Artikel
1
Begripsomschrijvingen
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
AOW: Algemene Ouderdomswet;
-
b.
Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
-
c.
overbruggingsuitkering: overbruggingsuitkering als bedoeld in artikel 4;
-
d.
partneruitkering: partneruitkering als bedoeld in artikel 6;
-
e.
rechthebbende: rechthebbende als bedoeld in artikel 4;
-
f.
SVB: Sociale verzekeringsbank als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
-
g.
zelfstandige: persoon die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen of was aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of beroep en die:
-
1˚.
voldoet of heeft voldaan aan het urencriterium, bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en
-
2˚.
met ingang van 1 augustus 2004 rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland heeft uitgeoefend.
-
1˚.
2
Onder zelfstandige als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt mede verstaan een gewezen zelfstandige als bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
3
Op deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing artikel 1, eerste tot en met zesde lid, en het achtste en negende lid, van de AOW en het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.