

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

220

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

221

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

222

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

223

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

224

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

225

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

226

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

227

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

228

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

229

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

230

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

231

De Wet van 18 december 1986, Stb. 637, tot wijziging van de Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf wordt ingetrokken.

Artikel

232

De Wet van 23 februari 1989, Stb. 52, tot aanvulling van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf met bepalingen omtrent hulpverlening op reis wordt ingetrokken.

Artikel

233

De Wet van 23 mei 1990, Stb. 285, tot aanvulling van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf met bepalingen omtrent rechtsbijstandverzekering wordt ingetrokken.

Artikel

234

De Wet van 20 juni 1990, Stb. 337, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf in verband met de tweede richtlijn schadeverzekering wordt ingetrokken.

Artikel

235

De Wet van 27 juni 1990, Stb. 341, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf wordt ingetrokken.

Artikel

237

De Wet van 1 juli 1992, Stb. 441, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf in verband met de tweede richtlijn levensverzekering wordt ingetrokken.

Artikel

238

De Wet van 23 december 1992, Stb. 719, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf in verband met de richtlijn inzake de toepassing van de overeenkomst tussen de EEG en Zwitserland betreffende het directe schadeverzekeringsbedrijf wordt ingetrokken.

Artikel

239

De Wet toezicht verzekeringsbedrijf wordt ingetrokken.

Artikel

240

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 1994.

Artikel

241

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, W. Kok
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

bedoeld in artikel 188d, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993

Artikel 1

Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk XI B van deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt:

1.

€ 543

2.

€ 907

3.

€ 5 445

4.

€ 21 781

5.

€ 87 125

Artikel 2

1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 1 1In tabel 1 zijn die bepalingen opgesomd die zich uitsluitend richten tot verzekeraars.In tabel 2 zijn de bepalingen opgesomd die zich in beginsel tot een ieder (inclusief verzekeraars) richten., is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: schadeverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 4 538 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 13 613 000; factor: 1;

Categorie II: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 22 689 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 13 613 000 maar minder dan € 68 067 000; factor: 2;

Categorie III: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 22 689 000 maar minder dan € 113 445 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 68 067 000 maar minder dan € 340 335 000; factor: 3;

Categorie IV: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 113 445 000 maar minder dan € 453 780 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 340 335 000 maar minder dan € 1 361 340 000; factor: 4;

Categorie V: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 1 361 340 000; factor: 6.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door hem onderscheidenlijk haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Artikel 3

Indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 is vastgesteld en waarop de tabellen 1 of 2 van toepassing zijn of waarvoor tariefnummer 2 is vastgesteld indien tabel 2 van toepassing is, behoeft op grond van artikel 188f, tweede lid, de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.

Tabel 1

28, eerste lid

3

28, tweede lid

3

28, derde lid

3

28, vierde lid, eerste volzin

3

28, vijfde lid

3

29, eerste lid

4

29, tweede lid

4

37, eerste lid

1

38, eerste lid

1

38, tweede lid

1

38, vijfde lid

1

42, tweede lid

3

45, derde lid, laatste volzin

3

45, vierde lid, tweede volzin

3

49, derde lid

3

49, zesde lid

3

52, eerste lid

3

52, tweede lid

3

52, derde lid

3

52, vierde lid

3

52, vijfde lid

3

52, zesde lid

3

52, zevende lid, tweede volzin

3

53, eerste en tweede volzin

3

54, tweede lid

4

54, derde lid, onderdeel a

4

54a, vierde lid

3

55, tweede lid

3

55, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden

3

57, tweede volzin

3

58, eerste lid

3

58, tweede lid

3

58, derde lid

3

58, vierde lid

3

58, vijfde lid

3

59

3

60

3

61

3

62

3

64, eerste lid

3

64, tweede lid

3

65

2

66, eerste lid

4

66, tweede lid

4

66, derde lid

4

66, vijfde lid

4

66, zesde lid

4

67, eerste lid

4

67, tweede lid

4

68, derde lid

4

68, vijfde lid

4

69f

3

69i, derde lid, eerste volzin

3

69i, derde lid, tweede volzin

4

69j, eerste lid

4

69k, eerste lid, eerste volzin

4

70, eerste lid

3

70a, eerste lid

3

71, eerste lid

2

71, tweede lid, tweede volzin

2

72, eerste lid

3

72, tweede lid

4

72, derde lid, vijfde volzin

1

72, zesde lid

1

72a, eerste lid, eerste en derde volzin

1

72c, eerste lid

4

73, eerste lid

1

73, tweede lid

1

74, eerste lid

2

74, tweede lid

2

75, eerste lid

2

75, tweede lid

3

75, derde lid

3

75, vierde lid

2

76, eerste lid

3

76, tweede lid, tweede volzin

3

77, eerste lid

1

77, tweede lid

1

77, derde lid

1

77, zevende lid

1

78, eerste volzin

1

80, eerste lid

1

80, tweede lid, onderdelen a en c tot en met e

1

80, derde lid

1

81, eerste lid

1

81, tweede lid

1

81, derde lid

1

81, zesde lid

1

83a, eerste lid

1

83a, tweede lid

1

83a, derde lid

1

83b, eerste lid

1

83b, tweede lid

1

83b, vierde lid

1

84, eerste lid

2

84, tweede lid

2

85, eerste lid

3

85, derde lid, laatste volzin

3

88, eerste lid

3

88, tweede lid

3

89, eerste lid

3

89, tweede lid

3

90

2

93, eerste lid

3

93, tweede lid

3

94, eerste lid

4

94, tweede lid

4

94, derde lid

4

94, vijfde lid

4

94, zesde lid

4

95, eerste lid

4

95, tweede lid

4

96, eerste lid

4

96, tweede lid

4

97

3

98, eerste lid

3

98a, eerste lid

3

99, eerste lid

2

99, tweede lid, tweede volzin

2

100, eerste lid

3

100, tweede lid

4

100, derde lid, vijfde volzin

1

100, zesde lid

1

100, zevende lid, eerste volzin

1

100a, eerste lid, eerste en derde volzin

1

100b, eerste lid

4

101, eerste lid

1

102, eerste lid

2

102, tweede lid

2

103, eerste lid, onderdeel a, eerste volzin

2

103, eerste lid, onderdelen b tot en met d

2

103, tweede lid

3

103, derde lid

3

103, vierde lid

2

104, eerste lid

3

104, tweede lid, tweede volzin

3

105, eerste lid

1

105, tweede lid

1

106

1

108

5

109, eerste lid

3

109, derde lid

3

109, vierde lid

3

109, zevende lid

3

109, achtste lid

3

109, negende lid

3

109, tiende lid, tweede volzin

3

111, eerste lid

1

111, tweede lid

1

113, eerste lid

1

113, tweede lid

1

113, derde lid

1

113, vierde lid

1

114, eerste lid

1

115, eerste lid, eerste volzin

4

115, tweede lid, eerste volzin

4

116, eerste lid

1

116, tweede lid

1

116, derde lid

1

118, eerste lid

1

118, tweede lid

1

118, derde lid

1

118, vierde lid

1

118, vijfde lid

1

119

1

120, eerste lid, eerste volzin

4

120, tweede lid, eerste volzin

4

123, eerste lid

2

125, tweede lid

2

126

2

128, derde lid

2

131, eerste lid

2

131, vijfde lid

2

132, eerste lid

2

133, tweede lid

2

134

2

136, derde lid

2

137, eerste lid

4

138, eerste lid

3

138, tweede lid

3

138, vierde lid

3

139

3

140, eerste lid

4

141, eerste lid

4

141, derde lid

4

143, eerste lid

4

144, eerste lid

3

144, tweede lid

3

144, vierde lid

3

145

3

146, eerste lid

4

147, eerste lid

4

147, tweede lid

4

147, derde lid

4

147c, vijfde lid

3

147h, tweede volzin

4

147i, eerste lid

3

147i, tweede lid

3

147i, vierde lid

3

147j, eerste lid

2

147k, vijfde lid, derde en laatste volzin

3

147k, zevende lid

1

147m, derde lid

3

147m, vierde lid

3

152

4

153, eerste lid

4

154

4

165b

3

174, eerste lid

3

174, zesde lid

4

174, zevende lid

3

176, zevende lid

3

177, tweede lid

2

186, derde lid

1

Tabel 2

13, vijfde lid, eerste volzin

3

13, zesde lid, tweede volzin

3

14, tweede lid

1

24, eerste lid

5

29, derde lid

4

29, vierde lid

4

29a

3

45, tweede lid, laatste volzin

3

45, derde lid, eerste volzin

3

45, vierde lid, tweede volzin

3

45, vijfde lid

3

54, vijfde lid, eerste volzin

3

54a, tweede lid

3

54a, derde lid

3

55, tweede lid

3

55, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden

3

56, zesde lid, laatste volzin

3

57, tweede volzin

3

72a, tweede lid

3

72a, derde lid

3

72b

3

82, eerste lid, laatste volzin

3

82, tweede lid

3

83c, eerste lid, laatste volzin

3

83c, tweede lid

3

85, tweede lid, tweede volzin

3

85, derde lid, eerste volzin

3

85, vierde lid

3

93, eerste lid

3

93, tweede lid

3

100a, tweede lid

3

100a, derde lid

3

103, eerste lid, onderdeel a, laatste volzin

2

115, vijfde lid

4

120, vierde lid

4

147m, vierde lid

3

152

3

154

3

175, eerste lid

3

175, vierde lid

3

175, zesde lid

3

176, zevende lid

3

177, eerste lid

2

178, eerste lid

2

179, tweede lid

2

179, negende lid

3

180

3

181, eerste lid

3

181, tweede lid

3

181, derde lid

3

181, zesde lid, laatste volzin

3

181, zevende lid

3

184, tweede lid

3

185, tweede lid

3