Wet van 8 oktober 1992, houdende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de versterking van de kwaliteit, het vernieuwend vermogen alsmede de maatschappelijke gerichtheid van het bestel van het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wenselijk is de zelfstandigheid van de instellingen te vergroten en daartoe de toedeling van bevoegdheden aan de rijksoverheid en de desbetreffende instellingen te herzien;
dat het voorts gewenst is dat de bestuurlijke betrekkingen die de rijksoverheid onderhoudt met die instellingen zo goed mogelijk op elkaar zijn afgestemd;
dat het daarvoor wenselijk is de afzonderlijke regelingen op het gebied van het bestel van het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek samen te voegen tot een Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Titel

1

Definities en taakomschrijving

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze wet wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    hoger onderwijs: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs;

  • c.

    wetenschappelijk onderwijs: onderwijs dat is gericht op de voorbereiding tot de zelfstandige beoefening van de wetenschap of de beroepsmatige toepassing van wetenschappelijke kennis en dat het inzicht in de samenhang van de wetenschappen bevordert;

  • d.

    hoger beroepsonderwijs: onderwijs dat is gericht op de overdracht van theoretische kennis en op de ontwikkeling van vaardigheden in nauwe aansluiting op de beroepspraktijk;

  • e.

    initieel onderwijs: hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7.3a;

  • f.

    vervallen;

  • g.

    instelling voor hoger onderwijs: een bekostigde instelling, opgenomen in de bijlage van deze wet onder a tot en met i of een rechtspersoon voor hoger onderwijs, tenzij uit deze wet het tegendeel blijkt;

  • h.

    openbare instelling: een instelling die uitgaat van een publiekrechtelijke rechtspersoon;

  • i.

    bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;

  • j.

    instellingsbestuur:

    • van een bekostigde instelling: het college van bestuur, tenzij anders bepaald;

    • van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die geaccrediteerde opleidingen verzorgt: het orgaan dat als zodanig in de statuten is aangewezen;

  • k.

    studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;

  • l.

    inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;

  • m.

    opleiding: een associate degree-opleiding, een bacheloropleiding of een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3a waarvoor accreditatie is verleend, tenzij uit deze wet het tegendeel blijkt;

  • n.

    duale opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid,;

  • o.

    faculteit der geneeskunde: de faculteit waarin de opleidingen voor het beroep van arts zijn ingesteld;

  • p.

    accreditatieorgaan: de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, bedoeld in artikel 1 van het Accreditatieverdrag;

  • q.

    accreditatie: het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een opleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld;

  • q1.

    accreditatiekader: het kader waarin het accreditatieorgaan zijn werkwijze met betrekking tot de taken, genoemd in artikel 5.2, eerste en tweede lid, vastlegt;

  • q2.

    accreditatie nieuwe opleiding: accreditatie als bedoeld in artikel 5.8;

  • q3.

    accreditatie bestaande opleiding: accreditatie als bedoeld in artikel 5.11;

  • r.

    vervallen;

  • r1.

    vervallen;

  • s.

    erkenning ITK: de erkenning die tot uitdrukking brengt dat de interne kwaliteitszorg en de inzet tot verbetering van de resultaten van een instelling voor hoger onderwijs, voor zover betrekking hebbend op de kwaliteit van haar opleidingen, positief is beoordeeld;

  • t.

    visitatiegroep: opleidingen die onderwijsinhoudelijk met elkaar overeenkomen;

  • u.

    studiepunt: een studiepunt in de zin van artikel 7.4, eerste lid;

  • v.

    Accreditatieverdrag: het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (Trb. 2003, 167);

  • w.

    persoonsgebonden nummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, of het onderwijsnummer, bedoeld in artikel 7.31e, derde lid;

  • x2.

    register onderwijsdeelnemers: register onderwijsdeelnemers als bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers;

  • y.

    college van bestuur:

    • van een bijzondere instelling: het orgaan van de instelling dat als zodanig in de statuten is aangewezen;

    • van een openbare instelling: het orgaan van de instelling dat op grond van deze wet terzake bevoegd is;

  • z.

    graad: de graad Bachelor of Master met of zonder toevoeging, de graad Associate degree of de graad Doctor, Doctor honoris causa of Doctor of Philosophy;

  • aa.

    rechtspersoon voor hoger onderwijs: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die initiële opleidingen verzorgt met uitzondering van de Staat of een instelling of een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die postinitiële masteropleidingen verzorgt met uitzondering van de Staat;

  • bb.

    openbaar lichaam BES: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • cc.

    titel: een titel als bedoeld in artikel 7.20, eerste en tweede lid (ingenieur, afgekort tot ir., meester, afgekort tot mr., doctorandus, afgekort tot drs., ingenieur, afgekort tot ing., baccalaureus, afgekort tot bc.) of de titel als bedoeld in artikel 7.22, tweede en derde lid (doctor, afgekort tot dr.);

  • dd.

    premaster: mogelijkheid om tekortkomingen weg te nemen in verband met het niet voldoen aan de toelatingseisen als bedoeld in artikel 7.30e;

  • dd1.

    educatieve module: deel van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs van 30 studiepunten dat is gericht op de voorbereiding van het geven van onderwijs in een vak, als bedoeld in artikel 7.12, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • ee.

    Verordening (EU) nr. 1178/2011: Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 311);

  • ff.

    Verordening (EU) 2015/340: Verordening (EU) 2015/340 van de Commissie van 20 februari 2015 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot vergunningen en certificaten van luchtverkeersleiders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 805/2011 van de Commissie (PbEU L63).

Artikel

1.1a

Openbare lichamen BES

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen BES.

Artikel

1.2

Instellingen en academische ziekenhuizen

Deze wet heeft betrekking op de volgende instellingen en academische ziekenhuizen:

  • a.

    de in artikel 1.8 bedoelde universiteiten, hogescholen, de Open Universiteit en de levensbeschouwelijke universiteiten,

  • b.

    rechtspersonen voor hoger onderwijs met volledige rechtsbevoegdheid die initiële opleidingen verzorgen met uitzondering van de Staat en rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die postinitiële masteropleidingen verzorgen met uitzondering van de Staat,

  • c.

    de in artikel 1.13, eerste lid, bedoelde academische ziekenhuizen, en

  • d.

    de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage.

Artikel

1.3

Instellingen voor hoger onderwijs

Artikel

1.4

Academische ziekenhuizen

Artikel

1.5

Instellingen voor wetenschappelijk onderzoek

Artikel

1.6

Academische vrijheid

Aan de instellingen voor hoger onderwijs en aan de academische ziekenhuizen wordt de academische vrijheid in acht genomen.

Artikel

1.7

Richtlijnen ethiek

Het instellingsbestuur stelt richtlijnen vast met betrekking tot de ethische aspecten verbonden aan de werkzaamheden van de instelling. Het stelt die richtlijnen niet vast dan na het advies te hebben ingewonnen van een door hem daartoe ingestelde commissie. Indien ten behoeve van de werkzaamheden van de instelling gebruik wordt gemaakt van dieren dan wel mensen voor proeven, onderscheidenlijk voor demonstraties of proeven, hebben de richtlijnen daar mede betrekking op.

Titel

1a

Ruimte voor innovatie

Artikel

1.7a

Ruimte voor innovatie

Titel

2

De instellingen

Paragraaf

1

Bekostigde instellingen voor hoger onderwijs

Artikel

1.8

Opsomming bekostigde instellingen voor hoger onderwijs

Artikel

1.9

Bekostiging en graadverlening

Artikel

1.10

Aard bepalingen

De bepalingen in deze wet die het openbaar hoger onderwijs regelen, gelden voor het bekostigde bijzonder hoger onderwijs als bekostigingsvoorwaarden, tenzij anders is bepaald.

Paragraaf

2

Rechtspersonen met geaccrediteerd initieel onderwijs.

Artikel

1.11

Aangewezen instellingen voor hoger onderwijs

Vervallen

Artikel

1.12

Graadverlening

Paragraaf

2a

Graadverlening postinitiële masteropleidingen

Artikel

1.12a

Graadverlening postinitiële masteropleidingen door rechtspersonen voor hoger onderwijs

Aan de met goed gevolg afgelegde examens van een postinitiële masteropleiding, verzorgd door rechtspersonen voor hoger onderwijs is een mastergraad als bedoeld in artikel 7.10a verbonden. Artikel 1.12, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing.

Artikel

1.12b

Graadverlening postinitiële masteropleidingen door bekostigde instellingen

Aan de met goed gevolg afgelegde examens van een postinitiële masteropleiding, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, is een mastergraad als bedoeld in artikel 7.10a verbonden.

Paragraaf

3

Academische ziekenhuizen

Artikel

1.13

Academische ziekenhuizen; rechtspersoonlijkheid

Artikel

1.14

Bekostiging academische ziekenhuizen

Artikel

1.15

Aard bepalingen

De bepalingen in deze wet die de openbare academische ziekenhuizen regelen, gelden voor de bijzondere academische ziekenhuizen als bekostigingsvoorwaarden, tenzij anders is bepaald.

Paragraaf

4

Instellingen voor wetenschappelijk onderzoek

Artikel

1.16

Rechtspersoonlijkheid KNAW en KB

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Koninklijke Bibliotheek bezitten rechtspersoonlijkheid.

Artikel

1.17

Bekostiging

Artikel

1.17a

Kwaliteitszorg instellingen voor wetenschappelijk onderzoek

Titel

3

Kwaliteitszorg

Artikel

1.18

Algemene kwaliteitszorg

Het instellingsbestuur van een instelling voor hoger onderwijs draagt er zorg voor dat, zoveel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling, mede door onafhankelijke deskundigen, van de kwaliteit van de werkzaamheden van de instelling. De beoordeling geschiedt mede aan de hand van het oordeel van studenten over de kwaliteit van het onderwijs van de instelling. Het deel van de beoordeling dat is uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen wordt door het instellingsbestuur openbaar gemaakt. Bij de beoordeling worden de uitkomsten van eerdere beoordelingen betrokken.

Titel

4

Overige voorschriften

Artikel

1.19

Opleidingen in het buitenland

Artikel

1.19a

Opleidingen in het buitenland; toestemmingsvereiste

Artikel

1.19b

Promoties in het buitenland

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

1.20

Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven

Artikel

1.21

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Artikel

1.22

Bescherming naam universiteit

Artikel

1.23

Bescherming naam hogeschool

Artikel

1.24

Uitzonderingen gebruik naam hogeschool en universiteit

Artikel

1.25

Onderzoeksgegevens die louter tot stand zijn gekomen met een wetenschappelijk oogmerk of in het kader van onderzoek gericht op de beroepspraktijk en die geen betrekking hebben op de bestuursvoering van een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel a of onderdeel c alsmede op de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, kunnen beschikbaar worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek.

Artikel

1.26

Verzending berichten aan instellingsbestuur

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk

2

Planning en bekostiging

Artikel

2.1

Reikwijdte

Titel

1

Planning

Artikel

2.2

Instellingsplan

Het instellingsbestuur stelt eenmaal per zes jaren een plan met betrekking tot de instelling vast. Het plan geeft een omschrijving van de inhoud en de specificatie van het voorgenomen beleid van de instelling voor de duur van het plan. In het plan wordt aandacht besteed aan de voornemens in verband met de bevordering van de kwaliteit van het onderwijs en het verbeteren van de inrichting van de opleidingen aan de instelling. Het instellingsbestuur maakt het plan openbaar.

Artikel

2.2a

Procedure en inhoud instellingsplan onderzoekinstellingen