Regeling van de Minister van Justitie van 9 november 2005, nr. 5385960/505/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Algemene Inspectiedienst

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2005

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, van Economische Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

AID: de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit;

Directie Natuur: Directie Natuur van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit;

SBB: Staatsbosbeheer;

PD: de Plantenziektenkundige dienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit;

NAK: de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;

It Fryske Gea: Stichting It Fryske Gea (Stichting het Friese landschap).

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Op grond van dit besluit kunnen bij de hierna te noemen onderdelen van de AID maximaal het daarbij genoemde aantal personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd zijn:

  • a.

    650 personen bij de AID;

  • b.

    8 personen voor de meldkamer, 3 personen als automatiseringsdeskundige en 3 zaakanalisten;

  • c.

    230 personen bij SBB;

  • d.

    15 personen bij Directie Natuur;

  • e.

    12 personen bij it Fryske Gea;

  • f.

    10 personen bij de PD;

  • g.

    110 personen bij de PD, werkzaam in de functie van karteerder;

  • h.

    70 personen bij de NAK;

  • i.

    120 personen als controleur flora en fauna;

  • j.

    1 persoon ten behoeve van de commissie van deskundigen van het productschap voor Tuinbouw;

  • k.

    8 personen bij de Directie Visserij van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De directeur van de AID brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de bezoldigd en onbezoldigd buitengewoon opsporingsambtenaren bij de AID aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de in dit besluit genoemde diensten en

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend;

  • d.

    het aantal malen dat gebruik is gemaakt van geweld en de aard van dit geweld;

  • e.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval met betrekking tot de in artikel 3, eerste lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren inzicht wordt gegeven in het opleidingstraject en de stand van zaken met betrekking tot de in artikel 8, eerste lid, onder e, bedoelde periodieke toetsing of bijscholing, en met betrekking tot de in artikel 3, tweede lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

8

De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 3, eerste lid, beschikt, voor zover van toepassing, over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:

  • a.

    hij moet met goed gevolg een basisopleiding voor opsporingsambtenaar AID hebben voltooid;

  • b.

    de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij de Circulaire bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar, en de verschillende onderdelen van die basisopleiding worden afgesloten met een toets;

  • c.

    zo mogelijk wordt tijdens de basisopleiding het door de minister van Justitie goedgekeurde examen afgelegd;

  • d.

    de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;

  • e.

    door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat de buitengewoon opsporingsambtenaren hun verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.

Artikel

9

De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, en 3, derde lid, onder b en c, is ontheffing verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. Deze ontheffing geldt alleen en voor zover de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen.

Artikel

10

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 11 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking met ingang van 16 november 2005 en vervalt met ingang van 16 november 2010.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2005.

Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie
namens deze:
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, R.R.Joesoef Djamil