Regeling van de Minister van Financiën van 19 december 2003, Directie Financiële Markten, FM 2003-1852, houdende regels voor de bekostiging van het toezicht ingevolge enkele financiële toezichtwetten (Regeling bekostiging financieel toezicht)
exploitatiesaldo: het verschil tussen de aan het eind van een jaar gerealiseerde baten en lasten van de toezichthoudende autoriteit vormt het exploitatiesaldo, waarop voor zover het de Autoriteit Financiële Markten betreft, toevoegingen aan eventuele bestemmingsreserves in mindering kunnen worden gebracht;
De begroting wordt op een zodanige wijze opgesteld dat de lasten en uitgaven structureel worden gedekt door debaten en inkomsten.
3
De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.
4
Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatste jaarrekening of verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd.
5
De toezichthoudende autoriteit zendt de begroting, vergezeld van een toelichting, voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan de minister.
6
De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
7
De toezichthoudende autoriteit doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de begroting waarmee is ingestemd en maakt deze openbaar.
Artikel
3
1
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de toezichthoudende autoriteit daarvan onverwijld mededeling aan de minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
De Autoriteit Financiële Markten en de Pensioen- & Verzekeringskamer stellen jaarlijks een jaarrekening op, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar. De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2
De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten onderscheidenlijk de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3
De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatigheid van de inning en besteding van de middelen door de Autoriteit Financiële Markten onderscheidenlijk de Pensioen- & Verzekeringskamer uit hoofde van de in artikel 2, eerste lid, genoemde wetten alsmede de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. Dit verslag wordt voor het eerst opgesteld over het jaar 2004.
4
De Autoriteit Financiële Markten en de Pensioen- & Verzekeringskamer zenden de jaarrekening voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5
De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6
De Autoriteit Financiële Markten en de Pensioen- & Verzekeringskamer doen onverwijld mededeling in de Staatscourant van de jaarrekening waarmee is ingestemd en maken deze openbaar.
Artikel
5
1
De Nederlandsche Bank stelt jaarlijks een verantwoording op van de opgedragen taken en toegekende bevoegdheden en daaruit voortvloeiende werkzaamheden uit hoofde van de in artikel 2, eerste lid, genoemde wetten. De verantwoording wordt voor het eerst opgesteld over het jaar 2004.
De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en besteding van de middelen door de Nederlandsche Bank uit hoofde van de in artikel 2, eerste lid, genoemde wetten.
4
De Nederlandsche Bank zendt de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5
De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6
De Nederlandsche Bank doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de verantwoording waarmee is ingestemd en maakt deze openbaar.
Artikel
6
Indien in enig boekjaar een exploitatiesaldo is ontstaan en de toezichthoudende autoriteit het exploitatiesaldo wil betrekken bij de in rekening te brengen kosten als bedoeld in artikel 11, doet de toezichthoudende autoriteit daaromtrent een voorstel in de jaarrekening of de verantwoording.
§
3
Bijdragen kosten uitoefening toezicht
Artikel
7
1
De toezichthoudende autoriteit kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan een aanvrager of een verzoeker ter vergoeding van de kosten van de behandeling van een aanvraag of verzoek om verlening, uitbreiding of wijziging van:
het verstrekken van een verklaring als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Tijdelijke vrijstellingsregeling overnamebiedingen aan een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat dat een biedingsbericht is goedgekeurd, en het verzenden van een afschrift van het goedgekeurde biedingsbericht aan die toezichthoudende instantie.
2
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden vermeerderd met een bedrag ter vergoeding van de kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, medebeleidsbepaler of houder van een gekwalificeerde deelneming, voor zover deze kosten niet reeds op basis van het eerste lid in rekening zijn gebracht.
3
De toezichthoudende autoriteit kan eenmalig een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, medebeleidsbepaler of houder van een gekwalificeerde deelneming, welke toetsing wordt verricht naar aanleiding van:
De Autoriteit Financiële Markten brengt geen bedrag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, in rekening, indien de aanvrager een in een andere lidstaat gevestigde effectenbemiddelaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3°, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 betreft die onder adequaat toezicht staat en in of vanuit Nederland uitsluitend effectendiensten voor eigen rekening verricht.
Artikel
8
De Autoriteit Financiële Markten brengt eenmalig een bedrag in rekening aan:
een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt, ter vergoeding van de kosten van het verschaffen van inzage in het register als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
Indien aan een onder toezicht staande instelling voor het niet voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde eisen in het voorafgaande jaar een aanwijzing is gegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, kan de toezichthoudende autoriteit een bedrag in rekening brengen aan deze onder toezicht staande instelling ter vergoeding van de kosten in verband met het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, voor zover deze kosten individueel zijn toe te rekenen aan deze onder toezicht staande instelling en uitstijgen boven de kosten van het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die onder normale omstandigheden ten aanzien van die onder toezicht staande instelling zouden zijn gemaakt.
2
Een bedrag dat door de toezichthoudende autoriteit op grond van het eerste lid bij een onder toezicht staande instelling in rekening is gebracht en door deze onder toezicht staande instelling is betaald, wordt onverwijld terugbetaald indien het besluit tot het geven van de aanwijzing of tot het opleggen van de last onder dwangsom is ingetrokken of in rechte is vernietigd.
Artikel
11
1
De toezichthoudende autoriteit brengt jaarlijks een bedrag in rekening aan een onder toezicht staande instelling ter vergoeding van kosten ter uitvoering van aan haar opgedragen taken of toegekende bevoegdheden, voor zover deze kosten niet reeds op grond van de artikelen 7 tot en met 10 in rekening worden gebracht.
2
De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden op basis van de begroting waarmee is ingestemd geraamd voor het jaar waarop het in rekening te brengen bedrag betrekking heeft, met dien verstande dat op die kosten in mindering worden gebracht de kosten die voor dat jaar ten laste komen van de rijksbegroting.
3
De geraamde kosten worden toegerekend aan categorieën van onder toezicht staande instellingen naar de mate van hun beslag op de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid. Per categorie vindt een nadere toerekening plaats, indien subcategorieën van onder toezicht staande instellingen zijn aangewezen.
4
Op de per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten worden in mindering gebracht:
a.
een positief exploitatiesaldo dat aan de desbetreffende categorie of subcategorie valt toe te rekenen, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 6 is opgenomen in de jaarrekening of verantwoording waarmee is ingestemd;
b.
de opbrengsten uit bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen, die aan de desbetreffende categorie of subcategorie vallen toe te rekenen en die niet reeds zijn opgenomen in het exploitatiesaldo, voor zover de hieraan ten grondslag liggende besluiten van de toezichthoudende autoriteit in het voorafgaande jaar onherroepelijk zijn geworden.
5
De per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten worden vermeerderd met een negatief exploitatiesaldo of een gedeelte daarvan dat aan de desbetreffende categorie of subcategorie valt toe te rekenen, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 6 is opgenomen in de jaarrekening of verantwoording waarmee is ingestemd.
Indien een onder toezicht staande instelling valt onder twee of meer categorieën of subcategorieën, brengt de toezichthoudende autoriteit aan die onder toezicht staande instelling voor elk van de categorieën of subcategorieën een bedrag als bedoeld in het eerste lid in rekening, met uitzondering van het deel van het bedrag dat strekt ter vergoeding van de kosten ter uitvoering van artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Ten aanzien van laatstbedoelde kosten wordt door de Autoriteit Financiële Markten slechts voor één categorie of subcategorie een bedrag in rekening gebracht.
8
Voor zover het bedrag, bedoeld in het eerste lid, strekt ter vergoeding van de kosten ter uitvoering van het Besluit financiële bijsluiter wordt dit door de Autoriteit Financiële Markten niet in rekening gebracht, indien de desbetreffende onder toezicht staande instelling geen complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit financiële bijsluiter aanbiedt.
§
4
Onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten staande instellingen
Artikel
12
De in artikel 11, derde lid, bedoelde categorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Autoriteit Financiële Markten betreft, zijn:
a.
beheerders;
b.
effecteninstellingen;
c.
houders van effectenbeurzen;
d.
instellingen waarvan in of vanuit Nederland effecten zijn aangeboden;
De in artikel 11, derde lid, bedoelde subcategorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Autoriteit Financiële Markten betreft, zijn:
a.
subcategorieën van beheerders:
1°.
beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, niet zijnde beheerders als bedoeld onder 2°;
in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
2°.
in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
3°.
niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
4°.
niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
subcategorieën van instellingen waarvan in of vanuit Nederland effecten zijn aangeboden:
1°.
beleggingsmaatschappijen;
2°.
instellingen waarvan schuldpapier is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in Nederland of die schuldpapier hebben uitgegeven waarvoor verzocht is om toelating tot de handel op een dergelijke markt;
3°.
instellingen anders dan bedoeld onder 1° of 2° waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in Nederland of die effecten hebben uitgegeven waarvoor verzocht is om toelating tot de handel op een dergelijke markt;
vennootschappen anders dan bedoeld onder 1° waarvan aandelen zijn toegelaten tot de notering aan een in een lidstaat van de Europese Unie gelegen en werkzame effectenbeurs;
Als maatstaf voor het in rekening te brengen bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, geldt, voor zover het de uitoefening van taken en bevoegdheden door de Autoriteit Financiële Markten betreft, onderscheiden naar categorie of subcategorie, voor:
effecteninstellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, onder 1°: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen belast is met het verrichten van transacties in effecten;
c.
effecteninstellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, onder 2° en 5°: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling;
d.
houders van effectenbeurzen als bedoeld in artikel 13, onderdeel c, onder 1°: het aantal effectentransacties totstandgekomen op de effectenbeurs;
e.
schadeverzekeraars, levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars: het bruto premie-inkomen in Nederland;
f.
pensioenfondsen: het beheerd vermogen;
g.
instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 3°: de gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar.
2
De minister stelt jaarlijks voor 15 juli, op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten, per categorie of subcategorie een verdeelsleutel vast op basis van de maatstaf, bedoeld in het eerste lid. De minister kan daarbij bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een verdeelsleutel vaststellen.
3
De Autoriteit Financiële Markten baseert haar voorstel voor de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel op de desbetreffende maatstaf die betrekking heeft op gegevens van het voorafgaande jaar, dan wel het tweede voorafgaande jaar indien de gegevens over het voorafgaande jaar niet beschikbaar zijn.
§
5
Onder toezicht van de Nederlandsche Bank staande instellingen
Artikel
15
De in artikel 11, derde lid, bedoelde categorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Nederlandsche Bank betreft, zijn:
a.
beheerders;
b.
effecteninstellingen;
c.
geldtransactiekantoren.
Artikel
16
De in artikel 11, derde lid, bedoelde subcategorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het de uitoefening van taken en bevoegdheden door de Nederlandsche Bank betreft, zijn:
a.
subcategorieën van beheerders:
1°.
beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, niet zijnde beheerders als bedoeld onder 2°;
in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
2°.
in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
3°.
niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
4°.
niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland effectendiensten aanbieden of verrichten;
Als maatstaf voor het in rekening te brengen bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, geldt, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Nederlandsche Bank betreft, onderscheiden naar categorie of subcategorie, voor:
effecteninstellingen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 1°: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen belast is met het verrichten van transacties in effecten;
c.
effecteninstellingen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 2°: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling;
De minister stelt jaarlijks voor 15 juli, op voorstel van de Nederlandsche Bank, per categorie of subcategorie een verdeelsleutel vast op basis van de maatstaf, bedoeld in het eerste lid. De minister kan daarbij bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een verdeelsleutel vaststellen.
3
De Nederlandsche Bank baseert haar voorstel voor de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel op de desbetreffende maatstaf die betrekking heeft op gegevens van het voorafgaande jaar.
§
6
Onder toezicht van de Pensioen- & Verzekeringskamer staande instellingen
Artikel
18
Als categorieën van onder toezicht staande instellingen als bedoeld in artikel 11, derde lid, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Pensioen- & Verzekeringskamer betreft, zijn aangewezen:
verzekeraars, niet zijnde zorgverzekeraars als bedoeld in onderdeel a.
Artikel
19
1
Als maatstaf voor het in rekening te brengen bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, geldt, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Pensioen- & Verzekeringskamer betreft:
De minister stelt jaarlijks voor 15 juli op voorstel van de Pensioen- & Verzekeringskamer een verdeelsleutel vast op basis van de maatstaf, bedoeld in het eerste lid. De minister kan daarbij bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een verdeelsleutel vaststellen.
3
De Pensioen- & Verzekeringskamer baseert haar voorstel voor de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel op de desbetreffende maatstaf die betrekking heeft op gegevens van het voorafgaande jaar, dan wel het tweede voorafgaande jaar indien de gegevens over het voorafgaande jaar niet beschikbaar zijn.
§
7
Hoogte bedrag, verstrekking gegevens en betaling
Artikel
20
De minister stelt jaarlijks voor 15 januari op voorstel van de toezichthoudende autoriteit de hoogte van de onderscheiden eenmalig in rekening te brengen bedragen, bedoeld in de artikelen 7 en 8, vast.
Artikel
21
1
De hoogte van het bedrag, bedoeld in de artikelen 9 en 10, wordt per geval vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit.
2
Het bedrag wordt op zodanige wijze gespecificeerd dat daaruit blijkt dat het gebaseerd is op de voor de desbetreffende onder toezicht staande instelling werkelijk gemaakte kosten.
Artikel
22
1
De hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, bestaat uit een jaarlijks voor 15 juli door de minister, op voorstel van de toezichthoudende autoriteit, per categorie of subcategorie vast te stellen minimumbedrag, vermeerderd met een bedrag dat:
a.
wordt gebaseerd op de kosten die per categorie of subcategorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in artikel 11, tweede tot en met zesde lid, onder aftrek van het totaal van het aan de desbetreffende categorie of subcategorie in rekening te brengen minimumbedragen, en
b.
is doorberekend naar rato van de verdeelsleutel, bedoeld in artikel 14, tweede lid, 17, tweede lid, of 19, tweede lid, gerelateerd aan de gegevens met betrekking tot de desbetreffende maatstaf van het voorafgaande jaar dan wel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, het lopende jaar of het tweede voorafgaande jaar.
2
Voor de categorieën of subcategorieën van instellingen, waarvoor niet in artikel 14, eerste lid, 17, eerste lid, of 19, eerste lid, een maatstaf is bepaald, stelt de minister op voorstel van de toezichthoudende autoriteit jaarlijks voor 15 juli de hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, vast. De toezichthoudende autoriteit baseert haar voorstel aan de minister op de kosten die aan de desbetreffende categorie of subcategorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in artikel 11, tweede tot en met zesde lid.
3
Het bedrag, bepaald op basis van het eerste of tweede lid, voor een onder toezicht staande instelling die niet eerder dan 1 februari van het lopende jaar onder een categorie of subcategorie valt, wordt in rekening gebracht naar evenredigheid van het aantal maanden in het jaar dat de onder toezicht staande instelling onder de categorie of subcategorie valt, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand.
Artikel
23
De minister doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de vastgestelde verdeelsleutels, bedoeld in de artikelen 14, tweede lid, 17, tweede lid, en 19, tweede lid, de vastgestelde bedragen, bedoeld in de artikelen 20 en 22, tweede lid, en het vastgestelde minimumbedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid.
Artikel
24
1
De onderneming of instelling waaraan het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, in rekening wordt gebracht op grond van een maatstaf als bedoeld in artikel 14, 17 of 19, kan binnen een door de toezichthoudende autoriteit te stellen redelijke termijn in de gelegenheid worden gesteld om opgave te doen van haar gegevens met betrekking tot die maatstaf.
2
Indien een onder toezicht staande instelling na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen opgave heeft gedaan dan wel een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave van gegevens met betrekking tot de maatstaf heeft gedaan, kan de toezichthoudende autoriteit een schatting doen van de gegevens van de onder toezicht staande instelling met betrekking tot de desbetreffende maatstaf.
Artikel
25
1
De toezichthoudende autoriteit bepaalt de wijze en het tijdstip van betaling van de bedragen, bedoeld in de artikelen 7 tot en met 11.
2
Indien als wijze van betaling automatische incasso is overeengekomen, kan de toezichthoudende autoriteit bij het in rekening brengen van het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, een korting toepassen. Per onder toezicht staande instelling wordt jaarlijks slechts eenmaal een korting toegepast.
Artikel
26
Aan een onder toezicht staande instelling die niet langer onder een categorie of subcategorie valt, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de onder toezicht staande instelling niet langer onder de categorie of subcategorie valt, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand.
Artikel
27
Indien een onder toezicht staande instelling het vermogen heeft verkregen van een onder toezicht staande instelling die in het lopende jaar heeft opgehouden onder een categorie of subcategorie te vallen, wordt het bedrag ter vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, die door de toezichthoudende autoriteit ten aanzien van laatstbedoelde onder toezicht staande instelling zijn gemaakt, in rekening gebracht bij de verkrijgende onder toezicht staande instelling, voor zover deze kosten niet reeds bij de laatstbedoelde onder toezicht staande instelling in rekening zijn gebracht.
§
8
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel
28
1
Een voor het jaar 2004 op grond van artikel 2 van de Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen, artikel 2 van de Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995 of artikel 2 van de Regeling kostenverhaal Wet melding zeggenschap 1996 opgestelde begroting wordt aangemerkt als een begroting als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2
De voor het jaar 2004 door de Nederlandsche Bank opgestelde begroting wordt, voor zover zij betrekking heeft op de uitoefening van taken en bevoegdheden uit hoofde van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, aangemerkt als een begroting als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Artikel
29
Onverminderd artikel 26 blijven bedragen, die in rekening zijn gebracht op grond van de Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Kostenregeling verzekeringsbedrijf 1996, de Regeling kostenverhaal Wet melding zeggenschap 1996 en de Regeling kostenverhaal inzake de geldtransactiekantoren, verschuldigd en wordt op bezwaar en beroep tegen besluiten die zijn genomen op grond van de genoemde regelingen, beslist met inachtneming van die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
Artikel
30
Onverminderd artikel 11, vierde en vijfde lid, worden in 2005 de per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten die verband houden met aan de Autoriteit Financiële Markten opgedragen taken of toegekende bevoegdheden tevens verrekend met het exploitatiesaldo over het jaar 2003.
Het in het jaar 2005 op grond van artikel 11, eerste lid, in rekening te brengen bedrag aan een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, (oud) of artikel 15 (oud) blijft na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd, met uitzondering van het gedeelte van het bedrag dat betrekking heeft op de periode in het jaar 2005, gelegen na dat tijdstip.
3
Indien het bedrag, bedoeld in het tweede lid, reeds is geïnd door de toezichthoudende autoriteit wordt het gedeelte van het bedrag dat betrekking heeft op de periode in het jaar 2005, gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet, bedoeld in het eerste lid, terugbetaald.