Regeling van de Minister van Financiën van 19 december 2003, Directie Financiële Markten, FM 2003-1852, houdende regels voor de bekostiging van het toezicht ingevolge enkele financiële toezichtwetten (Regeling bekostiging financieel toezicht)

Regeling bekostiging financieel toezicht

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§

2

Rekening en verantwoording

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Indien in enig boekjaar een exploitatiesaldo is ontstaan en de toezichthoudende autoriteit het exploitatiesaldo wil betrekken bij de in rekening te brengen kosten als bedoeld in artikel 11, doet de toezichthoudende autoriteit daaromtrent een voorstel in de jaarrekening of de verantwoording.

§

3

Bijdragen kosten uitoefening toezicht

Artikel

7

Artikel

8

De Autoriteit Financiële Markten brengt eenmalig een bedrag in rekening aan:

Artikel

10

Artikel

11

§

4

Onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten staande instellingen

Artikel

12

De in artikel 11, derde lid, bedoelde categorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Autoriteit Financiële Markten betreft, zijn:

Artikel

13

De in artikel 11, derde lid, bedoelde subcategorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Autoriteit Financiële Markten betreft, zijn:

Artikel

14

§

5

Onder toezicht van de Nederlandsche Bank staande instellingen

Artikel

15

De in artikel 11, derde lid, bedoelde categorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Nederlandsche Bank betreft, zijn:

  • a.

    beheerders;

  • b.

    effecteninstellingen;

  • c.

    geldtransactiekantoren.

Artikel

16

De in artikel 11, derde lid, bedoelde subcategorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het de uitoefening van taken en bevoegdheden door de Nederlandsche Bank betreft, zijn:

Artikel

17

§

6

Onder toezicht van de Pensioen- & Verzekeringskamer staande instellingen

Artikel

19

§

7

Hoogte bedrag, verstrekking gegevens en betaling

Artikel

20

De minister stelt jaarlijks voor 15 januari op voorstel van de toezichthoudende autoriteit de hoogte van de onderscheiden eenmalig in rekening te brengen bedragen, bedoeld in de artikelen 7 en 8, vast.

Artikel

21

De hoogte van het bedrag, bedoeld in de artikelen 9 en 10, wordt per geval vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit.

Artikel

22

Artikel

23

De minister doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de vastgestelde verdeelsleutels, bedoeld in de artikelen 14, tweede lid, 17, tweede lid, en 19, tweede lid, de vastgestelde bedragen, bedoeld in de artikelen 20 en 22, tweede lid, en het vastgestelde minimumbedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid.

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Aan een onder toezicht staande instelling die niet langer onder een categorie of subcategorie valt, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de onder toezicht staande instelling niet langer onder de categorie of subcategorie valt, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand.

Artikel

27

Indien een onder toezicht staande instelling het vermogen heeft verkregen van een onder toezicht staande instelling die in het lopende jaar heeft opgehouden onder een categorie of subcategorie te vallen, wordt het bedrag ter vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, die door de toezichthoudende autoriteit ten aanzien van laatstbedoelde onder toezicht staande instelling zijn gemaakt, in rekening gebracht bij de verkrijgende onder toezicht staande instelling, voor zover deze kosten niet reeds bij de laatstbedoelde onder toezicht staande instelling in rekening zijn gebracht.

§

8

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

28

Artikel

29

Onverminderd artikel 26 blijven bedragen, die in rekening zijn gebracht op grond van de Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Kostenregeling verzekeringsbedrijf 1996, de Regeling kostenverhaal Wet melding zeggenschap 1996 en de Regeling kostenverhaal inzake de geldtransactiekantoren, verschuldigd en wordt op bezwaar en beroep tegen besluiten die zijn genomen op grond van de genoemde regelingen, beslist met inachtneming van die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

30

Onverminderd artikel 11, vierde en vijfde lid, worden in 2005 de per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten die verband houden met aan de Autoriteit Financiële Markten opgedragen taken of toegekende bevoegdheden tevens verrekend met het exploitatiesaldo over het jaar 2003.

Artikel

31

De Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Kostenregeling verzekeringsbedrijf 1996, de Regeling kostenverhaal Wet melding zeggenschap 1996 en de Regeling kostenverhaal inzake de geldtransactiekantoren worden ingetrokken, met dien verstande dat de artikelen 14 van de Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen, 11 van de Regeling toezichtkosten Wet toezicht effectenverkeer 1995 en 4 van de Regeling kostenverhaal Wet inzake de geldtransactiekantoren van toepassing blijven met betrekking tot het resultaat van de Nederlandsche Bank over het jaar 2003.

Artikel

31a

Met betrekking tot de behandeling van aanvragen tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet toezicht belegginginstellingen, ingediend door aanvragers die op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van de Wet toezicht beleggingsinstellingen met het oog op modernisering van de wet en implementatie van richtlijn nr. 2001/107/EG en richtlijn 2001/108/EG van 21 januari 2002 (Stb. 401) over een vergunning beschikten of het beheer voerden een belegginginstelling die op dat tijdstip over een vergunning beschikte, stelt de minister op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten een bedrag vast dat lager is dan het bedrag dat ingevolge artikel 20 wordt vastgesteld voor de handeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°.

Artikel

31b

Artikel

31d

Degene die het beheer voert over een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel V van de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van de Wet toezicht beleggingsinstellingen met het oog op modernisering van de wet en implementatie van richtlijn nr. 2001/107/EG en richtlijn 2001/108/EG van 21 januari 2002 (Stb. 401) wordt na het tijdstip van inwerkingtreding van die wet voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als beheerder als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, onder 1 of 2, of 16, onderdeel a, onder 1 of 2.

Artikel

32

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel

33

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging financieel toezicht.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van FinanciënG.Zalm