Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds

Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds,

Preambule

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Republiek Kroatië,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

De Republiek Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

DE EUROPESE UNIE, hierna „de Unie of „de EU” genoemd, en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna „EURATOM” genoemd

enerzijds, en

DE REPUBLIEK MOLDAVIË

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

GEZIEN de gemeenschappelijke waarden en sterke banden van de partijen, die in het verleden in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, zijn tot stand gekomen en worden ontwikkeld binnen het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid en het Oostelijk Partnerschap, en erkennende de gemeenschappelijke wens van de partijen hun betrekkingen verder te ontwikkelen, te versterken en uit te breiden;

MET INACHTNEMING VAN de Europese ambities en Europese keuze van de Republiek Moldavië;

ERKENNEND dat de gemeenschappelijke waarden waarop de EU is gebouwd – democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat – ook aan de basis van de in deze overeenkomst beoogde politieke associatie en economische integratie liggen;

IN AANMERKING NEMEND dat deze overeenkomst geen afbreuk doet aan de betrekkingen tussen de EU en de Republiek Moldavië en ruimte laat voor verdere ontwikkelingen;

ZICH ERVAN BEWUST dat de Republiek Moldavië als Europees land een gezamenlijke geschiedenis en gemeenschappelijke waarden deelt met de lidstaten van de Europese Unie en bereid is deze waarden ten uitvoer te leggen en te bevorderen, die de Republiek Moldavië ertoe hebben aangezet te kiezen voor Europa;

HET BELANG ERKENNEND van het in februari 2005 tussen de EU en de Republiek Moldavië overeengekomen actieplan in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid voor de versterking van de betrekkingen tussen de EU en de Republiek Moldavië en bevordering van de hervormingen en het aanpassingsproces van de Republiek Moldavië om zo bij te dragen tot de geleidelijke economische integratie en de verdieping van de politieke associatie;

STREVEND naar de verdere versterking van de eerbiediging van de fundamentele vrijheden, de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de democratische beginselen, de rechtsstaat en behoorlijk bestuur;

HERINNEREND AAN, in het bijzonder, hun bereidheid om de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat te bevorderen, onder meer door hiervoor samen te werken binnen het kader van de Raad van Europa;

BEREID ZIJNDE een bijdrage te leveren aan de politieke en sociaal-economische ontwikkeling van de Republiek Moldavië door middel van grootschalige samenwerking op een grote verscheidenheid van gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals behoorlijk bestuur, vrijheid, veiligheid en justitie, handelsintegratie en versterkte economische samenwerking, werkgelegenheid en sociaal beleid, financieel beheer, openbaar bestuur en hervorming van het ambtenarenapparaat, participatie van het maatschappelijk middenveld, institutionele opbouw, armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling;

ZICH VERBINDEND TOT alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), in het bijzonder de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen van 1991 en 1992, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948 en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950;

HERINNEREND aan de wil van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten, in het bijzonder door nauw samen te werken binnen het kader van de Verenigde Naties (VN) en de OVSE;

ERKENNEND dat de actieve deelname van de Republiek Moldavië aan regionale samenwerkingsvormen van belang is;

ERNAAR STREVEND de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);

REKENING HOUDEND met de bereidheid van de EU om de internationale inspanningen te ondersteunen die tot doel hebben de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de Republiek Moldavië te versterken en bij te dragen tot reïntegratie van het land;

ERKENNEND hoe belangrijk de inzet van de Republiek Moldavië is om te komen tot een levensvatbare oplossing van het conflict in Transnistrië en de bereidheid van de EU om de rehabilitatie na het conflict te ondersteunen;

ZICH INZETTEND VOOR het voorkomen en bestrijden van alle vormen van georganiseerde misdaad, mensenhandel en corruptie en meer samenwerking bij terrorismebestrijding;

ZICH INZETTEND VOOR een verdieping van hun dialoog en samenwerking op het gebied van mobiliteit, migratie, asiel en grensbeheer, in de geest van het externe migratiebeleidskader van de EU, waarbij wordt gestreefd naar samenwerking inzake legale migratie, met inbegrip van circulaire migratie en bestrijding van illegale migratie en waarbij gezorgd wordt voor een efficiënte uitvoering van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven;

ERKENNEND dat er geleidelijke stappen worden gezet om te gelegener tijd een visumvrije regeling in te voeren voor de burgers van de Republiek Moldavië, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan;

BEVESTIGEND dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen binden, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de Republiek Moldavië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de EU, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden is als deel van de EU overeenkomstig artikel 4bis van dit Protocol, moet de Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de Republiek Moldavië onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

BELANG HECHTEND AAN de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de EU bevestigend om bij te dragen tot de economische hervormingen in de Republiek Moldavië;

ZICH INZETTEND VOOR de inachtneming van milieubehoeften met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking en tenuitvoerlegging van multilaterale internationale overeenkomsten en voor de eerbiediging van de beginselen van duurzame ontwikkeling;

STREVEND naar een geleidelijke economische integratie in de interne markt van de EU, zoals in deze overeenkomst is bepaald, onder meer met een diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA) die integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst;

BEREID om een diepe en brede vrijhandelsruimte op te zetten, waarbij wordt voorzien in een verregaande aanpassing van de regelgeving en liberalisering van de markttoegang, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van de partijen en de transparante toepassing van die rechten en verplichtingen;

VAN OORDEEL dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische relaties tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en de stimulering van concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering;

ZICH INZETTEND VOOR de continuïteit van de energievoorziening, de bevordering van de ontwikkeling van geschikte infrastructuur, betere marktintegratie en aanpassing van de regelgeving aan de essentiële punten van het EU-acquis, de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen;

ERKENNEND dat meer samenwerking op energiegebied nodig is, en de partijen het engagement zijn aangegaan om Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap (hierna „het Energiegemeenschapsverdrag” genoemd) uit te voeren;

ERNAAR STREVEND het niveau van de volksgezondheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei;

ZICH INZETTEND VOOR de contacten tussen mensen, onder meer door samenwerking en uitwisselingen op het vlak van onderzoek, ontwikkeling, onderwijs en cultuur;

ZICH INZETTEND VOOR grensoverschrijdende en interregionale samenwerking, in een geest van goed nabuurschap;

BEVESTIGEND dat de Republiek Moldavië heeft toegezegd om haar wetgeving op de relevante terreinen geleidelijk aan te passen aan die van de EU en om deze aanpassingen daadwerkelijk ten uitvoer te leggen;

BEVESTIGEND dat de Republiek Moldavië heeft toegezegd om haar administratieve en institutionele structuur te ontwikkelen voor zover dit noodzakelijk is om deze overeenkomst te handhaven;

REKENING HOUDEND met de bereidheid van de EU om steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van hervormingen en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand,

Zijn het volgende overeengekomen[Red: De oorspronkelijke bijlagen bij de Overeenkomst en bij Protocol II liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEU 2014, L 260.] :

Artikel

1

Doelstellingen

TITEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

2

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMINGEN, SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID

Artikel

3

Doelstellingen van de politieke dialoog

Artikel

4

Binnenlandse hervormingen

De partijen werken samen op de volgende terreinen:

  • a.

    ontwikkeling, consolidatie en verhoging van de stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat;

  • b.

    eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

  • c.

    verdere vooruitgang op het vlak van gerechtelijke en wettelijke hervormingen, om de onafhankelijkheid van de rechtspraak te waarborgen, de bestuurlijke capaciteit van de rechterlijke macht te versterken en de onpartijdigheid en doeltreffendheid van de rechtshandhavingsinstanties te garanderen;

  • d.

    voortzetting van de hervormingen van de overheidsdiensten en opbouw van een verantwoordelijk, efficiënt, transparant en professioneel overheidsapparaat; en

  • e.

    een doeltreffende corruptiebestrijding, in het bijzonder met het oog op de versterking van de internationale samenwerking inzake corruptiebestrijding en een doeltreffende tenuitvoerlegging van de desbetreffende internationale rechtsinstrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003.

Artikel

5

Buitenlands en veiligheidsbeleid

Artikel

6

Internationaal Strafhof

Artikel

7

Conflictpreventie en crisisbeheersing

De partijen intensiveren de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheersing, in het bijzonder met het oog op de mogelijke deelname van de Republiek Moldavië aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheersing onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen, die van geval tot geval en na een eventueel verzoek van de EU tot stand komt.

Artikel

8

Regionale stabiliteit

Artikel

9

Massavernietigingswapens

Artikel

10

Controle op de uitvoer van handvuurwapens, lichte wapens en conventionele wapens

Artikel

11

Internationale samenwerking bij terrorismebestrijding

TITEL

III

VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

Artikel

12

Rechtsstaat

Artikel

13

Bescherming van persoonsgegevens

Artikel

14

Migratie, asiel en grensbeheer

Artikel

15

Verkeer van personen

Artikel

16

Voorkoming en bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie en andere illegale activiteiten

Artikel

17

Bestrijding van drugs

Artikel

18

Witwassen van geld en financiering van terrorisme

Artikel

19

Bestrijding van terrorisme

De partijen komen overeen samen te werken aan preventie en bestrijding van terroristische daden met volledige inachtneming van de rechtsstaat, het internationale recht inzake de mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het humanitaire recht, en overeenkomstig de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN van 2006 en hun respectievelijke wet- en regelgeving. Zij doen dit in het bijzonder in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van de resoluties 1267 (1999), 1373 (2001), 1540 (2004) en 1904 (2009) van de VN-Veiligheidsraad en andere relevante VN-instrumenten en toepasselijke internationale overeenkomsten en instrumenten:

  • a.

    door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht;

  • b.

    door van gedachten te wisselen over terroristische tendensen en manieren en methoden om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme; en

  • c.

    door goede praktijken uit te wisselen betreffende de bescherming van de mensenrechten in het kader van de strijd tegen het terrorisme.

Artikel

20

Juridische samenwerking

TITEL

IV

ECONOMISCHE EN ANDERE SECTORALE SAMENWERKING

HOOFDSTUK

1

HERVORMING VAN HET OPENBARE BESTUUR

Artikel

21

De samenwerking is gericht op de ontwikkeling van een doeltreffend en verantwoordelijk openbaar bestuur in de Republiek Moldavië, met het oog op steun voor de tenuitvoerlegging van de rechtsstaat, zodat de openbare instellingen ten dienste staan van de hele bevolking van de Republiek Moldavië en een vlotte ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en haar partners kan worden bevorderd. Er zal bijzondere aandacht gaan naar de modernisering en de ontwikkeling van uitvoerende functies, om de burgers van de Republiek Moldavië kwaliteitsvolle dienstverlening te bieden.

Artikel

22

De samenwerking omvat de volgende gebieden:

  • a.

    de institutionele en functionele ontwikkeling van de overheid, met het oog op een doeltreffender werking en een doeltreffend, participatief en transparant besluitvormings- en strategische-planningsproces;

  • b.

    de modernisering van de overheidsdiensten, met inbegrip van de invoering en uitvoering van e-bestuur, voor een doeltreffender dienstverlening aan de burgers en goedkoper zakendoen;

  • c.

    het opzetten van een professionele openbare dienst op basis van het beginsel van de verantwoordingsplicht van beheerders en de doeltreffende overdracht van bevoegdheid, alsook eerlijke en transparante indienstneming, opleiding, evaluatie en bezoldiging;

  • d.

    doeltreffend en professioneel beheer van menselijke hulpbronnen en carrièreverloop; en

  • e.

    de bevordering van ethische waarden in de overheidsdienst.

Artikel

23

De samenwerking heeft betrekking op alle overheidsniveaus, met inbegrip van lokaal bestuur.

HOOFDSTUK

2

ECONOMISCHE DIALOOG

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

3

VENNOOTSCHAPSRECHT, BOEKHOUDING EN BOEKHOUDKUNDIGE CONTROLE EN CORPORATE GOVERNANCE

Artikel

27

Artikel

28

De partijen streven ernaar informatie en expertise uit te wisselen over zowel de bestaande systemen als relevante nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Voorts streven de partijen naar een verbetering van de uitwisseling van informatie tussen de bedrijfsregisters van de lidstaten en het nationale register van de bedrijven in de Republiek Moldavië.

Artikel

29

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

30

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage II bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

4

WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN

Artikel

31

De partijen versterken hun dialoog en samenwerking ter bevordering van de agenda voor waardig werk van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), het werkgelegenheidsbeleid, gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, de sociale bescherming, sociale integratie, gelijke kansen en antidiscriminatie, en sociale rechten, en dragen aldus bij tot de bevordering van meer en betere banen, armoedebestrijding, betere sociale samenhang, duurzame ontwikkeling en betere levenskwaliteit.

Artikel

32

De samenwerking die is gebaseerd op de uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen, kan een aantal kwesties bestrijken op een van de volgende gebieden:

  • a.

    de armoedebestrijding en grotere sociale samenhang;

  • b.

    het werkgelegenheidsbeleid, met het oog op meer en betere banen met correcte arbeidsvoorwaarden, teneinde de informele economie en informele werkgelegenheid terug te brengen;

  • c.

    de bevordering van actieve arbeidsmarktmaatregelen en van doeltreffende arbeidsbemiddelingsdiensten ter modernisering van de arbeidsmarkt en tot aanpassing aan de behoeften van de arbeidsmarkt;

  • d.

    de bevordering van een meer inclusieve arbeidsmarkt en meer inclusieve sociale-opvangsystemen ter integratie van benadeelde bevolkingsgroepen, zoals gehandicapten en personen uit minderheidsgroepen;

  • e.

    een doeltreffend beheer van arbeidsmigratie, teneinde het positieve effect ervan op de ontwikkeling te versterken;

  • f.

    gelijke kansen, ter bevordering van de gelijkheid tussen de geslachten en gelijke kansen voor mannen en vrouwen, alsook ter bestrijding van alle vormen van discriminatie;

  • g.

    sociaal beleid voor een betere sociale-beschermingsniveau, met inbegrip van sociale bijstand en sociale zekerheid, de modernisering van de sociale-zekerheidssystemen, wat betreft kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;

  • h.

    de bevordering van de deelname van de sociale partners en van de sociale dialoog, onder meer door een versterking van de capaciteit van alle relevante belanghebbenden; en

  • i.

    de bevordering van gezondheid en veiligheid op het werk.

Artikel

33

De partijen moedigen de participatie aan van alle relevante belanghebbenden, in het bijzonder maatschappelijke organisaties en de sociale partners, in de beleidsontwikkeling en de beleidshervormingen in de Republiek Moldavië en in de samenwerking tussen de partijen in het kader van deze overeenkomst.

Artikel

34

De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante regionale, multilaterale en internationale fora en organisaties.

Artikel

35

De partijen bevorderen maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht en moedigen verantwoorde zakelijke praktijken aan, zoals bepleit in het Global Compact van de Verenigde Naties en de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de ILO.

Artikel

36

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

37

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage III bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

5

CONSUMENTENBESCHERMING

Artikel

38

De partijen streven samen naar een hoog niveau van consumentenbescherming en verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.

Artikel

39

Om deze doelstellingen te verwezenlijken omvat de samenwerking indien nodig:

  • a.

    het streven naar aanpassing van de consumentenwetgeving, gebaseerd op de prioriteiten van bijlage IV bij deze overeenkomst, met vermijding van handelsbelemmeringen tot garandering van een reële keuze voor de consument;

  • b.

    de bevordering van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenscherming, met inbegrip van consumentenwetgeving en de handhaving daarvan, de veiligheid van consumentenproducten, met inbegrip van markttoezicht, systemen en hulpmiddelen voor de informatie van consumenten, consumentenopvoeding, eigen verantwoordelijkheid en schadeloosstelling van consumenten, en verkoop- en dienstenovereenkomsten tussen handelaren en consumenten;

  • c.

    de bevordering van opleidingsactiviteiten voor overheidsambtenaren en andere vertegenwoordigers van consumentenbelangen; en

  • d.

    de bevordering van de ontwikkeling van onafhankelijke consumentenverenigingen, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties, en van contacten tussen consumentenvertegenwoordigers, alsook samenwerking tussen de autoriteiten en ngo's op het gebied van consumentenbescherming.

Artikel

40

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage IV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

6

STATISTIEK

Artikel

41

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistieken en dragen zo bij tot hun langetermijndoelstelling tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. De verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in de EU en in de Republiek Moldavië en hen in staat stelt op basis hiervan gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het acquis van de EU op statistisch gebied, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde het nationale statistische stelsel af te stemmen op de Europese normen.

Artikel

42

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    verdere versterking van de capaciteit van het nationale stelsel voor statistiek, met nadruk op een gezonde wettelijke grondslag, de productie van adequate gegevens en metagegevens, verspreiding en gebruiksvriendelijkheid, rekening houdend met diverse gebruikersgroepen, met inbegrip van openbare en particuliere, academici en andere gebruikers;

  • b.

    verdere aanpassing van het statistische stelsel van de Republiek Moldavië aan het Europees statistisch systeem;

  • c.

    verfijning van de gegevensverstrekking aan de EU, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methoden, waaronder statistische indelingen;

  • d.

    verbetering van de professionele capaciteit en de beheerscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de statistieknormen van de EU te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het statistische stelsel van de Republiek Moldavië;

  • e.

    uitwisseling tussen de partijen van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis; en

  • f.

    bevordering van integrale kwaliteitszorg voor alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.

Artikel

43

De partijen werken samen in het kader van het Europees statistisch systeem, waarbinnen Eurostat de Europese autoriteit voor de statistiek is. De samenwerking wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:

  • a.

    demografische statistieken, met inbegrip van tellingen en sociale statistieken;

  • b.

    landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen en milieustatistieken;

  • c.

    bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;

  • d.

    macro-economische statistieken, met inbegrip van nationale rekeningen, statistieken in verband met buitenlandse handel, en statistieken in verband met buitenlandse rechtstreekse investeringen;

  • e.

    energiestatistieken, met inbegrip van energiebalansen;

  • f.

    regionale statistieken; en

  • g.

    horizontale activiteiten, met inbegrip van statistische indelingen, kwaliteitsbeheer, opleiding, verspreiding en gebruik van moderne informatietechnologieën.

Artikel

44

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma’s reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de afstemming op het acquis van de EU op statistisch gebied, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het statistische stelsel van de Republiek Moldavië, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees statistisch systeem. Bij de productie van statistische gegevens ligt de nadruk op de verdere ontwikkeling van steekproefenquêtes en het gebruik van administratieve gegevens, rekening houdende met de noodzaak om de belasting voor de respondenten te verminderen. De gegevens moeten relevant zijn voor de opzet en de monitoring van het beleid op sleutelgebieden van het sociale en economische leven.

Artikel

45

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Voor zover mogelijk moeten de activiteiten binnen het Europees statistisch systeem, met inbegrip van de opleiding, openstaan voor deelname van de Republiek Moldavië.

Artikel

46

HOOFDSTUK

7

BEHEER VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN: BEGROTINGSBELEID, INTERNE CONTROLE, FINANCIËLE INSPECTIE EN EXTERNE AUDIT

Artikel

47

De samenwerking op het gebied van dit hoofdstuk zal zich richten op de uitvoering van internationale normen en optimale werkwijzen van de EU op dit gebied, hetgeen zal bijdragen tot de ontwikkeling van een modern beheer van de overheidsfinanciën in de Republiek Moldavië, overeenkomstig de fundamentele beginselen van de EU en de internationale gemeenschap voor transparantie, verantwoordingsplicht, economie, doeltreffendheid en doelmatigheid.

Artikel

48

Begroting en boekhoudsystemen

De partijen werken samen met betrekking tot:

  • a.

    de verbetering en systematisering van de regelgevingsdocumenten voor de budgettaire, financiële, boekhoudkundige en rapportagesystemen en de harmonisatie daarvan op basis van internationale normen, tevens rekening houdend met de optimale werkwijzen in de openbare sector van de EU;

  • b.

    de voortdurende ontwikkeling van meerjarige begrotingsplanning en de aanpassing aan de optimale werkwijzen van de EU;

  • c.

    de bestudering van de praktijken van de Europese landen voor interbudgettaire betrekkingen, met het oog op verbeteringen op dit punt in de Republiek Moldavië;

  • d.

    de bevordering van de aanpassing van aanbestedingsprocedures aan de bestaande praktijken in de EU; en

  • e.

    de uitwisseling van informatie, ervaringen en goede praktijken, ook door de uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleiding ter zake.

Artikel

49

Interne controle, financiële inspectie en externe audit

De partijen werken ook samen met betrekking tot:

  • a.

    de verdere verbetering van het interne-controlesysteem (met inbegrip van een functioneel onafhankelijke interne-auditfunctie) in nationale en lokale autoriteiten door middel van harmonisering met algemeen aanvaarde internationale normen en methoden en optimale EU-werkwijzen;

  • b.

    de ontwikkeling van een adequaat financieel-inspectiesysteem ter aanvulling van de interne-auditfunctie (zonder deze te overlappen) en ter verzekering van een adequaat controlebereik voor de overheidsinkomsten en -uitgaven tijdens een overgangsperiode en daarna;

  • c.

    doeltreffende samenwerking tussen de actoren die betrokken zijn bij financieel beheer en controle, audit en insepctie en de actoren voor begroting, financiën en boekhouding voor een beter bestuur;

  • d.

    de versterking van de bevoegdheden van de centrale harmonisatie-eenheid van de interne controle op overheidsfinanciën (PIFC);

  • e.

    de tenuitvoerlegging van internationaal aanvaarde externe-auditnormen van de Internationale Organisatie van Hoge Controle-instanties (INTOSAI); en

  • f.

    de uitwisseling van informatie, ervaringen en goede praktijken, ook door de uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleiding ter zake.

Artikel

50

Bestrijding van fraude en corruptie

De partijen werken ook samen met betrekking tot:

  • a.

    de uitwisseling van informatie, ervaring en goede praktijken;

  • b.

    betere methoden ter bestrijding en voorkoming van fraude en corruptie op de gebieden die door dit hoofdstuk worden bestreken, met inbegrip van samenwerking tussen de relevante overheidsorganen; en

  • c.

    het garanderen van doeltreffende samenwerking met de relevante EU-instellingen en organen, in het geval van controles ter plaatse, inspecties en audits die verband houden met het beheer en de controle van EU-middelen, volgens de relevante regels en procedures.

Artikel

51

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

8

BELASTINGEN

Artikel

52

De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren.

Artikel

53

Ten aanzien van artikel 52 van deze overeenkomst erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op EU-niveau onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van legitieme belastingen en het treffen van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten.

Artikel

54

De partijen intensiveren en versterken tevens hun samenwerking tot verbetering en ontwikkeling van het belastingstelsel en de belastingdienst van de Republiek Moldavië, met inbegrip van verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, waarbij zij specifieke aandacht schenken aan de procedures voor de terugbetaling van belasting over de toegevoegde waarde (btw), teneinde de opeenhoping van achterstallen te vermijden, doeltreffende belastinginning te verzekeren en de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking te versterken. De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude, in het bijzonder carrouselfraude.

Artikel

55

De partijen ontwikkelen hun samenwerking en harmoniseren hun beleid om fraude met en smokkel van accijnsproducten te voorkomen en te bestrijden. Deze samenwerking omvat onder meer de geleidelijke onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor tabaksproducten, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de beperkingen die de regionale context met zich meebrengt, onder meer door middel van een dialoog op regionaal niveau en overeenkomstig het kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging van 2003. De partijen zullen hiertoe streven naar versterking van hun samenwerking in regionaal verband.

Artikel

56

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

57

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

9

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

58

De partijen erkennen dat voor het tot stand brengen van een volwaardig functionerende markteconomie en voor het stimuleren van hun onderlinge handelsverkeer doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van financiële diensten noodzakelijk zijn, en komen daartoe overeen samen te werken op het gebied van financiële diensten teneinde:

  • a.

    de aanpassing van de regelgeving voor financiële diensten aan de behoeften van een open markteconomie te steunen;

  • b.

    toe te zien op passende en doeltreffende bescherming van investeerders en andere consumenten van financiële diensten;

  • c.

    de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel van de Republiek Moldavië in zijn geheel te verzekeren;

  • d.

    de samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties, te bevorderen; en

  • e.

    onafhankelijk en doeltreffend toezicht te waarborgen.

Artikel

59

Artikel

60

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

61

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXVIII-A bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

10

INDUSTRIE- EN ONDERNEMINGSBELEID

Artikel

62

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake het industrie- en ondernemingsbeleid en verbeteren zo het ondernemingsklimaat voor alle marktdeelnemers, maar met bijzondere nadruk op het midden- en kleinbedrijf. De versterkte samenwerking moet leiden tot een beter administratief en regelgevingsnetwerk voor bedrijven uit de EU en de Republiek Moldavië die in de EU en in de Republiek Moldavië actief zijn en moet gebaseerd zijn op het industriebeleid en het mkb-beleid van de EU, rekening houdende met internationaal erkende beginselen en praktijken op dit gebied.

Artikel

63

De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:

  • a.

    uitvoering van strategieën voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf op basis van het Europees handvest voor kleine ondernemingen en toezicht op het uitvoeringsproces door regelmatige rapportage en dialoog. Deze samenwerking zal tevens aandacht hebben voor micro-ondernemingen die van zeer groot belang zijn zowel voor de economie van de EU als die van de Republiek Moldavië;

  • b.

    totstandbrenging van betere randvoorwaarden voor vergroting van het concurrentievermogen door uitwisseling van informatie en goede praktijken. Deze samenwerking omvat het beheer van structuurwijzigingen (herstructureringen), de ontwikkeling van publiek-particuliere partnerschappen en milieu- en energievraagstukken, zoals energie-efficiëntie en schonere productie;

  • c.

    vereenvoudiging en rationalisering van de regelgeving en de praktijk op dat gebied, met specifieke aandacht voor de uitwisseling van goede praktijken inzake regelgevingstechniek, ook wat de beginselen van de EU betreft;

  • d.

    aanmoediging van de ontwikkeling van een innovatiebeleid door middel van uitwisseling van informatie en goede praktijken over de commercialisering van onderzoek en ontwikkeling (waaronder instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven), ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;

  • e.

    aanmoediging van meer contacten tussen bedrijven uit de EU en bedrijven uit de Republiek Moldavië en tussen deze bedrijven en de autoriteiten van de EU en de Republiek Moldavië;

  • f.

    ondersteuning van activiteiten op het gebied van exportpromotie in de Republiek Moldavië; en

  • g.

    ondersteuning voor de modernisering en herstructurering van de industrie van de Republiek Moldavië in bepaalde sectoren.

Artikel

64

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Hierbij zullen ook vertegenwoordigers worden betrokken van EU-bedrijven en bedrijven uit de Republiek Moldavië.

HOOFDSTUK

11

MIJNBOUW EN GRONDSTOFFEN

Artikel

65

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake de mijnbouw en de handel in grondstoffen om het wederzijds begrip te bevorderen, het ondernemingsklimaat te verbeteren en informatie-uitwisseling en samenwerking inzake vraagstukken op ander dan energiegebied te bevorderen, in het bijzonder wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen.

Artikel

66

De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:

  • a.

    onderlinge uitwisseling van informatie over ontwikkelingen in de sector mijnbouw en grondstoffen;

  • b.

    uitwisseling van informatie over kwesries in verband met grondstoffen met het oog op de bevordering van bilaterale uitwisselingen;

  • c.

    uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen in verband met duurzame ontwikkeling in de mijnbouw; en

  • d.

    uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen in verband met opleiding, vaardigheden en veiligheid in de mijnbouw.

HOOFDSTUK

12

LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING

Artikel

67

De partijen werken samen ter bevordering van de ontwikkeling van de landbouw en het platteland, in het bijzonder door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.

Artikel

68

De samenwerking tussen de partijen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling omvat onder andere de volgende gebieden:

  • a.

    vergroten van wederzijds begrip van het beleid met betrekking tot landbouw en plattelandsontwikkeling;

  • b.

    verbeteren van de bestuurlijke capaciteit op centraal en lokaal niveau voor het plannen, evalueren en tenuitvoerleggen van beleid overeenkomstig de EU-regelgeving en optimale werkwijzen;

  • c.

    bevorderen van de modernisering en duurzaamheid van de landbouwproductie;

  • d.

    delen van kennis en optimale werkwijzen op het gebied van plattelandsontwikkeling ter bevordering van het economische welzijn van plattelandsgemeenschappen;

  • e.

    verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector, de efficiëntie en transparantie van de markten;

  • f.

    bevorderen van een kwalitatief beleid en controlemechanismen daarvoor, meer bepaald geografische aanduidingen en biologische landbouw;

  • g.

    verspreiden van kennis en bevorderen van voorlichtingsdiensten aan landbouwproducenten; en

  • h.

    verbeteren van de harmonisering van kwesties binnen het kader van internationale organisaties waarvan de partijen lid zijn.

Artikel

69

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

70

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

13

VISSERIJ EN MARITIEM BELEID

AFDELING

1

VISSERIJBELEID

Artikel

71

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking over kwesties in verband met visserij en goed maritiem bestuur, waarbij zij nauwere bilaterale en multilaterale samenwerking ontwikkelen in de visserijsector. De partijen moedigen ook een geïntegreerde aanpak aan van visserijkwesties en ondersteunen duurzame ontwikkeling in de visserij.

Artikel

72

De partijen ondernemen gezamenlijke acties, wisselen informatie uit en helpen elkaar ter bevordering van:

  • a.

    goed bestuur en optimale werkwijzen met betrekking tot visserijbeheer, met het oog op de instandhouding en het beheer van de visbestanden, op duurzame wijze en op basis van de ecosysteemaanpak;

  • b.

    verantwoorde visvangst en verantwoord visserijbeheer overeenkomstig de beginselen van duurzame ontwikkeling, om de visbestanden en ecosystemen gezond te houden; en

  • c.

    samenwerking via passende regionale organisaties die verantwoordelijk zijn voor beheer en behoud van levende aquatische hulpbronnen.

Artikel

73

De partijen ondersteunen initiatieven zoals de uitwisseling van ervaringen en het verlenen van steun om te zorgen voor de uitvoering van een duurzaam visserijbeleid, onder meer:

  • a.

    beheer van visserij en aquacultuurhulpbronnen;

  • b.

    inspectie en controle van visserijactiviteiten, en de ontwikkeling van de bijbehorende administratieve en gerechtelijke structuren die passende maatregelen kunnen toepassen;

  • c.

    inzameling van gegevens over de vangst en de aanvoer, en biologische en economische gegevens;

  • d.

    efficiëntere markten, in het bijzonder door organisaties van producenten aan te moedigen, informatie aan consumenten te verstrekken, en door handelsnormen en traceerbaarheid; en

  • e.

    ontwikkeling van een structureel beleid voor de vijsserijsector, met speciale aandacht voor de duurzame ontwikkeling van de visserijgebieden die zijn gedefinieerd als gebieden aan een meeroever of met vijvers of een riviermonding, en met een significante werkgelegenheid in de visserijsector.

AFDELING

2

MARITIEM BELEID

Artikel

74

Rekening houdend met hun samenwerking op het gebied van visserij, transport, milieu en andere maritieme beleidsgebieden, ontwikkelen de partijen tevens samenwerking en onderlinge bijstand, waar nodig, inzake maritieme kwesties, meer bepaald door actief steun te verlenen aan een geïntegreerde aanpak van maritieme zaken en goed bestuur in de Zwarte Zee in de relevante internationale fora.

Artikel

75

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

14

SAMENWERKING INZAKE ENERGIE

Artikel

76

De partijen komen overeen hun huidige samenwerking op energiegebied voort te zetten op basis van de beginselen van partnerschap, wederzijds respect, transparantie en voorspelbaarheid. Deze samenwerking moet streven naar energie-efficiëntie, marktintegratie en convergentie van de regelgeving in de energiesector, rekening houdend met de noodzaak van concurrentievermogen en de toegang tot veilige, milieubewuste en betaalbare energie, met inbegrip van de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap.

Artikel

77

De onderlinge samenwerking bestrijkt onder meer de volgende gebieden en doelstellingen:

  • a.

    energiestrategieën en -beleid;

  • b.

    de ontwikkeling van concurrentiële, transparante, niet-discriminerende energiemarkten overeenkomstig EU-normen, met inbegrip van de verplichtingen volgens het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, via hervormingen van de regelgeving en de deelname aan regionale energiesamenwerking;

  • c.

    de ontwikkeling van een aantrekkelijk en stabiel investeringsklimaat door het aanpakken van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden;

  • d.

    energie-infrastructuur, met inbegrip van projecten van gezamenlijk belang, ter diversifiëring van de energiebronnen, de leveranciers en de vervoersroutes op een economisch doeltreffende en milieubewuste wijze, onder meer door facilitering van op leningen en subsidies gebaseerde investeringen;

  • e.

    de verbetering en versterking van stabiliteit op de lange termijn en van veiligheid van de energietoevoer en -handel, -doorvoer en -transport op een wederzijds voordelige en niet-discriminerende wijze overeenkomstig de EU-voorschriften en internationale voorschriften;

  • f.

    de bevordering van energie-efficiëntie en energiebesparing, onder meer inzake de energieprestatie van gebouwen, en de ontwikkeling van en steun aan duurzame energie op een economisch verantwoorde en milieubewuste wijze;

  • g.

    het terugbrengen van broeikas-emissies, onder mee door energie-efficiëntie en duurzame-energieprojecten;

  • h.

    wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie voor de ontwikkeling en verbetering van technologieën voor de productie, het vervoer, de levering en het eindgebruik van energie, met bijzondere aandacht voor energie-efficiënte en milieuvriendelijke technologieën; en

  • i.

    mogelijke voortzetting van de samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, overeenkomstig de beginselen en normen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en de relevante internationale verdragen en overeenkomsten die binnen het kader van de IAEA zijn gesloten, alsook overeenkomstig, waar van toepassing, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

Artikel

78

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

79

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VIII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

15

VERVOER

Artikel

80

De partijen:

  • a.

    vergroten en versterken hun samenwerking op vervoersgebied, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;

  • b.

    bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen; en

  • c.

    streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.

Artikel

81

Deze samenwerking bestrijkt onder meer de volgende gebieden:

  • a.

    ontwikkeling van een duurzaam nationaal vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, in het bijzonder om de efficiëntie, veiligheid en betrouwbaarheid van de vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van deze overwegingen met betrekking tot vervoer in andere beleidsgebieden te bevorderen;

  • b.

    ontwikkeling van sectorale strategieën in verband met het nationale beleid voor het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, door de lucht en over zee en het intermodale vervoer (onder meer de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen); dit omvat tevens tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen;

  • c.

    verbetering van het infrastructuurbeleid, zodat infrastructuurprojecten voor de diverse vervoerswijzen beter kunnen worden geïdentificeerd en geëvalueerd;

  • d.

    uitwerking van financieringsstrategieën voor onderhoud, capaciteitsknelpunten en ontbrekende infrastructuurverbindingen, en aansporing en bevordering van de deelname van de particuliere sector aan vervoersprojecten;

  • e.

    toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;

  • f.

    wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van vervoerstechnologieën zoals intelligente vervoerssystemen; en

  • g.

    bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtesystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer.

Artikel

82

Artikel

83

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

84

De partijen werken samen voor een verbetering van de transportverbindingen volgens de bepalingen van bijlage IX bij deze overeenkomst.

Artikel

85

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage X en in bijlage XXVIII-D bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlagen.

HOOFDSTUK

16

MILIEU

Artikel

86

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieuaangelegenheden en dragen zo bij tot de langetermijndoelstelling van duurzame ontwikkeling en een groenere economie. Verwacht wordt dat betere bescherming van het milieu voordelen zal bieden voor burgers en bedrijven in de EU en in de Republiek Moldavië, onder meer door verbetering van de volksgezondheid, behoud van natuurlijke hulpbronnen, grotere economische en milieuefficiëntie, integratie van het milieu in andere beleidsterreinen, het gebruik van modernere en schonere technologieën die bijdragen aan duurzamere productiepatronen. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid op het gebied van milieubescherming en de multilaterale overeenkomsten op dat gebied.

Artikel

87

De samenwerking is gericht op behoud, bescherming, verbetering en herstel van de kwaliteit van het milieu, bescherming van de menselijke gezondheid, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en bevordering van maatregelen op internationaal niveau voor het aanpakken van regionale of mondiale milieuproblemen, onder andere op het gebied van:

  • a.

    goed bestuur op milieugebied en horizontale kwesties, onder meer milieueffectbeoordeling en strategische effectbeoordeling, onderwijs en opleiding, milieu-aansprakelijkheid, bestrijding van milieumisdrijven, grensoverschrijdende samenwerking, toegang tot milieu-informatie, besluitvormingsprocedures en doeltreffende administratieve en gerechtelijke herzieningsprocedures;

  • b.

    luchtkwaliteit;

  • c.

    waterkwaliteit en bronnenbeheer, met inbegrip van de beheersing van overstromingsrisico's, waterschaarste en droogten;

  • d.

    afvalbeheer, beheer van middelen en vervoer van afval;

  • e.

    natuurbescherming, met inbegrip van behoud en bescherming van biodiversiteit en landschapsdiversiteit;

  • f.

    industriële verontreiniging en industriële risico’s;

  • g.

    chemische stoffen;

  • h.

    geluidshinder;

  • i.

    bodembescherming;

  • j.

    stads- en plattelandsontwikkeling;

  • k.

    milieuheffingen en taksen;

  • l.

    systemen voor toezicht en milieu-informatie;

  • m.

    inspectie en handhaving; en

  • n.

    milieu-innovatie met inbegrip van de beste beschikbare technologieën.

Artikel

88

De partijen zorgen voor onder meer het volgende:

  • a.

    uitwisseling van informatie en deskundigheid;

  • b.

    uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en uitwisseling van informatie over schonere technologieën;

  • c.

    planning voor de aanpak van industriële risico's en ongevallen;

  • d.

    uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer met betrekking tot multilaterale milieuovereenkomsten die door de partijen zijn geratificeerd en, in voorkomend geval, gezamenlijke activiteiten in het kader van de betrokken instanties.

De partijen schenken bijzondere aandacht aan grensoverschrijdende vraagstukken en regionale samenwerking.

Artikel

89

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a.

    ontwikkeling van een algemene milieustrategie met geplande institutionele hervormingen (voorzien van een tijdschema) om de tenuitvoerlegging en handhaving van de milieuwetgeving te waarborgen; verdeling van de bevoegdheden voor het milieubeheer over de nationale, regionale en gemeentelijke overheden; procedures voor de besluitvorming en voor de uitvoering van besluiten; procedures voor het bevorderen van de integratie van milieuzaken in andere beleidsterreinen; bevordering van maatregelen voor een groene economie en eco-innovatie, vaststelling van de nodige personele en financiële middelen en een mechanisme voor controle; en

  • b.

    ontwikkeling van sectorale strategieën inzake luchtkwaliteit, waterkwaliteit en de watervoorraden; afvalbeheer en beheer van hulpbronnen; biodiversiteit en natuurbeschermingsgebieden; industriële verontreiniging en industriële risico’s en chemicaliën, geluidsoverlast, bodembescherming, stads- en plattelandsontwikkeling, eco-innovatie, met vaststelling van duidelijke tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsstrategieën voor investeringen in infrastructuur en technologie.

Artikel

90

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

91

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

17

KLIMAATACTIE

Artikel

92

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking voor de bestrijding van de klimaatverandering. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid en de bilaterale en multilaterale overeenkomsten op dit gebied.

Artikel

93

Met de samenwerking worden maatregelen bevorderd op nationaal, regionaal en internationaal niveau, onder meer inzake:

  • a.

    matiging van de klimaatverandering;

  • b.

    aanpassing aan de klimaatverandering;

  • c.

    emissierechtenhandel;

  • d.

    onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, exploitatie en verspreiding van veilige en duurzame koolstofarme en aanpassingstechnologieën;

  • e.

    geleidelijke opname van klimaataspecten in het sectorale beleid; en

  • f.

    bewustmaking, onderwijs en opleiding.

Artikel

94

De partijen zorgen voor onder meer het volgende:

  • a.

    uitwisseling van informatie en deskundigheid;

  • b.

    uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en uitwisseling van informatie over schone technologieën;

  • c.

    uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer met betrekking tot multilaterale milieuovereenkomsten die door de partijen zijn geratificeerd en, in voorkomend geval, gezamenlijke activiteiten in het kader van de betrokken instanties.

De partijen schenken bijzondere aandacht aan grensoverschrijdende vraagstukken en regionale samenwerking.

Artikel

95

De onderlinge samenwerking bestrijkt onder meer de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van:

  • a.

    een algemene klimaatstrategie en een actieplan op de lange termijn voor verzachting van en aanpassing aan de klimaatverandering;

  • b.

    evaluaties van de kwetsbaarheid en de aanpassing;

  • c.

    een nationale strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering;

  • d.

    een strategie voor koolstofarme ontwikkeling;

  • e.

    maatregelen op de lange termijn voor het terugbrengen van broeikas-emissies;

  • f.

    maatregelen ter voorbereiding van emissierechtenhandel;

  • g.

    maatregelen ter bevordering van technologie-overdracht op basis van een evaluatie van de technologiebehoeften;

  • h.

    maatregelen voor de geleidelijke opname van klimaataspecten in het sectorale beleid; en

  • i.

    maatregelen inzake de ozonlaag afbrekende stoffen.

Artikel

96

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

97

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

18

INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

Artikel

98

De partijen stimuleren de samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij om burgers en bedrijven voordelen te brengen door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en hoogwaardiger diensten tegen betaalbare prijzen. Deze samenwerking moet streven naar betere toegang tot elektronische-communicatiemarkten, aanmoediging van de concurrentie en investeringen in de sector, de bevordering van de ontwikkeling van openbare diensten online.

Artikel

99

De samenwerking kan de volgende onderwerpen omvatten:

  • a.

    uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen over de uitvoering van nationale informatie-maatschappijstrategieën, onder meer met initiatieven ter bevordering van breedbandtoegang, ter verbetering van de netwerkbeveiliging en tot invoering van openbare onlinediensten;

  • b.

    uitwisseling van informatie, optimale werkwijzen en ervaringen ter bevordering van een omvattend regelgevingskader voor elektronische communicatie, en meer bepaald ter versterking van de bestuurlijke capaciteit van de nationale administratie voor informatie- en communicatietechnologie, alsook van de onafhankelijke regelgevende instantie, voor een beter gebruik van spectrumbronnen en ter bevordering van de interoperabiliteit van netwerken in de Republiek Moldavië en met de EU;

  • c.

    aanmoediging en bevordering van de installatie van ICT-apparatuur voor beter bestuur, e-leren en onderzoek, openbare gezondheidszorg, de digitalisering van het culturele erfgoed, de ontwikkeling van digitale inhoud en elektronische handel; en

  • d.

    verbetering van het veiligheidsniveau van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in elektronische communicatie.

Artikel

100

De partijen bevorderen de samenwerking tussen de regelgevende instantie van de EU en de nationale regelgevende autoriteiten van de Republiek Moldavië op het gebied van elektronische communicatie. De partijen overwegen tevens of samenwerking mogelijk is op andere relevante gebieden, onder meer door regionale initiatieven.

Artikel

101

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel

102

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXVIII-B bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

19

TOERISME

Artikel

103

De partijen werken samen op het gebied van het toerisme, met het oog op de ontwikkeling van een beter concurrerende en duurzame toerismebedrijfstak die economische groei en emancipatie bevordert en werkgelegenheid en buitenlandse deviezen genereert.

Artikel

104

De samenwerking op bilateraal, regionaal en Europees niveau wordt gebaseerd op de volgende beginselen:

  • a.

    respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, in het bijzonder in plattelandsgebieden;

  • b.

    het belang van het culturele erfgoed; en

  • c.

    een positieve interactie tussen toerisme en milieubehoud.

Artikel

105

De samenwerking wordt gericht op de volgende aspecten:

  • a.

    uitwisseling van informatie, optimale werkwijzen en ervaringen en overdracht van expertise, onder andere inzake innovatieve technologieën;

  • b.

    totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen openbare, particuliere en gemeenschapsbelangen, teneinde de duurzame ontwikkeling van het toerisme te waarborgen;

  • c.

    bevordering en ontwikkeling van toerismeproducten en -markten, infrastructuur, personele middelen en institutionele structuren, alsook identificatie en eliminatie van belemmeringen van reis-dienstverleningen;

  • d.

    ontwikkeling en tenuitvoerlegging van efficiënt beleid en efficiënte strategieën, met inbegrip van de juridische, administratieve en financiële aspecten;

  • e.

    opleiding en capaciteitsopbouw op toeristisch gebied met als doel het niveau van dienstverlening te verbeteren; en

  • f.

    ontwikkeling en promotie van in de gemeenschappen wortelend toerisme.

Artikel

106

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

20

REGIONALE ONTWIKKELING, GRENSOVERSCHRIJDENDE EN REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

107

Artikel

108

Artikel

109

Artikel

110

Artikel

111

De partijen faciliteren het verkeer van burgers van de EU en de Republiek Moldavië, om de grens op frequente basis en over korte afstanden over te steken.

Artikel

112

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

21

VOLKSGEZONDHEID

Artikel

113

De partijen ontwikkelen samenwerking op het gebied van de volksgezondheid om het niveau van de bescherming van de volksgezondheid en de gezondheid van de mens te verhogen, als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei.

Artikel

114

De samenwerking omvat in het bijzonder de volgende gebieden:

  • a.

    versterking van het openbare gezondheidssysteem van de Republiek Moldavië, meer bepaald door een hervorming van het gezondheidsstelsel, voor een primaire gezondheidszorg van hoog niveau, beter bestuur op gezondheidsgebied en betere financiering van de gezondheidszorg;

  • b.

    epidemiologisch toezicht en controle van besmettelijke ziekten, zoals hiv/aids, virale hepatitis en tuberculose, alsook betere paraatheid bij bedreigingen en noodsituaties inzake de volksgezondheid;

  • c.

    preventie en controle van niet-overdraagbare ziekten door uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen, bevordering van een gezonde levensstijl, aanpak van gezondheidsbepalende factoren zoals voeding en verslaving aan drugs, alcohol en tabak;

  • d.

    kwaliteit en veiligheid van stoffen van menselijke oorsprong;

  • e.

    gezondheidsinformatie en -kennis; en

  • f.

    volledige en tijdige uitvoering van internationale gezondheidsovereenkomsten, meer bepaald de internationale gezondheidswetgeving en het kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging van 2003.

Artikel

115

De samenwerking maakt het volgende mogelijk:

  • a.

    de geleidelijke integratie van de Republiek Moldavië in de gezondheidsnetwerken van de EU; en

  • b.

    de geleidelijke verbetering van de interactie tussen de Republiek Moldavië en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding.

Artikel

116

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XIII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

22

CIVIELE BESCHERMING

Artikel

117

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid en multilaterale activiteiten op het gebied van civiele bescherming.

Artikel

118

De samenwerking streeft naar een betere preventie van, paraatheid voor en respons op natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.

Artikel

119

De partijen wisselen onder meer informatie en expertise uit en brengen gezamenlijke activiteiten op nationaal, regionaal en internationaal niveau ter uitvoering. Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Europese Unie en haar lidstaten vindt de samenwerking op dit gebied plaats via de tenuitvoerlegging van specifieke tussen de partijen gesloten overeenkomsten en administratieve regelingen, overeenkomstig de wettelijke procedures van elke partij.

Artikel

120

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a.

    de vergemakkelijking van wederzijdse bijstand in noodsituaties;

  • b.

    de uitwisseling op 24-uurbasis van vroegtijdige waarschuwingen en geactualiseerde informatie over noodsituaties op grote schaal die de EU of de Republiek Moldavië treffen, alsmede verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;

  • c.

    de beoordeling van het milieueffect van rampen;

  • d.

    de uitnodiging van deskundigen voor specifieke technische workshops en symposia over civielebeschermingsvraagstukken;

  • e.

    de uitnodiging, per geval, van waarnemers voor specifieke oefeningen en opleidingen die door de EU en/of de Republiek Moldavië worden georganiseerd; en

  • f.

    de versterking van de samenwerking inzake de doeltreffendste wijze om de beschikbare civiele beschermingscapaciteit in te zetten.

Artikel

121

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

23

SAMENWERKING INZAKE ONDERWIJS, OPLEIDING, MEERTALIGHEID, JEUGD EN SPORT

Artikel

122

De partijen werken samen ter bevordering van een leven lang leren en moedigen samenwerking en transparantie aan op alle niveaus van onderwijs en opleiding, met speciale aandacht voor hoger onderwijs.

Artikel

123

Deze samenwerking wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:

  • a.

    bevordering van een leven lang leren, dat essentieel is voor groei en werkgelegenheid en participatie ten volle van de burger in de maatschappij mogelijk maakt;

  • b.

    modernisering van het onderwijs en de onderwijssystemen, verbetering van de kwaliteit, de relevantie en de toegang;

  • c.

    bevordering van de convergentie in het hoger onderwijs, op grond van het Bologna-proces en de EU-agenda voor de modernisering van het hoger onderwijs;

  • d.

    versterking van de internationale academische samenwerking en deelname aan de samenwerkingsprogramma's van de EU, toename van de mobiliteit van studenten en docenten;

  • e.

    opzetten van een nationaal kwalificatiekader ter verbetering van de transparantie en erkenning van kwalificaties en bevoegdheden; en

  • f.

    bevordering van de doelstellingen van het proces van Kopenhagen over intensievere Europese samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding.

Artikel

124

De partijen bevorderen samenwerking en uitwisselingen op gebieden van wederzijds belang, zoals taaldiversiteit en een leven lang leren van talen, via de uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen.

Artikel

125

De partijen komen overeen samen te werken op jeugdgebied met het oog op:

  • a.

    versterkte samenwerking en uitwisselingen op het gebied van jeugdbeleid en niet-formeel onderwijs voor jongeren en jeugdwerkers;

  • b.

    de actieve deelname van alle jongeren aan het maatschappelijke leven vergemakkelijken;

  • c.

    steun voor de mobiliteit van jongeren en jeugdwerkers ter bevordering van de culturele dialoog en de verwerving van kennis, vaardigheden en bevoegdheden buiten de formele onderwijssystemen, ook door vrijwilligerswerk; en

  • d.

    bevordering van de samenwerking tussen jeugdorganisaties ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties.

Artikel

126

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van sport en fysieke activiteiten door de uitwisseling van informatie en goede werkwijzen ten behoeve van een gezonde levensstijl, de sociale en educatieve waarden van sport en goed bestuur in sport binnen de EU en de Republiek Moldavië.

HOOFDSTUK

24

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK, TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING EN DEMONSTRATIE

Artikel

127

De partijen bevorderen samenwerking op alle gebieden van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling en demonstratie (OTO) op basis van wederzijds voordeel en afhankelijk van geschikte en doeltreffende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel

128

De samenwerking op het gebied van OTO omvat onder andere:

  • a.

    beleidsdialoog en de uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie;

  • b.

    makkelijker toegang tot de respectieve programma's van de partijen;

  • c.

    meer onderzoekscapaciteit en de deelname van onderzoeksinstellingen van de Republiek Moldavië aan het kaderprogramma van de EU voor onderzoek;

  • d.

    stimuleren van gezamenlijke onderzoeksprojecten op alle gebieden van OTO;

  • e.

    opleiding en mobiliteit voor wetenschappers, onderzoekers en ander onderzoekspersoneel betrokken bij OTO-activiteiten van de partijen;

  • f.

    vergemakkelijking, in het kader van de geldende wetgeving, van het vrije verkeer van onderzoekspersoneel dat deelneemt aan de activiteiten krachtens deze overeenkomst en het vrij verkeer van goederen die voor deze activiteiten worden gebruikt; en

  • g.

    andere vormen van samenwerking voor OTO (met inbegrip van regionale aanpak en initiatieven), op basis van wederzijdse overeenstemming van de partijen.

Artikel

129

Bij het uitvoeren van samenwerkingsactiviteiten voor OTO moet worden gestreefd naar synergieën met activiteiten die worden gefinancierd door het Centrum voor Wetenschap en Technologie (OCWT) en andere activiteiten binnen het kader van de financiële samenwerking tussen de EU en de Republiek Moldavië.

HOOFDSTUK

25

SAMENWERKING INZAKE CULTUUR, AUDIOVISUEEL BELEID EN MEDIA

Artikel

130

De partijen bevorderen de samenwerking op cultureel gebied en houden terdege rekening met de beginselen die zijn opgenomen in het verdrag van de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur (Unesco) betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 2005. De partijen streven naar een regelmatige beleidsdialoog over gebieden van wederzijds belang, zoals de ontwikkeling van de cultuurindustrie in de EU en de Republiek Moldavië. De samenwerking tussen de partijen stimuleert de interculturele dialoog, ook via deelname van de cultuursector en maatschappelijke organisaties van de EU en de Republiek Moldavië.

Artikel

131

Artikel

132

De partijen spitsen hun samenwerking toe op een aantal gebieden:

  • a.

    culturele samenwerking en culturele uitwisselingen, alsook mobiliteit van kunst en kunstenaars;

  • b.

    interculturele dialoog;

  • c.

    beleidsdialoog over cultureel beleid en audiovisueel beleid;

  • d.

    samenwerking in internationale fora zoals de Unesco en de Raad van Europa, onder meer om de culturele diversiteit te ontwikkelen en te behouden en het culturele en historische erfgoed beter te benutten; en

  • e.

    samenwerking inzake media.

Artikel

133

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XIV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK

26

MAATSCHAPPELIJKE SAMENWERKING

Artikel

134

De partijen voeren een dialoog over maatschappelijke samenwerking, met de volgende doelstellingen:

  • a.

    intensivering van de contacten en de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen alle maatschappelijke sectoren in de EU en de Republiek Moldavië;

  • b.

    verzekeren van een betere kennis en begrip van de Republiek Moldavië, ook van haar geschiedenis en cultuur, in de EU en meer bepaald bij maatschappelijke organisaties die in de lidstaten zijn gevestigd, waardoor mogelijkheden en problemen van toekomstige betrekkingen beter worden begrepen; en

  • c.

    omgekeerd meer kennis van en inzicht in de Republiek Moldavië over de EU, en in het bijzonder bij de maatschappelijke organisaties in de Republiek Moldavië, met onder meer aandacht voor de waarden waarop de EU is gebaseerd, haar beleid en haar werking.

Artikel

135

De partijen bevorderen dialoog en samenwerking tussen belanghebbenden van maatschappelijke organisaties van beide partijen als integraal onderdeel van de betrekkingen tussen de EU en de Republiek Moldavië. Deze dialoog en samenwerking beogen:

  • a.

    de betrokkenheid te verzekeren van de maatschappelijke organisaties bij de betrekkingen tussen de EU en de Republiek Moldavië, meer bepaald voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst;

  • b.

    de deelname van maatschappelijke organisaties aan het openbare besluitvormingsproces bevorderen, meer bepaald door een open, transparante, en regelmatige dialoog in te stellen tussen openbare instellingen en representatieve maatschappelijke organisaties;

  • c.

    de facilitering van een proces van institutionele opbouw en consolidatie van de maatschappelijke organisaties op diverse manieren, met inbegrip van lobbying, informele en formele netwerken, wederzijdse bezoeken en workshops, met het oog in het bijzonder op een beter wettelijk kader voor de maatschappelijke organisaties; en

  • d.

    de vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties van beide partijen vertrouwd te maken met het proces van overleg en dialoog tussen het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de sociale partners, en de overheden, in het bijzonder met het oog op de versterking van het maatschappelijk middenveld in de beleidsvorming van de Republiek Moldavië.

Artikel

136

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt door de partijen een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

27

SAMENWERKING VOOR DE BESCHERMING EN BEVORDERING VAN DE RECHTEN VAN HET KIND

Artikel

137

De partijen komen overeen samen te werken ter bevordering van de rechten van het kind volgens internationale wetten en normen, meer bepaald het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind van 1989, rekening houdend met de prioriteiten die speciaal in de context van de Republiek Moldavië zijn vastgesteld, in het bijzonder voor kwetsbare groepen.

Artikel

138

Die samenwerking omvat in het bijzonder het volgende:

  • a.

    het voorkomen en bestrijden van alle vormen van exploitatie (waaronder kinderarbeid), misbruik en verwaarlozing van en geweld tegen kinderen, onder meer door de ontwikkeling en versterking van een wet- en regelgevingskader alsook door bewustmakingscampagnes op dit gebied;

  • b.

    de verbetering van het systeem voor identificatie en bijstand van kinderen in kwetsbare sitauties, met inbegrip van grotere participatie van kinderen aan het besluitvormingsproces en de uitvoering van doeltreffende mechanismen voor de afhandeling van individuele klachten van kinderen;

  • c.

    de uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen voor de terugdringing van de armoede bij kinderen, met maatregelen van sociaal beleid met het oog op het welzijn van kinderen, en de bevordering van de toegang van kinderen tot onderwijs;

  • d.

    de uitvoering van maatregelen ter bevordering van de rechten van kinderen binnen het gezin en de instellingen, en versterking van de capaciteit van ouders en verzorgers om de ontwikkeling van het kind te vrijwaren; en

  • e.

    de toegang tot, de ratificatie en de tenuitvoerlegging van de relevante internationale documenten, ook die van de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, met het oog op de bevordering en beschemring van de rechten van het kind overeenkomstig de hoogste normen op dit vlak.

Artikel

139

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

28

DEELNAME AAN AGENTSCHAPPEN EN PROGRAMMA’S VAN DE UNIE

Artikel

140

De Republiek Moldavië mag deelnemen aan alle agentschappen van de Unie die overeenkomstig de relevante bepalingen tot vaststelling van die agentschappen voor deelname van de Republiek Moldavië openstaan. De Republiek Moldavië sluit voor elk agentschap een aparte overeenkomst met de EU inzake de deelname en de financiële bijdrage.

Artikel

141

De Republiek Moldavië mag deelnemen aan alle huidige en toekomstige programma’s van de Unie die overeenkomstig de relevante bepalingen tot vaststelling van die programma’s voor deelname van de Republiek Moldavië openstaan. Deelname van de Republiek Moldavië aan de programma’s van de Unie vindt plaats volgens de bepalingen van protocol I bij deze overeenkomst inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië inzake de algemene beginselen voor deelname van de Republiek Moldavië aan EU-programma’s.

Artikel

142

De partijen houden een regelmatige dialoog over de deelname van de Republiek Moldavië aan EU-programma's en agentschappen. Meer bepaald informeert de EU de Republiek Moldavië in het geval van de oprichting van nieuwe agentschappen en programma's van de Unie, alsook in verband met wijzigingen van de voorwaarden voor deelname aan programma's en agentschappen van de Unie, als bedoeld in de artikelen 140 en 141 van deze overeenkomst.

TITEL

V

HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

HOOFDSTUK

1

NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

AFDELING

1

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

143

Doelstelling

Gedurende een overgangsperiode van maximaal tien jaar die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, brengen de partijen geleidelijk een vrijhandelsruimte tot stand, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994, hierna „GATT 1994” genoemd.

Artikel

144

Toepassingsgebied en dekking

AFDELING

2

AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN, VERGOEDINGEN EN ANDERE HEFFINGEN

Artikel

145

Definitie van douanerechten

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder „douanerechten” alle soorten rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd ter zake van of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen met betrekking tot deze invoer of uitvoer. Onder „douanerechten” worden niet verstaan:

  • a.

    heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen die overeenkomstig artikel 152 van deze overeenkomst worden opgelegd;

  • b.

    rechten die overeenkomstig hoofdstuk 2 (Handelsmaatregelen) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst worden opgelegd; of

  • c.

    vergoedingen en andere heffingen die overeenkomstig artikel 151 van deze overeenkomst worden opgelegd.

Artikel

146

Indeling van goederen

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van 1983, hierna „GS” genoemd, in de op de GS 2007 gebaseerde tariefnomenclatuur van de Republiek Moldavië en de op de GS 2012 gebaseerde tariefnomenclatuur van de Unie, en in latere wijzigingen van die nomenclaturen.

Artikel

147

Afschaffing van invoerrechten

Artikel

148

Antiontwijkingsmechanisme met betrekking tot landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten

Artikel

149

Status quo

Geen van de partijen mag bestaande douanerechten verhogen of nieuwe douanerechten vaststellen op een goed van oorsprong uit de andere partij. Dit sluit niet uit dat elke partij:

  • a.

    een douanerecht na een eenzijdige verlaging kan verhogen tot het in bijlage XV vastgelegde niveau; of

  • b.

    een douanerecht kan handhaven of verhogen als toegestaan door het Orgaan voor Geschillenbeslechting (DSB) van de WTO.

Artikel

150

Uitvoerrechten

Geen van de partijen mag rechten of belastingen vaststellen of handhaven ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen naar het grondgebied van de andere partij, andere dan interne heffingen die worden opgelegd overeenkomstig artikel 152 van deze overeenkomst.

Artikel

151

Vergoedingen en andere heffingen

Elke partij draagt er overeenkomstig artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen erop zorg voor dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook – niet zijnde douanerechten of andere maatregelen als bedoeld in artikel 147 van deze overeenkomst – ter zake van of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, en geen indirecte bescherming van interne goederen of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden vormen.

AFDELING

3

NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

152

Nationale behandeling

Elke partij behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, overeenkomstig artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen erop. Daartoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen erop in deze overeenkomst opgenomen en maken zij hier integraal deel van uit.

Artikel

153

Invoer- en uitvoerbeperkingen

Geen van de partijen mag verboden of beperkingen invoeren of handhaven ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald of zulks in overeenstemming is met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop. Daartoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop in deze overeenkomst opgenomen en maken zij hier integraal deel van uit.

AFDELING

4

SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN

Artikel

154

Algemene uitzonderingen

AFDELING

5

ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING EN COÖRDINATIE MET ANDERE LANDEN

Artikel

155

Bijzondere bepalingen inzake administratieve samenwerking

Artikel

156

Handelwijze bij administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregelingen een fout hebben gemaakt, in het bijzonder bij de toepassing van de bepalingen van protocol II bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking, en die fout gevolgen heeft voor de invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, verzoeken na te gaan of alle passende maatregelen kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.

Artikel

157

Overeenkomsten met andere landen

HOOFDSTUK

2

HANDELSMAATREGELEN

AFDELING

1

ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

158

Algemene bepalingen

Artikel

159

Transparantie

Artikel

160

Toepassing van maatregelen

AFDELING

2

ANTIDUMPING- EN COMPENSERENDE MAATREGELEN

Artikel

161

Algemene bepalingen

Artikel

162

Transparantie

Artikel

163

Algemeen belang

Antidumping- of compenserende maatregelen kunnen niet door een partij worden toegepast indien, op basis van de tijdens het onderzoek kenbaar gemaakte informatie, duidelijk kan worden geconcludeerd dat het niet in het algemeen belang is dergelijke maatregelen toe te passen. Bij de vaststelling met betrekking tot het algemeen belang wordt uitgegaan van een waardering van alle verschillende belangen, in hun geheel beschouwd, met inbegrip van de belangen van de interne bedrijfstak, gebruikers, consumenten en importeurs, voor zover zij relevante informatie aan de onderzoeksautoriteiten hebben verstrekt.

Artikel

164

Regel van het laagste recht

Indien een partij besluit om een voorlopig of definitief antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumpingmarge of het totale bedrag van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, maar is het lager dan de dumpingmarge of het totale bedrag van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies wanneer de schade voor de interne bedrijfstak kan worden opgeheven door een lager recht.

AFDELING

3

BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

165

Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregel

Artikel

166

Voorwaarden en beperkingen

Artikel

167

Voorlopige maatregelen

In kritieke omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, mag een partij een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen nadat voorlopig is vastgesteld dat er duidelijke bewijzen zijn voor een toename van de invoer van een goed van oorsprong uit de andere partij als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst, en dat dergelijke invoer ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de interne bedrijfstak. De duur van een voorlopige maatregel mag niet meer bedragen dan tweehonderd dagen, gedurende welke periode de partij die de maatregel toepast, moet voldoen aan de voorschriften van artikel 166, leden 2 en 3, van deze overeenkomst. De partij betaalt onverwijld alle betaalde bedragen aan rechten terug die het douanerecht overschrijden dat in bijlage XV bij deze overeenkomst is vastgelegd, indien het in artikel 166, lid 2, van deze overeenkomst bedoelde onderzoek niet uitwijst dat de voorwaarden van artikel 165 van deze overeenkomst zijn vervuld. De duur van een voorlopige maatregel wordt gerekend als een deel van de in artikel 166, lid 5, onder b), van deze overeenkomst vastgelegde periode.

Artikel

168

Compensatie

Artikel

169

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling:

  • a.

    hebben „ernstige schade” en „dreiging van ernstige schade” dezelfde betekenis als in artikel 4, lid 1, onder a) en b), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Daartoe wordt artikel 4, lid 1, onder a) en b), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen mutatis mutandis in de onderhavige overeenkomst opgenomen en maakt dat hier deel van uit; en

  • b.

    wordt onder „overgangsperiode” een periode van tien jaar verstaan vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

3

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN, NORMALISATIE, METROLOGIE, ACCREDITATIE EN CONFORMITEITSBEOORDELING

Artikel

170

Toepassingsgebied en definities

Artikel

171

Bevestiging van TBT-Overeenkomst

De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de TBT-Overeenkomst, die hierbij in de onderhavige overeenkomst wordt opgenomen en hier deel van uitmaakt.

Artikel

172

Technische samenwerking

Artikel

173

Aanpassing van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordeling

Artikel

174

Overeenkomst inzake overeenstemmingsbeoordeling en aanvaarding van industrieproducten („OOA”)

Artikel

175

Merktekens en etikettering

HOOFDSTUK

4

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

176

Doel

Artikel

177

Multilaterale verplichtingen

De partijen herbevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomsten, en in het bijzonder de SPS-Overeenkomst.

Artikel

178

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden, met inbegrip van alle in bijlage XVII bij deze overeenkomst vermelde maatregelen.

Artikel

179

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • 1.

    „sanitaire en fytosanitaire maatregelen” (SPS-maatregelen): maatregelen als omschreven in bijlage A, punt 1, bij de SPS-Overeenkomst;

  • 2.

    „dieren”: dieren zoals omschreven in de Terrestrial Animal Health Code (Gezondheidscode voor landdieren) of de Aquatic Animal Health Code (Gezondheidscode voor waterdieren) van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE);

  • 3.

    „dierlijke producten”: producten van dierlijke oorsprong, met inbegrip van producten van waterdieren zoals omschreven in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE;

  • 4.

    „niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten”: dierlijke producten als vermeld in bijlage XVII-A, deel 2 (II), bij deze overeenkomst;

  • 5.

    „planten”: levende planten en gespecificeerde levende delen daarvan, met inbegrip van zaden:

    • a.

      fruit, in botanische zin, ander dan diepgevroren;

    • b.

      groente, andere dan diepgevroren;

    • c.

      bollen, knollen en wortelstokken;

    • d.

      snijbloemen;

    • e.

      takken met loof;

    • f.

      gekapte bomen met loof;

    • g.

      plantenweefselculturen;

    • h.

      bladeren, loof;

    • i.

      levende pollen; en

    • j.

      enten, stekken, knoppen;

  • 6.

    „plantaardige producten”: producten van plantaardige oorsprong die niet zijn verwerkt of die een eenvoudige behandeling hebben ondergaan, voor zover het geen planten betreft die in bijlage XVII-A, deel 3, bij deze overeenkomst zijn vermeld;

  • 7.

    „zaden”: zaden in botanische zin, bestemd voor opplant;

  • 8.

    „plaagorganismen” of „schadelijke organismen”: alle soorten, stammen of biotypes van planten, dieren of ziekteverwekkers die schadelijk zijn voor planten of plantaardige producten;

  • 9.

    „beschermd gebied” voor een bepaald gereguleerd schadelijk organisme: een officieel afgebakend geografisch gebied in de Unie waarin dat organisme niet is gevestigd ondanks de gunstige omstandigheden en het feit dat het in andere delen van de Unie voorkomt;

  • 10.

    „dierziekte”: een klinisch of pathologisch besmettingsverschijnsel bij dieren;

  • 11.

    „ziekte bij aquacultuur”: klinische of niet-klinische besmetting met een of meer ziekteverwekkers van de ziekten die waterdieren treffen en die in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE worden genoemd;

  • 12.

    „besmetting bij dieren”: de situatie waarbij dieren drager zijn van een besmettelijk agens, ongeacht of zij klinische of pathologische besmettingsverschijnselen vertonen;

  • 13.

    „normen op het gebied van dierenwelzijn”: normen voor de bescherming van dieren zoals deze door de partijen zijn opgesteld en worden toegepast en in voorkomend geval overeenstemmen met de normen van het OIE;

  • 14.

    „adequaat niveau” van sanitaire en fytosanitaire bescherming: het adequate niveau van sanitaire en fytosanitaire bescherming zoals omschreven in bijlage A, punt 5, bij de SPS-Overeenkomst;

  • 15.

    „regio”: voor wat diergezondheid betreft, gebieden of regio’s als omschreven in de Gezondheidscode voor landdieren van het OIE, en voor aquacultuur de gebieden als omschreven in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE. Voor de Unie wordt onder de term „grondgebied” of „land” het grondgebied van de Unie verstaan;

  • 16.

    „plaagorganismevrij gebied” (PVG): gebied waarin een specifiek plaagorganisme blijkens wetenschappelijk bewijs niet voorkomt en waarin, voor zover passend, deze hoedanigheid officieel in stand wordt gehouden;

  • 17.

    „regionalisatie”: het begrip regionalisatie als omschreven in artikel 6 van de SPS-Overeenkomst;

  • 18.

    „zending”: een aantal levende dieren of een hoeveelheid dierlijke producten van hetzelfde type, waarvoor één certificaat of document is afgegeven, die met hetzelfde transportmiddel wordt vervoerd, die is verzonden door één afzender en die van oorsprong is uit dezelfde partij van uitvoer of gebied(en) van de partij. Een zending van dieren kan uit een of meer partijen bestaan. Een zending van dierlijke producten kan uit een of meer handelsartikelen of partijen bestaan;

  • 19.

    „zending van planten of plantaardige producten”: een hoeveelheid planten, plantaardige producten en/of andere materialen die van een partij naar de andere worden verplaatst, en waarvoor, indien nodig, één fytosanitair certificaat is afgegeven. Een zending kan uit een of meer handelsartikelen of partijen bestaan;

  • 20.

    „partij”: een aantal eenheden van een handelsartikel, dat herkenbaar is door de homogeniteit van de samenstelling en oorsprong ervan, en dat deel uitmaakt van een zending;

  • 21.

    „gelijkwaardigheid in het kader van het handelsverkeer” (gelijkwaardigheid): de situatie waarin de partij van invoer de in bijlage XVII bij deze overeenkomst vermelde maatregelen van de partij van uitvoer als gelijkwaardig aanvaardt, ongeacht of zij verschillen van de eigen maatregelen van de partij van invoer, indien de partij van uitvoer jegens de partij van invoer objectief gezien aantoont dat haar maatregelen het adequate sanitaire en fytosanitaire beschermingsniveau of het aanvaardbare risiconiveau van de partij van invoer bereiken;

  • 22.

    „sector”: de productie- en handelsstructuur voor een product of productcategorie in een van de partijen;

  • 23.

    „subsector”: een welomschreven en gecontroleerd deel van een sector;

  • 24.

    „handelsartikel”: de producten of materialen die worden verplaatst voor handelsdoeleinden, met inbegrip van die bedoeld in de punten 2 tot en met 7;

  • 25.

    „specifieke invoervergunning”: een door de bevoegde autoriteiten van de partij van invoer aan een individuele importeur van tevoren verstrekte officiële vergunning voor de invoer van één enkele zending of verschillende zendingen van een handelsartikel uit de partij van uitvoer, dat binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt;

  • 26.

    „werkdagen”: weekdagen behalve zondag, zaterdag en feestdagen in een van de partijen;

  • 27.

    „inspectie”: het onderzoeken van elk aspect van diervoeders, levensmiddelen, diergezondheid en dierenwelzijn, teneinde na te gaan of deze aspecten voldoen aan de voorschriften van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn;

  • 28.

    „fytosanitaire controle”: officieel onderzoek met het blote oog van planten, plantaardige producten of andere materialen waarvoor voorschriften bestaan, om te bepalen of er sprake is van plaagorganismen en/of te bepalen of er al dan niet aan de fytosanitaire voorschriften is voldaan;

  • 29.

    „verificatie”: toetsen, via onderzoek en inaanmerkingneming van objectief bewijsmateriaal, of aan specifieke vereisten is voldaan.

Artikel

180

Bevoegde autoriteiten

De partijen brengen elkaar op de hoogte van de structuur, organisatie en verdeling van bevoegdheden van hun bevoegde autoriteiten tijdens de eerste bijeenkomst van het in artikel 191 van deze overeenkomst bedoelde subcomité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna „SPS-subcomité” genoemd. De partijen stellen elkaar op de hoogte van elke verandering van de structuur, organisatie en verdeling van bevoegdheden, met inbegrip van de contactpunten, aangaande die bevoegde autoriteiten.

Artikel

181

Geleidelijke aanpassing

Artikel

182

Erkenning van diergezondheidsstatus en status inzake plaagorganismen alsmede van regionale omstandigheden in kader van handelsverkeer

Erkenning van status inzake dierziekten, besmetting bij dieren of plaagorganismen

Erkenning van regionalisatie/zonering, plaagorganismevrije gebieden (PVG's) en beschermde gebieden (BG’s)

Compartimentering

Artikel

183

Erkenning van gelijkwaardigheid

Artikel

184

Transparantie en uitwisseling van informatie

Artikel

185

Kennisgeving, overleg en bevordering van communicatie

Artikel

186

Handelsvoorwaarden

Artikel

187

Certificeringsprocedure

Artikel

188

Verificatie

Artikel

189

Invoercontroles en inspectievergoedingen

Artikel

190

Vrijwaringsmaatregelen

Artikel

191

Subcomité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen

HOOFDSTUK

5

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

192

Doelstellingen

Artikel

193

Wetgeving en procedures

Artikel

194

Relaties met bedrijfsleven

De partijen komen overeen:

  • a.

    erop toe te zien dat hun respectieve wetgeving en procedures transparant en samen met de motivering ervan algemeen beschikbaar zijn, voor zover mogelijk langs elektronische weg. Er moet een redelijke tijdspanne liggen tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde bepalingen;

  • b.

    dat tijdig en regelmatig met vertegenwoordigers van de handel wordt overlegd over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot douane- en handelsaangelegenheden. Hiertoe worden door elke partij passende mechanismen voor regelmatig overleg tussen de diensten en het bedrijfsleven opgericht;

  • c.

    algemene bekendheid te geven, voor zover mogelijk langs elektronische weg, aan administratieve berichten ter zake, met name over de door de autoriteiten vastgestelde voorschriften en procedures bij binnenkomst of uitgang van de goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten en adressen voor het inwinnen van informatie;

  • d.

    de samenwerking tussen de marktdeelnemers en de betrokken diensten te stimuleren door toepassing van niet-arbitraire, openbaar toegankelijke procedures, zoals intentieverklaringen, in het bijzonder op basis van die welke door de WDO zijn uitgevaardigd; en

  • e.

    erop toe te zien dat hun respectieve eisen en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden blijven aansluiten op de legitieme behoeften van de handel, dat hierbij goede praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.

Artikel

195

Vergoedingen en heffingen

Artikel

196

Vaststelling van douanewaarde

Artikel

197

Samenwerking op douanegebied

De partijen versterken de samenwerking op douanegebied om te zorgen voor implementatie van de doelstellingen van dit hoofdstuk teneinde de handel verder te bevorderen en te zorgen voor doeltreffende controle, veiligheid en fraudebestrijding. Hiertoe gebruiken de partijen in voorkomend geval de blauwdrukken die de Europese Commissie in 2007 voor de douane heeft opgesteld, als benchmarking-instrument.

Om ervoor te zorgen dat dit hoofdstuk wordt nageleefd, zullen de partijen onder meer:

  • a.

    informatie uitwisselen over douanewetgeving en -procedures;

  • b.

    gezamenlijke initiatieven ontwikkelen op het gebied van de procedures bij invoer, uitvoer en doorvoer, alsmede ernaar streven dat het bedrijfsleven een doeltreffende dienstverlening wordt aangeboden;

  • c.

    samenwerken op het gebied van de automatisering van douane- en andere handelsprocedures;

  • d.

    in voorkomend geval informatie en gegevens uitwisselen, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van gegevens en normen en regels inzake de bescherming van persoonsgegevens;

  • e.

    samenwerken bij het voorkomen en bestrijden van illegaal grensoverschrijdend verkeer van goederen, met inbegrip van tabaksproducten;

  • f.

    informatie uitwisselen of in overleg treden om, voor zover mogelijk, gemeenschappelijke standpunten vast te stellen in internationale organisaties op douanegebied als de WTO, de WDO, de VN, de Conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling (UNCTAD) en de VN-ECE;

  • g.

    samenwerken bij de planning en verlening van technische bijstand, met name ter vergemakkelijking van hervormingen op het gebied van douane en handelsbevordering overeenkomstig deze overeenkomst;

  • h.

    goede praktijken op douanegebied uitwisselen, in het bijzonder inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, in het bijzonder waar het gaat om nagemaakte goederen;

  • i.

    de coördinatie tussen alle grensautoriteiten van de partijen bevorderen om het proces van grensoverschrijding te vergemakkelijken en de controles te versterken, waarbij gezamenlijke grenscontroles, waar dit haalbaar en passend is, tot de mogelijkheden behoren; en

  • j.

    waar nodig en passend overgaan tot wederzijdse erkenning van partnerschapsprogramma's op handelsgebied en douanecontroles, met inbegrip van gelijkwaardige maatregelen voor handelsbevordering.

Artikel

199

Technische bijstand en capaciteitsopbouw

De partijen werken samen met het oog op het verlenen van technische bijstand en op capaciteitsopbouw voor de implementatie van de handelsbevordering en de hervormingen op douanegebied.

Artikel

200

Subcomité douane

Artikel

201

Aanpassing van douanewetgeving

De geleidelijke aanpassing aan de douanewetgeving van de Unie en bepaalde internationale regels zal plaatsvinden zoals uiteengezet in bijlage XXVI bij deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

6

VESTIGING, HANDEL IN DIENSTEN EN ELEKTRONISCHE HANDEL

AFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

202

Doelstelling en toepassingsgebied

Artikel

203

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

  • 1.

    wordt onder „maatregel” verstaan: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • 2.

    wordt onder „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen” verstaan: maatregelen genomen door:

    • a.

      centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten, en

    • b.

      niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • 3.

    wordt onder „natuurlijke persoon uit een partij” verstaan: een onderdaan van een EU-lidstaat of van de Republiek Moldavië volgens hun respectieve wetgeving;

  • 4.

    wordt onder „rechtspersoon” verstaan: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • 5.

    wordt onder „rechtspersoon uit de Unie” of „rechtspersoon uit de Republiek Moldavië” verstaan: een rechtspersoon als omschreven onder punt 4) die overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat respectievelijk van de Republiek Moldavië is opgericht, en die op het grondgebied3)Voor alle duidelijkheid: dat grondgebied omvat de exclusieve economische zone en het continentale plat, zoals voorzien in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee („United Nations Convention on the Law of the Sea” of „UNCLOS”). waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is respectievelijk op dat van de Republiek Moldavië zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft.

    Wanneer deze rechtspersoon op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of op dat van de Republiek Moldavië alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft, wordt hij niet als rechtspersoon uit de Unie respectievelijk de Republiek Moldavië beschouwd, tenzij zijn handelingen een daadwerkelijke en duurzame band met de economie van de Unie respectievelijk de Republiek Moldavië hebben.

    Niettegenstaande de vorige alinea, geldt dat deze overeenkomst tevens van toepassing is op buiten de Unie of de Republiek Moldavië gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat respectievelijk de Republiek Moldavië zeggenschap hebben, indien hun schepen overeenkomstig hun respectieve wetgeving in die lidstaat of de Republiek Moldavië zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat of van de Republiek Moldavië voeren;

  • 6.

    wordt onder „dochteronderneming” van een rechtspersoon uit een partij verstaan: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft4)Een rechtspersoon heeft zeggenschap over een andere rechtspersoon wanneer eerstgenoemde rechtspersoon bevoegd is een meerderheid van de bestuurders van die andere rechtspersoon te benoemen of de handelingen van die andere rechtspersoon anderszins te sturen.;

  • 7.

    wordt onder „filiaal van een rechtspersoon” verstaan: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen managementstructuur heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • 8.

    wordt onder „vestiging” verstaan:

    • a.

      wat rechtspersonen uit de Unie of uit de Republiek Moldavië betreft, het recht op toegang tot en op uitoefening van economische activiteiten door oprichting, met inbegrip van verwerving, van een rechtspersoon en/of van een filiaal of een vertegenwoordigingskantoor in de Unie respectievelijk de Republiek Moldavië;

    • b.

      wat natuurlijke personen betreft, het recht van natuurlijke personen uit de Unie of uit de Republiek Moldavië op toegang tot en op uitoefening van economische activiteiten als zelfstandige, alsmede het recht op de oprichting van ondernemingen, in het bijzonder vennootschappen, waarover zij daadwerkelijk zeggenschap hebben.

  • 9.

    omvatten „economische activiteiten” activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden, behoudens activiteiten die worden uitgevoerd bij de uitoefening van overheidsgezag;

  • 10.

    wordt onder „handelingen” verstaan: het verrichten van economische activiteiten;

  • 11.

    wordt onder „diensten” verstaan: alle diensten in elke sector behalve diensten die bij de uitoefening van overheidsgezag worden verleend;

  • 12.

    wordt onder „bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten en andere activiteiten” verstaan: elke dienst of activiteit die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers wordt verleend;

  • 13.

    wordt onder „grensoverschrijdende dienstverlening” verstaan: het verlenen van een dienst:

    • a.

      vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1), of

    • b.

      op het grondgebied van een partij ten behoeve van de gebruiker van de dienst uit de andere partij (vorm van dienstverlening 2);

  • 14.

    wordt onder „dienstverlener” uit een partij verstaan: een natuurlijke of rechtspersoon uit een partij die een dienst verleent of wenst te verlenen;

  • 15.

    wordt onder „ondernemer” verstaan: een natuurlijke of rechtspersoon uit een partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit uitoefent of wenst uit te oefenen.

AFDELING

2

VESTIGING

Artikel

204

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen die door de partijen zijn vastgesteld of worden gehandhaafd en die van invloed zijn op vestiging met betrekking tot alle economische activiteiten, met uitzondering van:

  • a.

    de winning, vervaardiging en verwerking5)Voor alle duidelijkheid: de verwerking van nucleair materiaal omvat alle activiteiten van code 2330 van de herziene versie 3.1 van de VN ISIC classificatie. van nucleair materiaal;

  • b.

    de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c.

    audiovisuele diensten;

  • d.

    nationale maritieme cabotage6)Behoudens de activiteiten die onder de betreffende interne wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale maritieme cabotage in de zin van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in een lidstaat of in de Republiek Moldavië, en een andere haven of locatie in een lidstaat of in de Republiek Moldavië, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in een lidstaat of de Republiek Moldavië., en

  • e.

    interne en internationale luchtvervoerdiensten7)De voorwaarden voor wederzijdse toegang tot de markt op het gebied van luchtvervoer worden geregeld door de Overeenkomst tussen de EU en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, betreffende de totstandbrenging van een Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

    • iv.

      grondafhandeling;

    • v.

      exploitatie van luchthavens.

Artikel

205

Nationale behandeling en behandeling als meestbegunstigde natie

Artikel

206

Evaluatie

Artikel

207

Andere overeenkomsten

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst kan zodanig worden uitgelegd dat de rechten van ondernemers uit de partijen op een gunstigere behandeling waarin is voorzien in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat en de Republiek Moldavië partij zijn, worden beperkt.

Artikel

208

Norm voor behandeling van filialen en vertegenwoordigingskantoren

AFDELING

3

GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel

209

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening, met uitzondering van:

  • a.

    audiovisuele diensten;

  • b.

    nationale maritieme cabotage11)Behoudens de activiteiten die onder de betreffende interne wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale maritieme cabotage in de zin van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in een lidstaat of in de Republiek Moldavië, en een andere haven of locatie in een lidstaat of in de Republiek Moldavië, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in een lidstaat of de Republiek Moldavië., en

  • c.

    interne en internationale luchtvervoerdiensten12)De voorwaarden voor wederzijdse toegang tot de markt op het gebied van luchtvervoer worden geregeld door de Overeenkomst tussen de EU en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, betreffende de totstandbrenging van een Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

    • iv.

      grondafhandeling;

    • v.

      exploitatie van luchthavens.

Artikel

210

Markttoegang

Artikel

211

Nationale behandeling

Artikel

212

Lijsten van verbintenissen

Artikel

213

Evaluatie

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen evalueert het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, regelmatig de in artikel 212 van deze overeenkomst bedoelde lijsten van verbintenissen. Bij deze evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met het proces van geleidelijke aanpassing, als bedoeld in de artikelen 230, 240, 249 en 253 van deze overeenkomst, en de impact daarvan op de afschaffing van resterende belemmeringen voor de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen.

AFDELING

4

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel

214

Toepassingsgebied en definities

Artikel

215

Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs

Artikel

216

Handelsvertegenwoordigers

Voor elke sector waarvoor overeenkomstig afdeling 2 (Vestiging) of afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) van dit hoofdstuk verbintenissen worden aangegaan, en behoudens eventuele in de bijlagen XXVII-A en XXVII-E alsmede de bijlagen XXVII-B en XXVII-F bij deze overeenkomst vermelde voorbehouden, staat elke partij de toegang tot en het tijdelijke verblijf van handelsvertegenwoordigers op haar grondgebied toe voor maximaal negentig dagen binnen een periode van twaalf maanden.

Artikel

217

Dienstverleners op contractbasis

Artikel

218

Beoefenaars van vrij beroep

AFDELING

5

REGELGEVINGSKADER

ONDERAFDELING

1

INTERNE REGELGEVING

Artikel

219

Toepassingsgebied en definities

Artikel

220

Voorwaarden voor verlenen van vergunningen en kwalificaties

Artikel

221

Vergunnings- en kwalificatieprocedures

ONDERAFDELING

2

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

222

Wederzijdse erkenning

Artikel

223

Transparantie en bekendmaking van vertrouwelijke informatie

ONDERAFDELING

3

DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel

224

Afspraak over diensten in verband met computers

  • 1.

    Voor zover de handel in diensten in verband met computers overeenkomstig afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk is geliberaliseerd, voldoen de partijen aan de bepalingen van dit artikel.

  • 2.

    CPC22)Onder CPC wordt de „Central Products Classification” verstaan, zoals vastgesteld in „Statistical Office of the United Nations, Statistical Papers, Series M, N° 77, CPC prov, 1991”. 84, de VN-code die wordt gebruikt voor het beschrijven van diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten in verband met computers:

    • a.

      computerprogramma's omschreven als serie instructies waardoor computers kunnen werken of met elkaar kunnen communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan);

    • b.

      gegevensverwerking en -opslag, en

    • c.

      aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van klanten.

    De technologische ontwikkeling heeft geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket aanverwante diensten die alle of een deel van die basisfuncties kunnen omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing allemaal uit een combinatie van basisfuncties van diensten in verband met computers.

  • 3.

    Ongeacht of zij via een netwerk, zoals internet, worden geleverd, omvatten de diensten in verband met computers alle diensten op het gebied van:

    • a.

      advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;

    • b.

      computerprogramma's omschreven als serie instructies waardoor computers zelfstandig kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren, alsmede advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma's;

    • c.

      de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;

    • d.

      onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers, of

    • e.

      opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma's, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.

  • 4.

    Diensten in verband met computers maken andere diensten (zoals bankieren), elektronisch of anderszins, mogelijk. Er is echter een groot verschil tussen de ondersteunende dienst (bv. webhosting of applicatiehosting) en de inhouds- of hoofddienst die elektronisch wordt geleverd (bv. bankieren). In dergelijke gevallen valt de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84.

ONDERAFDELING

4

POST- EN KOERIERSDIENSTEN

Artikel

225

Toepassingsgebied en definities

Artikel

226

Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken in post- en koeriersector

Er worden passende maatregelen gehandhaafd of genomen om te voorkomen dat dienstverleners die, alleen of samen met anderen, de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) aan de relevante markt voor post- en koeriersdiensten door het gebruik van hun eigen marktpositie in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, overgaan tot concurrentiebeperkende praktijken of deze voortzetten.

Artikel

227

Universele dienst

Elke partij heeft het recht vast te stellen welke universeledienstverplichtingen zij in stand wenst te houden. Dergelijke verplichtingen worden niet per se concurrentiebeperkend geacht, mits zij op een transparante, niet-discriminerende en uit mededingingsoogpunt neutrale wijze worden uitgevoerd en voor de door de partij vastgestelde soort universele dienst geen grotere last vertegenwoordigen dan nodig is.

Artikel

228

Vergunningen

Artikel

229

Onafhankelijkheid van regelgevende instantie

De regelgevende instantie is juridisch gescheiden van en niet aansprakelijk jegens verleners van post- en koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instantie neemt en de procedures die zij volgt, zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers onpartijdig.

Artikel

230

Geleidelijke aanpassing

Elke partij erkent het belang van een geleidelijke aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan de lijst van het acquis van de Unie die is opgenomen in bijlage XXVIII-C bij deze overeenkomst.

ONDERAFDELING

5

NETWERKEN EN DIENSTEN VOOR ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE

Artikel

231

Toepassingsgebied en definities

Artikel

232

Regelgevende autoriteit

Artikel

233

Vergunning voor verlenen van elektronische-communicatiediensten

Artikel

234

Toegang en interconnectie

Artikel

235

Schaarse middelen

Artikel

236

Universele dienst

Artikel

237

Grensoverschrijdende verlening van elektronische-communicatiediensten

Geen van de partijen mag ten aanzien van grensoverschrijdende dienstverlening aan een dienstverlener uit de andere partij de voorwaarde stellen dat hij op haar grondgebied gevestigd, in enigerlei vorm aanwezig of daar ingezetene is.

Artikel

238

Vertrouwelijke informatie

Elke partij waarborgt het vertrouwelijke karakter van elektronische communicatie die via een openbaar communicatienetwerk en via openbare elektronische-communicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel

239

Geschillen tussen dienstverleners

Artikel

240

Geleidelijke aanpassing

Elke partij erkent het belang van de geleidelijke aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan de lijst van het acquis van de Unie die is opgenomen in bijlage XXVIII-B bij deze overeenkomst.

ONDERAFDELING

6

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

241

Toepassingsgebied en definities

Artikel

242

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

243

Doeltreffende en transparante regelgeving

Artikel

244

Nieuwe financiële diensten

Elke partij staat verleners van financiële diensten uit de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen die soortgelijk zijn aan diensten voor het verlenen waarvan zij krachtens haar interne wetgeving onder vergelijkbare omstandigheden aan haar eigen verleners van financiële diensten toestemming zou verlenen. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en de vergunning kan uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen.

Artikel

245

Gegevensverwerking

Artikel

246

Specifieke uitzonderingen

Artikel

247

Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelneming aan, dan wel toegang tot een zelfregulerend lichaam, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, verrekenkantoor of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van artikel 205, lid 1, en artikel 211 van deze overeenkomst worden nageleefd.

Artikel

248

Clearing- en betalingssystemen

Onder de voorwaarden voor toekenning van nationale behandeling verschaft elke partij aan op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel verleent geen toegang tot de kredietfaciliteiten in laatste instantie van de partij.

Artikel

249

Geleidelijke aanpassing

Elke partij erkent het belang van de geleidelijke aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan de in artikel 243, lid 3, van deze overeenkomst vermelde internationale normen voor beste praktijken, alsmede aan de lijst van het acquis van de Unie die is opgenomen in bijlage XXVIII-A bij deze overeenkomst.

ONDERAFDELING

7

VERVOER

Artikel

250

Toepassingsgebied

Deze afdeling bevat de beginselen met betrekking tot de liberalisering van diensten die verband houden met internationaal vervoer overeenkomstig afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk.

Artikel

251

Internationaal zeevervoer

Artikel

252

Luchtvervoer

Een geleidelijke liberalisering van het luchtvervoer tussen de partijen, aangepast aan hun wederzijdse commerciële behoeften, en de voorwaarden voor wederzijdse markttoegang worden geregeld door de Overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, betreffende de totstandbrenging van een Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte.

Artikel

253

Geleidelijke aanpassing

Elke partij erkent het belang van de geleidelijke aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan de lijst van het acquis van de Unie die is opgenomen in bijlage XXVIII-D bij deze overeenkomst.

AFDELING

6

ELEKTRONISCHE HANDEL

ONDERAFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

254

Doelstelling en beginselen

Artikel

255

Samenwerking op gebied van elektronische handel

ONDERAFDELING

2

AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel

256

Gebruik van diensten van intermediairs

Artikel

257

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)

Artikel

258

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „caching” (wijze van opslag)

Artikel

259

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „hosting”

Artikel

260

Geen algemene toezichtverplichting

AFDELING

7

UITZONDERINGEN

Artikel

261

Algemene uitzonderingen

Artikel

262

Belastingmaatregelen

De meestbegunstigingsbehandeling die ingevolge dit hoofdstuk wordt toegekend, is niet van toepassing op de belastingbehandeling die de partijen geven of in de toekomst zullen geven op basis van overeenkomsten tussen hen ter voorkoming van dubbele belasting.

Artikel

263

Uitzonderingen met betrekking tot veiligheid

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst kan zodanig worden uitgelegd dat:

  • a.

    een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken, wanneer zij meent dat openbaarmaking van die gegevens in strijd is met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;

  • b.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:

    • i.

      verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogstuig;

    • ii.

      betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;

    • iii.

      betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd, of

    • iv.

      in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen, of

  • c.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van de verplichtingen die zij op zich heeft genomen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

HOOFDSTUK

7

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

264

Betalingsverkeer

De partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds toe te staan dat alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen worden verricht in vrij converteerbare valuta.

Artikel

265

Kapitaalverkeer

Artikel

266

Vrijwaringsmaatregelen

Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden betalingen of kapitaalbewegingen ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetair beleid, met inbegrip van ernstige betalingsbalansmoeilijkheden, in een of meer lidstaten of in de Republiek Moldavië, kunnen de betrokken partijen voor een periode van ten hoogste zes maanden vrijwaringsmaatregelen treffen indien die maatregelen strikt noodzakelijk zijn. De partij die de vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de intrekking van deze maatregelen voor.

Artikel

267

Bepalingen inzake bevordering en verdere ontwikkeling van kapitaalverkeer

HOOFDSTUK

8

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

268

Doelstellingen

Artikel

269

Toepassingsgebied

Artikel

270

Institutionele achtergrond

Artikel

271

Basisnormen voor gunning van opdrachten

Publicatie

Gunning van opdrachten

Rechtsbescherming

Artikel

272

Planning van geleidelijke aanpassing

Artikel

273

Geleidelijke aanpassing

Artikel

274

Markttoegang

Artikel

275

Informatie

Artikel

276

Samenwerking

HOOFDSTUK

9

INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

AFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN EN BEGINSELEN

Artikel

277

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    het bevorderen van de productie en het in de handel brengen van innovatieve en creatieve producten tussen de partijen; en

  • b.

    het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel

278

Aard en toepassingsgebied van verplichtingen

Artikel

279

Uitputting

Elke partij voorziet in een regeling voor de interne of regionale uitputting van intellectuele-eigendomsrechten.

AFDELING

2

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING

1

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

280

Geboden bescherming

De partijen nemen de rechten en verplichtingen in acht die zijn neergelegd in de volgende internationale overeenkomsten:

Artikel

281

Auteurs

Elke partij voorziet voor auteurs in het uitsluitende recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook, van hun werken;

  • b.

    elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins; en

  • c.

    de mededeling van hun werken aan het publiek, per draad of draadloos, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken aan het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn.

Artikel

282

Uitvoerende kunstenaars

Elke partij voorziet voor uitvoerende kunstenaars in het uitsluitende recht:

  • a.

    de vastlegging25)Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „vastlegging” verstaan de opname van geluiden of beelden, of van de weergave daarvan, door middel waarvan deze kunnen worden waargenomen, gereproduceerd of meegedeeld door middel van een toestel. van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden;

  • b.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook, van vastleggingen van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden;

  • c.

    vastleggingen van hun uitvoeringen ter beschikking te stellen van het publiek, door verkoop of anderszins;

  • d.

    de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitvoeringen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe hebben, toe te staan of te verbieden;

  • e.

    draadloze uitzending en mededeling aan het publiek van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of gemaakt is op basis van een vastlegging.

Artikel

283

Producenten van fonogrammen

Elke partij voorziet voor producenten van fonogrammen in het uitsluitende recht:

  • a.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook, van hun fonogrammen toe te staan of te verbieden;

  • b.

    hun fonogrammen, met inbegrip van kopieën daarvan, ter beschikking te stellen van het publiek, door verkoop of anderszins; en

  • c.

    de beschikbaarstelling van hun fonogrammen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe hebben, toe te staan of te verbieden.

Artikel

284

Omroeporganisaties

Elke partij voorziet voor omroeporganisaties in het uitsluitende recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de vastlegging van hun uitzendingen;

  • b.

    de reproductie van vastleggingen van hun uitzendingen;

  • c.

    de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitzendingen aan het publiek, per draad of draadloos; en

  • d.

    de draadloze heruitzending van hun uitzendingen, alsmede de mededeling aan het publiek van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn.

Artikel

285

Uitzending en mededeling aan het publiek

Artikel

286

Duur van bescherming

Artikel

287

Bescherming van technische voorzieningen

Artikel

288

Bescherming van informatie over beheer van rechten

Artikel

289

Uitzonderingen en beperkingen

Artikel

290

Volgrecht van kunstenaars

Artikel

291

Samenwerking bij collectieve beheer van rechten

De partijen streven ernaar de dialoog en de samenwerking tussen hun maatschappijen voor collectief beheer te bevorderen teneinde de beschikbaarheid van werken en ander beschermd materiaal en de overdracht van royalty's voor het gebruik van dergelijke werken of ander beschermd materiaal te bevorderen.

ONDERAFDELING

2

HANDELSMERKEN

Artikel

293

Registratieprocedure

Artikel

294

Bekende handelsmerken

Om uitvoering te geven aan artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs en aan artikel 16, leden 2 en 3, van de TRIPs-Overeenkomst inzake de bescherming van bekende handelsmerken, passen de partijen de gezamenlijke aanbeveling betreffende bepalingen inzake de bescherming van bekende handelsmerken van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO) tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten (september 1999) toe.

Artikel

295

Uitzonderingen op rechten verbonden aan handelsmerk

Elke partij voorziet in beperkte uitzonderingen op de aan een handelsmerk verbonden rechten, zoals het eerlijk gebruik van beschrijvende termen, de bescherming van geografische aanduidingen als bedoeld in artikel 303 van deze overeenkomst, of andere beperkte uitzonderingen waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

ONDERAFDELING

3

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

296

Toepassingsgebied

Artikel

297

Gevestigde geografische aanduidingen

Artikel

298

Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen

Artikel

299

Toepassingsgebied van bescherming van geografische aanduidingen

Artikel

300

Gebruiksrecht van geografische aanduidingen

Artikel

301

Handhaving van bescherming

Om ongeoorloofd gebruik van de beschermde geografische aanduidingen te voorkomen en te beëindigen, handhaven de partijen de in de artikelen 297 tot en met 300 van deze overeenkomst bedoelde bescherming door, naar gelang van het geval, passende bestuursrechtelijke maatregelen te nemen of gerechtelijke procedures in te leiden, onder meer aan de douanegrens (bij invoer en uitvoer). Ook handhaven zij die bescherming op verzoek van een belanghebbende.

Artikel

302

Tenuitvoerlegging van aanvullende maatregelen

Onverminderd de verbintenissen ter bescherming van geografische aanduidingen uit de Unie die de Republiek Moldavië eerder is aangegaan ten gevolge van internationale overeenkomsten inzake de bescherming van geografische aanduidingen en de handhaving daarvan, met inbegrip van de verbintenissen in het kader van de Overeenkomst van Lissabon betreffende de bescherming en internationale registratie van oorsprongsbenamingen, en overeenkomstig artikel 301 van deze overeenkomst, krijgt de Republiek Moldavië vanaf 1 april 2013 een overgangsperiode van vijf jaar om, in het bijzonder aan de douanegrens, alle aanvullende maatregelen te nemen die nodig zijn om ongeoorloofd gebruik van de beschermde geografische aanduidingen te beëindigen.

Artikel

303

Verband met handelsmerken

Artikel

304

Algemene bepalingen

Artikel

305

Samenwerking en transparantie

Artikel

306

Subcomité geografische aanduidingen

ONDERAFDELING

4

MODELLEN

Artikel

308

Bescherming van geregistreerde modellen

Artikel

309

Bescherming van niet-geregistreerde modellen

Artikel

310

Uitzonderingen en uitsluitingen

Artikel

311

Verband met auteursrecht

Een model kan vanaf de datum waarop het is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht van een partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, wordt door elke partij vastgesteld.

ONDERAFDELING

5

OCTROOIEN

Artikel

312

Internationale overeenkomsten

De partijen nemen het WIPO-Verdrag inzake samenwerking bij octrooien in acht en stellen alles in het werk wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om het WIPO-Verdrag inzake octrooirecht na te leven.

Artikel

313

Octrooien en volksgezondheid

Artikel

314

Aanvullend beschermingscertificaat

Artikel

315

Bescherming van gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van vergunning voor in de handel brengen van geneesmiddel

Artikel

316

Gegevensbescherming met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen

Artikel

317

Kwekersrechten

De partijen beschermen kwekersrechten overeenkomstig het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, met inbegrip van de facultatieve uitzondering op het kwekersrecht als bedoeld in artikel 15, lid 2, van dat verdrag, en werken samen om deze rechten te bevorderen en te handhaven.

AFDELING

3

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

318

Algemene verplichtingen

Artikel

319

Rechthebbenden

Elke partij erkent dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-Overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten, overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • b.

    alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • c.

    instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke recht; en

  • d.

    organisaties voor de verdediging van beroepsbelangen die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke recht.

ONDERAFDELING

1

CIVIELRECHTELIJKE HANDHAVING

Artikel

320

Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

Artikel

321

Recht op informatie

Artikel

322

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

323

Corrigerende maatregelen

Artikel

324

Rechterlijke bevelen

Elke partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties, wanneer een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker en tegen een tussenpersoon van wie de diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht kunnen uitvaardigen.

Artikel

325

Alternatieve maatregelen

De partijen kunnen bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van de persoon aan wie de in de artikelen 323 en/of 324 van deze overeenkomst vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van deze twee artikelen niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, uitvoering van de maatregelen hem/haar onevenredige schade zou berokkenen en geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt.

Artikel

326

Schadevergoeding

Artikel

327

Gerechtskosten

Elke partij draagt er zorg voor dat, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de in het ongelijk gestelde partij zullen worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel

328

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

Elke partij draagt er zorg voor dat de rechterlijke instanties in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van het ophangen en volledig of gedeeltelijk publiceren van de uitspraak.

Artikel

329

Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

Voor de toepassing van de in deze afdeling bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    volstaat het voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst, om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, dat zijn/haar naam op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, totdat bewijs van het tegendeel is geleverd;

  • b.

    is het bepaalde onder a) van overeenkomstige toepassing op de houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.

ONDERAFDELING

2

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel

330

Maatregelen aan grens

Artikel

331

Gedragscodes

De partijen stimuleren:

  • a.

    de ontwikkeling door handels- of beroepsverenigingen of -organisaties van gedragscodes die ten doel hebben bij te dragen tot de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten; en

  • b.

    de indiening bij de bevoegde autoriteiten van de partijen van ontwerpgedragscodes en van evaluaties van de toepassing van deze gedragscodes.

Artikel

332

Samenwerking

HOOFDSTUK

10

MEDEDINGING

AFDELING

1

KARTELBESTRIJDING EN FUSIES

Artikel

333

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    „mededingingsautoriteit”: voor de Unie de Europese Commissie, en voor de Republiek Moldavië de Mededingingsraad;

  • 2.

    „mededingingswetgeving”:

    • a.

      voor de Unie de artikelen 101, 102 en 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de EG-concentratieverordening) en de uitvoeringsbepalingen of wijzigingen daarvan;

    • b.

      voor de Republiek Moldavië mededingingswet nr. 183 van 11 juli 2012 en de uitvoeringsbepalingen of wijzigingen daarvan, en

    • c.

      alle wijzigingen van de onder a) en b) bedoelde instrumenten na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel

334

Beginselen

De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. Zij erkennen dat concurrentieverstorende praktijken de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.

Artikel

335

Tenuitvoerlegging

Artikel

336

Staatsmonopolies, openbare ondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend

Artikel

337

Samenwerking en uitwisseling van informatie

Artikel

338

Geschillenbeslechting

De bepalingen over het geschillenbeslechtingsmechanisme in hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst zijn niet van toepassing op deze afdeling.

AFDELING

2

STAATSSTEUN

Artikel

339

Algemene beginselen en toepassingsgebied

Artikel

340

Beoordeling van staatssteun

Artikel

341

Staatssteunwetgeving en staatssteunautoriteit

Artikel

342

Transparantie

Artikel

343

Vertrouwelijkheid

Bij het uitwisselen van informatie krachtens dit hoofdstuk nemen de partijen de beperkingen in acht die voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.

Artikel

344

Evaluatie

De partijen onderwerpen de aangelegenheden waarnaar in dit hoofdstuk wordt verwezen, aan een voortdurende evaluatie. Elke partij kan dergelijke aangelegenheden voorleggen aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst. De partijen komen overeen om, voor zover zij gezamenlijk niet anders besluiten, na de inwerkingtreding van deze overeenkomst om het andere jaar na te gaan welke vorderingen bij de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk zijn gemaakt.

HOOFDSTUK

11

HANDELSGERELATEERDE ENERGIE

Artikel

345

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • 1.

    „energiegoederen”: ruwe olie (GS-code 27.09), aardgas (GS-code 27.11) en elektrische energie (GS-code 27.16);

  • 2.

    „vaste infrastructuur”: transmissie- of distributienetwerk, installaties voor vloeibaar aardgas of opslaginstallaties, als omschreven in Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en in Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit;

  • 3.

    „vervoer”: de transmissie en distributie, als omschreven in de Richtlijnen 2003/54 en 2003/55, alsmede het vervoer van olie via pijpleidingen;

  • 4.

    „ongeoorloofde toe-eigening”: welke activiteit dan ook bestaande in de wederrechtelijke toe-eigening van energiegoederen uit een vaste infrastructuur.

Artikel

346

Interne gereguleerde prijzen

Artikel

347

Verbod van dubbele prijsstelling

Artikel

348

Doorvoer

De partijen nemen alle maatregelen die nodig zijn om de doorvoer te vergemakkelijken, overeenkomstig het beginsel van de vrijheid van doorvoer en met de artikelen V.1, V.2, V.4 en V.5 van de GATT 1994 alsmede de artikelen 7.1 en 7.3 van het Energiehandvestverdrag, die in deze overeenkomst worden opgenomen en deel daarvan uitmaken.

Artikel

349

Vervoer

Wat het vervoer van elektriciteit en gas, en in het bijzonder de toegang van derde partijen tot vaste infrastructuur, betreft, passen de partijen hun wetgeving als bedoeld in bijlage VIII bij deze overeenkomst en in het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap aan, om te waarborgen dat de tarieven, die vóór de inwerkingtreding ervan bekend worden gemaakt, de procedures voor capaciteitstoewijzing en alle overige voorwaarden objectief, redelijk en transparant zijn en niet discriminerend zijn op grond van herkomst, eigendom of bestemming van de elektriciteit of het gas.

Artikel

350

Ongeoorloofde toe-eigening van goederen in doorvoer

Elke partij neemt alle maatregelen die nodig zijn om de ongeoorloofde toe-eigening, door een aan haar zeggenschap of jurisdictie onderworpen entiteit, van energiegoederen die over haar grondgebied worden doorgevoerd, te verbieden en aan te pakken.

Artikel

351

Ononderbroken doorvoer

Artikel

352

Doorvoerverplichting voor exploitanten

Elke partij waarborgt dat de exploitanten van vaste infrastructuur alle maatregelen treffen die nodig zijn om:

  • a.

    het risico van onopzettelijke onderbreking of beperking van de doorvoer te minimaliseren, en

  • b.

    de normale doorvoer die onopzettelijk werd onderbroken of beperkt, zo spoedig mogelijk weer doorgang te laten vinden.

Artikel

353

Regelgevende autoriteit voor aardgas en elektriciteit

Artikel

354

Verhouding tot Verdrag tot oprichting van Energiegemeenschap

HOOFDSTUK

12

TRANSPARANTIE

Artikel

355

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • 1.

    „algemene maatregelen”: wetten, voorschriften, gerechtelijke uitspraken, procedures en administratieve beschikkingen van algemene aard, alsmede alle andere algemene of abstracte handelingen, interpretaties of andere vereisten die gevolgen kunnen hebben voor enige onder titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst vallende aangelegenheid. Hieronder valt niet een besluit dat op een bepaalde persoon van toepassing is;

  • 2.

    „belanghebbende”: iedere natuurlijke of rechtspersoon op wie rechten en verplichtingen uit hoofde van een algemene maatregel in de zin van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst van toepassing kunnen zijn.

Artikel

356

Doelstelling en toepassingsgebied

De partijen erkennen dat de regelgeving gevolgen voor hun onderlinge handel en investeringen kan hebben en zorgen daarom voor voorspelbare regelgeving voor marktdeelnemers en voor efficiënte procedures, waarbij zij naar behoren rekening houden met de eisen van rechtszekerheid en evenredigheid.

Artikel

357

Bekendmaking

Artikel

358

Vragen en contactpunten

Artikel

359

Uitvoering van algemene maatregelen

Elke partij voert alle algemene maatregelen objectief, onpartijdig en op redelijke wijze uit. Wanneer een partij daartoe in specifieke gevallen dergelijke maatregelen op bepaalde personen, goederen of diensten van de andere partij toepast,

  • a.

    streeft zij ernaar belanghebbenden voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en overeenkomstig haar procedures in kennis te stellen van de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de rechtsgrondslag voor de inleiding van de procedure en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat;

  • b.

    biedt zij belanghebbenden een redelijke mogelijkheid om feiten en argumenten ter ondersteuning van hun standpunten naar voren te brengen voordat een definitieve administratieve maatregel wordt genomen, indien de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten, en

  • c.

    ziet zij erop toe dat haar procedures gebaseerd zijn op de wet en in overeenstemming hiermee worden toegepast.

Artikel

360

Herziening en beroep

Artikel

361

Regelgevingskwaliteit en -efficiency en behoorlijk bestuurlijk gedrag

Artikel

362

Specifieke voorschriften

De bepalingen van dit hoofdstuk gelden onverminderd de specifieke voorschriften inzake transparantie die in andere hoofdstukken van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst zijn vastgesteld.

HOOFDSTUK

13

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

363

Context en doelstellingen

Artikel

364

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

Artikel

365

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

366

Multilaterale governance en overeenkomsten op milieugebied

Artikel

367

Handel en investeringen ter bevordering van duurzame ontwikkeling

De partijen herbevestigen hun verbintenis om de bijdrage van de handel aan de doelstelling van duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht te versterken. Dienovereenkomstig:

  • a.

    erkennen zij het positieve effect dat fundamentele arbeidsnormen en fatsoenlijk werk op economische efficiëntie, innovatie en productiviteit kunnen hebben, en zetten zij zich in voor een grotere politieke coherentie tussen het handelsbeleid enerzijds en het arbeidsbeleid anderzijds;

  • b.

    streven zij ernaar de handel en de investeringen in milieugoederen en -diensten te vergemakkelijken en te bevorderen, onder meer door de aanpak van niet-tarifaire belemmeringen ter zake;

  • c.

    streven zij ernaar het wegnemen van handels- en investeringsbelemmeringen met betrekking tot goederen en diensten die van bijzonder belang zijn voor de vermindering van de gevolgen van klimaatverandering, zoals duurzame hernieuwbare energie en energiezuinige producten en diensten, te vergemakkelijken, onder meer door de vaststelling van beleidskaders die bevorderlijk zijn voor de toepassing van de beste beschikbare technologieën en door de bevordering van normen die aan de ecologische en economische behoeften beantwoorden en die de technische handelsbelemmeringen tot een minimum terugdringen;

  • d.

    komen zij overeen de handel in goederen die bijdragen tot betere sociale voorwaarden en milieuvriendelijker praktijken, waaronder producten die onder vrijwillige duurzaamheidsregelingen vallen, zoals programma's voor eerlijke en ethische handel, milieukeurmerken en certificeringsregelingen voor op natuurlijke hulpbronnen gebaseerde producten, te bevorderen;

  • e.

    komen zij overeen maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen, onder meer door de uitwisseling van informatie en van beste praktijken. In dat verband beroepen zij zich op de internationaal erkende beginselen en richtsnoeren ter zake, zoals de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, het „Global Compact”-initiatief van de Verenigde Naties en de Tripartiete beginselverklaring van de ILO betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid.

Artikel

368

Biologische diversiteit

Artikel

369

Duurzaam bosbeheer en handel in bosbouwproducten

Artikel

370

Handel in visproducten

Gelet op het belang van het waarborgen van een verantwoord en duurzaam beheer van de visbestanden, alsmede van het bevorderen van goede governance in de handel, verbinden de partijen zich ertoe:

  • a.

    beste praktijken met betrekking tot visserijbeheer, met het oog op de instandhouding en het duurzame beheer van de visbestanden, op basis van de ecosysteemaanpak, te bevorderen;

  • b.

    doeltreffende maatregelen voor de monitoring van en de controle op visserijactiviteiten te treffen;

  • c.

    zorg te dragen voor de volledige naleving van de toepasselijke door regionale organisaties voor visserijbeheer vastgestelde instandhoudings- en controlemaatregelen, en zoveel mogelijk met en binnen die organisaties samen te werken, en

  • d.

    samen te werken bij de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IOO-) visserij en visserijgerelateerde activiteiten door middel van uitgebreide, doeltreffende en transparante maatregelen. De partijen voeren tevens beleid en maatregelen uit om IOO-producten van de handelsstromen uit te sluiten en van hun markten te weren.

Artikel

371

Handhaving van beschermingsniveaus

Artikel

372

Wetenschappelijke informatie

Bij de opstelling en tenuitvoerlegging van op de bescherming van het milieu of de arbeidsomstandigheden gerichte maatregelen die de handel of de investeringen negatief kunnen beïnvloeden, houden de partijen rekening met de beschikbare wetenschappelijke en technische informatie alsmede de relevante internationale normen, richtsnoeren of aanbevelingen, indien voorhanden, waaronder het voorzorgsbeginsel.

Artikel

373

Transparantie

Elke partij ziet er, overeenkomstig haar interne wetgeving en hoofdstuk 12 (Transparantie) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, op toe dat alle op de bescherming van het milieu of de arbeidsomstandigheden gerichte maatregelen die de handel of de investeringen negatief kunnen beïnvloeden, op transparante wijze worden opgesteld, ingevoerd en ten uitvoer gelegd, dat zij tijdig worden aangekondigd, dat hierover een openbare raadpleging wordt gehouden en dat niet-overheidsactoren op passende wijze tijdig worden geïnformeerd en geconsulteerd.

Artikel

374

Evaluatie van effecten op duurzaamheid

De partijen verbinden zich ertoe de effecten van de tenuitvoerlegging van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst op de duurzame ontwikkeling te evalueren, te beoordelen en te monitoren via hun bestaande participatieprocessen en participatieve instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst in het leven zijn geroepen, bijvoorbeeld door handelsgerelateerde beoordelingen van de effecten op de duurzaamheid.

Artikel

375

Samenwerking bij handel en duurzame ontwikkeling

De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde aspecten van het milieu- en arbeidsbeleid teneinde de doelstellingen van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst te verwezenlijken. Zij kunnen samenwerken op onder meer de volgende gebieden:

  • a.

    arbeids- of milieuaspecten van handel en duurzame ontwikkeling in internationale fora, waaronder in het bijzonder de WTO, de ILO, het VN-milieuprogramma en MMO's;

  • b.

    methoden en indicatoren voor handelsgerelateerde duurzaamheidseffectbeoordelingen;

  • c.

    effecten van arbeids- en milieuvoorschriften, -normen en -standaarden op handel en investeringen, evenals effecten van handels- en investeringsvoorschriften op de arbeids- en milieuwetgeving, met inbegrip van de opstelling van arbeids- en milieuvoorschriften en arbeids- en milieubeleid;

  • d.

    positieve en negatieve effecten van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst op duurzame ontwikkeling en manieren om deze effecten te versterken, te voorkomen of te verzachten, waarbij tevens rekening wordt gehouden met door een van de partijen of beide partijen verrichte duurzaamheidseffectbeoordelingen;

  • e.

    bevordering van de ratificatie en de doeltreffende tenuitvoerlegging van de fundamentele, prioritaire en andere bijgewerkte ILO-verdragen en de MMO's die in een handelscontext van belang zijn;

  • f.

    bevordering van particuliere en openbare certificerings-, traceerbaarheids- en keurmerksystemen, waaronder milieukeuren;

  • g.

    bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen, bijvoorbeeld door middel van bewustmakingsacties en onderschrijving, tenuitvoerlegging en follow-up van internationaal erkende richtsnoeren en beginselen;

  • h.

    handelsgerelateerde aspecten van het ILO-Programma voor fatsoenlijk werk, daaronder begrepen het verband tussen handel en volledige en productieve werkgelegenheid, het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt, de fundamentele arbeidsnormen, de arbeidsstatistieken, de ontwikkeling van menselijk potentieel en een leven lang leren, sociale bescherming en sociale integratie, sociale dialoog en gelijke kansen voor mannen en vrouwen;

  • i.

    handelsgerelateerde aspecten van MMO's, met inbegrip van douanesamenwerking;

  • j.

    handelsgerelateerde aspecten van de huidige en toekomstige internationale regeling in verband met klimaatverandering, met inbegrip van middelen om koolstofarme technologieën en energie-efficiëntie te bevorderen;

  • k.

    handelsgerelateerde maatregelen ter bevordering van de instandhouding en het duurzame gebruik van biologische diversiteit;

  • l.

    handelsgerelateerde maatregelen ter bestrijding van ontbossing, met inbegrip van de aanpak van problemen in verband met illegale houtkap, en

  • m.

    handelsgerelateerde maatregelen ter bevordering van duurzamevisserijmethoden en de handel in producten afkomstig uit duurzaam beheerde visbestanden.

Artikel

376

Institutionele en toezichtmechanismen

Artikel

377

Gezamenlijk forum voor dialoog met maatschappelijk middenveld

Artikel

378

Overleg op regeringsniveau

Artikel

379

Deskundigenpanel

HOOFDSTUK

14

BESLECHTING VAN GESCHILLEN

AFDELING

1

DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

380

Doelstelling

Het doel van dit hoofdstuk is een doeltreffend en doelmatig mechanisme ter vermijding en beslechting van geschillen tussen de partijen over de interpretatie en toepassing van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst op te zetten, teneinde waar mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel

381

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle geschillen over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, tenzij anders is bepaald.

AFDELING

2

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

382

Overleg

Artikel

383

Bemiddeling

Overeenkomstig bijlage XXXII bij deze overeenkomst kan elke partij de andere partij verzoeken om aan een bemiddelingsprocedure deel te nemen met betrekking tot een maatregel die de handel of de investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.

AFDELING

3

PROCEDURES VOOR BESLECHTING VAN GESCHILLEN

ONDERAFDELING

1

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

384

Inleiding van arbitrageprocedure

Artikel

385

Instelling van arbitragepanel

Artikel

386

Voorlopige uitspraak inzake dringende aard

Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen tien dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht.

Artikel

387

Verslag van arbitragepanel

Artikel

388

Conciliatie in geval van dringende energiegeschillen

Artikel

389

Kennisgeving van uitspraak van arbitragepanel

ONDERAFDELING

2

NALEVING

Artikel

390

Naleving van uitspraak van arbitragepanel

De partij waartegen de klacht gericht is, neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel onverwijld en te goeder trouw na te leven.

Artikel

391

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

392

Onderzoek van maatregelen tot naleving van uitspraak van arbitragepanel

Artikel

393

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

394

Corrigerende maatregelen in geval van dringende energiegeschillen

Artikel

395

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen in geval van niet-naleving

ONDERAFDELING

3

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

396

Vervanging van arbiters

Indien in een in het kader van dit hoofdstuk gevoerde arbitrageprocedure een of meer leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet in staat zijn om aan de werkzaamheden van het panel deel te nemen, zich terugtrekken of moeten worden vervangen wegens schending van de gedragscode bedoeld in bijlage XXXIV bij deze overeenkomst, is de procedure van artikel 385 van deze overeenkomst van toepassing. De termijn voor kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel wordt verlengd met de tijd die nodig is om een nieuwe arbiter te benoemen, maar in geen geval met meer dan twintig dagen.

Artikel

397

Opschorting en beëindiging van arbitrage- en nalevingsprocedures

Op schriftelijk verzoek van de partijen schort het arbitragepanel te allen tijde zijn werkzaamheden op gedurende een door de partijen overeengekomen periode, die echter niet meer dan twaalf opeenvolgende maanden mag bedragen. Op schriftelijk verzoek van alle partijen respectievelijk een van de partijen hervat het arbitragepanel zijn werkzaamheden voor respectievelijk aan het einde van deze periode. De verzoekende partij brengt de voorzitter van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, en de andere partij hiervan op de hoogte. Indien een partij niet bij het verstrijken van de overeengekomen opschortingsperiode het arbitragepanel verzoekt zijn werkzaamheden te hervatten, wordt de procedure beëindigd. De opschorting en beëindiging van de werkzaamheden van het arbitragepanel laten de rechten van de partijen in andere procedures waarop artikel 405 van deze overeenkomst van toepassing is onverlet.

Artikel

398

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen in voorkomend geval gezamenlijk het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, en de voorzitter van het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Indien ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van de partijen voor de oplossing goedkeuring vereist is, wordt in de kennisgeving naar dit vereiste verwezen en wordt de geschillenbeslechtingsprocedure opgeschort. Indien dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat is kennisgegeven van de voltooiing van die interne procedures, wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.

Artikel

399

Procedureregels

Artikel

400

Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, alle inlichtingen inwinnen die het voor de arbitrageprocedure nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Voordat het deskundigen kiest, raadpleegt het arbitragepanel de partijen. Op het grondgebied van een partij gevestigde natuurlijke of rechtspersonen kunnen overeenkomstig de procedureregels als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen. Alle in het kader van dit artikel verkregen informatie moet voor commentaar aan elk van de partijen worden voorgelegd.

Artikel

401

Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969 zijn neergelegd. Het arbitragepanel neemt tevens de relevante interpretaties in aanmerking die zijn vastgesteld in de panelverslagen en de verslagen van de Beroepsinstantie die zijn goedgekeurd door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO (Dispute Settlement Body - DSB). De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

402

Besluiten en uitspraken van arbitragepanel

Artikel

403

Verwijzingen naar Hof van Justitie van Europese Unie

AFDELING

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

404

Lijsten van arbiters

Artikel

405

Verhouding tot WTO-verplichtingen

Artikel

406

Termijnen

HOOFDSTUK

15

ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE AANPASSING UIT HOOFDE VAN TITEL V

Artikel

407

Voortgang bij aanpassing op handelsgerelateerde gebieden

Artikel

408

Intrekking van strijdig nationaal recht

In het kader van de aanpassing trekt de Republiek Moldavië de bepalingen van nationaal recht in of beëindigt zij de nationale praktijken die op de handelsgerelateerde gebieden van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst in strijd zijn met het Unierecht of met haar aan het Unierecht aangepaste nationale wetgeving.

Artikel

409

Beoordeling van aanpassing op handelsgerelateerde gebieden

Artikel

410

Ontwikkelingen die van belang zijn voor aanpassing

Artikel

411

Uitwisseling van informatie

De uitwisseling van informatie met betrekking tot de aanpassing uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) vindt plaats via de op grond van artikel 358, lid 1, van deze overeenkomst opgerichte contactpunten.

Artikel

412

Algemene bepaling

TITEL

VI

FINANCIËLE BIJSTAND, FRAUDEBESTRIJDING EN CONTROLE

HOOFDSTUK

1

FINANCIËLE BIJSTAND

Artikel

413

De Republiek Moldavië komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering. De Republiek Moldavië kan ook een beroep doen op leningen van de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en andere internationale financiële instellingen. De financiële bijstand moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en wordt verstrekt overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

Artikel

414

De belangrijkste beginselen inzake de financiële bijstand worden vastgelegd in de relevante verordeningen over de financiële instrumenten van de EU.

Artikel

415

De prioritaire gebieden voor de financiële bijstand van de EU worden door de partijen bepaald en vastgelegd in jaarlijkse actieprogramma’s die gebaseerd zijn op meerjarige kaderregelingen waarin de overeengekomen beleidsprioriteiten tot uiting komen. Bij de vaststelling van de bedragen van de bijstand wordt rekening gehouden met de behoeften van de Republiek Moldavië, de sectorale capaciteit en de vorderingen met betrekking tot de hervormingen, in het bijzonder op de werkterreinen die vallen onder deze overeenkomst.

Artikel

416

Om de beschikbare middelen optimaal te benutten streven de partijen ernaar de bijstand uit te voeren in nauwe samenwerking en coördinatie met andere donorlanden, donororganisaties en internationale financiële instellingen en overeenkomstig de internationale beginselen inzake doeltreffendheid van hulp.

Artikel

417

De fundamentele juridische, administratieve en technische grondslag van de financiële bijstand wordt vastgelegd in specifieke overeenkomsten tussen de partijen.

Artikel

418

De Associatieraad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en de uitvoering van de financiële bijstand en de impact op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. Daartoe zorgen de relevante organen van de partijen op passende wijze en op wederzijdse en permanente basis voor toezicht en evaluatie van informatie.

Artikel

419

De partijen voeren de financiële steun uit volgens de beginselen van goed financieel beheer en werken samen om de financiële belangen van de Europese Unie en de Republiek Moldavië te beschermen, overeenkomstig hoofdstuk 2 (Fraudebestrijding en controle) van deze titel.

HOOFDSTUK

2

FRAUDEBESTRIJDING EN CONTROLE

Artikel

420

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van protocol IV van deze overeenkomst.

Artikel

421

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle verdere overeenkomsten en financieringsinstrumenten die worden gesloten tussen de partijen en op alle EU-financieringsinstrumenten waarmee de Republiek Moldavië zich eventueel associeert, zonder afbreuk te doen aan andere aanvullende bepalingen inzake audits, verificaties ter plaatse, inspecties, controles en fraudebestrijdingsmaatregelen, onder andere die van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer.

Artikel

422

Maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden

De partijen nemen doeltreffende maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden, onder andere door middel van wederzijdse administratieve en juridische bijstand op de terreinen waarop de overeenkomst van toepassing is.

Artikel

423

Gegevensuitwisseling en verdere samenwerking op operationeel niveau

Artikel

424

Voorkoming van onregelmatigheden, fraude en corruptie

Artikel

425

Onderzoek en vervolging

De autoriteiten van de Republiek Moldavië zien erop toe dat naar aanleiding van nationale of EU-controles alle vermoedelijke en effectieve gevallen van fraude of corruptie of elke andere onregelmatigheid met inbegrip van belangenconflicten worden onderzocht en vervolgd. In voorkomend geval kan het Europees Bureau voor Fraudebestrijding de bevoegde autoriteiten van de Republiek Moldavië bijstaan bij het vervullen van deze opdracht.

Artikel

426

Melding van fraude, corruptie en onregelmatigheden

Artikel

427

Audits

Artikel

428

Controles ter plaatse

Artikel

429

Administratieve maatregelen en sancties

De Europese Commissie kan administratieve maatregelen en sancties opleggen overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van 23 december 2002 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.

Artikel

430

Terugvordering

Artikel

431

Vertrouwelijkheid

Ingevolge dit hoofdstuk meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt beschermd op dezelfde wijze als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het recht van de Republiek Moldavië en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de EU-instellingen. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de EU-instellingen, in de lidstaten of in de Republiek Moldavië op grond van hun functie van deze informatie op de hoogte moeten zijn, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.

Artikel

432

Aanpassing van de wetgeving

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXXV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

TITEL

VII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

433

Een politieke en beleidsdialoog, inclusief met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met de sectorale samenwerking tussen de partijen, kan op elk niveau plaatsvinden. Op gezette tijden vindt een beleidsdialoog op hoog niveau plaats binnen de bij artikel 434 van deze overeenkomst opgerichte Associatieraad en in het kader van in overleg vast te stellen regelmatige vergaderingen op ministerieel niveau tussen vertegenwoordigers van beide partijen.

Artikel

434

Artikel

435

Artikel

436

Artikel

437

Artikel

438

Artikel

439

Artikel

440

Artikel

441

Artikel

442

Artikel

443

HOOFDSTUK

2

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

444

Toegang tot gerechtelijke en administratieve instanties

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst zorgt elke partij ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang hebben tot de bevoegde gerechtelijke en administratieve instanties, ter verdediging van hun individuele rechten en eigendomsrechten.

Artikel

445

Toegang tot officiële documenten

De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing van de desbetreffende interne wet- en regelgeving van de partijen met betrekking tot de openbare toegang tot officiële documenten.

Artikel

446

Uitzonderingen met betrekking tot de veiligheid

Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;

  • b.

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn; en

  • c.

    die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

447

Non-discriminatie

Artikel

448

Geleidelijke aanpassing

De Republiek Moldavië brengt haar wetgeving geleidelijk overeenkomstig die van de EU en de internationale instrumenten als bedoeld in de bijlagen bij deze overeenkomst, op basis van de verbintenissen die in deze overeenkomst zijn beschreven en volgens de bepalingen van deze bijlagen. Deze bepaling doet geen afbreuk aan eventuele specifieke beginselen en verplichtingen inzake aanpassing van de wetgeving uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel

449

Dynamische aanpassing

Overeenkomstig de doelstelling van een geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Moldavië aan de EU-wetgeving, en in het bijzonder met betrekking tot de in de titels III, IV, V en VI van deze overeenkomst beschreven verbintenissen, en overeenkomstig de bepalingen van de bijlagen bij deze overeenkomst, herziet en actualiseert de Associatieraad deze bijlagen regelmatig, onder meer om rekening te houden met de ontwikkeling van EU-wetgeving, zoals in deze overeenkomst bepaald. Deze bepaling doet geen afbreuk aan eventuele specifieke bepalingen uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel

450

Toezicht

Toezicht houdt in dat de vorderingen met betrekking tot de uitvoering en handhaving van alle maatregelen in het kader van de overeenkomst voortdurend worden geëvalueerd. De partijen werken samen om het toezicht te bevorderen in het kader van de bij deze overeenkomst opgerichte institutionele organen.

Artikel

451

Toetsing van de aanpassing

Artikel

452

Resultaten van het toezicht, met inbegrip van toetsingen van de aanpassing

Artikel

453

Voldoen aan verplichtingen

Artikel

454

Geschillenbeslechting

Artikel

455

Passende maatregelen bij niet-nakoming van verplichtingen

Artikel

456

Verband met andere overeenkomsten

Artikel

457

Artikel

458

Artikel

459

Bijlagen en protocollen

De bijlagen en protocollen bij deze overeenkomst vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel

460

Looptijd

Artikel

461

Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Europese Unie, of haar lidstaten, of de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden krachtens het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en in voorkomend geval, ook Euratom, overeenkomstig zijn bevoegdheden krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds en de Republiek Moldavië, anderzijds.

Artikel

462

Territoriaal toepassingsgebied

Artikel

463

Depositaris van deze overeenkomst

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel

464

Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

Artikel

465

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

Protocol

I

Inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië over de algemene beginselen voor deelname van de Republiek Moldavië aan programma's van de Unie

Artikel

1

De Republiek Moldavië mag deelnemen aan alle huidige en toekomstige programma’s van de Unie die overeenkomstig de relevante bepalingen tot vaststelling van die programma’s voor deelname van de Republiek Moldavië openstaan.

Artikel

2

De Republiek Moldavië levert een financiële bijdrage aan de algemene begroting van de EU in verhouding tot de specifieke programma’s waaraan de Republiek Moldavië deelneemt.

Artikel

3

Vertegenwoordigers van de Republiek Moldavië mogen als waarnemers de vergaderingen bijwonen van de beheercomités die belast zijn met het toezicht op de programma’s waaraan de Republiek Moldavië een financiële bijdrage levert, voor zover deze betrekking hebben op onderwerpen die de Republiek Moldavië aangaan.

Artikel

4

Ten aanzien van projecten en initiatieven die door deelnemers uit de Republiek Moldavië worden ingediend, gelden in het kader van de betrokken programma's voor zover mogelijk dezelfde voorwaarden, regels en procedures als voor de lidstaten.

Artikel

5

De specifieke voorwaarden voor de deelname van de Republiek Moldavië aan de verschillende programma’s, in het bijzonder de financiële bijdrage en de rapportage- en evaluatieprocedures, worden vastgesteld in een memorandum van overeenstemming tussen de Europese Commissie en de bevoegde autoriteiten van de Republiek Moldavië, op grond van de criteria die door deze programma's zijn bepaald.

Als de Republiek Moldavië op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument, of op grond van een vergelijkbare toekomstige wetgevingshandeling betreffende externe bijstand van de Unie aan de Republiek Moldavië, de Unie om externe bijstand voor deelname aan een programma van de Unie verzoekt, worden de voorwaarden voor het gebruik door de Republiek Moldavië van de externe bijstand van de Unie in een financieringsovereenkomst vastgesteld, waarbij in het bijzonder artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1638/2006 in acht wordt genomen.

Artikel

6

Overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen wordt in de krachtens artikel 5 van dit protocol gesloten memoranda van overeenstemming bepaald dat financiële controles of audits en andere controles, zoals administratieve onderzoeken, worden verricht door of onder toezicht van de Europese Commissie, de Europese Rekenkamer en het Europees Bureau voor Fraudebestrijding.

Er worden gedetailleerde bepalingen opgenomen inzake financiële controle en audits, administratieve maatregelen, sancties en invordering, waarbij aan de Europese Commissie, de Europese Rekenkamer en het Europees Bureau voor Fraudebestrijding bevoegdheden worden toegekend die gelijkwaardig zijn met hun bevoegdheden ten aanzien van begunstigden of contractanten die in de Unie zijn gevestigd.

Artikel

7

Dit protocol is van toepassing gedurende de looptijd van de overeenkomst.

Elk van beide partijen kan het protocol opzeggen door schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. Dit protocol verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Beëindiging van het protocol als gevolg van opzegging door een van de partijen is niet van invloed op de controles die overeenkomstig de artikelen 5 en 6 indien nodig worden uitgevoerd.

Artikel

8

Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van dit protocol, en vervolgens iedere drie jaar, kunnen beide partijen de tenuitvoerlegging van het protocol evalueren aan de hand van de werkelijke deelname van de Republiek Moldavië aan een of meer programma's van de Unie.

Protocol

II

Betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van een product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het vervaardigde product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994;

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs van het product af fabriek, betaald aan de fabrikant in de partij, in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle interne belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de partij van uitvoer is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen volgens de definitie onder g), die mutatis mutandis van toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen van oorsprong uit de andere partijen waarvoor cumulatie kan worden toegepast, of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die in de partij van uitvoer voor deze materialen werd betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • m.

    „gebieden”: met inbegrip van de territoriale wateren;

  • n.

    „partij”: een, verscheidene of alle lidstaten van de Europese Unie, de Europese Unie of de Republiek Moldavië;

  • o.

    „douaneautoriteiten van de partij” voor de Europese Unie: om het even welke douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel

2

Algemene eisen

Voor de toepassing van de overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit een partij:

  • a.

    volledig in een partij verkregen producten in de zin van artikel 4;

  • b.

    in een partij verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet volledig zijn verkregen, mits die materialen in de betrokken partij een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5.

Artikel

3

Cumulatie van de oorsprong

Onverminderd artikel 2 worden producten als van oorsprong uit een partij beschouwd als zij daar zijn verkregen en in die producten materialen van oorsprong uit de andere partij zijn verwerkt, mits de be- of verwerking meer inhoudt dan de in artikel 6 genoemde be- of verwerking, waarbij het niet noodzakelijk is dat de materialen uit de andere partij toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

Artikel

4

Volledig verkregen producten

Artikel

5

Toereikende be- of verwerking

Artikel

6

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

7

In aanmerking te nemen eenheid

Artikel

8

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden verzonden en die deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het materieel of de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

9

Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 van het geharmoniseerd systeem worden als van oorsprong beschouwd wanneer alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oorsprong beschouwd wanneer de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 % van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

10

Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

11

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

12

Rechtstreeks vervoer

Artikel

13

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE OF VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

14

Verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

15

Algemene eisen

Artikel

16

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

17

Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte van een duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

19

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in een partij onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong bij verzending van deze producten of van een gedeelte daarvan naar een andere plaats binnen die partij door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen. Dergelijke certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de producten.

Artikel

20

Gescheiden boekhouding

Artikel

21

Voorwaarden voor het opstellen van een oorsprongsverklaring

Artikel

22

Toegelaten exporteur

Artikel

23

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

24

Overlegging van het bewijs van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van de partij van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze douaneautoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van oorsprong wordt vertaald en dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van deze overeenkomst voldoen.

Artikel

25

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2, onder a), van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI of XVII of de posten 7308 of 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt bij de invoer van de eerste deelzending een enkel bewijs van oorsprong voor deze producten bij de douaneautoriteiten ingediend.

Artikel

26

Vrijstelling van het bewijs van oorsprong

Artikel

27

Bewijsstukken

De in artikel 16, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een oorsprongsverklaring worden gedekt, als producten van oorsprong uit een partij kunnen worden aangemerkt en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de betrokken goederen te verkrijgen;

  • b.

    in de desbetreffende partij afgegeven of opgestelde en in overeenstemming met het interne recht van die partij gebruikte documenten waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de desbetreffende partij afgegeven of opgestelde en volgens het interne recht van die partij gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van materialen in die Partij blijkt;

  • d.

    overeenkomstig dit protocol in de desbetreffende partij afgegeven of opgestelde certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of oorsprongsverklaringen waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt;

  • e.

    passende bewijsstukken inzake be- of verwerking buiten de desbetreffende partij overeenkomstig artikel 11, waaruit blijkt dat aan de eisen van dat artikel is voldaan.

Artikel

28

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de bewijsstukken

Artikel

29

Verschillen en vormfouten

Artikel

30

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

31

Administratieve samenwerking

Artikel

32

Controle van de bewijzen van oorsprong

Artikel

33

Geschillenbeslechting

Artikel

34

Sancties

Er worden sancties getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel een preferentiële behandeling voor producten te verkrijgen.

Artikel

35

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

36

Toepassing van dit protocol

Artikel

37

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

38

Wijzigingen van dit protocol

Het subcomité Douane kan besluiten dit protocol te wijzigen.

Artikel

39

Overgangsbepalingen voor de doorvoer of opslag van goederen

Deze overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst in de partijen in doorvoer zijn of zich in tijdelijke opslag in een douane-entrepot of in een vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na die datum een achteraf opgesteld bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten van de partij van invoer wordt ingediend, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 12.

Protocol

III

Betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen in dat verband;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door het verschaffen van informatie over:

  • a.

    activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bij met de douanewetgeving strijdige handelingen betrokken zijn of waren;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Uitvoering van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in administratieve of gerechtelijke procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. Het verzoek aan de ambtenaar wordt gedaan door de verzoekende autoriteit en moet specifiek vermelden voor welke administratieve of rechterlijke instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheden en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Artikel

15

Overleg

Ten aanzien van vraagstukken in verband met de toepassing van dit protocol plegen de overeenkomstsluitende partijen onderling overleg om deze op te lossen in het kader van het bij artikel 200 van deze overeenkomst ingestelde subcomité Douane.

Protocol

IV

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • 1.

    „Onregelmatigheid”: elke inbreuk op een bepaling van het EU-recht, deze overeenkomst, of hieruit voortvloeiende overeenkomsten en contracten, die bestaat in een handeling of een nalaten van een marktdeelnemer waardoor de algemene begroting van de EU of de door de EU beheerde begrotingen worden of zouden kunnen worden benadeeld, hetzij door de vermindering of het achterwege blijven van ontvangsten uit de eigen middelen, die rechtstreeks voor rekening van de EU worden geïnd, hetzij door een onverschuldigde uitgave.

  • 2.

    Fraude”:

    • a.

      wat de uitgaven betreft, elke opzettelijke handeling of elk opzettelijk nalaten waarbij:

      • valse, onjuiste of onvolledige verklaringen of documenten worden gebruikt of overgelegd, met als gevolg dat middelen afkomstig van de algemene begroting van de EU of van de door of voor de EU beheerde begrotingen, wederrechtelijk worden ontvangen of achtergehouden;

      • in strijd met een specifieke verplichting informatie wordt achtergehouden, met hetzelfde gevolg als in het eerste streepje van dit punt;

      • het in het eerste streepje van dit punt bedoelde misbruik van middelen door ze voor andere doeleinden aan te wenden dan die waarvoor zij oorspronkelijk waren toegekend;

    • b.

      wat de ontvangsten betreft, elke opzettelijke handeling of elk opzettelijk nalaten waarbij:

      • valse, onjuiste of onvolledige verklaringen of documenten worden gebruikt of overgelegd, met als gevolg dat middelen afkomstig van de algemene begroting van de EU of van de door of voor de EU beheerde begrotingen, wederrechtelijk worden verminderd;

      • in strijd met een specifieke verplichting informatie wordt achtergehouden, met hetzelfde gevolg als in het eerste streepje van dit punt;

      • van een rechtmatig verkregen voordeel misbruik wordt gemaakt, met hetzelfde gevolg als in het eerste streepje van dit punt.

  • 3.

    „Actieve omkoping”: het feit dat iemand opzettelijk een ambtenaar onmiddellijk of middellijk een voordeel, ongeacht de aard daarvan, voor hemzelf of voor een ander belooft of verstrekt, om in strijd met zijn ambtsplicht een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten of na te laten, waardoor de financiële belangen van de EU worden of kunnen worden geschaad.

  • 4.

    „Passieve corruptie”: het feit dat een ambtenaar opzettelijk, onmiddellijk of middellijk, voordelen, ongeacht de aard daarvan, voor zichzelf of voor een ander aanneemt of vraagt, dan wel ingaat op een desbetreffende toezegging teneinde in strijd met zijn ambtsplicht, een ambtshandeling of een handeling in de uitoefening van zijn ambt te verrichten of na te laten, waardoor de financiële belangen van de EU worden of kunnen worden geschaad.

  • 5.

    „Belangenconflict”: een situatie waarbij twijfels kunnen rijzen of personeelsleden in staat zijn onpartijdig en objectief op te treden om gezinsredenen of om affectieve redenen, of ook om redenen in verband met politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elke andere eventuele belangengemeenschap met een inschrijver, aanvrager of begunstigde, of die redelijkerwijs tot twijfels zou kunnen leiden in de ogen van een externe derde partij.

  • 6.

    „Ten onrechte betaald”: een betaling waarbij de regels inzake EU-middelen niet in acht zijn genomen.

  • 7.

    „Het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF)”: de gespecialiseerde fraudebestrijdingsdienst van de Europese Commissie. OLAF geniet op operationeel gebied onafhankelijkheid en is belast met het verrichten van administratieve onderzoeken, gericht op de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad, zoals bepaald in het Besluit 1999/352/EC, ECSC, Euratom van de Commissie van 28 april 1999 houdende oprichting van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden.