Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)

Arbeidsomstandighedenbesluit

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Binnenlandse Zaken, Verkeer en Waterstaat, Justitie en de Staatssecretaris van Defensie van 12 juli 1996, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, nr. WBJA/W2/96/0407, gedaan mede namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 1, 2, 4, 5, 6, 10, 20, 23a, 24, 24a, 25, 26, 27, 28, 30, 31a, 35, 36, en 41 van de Arbeidsomstandighedenwet en de artikelen 5 en 8 van de Winkeltijdenwet;
Gezien het advies van de Sociaal-Economische Raad van 9 februari 1995, nr. 95/31 I en II;
De Raad van State gehoord (advies van 24 september 1996, no.W12.960298);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Binnenlandse Zaken, Verkeer en Waterstaat, Justitie en de Staatssecretaris van Defensie van 18 december 1996, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, nr. WBJA/W2/96/1537, uitgebracht mede namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Definities en toepassingsgebied

Afdeling

1

Definities

Artikel

1.1

Definities algemeen

Artikel

1.3

Definities onderwijs

Artikel

1.4

Definities justitiële inrichtingen

Artikel

1.5

Definities defensie

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    militair personeel:

  • b.

    burgerpersoneel bij het Ministerie van Defensie:

    • 1°.

      degenen die krachtens publiekrechtelijke aanstelling in burgerlijke openbare dienst jegens het Rijk, vertegenwoordigd door Onze Minister van Defensie, gehouden zijn tot het verrichten van arbeid, behalve indien betrokkenen aan een derde ter beschikking worden gesteld voor het verrichten van arbeid, welke die derde gewoonlijk doet verrichten;

    • 2°.

      degenen die onder gezag van het Rijk, vertegenwoordigd door Onze Minister van Defensie, arbeid verrichten;

  • c.

    defensiepersoneel: militair personeel en burgerpersoneel bij het Ministerie van Defensie;

  • d.

    oefening: iedere door defensiepersoneel onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk brengen van theoretisch onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken te verwerven, op te voeren of te onderhouden;

  • e.

    militair vaartuig: een Nederlands oorlogsschip, marinehulpschip of een ander schip dat in gebruik is voor de uitvoering van de militaire taak;

  • f.

    militair luchtvaartuig: een luchtvaartuig in beheer bij het Ministerie van Defensie;

  • g.

    bemand wapensysteem: ieder al dan niet voortbewogen wapensysteem, dat tijdens het gebruik wordt bemand of bediend met uitzondering van een licht persoonlijk wapen;

  • h.

    eenheid met gereedstelling: eenheid die, daartoe aangewezen, ingezet is dan wel gereed is of zich gereed moet houden voor inzet in krijgsmachtverband.

Afdeling

1A

Certificatie

§

1

Aanwijzing certificerende instelling op verzoek

Artikel

1.5a

Definities

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    accreditatie: een verklaring van de Raad voor Accreditatie dat een certificerende instelling voldoet aan de eisen die zijn bepaald door geharmoniseerde normen, de criteria, bedoeld in de artikelen 1.5b, eerste tot en met derde lid, en 1.5c en aanvullende voor een specifiek werkveld geldende eisen die bij of krachtens dit besluit zijn vastgesteld;

  • b.

    geharmoniseerde normen: normen die door de Europese Commissie zijn aangewezen als de enige normen die door de Raad voor Accreditatie kunnen worden gebruikt voor het accrediteren van certificerende instellingen;

  • c.

    certificatieschema: het stelsel van regels, procedures en beheersaspecten voor het uitvoeren van de certificatie van personen, processen of systemen waarvoor dezelfde specifieke eisen van toepassing zijn; en

  • d.

    Raad voor Accreditatie: de Stichting Raad voor Accreditatie, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie.

Artikel

1.5b

Criteria voor aanwijzing van certificerende instellingen

Artikel

1.5c

Uitbesteden taken

Artikel

1.5d

Aanwijzing

Artikel

1.5e

Weigering, schorsing, wijziging of intrekking van een aanwijzing

Artikel

1.5ea

Controle

Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister vast of de certificerende instelling:

  • a.

    nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1.5b en 1.5c; en

  • b.

    haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomt en de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren uitvoert.

Artikel

1.5eb

Verstrekking van inlichtingen en beëindiging van werkzaamheden

§

2

Algemene bepalingen inzake certificaten

Artikel

1.5f

Verzoek tot afgifte van een certificaat

Artikel

1.5g

De weigering, schorsing, wijziging of intrekking van een certificaat

Artikel

1.5h

Buitenlandse getuigschriften en kwalificaties van vakbekwaamheid

Onze Minister of, indien Onze Minister een certificerende instelling heeft aangewezen, de certificerende instelling, verstrekt op aanvraag een certificaat van vakbekwaamheid aan een persoon die onderdaan is van een betrokken staat als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, indien op grond van die wet is aangetoond dat deze persoon over gelijkwaardige kwalificaties beschikt als de houder van een krachtens dit besluit verstrekt certificaat van vakbekwaamheid. De artikelen 1.5f en 1.5g zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel

1.5ha

Taaleis bij gereglementeerde beroepen

Artikel

1.5i

Periodieke controle van de certificaathouder

Vervallen

Afdeling

1B

Registratie

Artikel

1.5j

Algemeen

Artikel

1.5k

Verwerkingsverantwoordelijke en verwerker op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming

Artikel

1.5l

Verzoeken tot registratie en herregistratie

Artikel

1.5m

In de registers op te nemen gegevens

Artikel

1.5n

Begin- en einddatum registratie en herregistratie

Artikel

1.5o

Raadpleging registers

Artikel

1.5p

Aanpassing, schorsing, verwijdering en bewaartermijn

Afdeling

1C

Uitzondering certificatie en registratie

Artikel

1.5q

Uitgezonderde werkzaamheden

Geen certificaat als bedoeld in afdeling 1A, of registratie als bedoeld in afdeling 1B, is vereist voor:

  • a.

    de natuurlijke persoon die de door certificering of registratie gereguleerde arbeid verricht in het kader van een opleiding tot het kunnen verrichten van die arbeid, dan wel een examinering of beoordeling gericht op het vaststellen van de geschiktheid voor het kunnen verrichten van die arbeid, mits dit gebeurt:

    • 1°.

      onder toezicht van een persoon die in het bezit is van een ter zake geldig certificaat of geldige registratie, dan wel een persoon van wie de beroepskwalificaties zijn gecontroleerd en toereikend bevonden overeenkomstig de artikelen 23, 27 en 28 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties; of

    • 2°.

      overeenkomstig de eisen die daaraan in het certificatie- of registratieschema worden gesteld, al dan niet in aanvulling op onderdeel 1°;

  • b.

    de rechtspersoon die de door certificering gereguleerde werkzaamheden verricht in het kader van een beoordeling gericht op het vaststellen van de geschiktheid voor het kunnen verrichten van die werkzaamheden, mits dit gebeurt overeenkomstig de eisen die daaraan in het certificatieschema worden gesteld.

Afdeling

2

Samenwerking, overleg en ontslag- en benadelingsbescherming

Artikel

1.6

Definities samenwerking en overleg

Artikel

1.7

Aard en inhoud van het overleg

Artikel

1.8

Ontslagbescherming

Artikel

1.9

Benadelingsbescherming

In afwijking van artikel 13, vijfde lid, tweede en derde zin, van de wet is ten aanzien van degene op wie de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van toepassing is en die als deskundige werknemer als bedoeld in artikel 13, eerste lid en tweede lid, of als deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet werkzaam is, artikel 9.32, achtste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van degene op wie het Algemeen militair ambtenarenreglement of het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie van toepassing is en die als deskundige werknemer of persoon als bedoeld in de vorige zin werkzaam is, is artikel 20 van het Besluit medezeggenschap defensie van overeenkomstige toepassing.

Afdeling

3

Onderwijs

Artikel

1.10

Toepasselijkheid

Tenzij hierna anders is bepaald, zijn de wet en dit besluit van toepassing op werknemers in onderwijsinrichtingen en op overeenkomstige wijze van toepassing op leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen die handelingen verrichten die vergelijkbaar zijn met arbeid in de beroepspraktijk.

Artikel

1.11

Samenwerking en overleg; onderwijsinrichtingen met een medezeggenschapsraad

Artikel

1.12

Samenwerking en overleg; universiteiten en hogescholen

Voor de in artikel 1.3, tweede lid, onder d tot en met f, genoemde bekostigde onderwijsinrichting worden de in de wet en dit besluit toekomende rechten en bevoegdheden, met inachtneming van artikel 1.13, uitgeoefend door de universiteitsraad, de dienstraad, de medezeggenschapsraad of de studentenraad, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of, indien het betreft aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel, door het overlegorgaan van het decentraal georganiseerd overleg respectievelijk van de instelling.

Artikel

1.13

Uitzonderingen arbobeleid en horen

Artikel

1.14

Uitzondering werknemersverplichtingen

Waar in de wet bepaalde verplichtingen worden opgelegd aan werknemers, zijn deze bepalingen niet van toepassing op leerlingen respectievelijk studenten in onderwijsinrichtingen.

Artikel

1.15

Uitzondering arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Artikel 18 van de wet is niet van toepassing op leerlingen respectievelijk studenten in onderwijsinrichtingen.

Afdeling

4

Burgerlijke openbare dienst

Artikel

1.16

Toepasselijkheid

Deze afdeling is van toepassing op arbeid verricht in de burgerlijke openbare dienst met uitzondering van arbeid:

  • a.

    verricht in onderwijsinrichtingen;

  • b.

    verricht in justitiële inrichtingen;

  • c.

    verricht door burgerpersoneel, werkzaam bij het Ministerie van Defensie, met inbegrip van de daaronder ressorterende diensten en instellingen.

Artikel

1.17

Politie en brandweer

Op arbeid verricht in de burgerlijke openbare dienst, welke gericht is op het daadwerkelijk uitoefenen van de taken, bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012, artikel 141 of 142 van het Wetboek van Strafvordering, of artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s voor zover deze taak betrekking heeft op het repressief optreden bij brand, ongevallen en rampen, zijn de artikelen 10, 27, 28, 28a, 28b en 29 van de wet van toepassing voor zover door de toepassing van deze artikelen een goede taakuitoefening niet wordt belemmerd.

Artikel

1.18

Veiligheid van de staat

Afdeling

5

Vervoer

Artikel

1.19

Toepasselijkheid

Artikel

1.20

Beperking recht op werkonderbreking

Artikel

1.21

Spoorwegpolitie

Vervallen

Afdeling

6

Justitiële inrichtingen

Artikel

1.22

Veiligheid in justitiële inrichtingen

Artikel

1.23

Veiligheid van de staat

Ten aanzien van arbeid verricht door het justitieel personeel in de justitiële inrichtingen geschiedt de toepassing van de wet met inachtneming van de voor de rijksdienst geldende nationale en internationale voorschriften ter beveiliging van gegevens, waarvan de geheimhouding door het belang van de staat of van zijn bondgenoten wordt geboden.

Artikel

1.24

Kennisneming risico-inventarisatie en -evaluatie

In afwijking van artikel 5, zesde lid, van de wet kan een gedetineerde, verpleegde of jeugdige kennisnemen van de risico-inventarisatie en -evaluatie, voor zover de orde of de veiligheid in de justitiële inrichting daardoor niet in gevaar wordt gebracht.

Artikel

1.25

Samenwerking

In afwijking van artikel 12, eerste lid, van de wet werken de directeur van de inrichting en de gedetineerden, verpleegden of jeugdigen zoveel mogelijk samen bij de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid van gedetineerden, verpleegden en jeugdigen binnen de justitiële inrichting.

Afdeling

7

Defensie

Artikel

1.26

Toepasselijkheid

Tenzij in deze afdeling anders is bepaald is de wet van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel.

Artikel

1.27

Veiligheid van de Staat

Artikel

1.28

Internationale verplichtingen

De toepassing van de wet met betrekking tot arbeid verricht door defensiepersoneel geschiedt met inachtneming van internationale verplichtingen.

Artikel

1.29

Algehele uitzondering

De wet is niet van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel:

Artikel

1.30

Partiële uitzondering artikelen 3 en 16 van de wet

Artikel

1.31

Partiële uitzondering artikel 10 van de wet

Voor zover de wet van toepassing is op arbeid verricht door defensiepersoneel is artikel 10 van de wet op arbeid verricht door defensiepersoneel:

  • a.

    dat belast is met enige politietaak of met bewakings- of beveiligingstaken, of

  • b.

    dat wachtdiensten verricht, of

  • c.

    dat is ingezet ter verlening van de bijstand, bedoeld in artikel 1.29, onder b, aan de politie, van toepassing, voor zover een goede taakuitoefening door de toepassing van genoemd artikel niet wordt belemmerd.

Artikel

1.32

Partiële uitzondering artikel 12 van de wet

Artikel 12 van de wet is van toepassing behoudens:

  • a.

    tijdens oefeningen;

  • b.

    op aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op het houden van oefeningen;

  • c.

    op aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op de arbeid, bedoeld in artikel 1.29.