Besluit van 23 december 2004, houdende regels ter uitvoering van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Uitvoeringsbesluit WWIK)

Uitvoeringsbesluit WWIK

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 oktober 2004, nr. W&B/URP/04/70890;
De Raad van State gehoord (advies van 6 december 2004, nr. W12.04.0510/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 2004, Directie Werk en Bijstand, nr. W&B/URP/04/85553;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Definities

§

2

Voorwaarden werkzaamheden als kunstenaar

§

3

Inkomenseisen en beroepskosten

Artikel

3

Entree-eis

Artikel

4

Progressie-eis

Artikel

5

Progressie-eis na eerdere beëindiging van de uitkering op grond van artikel 11, eerste lid, van de WWIK

De kunstenaar wiens uitkering op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWIK is beëindigd en die uitkering aanvraagt, heeft na afloop van de periode, bedoel in artikel 10, vijfde lid, van de WWIK, recht op uitkering als wordt voldaan aan de van toepassing zijnde eis, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWIK over de twaalf kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de kalendermaand waarin uitkering wordt aangevraagd.

Artikel

6

Vaststellen inkomen over de beoordelingsperiode van de progressie-eis

Artikel

7

Beroepskosten

§

4

Maatregelen

Artikel

8

Maatregelen

Vervallen

§

5

Vaststelling vermogenswaarde bezittingen, met zowel een zakelijk als een privé karakter, noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar

Artikel

9

Vaststelling vermogenswaarde

§

6

Regeling krediethypotheek en verpanding WWIK

Artikel

11

Voorwaarden geldlening

De voorwaarden, bedoeld in de artikelen 12 en 13, worden in elk geval verbonden aan de geldlening onder verband van hypotheek of verpanding, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de WWIK, en opgenomen in de hypotheekakte of de akte tot verpanding.

Artikel

12

Aflossing geldlening

Artikel

13

Rente over niet afgeloste lening

Artikel

14

Verkoop of vererving

Artikel

15

Opgave lening en rente

Aan de kunstenaar of langstlevende echtgenoot, bedoeld in artikel 14, eerste lid, wordt, telkens na afloop van een kalenderjaar, een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.

§

7

Gebiedsindeling

Artikel

16

Centrumgemeenten

Recht op uitkering op grond van de WWIK bestaat, indien de kunstenaar woonplaats heeft in:

  • a.

    de provincie Groningen: jegens het college van de gemeente Groningen;

  • b.

    de provincie Friesland: jegens het college van de gemeente Leeuwarden;

  • c.

    de provincie Drenthe: jegens het college van de gemeente Assen;

  • d.

    de provincie Gelderland: jegens het college van de gemeente Arnhem;

  • e.

    de provincie Flevoland: jegens het college van de gemeente Lelystad;

  • f.

    de provincie Utrecht: jegens het college van de gemeente Utrecht;

  • g.

    de provincie Zeeland: jegens het college van de gemeente Middelburg;

  • h.

    de provincie Limburg: jegens het college van de gemeente Maastricht;

  • i.

    de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle: jegens het college van de gemeente Zwolle;

  • j.

    de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden: jegens het college van de gemeente Enschede;

  • k.

    de gemeenten Alkmaar, Andijk, Anna Paulowna, Beemster, Bergen, Castricum, Den Helder, Drechterland, Edam-Volendam, Enkhuizen, Graft-De Rijp, Harenkarspel, Heerhugowaard, Heiloo, Hoorn, Koggenland, Landsmeer, Langedijk, Medemblik, Niedorp, Oostzaan, Opmeer, Purmerend, Schagen, Schermer, Stede Broec, Texel, Waterland, Wervershoof, Wieringen, Wieringermeer, Wormerland, Zaanstad, Zeevang, Zijpe: jegens het college van de gemeente Alkmaar;

  • l.

    de gemeenten Aalsmeer, Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Zandvoort: jegens het college van de gemeente Haarlem;

  • m.

    de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel: jegens het college van de gemeente Amsterdam;

  • n.

    de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren: jegens het college van de gemeente Hilversum;

  • o.

    de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Boskoop, Delft, Den Haag, Gouda, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Midden-Delfland, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Reeuwijk, Rijnwoude, Rijswijk, Teylingen, Vlist, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar, Westland, Zoetermeer, Zoeterwoude: jegens het college van de gemeente Den Haag;

  • p.

    de gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bergambacht, Bernisse, Binnenmaas, Brielle, Capelle aan den IJssel, Cromstrijen, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Moordrecht, Nederlek, Nieuw-Lekkerland, Nieuwerkerk aan den IJssel, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Ouderkerk, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Schoonhoven, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Westvoorne, Zederik, Zevenhuizen-Moerkapelle, Zwijndrecht: jegens het college van de gemeente Rotterdam;

  • q.

    de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout,Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert: jegens het college van de gemeente Breda;

  • r.

    de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk: jegens het college van de gemeente Tilburg;

  • s.

    de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, 's-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel, Vught: jegens het college van de gemeente 's-Hertogenbosch;

  • t.

    de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonk, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre: jegens het college van de gemeente Eindhoven.

§

8

Wijziging andere algemene maatregelen van bestuur

§

9

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

27

Overgangsbepaling progressie-eis

Artikel

28

Inwerkingtredingsbepaling

Dit besluit treedt met uitzondering van de artikelen 22 en 27 in werking met ingang van 1 januari 2005. Artikel 22 treedt in werking met ingang van 1 april 2005. Artikel 27 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

29

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WWIK.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , H. A. L. van Hoof
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner