Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
De ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
Het Hoofd van de Afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de door het Hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, worden niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid.
3
De Directie Opsporing van de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de afdeling Recherche SZW.
Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel
1.2
1
De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
de ambtenaren, bedoeld in artikel 9d van die wet, met wie documenten of berichten worden uitgewisseld door de contactpersoon;
−
de ambtenaren, bedoeld in artikel 9f, tweede lid, van die wet, verantwoordelijk voor de gegevensuitwisseling via het IMI, bedoeld in dat artikel, na de detacheringsperiode;
de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die wet, bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 6 van bijlage 31, deel A, afdeling 2, behorende bij artikel 463, vierde lid, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK, bedoeld in artikel 9a van die wet.
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, aangewezen in artikel 1 van het Besluit aanwijzing toezichthouders luchtvaart, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht en aan boord van een stilstaand luchtvaartuig, voor zover het betreft de arbeid van boordpersoneel in verband met de vlucht.
Artikel
3.2
1
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van goederen of personen en voor welk vervoer op grond van de Wet wegvervoer goederen onderscheidenlijk de Wet personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
2
De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a.
de Arbeidsomstandighedenwet voorzover het betreft arbeid verricht in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op de arbeid, bedoeld in het eerste lid;
b.
de Arbeidstijdenwet voor zover het betreft arbeid verricht in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op de arbeid, bedoeld in het eerste lid.
Artikel
3.3
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Schepenwet, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht in, respectievelijk op een zeeschip, met uitzondering van aanbouw, verbouwing, herstelling of sloping dan wel onderhouds- of reinigingswerkzaamheden en hiermee verband houdende andere werkzaamheden aan deze schepen, alsmede met uitzondering van laden en lossen, tenzij deze arbeid wordt verricht door een werknemer die behoort tot de bemanning van een zeeschip.
Artikel
3.3a
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Binnenvaartwet, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht in, respectievelijk op een binnenvaartschip, met uitzondering van aanbouw, verbouwing, herstelling of sloping dan wel onderhouds- of reinigingswerkzaamheden en hiermee verband houdende andere werkzaamheden aan deze schepen, alsmede met uitzondering van laden en lossen, tenzij deze arbeid wordt verricht door een werknemer die behoort tot de bemanning van een binnenvaartschip.
Artikel
3.3b
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht, zijn, met betrekking tot arbeid verricht op of aan een spoorweg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, met uitzondering van de spoorwegen, genoemd in artikel 2 van het Besluit bijzondere spoorwegen, en met betrekking tot arbeid verricht op of aan lokale spoorwegen als bedoeld in de Wet lokaal spoor, mede belast met het toezicht op de naleving van:
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet, wordt voor de in artikel 3.3 bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012, die zijn tewerkgesteld bij de Dienst infrastructuur van de Eenheid landelijke expertise en operaties van de politie of bij de dienst Zeehavenpolitie van de regionale eenheid Rotterdam, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet.
3
De ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en c, van de Politiewet 2012 zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet voor zover het betreft arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van personen en voor welk vervoer op grond van de Wet personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel
4.2
De ambtenaren, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, worden aangewezen als ambtenaar, bedoeld in:
Divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat
Aanwijzing toezichthouders
Artikel
6.1
Vervallen
Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel
6.2
Vervallen
§
7
Staatstoezicht op de Mijnen
Aanwijzing toezichthouders
Artikel
7.1
1
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Warenwet en de daarop berustende bepalingen bij of in verband met:
a.
verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet;
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen worden aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, wordt opgedragen met betrekking tot:
a.
arbeid op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie alsmede met betrekking tot arbeid die direct verband houdt met mijnbouwkundige activiteiten die niet plaatsvinden op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie;
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet en de daarop berustende bepalingen met betrekking tot:
a.
arbeid verricht bij of in verband met verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet;
de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid verricht in een hotel, pension, conferentieoord, restaurant, cafetaria, lunchroom, ijssalon, café, bar-dancing, discotheek, nachtclub, seizoen-horecabedrijf, tearoom, koffiehuis, sociëteit, buffet in een bioscoop, theater of trein, buffet in een buurt- of clubhuis dan wel een daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, al dan niet alcoholische dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt;
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Citeertitel
Artikel
9.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W.A.Vermeend.
De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos.
De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-Eilers