Wet van 9 oktober 2003, houdende vaststelling van een wet inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten (Wet werk en bijstand)

Participatiewet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter vereenvoudiging en verduidelijking van de regelgeving en ter versterking van de verantwoordelijkheid der gemeenten voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en de verlening van bijstand gewenst is te komen tot een Wet werk en bijstand, waarin de Algemene bijstandswet, de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, de Wet inschakeling werkzoekenden en het Besluit in- en doorstroombanen zijn geïntegreerd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

1

Algemeen

§

1.1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Organen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel

2

Premies, wettelijk minimumloon en kinderbijslag

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel

3

Gezamenlijke huishouding en woning

Artikel

4

Alleenstaande, alleenstaande ouder en gezin

Artikel

5

Bijstand en voorliggende voorziening

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    bijstand: algemene en bijzondere bijstand;

  • b.

    algemene bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;

  • c.

    bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2, op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, verminderd met de op grond van paragraaf 3.3, door het college vastgestelde verlaging;

  • d.

    bijzondere bijstand: de bijstand, bedoeld in artikel 35, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, en de individuele studietoeslag, bedoeld in artikel 36b;

  • e.

    voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven.

Artikel

6

Definities in verband met arbeidsinschakeling

Artikel

6a

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel

6b

Medisch urenbeperkt

§

1.2

Opdracht gemeente

Artikel

7

Opdracht college

Artikel

8

Verordeningen uitkeringen

Artikel

8a

Verordeningen re-integratievoorzieningen en tegenprestatie

Artikel

8b

Regels bestrijding misbruik

De gemeenteraad stelt in het kader van het financiële beheer bij verordening regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet en de daarop berustende bepalingen.

Artikel

8c

Gemeentelijke samenwerking

Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragrafen 7.1 en 7.3, in de plaats van de betrokken colleges.

Artikel

8d

Plan gemeenteraad

De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast omtrent de wijze waarop het college uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169).

Hoofdstuk

2

Rechten en plichten

§

2.1

Arbeidsinschakeling en tegenprestatie

Artikel

9

Verplichtingen

Artikel

9a

Ontheffing plicht tot arbeidsinschakeling alleenstaande ouders

Artikel

10

Aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling

Artikel

10a

Participatieplaatsen

Artikel

10b

Participatievoorziening beschut werk

Artikel

10c

Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie

Artikel

10d

Loonkostensubsidie

Artikel

10da

Aanspraak op begeleiding op de werkplek

Personen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie hebben aanspraak op begeleiding op de werkplek.

Artikel

10e

Lagere regelgeving

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 6, 10b, 10c en 10d.

Artikel

10f

Ondersteuning bij leer-werktrajecten

In aanvulling op artikel 7 kan het college ondersteuning aanbieden aan personen ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject geboden is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft:

  • a.

    van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of

  • b.

    van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

Artikel

10g

Tolkvoorzieningen

§

2.2

Bijstand

Artikel

11

Rechthebbenden

Artikel

12

Onderhoudsplicht ouders

Een persoon van 18, 19 of 20 jaar heeft recht op bijzondere bijstand voorzover zijn noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de bijstandsnorm en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:

  • a.

    de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of

  • b.

    hij redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.

Artikel

13

Uitsluiting van bijstand

Artikel

14

Niet-noodzakelijke kosten

In ieder geval worden niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan gerekend kosten met betrekking tot:

  • a.

    de voldoening aan alimentatieverplichtingen;

  • b.

    de betaling van een boete;

  • c.

    geleden of toegebrachte schade;

  • d.

    vrijwillige premiebetaling in het kader van een publiekrechtelijke verzekering;

  • e.

    kosten van medische handelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden tot de ontwikkelingsgeneeskunde als bedoeld in de Wet op bijzondere medische verrichtingen, of wanneer zodanige medische behandelingen en verrichtingen buiten Nederland plaatsvinden.

Artikel

15

Voorliggende voorziening

Artikel

16

Zeer dringende redenen

§

2.3

Inlichtingenplicht en afstemming

Artikel

17

Inlichtingenplicht

Artikel

18

Afstemming

Artikel

18a

Bestuurlijke boete

Artikel

18b

Beheersing van de Nederlandse taal

Hoofdstuk

3

Algemene bijstand

§

3.1

Algemeen

Artikel

19

Voorwaarden

§

3.2

Normen

Artikel

19a

Kostendelende medebewoner

Artikel

20

Jongerennormen

Artikel

21

Normen 21–pensioengerechtigde leeftijd

Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is de norm per kalendermaand, indien het betreft:

  • a.

    een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 1.075,44;

  • b.

    gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd, zonder kostendelende medebewoners: € 1.536,34.

Artikel

22

Normen pensioengerechtigden

Voor belanghebbenden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt is de norm per kalendermaand, indien het betreft:

  • a.

    een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 1.195,97;

  • b.

    gehuwden waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.620,74;

  • c.

    gehuwden waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.620,74.

Artikel

22a

Kostendelersnorm

Artikel

22b

Afwijking normen 2015

Vervallen

Artikel

23

Normen in inrichting

Artikel

24

Afwijking norm gehuwden

Voor gehuwden waarvan een echtgenoot geen recht op algemene bijstand heeft is voor de rechthebbende echtgenoot de norm gelijk aan 50% van de norm die voor hem zou gelden als hij gehuwd zou zijn met een rechthebbende echtgenoot van zijn leeftijd, indien:

  • a.

    de rechthebbende echtgenoot 21 jaar of ouder is en geen kostendelende medebewoners heeft; dan wel

  • b.

    de rechthebbende echtgenoot jonger dan 21 jaar is.

§

3.3

Verlaging

Artikel

25

Alleenstaande (ouder)

Vervallen

Artikel

26

Gehuwden

Vervallen

Artikel

27

Woonsituatie

Het college kan de norm, bedoeld in de artikelen 20 en 21, lager vaststellen voorzover de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning.

Artikel

28

Schoolverlaters

Het college kan voor de belanghebbende die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, de norm gedurende zes maanden na het tijdstip van die beëindiging lager vaststellen, indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel

29

Alleenstaande van 21 of 22 jaar

Vervallen

Artikel

30

Verordening

Vervallen

§

3.4

Middelen

Artikel

31

Middelen

Artikel

31a

Tijdelijke openstelling van re-integratie instrumenten voor personen jonger dan 27 jaar

Artikel

32

Inkomen

Artikel

33

Bijzonder inkomen

Artikel

34

Vermogen

Hoofdstuk

4

Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen

§

4.1

Aanvullende inkomensondersteuning

Artikel

35

Individuele en categoriale bijzondere bijstand

Artikel

36

Individuele inkomenstoeslag

Artikel

36a

Koopkrachttegemoetkoming

Vervallen

Artikel

36b

Individuele studietoeslag

§

4.2

Aanpassing bedragen

Artikel

37

Netto minimumloon en consumentenprijsindex

Artikel

37a

Vaststelling normen pensioengerechtigden

Artikel

38

Aanpassing normen en bedragen

Hoofdstuk

5

Uitvoering

§

5.1

De aanvraag

Artikel

40

Woonplaats en adresgegevens

Artikel

41

Aanvraag bij UWV

Artikel

41a

Tijdelijke uitzondering op de zoektermijn voor kwetsbare jongeren

Artikel

41b

Tijdelijk maatwerk bij de zoektermijn

Artikel

42

Doorzending

Artikel

43

Vaststelling op aanvraag

§

5.2

Toekenning, vaststelling en betaling

Artikel

44

Toekenning

Artikel

44a

Plan van aanpak

Artikel

45

Vaststelling en betaling

Artikel

46

Vervreemding, verpanding, beslag en machtiging

§

5.3

Cliëntenparticipatie

Artikel

47

Cliëntenparticipatie

De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop de personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet en de daarop berustende bepalingen, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers:

  • a.

    vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen;

  • b.

    worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen;

  • c.

    deel kunnen nemen aan periodiek overleg;

  • d.

    onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden;

  • e.

    worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.

§

5.4

Uitvoering Sociale verzekeringsbank

Artikel

47a

Taak Sociale verzekeringsbank

Artikel

47b

Invulling toepassing artikelen voor Sociale verzekeringsbank

Voor de toepassing van artikel 47a, eerste lid, wordt in de artikelen 9, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, 15, tweede lid, 16, eerste lid, 17, 19a, tweede lid, 31, tweede lid, onderdeel m, en zesde lid, 40, tweede tot en met vijfde lid, 41, vierde, vijfde, achtste en tiende lid, 43, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 44, eerste en derde lid, 48, derde en vierde lid, 52, eerste lid, 53a, eerste tot en met zesde lid, 54, 55, 57, 58, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende en achtste lid, 60, eerste tot en met zesde lid, 60c, 61, 62b, vierde lid, 62e, 62f, 62g, 62h, derde lid, 63, 66, 78t, tweede lid, 78x, eerste lid, onderdeel b, 78z, eerste, tweede en vierde lid, 81, eerste en tweede lid, voor «het college» telkens gelezen: de Sociale verzekeringsbank.

Artikel

47c

Toepassing afstemming door Sociale verzekeringsbank

Artikel

47d

Specifieke bepalingen voor uitvoering door de Sociale verzekeringsbank

Artikel

47e

Gegevensverstrekkingen aan en door de Sociale verzekeringsbank

De artikelen 64 en 67 zijn van overeenkomstige toepassing voor het kosteloos verstrekken van opgaven en inlichtingen aan de Sociale verzekeringsbank die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van de Sociale verzekeringsbank op grond van dit hoofdstuk en voor het verstrekken van gegevens door de Sociale verzekeringsbank uit de administratie voor de uitvoering van deze taak.

Artikel

47f

Overgang krediethypotheek

Artikel

47g

Bestuurlijke boete

Hoofdstuk

6

Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten

§

6.1

Vorm bijstand

Artikel

48

Geldlening en borgtocht

Artikel

49

Schuldenlast

In afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel g, kan het college bijzondere bijstand verlenen:

  • a.

    in de vorm van borgtocht, indien het verzoek van de belanghebbende tot verlening van een saneringskrediet is afgewezen vanwege diens beperkte mogelijkheden tot terugbetaling en de borgtocht noodzakelijk is om de krediettransactie alsnog doorgang te doen vinden door een:

    • 1°.

      gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht;

    • 2°.

      een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen, indien de gemeente niet is aangesloten bij een gemeentelijke kredietbank dan wel daarmee geen relatie onderhoudt;

  • b.

    indien daartoe zeer dringende redenen bestaan en de in onderdeel a genoemde mogelijkheid geen uitkomst biedt.

Artikel

50

Eigen woning

Artikel

51

Duurzame gebruiksgoederen

Artikel

52

Voorschot

Artikel

53

Voorschot UWV

§

6.2

Onderzoek, opschorten en herzien

Artikel

53a

Verstrekking en onderzoek gegevens

Artikel

54

Onjuiste gegevens en onvoldoende medewerking

§

6.3

Aanvullende verplichtingen

Artikel

55

Nadere verplichtingen

Naast de verplichtingen die ingevolge hoofdstuk 2 in elk geval aan de bijstand verbonden zijn, dan wel daaraan door het college verbonden worden, kan het college vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplichtingen opleggen die strekken tot arbeidsinschakeling, dan wel die verband houden met aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand of die strekken tot zijn vermindering of beëindiging. Een verplichting kan, op advies van een arts, inhouden het zich onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard.

Artikel

56

Kinderalimentatie

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

57

Noodzakelijke betalingen en bijstand in natura

Indien en zolang er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de belanghebbende zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen, kan het college:

  • a.

    aan de bijstand de verplichting verbinden dat de belanghebbende eraan meewerkt dat het college in naam van de belanghebbende noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand verricht;

  • b.

    de bijstand in natura verstrekken.

§

6.4

Terugvordering

Artikel

58

Terugvordering

Artikel

59

Terugvordering gezinsleden

Artikel

60

Besluit tot terugvordering en betaling bestuurlijke boete

Artikel

60a

Verrekening

Artikel

60b

Verrekening bestuurlijke boete bij recidive

Vervallen

Artikel

60c

Geen schuldregeling bij overtreding informatieverplichtingen

Door het college wordt geen medewerking verleend aan een schuldregeling indien een vordering is ontstaan door het niet of niet behoorlijke nakomen door de belanghebbende van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet of niet behoorlijk nakomen van die verplichtingen aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze medewerking leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van deze vordering.

§

6.5

Verhaal

Artikel

61

Algemeen

Kosten van bijstand kunnen door het college worden verhaald in de gevallen en naar de regels aangegeven in deze paragraaf.

Artikel

62

Onderhoudsplicht

Kosten van bijstand kunnen tot de grens van de onderhoudsplicht, bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, worden verhaald:

  • a.

    op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt;

  • b.

    op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;

  • c.

    op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend.

Artikel

62a

Uitkering tot levensonderhoud

Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht, bedoeld in artikel 159a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 62, en de omvang van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend.

Artikel

62b

Verhaal volgens rechterlijke uitspraak

Artikel

62c

Bevoegd college

Artikel

62e

Gewijzigde omstandigheden

Artikel

62f

Verhaal bij schenking en nalatenschap

Kosten van bijstand kunnen door het college worden verhaald op:

  • a.

    degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien;

  • b.

    de nalatenschap van de persoon indien:

    • 1°.

      aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden;

    • 2°.

      bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht.

Artikel

62g

Mededeling verhaalsbesluit

Artikel

62h

Verzoeken tot verhaal

§

6.6

Gegevensuitwisseling

Artikel

63

Inlichtingenverplichting werkgever

Artikel

64

Inlichtingenverplichting instanties

Artikel

65

Geheimhoudingsplicht

Artikel

66

Vermoeden misdrijf

Het college is verplicht, indien het bij de uitvoering van deze wet het gegronde vermoeden krijgt van een misdrijf dat is gepleegd ten nadele van een Nederlands of buitenlands uitvoeringsorgaan van de sociale verzekeringswetten of van een Nederlands of buitenlands overheidsorgaan, voorzover dit is belast met het verrichten van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen, het betrokken orgaan hiervan in kennis te stellen.

Artikel

67

Inlichtingenverplichting gemeenten

Artikel

68

Burgerservicenummer

Hoofdstuk

7

Financiering, toezicht en informatie

§

7.1

Financiering

Artikel

69

Uitkering en verdeling onder de gemeenten

Artikel

70

Terugvordering werkdeel

Vervallen

Artikel

71

Aanpassing uitkering

Artikel

73

Toetsingscommissie vangnet Participatiewet

Artikel

74

Vangnetuitkering

Artikel

74a

Nadere bepaling meerjarige aanvullende uitkering

Vervallen

Artikel

75

Betaling uitkeringen, aanpassing uitkering en aanvullende uitkering

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake de betaling van:

§

7.2

Aanwijzingsbevoegdheid en gemeentelijke toezichthouders

Artikel

76

Aanwijzing en voorzieningen

Artikel

76a

Toezicht door gemeenten

Met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

§

7.3

Informatie

Artikel

77

Informatie ten behoeve van uitkering en uitvoeringsbeeld

Artikel

78

Informatie

Hoofdstuk

7a

Overgangsrecht

Artikel

78a

Toeslagenverordening

Vervallen

Artikel

78b

Omzetting besluiten

Artikel

78d

Gesubsidieerde arbeid

Artikel

78e

Bezwaar- en beroepschriften

Artikel

78f

Grondslag Bbz 2004

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verlening van bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van deze wet aan zelfstandigen en aan personen die algemene bijstand ontvangen en voornemens zijn een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband hiermee niet beschikbaar stellen voor arbeid in dienstbetrekking gedurende de voorbereidingsperiode van ten hoogste twaalf maanden, waarbij kan worden afgeweken van de artikelen 9, 10, 11, 32, 34, 40, 41, 45, 58, 69, 77 en de paragrafen 4.2, 6.1 en 7.1.

Artikel

78fa

Niet toepassen kostendelersnorm Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers

Artikel

78fb

Niet toepassen norm ten aanzien van personen jonger dan 27 jaar die onderwijs kunnen volgen voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers

Artikel

78g

Zelfstandigen

Artikel

78h

Bijstand buitenland

Artikel

78i

Overgang besluiten in verband met uitvoering Sociale verzekeringsbank

Artikel

78j

Overgangsrecht vorderingen in verband met uitvoering Sociale verzekeringsbank

Artikel

78k

Overgang krediethypotheek in verband met uitvoering Sociale verzekeringsbank

Artikel

78l

Overgangsrecht bezwaar en beroep in verband met uitvoering Sociale verzekeringsbank

Artikel

78m

Overgangsrecht gelijkstelling voormalige pleeg- en stiefkinderen aan eigen kinderen

De artikelen 3, zevende en achtste lid, en 4, tweede lid, zijn niet van toepassing, indien voor 1 januari 2010 op grond van artikel 11 recht bestaat op bijstand voor gehuwden, omdat de ongehuwde bijstandsgerechtigde wegens een gezamenlijke huishouding met een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind is aangemerkt als gehuwd, voor zolang dit recht op bijstand bestaat, tenzij toepassing van de genoemde artikelleden leidt tot een hogere bijstandsuitkering.

Artikel

78o

Overgangsrecht verrekening in verband met uitvoering Sociale verzekeringsbank

Indien het college vóór de datum van inwerkingtreding van paragraaf 5.4 ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, een vordering heeft waarop artikel 78j van toepassing is en die persoon een uitkering op grond van die paragraaf ontvangt, betaalt de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daarvoor machtiging nodig is van de belanghebbende, op verzoek van het college ter verrekening van die vordering aan dat college.

Artikel

78p

Overgangsrecht ontheffing en vrijlating alleenstaande ouders

Vervallen

Artikel

78q

Overgangsrecht verblijf buiten Nederland

Vervallen

Artikel

78r

Overgangsrecht normering categoriale bijzondere bijstand

Vervallen

Artikel

78s

Overgangsrecht huishoudinkomen en informatie- en medewerkingsplicht

Vervallen

Artikel

78t

Overgangsrecht intrekking Wet investeren in jongeren

Artikel

78u

Overgangsrecht inkomen uit studiefinanciering

Vervallen

Artikel

78v

Verordening betreffende bijzondere bijstand

Vervallen

Artikel

78w

Overgangsrecht herziening huishoudinkomenstoets

Vervallen

Artikel

78x

Recht op bijstand voor datum melding

Artikel

78y

Uitbetaling door Sociale verzekeringsbank aan het college

Indien als gevolg van inwerkingtreding van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets het college ten aanzien van belanghebbende over een periode een vordering heeft met betrekking tot kosten van algemene bijstand en als gevolg van inwerkingtreding van die wet die belanghebbende over diezelfde periode recht op algemene bijstand heeft jegens de Sociale verzekeringsbank, betaalt de Sociale Verzekeringsbank, zonder dat daarvoor machtiging nodig is van de belanghebbende, op verzoek van het college uit die bijstand het bedrag van die vordering uit aan het college.

Artikel

78z

Overgangsrecht Wet werk en bijstand

Artikel

78aa

Artikel

78bb

Overgangsrecht inkomensvrijlating

Artikel 31, tweede lid, onderdeel n, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I van de Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw, blijft van toepassing op de persoon op wie de vrijlating van inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel n, van toepassing was voorafgaand aan de dag gelegen zes maanden voor inwerkingtreding van artikel I van de Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw, tot zijn recht op algemene bijstand waarin die vrijlating van toepassing was, eindigt.

Artikel

78cc

Artikel 6, onderdeel g, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet van 17 november 2016 tot wijziging van de Participatiewet, de Wet tegemoetkomingen loondomein, de Wet financiering sociale verzekeringen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met stroomlijning van de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en enkele andere wijzigingen blijft van toepassing op de verstrekking van loonkostensubsidies over perioden die gelegen zijn voor 1 januari 2017.

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

79

Begrip besluit

Voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt met een besluit gelijkgesteld het nalaten van een handeling die strekt tot uitvoering van het besluit inzake de verlening of terugvordering van bijstand of het verrichten van een handeling die afwijkt van dat besluit.

Artikel

80

Cassatie

Artikel

81

Onverwijlde bijstand

Artikel

82

Goede uitvoering

Artikel

83

Innovatie

Artikel

85

Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Artikel

86

Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Participatiewet.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.