Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië tot de Europese Unie

Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië tot de Europese Unie

Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

de Republiek Bulgarije,

de President van de Tsjechische Republiek,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

de President van de Bondsrepubliek Duitsland,

de President van de Republiek Estland,

de President van de Helleense Republiek,

Zijne Majesteit de Koning van Spanje,

de President van de Franse Republiek,

de President van Ierland,

de President van de Italiaanse Republiek,

de President van de Republiek Cyprus,

de President van de Republiek Letland,

de President van de Republiek Litouwen,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

de President van de Republiek Hongarije,

de President van Malta,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

de Federale President van de Republiek Oostenrijk,

de President van de Republiek Polen,

de President van de Portugese Republiek,

de President van Roemenië,

de President van de Republiek Slovenië,

de President van de Slowaakse Republiek,

de President van de Republiek Finland,

de Regering van het Koninkrijk Zweden,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Unie voort te zetten,

Vastbesloten op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen,

Overwegende dat artikel I-58 van de Grondwet, zoals artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan de Europese Staten de mogelijkheid biedt lid van de Unie te worden,

Overwegende dat de Republiek Bulgarije en Roemenië hebben verzocht lid te worden van de Unie,

Overwegende dat de Raad, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen en na de instemming van het Europees Parlement te hebben verkregen, zich heeft uitgesproken voor toelating van deze Staten,

Overwegende dat op het ogenblik van de ondertekening van dit Verdrag, het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa reeds door alle lidstaten van de Unie was ondertekend maar nog niet bekrachtigd, en dat de Republiek Bulgarije en Roemenië zullen toetreden tot de Europese Unie zoals samengesteld op 1 januari 2007,

Hebben overeenstemming bereikt over de voorwaarden en regelingen voor de toelating, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen:

Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen,

Overeenstemming hebben bereikt:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de lidstaten, alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Unie, zoals die zijn neergelegd in de Verdragen waarbij de Republiek Bulgarije en Roemenië partij worden, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag.

Artikel

4

Artikel

5

De in de Bulgaarse en de Roemeense taal opgestelde tekst van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa wordt aan dit Verdrag gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa die zijn opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal.

De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van de Republiek Bulgarije en Roemenië een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa in alle in de eerste alinea genoemde talen.

Artikel

6

Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten.

Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de verdragen waarop de Europese Unie is gegrond

Overeenkomstig artikel 2 van het Toetredingsverdrag is deze Akte van toepassing wanneer het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa op 1 januari 2007 niet in werking is getreden, en blijft zij toepasselijk tot de datum van inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.

EERSTE

DEEL

BEGINSELEN

Artikel

1

In de zin van deze Akte:

  • worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Verdragen" bedoeld:

  • -

    worden met de uitdrukking „huidige lidstaten" bedoeld, het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

  • -

    wordt met de uitdrukking „de Unie" bedoeld de Unie zoals tot stand gebracht bij het EU-Verdrag;

  • -

    wordt met de uitdrukking „de Gemeenschap" bedoeld één of beide van de in het eerste streepje vermelde Gemeenschappen, naar gelang van het geval;

  • -

    worden met de uitdrukking „nieuwe lidstaten" bedoeld de Republiek Bulgarije en Roemenië;

  • -

    worden met de uitdrukking „Instellingen" bedoeld de bij de oorspronkelijke Verdragen opgerichte Instellingen.

Artikel

2

Onmiddellijk na de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen en de Europese Centrale Bank vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor Bulgarije en Roemenië en in deze staten toepasselijk onder de voorwaarden waarin door die Verdragen en deze Akte wordt voorzien.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Vanaf de datum van toetreding nemen Bulgarije en Roemenië aan de Economische en Monetaire Unie deel als lidstaat met een derogatie in de zin van artikel 122 van het EG-Verdrag.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en van de door de Instellingen genomen besluiten gelden, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen.

TWEEDE

DEEL

AANPASSING DER VERDRAGEN

TITEL

I

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

9

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957.

Artikel

13

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957.

Artikel

14

Wijzigt het Protocol betreffende de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en de Europese Centrale Bank; Maastricht, 07-02-1992.

Artikel

15

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957.

TITEL

II

ANDERE AANPASSINGEN

Artikel

16

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957.

Artikel

17

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957.

Artikel

18

DERDE

DEEL

PERMANENTE BEPALINGEN

TITEL

I

AANPASSINGEN VAN BESLUITEN VAN DE INSTELLINGEN

Artikel

19

Ten aanzien van de besluiten genoemd in bijlage III van deze Akte vinden de aanpassingen plaats die in die bijlage worden omschreven.

Artikel

20

De ingevolge de toetreding noodzakelijke aanpassingen van de besluiten vermeld in de lijst in bijlage IV van deze Akte, worden verricht overeenkomstig de in die bijlage vervatte richtsnoeren.

TITEL

II

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel

21

De in bijlage V van deze Akte opgesomde maatregelen worden toegepast op de in die bijlage bepaalde voorwaarden.

Artikel

22

De Raad kan, met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement besluiten tot de aanpassingen van de bepalingen van deze Akte betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid welke nodig kunnen blijken ten gevolge van een wijziging van de communautaire voorschriften.

VIERDE

DEEL

TIJDELIJKE BEPALINGEN

TITEL

I

OVERGANGSMAATREGELEN

Artikel

23

De in de bijlagen VI en VII bij deze Akte vermelde besluiten zijn ten aanzien van Bulgarije en Roemenië van toepassing onder de in die bijlagen neergelegde voorwaarden.

TITEL

II

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

24

TITEL

III

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Wanneer de termijn voor meerjarenvastleggingen in het kader van het SAPARD-programma1)Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2008/2004 (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 12). met betrekking tot de bebossing van landbouwland, steun voor de oprichting van producentengroeperingen of milieuregelingen voor de landbouw, de toegestane uiterste datum voor betalingen in het kader van SAPARD overschrijdt, zullen de uitstaande vastleggingen worden gedekt binnen het programma voor plattelandsontwikkeling voor het tijdvak 2007–2013. Indien in dit verband specifieke overgangsmaatregelen nodig zijn, worden deze vastgesteld volgens de in artikel 90, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) bedoelde procedure.

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Artikel

34

Artikel

35

De in de artikelen 30, 31, 32, 33 en 34 bedoelde bedragen worden jaarlijks overeenkomstig de prijsbewegingen aangepast door de Commissie als onderdeel van de jaarlijkse technische aanpassingen van de financiële vooruitzichten.

TITEL

IV

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel

36

Artikel

37

Bij niet-naleving door Bulgarije of Roemenië van in het kader van de toetredingsonderhandelingen aangegane verbintenissen, waardoor de werking van de interne markt ernstig wordt verstoord, met inbegrip van verbintenissen inzake sectoraal beleid betreffende economische activiteiten met grensoverschrijdende gevolgen, of bij onmiddellijke dreiging van een dergelijke verstoring, kan de Commissie tot aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding op een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, dan wel op eigen initiatief, passende maatregelen treffen.

Deze maatregelen moeten evenredig zijn, en er moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de werking van de interne markt het minst verstoren en, in voorkomend geval, aan de toepassing van de bestaande sectorale vrijwaringsmechanismen. Deze vrijwaringsmaatregelen mogen echter niet worden gebruikt als middel tot willekeurige discriminatie, noch als verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten. Op een vrijwaringsclausule kan zelfs vóór de toetreding een beroep gedaan worden op basis van de bevindingen van het toezicht, en de aangenomen maatregelen worden vanaf de eerste dag van toetreding van kracht, tenzij hierin een latere datum is bepaald. De maatregelen worden niet langer gehandhaafd dan strikt noodzakelijk is, en zij worden in elk geval ingetrokken wanneer de betrokken verplichting is nagekomen. Zij kunnen evenwel tot na de in de eerste alinea bedoelde periode worden toegepast indien de betrokken verplichtingen niet zijn nagekomen. In antwoord op de vooruitgang die door de betrokken nieuwe lidstaat bij het nakomen van zijn verplichtingen is geboekt, kan de Commissie in voorkomend geval de maatregelen aanpassen. De Commissie stelt de Raad tijdig in kennis alvorens zij vrijwaringsmaatregelen intrekt, en zij houdt terdege rekening met de desbetreffende opmerkingen van de Raad.

Artikel

38

Indien er zich in Bulgarije of Roemenië ernstige tekortkomingen of directe risico's op dergelijke tekortkomingen voordoen bij de omzetting, de stand van de uitvoering of de toepassing van de kaderbesluiten of andere ter zake doende verbintenissen, samenwerkingsinstrumenten en besluiten betreffende wederzijdse erkenning in strafzaken uit hoofde van titel VI van het EU-Verdrag en richtlijnen en verordeningen inzake wederzijdse erkenning in burgerlijke zaken uit hoofde van titel IV van het EG-Verdrag, kan de Commissie tot aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding op een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, dan wel op eigen initiatief, en na overleg met de lidstaten, passende maatregelen treffen, waarbij zij de voorwaarden en praktische regels voor de toepassing ervan aangeeft.

Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van een tijdelijke schorsing van de toepassing van de betrokken bepalingen en besluiten in de betrekkingen tussen Bulgarije en Roemenië en een andere lidstaat of andere lidstaten, zonder afbreuk te doen aan de verdere nauwe justitiële samenwerking. Op een vrijwaringsclausule kan zelfs vóór de toetreding een beroep gedaan worden op basis van de bevindingen van het toezicht, en de aangenomen maatregelen worden vanaf de eerste dag van toetreding van kracht, tenzij hierin een latere datum is bepaald. De maatregelen worden niet langer gehandhaafd dan strikt noodzakelijk is, en zij worden in elk geval ingetrokken wanneer de betrokken tekortkomingen zijn verholpen. Zij kunnen evenwel tot na de in de eerste alinea bedoelde periode worden toegepast zo lang de betrokken tekortkomingen blijven bestaan. In antwoord op de vooruitgang die door de betrokken nieuwe lidstaat bij het verhelpen van de aangegeven tekortkomingen is geboekt, kan de Commissie in voorkomend geval de maatregelen aanpassen na overleg met de lidstaten. De Commissie stelt de Raad tijdig in kennis alvorens zij vrijwaringsmaatregelen intrekt, en zij houdt terdege rekening met de desbetreffende opmerkingen van de Raad.

Artikel

39

Artikel

40

Teneinde de goede werking van de interne markt niet te verstoren mag de tenuitvoerlegging van de nationale voorschriften van Bulgarije en Roemenië gedurende de in de bijlagen VI en VII bedoelde overgangsperioden niet leiden tot grenscontroles tussen de lidstaten.

Artikel

41

Indien overgangsmaatregelen nodig zijn ter vergemakkelijking van de overgang van de in Bulgarije en Roemenië bestaande regeling naar die welke voortvloeit uit de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid overeenkomstig het bepaalde in deze Akte, worden deze maatregelen door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 25, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen 2)PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. of, naar gelang van het geval, van de desbetreffende artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten of volgens de desbetreffende procedure van de toepasselijke wetgeving. De in dit artikel bedoelde overgangsmaatregelen kunnen worden aangenomen gedurende een tijdvak dat drie jaar na de datum van toetreding verstrijkt; de toepassing ervan is beperkt tot dat tijdvak. De Raad kan dit tijdvak met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement verlengen.

De overgangsmaatregelen die betrekking hebben op de toepassing van ingevolge de toetreding vereiste maar niet in deze Akte gespecificeerde instrumenten betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid, worden vóór de datum van toetreding door de Raad op voorstel van de Commissie met een gekwalificeerde meerderheid aangenomen of, indien die maatregelen gevolgen hebben voor oorspronkelijk door de Commissie aangenomen instrumenten, door de Commissie volgens de procedure die is vereist voor de aanneming van de betrokken instrumenten.

Artikel

42

Indien er overgangsmaatregelen nodig zijn om de overgang te vergemakkelijken van de in Bulgarije en Roemenië bestaande regeling naar de regeling die voortvloeit uit de toepassing van de communautaire veterinaire en fytosanitaire wetgeving en wetgeving inzake voedselveiligheid, dienen deze maatregelen door de Commissie volgens de in de toepasselijke wetgeving vastgestelde procedure te worden aangenomen. Deze maatregelen worden genomen gedurende een tijdvak dat drie jaar na de datum van toetreding verstrijkt; de toepassing ervan is beperkt tot dat tijdvak.

VIJFDE

DEEL

BEPALINGEN BETREFFENDE DE TENUITVOERLEGGING VAN DEZE AKTE

TITEL

I

HET IN WERKINGE STELLEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN

Artikel

43

Het Europees Parlement brengt in zijn Reglement de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.

Artikel

44

De Raad brengt in zijn Reglement van Orde de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.

Artikel

45

Van elke nieuwe lidstaat wordt op de dag van toetreding een onderdaan benoemd tot lid van de Commissie. De nieuwe leden van de Commissie worden met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en in overeenstemming met de voorzitter van de Commissie door de Raad benoemd, na raadpleging van het Europees Parlement.

De ambtstermijn van de aldus benoemde leden eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.

Artikel

46

Artikel

47

De Rekenkamer wordt aangevuld door de benoeming van twee extra leden met een ambtstermijn van zes jaar.

Artikel

48

Het Economisch en Sociaal Comité wordt aangevuld door de benoeming van 27 leden die de verschillende economische en sociale componenten van de georganiseerde civiele samenleving in Bulgarije en Roemenië vertegenwoordigen. De ambtstermijn van de aldus benoemde leden eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.

Artikel

49

Het Comité van de Regio's wordt aangevuld door de benoeming van 27 leden die een regionaal of lokaal lichaam uit Bulgarije en Roemenië vertegenwoordigen, en die ofwel in een regionaal of lokaal lichaam gekozen zijn, ofwel politiek verantwoording schuldig zijn aan een gekozen vergadering. De ambtstermijn van de aldus benoemde leden eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.

Artikel

50

De door de toetreding noodzakelijk geworden aanpassingen van de statuten en van de reglementen van orde van de bij de oorspronkelijke Verdragen ingestelde comités geschieden zo spoedig mogelijk na de toetreding.

Artikel

51

TITEL

II

TOEPASSING VAN DE BESLUITEN VAN DE INSTELLINGEN

Artikel

52

Vanaf het tijdstip van toetreding wordt ervan uitgegaan dat de richtlijnen en beschikkingen in de zin van artikel 249 van het EG-Verdrag en van artikel 161 van het EGA-Verdrag, eveneens tot Bulgarije en Roemenië zijn gericht, voorzover deze richtlijnen en beschikkingen tot alle huidige lidstaten zijn gericht. Behoudens wat richtlijnen en beschikkingen betreft die in werking zijn getreden overeenkomstig artikel 254, leden 1 en 2, van het EG-Verdrag, wordt ervan uitgegaan dat van deze richtlijnen en beschikkingen onmiddellijk na de toetreding kennis is gegeven aan Bulgarije en Roemenië.

Artikel

53

Artikel

54

De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de bescherming van de gezondheid van de werknemers en van de bevolking op het grondgebied van Bulgarije en Roemenië tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren worden overeenkomstig artikel 33 van het EGA-Verdrag, door deze Staten aan de Commissie medegedeeld binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding.

Artikel

55

Naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van Bulgarije of Roemenië dat uiterlijk op de datum van toetreding aan de Commissie is gericht, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, of de Commissie, indien het oorspronkelijke besluit door de Commissie was aangenomen, maatregelen nemen houdende tijdelijke afwijkingen van de besluiten van de Instellingen die tussen 1 oktober 2004 en de datum van toetreding zijn vastgesteld. De maatregelen worden aangenomen overeenkomstig de stemregels die gelden voor de aanneming van de besluiten waarvoor om een tijdelijke afwijking is verzocht. Als deze afwijkingen na de toetreding worden aangenomen, dan kunnen zij vanaf de datum van toetreding worden toegepast.

Artikel

56

Indien besluiten van de Instellingen van vóór de toetreding in verband met de toetreding moeten worden aangepast, en in deze Akte of de bijlagen daarvan niet in de noodzakelijke aanpassingen is voorzien, past de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, of de Commissie, indien het oorspronkelijke besluit door de Commissie was aangenomen, daartoe de nodige besluiten aan. Als deze aanpassingen na de toetreding worden aangenomen, kunnen zij vanaf de datum van toetreding worden toegepast.

Artikel

57

Behoudens andersluidende bepalingen, stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de bepalingen vast die nodig zijn ter uitvoering van de bepalingen van deze Akte.

Artikel

58

De teksten van de besluiten van de Instellingen en de Europese Centrale Bank die vóór de toetreding zijn aangenomen en door de Raad, de Commissie of de Europese Centrale Bank in de Bulgaarse en de Roemeense taal zijn opgesteld, zijn vanaf het tijdstip van toetreding op gelijke wijze authentiek als de in de huidige talen vastgestelde teksten. Zij worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt, wanneer de teksten in de huidige talen aldus zijn bekendgemaakt.

TITEL

III

SLOTBEPALINGEN

Artikel

59

Bijlagen I tot en met IX en de aanhangsels daarbij maken een integrerend deel van deze Akte uit.

Artikel

60

De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van de Republiek Bulgarije en Roemenië een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal toe van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Verdragen tot wijziging of aanvulling daarvan, met inbegrip van de Verdragen betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, van de Helleense Republiek, van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden, alsook van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek.

De teksten van deze Verdragen die zijn opgesteld in de Bulgaarse en de Roemeense taal, worden aan de onderhavige Akte gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van de in de eerste alinea genoemde Verdragen die zijn opgesteld in de huidige talen.

Artikel

61

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie zal een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de internationale overeenkomsten die zijn nedergelegd in het archief van het secretariaat-generaal, aan de Regeringen van de Republiek Bulgarije en Roemenië toezenden.

Bijlage

I

Lijst van verdragen, overeenkomsten en protocollen waartoe Bulgarije en Roemenië bij toetreding toetreden (als bedoeld in artikel 3, lid 3, van de Toetredingsakte)

Bijlage

II

Lijst van de bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen en van de daarop voortbouwende of anderszins daarmee verband houdende rechtsbesluiten die voor de nieuwe lidstaten vanaf de toetreding bindend en toepasselijk zijn (bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte)

  • 1.

    Het op 14 juni 1985 ondertekende Akkoord tussen de Regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen1)PB L 239 van 22.9.2000, blz. 13..

  • 2.

    De volgende bepalingen van de op 19 juni 1990 te Schengen ondertekende Overeenkomst2)PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19. Overeenkomst laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 871/2004 van de Raad (PB L 162 van 30.4.2004, blz. 29). ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen ondertekende Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, de bijbehorende Slotakte en desbetreffende gemeenschappelijke verklaringen, zoals die zijn gewijzigd bij een aantal van de hieronder in punt 8 vermelde rechtsbesluiten: ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen ondertekende Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, de bijbehorende Slotakte en desbetreffende gemeenschappelijke verklaringen, zoals die zijn gewijzigd bij een aantal van de hieronder in punt 8 vermelde rechtsbesluiten:

    Artikel 1, voorzover het betrekking heeft op het bepaalde in dit punt; de artikelen 3 tot en met 7, met uitzondering van artikel 5, lid 1, onder d); artikel 13; de artikelen 26 en 27; artikel 39; de artikelen 44 tot en met 59; de artikelen 61 tot en met 63; de artikelen 65 tot en met 69; de artikelen 71 tot en met 73; de artikelen 75 en 76; artikel 82; artikel 91; de artikelen 126 tot en met 130, voorzover zij betrekking hebben op het bepaalde in dit punt; en artikel 136; de gemeenschappelijke verklaringen 1 en 3 van de Slotakte.

  • 3.

    De volgende bepalingen van de Overeenkomsten betreffende de toetreding tot de op 19 juni 1990 te Schengen ondertekende Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen ondertekende Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, de Slotakten daarvan en de desbetreffende gemeenschappelijke verklaringen, zoals die zijn gewijzigd bij een aantal van de hieronder in punt 8 vermelde rechtsbesluiten:

    • a.

      de op 27 november 1990 ondertekende Overeenkomst betreffende de toetreding van de Italiaanse Republiek:

      – artikel 4,

      – Gemeenschappelijke Verklaring nr. 1 in Deel II van de Slotakte;

    • b.

      de op 25 juni 1991 ondertekende Overeenkomst betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje:

      – artikel 4,

      – Gemeenschappelijke Verklaring nr. 1 in Deel II van de Slotakte,

      – Verklaring nr. 2 in Deel III van de Slotakte;

    • c.

      de op 25 juni 1991 ondertekende Overeenkomst betreffende de toetreding van de Portugese Republiek:

      – de artikelen 4, 5 en 6,

      – Gemeenschappelijke Verklaring nr. 1 in Deel II van de Slotakte;

    • d.

      de op 6 november 1992 ondertekende Overeenkomst betreffende de toetreding van de Helleense Republiek:

      – de artikelen 3, 4 en 5,

      – Gemeenschappelijke Verklaring nr. 1 in Deel II van de Slotakte,

      – Verklaring nr. 2 in Deel III van de Slotakte;

    • e.

      de op 28 april 1995 ondertekende Overeenkomst betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk:

      – artikel 4,

      – Gemeenschappelijke Verklaring nr.1 in Deel II van de Slotakte;

    • f.

      de op 19 december 1996 ondertekende Overeenkomst betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken:

      – de artikelen 4, 5, lid 2, en 6,

      – de Gemeenschappelijke Verklaringen 1 en 3 in Deel II van de Slotakte;

    • g.

      de op 19 december 1996 ondertekende Overeenkomst betreffende de toetreding van de Republiek Finland:

      – de artikelen 4 en 5,

      – de Gemeenschappelijke Verklaringen 1 en 3 in Deel II van de Slotakte,

      – Verklaring van de Regering van de Republiek Finland betreffende de Åland-eilanden in Deel III van de Slotakte;

    • h.

      de op 19 december 1996 ondertekende Overeenkomst betreffende de toetreding van het Koninkrijk Zweden:

      – de artikelen 4 en 5,

      – de Gemeenschappelijke Verklaringen 1 en 3 in Deel II van de Slotakte.

  • 4.

    De volgende overeenkomsten die door de Raad zijn gesloten overeenkomstig artikel 6 van het Schengenprotocol:

    • de Overeenkomst die op 18 mei 1999 is gesloten tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met inbegrip van de daaraan gehechte bijlagen, slotakte, verklaringen en briefwisseling1)PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36., goedgekeurd bij Besluit 1999/439/EG van de Raad2)PB L 176 van 10.7.1999, blz. 35.;

    • de Overeenkomst die op 30 juni 1999 is gesloten door de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de vaststelling van de rechten en verplichtingen tussen enerzijds Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en anderzijds de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen, op de gebieden van het Schengenacquis die op deze staten van toepassing zijn1)PB L 15 van 20.1.2000, blz. 2., goedgekeurd bij Besluit 2000/29/EG van de Raad2)PB L 15 van 20.1.2000, blz. 1.;

    • de Overeenkomst die op 25 oktober 2004 is ondertekend door de Raad van de Europese Unie en de Zwitserse Federatie inzake de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis3)In zoverre deze overeenkomst, in afwachting van de sluiting ervan, voorlopig wordt toegepast..

  • 5.

    Het bepaalde in de volgende besluiten van het Uitvoerend Comité dat is ingesteld bij de op 19 juni 1990 te Schengen ondertekende Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen ondertekende Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, zoals die zijn gewijzigd bij een aantal van de hieronder in punt 8 vermelde rechtsbesluiten:

    SCH/Com-ex (93) 10 Besluit van het Uitvoerend Comité van 14 december 1993 betreffende de verklaringen van de ministers en staatssecretarissen

    SCH/Com-ex (93) 14 Besluit van het Uitvoerend Comité van 14 december 1993 betreffende de verbetering van de praktijk inzake de justitiële samenwerking op het gebied van de bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen

    SCH/Com-ex (94) 16 herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 21 november 1994 betreffende de aanschaf van gemeenschappelijke in- en uitreisstempels

    SCH/Com-ex (94) 28 herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 22 december 1994 betreffende de verklaring voor het met zich meevoeren van verdovende middelen en psychotrope stoffen als bedoeld in artikel 75

    SCH/Com-ex (94) 29 2e herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 22 december 1994 betreffende de inwerkingstelling van de Schengenuitvoeringsovereenkomst van 19 juni 1990

    SCH/Com-ex (95) 21 Besluit van het Uitvoerend Comité van 20 december 1995 betreffende de snelle uitwisseling tussen de Schengenstaten van statistische en concrete gegevens welke wijzen op een eventuele disfunctionaliteit aan de buitengrenzen

    SCH/Com-ex (98) 1 2e herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 21 april 1998 betreffende de rapportage door de Task Force, voorzover het betrekking heeft op het bepaalde in punt 2 dezes

    SCH/Com-ex (98) 26 def. Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 september 1998 betreffende de oprichting van de Permanente Commissie Schengenuitvoeringsovereenkomst

    SCH/Com-ex (98) 35 2e herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 september 1998 betreffende de terbeschikkingstelling van het Gemeenschappelijk Handboek aan de EU-toetredingskandidaten

    SCH/Com-ex (98) 37 def. 2 Besluit van het Uitvoerend Comité van 27 oktober 1998 betreffende het actieplan ter bestrijding van illegale immigratie, voorzover het betrekking heeft op het bepaalde in punt 2 dezes

    SCH/Com-ex (98) 51 3e herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 december 1998 betreffende de grensoverschrijdende politiële samenwerking op verzoek bij de voorkoming en opsporing van strafbare feiten

    SCH/Com-ex (98) 52 Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 december 1998 betreffende de leidraad voor de grensoverschrijdende politiële samenwerking, voorzover het betrekking heeft op het bepaalde in punt 2 dezes

    SCH/Com-ex (98) 57 Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 december 1998 betreffende de invoering van een geharmoniseerd formulier ter staving van een uitnodiging, een garantstellingsverklaring (-toezegging) of huisvestingsverklaring

    SCH/Com-ex (98) 59 herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 december 1998 betreffende de gecoördineerde inzet van documentenadviseurs

    SCH/Com-ex (99) 1 2e herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende het acquis inzake verdovende middelen

    SCH/Com-ex (99) 6 Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende het Schengenacquis op het gebied van telecommunicatie

    SCH/Com-ex (99) 7 2e herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de verbindingsfunctionarissen

    SCH/Com-ex (99) 8 2e herz. Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de algemene beginselen voor betaling van informanten en vertrouwenspersonen

    SCH/Com-ex (99) 10 Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de illegale vuurwapenhandel

    SCH/Com-ex (99) 13 Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de nieuwe versies van het Gemeenschappelijk Handboek en van de Gemeenschappelijke Visuminstructie:

    • Bijlagen 1 tot en met 3, 7, 8 en 15 van de Gemeenschappelijke Visuminstructie

    • Het Gemeenschappelijk Handboek, voorzover het betrekking heeft op het bepaalde in punt 2 dezes, met inbegrip van de Bijlagen 1, 5, 5A, 6, 10 en 13

    SCH/Com-ex (99) 18 Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de verbetering van de politiële samenwerking bij de voorkoming en opsporing van strafbare feiten.

  • 6.

    De volgende verklaringen van het Uitvoerend Comité dat is ingesteld bij de op 19 juni 1990 te Schengen ondertekende Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen ondertekende Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, voorzover zij betrekking hebben op de in bovenstaand punt 2 vermelde bepalingen:

    SCH/Com-ex (96) decl. 6 2e herz. Verklaring van het Uitvoerend Comité van 26 juni 1996 inzake de uitlevering

    SCH/Com-ex (97) decl. 13 2e herz. Verklaring van het Uitvoerend Comité van 9 februari 1998 inzake de ontvoering van minderjarigen.

  • 7.

    De volgende besluiten van de Centrale Groep die is ingesteld bij de op 19 juni 1990 te Schengen ondertekende Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen ondertekende Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, voorzover zij betrekking hebben op de in bovenstaand punt 2 vermelde bepalingen:

    SCH/C (98) 117 Besluit van de Centrale Groep van 27 oktober 1998 betreffende het actieplan ter bestrijding van illegale immigratie

    SCH/C (99) 25 Besluit van de Centrale Groep van 22 maart 1999 betreffende de algemene beginselen voor de betaling van informanten en vertrouwenspersonen.

  • 8.

    De volgende rechtsbesluiten die voortbouwen op het Schengenacquis of die daar anderszins verband mee houden:

    Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad van 29 mei 1995 betreffende de invoering van een uniform visummodel (PB L 164 van 14.7.1995, blz. 1)

    Beschikking 1999/307/EG van de Raad van 1 mei 1999 tot vaststelling van de wijze waarop het Schengensecretariaat in het secretariaat-generaal van de Raad wordt opgenomen (PB L 119 van 7.5.1999, blz. 49)

    Besluit 1999/435/EG van de Raad van 20 mei 1999 tot vaststelling, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, van de rechtsgrondslag van elk van de bepalingen of besluiten die het Schengenacquis vormen (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 1)

    Besluit 1999/436/EG van de Raad van 20 mei 1999 tot vaststelling, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, van de rechtsgrondslagen van elk van de bepalingen of besluiten die het Schengenacquis vormen (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 17)

    Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31)

    Besluit 1999/848/EG van de Raad van 13 december 1999 betreffende de volledige toepassing van het Schengenacquis in Griekenland (PB L 327 van 21.12.1999, blz. 58)

    Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43)

    Besluit 2000/586/JBZ van de Raad van 28 september 2000 tot vaststelling van een procedure voor de wijziging van artikel 40, leden 4 en 5, artikel 41, lid 7, en artikel 65, lid 2, van de Overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (PB L 248 van 3.10.2000, blz. 1)

    Besluit 2000/751/EG van de Raad van 30 november 2000 houdende derubricering van sommige delen van het Gemeenschappelijk Handboek, aangenomen door het bij de Schengenuitvoeringsovereenkomst van 14 juni 1985 ingestelde Uitvoerend Comité (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 29)

    Besluit 2000/777/EG van de Raad van 1 december 2000 inzake de inwerkingstelling van het Schengenacquis in Denemarken, Finland en Zweden, alsmede in IJsland en Noorwegen (PB L 309 van 9.10.2000, blz. 24)

    Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1)

    Verordening (EG) nr. 789/2001 van de Raad van 24 april 2001 tot verlening van uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad met betrekking tot bepaalde gedetailleerde voorschriften en praktische procedures voor de behandeling van visumaanvragen (PB L 116 van 26.4.2001, blz. 2)

    Verordening (EG) nr. 790/2001 van de Raad van 24 april 2001 tot verlening van uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad met betrekking tot bepaalde gedetailleerde voorschriften en praktische procedures inzake de uitvoering van de controle en de bewaking aan de grenzen (PB L 116 van 26.4.2001, blz. 5)

    Beschikking 2001/329/EG van de Raad van 24 april 2001 betreffende de bijwerking van deel VI en van de bijlagen 3, 6 en 13 van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en van de bijlagen 5 a), 6 a) en 8 van het Gemeenschappelijk Handboek, voorzover zij betrekking heeft op bijlage 3 van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en bijlage 5 a) van het Gemeenschappelijk Handboek (PB L 116 van 26.4.2001, blz. 32)

    Richtlijn 2001/51/EG van de Raad van 28 juni 2001 tot aanvulling van het bepaalde in artikel 26 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 (PB L 187 van 10.7.2001, blz. 45)

    Besluit 2001/886/JBZ van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 328 van 13.12.2001, blz. 1)

    Verordening (EG) nr. 2414/2001 van de Raad van 7 december 2001 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 327 van 12.12.2001, blz. 1)

    Verordening (EG) nr. 2424/2001 van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 328 van 13.12.2001, blz. 4)

    Verordening (EG) nr. 333/2002 van de Raad van 18 februari 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor een blad waarop een visum kan worden aangebracht dat door lidstaten wordt afgegeven aan houders van een reisdocument dat door de lidstaat die het blad opstelt niet wordt erkend (PB L 53 van 23.2.2002, blz. 4)

    Verordening (EG) nr. 334/2002 van de Raad van 18 februari 2002 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1683/95 betreffende de invoering van een uniform visummodel (PB L 53 van 23.2.2002, blz. 7)

    Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20)

    Beschikking 2002/352/EG van de Raad van 25 april 2002 betreffende de herziening van het Gemeenschappelijk handboek (PB L 123 van 9.5.2002, blz. 47)

    Besluit 2002/353/EG van de Raad van 25 april 2002 houdende derubricering van deel II van het Gemeenschappelijk handboek, aangenomen door het bij de Schengenuitvoeringsovereenkomst van 14 juni 1985 ingestelde Uitvoerend Comité (PB L 123 van 9.5.2002, blz. 49)

    Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen (PB L 157 van 15.6.2002, blz. 1)

    Beschikking 2002/587/EG van de Raad van 12 juli 2002 betreffende de herziening van het Gemeenschappelijk handboek (PB L 187 van 16.7.2002, blz. 50)

    Kaderbesluit 2002/946/JBZ van de Raad van 28 november 2002 tot versterking van het strafrechtelijk kader voor de bestrijding van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf (PB L 328 van 5.12.2002, blz. 1)

    Richtlijn 2002/90/EG van de Raad van 28 november 2002 tot omschrijving van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf (PB L 328 van 5.12.2002, blz. 17)

    Besluit 2003/170/JBZ van de Raad van 27 februari 2003 betreffende het gezamenlijk gebruik van verbindingsofficieren die gedetacheerd zijn door de rechtshandhavende autoriteiten van de lidstaten (PB L 67 van 12.3.2003, blz. 27)

    Verordening (EG) nr. 453/2003 van de Raad van 6 maart 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 69 van 13.3.2003, blz. 10)

    Besluit 2003/725/JBZ van de Raad van 2 oktober 2003 houdende wijziging van artikel 40, leden 1 en 7, van de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten Akkoord van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (PB L 260 van 11.10.2003, blz. 37)

    Richtlijn 2003/110/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van maatregelen tot verwijdering door de lucht (PB L 321 van 6.12.2003, blz. 26)

    Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad van 19 februari 2004 betreffende de oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen (PB L 64 van 2.3.2004, blz. 1)

    Beschikking 2004/466/EG van de Raad van 29 april 2004 houdende opneming in het Gemeenschappelijk Handboek van een bepaling betreffende doelgerichte grenscontroles op begeleide minderjarigen (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 136)

    Richtlijn 2004/82/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verplichting voor vervoerders om passagiersgegevens door te geven (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 24)

    Beschikking 2004/573/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake het organiseren van gezamenlijke vluchten voor de verwijdering van onderdanen van derde landen tegen wie individuele verwijderingsmaatregelen zijn genomen van het grondgebied van twee of meer lidstaten (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 28)

    Beschikking 2004/574/EG van de Raad van 29 april 2004 tot wijziging van het Gemeenschappelijk Handboek (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 36) Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5)

    Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1)

    Verordening (EG) nr. 2133/2004 van de Raad van 13 december 2004 waarbij voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de verplichting wordt ingevoerd om in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten systematisch een stempel aan te brengen, en waarbij de bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en het Gemeenschappelijk Handboek daartoe worden gewijzigd (PB L 369 van 16.12.2004, blz. 5)

    Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1).

Bijlage III

:

Lijst bedoeld in artikel 19 van de Toetredingsakte*

Bijlage IV

:

Lijst bedoeld in artikel 20 van de Toetredingsakte*

Bijlage V

:

Lijst bedoeld in artikel 21 van de Toetredingsakte*

Bijlage VI

:

Lijst bedoeld in artikel 23 van de Toetredingsakte: Bulgarije*

Bijlage VII

:

Lijst bedoeld in artikel 23 van de Toetredingsakte: Roemenië*

Bijlage VIII

:

Lijst bedoeld in artikel 34 van de Toetredingsakte*

Bijlage IX

:

Lijst bedoeld in artikel 39 van de Toetredingsakte*

* De Bijlagen III tot en met IX zijn niet afgedrukt: deze liggen ter inzage bij de Directie Juridische Zaken, Afdeling Verdragen, van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en bij de parlementaire documentatiedienst van de Tweede Kamer in Den Haag.

Protocol betreffende de voorwaarden en de nadere regels voor de toelating van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie*

Bijlage I

:

Lijst bedoeld in artikel 3, lid 3, van het Protocol*

Bijlage II

:

Lijst bedoeld in artikel 4, lid 1, van het Protocol*

Bijlage III

:

Lijst bedoeld in artikel 16 van het Protocol*

Bijlage IV

:

Lijst bedoeld in artikel 17 van het Protocol*

Bijlage V

:

Lijst bedoeld in artikel 18 van het Protocol*

Bijlage VI

:

Lijst bedoeld in artikel 20 van het Protocol: Bulgarije*

Bijlage VII

:

Lijst bedoeld in artikel 20 van het Protocol: Roemenië*

Bijlage VIII

:

Lijst bedoeld in artikel 34 van het Protocol*

Bijlage IX

:

Lijst bedoeld in artikel 39 van het Protocol*

* Het Protocol, met Bijlagen I tot en met IX, dat een alternatief vormt voor de Akte met Bijlagen, om rekening te houden met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, is niet afgedrukt; het ligt ter inzage bij de Directie Juridische Zaken, Afdeling Verdragen, van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en bij de parlementaire documentatiedienst van de Tweede Kamer in Den Haag.

Bij gelegenheid van de ondertekening van het onderhavige Verdrag op 25 april 2005 te Luxemburg werd eveneens de volgende Slotakte ondertekend:

Slotakte

I. TEKST VAN DE SLOTAKTE

  • 1.

    De Gevolmachtigden van:

    Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

    de Republiek Bulgarije,

    de President van de Tsjechische Republiek,

    Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

    de President van de Bondsrepubliek Duitsland,

    de President van de Republiek Estland,

    de President van de Helleense Republiek,

    Zijne Majesteit de Koning van Spanje,

    de President van de Franse Republiek,

    de President van Ierland,

    de President van de Italiaanse Republiek,

    de President van de Republiek Cyprus,

    de President van de Republiek Letland,

    de President van de Republiek Litouwen,

    Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

    de President van de Republiek Hongarije,

    de President van Malta,

    Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

    de Federale President van de Republiek Oostenrijk,

    de President van de Republiek Polen,

    de President van de Portugese Republiek,

    de President van Roemenië,

    de President van de Republiek Slovenië,

    de President van de Slowaakse Republiek,

    de President van de Republiek Finland,

    de Regering van het Koninkrijk Zweden,

    Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

    In Luxemburg bijeen, de vijfentwintigste april tweeduizendvijf ter gelegenheid van de ondertekening van het Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie), en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie,

    Hebben er akte van genomen dat de volgende teksten zijn opgesteld en aangenomen in het kader van de Conferentie tussen de lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie:

    • I.

      het Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie), en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (hierna „het Toetredingsverdrag");

    • II.

      de tekst van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa in de Bulgaarse en de Roemeense taal;

    • III.

      het Protocol betreffende de voorwaarden en de nadere regels voor de toelating van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (hierna „het Toetredingsprotocol");

    • IV.

      de onderstaande teksten, die aan het Toetredingsprotocol worden gehecht:

      A.

      Bijlage I:

      Lijst van verdragen, overeenkomsten en protocollen waartoe Bulgarije en Roemenië bij toetreding toetreden (bedoeld in artikel 3, lid 3, van het Protocol)

      Bijlage II:

      Lijst van de bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Euroropese Unie is opgenomen en van de daarop voortbouwende of anderszins daarmee verband houdende rechtsbesluiten die voor de nieuwe lidstaten vanaf de toetreding bindend en toepasselijk zijn (bedoeld in artikel 4, lid 1, van het Protocol)

      Bijlage III:

      Lijst bedoeld in artikel 16 van het Protocol: aanpassingen van de besluiten van de Instellingen

      Bijlage IV:

      Lijst bedoeld in artikel 17 van het Protocol: aanvullende aanpassingen van de besluiten van de Instellingen

      Bijlage V:

      Lijst als bedoeld in artikel 18 van het Protocol: andere permanente bepalingen

      Bijlage VI:

      Lijst bedoeld in artikel 20 van het Protocol: overgangsmaatregelen, Bulgarije

      Bijlage VII:

      Lijst bedoeld in artikel 20 van het Protocol: overgangsmaatregelen, Roemenië

      Bijlage VIII:

      Plattelandsontwikkeling (bedoeld in artikel 34 van het Protocol)

      Bijlage IX:

      Bijzondere door Roemenië bij de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen op 14 december 2004 aangegane verbintenissen en aanvaarde eisen (bedoeld in artikel 39 van het Protocol)

      B.

      De tekst van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Verdragen tot wijziging of aanvulling daarvan in de Bulgaarse en de Roemeense taal;

    • V.

      de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (hierna „de Toetredingsakte");

    • VI.

      de onderstaande teksten, die aan Toetredingsakte worden gehecht:

      A.

      Bijlage I:

      Lijst van verdragen, overeenkomsten en protocollen waartoe Bulgarije en Roemenië bij toetreding toetreden (bedoeld in artikel 3, lid 3, van de Toetredingsakte)

      Bijlage II:

      Lijst van de bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen en van de daarop voortbouwende of anderszins daarmee verband houdende rechtsbesluiten die voor de nieuwe lidstaten vanaf de toetreding bindend en toepasselijk zijn (bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte)

      Bijlage III:

      Lijst bedoeld in artikel 19 van de Toetredingsakte: aanpassingen van de besluiten van de Instellingen

      Bijlage IV:

      Lijst bedoeld in artikel 20 van de Toetredingsakte: aanvullende aanpassingen van de besluiten van de Instellingen

      Bijlage V:

      Lijst bedoeld in artikel 21 van de Toetredingsakte: andere permanente bepalingen

      Bijlage VI:

      Lijst bedoeld in artikel 23 van de Toetredingsakte: overgangsmaatregelen, Bulgarije

      Bijlage VII:

      Lijst bedoeld in artikel 23 van de Toetredingsakte: overgangsmaatregelen, Roemenië

      Bijlage VIII:

      Plattelandsontwikkeling (bedoeld in artikel 34 van de Toetredingsakte)

      Bijlage IX:

      Bijzondere door Roemenië bij de afronding van de toetredingsonderhandelingen op 14 december 2004 aangegane verbintenissen en aanvaarde eisen (bedoeld in artikel 39 van de Toetredingsakte)

      B.

      de teksten van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsmede de Verdragen waarbij zij zijn gewijzigd of aangevuld, met inbegrip van het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Verdrag betreffende de toetreding van de Helleense Republiek, het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden, en het Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek in de Bulgaarse en de Roemeense taal.

  • 2.

    De Hoge Verdragsluitende Partijen hebben een politiek akkoord bereikt over de ingevolge de toetreding vereiste aanpassingen van de besluiten van de Instellingen, en verzoeken de Raad en de Commissie om deze aanpassingen vóór de toetreding aan te nemen in overeenstemming met artikel 56 van het Toetredingsprotocol of, in voorkomend geval, met artikel 56 van de Toetredingsakte, als bedoeld in artikel 4, lid 3, van de Toetredingsakte, waar nodig aangevuld en bijgewerkt om rekening te houden met de ontwikkeling van het recht van de Unie.

  • 3.

    De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe de Commissie en elkaar alle voor de toepassing van het Toetredingsprotocol of, in voorkomend geval, de Toetredingsakte vereiste informatie toe te zenden. Waar nodig, zal die informatie tijdig vóór de toetredingsdatum worden verstrekt, zodat het Toetredingsprotocol of, in voorkomend geval, de Toetredingsakte vanaf de toetredingsdatum integraal kan worden toegepast, in het bijzonder wat betreft de werking van de interne markt. In dit verband is een tijdige kennisgeving in overeenstemming met artikel 53 van het Toetredingsprotocol of, in voorkomend geval, met artikel 53 van de Toetredingsakte van de door Bulgarije en Roemenië genomen maatregelen van het grootste belang. De Commissie kan de Republiek Bulgarije en Roemenië in kennis stellen van het tijdstip dat zij passend acht voor de ontvangst of de toezending van andere specifieke informatie. Voor de dag van ondertekening hebben de Verdragsluitende Partijen een lijst ontvangen met de verplichtingen op informatiegebied in verband met veterinaire vraagstukken.

  • 4.

    De Gevolmachtigden hebben nota genomen van de volgende verklaringen die zijn afgelegd en aan deze Slotakte zijn gehecht:

    • A.

      Gemeenschappelijke verklaringen van de huidige lidstaten

      • 1.

        Gemeenschappelijke verklaring over het vrije verkeer van werknemers: Bulgarije

      • 2.

        Gemeenschappelijke verklaring over zaaddragende leguminosen: Bulgarije

      • 3.

        Gemeenschappelijke verklaring over het vrije verkeer van werknemers: Roemenië

      • 4.

        Gemeenschappelijke verklaring inzake plattelandsontwikkeling: Bulgarije en Roemenië

    • B.

      Gemeenschappelijke verklaring van de huidige lidstaten en de Commissie

      • 5.

        Gemeenschappelijke verklaring over de voorbereiding van Bulgarije en Roemenië op de toetreding

    • C.

      Gemeenschappelijke verklaring van de verschillende huidige lidstaten

      • 6.

        Gemeenschappelijke verklaring van de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk over het vrije verkeer van werknemers: Bulgarije en Roemenië

    • D.

      Verklaring van de Republiek Bulgarije

      • 7.

        Verklaring van de Republiek Bulgarije over het gebruik van het cyrillisch alfabet in de Europese Unie

  • 5.

    De Gevolmachtigden hebben nota genomen van de aan deze Slotakte gehechte briefwisseling tussen de Europese Unie en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende een informatie- en overlegprocedure voor de aanvaarding van bepaalde besluiten en andere maatregelen die moeten worden genomen tijdens de periode die aan de toetreding voorafgaat.

II

VERKLARINGEN

A. GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE LIDSTATEN

1. Gemeenschappelijke verklaring over het vrije verkeer van werknemers: Bulgarije

De Europese Unie benadrukt de sterke elementen van differentiatie en flexibiliteit in de regeling voor het vrije verkeer van werknemers. De lidstaten zullen ernaar streven de toegang tot de arbeidsmarkt krachtens de nationale wetgeving voor Bulgaarse staatsburgers te verruimen, teneinde de aanpassing aan het acquis te bespoedigen. Als consequentie daarvan moet de werkgelegenheid voor Bulgaarse staatsburgers in de Europese Unie bij de toetreding van Bulgarije aanzienlijk toenemen. Bovendien zullen de lidstaten van de Europese Unie de voorgestelde regeling zo goed mogelijk benutten om het acquis op het gebied van het vrije verkeer van werknemers zo spoedig mogelijk volledig toe te passen.

2. Gemeenschappelijke verklaring over zaaddragende leguminosen: Bulgarije

Met betrekking tot zaaddragende leguminosen is een areaal van 18.047 ha in aanmerking genomen voor de berekening van het nationale maximum van Bulgarije in bijlage VIIIA van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van 29 september 2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).

3. Gemeenschappelijke verklaring over het vrije verkeer van werknemers: Roemenië

De Europese Unie benadrukt de sterke elementen van differentiatie en flexibiliteit in de regeling voor het vrije verkeer van werknemers. De lidstaten zullen ernaar streven de toegang tot de arbeidsmarkt krachtens de nationale wetgeving voor Roemeense staatsburgers te verruimen, teneinde de aanpassing aan het acquis te bespoedigen. Als consequentie daarvan moet de werkgelegenheid voor Roemeense staatsburgers in de Europese Unie bij de toetreding van Roemenië aanzienlijk toenemen. Bovendien zullen de lidstaten van de Europese Unie de voorgestelde regeling zo goed mogelijk benutten om het acquis op het gebied van het vrije verkeer van werknemers zo spoedig mogelijk volledig toe te passen.

4. Gemeenschappelijke verklaring inzake plattelandsontwikkeling: Bulgarije en Roemenië

Met betrekking tot de vastleggingskredieten voor plattelandsontwikkeling uit de Afdeling Garantie van het EOGFL voor Bulgarije en Roemenië voor de driejarige periode 2007-2009 vermeld in artikel 34, lid 2, van het Toetredingsprotocol en artikel 34, lid 2, van de Toetredingsakte, neemt de Unie er nota van dat de volgende bedragen te verwachten zijn:

(miljoen EUR - prijzen van 2004)

Bulgarije

183

244

306

733

Roemenië

577

770

961

2 308

Totaal

760

1 014

1 267

3 041

Na de driejarige periode 2007–2009 zullen de bedragen voor plattelandsontwikkeling voor Bulgarije en Roemenië gebaseerd zijn op de toepassing van bestaande voorschriften of van voorschriften die het resultaat zijn van inmiddels doorgevoerde beleidshervormingen.

B. GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE HUIDIGE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE

5. Gemeenschappelijke verklaring over de voorbereiding van Bulgarije en Roemenië op de toetreding

De Europese Unie zal de voorbereidingen en prestaties van Bulgarije en Roemenië nauwlettend blijven volgen, onder meer de concrete uitvoering van de toezeggingen die zij op alle onderdelen van het acquis hebben gedaan.

De Europese Unie memoreert de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 16/17 december 2004, met name de punten 8 en 12 daarvan, en benadrukt dat bijzondere aandacht zal uitgaan naar de voorbereiding op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, mededinging en milieu wat Roemenië betreft, en naar de voorbereiding op het gebied van justitie en binnenlandse zaken wat Bulgarije betreft. De Commissie zal jaarverslagen over de vorderingen van Bulgarije en Roemenië op de weg naar toetreding blijven indienen, zo nodig vergezeld van aanbevelingen. De Europese Unie herinnert eraan dat vrijwaringsclausules voorzien in maatregelen om ernstige problemen aan te pakken die zich vóór, dan wel binnen drie jaar na de toetreding eventueel zouden voordoen.

C. GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN VERSCHILLENDE HUIDIGE LIDSTATEN

6. Gemeenschappelijke verklaring van de bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk over het vrije verkeer van werknemers: Bulgarije en Roemenië

De tekst van punt 13 van de overgangsmaatregelen voor het vrije verkeer van werknemers overeenkomstig Richtlijn 96/71/EG in de bijlagen VI en VII bij zowel het Toetredingsprotocol als de Toetredingsakte wordt door de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk in overeenstemming met de Commissie uitgelegd als implicerend dat „bepaalde regio's" in voorkomend geval ook het gehele nationale grondgebied kan omvatten.

D. VERKLARING VAN DE REPUBLIEK BULGARIJE

7. Verklaring van de Republiek Bulgarije over het gebruik van het Cyrillisch Alfabet in de Europese Unie

Met de erkenning van het Bulgaars als authentieke taal van de Verdragen, en tevens als officiële en werktaal voor gebruik in de Instellingen van de Europese Unie, wordt het cyrillisch alfabet één van de drie alfabetten die officieel in de Europese Unie worden gebruikt. Dit wezenlijk onderdeel van de culturele erfenis van Europa is een bijzondere bijdrage van Bulgarije tot de taalkundige en culturele diversiteit van de Unie.

III

BRIEFWISSELING

Briefwisseling tussen de Europese Unie en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende een informatie- en overlegprocedure voor de aanvaarding van bepaalde besluiten en andere maatregelen die moeten worden genomen tijdens de periode die aan de toetreding voorafgaat

Brief nr. 1

Mevrouw, Geachte heer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de kwestie van de informatie- en overlegprocedure voor de aanvaarding van bepaalde besluiten en andere maatregelen die moeten worden genomen tijdens de periode die voorafgaat aan de toetreding van uw land tot de Europese Unie, die in het kader van de toetredingsonderhandelingen is besproken.

Ik bevestig u bij deze dat de Europese Unie onder de in de bijlage bij deze brief genoemde voorwaarden kan instemmen met deze procedure, die kan worden toegepast vanaf 1 oktober 2004.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt.

Hoogachtend,

Brief nr. 2

Mevrouw, Geachte heer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van uw brief welke als volgt luidt:

„Ik heb de eer te verwijzen naar de kwestie van de informatie- en overlegprocedure voor de aanvaarding van bepaalde besluiten en andere maatregelen die moeten worden genomen tijdens de periode die voorafgaat aan de toetreding van uw land tot de Europese Unie, die in het kader van de toetredingsonderhandelingen is besproken.

Ik bevestig u bij deze dat de Europese Unie onder de in de bijlage bij deze brief genoemde voorwaarden kan instemmen met deze procedure, die kan worden toegepast vanaf 1 oktober 2004.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat de inhoud van deze brief voor mijn regering aanvaardbaar is.

Hoogachtend,

Bijlage

Informatie- en overlegprocedure voor de aanvaarding van bepaalde besluiten en andere maatregelen die moeten worden genomen tijdens de periode die aan de toetreding voorafgaat

I

II

III