Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 7 december 2018, nr. WJZ/18055953, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2019 (Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019)

Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Handelende met instemming van de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
Gezien de schriftelijke instemming van de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur-generaal Klimaat en Energie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Regio van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de Chief Economist van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het hoofd van de afdeling Financiële Diensten en Administratie van de directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de algemeen directeur Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • b.

    de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering: de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • d.

    de hoofden van dienst:

    • 1°.

      de directeur-generaal Agro;

    • 2°.

      de directeur-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied;

    • 3°.

      de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken;

    • 4°.

      de directeur Communicatie;

    • 5°.

      de directeur Financieel-Economische Zaken;

    • 6°.

      de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • e.

    de P&O-aangelegenheden: de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;

  • f.

    het BBRA: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

  • g.

    het ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel

2

De organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel

3

§

2

Mandaat, volmacht en machtiging aan ondergeschikten

Artikel

4

Artikel

5

Aan de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

  • a.

    het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;

  • b.

    het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;

  • c.

    het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;

  • d.

    het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;

  • e.

    het vervangen van de secretaris-generaal in overleggen met de medezeggenschap en centrales van verenigingen van ambtenaren;

  • f.

    het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door onder meer het voorzitten van de LNV CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;

  • g.

    het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • h.

    het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gelieerde organisaties met publieke taken;

  • i.

    het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;

  • j.

    het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;

  • k.

    het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;

  • l.

    het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;

  • m.

    het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;

  • n.

    het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;

  • o.

    het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels en selectielijsten als bedoeld in de artikelen 14 van het Archiefbesluit 1995 en 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;

  • p.

    het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel

6

§

3

Instructies

Artikel

7

Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:

  • a.

    ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies;

  • b.

    de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie.

Artikel

8

§

4

Ondermandaat

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

§

5

Vervanging

Artikel

12

§

6

Ondertekening bij afwezigheid minister

Artikel

13

§

7

Mandaat, volmacht en machtiging aan niet-ondergeschikten

§

7.1

Dienstonderdelen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat die ook taken verrichten voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Artikel

14

§

7.2

Mandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Artikel

15

Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de directeur-generaal Klimaat en Energie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel

16

Aan de directeur Regio van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

  • a.

    het vertegenwoordigen van het gehele ministerie in de regio, met name via de regioambassadeurs die bij de directie Regio zijn ondergebracht en het fungeren als bestuurlijke schakel tussen de bewindslieden/ambtelijke top en de regionale en lokale bestuurders, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties;

  • b.

    het onderhouden van een relevant regionaal netwerk en kennis van de regio’s ten behoeve van het gehele departement (horizontale regionale functie) alsmede het inbrengen van dit netwerk en deze kennis in landelijke beleidstrajecten van de directoraten-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    het signaleren van ontwikkelingen en stemmingen in de regio over actuele opgaven en ambities, het verbinden van de regionale opgave met de juiste beleidsdirecties en andere relevante spelers en het organiseren van het juiste platform om de belangen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de regio te bespreken;

  • d.

    het vervullen van de bestuurlijke verbindingsschakel voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het crisisbeheersingsproces;

  • e.

    de algemene coördinatie van de belangen, het beleid en de activiteiten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake Caribisch Nederland, inclusief algemeen-bestuurlijke zaken.

Artikel

17

Aan de Chief Economist van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen ten behoeven van het versterken van het duurzaam economisch groeivermogen van Nederland en het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende economie en markten door middel van:

  • a.

    het analyseren van en het adviseren over en waar nodig interveniëren op het gebied van macro-economische ontwikkelingen, arbeidsmarkt en sociale zekerheid, collectieve sector, overheidsfinanciën en ordening voor zover de algemeen-economische of budgettaire aspecten leidend zijn;

  • b.

    het analyseren van en adviseren over algemeen-economische aspecten van EU-beleid, waaronder macro economische beleidscoördinatie in EU-verband, EU 2020 en Ecofin;

  • c.

    het begeleiden en waar nodig initiëren van activiteiten in het kader van het beleid gericht op structurele hervorming van de Nederlandse economie;

  • d.

    het verkennen, het agenderen, het aanjagen en het adviseren van ontwikkelingen en vraagstukken in de breedte van het beleidsterrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit;

  • e.

    het versterken van het strategisch vermogen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit;

  • f.

    het coördineren van het fiscale beleid binnen het Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit.

Artikel

18

Artikel

19

Aan de directeur Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

  • a.

    de administratieve ondersteuning van het coördineren van de stukkenstroom voor het parlement en de ministerraad;

  • b.

    de administratieve ondersteuning van het voeren van het secretariaat van de bewindspersonenstaf en de bestuursraad;

  • c.

    de administratieve ondersteuning van het coördineren van de stukkenstroom gericht aan de bewindspersonen en de ambtelijke top;

  • d.

    het behandelen van aanvragen en ondersteuningen voor Koninklijke onderscheidingen, de registratie en het beheer van relatiegeschenken, het coördineren en adviseren over activiteiten rond een overlijden en het coördineren en adviseren over evenementen;

  • e.

    het houden van toezicht op de toepassing en de naleving van de geldende wet- en regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens door een functionaris voor de gegevensbescherming;

  • f.

    het adviseren over het beleid ten aanzien van financiële belangen (compliance);

  • g.

    het zorgdragen voor het toezicht en het geven van advies over de integrale beveiliging van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waaronder begrepen het (laten) onderzoeken van incidenten, het opstellen en onderhouden van de lijst vertrouwensfuncties en de coördinatie van veiligheidsonderzoeken;

  • h.

    het facilitair ondersteunen van de bewindspersonen.

Artikel

20

Aan de directeur Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

  • a.

    het ondersteunen bij externe optredens;

  • b.

    het beheer van de Rijkshuisstijl;

  • c.

    het vervullen van de liaisonfunctie tussen de redactie van Rijksoverheid.nl en de directie Communicatie;

  • d.

    het adviseren over en het produceren van relevant beeldmateriaal ter ondersteuning van de interne en externe communicatie;

  • e.

    het beheer van de rijksbrede mediatheek;

  • f.

    het begeleiden van inkoop van communicatiediensten en -producten;

  • g.

    het beantwoorden en doorgeleiden van burgercorrespondentie.

Artikel

21

Aan het hoofd van de afdeling Financiële Diensten en Administratie van de directie Financiële Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het zorg dragen van het inrichten en het uitvoeren van de financiële administratie, waaronder het registreren van verplichtingen, het uitvoeren van betalingen en innen van vorderingen, het indienen van belastingaangiftes en het opleveren van financiële verantwoordingsinformatie.

Artikel

22

Artikel

23

Aan de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

  • a.

    het zorg dragen voor betrouwbare, gestandaardiseerde en kosten efficiënte ICT-services die de bedrijfsprocessen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ondersteunen;

  • b.

    het zorg dragen voor de bewaking van het gebruik van digitale authenticatiemiddelen voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    het in opdracht van een hoofd van dienst autoriseren van medewerkers van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het afnemen van digitale overheidsdiensten door middel van het inkopen, uitgeven en beheren van digitale authenticatiemiddelen;

  • d.

    het zorgdragen voor het crypto-beheer van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waaronder het autoriseren van gebruikers van cryptomiddelen, het registreren van in gebruik zijnde cryptomiddelen en het implementeren van de cryptografische technieken conform vigerende wet- en regelgeving.

Artikel

24

§

8

Ondermandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Artikel

25

§

9

Instructies aan niet-ondergeschikten

Artikel

26

Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:

  • a.

    ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies;

  • b.

    de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie.

Artikel

27

§

10

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

29

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering, de hoofden van dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Algemene Rekenkamer.

Artikel

30

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2019, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2019.

Artikel

31

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019.

Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Bijlage

Organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

I

Hoofdstructuur van de organisatie

  • 1.

    Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bestaat uit het kernministerie en de buitendienst.

  • 2.

    Het kernministerie bestaat uit:

    • a.

      de algemene leiding;

    • b.

      de beleidsonderdelen: het directoraat-generaal Agro en het directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied.

    • c.

      de stafdirecties:

      • 1°.

        de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken;

      • 2°.

        de directie Communicatie;

      • 3°.

        de directie Financieel-Economische Zaken;

  • 3.

    Onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ressorteert de volgende buitendienst: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

II

Algemene leiding

III

Het directoraat-generaal Agro

A

Algemeen

  • 1.

    Het directoraat-generaal Agro staat onder leiding van een directeur-generaal.

  • 2.

    Het directoraat-generaal Agro heeft tot taak:

    • a.

      het bevorderen van een transparante afweging tussen people, planet en profit, vanuit de optiek van het directoraat-generaal Agro, die voortdurend aan de orde is binnen het LNV-domein;

    • b.

      het stimuleren en faciliteren van verduurzaming en duurzame ontwikkeling van agroketens;

    • c.

      het bijdragen aan en zeker stellen van een adequate en duurzame voedselvoorziening en voedselzekerheid op nationaal, Europees en mondiaal niveau;

    • d.

      het met partners werken aan agroketens die voldoende veerkrachtig zijn om zich aan te passen aan klimaatverandering en waar mogelijk de gevolgen ervan opvangen en bijdragen aan het verminderen van broeikasgasemissies;

    • e.

      het versterken van de specifieke maatschappelijke betekenis en waarde van agro als bron van voedsel, en voor grondstoffen, biodiversiteit en beleving;

    • f.

      het vergroten van de maatschappelijke acceptatie van Nederlandse agroketens die bijdragen aan de welvaart in brede zin;

    • g.

      het versterken van de agroketens als kapitale dragers van de economie;

    • h.

      het onderhouden en versterken van een breed Europees en internationaal netwerk en het actief beïnvloeden van internationale besluitvormingsprocessen op het gebied van agro;

    • i.

      het vormen van beleid rondom het Gemeenschappelijk EU-Landbouwbeleid, de bijbehorende implementatiekeuzes in Nederland en het borgen van een EU-conforme uitvoering van het Gemeenschappelijk EU-Landbouwbeleid;

    • j.

      het daartoe onderhouden van een goed maatschappelijk netwerk.

  • 3.

    Het directoraat-generaal Agro bestaat uit:

    • a.

      de directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn;

    • b.

      de directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit;

    • c.

      de directie Strategie, Kennis en Innovatie;

    • d.

      de directie Europees, Internationaal en Agro-economisch Beleid.

B

De directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn

  • 1.

    De directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    De directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn heeft tot taak:

    • a.

      het zorg dragen voor verduurzaming van dierlijke ketens;

    • b.

      het bevorderen van de markttoegang en marktbehoud in de derde landen voor dierlijke producten;

    • c.

      het vormen van beleid inzake dierenwelzijn, dierproeven, diergezondheid, antibioticagebruik en crisismanagement inzake dierziekten.

C

De directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit

  • 1.

    De directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    De directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit heeft tot taak:

    • a.

      het zorg dragen voor duurzame en gezonde plantaardige ketens met aandacht voor plantgezondheid, markttoegang van plantaardige producten en nieuwe veredelingstechnieken, met aandacht voor een gezonde bodem als drager van het voedselsysteem;

    • b.

      het zorg dragen voor gewasbeschermings- en mestbeleid;

    • c.

      het zorg dragen voor voedselbeleid, waaronder voedselveiligheid, diervoeders en geneesmiddelen en de verduurzaming van het voedselsysteem;

    • d.

      het bijdragen van agroketens aan de klimaatdoelstellingen.

D

De directie Strategie, Kennis en Innovatie

  • 1.

    De directie Strategie, Kennis en Innovatie staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    De directie Strategie, Kennis en Innovatie heeft tot taak:

    • a.

      het zorg dragen voor een strategieontwikkeling voor de breedte van de beleidskernen;

    • b.

      het ontwikkelen en implementeren van een Strategische Kennis en Innovatieagenda;

    • c.

      het voeren van regie en het vertalen van de Strategische Kennis en Innovatieagenda naar integrale en meerjarige Kennis- en Innovatieprogramma’s;

    • d.

      het vormen van beleid om de ontwikkeling in stand te houden van het kennis- en innovatiesysteem, het coördinerend opdrachtgeverschap, en instrumentontwikkeling en beheer;

    • e.

      het zorg dragen voor vakdepartementale onderwijsbeleid.

E

De directie Europees, Internationaal en Agro-economisch Beleid

  • 1.

    De directie Europees, Internationaal en Agro-economisch Beleid staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    De directie Europees, Internationaal en Agro-economisch Beleid heeft tot taak:

    • a.

      het ontwikkelen en inbrengen van de Nederlandse positie in besluitvormingstrajecten in de EU inzake het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;

    • b.

      het doelmatig, doeltreffend en correct (doen) uitvoeren van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (inclusief het Plattelandsbeleid);

    • c.

      het zorg dragen voor mondiale handels- en investeringsbevordering en kennisuitwisseling in de agrofoodsector en het aansturen van het netwerk van landbouwraden op de ambassades;

    • d.

      het initiëren, ondersteunen, versterken en stimuleren van de Nederlandse inzet op mondiale voedselzekerheid;

    • e.

      het ontwikkelen van beleid op agro-economische vraagstukken;

    • f.

      het zorgdragen voor de EU- en Brexitcoördinatie voor het gehele ministerie.

IV

Het directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied

  • 1.

    Het directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied staat onder leiding van een directeur-generaal.

  • 2.

    Het directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied heeft tot taak:

    • a.

      het bevorderen van een transparante afweging tussen people, planet en profit, vanuit de optiek van het directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied, die voortdurend aan de orde is in het LNV-domein;

    • b.

      het beschermen en ontwikkelen van een veelzijdige natuur en wederzijdse versterking van ecologie en economie en de samenhang daartussen;

    • c.

      het bevorderen dat natuur, visserij en landelijk gebied wordt meegenomen in andere beleidsdomeinen en besluitvormingsprocessen;

    • d.

      het versterken van de maatschappelijke betekenis van natuur als bron van voedsel, en voor grondstoffen, biodiversiteit en beleving;

    • e.

      het onderhouden en versterken van een breed Europees en internationaal netwerk en het actief inzetten op het beïnvloeden van internationale besluitvormingsprocessen op het gebied van natuur, visserij en landelijk gebied;

    • f.

      het vormen van beleid rondom het Gemeenschappelijk EU-Visserijbeleid, de bijbehorende implementatiekeuzes in Nederland en het borgen van een EU-conforme uitvoering van het Gemeenschappelijk EU-Visserijbeleid;

    • g.

      het optreden als managementautoriteit voor het Europees Visserijfonds en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij;

    • h.

      het zorg dragen voor de vormgeving van een duurzame visserij op de kust- en binnenwateren, waarbij inbegrepen een duurzame aquacultuur;

    • i.

      het voeren van de regie over de aanpak van regionale knelpunten en het sluiten van regio deals en de in het kader daarvan aan te wenden financiële middelen;

    • j.

      het versterken van de samenwerking met de regio;

    • k.

      het zorg dragen voor aansluiting van landelijk beleid op de gebiedsgerichte aanpak vanuit samenhangende thema’s en regionale uitdagingen;

    • l.

      het onderhouden en versterken van een breed, landsdekkend netwerk van regionale partners;

    • m.

      het behouden, ontwikkelen en versterken van de vitaliteit van het landelijk gebied.

  • 3.

    Het directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied heeft twee directeuren die, ieder voor zich, verantwoordelijk zijn voor één portefeuille.

V

De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

  • 1.

    De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken heeft tot taak:

    • a.

      het bedienen van bewindslieden en ambtelijke top opdat zij hun politieke, inhoudelijke en bedrijfsmatige eindverantwoordelijkheid voor het functioneren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ten volle waar kunnen maken;

    • b.

      het coördineren en het onderhouden van contacten met het parlement en de inhoudelijke voorbereiding voor de ministerraad;

    • c.

      het inhoudelijk coördineren van de stukkenstroom voor het parlement en de ministerraad en de administratieve ondersteuning daarvan;

    • d.

      het stimuleren en het coördineren van samenwerking tussen de dienstonderdelen waaronder de samenwerking tussen beleid en uitvoering;

    • e.

      het adviseren over alle stukken die naar de politiek-ambtelijke top en naar buiten toe komen en gaan, waaronder alle stukken voor de Tweede Kamer, de ministerraad en onderraden;

    • f.

      het verspreiden van kennis over politiek-bestuurlijke processen binnen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het zorg dragen dat politieke aspecten in beleidsprocessen worden meegewogen;

    • g.

      het inhoudelijk voeren van het secretariaat van de bewindspersonenstaf en de bestuursraad en de administratieve ondersteuning daarvan;

    • h.

      het bieden van ondersteuning aan de leden van de bestuursraad voor hun portefeuilletaken en aangelegenheden die het gehele Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffen;

    • i.

      het coördineren en het voorbereiden van structurele ambtelijke overleggen waaronder het Secretaressen-Generaal (SGO), de bestuursraad en de directeurenlunch en incidentele overleggen waaronder heisessies van de bestuursraad en directeurenconferenties;

    • j.

      het coördineren van en het adviseren over bestuurlijke-organisatorische processen binnen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • k.

      het behandelen van aanvragen en ondersteuningen voor Koninklijke onderscheidingen, de registratie en het beheer van relatiegeschenken, het coördineren en adviseren over activiteiten rond een overlijden en het coördineren en adviseren over evenementen;

    • l.

      het inhoudelijk coördineren van de stukkenstroom gericht aan de bewindspersonen en de ambtelijke top en de administratieve ondersteuning daarvan;

    • m.

      het houden van toezicht op de toepassing en naleving van de geldende wet- en regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens door een functionaris voor de gegevensbescherming;

    • n.

      het adviseren over het beleid ten aanzien van financiële belangen (compliance);

    • o.

      het zorgdragen voor het toezicht en het geven van advies over de integrale beveiliging van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waaronder begrepen het (laten) onderzoeken van incidenten, het opstellen en onderhouden van de lijst vertrouwensfuncties en de coördinatie van veiligheidsonderzoeken;

    • p.

      de coördinatie van de departementale crisisbeheersing;

    • q.

      het facilitair ondersteunen van de bewindspersonen;

    • r.

      het adviseren over transitie/positionering van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

  • 3.

    De administratief ondersteunende werkzaamheden, genoemd in het tweede lid, onderdelen c, g en l worden verricht door de directie Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

  • 4.

    De in het tweede lid, onderdelen k, m, n, o en q genoemde taken worden verricht door de directie Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

  • 5.

    De directie verricht de coördinatie van de departementale crisisbeheersing, genoemd in het tweede lid, onderdeel p, ook voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

VI

De directie Communicatie

  • 1.

    De directie Communicatie staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    De directie Communicatie heeft tot taak:

    • a.

      het ontwikkelen, vormgeven en uitvoeren van strategisch communicatieadvies rond de communicatieprioriteiten;

    • b.

      het schrijven van speeches voor de minister en de ambtelijke top en het verzorgen van tekstadvies op prioritaire stukken;

    • c.

      het adviseren en ondersteunen van de minister en de ambtelijke top op het gebied van publiciteit en externe optredens, zowel reactief als proactief;

    • d.

      het volgen, strategisch inzetten en innoveren van online media in de interne en externe communicatie;

    • e.

      het faciliteren en organiseren van externe optredens;

    • f.

      het ontwikkelen en uitvoeren van het (corporate) communicatiebeleid;

    • g.

      het realiseren van samenhang in en het bevorderen van kwaliteit van communicatie, zowel on- als offline in woord en beeld;

    • h.

      het beheer van de Rijkshuisstijl;

    • i.

      het dagelijks anticiperen en reageren op de actualiteit door middel van woordvoering, het schrijven van nieuws- en persberichten, het onderhouden van pers- en mediacontacten, het ontwikkelen van mediastrategieën en het organiseren van persbijeenkomsten;

    • j.

      het adviseren aan beleidsdirecties over de wijze waarop communicatie kan bijdragen aan beleidsvorming, implementatie en de samenwerking op communicatiegebied, onder andere met betrekking tot de kabinetsbrede communicatie;

    • k.

      het verzorgen van de interne communicatie binnen het departement;

    • l.

      het zorgdragen voor het beheer van diverse on- en offline corporate communicatiekanalen van het ministerie, zoals social media accounts, waaronder het vervullen van de liaisonfunctie tussen de redactie van Rijksoverheid.nl en de directie Communicatie;

    • m.

      het adviseren over en het produceren van relevant beeldmateriaal ter ondersteuning van de interne en externe communicatie;

    • n.

      het beheer van de rijksbrede mediatheek;

    • o.

      het begeleiden van inkoop van communicatiediensten en -producten;

    • p.

      het beantwoorden en doorgeleiden van burgercorrespondentie;

    • q.

      het coördineren van de crisiscommunicatie in samenwerking met de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • r.

      het (laten) uitvoeren van communicatieonderzoek.

  • 2.

    De directie Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verricht de in het tweede lid, onderdeel e, genoemde taak, het ondersteunen bij het organiseren van externe optredens ook voor de directie Communicatie van het Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

  • 3.

    De directie Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verricht de in het tweede lid, onderdeel l, genoemde taak, het vervullen van de liaisonfunctie tussen de redactie van Rijksoverheid.nl en de directie Communicatie ook voor de directie Communicatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

  • 4.

    De directie Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verricht de in het tweede lid, onderdelen h, m, n, o en p genoemde taken ook voor de directie Communicatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

VII

De directie Financieel-Economische Zaken

  • 1.

    De directie Financieel-Economische Zaken staat onder leiding van een directeur.

  • 2.

    De directie Financieel-Economische Zaken heeft tot taak:

    • a.

      het zorg dragen voor een betrouwbare wijze van begroten en verantwoorden van de begrotingsmiddelen;

    • b.

      het zorg dragen voor transparante advisering inzake de besluitvorming over de allocatie van begrotingsmiddelen (budget);

    • c.

      het houden van toezicht op de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende besteding van begrotingsmiddelen;

    • d.

      het bieden van optimale ondersteuning aan de hoofden van dienst van het kernministerie en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in de begrotings- en verantwoordingscyclus;

    • e.

      het bieden van optimale ondersteuning op financieel gebied aan de eigenaar inzake de doelmatigheid en continuïteit van de uitvoering van de organisatie, en het toezien op het goed functioneren van het LNV-sturingsmodel;

    • f.

      het houden van toezicht op de rechtmatige en doelmatige inzet van publieke middelen door externe organisaties, waarvoor de minister stelselverantwoordelijk is;

    • g.

      het onderhouden van contacten met de Belastingdienst, de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer;

    • h.

      het begeleiden van beleidsevaluaties en beleidsdoorlichtingen en het bewaken van de uitvoering ervan;

    • i.

      het coördineren van de evaluatiecyclus van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • j.

      het voeren van de centrale financiële administratie en verstrekken van informatie daaruit;

    • k.

      het houden van toezicht op de rechtmatige en doelmatige inzet van middelen uit de Europese fondsen ELFPO, EFMZV en ELGF;

    • l.

      het geven van nadere voorschriften voor het inrichten en bijhouden van de administratie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van de daaronder ressorterende buitendienst;

    • m.

      het verzorgen van aangiften inzake de Wet op de omzetbelasting 1968 (BTW) voor het directoraat-generaal Agro, het directoraat-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied, de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken en de directie Communicatie;

    • n.

      het verzorgen van aangiften inzake de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • o.

      het opstellen van adviezen in het kader van de managementcyclus en het ontwikkelen van het LNV-sturingsmodel;

    • p.

      het opstellen van het jaarverslag van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • q.

      het beoordelen van financieel-economische en budgettaire gevolgen van het beleid;

    • r.

      het uitbrengen van adviezen over begrotingsvraagstukken en financieel-economische beleidsadviezen;

    • s.

      het voorbereiden en het samenstellen van de jaarlijkse begrotingen en de daarmee samenhangende suppletoire begrotingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • t.

      het erkennen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland als betaalorgaan voor de Europese fondsen ELFPO, EFMZV en ELGF.

  • 3.

    De directie wordt ondersteund door de afdeling Financiële Diensten en Administratie (FDA) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat op het gebied van financiële administratie.

VIII

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

  • 1.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit staat onder leiding van een inspecteur-generaal.

  • 2.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft tot taak:

    • a.

      het werken aan de veiligheid van voedsel- en niet-voedsel producten om de gezondheid van mens, dier en het milieu te beschermen;

    • b.

      het zorg dragen voor handhaving van wet- en regelgeving waarvoor de minister (mede) verantwoordelijkheid draagt op het terrein van land- en tuinbouw, natuur, visserij, diergezondheid en welzijn, milieu, dierproeven en voedselveiligheid, onverminderd de terreinen die voor andere opdrachtgevers worden uitgevoerd;

    • c.

      het verzamelen en verdelen van inlichtingen en het uitvoeren van analyses ter vergroting van inzicht, aard en omvang van (niet-)naleving;

    • d.

      het doen van onderzoek naar risico’s en informeren van de buitenwereld over risico's en risicoreductie;

    • e.

      het fungeren als centraal meldpunt voor consumenten, bedrijven, laboratoria, de Europese Commissie en andere landen op het gebied van voedselveiligheid;

    • f.

      het samenwerken met de Europese Voedsel Veiligheidsautoriteit en de internationale voedselautoriteiten;

    • g.

      het bewaken en bevorderen van de gezondheid van planten waarmee een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde groene sector van internationaal aanzien, een gezonde en veilige land- en tuinbouw en een landschap met een hoge biodiversiteit;

    • h.

      het voorkomen dat ziekten, plagen en ongewenste planten binnen Nederland en over de wereld worden verspreid en het bevorderen dat planten, ziekten, plagen en onkruiden op een veilige en duurzame wijze worden beheerst;

    • i.

      het voorkomen van dierziekten en verspreiding ervan binnen Nederland;

    • j.

      het optreden als coördinerend controle orgaan voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;

    • k.

      het uitoefenen van verificaties en controles van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de Meststoffenwet;

    • l.

      het verlenen van ontheffingen van maatregelen ter bestrijding van plantenziekten op grond van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • m.

      het verrichten van taken waaronder het verlenen, schorsen en intrekken van ontheffingen, erkenningen, vergunningen, getuigschriften en gezondheidscertificaten, het nemen van maatregelen en het doen van aanwijzingen op het terrein van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, de Wet dieren, Wet op de dierproeven, de Plantenziektenwet, de Landbouwwet, de Landbouwkwaliteitswet, de Wet natuurbescherming, de Wet implementatie Nagoya Protocol, Wet verbod pelsdierhouderij, Visserijwet 1963 en de Gezondheidswet en de daarmee samenhangende besluiten;

    • n.

      het ontwikkelen van de kennisagenda en bijdragen aan strategische kennisontwikkeling;

    • o.

      het verzorgen van opleidingen voor managers en (bij)scholing voor handhavers op het gebied van toezicht en opsporing;

    • p.

      het voeren van de LNV brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van ‘specialties’ huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het tekenen van de akte van ingebruikgeving met het Rijksvastgoedbedrijf, het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top;

    • q.

      het verrichten van taken waaronder het verlenen van ontheffingen, het nemen van maatregelen en het doen van aanwijzingen op het terrein van de Wet Implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie en de daarmee samenhangende besluiten.

  • 3.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verricht de taak genoemd in het tweede lid, onderdeel p, ook voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

  • 4.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verricht de taak genoemd in het tweede lid, onderdeel q, alleen voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

  • 5.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bestaat uit:

    • a.

      de directie Strategie;

    • b.

      de directie Handhaven;

    • c.

      de directie Keuren;

    • d.

      de directie CFO/Financiën;

    • e.

      de directie Bedrijfsvoering;

    • f.

      het bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO).